CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002684] Bijlage 2 behorende bij 24bb002681 over Eindevaluatie schoolzorgteams

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 15 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs18.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook als er heftige situaties zijn, dan ben je met elkaar in plaats van alleen. Je weet wat je aan elkaar hebt en kunt vanuit verschillende invalshoeken kijken. Soms heb je iemand anders nodig om te bereiken met het kind, wat je het kind gunt. Het is heel fijn om met goede mensen samen te werken, die je helpen en met je meedenken. [Naam ib-er] en [naam wijkteammedewerkerop-school] zijn ook gewoon goed in hun werk. Die expertises samen zijn heel fijn. Ik heb niet hun expertise.”

26

Oberon

Gepercipieerde invloed op het werkplezier Wanneer we kijken naar het werkplezier, zien we dat met name de wijkteammedewerker-op-school en de schoolmaatschappelijk werker meer werkplezier ervaren door het School Zorg Team (respectievelijk 61% en 47%), zie Figuur 6. Van de andere respondenten geeft een minderheid aan meer werkplezier te ervaren door het School Zorg Team (ongeveer 30%). Ook hier zien we dat de respondenten die (helemaal) oneens hebben geantwoord op deze stelling, over het algemeen niet verwachten dat hun werkplezier zal groeien met de komst van het School Zorg Team. Figuur 6. Meningen ten aanzien van de stelling: Door het School Zorg Team ervaar ik meer werkplezier.

Directeur (N = 26)

15%

Intern begeleider (N = 35)

20%

Schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam (N = 36)

19%

31%

14%

11%

31%

Schoolmaatschappelijk werker (N = 36)

11%

Wijkteammedewerker-op-school (N = 31)

6% 6%

0%

17%

26%

20%

35%

23%

8%

31%

29%

3%

22%

25%

28%

19%

42%

40%

Helemaal mee oneens

Mee oneens

Niet mee eens/niet mee oneens

Mee eens

60%

8%

19%

80%

100%

Helemaal mee eens

In de vragenlijst stelden we verder de vraag of men ziet dat leerkrachten meer werkplezier ervaren. 35% is het noch eens, noch oneens met deze stelling. 40% ziet niet dat leerkrachten meer werkplezier ervaren en 26% ziet dat wel. Van de respondenten die het (helemaal) oneens met deze stelling waren, verwacht 65% ook niet dat leerkrachten meer werkplezier zullen gaan ervaren door het School Zorg Team. Gepercipieerde opbrengsten voor ouders en kinderen Ook kijken we naar de opbrengsten voor ouders en kinderen. We hebben de respondenten in de vragenlijst stellingen voorgelegd op basis van de indicatoren uit het monitorkader. We legden ze de volgende stellingen voor: Door het School Zorg Team is de drempel lager voor ouders om hulp voor hun kind te zoeken. Door het School Zorg Team ontvangen ouders en leerlingen beter passende hulp. Door het School Zorg Team ontvangen ouders en leerlingen eerder hulp.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

27

In Figuur 7 zijn de meningen van respondenten verwerkt ten aanzien van gepercipieerde opbrengsten van het School Zorg Team. Figuur 7. Gepercipieerde opbrengsten van het School Zorg Team voor ouders en kinderen (N = 193). Door het School Zorg Team...

…is de drempel lager voor ouders om hulp voor hun kind te zoeken

8%

16%

…ontvangen ouders en leerlingen beter passende hulp

7% 12%

…ontvangen ouders en leerlingen eerder hulp

9% 13%

0%

15%

23%

18%

19%

20%

Helemaal mee oneens

Mee oneens

Niet mee eens/niet mee oneens

Mee eens

Helemaal mee eens

weet ik niet

40%

15%

24%

34%

11%

19%

27%

12%

20%

60%

80%

100%

Een groot deel van de respondenten is het er (helemaal) mee eens dat de drempel voor ouders om hulp te zoeken voor hun kind lager wordt door het School Zorg Team (38%), dat ouders en leerlingen beter passende hulp ontvangen (45%) en dat ouders en leerlingen eerder hulp ontvangen (39%). Per stelling gaf ongeveer 20% van de respondenten niet te weten in hoeverre het School Zorg Team hiervoor zorgt. Aan de respondenten die het (helemaal) oneens met bovenstaande stellingen waren, hebben we gevraagd in hoeverre ze verwachten dat deze effecten later nog gerealiseerd gaan worden. Daarbij zien we dat respondenten geen uitgesproken verwachtingen hebben over de effecten. Een groot deel van de respondenten geeft aan hierover neutraal te zijn.

28

Oberon

Ook in de interviews was er aandacht voor de meerwaarde van het School Zorg Team voor leerlingen en ouders. Opnieuw geldt hierbij dat de ervaren meerwaarde afhankelijk was van in hoeverre beoogde extra inzet gerealiseerd was. Wanneer dat het geval was, werden voorbeelden gedeeld van de wijze waarop het School Zorg Team ook voor kinderen en ouders verschil kan maken. Samenbrengen van de wereld op school en de wereld thuis Een voorbeeldsituatie die tijdens een van de interviews werd geschetst en waaruit de meerwaarde van het School Zorg Team blijkt voor kinderen: Op school is er een casus van een leerling bij wie het vermoeden bestaat dat deze kampt met hechtingsproblematiek. De leerling stroomde in vanuit een school in een andere gemeente. Die school raadde een plek in een Medisch Kinderdagverblijf aan. Vanaf de start op school zijn bij de leerling de schoolmaatschappelijk werker, de schoolcontactpersoon van PPO en de wijkteammedewerker-op-school betrokken. Op school pakken de smw-er en scp van PPO taken op en de wijkteammedewerker is betrokken in de thuissituatie en biedt daar basishulp aan. De ouder van de leerling staat open voor hulp en voelt zich ondersteund door de inzet van het team, zo is de indruk van de SZT-leden. Plaatsing van de leerling op een Behandel- en Observatiegroep lijkt door de inzet niet meer nodig. De leerling kan op school blijven.

De intern begeleider benadrukt dat de wijkteammedewerker-op-school een belangrijke schakel tussen ouder en school was. Het gedrag van de leerling was namelijk anders in de thuissetting dan in de setting op school. De wijkteammedewerker had zicht op het gedrag in beide settingen en kon daardoor goed inspelen op de situatie. De wijkteammedewerker-op-school heeft dit zelf ook als meerwaarde ervaren, omdat ouders geregeld ongenoegen ervaren over de wijze waarop school bepaalde zaken op- en aanpakt en zich hier negatief over uitlaten tegen het wijkteam. Met de aanwezigheid op school krijgt de wijkteammedewerker zicht op beide situaties waardoor de medewerker goed kan inschatten wat er aan de hand is en welke hulp nodig is. Ouder op weg helpen Een wijkteammedewerker-op-school schetst de meerwaarde aan de hand van de volgende casus: De wijkteammedewerker-op-school werd door de school gevraagd om een vraag op te pakken van een ouder. De vraag was echter nog niet helemaal helder toen die bij de medewerker terechtkwam. Voorheen had de school de vraag via een formulier aangemeld bij het wijkteam. Op basis van de vraag had het wijkteam de vraag afgewezen zonder dat er een gesprek met de ouder had plaatsgevonden.

