CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002639] Wethoudersbrief Buijt over Actieplan buitenslapers – vragen commissie ZWCS 17-4-2024

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Actieplan Buitenslapers.3.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Zorg, Ouderen, Jeugdzorg Ronald Buijt Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Arwin Siermans Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport

Ons kenmerk: M2404-4168 - 24bo004503 Onderwerp: Actieplan buitenslapers – vragen commissie ZWCS 17-4-2024 Datum: 23 april 2024

Geachte commissieleden, Op 17 april jongstleden sprak uw commissie ZWCS over het actieplan Buitenslapers. U heeft mij gevraagd om, voordat u verder spreekt over het actieplan tijdens de raadvergadering op 25 april 2024, schriftelijk in te gaan op de door u in de eerste termijn gestelde vragen. Ik voldoe graag aan dit verzoek. Vanwege het grote aantal vragen zal ik de vragen zo veel mogelijk in samenhang met elkaar beantwoorden. Ik hoop hiermee recht te doen aan uw vragen en ben uiteraard bereid mijn antwoorden nader toe te lichten in eerdergenoemde raadsvergadering. Doelstelling en succesfactoren van het actieplan    

Wanneer is het actieplan buitenslapers succesvol? Hoe meten we de aanzuigende werking? Wordt de zorg geëvalueerd als succesfactor? Wanneer wordt het plan geëvalueerd?

De doelstelling van het actieplan buitenslapers is het aanzienlijk terugdringen van de (ervaren) overlast op straat. De in het actieplan opgenomen maatregelen zullen hier naar verwachting aan bijdragen. Graag deel ik met u de opbrengsten van de inzet, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling in het aantal buitenslapers, het aantal personen dat weer aan het werk geholpen is en het aantal EU-migranten die met onze inzet vrijwillig of gedwongen zijn teruggekeerd naar het land van herkomst. Deze opbrengsten geven een waardevol inzicht in de manier waarop en de mate waarin de uiteindelijke doelstelling (het terugdringen van de overlast) behaald wordt, en zijn kritische succesfactoren in het plan buitenslapers. Specifiek voor de laagdrempelige opvang voor EU-migranten geldt dat ik deze succesvol acht als het bijdraagt aan het verminderen van de overlast én geen aanzuigende werking heeft. Voor dit laatste wordt o.a. gekeken naar de nieuwe instroom van het aantal dakloze personen dat op straat en/of in de opvang wordt aangetroffen en signalen waar deze personen vandaan komen. Gedurende de opvangperiode zal continu gemonitord worden of de geboden ondersteuning de doelgroep bereikt en tot resultaten leidt, waardoor een oplossing geboden wordt voor hun uitzichtloze situatie op straat. Aan de hand hiervan kan de inzet tussentijds bijgesteld worden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/7 23 april 2024 M2404-4168

Een eerste (tussen)evaluatie van het plan zal plaatsvinden in Q4 van 2024. Hiervoor is gekozen om mogelijk tussentijds te kunnen bijsturen en een eerste beeld te kunnen krijgen van de benodigde financiële middelen bij eventuele verlenging van maatregelen voor het jaar erop. Het plan loopt over de jaargrenzen heen, waardoor dit begrotingstechnisch belangrijk is om te weten waar we rekening mee moeten houden. Betrokkenheid partijen bij het actieplan  

In de stuurgroep nemen vooral veiligheidspartners deel, is er ruimte voor meer zorgpartners, werkgevers, de doelgroep zelf/ervaringsdeskundigen? Hoe verlopen de gesprekken over de verantwoordelijkheden van (opvang)locaties?

Bij de start van de stuurgroep is in het bestuurlijk overleg (O)GGZ van de gemeente met de Rotterdamse GGZ, BW en MO instellingen afgesproken dat het Leger des Heils namens de andere (zorg)partijen zitting neemt in de stuurgroep. Nu het actieplan in een verder stadium is, lijkt het mij goed om dit besluit te heroverwegen en andere betrokken zorgpartijen (bijvoorbeeld Antes) aan de stuurgroep toe te voegen. Tevens zal ik stichting Barka vragen om deel te nemen aan de stuurgroep, als ervaringsdeskundigen en veldwerkers. Naast de stuurgroep worden ook individuele gesprekken met partners gevoerd, waaronder opvangaanbieders. In het actieplan wordt benoemd dat de verantwoordelijkheid van deze aanbieders niet ophoudt bij de voordeur van het pand. De aanwezigheid van een opvangvoorziening trekt de doelgroep naar bepaalde wijken. Het is niet de bedoeling dat bezoekers van opvangvoorzieningen voor of na hun bezoek gaan ronddwalen in de omgeving en daar overlast veroorzaken. Opvangaanbieders hebben ook een rol in het aanspreken van de doelgroep. De gesprekken met de aanbieders hierover verlopen constructief. Op enkele locaties is inmiddels besloten om beveiliging in te zetten om personen aan te spreken op ongewenst gedrag in en rondom de locatie. Omvang doelgroep EU-migranten 

Hoeveel dakloze EU-migranten zijn er in Rotterdam?

