CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002659] Raadsvoorstel over Vaststelling Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 gemeente Rotterdam

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 22 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Verordening Woonruimtebemiddeling10.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien de in het eerste lid, aanhef en onder b, genoemde omstandigheid het gevolg is van echtscheiding of beëindiging samenwoning, of deze situatie dreigt te ontstaan als gevolg van voorgenomen echtscheiding of beëindiging samenwoning, kan een urgentieverklaring op deze grond slechts worden verstrekt aan één van beide partners, op voorwaarde dat tot zijn of haar huishouding na de echtscheiding of de beëindiging samenwoning één of meer kinderen tot 23 jaar behoren. De (voorgenomen) echtscheiding of beëindiging samenwoning moet ten genoegen van het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan met officiële bewijsstukken worden aangetoond. 3. Onder woonlasten als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan alle kosten die het bewonen van woonruimte met zich meebrengt en die naar het oordeel van het bestuursorgaan direct te koppelen zijn aan het in eigendom hebben van woonruimte dan wel het huren van woonruimte. Artikel 5.4. Geweld en bedreiging 1. De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor als aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden: a. thans rechtmatig een zelfstandige woonruimte binnen de regio bewoont; en, b. er sprake is van ernstig psychisch of fysiek geweld, of bedreiging daarmee, wat tot gevolg heeft dat de aanvrager redelijkerwijs niet langer in zijn of haar huidige woonruimte kan blijven wonen. 2.

Het in het eerste lid, aanhef onder b, bedoelde geweld of de in het eerste lid, aanhef onder b, bedoelde bedreiging daarmee moet zich hebben voorgedaan binnen de regio. 3. Het in het eerste lid, aanhef en onder b bedoelde geweld of de in het eerste lid, aanhef en onder b bedoelde bedreiging daarmee moet aannemelijk gemaakt worden met een schriftelijke verklaring van de politie waaruit blijkt dat de aanvrager vanwege veiligheidsredenen niet meer in de huidige zelfstandige woonruimte kan blijven wonen. Artikel 5.5. Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor als de aanvrager: a. verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten; en, b. in verband met de aanstaande uitstroom uit die voorziening dringend behoefte heeft aan woonruimte en daarbij heeft aangegeven woonruimte te zoeken binnen een regiogemeente.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

23/26 23 april 2024 M2404-1054

Artikel 5.6. Mantelzorg 1. De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor als de aanvrager: a. naar het oordeel van het bestuursorgaan dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de regio omdat hij of een lid van zijn huishouden mantelzorg ontvangt van of verleent aan een inwoner van de regio; of, b. naar het oordeel van het bestuursorgaan dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de regio omdat hij of een lid van zijn huishouden duurzaam afhankelijk is van directe zorg geboden door een instelling. 2. Bij zijn beoordeling of sprake is van een dringende behoefte als bedoeld in het vorige lid, betrekt het bestuursorgaan de mate waarin de mantelzorg of de door de instelling geboden zorg noodzakelijk is voor het duurzaam zelfstandig of in diens huishouden laten wonen van de ontvanger van de mantelzorg of zorg. Artikel 5.7. Doorstroming vanuit opvanginstellingen 1. De in de titel.van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor indien: a. aanvrager woont in een instelling en daar een resocialisatietraject doorloopt of direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om een urgentieverklaring heeft doorlopen; b. naar het oordeel van het bestuursorgaan in voldoende mate in staat is om zelfstandig te kunnen wonen; c.

aanvrager direct voorafgaand aan het resocialisatietraject een aansluitend woonverleden heeft in één van de gemeenten binnen de woning marktregio; en d. er sprake was van zelfstandige woonruimte die door of tijdens de problematiek, die leidde tot het resocialisatietraject, verloren is gegaan, of terugkeer naar het laatste woonof inwoonadres op basis van een indicatie niet mogelijk is. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, kan een aanvrager met aansluitend woonverleden in een gemeente buiten de regio ook voor een urgentieverklaring in aanmerking komen indien: a; het door de instelling verzorgde traject binnen de regio doorlopen is; en, b. terugkeer naar de desbetreffende gemeente buiten de regio op grond van een indicatie niet mogelijk is; en, c. aan de overige voorwaarden genoemd in het eerste lid is voldaan. 3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde resocialisatietraject: a. is afgerond en er is geen zorg of nazorg nodig. Aanvrager is in dit geval in staat zelfstandig een huishouden te voeren; of, b. bestaat uit het verlenen van zorg of nazorg. Aanvrager is in dit geval wel in staat zelfstandig een huishouden te voeren, maar met begeleiding. 4.