Vanwege het aantal uren op school dat de wijkteammedewerker-op-school in het School Zorg Team heeft, heeft de medewerker echter de tijd om de ouder op te zoeken en een gesprek te voeren om de vraag beter te kunnen duiden. Hieruit bleek dat de ouder vanuit het principe van zelfredzaamheid, zelf elders hulp diende aan te vragen. De ouder wist zelf niet waar deze met de vraag terechtkon. De wijkteammedewerker-op-school heeft de ouder op weg geholpen door aan te geven bij welk loket de ouder kon aankloppen en aan te geven dat wanneer het niet lukte, de ouder opnieuw bij de wijkteammedewerker terechtkon. Efficiënter arrangeren Een andere casus die wordt aangehaald om de meerwaarde van het School Zorg Team aan te tonen, wordt beschreven door een intern begeleider: De intern begeleider vernam dat een gezin bij de broer van een van hen inwoonde, in een erg klein appartement. Het gezin kon namelijk geen huisvesting vinden. De intern begeleider heeft toen de wijkteammedewerker-op-school ingeschakeld. De wijkteammedewerker-op-school ging met de ouder in gesprek en hielp de ouder bij het formuleren en indienen van de hulpvraag. De medewerker wist waar in het wijkteam deze vraag kon worden opgepakt en heeft de ouder met vraag aangemeld op de juiste plek.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

29

Sneller schakelen In de interviews komt ook de snelheid waarmee passende zorg voor leerlingen en hun ouders kan worden gerealiseerd aan bod. Door de kortere lijntjes die ontstaan tussen betrokken professionals, kan sneller geschakeld worden. Daarbij kijken professionals samen kritisch naar de ondersteuningsbehoeften van een leerling, waarna besloten wordt welke inzet nodig wordt geacht. Zo geeft een wijkteammedewerker-op-school aan dat deze betrokken is bij een casus waarbij een leerling vanwege een angststoornis inmiddels niet meer naar school komt. De school heeft op meerdere manieren ondersteuning aangeboden, maar dit bleek niet voldoende. Toen opschaling nog niet nodig was, is de wijkteammedewerker-op-school in het SZT wel op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de casus en van de inzet van de school. Hierdoor kon de wijkteammedewerker-opschool op het moment dat meer ondersteuning nodig was, snel en weloverwogen tot het besluit komen om een indicatie aan te vragen voor Jeugd-GGZ. Er ging geen tijd ‘verloren’ aan het in kaart brengen van de situatie en ondersteuning die reeds geboden was. Tolkentelefoon positief voor educatief partnerschap Tot slot wordt in meerdere interviews genoemd dat de Tolkentelefoon die met de komst van de School Zorg Teams gratis te gebruiken is voor de scholen van grote meerwaarde is voor gesprekken die professionals voeren met ouders.

Hierdoor kunnen ook de ouders van leerlingen die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, betrokken worden bij de ontwikkeling en eventueel benodigde ondersteuning van hun kind.

Outcome Aan het einde van de vragenlijst hebben we aandacht besteed aan de op langere termijn verwachte effecten van de School Zorg Teams. We vroegen respondenten in hoeverre zij verwachten dat het aantal doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs afneemt, de wachtlijsten in de jeugdhulp afnemen en de inzet van zwaardere jeugdhulp zal afnemen (Figuur 8). Voor alle drie de stellingen geldt dat een groot deel van de respondenten het niet eens en niet oneens is met de stellingen (voor alle stellingen: 36%). Daarnaast verwacht het grootste deel van de respondenten niet dat het aantal doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs afneemt noch dat de wachtlijsten in de jeugdhulp afnemen door het School Zorg Team (respectievelijk 47% en 43%). Voor de stelling dat de inzet van zwaardere jeugdhulp afneemt door het School Zorg Team geldt dat een grotere groep respondenten dit wel verwacht (36%) ten opzichte van de groep die dit niet verwacht (28%).

30

Oberon

Figuur 8. Verwachte effecten op langere termijn (N = 194). Op langere termijn verwacht ik dat door het School Zorg Team... …het aantal doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs afneemt

16%

31%

…de wachtlijsten in de jeugdhulp afnemen

18%

25%

…de inzet van zwaardere jeugdhulp afneemt

10% 0%

36%

36%

19% 20%

13% 4%

36% 40%

Helemaal mee oneens

Mee oneens

Niet mee eens/niet mee oneens

Mee eens

60%

16%

5%

29%

7%

80%

100%

Helemaal mee eens

Tevredenheid over het School Zorg Team Tot slot hebben we de respondenten gevraagd naar hun tevredenheid over het functioneren van het School Zorg Team. Op een schaal van 1 (niet tevreden) tot 10 (heel tevreden), is de gemiddelde score een 6,3 (N = 195). Ongeveer een derde (31%) scoort hun tevredenheid onder de 6 (zie Figuur 12). Professionals in School Zorg Teams die in schooljaar 2021-2022 gestart zijn, scoren hun tevredenheid gemiddeld met een 6,6. Professionals in School Zorg Teams die in schooljaar 2022-2023 gestart zijn, scoren hun tevredenheid gemiddeld met een 6,1. Tussen de verschillende functiegroepen zijn geen opvallende verschillen gevonden. Figuur 9. Rapportcijfers als antwoord op de vraag: In hoeverre ben je op dit moment tevreden over het functioneren van het School Zorg Team? (N=195)

9 9%

10 8%

1 7%

2 4% 3 5% 4 4% 5 11%

8 20%

7 17%

6 15%

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

31

De respondenten zijn gevraagd om hun tevredenheid toe te lichten. De respondenten die over het algemeen tevreden zijn over het functioneren van het School Zorg Team geven aan dat ze meer nabije hulp voor gezinnen kunnen realiseren. De professionals zien elkaar steeds vaker tijdens overleggen, waardoor er beter en sneller afgestemd kan worden welke zorg nodig is voor kinderen en verwachtingen open met elkaar besproken kunnen worden. Daarbij noemen ze ook dat het waardevol is dat ze elkaar, ieder vanuit de eigen expertise kunnen aanvullen. Door de extra uren die de schoolmaatschappelijk werker heeft gekregen en de vaste uren van de wijkteammedewerker op school, hebben ze bovendien de tijd gekregen om regelmatig stil te staan bij hoe de samenwerking verloopt. De betrokkenheid van de wijkteammedewerker op school zorgt ervoor dat de andere professionals ervaren dat het wijkteam beter bereikbaar is geworden dan voorheen. Ook beschrijven sommigen dat ouders die eerder wat huiverig tegenover het wijkteam stonden, door de aanwezigheid van de medewerker op school nu meer openstaan voor betrokkenheid van het wijkteam. Ten slotte benoemen enkele respondenten dat er minder incidenten plaatsvinden op school. Respondenten die minder tevreden zijn over het functioneren van het School Zorg Team dragen daarbij verschillende redenen aan.

Een deel van de respondenten geeft aan dat het School Zorg Team pas net is gestart, waardoor ze voor hun gevoel nog niets kunnen zeggen over het functioneren ervan. Een ander deel wijst erop dat het opstarten van het School Zorg Team lang heeft geduurd. Ook benoemen respondenten dat sommige professionals, voornamelijk de schoolcontactpersonen van het PPO, – niet (altijd) aansluiten bij een School Zorg Team overleg. Een deel van de schoolcontactpersonen van PPO geeft dat zelf ook aan. Hierdoor zijn zij niet goed op de hoogte van ontwikkelingen. Daarnaast ervaart een deel van de respondenten dat de wijkteammedewerker-op-school niet altijd aanwezig is of niet zichtbaar genoeg is voor de school en/of ouders. Een deel van de wijkteammedewerkers geeft zelf aan dat ze nog niet (voldoende) worden gevonden en/of niet altijd een fysieke ruimte hebben op de school waar zij hun werkzaamheden kunnen doen. Respondenten die minder tevreden zijn, weten (nog) niet altijd wat ze van elkaar kunnen verwachten of ervaren dat hun eigen verwachting niet overeenkomt met die van de ander(en). De laatste reden die door respondenten wordt aangedragen voor minder tevredenheid is dat de wachtlijsten bij zorgorganisaties ‘achter’ het wijkteam met de komst van het School Zorg Team niet opgelost zijn.

De wachtlijsten bij Auris, logopedie en scholen voor speciaal onderwijs worden specifiek genoemd als zijnde problematisch. Aandachtspunten voor de School Zorg Teams Aan de respondenten is gevraagd wat volgens hen de belangrijkste aandachts-/verbeterpunten zijn om het School Zorg Team (nog) beter te laten functioneren. Het merendeel van de aandachts/verbeterpunten die worden genoemd, heeft te maken met de behoefte aan efficiëntere inzet van tijd van het School Zorg Team. Respondenten wijzen erop dat het nodig is om op afgesproken en frequente momenten met elkaar te overleggen over zowel de samenwerking (doelen van het SZT, verwachtingen van elkaar, algemene rol- en taakverdeling, wijze waarop de werkwijze wordt vastgelegd/ingebed) als over casuïstiek (uitwisseling van kennis, afstemming over taken, afspraken over wie de regie voert). Het efficiënter benutten van tijd tijdens overleggen vormt volgens sommigen ook een aandachtspunt. Het opstellen van een agenda, het bewaken van tijd, vastleggen van gemaakte afspraken en het terug laten komen van actiepunten die tijdens het vorige overleg zijn opgesteld, zouden daar volgens hen aan kunnen bijdragen. Daarnaast zou het helpen als professionals van het SZT in hetzelfde registratiesysteem zouden kunnen.

Ook noemen enkele respondenten dat het zou helpen wanneer er minder personele wisselingen plaatsvinden en/of wanneer een functie met een beperkte aantal uren niet door meerdere personen wordt ingevuld omdat afstemming dan meer tijd vergt.

32

Oberon

Een aandachts-/verbeterpunt dat ook vaak wordt genoemd, heeft met de samenstelling van het School Zorg Team te maken. Respondenten die onderdeel uitmaken van een School Zorg Team waar nog geen wijkteammedewerker-op-school bij is aangesloten, zouden graag zien dat er nog een wijkteammedewerker-op-school wordt aangesteld. Ook noemen enkele respondenten de behoefte aan meer ruimte voor de schoolcontactpersonen van PPO om frequenter aan te sluiten bij overleggen van het School Zorg Team dan nu het geval is. Verder noemt een aanzienlijk deel van de respondenten dat het gezien de ondersteuningsbehoeften bij leerlingen goed zou zijn als er vanuit het Centrum Jeugd en Gezin een vaste contactpersoon bij het School Zorg Team aansluit. Een praktisch punt dat door enkele respondenten in de vragenlijst is genoemd, is het creëren van een goede werkplek op school voor de smw-er(s) en wijkteammedewerker(s)-op-school. Zij hebben een plek nodig om met leerlingen en/of hun ouders in een afgesloten ruimte te kunnen spreken. Die ruimte is er nog niet altijd. Het informeren van ouders over de aanpak van het School Zorg Team of het werk van het wijkteam en het vergroten van de ouderbetrokkenheid herkennen we als derde hoofdlijn in de door de respondenten beschreven aandachts-/verbeterpunten.

Respondenten noemen verschillende voorbeelden, waaronder het introduceren van het wijkteam aan ouders, het organiseren van ouderbijeenkomsten, het standaard betrekken van ouders bij casuïstiekbesprekingen en het creëren van een vast aanspreekpunt voor ouders. Verder zien we dat sommige professionals van de School Zorg Teams behoefte hebben aan meer duidelijkheid over bepaalde zaken. Dan gaat het over duidelijkheid over de privacyregels die gelden tijdens casuïstiekbesprekingen in het School Zorg Team en over duidelijkheid over de mogelijkheid van de wijkteammedewerker-op-school om postcodeloos te mogen werken. Hierover schijnt verschillend te worden gedacht door professionals binnen de teams. Naast bovenstaande aandachts-/verbeterpunten herkennen we in de antwoorden van sommige respondenten een meer inhoudelijk aandachtspunt, namelijk dat het verbeteren van de vroegsignalering van ondersteuningsbehoeften van leerlingen door leerkrachten aandacht behoeft. Om dat te realiseren, worden suggesties gedaan om intervisiemomenten te faciliteren tijdens bouwvergaderingen op school om casuïstiek te bespreken en zo signalen beter en sneller waar te nemen. Tot slot vragen sommige respondenten aandacht voor de wachtlijsten bij de wijkteams en specialistische (jeugdhulp)verlening.

De wijkteammedewerker-op-school kan niet alle casuïstiek zelf oppakken, waardoor leerlingen en/of hun ouders na een doorverwijzing naar specialistische hulp soms nog lang moeten wachten op benodigde hulp.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

33

Postcodeloos werken In enkele interviews hoorden we terug dat de school voorafgaand aan de start van het School Zorg Team de verwachting had dat de wijkteammedewerker-op-school alle casuïstiek waarbij het wijkteam nodig was, zelf zou kunnen oppakken of de verbindende schakel zou zijn tussen de school en wijkteams. “Idealiter is [naam wtm-er] betrokken bij alle casussen van onze school.” Met andere woorden: de scholen hadden de hoop dat er ‘postcodeloos’ gewerkt zou worden. Dat is niet het geval. De wijkteammedewerker-op-school is verbonden aan het wijkteam van de wijk waarin de school staat. Als een leerling in dezelfde wijk woonachtig is, wordt een aanmelding bij het wijkteam van de wijkteammedewerker-op-school gedaan. Als dat niet zo is, wordt de aanmelding gedaan bij het wijkteam van de wijk waarin een leerling woont. Verschillende werkafspraken van wijkteammedewerker-op-school Uit de interviews maken we verder op dat wijkteammedewerkers-op-school verschillende werkafspraken hebben gemaakt met hun wijkteam. Sommige wijkteammedewerkers-op-school kunnen zelf casuïstiek oppakken wanneer een leerling van de school bij het wijkteam is aangemeld, mits de leerling woonachtig is in het gebied van het wijkteam dat is verbonden aan de school, de caseload van de wijkteammedewerker-op-school het toelaat én de medewerker over benodigde expertise beschikt.

Andere wijkteammedewerkers-op-school kunnen dat niet, omdat een casus eerst moet worden aangemeld bij het wijkteam en daar op de wachtlijst terecht komt. Aanwezigheid van wijkteammedewerker-op-school essentieel voor ervaren succes Met de interviews hadden we de mogelijkheid om ook naar opbrengsten te vragen. Hoewel alle teams het initiatief van de School Zorg Teams als waardevol beschrijven, gaf een aantal teams aan nog nauwelijks meerwaarde te ervaren. Daarbij viel het op dat dit vooral het geval was bij de teams waar de beoogde extra capaciteit van de wijkteammedewerker-op-school (nog) niet was gerealiseerd: “De meerwaarde van de verbinding van onderwijs en zorg die in een School Zorg Team meer handen en voeten zou kunnen krijgen door met álle professionals om de tafel te zetten, die komt veel minder tot zijn recht omdat er geen wijkteammedewerker is.” Ook de aanwezigheid van de wijkteammedewerker op school is met het oog op het verlagen van de drempel voor ouders om hulp te vragen van het wijkteam van belang. Hierdoor krijgt het wijkteam een gezicht, waardoor ouders minder wantrouwig kijken naar het wijkteam. Bovendien stelt dit een wijkteammedewerker in staat om goed op de hoogte te blijven van ondersteuning die al wordt ingezet, zodat bij opschaling naar het wijkteam snel een volledig beeld ontstaat van de ondersteuningsvraag en reeds geboden ondersteuning.

Daarmee kunnen dubbelingen in het ‘arrangeerproces’ worden weggenomen en kan sneller passende hulp worden ingeschakeld. Ook voor het betrokken houden van ouders blijkt dit erg van belang, zoals onder andere uit het volgende voorbeeld blijkt: “Dat vertrouwen op elkaars expertise is echt belangrijk, vooral ook voor ouders. Ouders haken echt af als ze telkens weer opnieuw hun verhaal moeten doen aan verschillende personen. Dan denk je op een gegeven moment ook, nou laat maar. Dat zou je zelf ook hebben, als je een hulplijn belt en je keer op keer opnieuw je verhaal moet doen.”