De in het eerste en tweede lid bedoelde instelling stelt een rapportage op waarin een beschrijving wordt gegeven van het doorlopen of door te lopen resocialisatietraject en, voorzover de zorg of nazorg nog voortduurt, waaruit blijkt waaruit de te verlenen zorg of nazorg bestaat. Indien er sprake is van schuldenproblematiek als bedoeld in Bijlage III], dan moeten er regelingen zijn getroffen met de gemeente in de vorm van budgetbeheer of schulddienstverlening of er moet sprake zijn van bewindvoering. Het bestuursorgaan kent bij zijn beslissing op de aanvraag om urgentieverklaring zwaarwegend gewicht toe aan de rapportage. 5. De indicatie als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt afgegeven door de in het eerste of tweede lid bedoelde instelling-of door een adviseur als bedoeld in artikel 2.4, vijfde lid, van deze Bijlage. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, zesde lid, van deze Bijlage kan het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied beperkt worden tot de herkomstgemeente.

Blad: Datum:

Ons kenmerk:

24/26 23 april 2024 M2404-1054

Artikel 5.8. Herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor indien het huisvestingsprobleem van aanvrager wordt veroorzaakt door de aanstaande sloop of ingrijpende renovatie van de huidige woonruimte van aanvrager of de aanstaande herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is gelegen, waardoor aanvrager redelijkerwijs niet meer in diens woonruimte kan blijven wonen indien aannemelijk is dat de sloop of ingrijpende renovatie binnen 18 maanden zal plaatsvinden. Paragraaf 6. De herhuisvestingsverklaring Artikel 6.1. Reikwijdte van deze paragraaf Het bepaalde in deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de herhuisvestingsverklaring. Artikel 6.2. Inhoud van de herhuisvestingsverklaring 1. De herhuisvestingsverklaring bevat een zoekprofiel voor woonruimte. 2. Het zoekprofiel voor woonruimte bevat een woonruimtetype dat gelijkwaardig is aan dat van de huidige woning van aanvrager tenzij een passend maar niet-gelijkwaardig woonruimtetype tot een passender oplossing leidt voor de houder van de herhuisvestingsverklaring. 3. Het zoekprofiel bevat een zoekgebied. Het in het zoekprofiel op te nemen zoekgebied omvat de gehele regio. 4. De herhuisvestingsverklaring vermeldt in welke bemiddelingsmodellen de herhuisvestingsverklaring voorrang geeft. 5.

De herhuisvestingsverklaring vermeldt de uitverhuisperiode. Artikel 6.3. Fasen van de urgentie in geval van een herhuisvestingsverklaring 1. De eerste fase van de urgentie begint op het moment waarop de herhuisvestingsverklaring is verleend en eindigt als de helft van de uitverhuisperiode is verstreken. 2. De tweede fase van de urgentie begint als de eerste fase eindigt en eindigt als een derde deel van de uitverhuisperiode resteert. 3. De derde fase van de urgentie begint als de tweede fase eindigt en eindigt alseen zesde deel van de uitverhuisperiode resteert. Artikel 6.4. Zoeken door en bemiddelen van houders van een herhuisvestingsverklaring 1. De houder van een herhuisvestingsverklaring zoekt zelf via het aanbodinstrument naar woonruimte. De houder van de urgentieverklaring reageert daarbij op aangeboden woonruimte die voldoet aan het in zijn herhuisvestingsverklaring opgenomen zoekprofiel. 2. Zodra de tweede fase van de urgentie is aangevangen, doet een corporatie de houder van de herhuisvestingsverklaring een aanbod. De aangeboden woonruimte voldoet aan het in de herhuisvestingsverklaring opgenomen zoekprofiel.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