34

Oberon

Aandacht voor de uren van de schoolcontactpersoon van PPO De schoolcontactpersonen van het samenwerkingsverband passend onderwijs maakt deel uit van een School Zorg Team. Echter, zij hebben hier geen urenuitbreiding voor gehad. Op dit moment vormt dit volgens geïnterviewde betrokkenen nog geen probleem. Wel wijst een aantal betrokkenen erop dat het goed zou zijn om de komende tijd te volgen of de contactpersonen ook op langere termijn niet in de knel komen met hun uren voor de School Zorg Teams en de uren die zij over houden voor andere scholen. De contactpersonen zijn flexibel beschikbaar en sluiten zoveel mogelijk aan bij de overleggen van de School Zorg Teams. Zeker ook omdat de frequentie van overleggen en de activiteiten die worden ondernomen, per School Zorg Team verschillen. Wachtlijsten specialistische hulp onverminderd problematisch Hoewel er sneller kan worden geschakeld, wijzen de geïnterviewden er wel op dat met de komst van het School Zorg Team de wachtlijsten bij de aanbieders van specialistische hulp onverminderd problematisch blijven. Gedurende de wachttijd is er extra aandacht voor leerlingen en/of hun gezinnen die op een wachtlijst staan. Uit een aantal interviews komt naar voren dat de urenuitbreiding van smw en de inzet van het wijkteam op school helpt om een vorm van overbruggingszorg aan te bieden.

Een smw-er voert bijvoorbeeld kindgesprekken en de smw-er of wijkteammedewerker onderhoudt het contact met ouders zodat zij welwillend tegenover de hulp blijven staan. Echter, de smw-er en wijkteammedewerker kunnen niet altijd de beoogde overbruggingszorg bieden omdat dat niet altijd wenselijk is. Zo werd in een van de interviews aangegeven dat het zoeken is voor betrokken professionals hoe overbruggingszorg kan worden geleverd, “want je wil ook niet pappen en nathouden”. Wanneer een leerling specialistische hulp nodig heeft, is het niet wenselijk om een lange tijd overbruggingszorg te bieden. De zorg die iemand biedt moet volgens hen namelijk wel een doel hebben en problematiek niet erger maken. Een van de teams wijst in het kader van de wachtlijsten bij jeugdhulpaanbieders ook op de moeilijke afweging die een school daardoor moet maken in het wel of niet verwijzen van ouders naar externe zorgpartners. Wanneer ouders en de school namelijk prettig samen optrekken om passende ondersteuning voor een kind te organiseren, doet een verwijzing naar een partij waarbij ouders lang op hulp moeten wachten namelijk geen goed voor de relatie van de school met ouders.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

Centrum Jeugd en Gezin, de missende partij in het School Zorg Team Net als uit de vragenlijst, komt uit de interviews naar voren dat het CJG wordt gemist als partij in het School Zorg Team. Hun afwezigheid wordt gezien als een gemiste kans. Het CJG is nog niet structureel bij het School Zorg Team aangesloten. Als er ondersteuningsvragen zijn met een medische component, moet het CJG afzonderlijk ingelicht of bevraagd worden over casussen. Dat is zorgt voor een vertraging in het spoedig bieden van passende hulp aan leerlingen Het toevoegen van het CJG als partij aan het School Zorg Team wordt om verschillende redenen als waardevol gezien. De belangrijkste redenen: het CJG beschikt over expertise op medisch vlak, waar de andere partijen niet over beschikken en het CJG is vaak al vroeg in de ontwikkeling van kinderen bij gezinnen betrokken en daardoor over waardevolle voorkennis beschikt. In een van de interviews noemt een schoolmaatschappelijk werker dat wanneer het CJG meer aangehaakt is bij het School Zorg Team, ook zorgen die er zijn bij geoorloofd verzuim beter kunnen worden opgevolgd met acties. Wanneer leerlingen relatief vaak afwezig zijn, omdat zij ziek zijn kunnen die signalen zowel duiden op medische als andere problematiek, bijvoorbeeld in het gezin. Wanneer partijen hierin samen optrekken, kunnen dit soort signalen vroeger en beter worden opgepakt.

Bij twee van de geïnterviewde School Zorg Teams is het CJG wel al structureel onderdeel van het team. Betrokken professionals zijn hier tevreden over. Er is goede afstemming met de vaste contactpersoon van het CJG, mede omdat deze structureel aansluit bij het overleg met het School Zorg Team. Op één van deze scholen sluit de contactpersoon ook aan bij ouderbijeenkomsten. Aandacht voor de School Zorg Teams aan de ‘regio-grenzen’ Een van de interviews was met het School Zorg Team van een school die bij een ander samenwerkingsverband passend onderwijs hoort, voor inzet van jeugdhulp afhankelijk is van de wijkteams van gemeente Rotterdam maar waarbij veel jeugdhulpaanbieders die contracten hebben met de andere gemeente nabijer zijn dan de aanbieders waarmee gemeente Rotterdam contracten heeft. Hoewel de samenwerking van het School Zorg Team goed verloopt, vraagt dit veel inspanning van betrokken professionals. Het aanbod van het samenwerkingsverband en wijkteam sluiten namelijk niet goed op elkaar aan en partijen hebben soms onjuiste aannames over elkaars aanbod. Ook werpt het een drempel op voor ouders, omdat aanbieders zich op afstand bevinden.

35

36

Oberon

Werkzame bestanddelen voor de samenwerking We hebben respondenten gevraagd naar wat volgens hen de belangrijkste werkzame bestanddelen van het School Zorg Team zijn. In de antwoorden die daarop volgden, herkennen we zowel werkzame bestanddelen als voorwaarden. We presenteren hier eerst de werkzame bestanddelen en gaan daarna in op genoemde voorwaarden. Als werkzame bestanddelen worden genoemd: Dezelfde zorgprofessionals die gedurende langere tijd in een team samenwerken; Voldoende tijd voor de professionals in het School Zorg Team; Aanwezigheid van het wijkteam op school. De beschikbare tijd van professionals in het School Zorg Team is van belang om werkzaamheden op elkaar af te stemmen, meer preventief te werk te gaan in de ondersteuning van leerlingen en hun ouders, om casuïstiek sneller op te kunnen pakken en om indien nodig sneller door te verwijzen. De uitbreiding van uren voor de smw-er en wijkteammedewerker-op-school helpt daarbij. De vaste aanwezigheid van het wijkteam op school is een ander belangrijk bestanddeel van het School Zorg Team. Volgens respondenten zorgt dit voor betere afstemming tussen het wijkteam en de school, meer betrokkenheid van het wijkteam in casuïstiek, en voor de mogelijkheid om snel en kort met elkaar over kleine vraagstukken te sparren.

Verder zorgt het ervoor dat het wijkteam zichtbaarder wordt voor ouders en dat zij daardoor gemakkelijker bij het wijkteam terecht kunnen met een vraag en dat het wijkteam daardoor ‘niet als iets zorgwekkends wordt gezien door ouders’. Daarnaast beschrijven respondenten ook voorwaarden voor een goed functionerend School Zorg Team. Zo benoemen meerdere respondenten het belang van heldere communicatie. Communicatie moet open, transparant en duidelijk zijn zodat goede afstemming kan plaatsvinden. Ook is het volgens de respondenten van belang om als School Zorg Team een gedeelde visie te hebben. Dan kunnen goede afspraken worden gemaakt over de doelen van de samenwerking, de manier waarop deze doelen behaald kunnen worden en wie waar verantwoordelijk voor is. Verder kaarten sommige respondenten het belang van een proactieve houding van professionals in het School Zorg Team aan. Het denken in oplossingen, bereid zijn om met een andere professional mee te denken en een flexibele houding zorgt voor het ontstaan van een gedeelde verantwoordelijkheid. Tot slot wijzen respondenten op het belang van het betrekken van ouders bij het bespreken en realiseren van benodigde ondersteuning voor hun kinderen. Ook dit vormt een belangrijke voorwaarde.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

37

Open, betrokken, proactieve en flexibele houding van teamleden In verschillende interviews komt ook de samenwerkingshouding naar voren waarover teamleden van een School Zorg Team moeten beschikken, omdat die van belang is voor een succesvolle samenwerking. Daarbij worden uitspraken gedaan als ‘open staan voor elkaars expertise’, ‘niet op elkaars stoel gaan zitten’, ‘buiten de lijntjes durven kleuren als dat nodig is’ en ‘doen wat nodig is’. Samengevat wijst men op een open, bij het kind en elkaar betrokken, proactieve en flexibele houding. Enige ervaring helpt daarbij, zo geeft men aan. Dat geldt zeker voor de wijkteammedewerker-op-school, omdat deze een relatief nieuwe positie inneemt in de school en deze, in samenwerking met de anderen, dus deels nog moet uitdenken en vormgeven. Een voorbeeld dat is genoemd door een schoolmaatschappelijk werker en aantoont wat de meerwaarde is van enige flexibiliteit: “Ik had met een ouder afgesproken om samen een school te bezoeken waar haar kind misschien naartoe zou gaan. De afspraak stond al, maar ik kon op de dag zelf niet omdat ik ziek was. Dan vraag ik gelijk of [naam van ander teamlid] met de ouder de school kon bezoeken, omdat het belangrijk was dat de afspraak door zou gaan. Zij zei gelijk ja en is toen gegaan. Dat heb je nodig.

Dat je dan niet denkt, dit hoort niet bij mijn taak, maar dat je denkt dit is nodig.” Faciliterende rol voor betrokken leidinggevenden Met het School Zorg Team zijn op sommige scholen nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen professionals of is de bestaande samenwerking geïntensiveerd. Hierboven schetsen we welke samenwerkingshouding van belang. In een van de interviews wordt ook de rol van de leidinggevenden van betrokken partijen hierbij genoemd. Om de samenwerking vorm te geven, is enige flexibiliteit van belang in de opstelling van betrokken professionals. Die ruimte kan een professional alleen nemen als deze hier niet direct op wordt afgerekend door de leidinggevende. In een van de interviews wordt dit als volgt aangegeven: “Om goed op elkaar te kunnen aansluiten in een samenwerking, zul je samen moeten kijken hoe je het aanbod dekkend maakt. Af en toe moet er buiten het boekje getreden worden, zodat gaten tussen het aanbod van de een en de ander gedicht worden. Om dat te kunnen doen, is het belangrijk dat iemand daar niet op afgerekend wordt door de leidinggevende. Wanneer een wijkteammedewerker bijvoorbeeld niet kan opschalen omdat haar leidinggevende dit tegenhoudt vanuit de eigen organisatie, dan loopt het spaak.”

38

Oberon

Aanwezigheid → nabijheid → bekendheid → vertrouwen → toegankelijkheid De aanwezigheid van wijkteammedewerkers-op-school en de uitbreiding van de aanwezigheid van de schoolmaatschappelijk werkers hebben een positief effect op de toegankelijkheid die zowel ouders als leerlingen ervaren. Doordat personen meer aanwezig zijn op scholen, zijn ze nabijer voor ouders en worden ze een bekend gezicht. Hierdoor ontstaat ruimte voor informeel contact waardoor ouders minder wantrouwig tegenover deze personen en de organisaties waarvoor zij werken staan. Er ontstaat gemakkelijker vertrouwen van ouders in deze personen. Daarmee worden deze personen door ouders als toegankelijker ervaren en stellen zij gemakkelijker een hulpvraag aan hen. Een schoolmaatschappelijk werker schetst als voorbeeld dat ze een moeder vaak gedag zegt en grapjes met haar maakt. Zelf kan de smw-er geen Arabisch spreken, dus leert de moeder haar af en toe een woordje Arabisch. Hierdoor is een goede band ontstaan. Moeder heeft inmiddels een vraag op financieel gebied aan de schoolmaatschappelijk werker gesteld en ze hebben een afspraak gemaakt waarin de smw-er moeder op weg kan helpen. Ook voor leerlingen is de smw-er een bekend gezicht en zij zien haar als juf van de school.

Een schoolmaatschappelijk werker zegt hierover het volgende: “Wanneer leerlingen bij mij aangemeld worden, is de eerste stap normaalgesproken om kennis te maken en te zorgen dat leerlingen zich veilig bij mij voelen. Deze eerste stap vereist nu minder inspanning, omdat kinderen mij al kennen.”

Stabiliteit en een persoonlijke klik tussen teamleden Dat het gedurende langere tijd met dezelfde professionals in een team werken bijdraagt aan het functioneren van een School Zorg Team komt ook uit de interviews naar voren. Dat blijkt onder andere blijkt uit de volgende interviewfragmenten: “We hebben de mazzel dat er al langere tijd dezelfde mensen zijn en dat er echt een klik is.” “We werken vanuit verbinding en vertrouwen, maar als er een nieuw iemand aansluit is er tijd nodig om die mee te nemen in afspraken.” “Het zijn ook echt leuke mensen [ib-er en wijkteammedewerker-op-school]. Als we elkaar zien, vraag ik eerst naar het weekend bijvoorbeeld. Ik ben ook echt geïnteresseerd in hoe het gaat. Het is niet zo dat we dan een hele ochtend alleen maar bakkies doen, maar het helpt wel als je het ook echt goed met elkaar kan vinden.”

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

3.2

39

Inventarisatie kwantitatieve dataverzameling

Gezien het voornemen om de School Zorg Teams ook na 2023 te laten blijven bestaan en sommige beoogde effecten pas op langere termijn zichtbaar worden, stelden we voor om te inventariseren welke kwantitatieve gegevens kunnen worden gebruikt om de op langere termijn beoogde effecten van School Zorg Teams te monitoren. In ons onderzoeksvoorstel gaven we aan dat we ons op de indicatoren die in het monitorkader (zie Bijlage 1) onder outcome staan zouden richten. Echter, ook data gericht op de andere indicatoren zijn mogelijk van meerwaarde om langere tijd te monitoren. Voor de inventarisatie van monitormogelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van kwantitatieve data die reeds worden verzameld, spraken we met de dataspecialisten van samenwerkingsverband PPO Rotterdam en gemeente Rotterdam. De uitkomsten van de gesprekken presenteren we hier. Uit gesprekken met de dataspecialisten blijkt dat verschillende data beschikbaar zijn. In Bijlage 2 is voor de indicatoren die in het monitorkader onder outcome stonden, opgenomen welke kwantitatieve gegevens worden verzameld, op welke momenten en in wiens beheer gegevens zijn. Hier zoomen we op deze data in en de mogelijkheden die deze bieden voor monitoring en knelpunten die zich daarbij voordoen.

Data over de extra capaciteit vanuit het School Zorg Team Vanuit het project wordt per team bij de start een startoverleg gevoerd door projectmedewerkers en de teamleden van de school, schoolmaatschappelijk werk, de wijkteammedewerker-op-school en de schoolcontactpersoon van het betrokken samenwerkingsverband passend onderwijs. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt, dat digitaal wordt vastgelegd. Hierin staat onder andere informatie over de volgende input-indicatoren: Betrokken teamleden in het School Zorg Team en hun functies; Omvang van de aanstelling van elk teamlid van het School Zorg Team voor desbetreffend team. Hoewel bovenstaande gegevens worden geregistreerd, bieden ze geen actueel beeld van de input. Dat komt omdat het startoverleg voor elk School Zorg Team op een ander moment plaatsvindt en omdat deze gegevens enkel gaan over de situatie tijdens het startoverleg, ze zijn dus niet up-to-date. Bovendien worden gegevens niet in één bestand geregistreerd, maar voor elk team in losse bestanden. Hierdoor kan niet in één oogopslag een overkoepelend beeld van alle School Zorg Teams verkregen worden of kunnen gemiddelden gemakkelijk worden berekend. Data over de inzet van hulp Als het gaat om de inzet van hulp, zijn eveneens data beschikbaar.

De dataspecialist van gemeente Rotterdam die bij het project School Zorg Teams betrokken is, ontvangt ook data die zicht geven op: het aantal afgegeven jeugdhulpbeschikkingen; de instroom bij de organisaties van schoolmaatschappelijk werk; de instroom bij de wijkteams. De instroomaantallen zijn in principe beschikbaar per school, míts de school bij de registratie van de instroom door de schoolmaatschappelijk werker of wijkteammedewerker wordt vermeld. Daarbij merkt de specialist op dat instroom mogelijk op verschillende manieren wordt gedefinieerd door de verschillende organisaties die schoolmaatschappelijk werk aanbieden. Daardoor is niet duidelijk wat het aantal van bijvoorbeeld 10 keer instroom precies betekent. Gaat het om 10 aanmeldingen, om 10 ondersteuningstrajecten die zijn gestart en kunnen er tegelijkertijd meerdere instroomaantallen betrekking hebben op eenzelfde kind?