25/26 23 april 2024 M2404-1054

Bijlage II: Urgentieregio's Artikel 1. De regio heeft zes urgentieregio's. Artikel 2. 1. De urgentieregio Waterweg bestaat uit de gemeenten Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en het gebied dat samenvalt met de voormalige Rotterdamse deelgemeenten Hoek van Holland en Delfshaven. 2. De urgentieregio Noord bestaat uit de gemeente Lansingerland en het gebied dat samenvalt met de voormalige Rotterdamse deelgemeenten Overschie en Hillegersberg-Schiebroek. 3. De urgentieregio Oost bestaat uit de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en het gebied dat samenvalt met de voormalige Rotterdamse deelgemeente Alexander. 4. De urgentieregio Zuidrand bestaat uit de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk en het gebied dat samenvalt met de voormalige Rotterdamse deelgemeenten Charlois, Feijenoord, Hoogvliet en IJsselmonde. 5. De urgentieregio Voorne-Putten Rozenburg bestaat uit de gemeenten Westvoorne, Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en het gebied dat samenvalt met de voormalige Rotterdamse deelgemeente Rozenburg. 6. De urgentieregio Hart van Rotterdam bestaat uit de voormalige Rotterdamse deelgemeenten Delfshaven, Overschie, Hillegersberg-Schiebroek en Alexander en die delen van de gemeente Rotterdam die geen onderdeel zijn van een andere subregio. Artikel 3. 1.

Voor urgentieverklaringen en herhuisvestingsverklaringen verleend vóór het moment van inwerkingtreding van deze verordening, blijven gedurende een termijn van één jaar na inwerkingtreding van deze verordening de daarin overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015 opgenomen voorkeurssubregio's van kracht. 2. Na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn worden de in het eerste lid bedoelde urgentieverklaringen of herhuisvestingsverklaringen aangepast aan de nieuwe indeling.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

26/26 23april 2024 M2404-1054

Bijlage III: Schuldenproblematiek kan bij de mensen die met een beroep op artikel 5.7 van Bijlage I een urgentieverklaring aanvragen, in de weg staan aan een succesvolle uitstroom uit de in dat artikel bedoelde instellingen. Daarom stelt het vierde lid van dat artikel de voorwaarde, dat bij schuldenproblematiek regelingen met de gemeente zijn getroffen in de vorm van budgetbeheer of sprake is van schulddienstverlening of bewindvoering. Van schuldenproblematiek als bedoeld in artikel 5.7 van Bijlage I is sprake, wanneer zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoen: a. de aanvrager van de urgentieverklaring betaalt zijn of haar schulden niet af; b. de schulden van de aanvrager zijn onhoudbaar. Er wordt ook rekening gehouden met schulden van personen die tot het huishouden van aanvrager behoren of gaan behoren, zoals minderjarige kinderen. a. Niet afbetalen van schulden Hiervan is sprake als de aanvrager op het moment dat op de aanvraag besloten wordt, één of meer aflossingsverplichtingen niet is nagekomen. Het gaat hierbij uiteraard om aflossingsverplichtingen van schulden die nog steeds invorderbaar zijn, dus bijvoorbeeld niet om verjaarde schulden. b. Onhoudbare schulden Schulden moeten houdbaar zijn, anders kunnen schulden in de weg staan aan (duurzaam) zelfstandig wonen van aanvragers.

Het gaat hierbij uiteraard om aflossingsverplichtingen van schulden die nog steeds invorderbaar zijn, dus bijvoorbeeld niet om verjaarde schulden. Schulden zijn houdbaar als de aanvrager de aflossingsverplichtingen van schulden kan blijven nakomen en voldoende geld overhoudt voor vaste lasten en de andere kosten van levensonderhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=07ad269e-d130-4bce-83f7-3ca791792e18