40

Oberon

Om te kunnen volgen wat het volume van de betrokkenheid van PPO bij ondersteuningstrajecten van leerlingen is, hebben we gevraagd naar gegevens over betrokkenheid van PPO bij kindtrajecten. De dataspecialist van PPO gaf aan dat de registratie van hulpvraagtitels en de inzet van aanpakken zich om meerdere redenen niet goed leent om hierover iets te kunnen zeggen. De registratie van hulpvragen in KindKans kan bijvoorbeeld niet worden gebruikt om aan te geven bij hoeveel kinderen PPO betrokken is, omdat scholen geregeld meerdere vragen voor eenzelfde kind registreren en aanvullende gegevens niet bijvoegen bij een bestaande hulpvraag die ze hebben aangemaakt. Ook is KindKans bijvoorbeeld wel gekoppeld aan het Leerlingvolgsysteem ParnasSys maar niet aan ESIS. Hierdoor is het niet mogelijk om bij scholen die met ESIS werken vaste hulpvraagtitels af te dwingen op basis waarvan zou kunnen worden geanalyseerd. Data over het aantal thuiszitters en verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs Data die verder door PPO worden verzameld, zijn opgenomen in twee dashboards: een intern en extern dashboard. Gegevens waarvan gebruik wordt gemaakt in de dashboards komen uit KindKans. In dit registratiesysteem voeren de schoolcontactpersonen en ouderfunctionarissen van PPO gegevens in. Het interne dashboard wordt elke week bijgesteld o.b.v. de gegevens, het externe dashboard eens per maand.

Op het externe dashboard wordt een kwaliteitscontrole gedaan door de dataspecialist. Er wordt gecheckt of gegevens juist en volledig zijn ingevuld volgens gemaakte afspraken. Data die in het dashboard van PPO staan en die relevant zijn om te monitoren, zijn: het aantal thuiszitters; de duur van thuiszitten weergegeven voor het aantal leerlingen; redenen voor thuiszitten weergegeven voor het aantal leerlingen; het aantal afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen naar het speciaal (basis)onderwijs en hoogte van toelaatbaarheidsverklaringen In de dashboards van PPO kan worden gefilterd op het tonen van gegevens per schoolbestuur, per vestiging, op wijk en op Onderwijs Arrangeer Team. Het is mogelijk om ook een filter in te bouwen om op School Zorg Teams te zoeken. De dataspecialist geeft aan dat dit kan door per BRINVEST aan te geven of een school wel of geen School Zorg Team heeft. Om dat te doen, heeft de dataspecialist een document nodig met de BRINVEST van scholen die een School Zorg Team hebben. Desgewenst zou de projectgroep van de School Zorg Teams deze informatie aan de dataspecialist van PPO kunnen verstrekken. Privacy Voor de verwerking en uitwisseling van data die worden verzameld, is een belangrijk aandachtspunt het waarborgen van de privacy van individuen.

Zeker bij thuiszitters, inzet van basisvormen van hulp, verwijzingen naar het speciaal onderwijs en verwijzingen naar specialistische inzet van hulp gaat het bij scholen vaak om kleine aantallen, waardoor gegevens snel te herleiden zijn naar individuen. Om privacy-redenen acht de dataspecialist van PPO het daarom niet wenselijk om data die PPO verzamelt en waarvoor PPO verantwoordelijk is zonder meer aan te leveren aan anderen om daarin een koppeling met andere data te kunnen maken. Hetzelfde geldt voor data waarover gemeente Rotterdam beschikt.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

41

Voor het monitoren van de ontwikkelingen van de School Zorg Teams kan het echter wel waardevol zijn om de verschillende data op BRINVEST te kunnen samenbrengen. Indien dat nodig is, vergt dit heldere afspraken tussen betrokken partijen over welke gegevens men uitwisselt en over de verwerking van gegevens.

42

4

Oberon

Conclusies en aanbevelingen

In de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 zijn er in totaal 62 basisscholen gestart met een School Zorg Team. De uitkomsten van de vragenlijst geven een goed beeld van de ontwikkeling van de School Zorg Teams op de betrokken scholen en de ervaren meerwaarde daarvan. De interviews bieden verdiepend inzicht in ontwikkelingen. De inventarisatie van kwantitatieve data die al worden verzameld, biedt aanknopingspunten voor het monitoren van ontwikkelingen na afronding van dit onderzoek. Op basis van alle onderzoeksactiviteiten komen we tot antwoorden op de onderzoeksvragen. Die staan beschreven in de conclusies. Daarna volgen de aanbevelingen.

4.1

Conclusies

[Input] Inzet extra capaciteit 1.

Op welke manier wordt de extra inzet van schoolmaatschappelijk werk en het wijkteam op de scholen gerealiseerd? In hoeverre verloopt dit conform planning en plan; waarom wel of niet?

▪

De urenuitbreiding schoolmaatschappelijk werk is op het merendeel van de scholen gerealiseerd. Op een klein aantal scholen vond (nog) geen uitbreiding plaats. Voor het aantal uren smw per school worden maatwerkafspraken gemaakt, maar gemiddeld genomen was de inzet van smw op de scholen met een School Zorg Team na de urenuitbreiding 21 uur per week.

▪

Op het merendeel van de scholen is een wijkteammedewerker-op-school aangesteld. Op een klein aantal scholen (nog) niet of hebben ze die inmiddels niet meer. Soms betreft dat scholen waar al in 2021-2022 een startbijeenkomst heeft plaatsgevonden. Gemiddeld genomen is er 4 uur per week een wijkteammedewerker-op-school aanwezig. In ruim de helft van gevallen betreft dat een duobaan die door twee wijkteammedewerkers wordt ingevuld.

▪

Daar waar de ureninzet nog niet is gerealiseerd of lager is dan afgesproken, heeft dat volgens de betrokken directeuren vooral te maken met personele wisselingen en tekorten. Daarnaast wijzen enkelen van hen er op dat wijkteammedewerkers veel afwezig zijn of op andere momenten aanwezig zijn dan is afgesproken.

▪

Wat betreft de inzet van capaciteit wordt door betrokkenen ook de wens gedeeld om de schoolcontactpersonen PPO en het CJG nauwer bij het School Zorg Team te betrekken.

[Proces] Intensivering samenwerking onderwijs- en zorgprofessionals 2.

Aan welke doelen hebben professionals van de School Zorg Teams gewerkt binnen de geïntensiveerde samenwerking?

▪

De motieven van scholen om met het School Zorg Team te willen starten, hebben vooral betrekking op het bevorderen van de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Zij willen werken aan kortere lijnen, betere afstemming en laagdrempeligere hulp voor kinderen en ouders en hopen daarmee het handelingsvermogen van onderwijs- en zorgprofessionals te versterken en beter in te kunnen spelen op (steeds complexere) zorgvragen van hun leerlingen.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

43

▪

De geformuleerde doelen liggen in het verlengde daarvan. Veelgenoemde doelen zijn: het versterken van de samenwerking tussen professionals in het School Zorg Team; zorgleerlingen goed in beeld hebben, snel handelen en tijdig passende hulp bieden; ouders meer betrekken en hen een betere toegang tot hulp en ondersteuning kunnen bieden, waaronder armoedebestrijding.

▪

De overkoepelende doelen die door de initiatiefnemers van de School Zorg Teams zijn meegegeven, worden door de betrokkenen in hoge mate onderschreven. Het merendeel van hen wil veel aandacht geven aan de inzet op preventie, vroegsignalering, ouderbetrokkenheid en een heldere rol- en taakverdeling tussen onderwijs en zorg. Versterking van het aanbod aan sociaal-emotioneel leren in de school en de stijging van de tevredenheid van leraren krijgen relatief minder bijval. Dat wil echter niet zeggen dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen geen aandacht krijgt. Al voorafgaand aan de School Zorg Teams werd hier op veel scholen al een programma voor gebruikt dat de hele school hanteert.

3.

Welke activiteiten, instrumenten en interventies zijn/worden ingezet om deze doelen en de overkoepelende doelen (rol- en taakverduidelijking, ouderbetrokkenheid, verbinding preventief jeugdhulpaanbod en ondersteuning in de school) te bereiken?

▪

Een groot deel van de activiteiten in de afgelopen periode is gericht geweest op het bereiken en informeren van ouders. Onder meer door de zichtbaarheid van wijkteammedewerkers en schoolmaatschappelijk werkers op school te vergroten, bijvoorbeeld door deelname aan oudergesprekken, ouderbijeenkomsten, inloopspreekuren en aanwezigheid in de ouderkamer en op het schoolplein.

▪

Op verschillende manieren is gewerkt aan het versterken van de samenwerking tussen intern begeleiders, wijkteammedewerkers en schoolmaatschappelijk werkers. Bijvoorbeeld door het vaststellen van een vaste overlegstructuur maar ook door een duidelijke taakverdeling te hanteren. Daarbij zien we dat ib-ers over het algemeen betrokken zijn bij ondersteuningsvragen in de klas, smw-ers preventieve inzet leveren en benaderbaar zijn voor opvoedvragen van ouders en wijkteammedewerkers-op-school betrokken worden wanneer de ondersteuningsvraag gerelateerd is aan de thuissituatie of specialistische hulp.

▪

Het merendeel van de respondenten ervaart voldoende ruimte om het School Zorg Team inhoudelijk en organisatorisch zelf vorm te geven. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van kennisdeling en ervaringen van andere scholen.

[Output] Korte termijn effecten 4.

Wat zijn de gepercipieerde (eerste) effecten en resultaten van de School Zorg Teams voor kinderen en hun ouders?

▪

De respondenten zijn gemiddeld genomen redelijk positief over de meerwaarde van het School Zorg Team voor kinderen en ouders. Professionals noemen dat het dankzij het School Zorg Team lukt om de drempel voor ouders om hulp te zoeken te verlagen. Doordat personen meer aanwezig zijn op scholen, worden ze nabijer voor ouders. Zo ontstaat ruimte voor informeel contact en kan de weerstand van ouders ten aanzien van het wijkteam eventueel weggenomen worden.

5.

Wat zijn de gepercipieerde (eerste) effecten van de School Zorg Teams op het samenspel en de samenwerking tussen professionals in de School Zorg Teams, de school en jeugdhulp?

44

Oberon

▪

De respondenten zijn gemiddeld genomen redelijk tevreden over het functioneren van het School Zorg Team. Naarmate het School Zorg Team langer in de lucht is en wanneer beoogde extra capaciteit wordt gerealiseerd, lijkt de tevredenheid toe te nemen. Daarom is het goed om te volgen of die stijgende lijn doorzet naarmate het werken in het team vordert. Die tevredenheid komt voort uit de verbeterde samenwerking tussen professionals en uit de hiervoor genoemde resultaten voor kinderen en ouders. De betrokken professionals ervaren dat zij elkaar beter en sneller kunnen vinden, hun expertise kunnen delen en samen kunnen bepalen welke zorg kinderen en ouders nodig hebben en wie dat kan leveren.

▪

Ruim de helft van de respondenten vindt dat de taken van school, schoolmaatschappelijk werk, wijkteam en PPO dankzij het School Zorg Team beter op elkaar worden afgestemd. De lijnen zijn korter geworden waardoor professionals sneller en makkelijker met elkaar kunnen sparren. Of het School Zorg Team ook resulteert in meer tijd voor kerntaken van onder meer intern begeleiders en leerkrachten, daarvan zijn veel minder mensen overtuigd.

▪

De meeste betrokken professionals ervaren geen afname van de werkdruk als gevolg van het School Zorg Team. Een groot deel van de wijkteammedewerkers-op-school ervaart wel dat het werkplezier toeneemt door het School Zorg Team. Door het toegenomen gevoel van een gedeelde verantwoordelijkheid voelen de professionals zich toch verlicht in het werk.

6.

Welke bevorderende en werkzame factoren dragen bij aan de effecten? En/of welke belemmerende factoren (zoals personele wisselingen) spelen een rol?

▪

De meest in het oog springende werkzame factor van het School Zorg Team is de fysieke aanwezigheid van wijkteammedewerkers en urenuitbreiding van schoolmaatschappelijk werkers op school. Dat gegeven heeft niet alleen een directe en positieve impact op de samenwerking tussen onderwijs- en zorgprofessionals maar maakt ook dat hulp voor ouders en kinderen een gezicht krijgt en gemakkelijker en eerder te vinden is.

▪

Een andere werkzame factor van het School Zorg Team is een open, betrokken en flexibele houding van de professionals. Men moet open staan voor en vertrouwen op elkaars expertise voor een succesvolle samenwerking.

▪

Belemmerende factoren zijn er ook, wat overigens niet verwonderlijk is in de beginfase van een innovatie als de School Zorg Teams waarbij werkroutines van verschillende disciplines met elkaar worden verbonden. We zetten de belangrijkste daarvan in de vorm van aandachtspunten op een rij: Vaste gezichten en een stabiele bezetting van het School Zorg Team zijn essentieel. Personele wisselingen moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Het versnipperen van een beperkt aantal uren over meerdere wijkteammedewerkers of schoolmaatschappelijk werkers is niet raadzaam. Aanwezigheid op school op afgesproken tijden is een vereiste evenals een fysieke werkruimte waar professionals voor collega’s, ouders en leerlingen te vinden zijn. Een afgeschermde werkruimte bovendien waar professionals ongestoord met kinderen en ouders kunnen werken. Een gedeelde en door iedereen gedragen visie, heldere doelen en afspraken over de samenwerking en de manier waarop die doelen bereikt kunnen worden en wie waarvoor verantwoordelijk is. Een proactieve houding van onderwijs- en zorgprofessionals, bereidheid tot samenwerken en kennisdeling, denken in oplossingen. Een efficiënte overlegstructuur. Niet te vaak en te veel overleggen, maar wel op vaste momenten en het voor langere tijd een hechte samenwerking aangaan en die laten groeien.

Inclusief mogelijkheden om schoolcontactpersonen PPO frequenter en eventueel ook CJG daar op aan te haken.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

-

45

Meer aandacht voor vroegsignalering door leerkrachten en voor preventie, problematiek eerder waarnemen en daarnaar handelen, voldoende tijd om casuïstiek met elkaar te bespreken en op te pakken. Gedegen communicatie met ouders. Heldere informatie over de nieuwe opzet en gezichten, aanspreekpunten en ouders vanzelfsprekend betrekken bij casuïstiekbesprekingen. Goede privacyregeling en duidelijkheid over omgang met privacygevoelige informatie. Duidelijkheid over de mogelijkheid voor wijkteammedewerkers om postcodeloos te kunnen werken voor alle leerlingen van de school.

-

[Outcome] Lange termijn effecten 7.

Welke effecten worden gezien en/of verwacht op de volgende indicatoren? a. Afname van de inzet van zwaardere vormen van jeugdhulp. b. Afname van wachtlijsten in de jeugdhulp. c. Afname van werkdruk onder professionals. d. Stijging tevredenheid onder leerkrachten.

Het is nog te vroeg om lange termijn effecten in kaart te kunnen brengen. Wel zien we dat de betrokkenen voorzichtig optimistisch zijn. Veel respondenten zijn van mening dat het School Zorg Team nu al bijdraagt aan het bereiken van hun doelen, waarbij ze werken aan hun onderlinge samenwerking en hulp op maat voor kinderen. De verwachtingen op de langere termijn zijn vooralsnog bescheiden. Ongeveer een derde deel van de respondenten verwacht dat de inzet van zwaardere jeugdhulp dankzij het School Zorg Team kan afnemen. Maar de verwachtingen ten aanzien van een afname van de wachtlijsten in de jeugdhulp of het aantal doorverwijzingen zijn niet hooggestemd. Of het School Zorg Team op de langere termijn een positieve impact heeft op de werkdruk van professionals en op tevredenheid van leerkrachten, is nu nog niet duidelijk.

4.2

Aanbevelingen

Een goede verbinding tussen onderwijs en zorg wordt door alle betrokken professionals van belang geacht. Dat het vormen van een School Zorg Team hieraan een waardevolle bijdrage kan leveren, wordt eveneens breed onderschreven. Het continueren van de School Zorg Teams en de daarmee beschikbaar gekomen extra capaciteit in de vorm van een wijkteammedewerker-op-school en de extra uren voor schoolmaatschappelijk werk, lijkt dan ook een goede keuze. Met het oog op de continuering van de School Zorg Teams en op basis van de bevindingen uit dit onderzoek, doen we daarbij enkele aanbevelingen. 1.

Zet in op de realisatie van de beoogde extra capaciteit. Een School Zorg Team bestaat in principe in elk geval uit een intern begeleider van de school, schoolcontactpersoon van samenwerkingsverband passend onderwijs, een schoolmaatschappelijk werker en een wijkteammedewerker-op-school. Uit het onderzoek blijkt echter dat dit nog niet overal het geval is of dat dit niet meer het geval is, om uiteenlopende redenen. De (extra) aanwezigheid van teamleden lijkt echter essentieel voor het ervaren succes. Zet daarom in op het realiseren van de beoogde extra capaciteit.

46

Oberon

2.

Breid het School Zorg Team uit met het CJG. Aan elk School Zorg Team nemen in elk geval vier professies deel, zoals hierboven staat beschreven. Elk van deze professies brengt eigen expertise met zich mee die waardevol wordt geacht. Teams achten het waardevol als Centrum Jeugd en Gezin zich nog bij hen aansluit, omdat professionals van het CJG beschikken over aanvullende expertise die soms gemist wordt. Bij sommige teams gebeurt dit al en dit wordt als zeer waardevol ervaren.

3.

Geef kaders mee, maar bied ruimte voor flexibiliteit van professionals. Om een goede aansluiting tussen onderwijs en zorg mogelijk te maken, hebben betrokken professionals ruimte nodig om de samenwerking samen vorm te geven. Dat vergt maatwerk. Enige flexibiliteit is daarbij geboden. Het is daarbij van belang dat leidinggevenden hun professionals deze ruimte bieden. Geef richtlijnen mee en houdt professionals scherp op hun beroepscode, maar bied ruimte aan professionals om taken samen op te pakken.

4.

Monitor de ontwikkelingen van de School Zorg Teams. De School Zorg Teams zijn op verschillende momenten van start gegaan en ontwikkelen zich gaandeweg. Gezien de doelen die met de School Zorg Teams worden nagestreefd op korte termijn maar zeker ook op langere termijn, is het van belang om ontwikkelingen en opbrengsten ook de komende tijd te blijven monitoren. Het overzicht in Bijlage 2 biedt daarbij een goed startpunt. In een monitor dient in elk geval aandacht uit te gaan naar de volgende punten: •

Nauwgezet volgen in hoeverre de beoogde inzet van de School Zorg Teams wordt gerealiseerd, zodat successen (en het eventueel uitblijven daarvan) kunnen worden geduid. Richtinggevende vragen daarbij zijn: a) Nemen de beoogde professies inderdaad deel aan het SZT? b) In hoeverre vinden er personele wisselingen plaats in het SZT? c) In hoeverre wordt de beoogde extra capaciteit van smw en het wijkteam gerealiseerd?

•

Nauwgezet volgen van data die inzicht geven in hoe de inzet van hulp op de scholen met een SZT zich ontwikkelt. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van data die gemeente Rotterdam ontvangt van de organisaties voor schoolmaatschappelijk werk en van de wijkteams. Ten behoeve van de duiding geven we daarbij de volgende aandachtspunten mee: a) Wijs de schoolmaatschappelijk werkers en wijkteammedewerkers erop dat zij de school registreren wanneer zij de instroom van leerlingen registreren. b) Vraag de organisaties die schoolmaatschappelijk werk aanbieden op scholen om te definiëren wat zij onder instroom verstaan. Trek indien mogelijk 1 lijn in de definitie die hiervoor wordt gehanteerd. c) Definieer wat onder instroom bij het wijkteam wordt verstaan. d) Monitor of peil tussentijds hoe de inzet van de schoolcontactpersoon van het samenwerkingsverband passend onderwijs zich ontwikkelt.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

•

47

Nauwgezet volgen van ontwikkelingen op het gebied van thuiszitten, verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs en jeugdhulpbeschikkingen op de scholen die werken met een SZT. a) Voorzie de dataspecialist van PPO van een overzicht met de BRIN van de scholen die werken met een School Zorg Team. b) Heb oog voor de herleidbaarheid van gegevens en maak heldere afspraken over de omgang en verwerking van privacygevoelige data.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

49

Bijlage 1 Monitorkader Op basis van de onderzoeksvragen in de opdrachtbeschrijving is voor het onderzoek het volgende monitorkader opgesteld. Figuur A. Monitorkader

*

Langetermijneffecten worden niet binnen de scope van dit onderzoek in kaart gebracht. Wel is er aandacht voor verwachte effecten op langere termijn, waarbij het goed is om aan te geven dat deze effecten afhangen van meerdere factoren.

Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept

51

Bijlage 2 Overzicht kwantitatieve dataverzameling t.b.v. langere termijn monitor Indicator

Verzamelde gegevens

Maat van meten

Eenheid/niveau waarop gegevens beschikbaar zijn

Meetmomenten

Beheerder gegevens

Aantal aanmeldingen

Per vestiging (BRIN) waar de leerling is ingeschreven mits geregistreerd door smw

Continu actueel

Gemeente R’dam

Aantal lopende casussen waarbij schoolmaatschappelijk werk betrokken is

Aantal lopende casussen

Per vestiging (BRIN) waar de leerling is ingeschreven mits geregistreerd door smw

Continu actueel

Gemeente R’dam

Aantal aanmeldingen bij de wijkteams

Aantal aanmeldingen

Continu actueel

Gemeente R’dam

Aantal lopende casussen waarbij wijkteam betrokken is

Aantal lopende casussen

Continu actueel

Gemeente R’dam

Aantal afgegeven jeugdhulpbeschikkingen

Aantal afgegeven jeugdhulpbeschikkingen

Per vestiging (BRIN) waar de leerling is ingeschreven mits geregistreerd door wt Per vestiging (BRIN) waar de leerling is ingeschreven mits geregistreerd door wt Per individueel kind

Continu actueel

Gemeente R’dam

[Outcome] Beoogde lange-termijn-effecten Afname Aantal aanmeldingen bij zwaardere inzet schoolmaatschappelijk werk van jeugdhulp

Mogelijk ook per wijk

Beschikbaar in Excel

52

Afname van de wachtlijsten in de jeugdhulp Afname doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs

Afname thuiszitters

Oberon

Worden geen gegevens op een centraal punt over verzameld. Aantal afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen

Omvang absoluut verzuim

Aantal afgegeven tlv’s weergegeven per soort. Soorten: - TLV SBO laag - TLV SBO midden - TLV SBO hoog - TLV SO laag - TLV SO midden - TLV hoog

Aantal leerlingen

Per vestiging waar de leerling is ingeschreven - BRIN Per schoolbestuur. Per Onderwijsarrangeerteam van PPO (hierna: OAT). OAT’s: - Hoogvliet Pernis - Charlois - Delfshaven - Feijenoord - Hillegersberg Overschie Schiebroek - Centrum-Noord - IJsselmonde - Prins Alexander - Kralingen Crooswijk - Extern - Onbekend Voor hele samenwerkingsverband, bij absoluut verzuim

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=84227b29-32ff-48ff-aa6e-a221f7d4cff2