Hoewel de doelgroep van het actieplan niet enkel dakloze EU-migranten betreft, is dit wel relatief de grootste subdoelgroep. In de eerste drie maanden van dit jaar zijn per maand de volgende aantallen EU-migranten als buitenslaper en/of slaper in de winteropvang aangetroffen. Januari 2024 Februari 2024 Maart 2024 304 284 211 Hiervan zijn de volgende aantallen daadwerkelijk een keer als buitenslaper op straat aangetroffen. Januari 2024 Februari 2024 Maart 2024 170 189 175 Daarnaast verblijven op dit moment acht dakloze EU-migranten in de kortdurende opvang aan de Capelsebrug. Er verblijven nog een aantal dakloze EU-migranten in de reguliere opvang, omdat zij daar voldoende rechten voor hebben opgebouwd. Dit exacte aantal wordt niet bijgehouden, omdat er in deze gevallen geen onderscheid meer gemaakt wordt

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/7 23 april 2024 M2404-4168

tussen Nederlandse burgers en EU-burgers. Nieuwe laagdrempelige opvang voor EU-migranten inclusief zorg               

Wat is de wettelijke grondslag voor deze opvang en verandert het iets aan de rechten van een persoon? Hoe zijn we ertoe gekomen dat men drie maanden gewerkt moet hebben om in Rotterdam toegelaten te worden tot de opvang? Wat als mensen weigeren naar de opvang te gaan? Hoe verhouden opvang, begeleiding en zorg op locatie zich met elkaar? Welke organisaties zijn betrokken bij de begeleiding? Is er een dagbesteding? Is er administratieve ondersteuning? Als men terug aan het werk gaat, hoort daar een woning bij? Wat gebeurt er na de 6-8 weken? Wat als iemand gedurende het traject uitvalt? Welke criteria zijn er om iemand uit de opvang te zetten? Wat als het traject nog niet volledig is afgerond en iemand nog niet volledig is afgekickt of aan het werk geholpen? Hoe zorgen we ervoor dat mensen na de opvang niet opnieuw in de problemen geraken? Verwacht u dat 60 plekken voldoende capaciteit is? Bent u bereid een 0-meting rondom de opvanglocatie te doen i.o.m. de wijkraad? En hoe zorgen we ervoor dat er geen aanvullende overlast voor de buurt komt? Wat zijn de kosten voor de opvang en hoe wordt dit gedekt?

Uw commissie heeft verschillende vragen gesteld over de laagdrempelige opvang met 60 nieuwe plekken voor EU-migranten. Ik maak graag van deze gelegenheid gebruik om hier meer gedetailleerd op in te gaan. Daarbij moet ik opmerken dat er op dit moment nog hard wordt gewerkt aan de realisatie en exacte invulling en op onderdelen zaken nog nader uitgewerkt moeten worden. De laagdrempelige opvang is bedoeld voor buitenslapende EU-migranten die nog geen duurzaam verblijfsrecht in Nederland hebben opgebouwd. Deze opvang verandert niets aan de rechthebbendheid van personen. Personen die nog niet voldoende rechten hebben opgebouwd om aanspraak te kunnen maken op sociale (opvang)voorzieningen in Nederland, kunnen nu op basis van buitenwettelijk beleid toegelaten worden tot deze laagdrempelige opvang. Voor toelating tot de opvang hanteren we een termijn van drie maanden dat iemand minimaal in Rotterdam moet hebben geleefd. Dit is om te voorkomen dat personen bijvoorbeeld rechtstreeks uit land van herkomst hiernaartoe komen om gebruik te maken van de opvang Zorg- en veiligheidspartijen (zoals veldwerk, het stedelijk daklozen team, dagopvangmedewerkers, handhavers, politie) zullen dagelijks proberen dakloze EUmigranten vrijwillig toe te leiden naar de laagdrempelige opvang. Personen kunnen niet gedwongen worden om gebruik te maken van de opvang.

In deze 24-uursopvang wordt ruimte geboden om tot rust te komen en worden recreatieve activiteiten geboden. Ook wordt gekeken naar de rechten die een persoon in Nederland heeft opgebouwd en door verschillende partners (zoals de Nico Adriaan Stichting, Stichting Barka, Stichting Ontmoeting, Antes en straatdokters) toezicht, begeleiding en (verslavings-)zorg geboden om vrijwillig te werken aan een realistisch perspectief. Dit kan zijn (terug) aan het werk of vrijwillig en met ondersteuning terug naar land van herkomst. Om te voorkomen dat personen na het bereiken van het perspectief terugvallen in hun oude situatie, beoordelen

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/7 23 april 2024 M2404-4168

de zorgpartners de wijze waarop het perspectief voor die persoon het beste kan worden bereikt. Wanneer iemand bijv. geen netwerk meer heeft in land van herkomst waar hij/zij terecht kan, wordt gekeken of diegene kan re-integreren bij een community van Stichting Barka in land van herkomst. Wanneer men terug aan het werk gaat, zorgen de betrokken maatschappelijke partners dat hierbij tevens huisvesting wordt geregeld. Uiteraard zonder de gewraakte ‘koppelverkoop’. De beoogde verblijfsduur in de opvang is maximaal zes tot acht weken. Dit is een periode die – ook in overleg met onze samenwerkingspartners – voldoende wordt geacht om te werken aan perspectief. Deze periode is ook lang genoeg om een goede start te maken met een detoxtraject voor de deelnemers die daarvoor in aanmerking komen. We maken daarvoor gebruik van de expertise van Antes verslavingszorg die ambulante detoxtrajecten inzet. Antes selecteert de cliënten die hiervoor in aanmerking komen zodat we de kans op een succesvolle uitkomst verhogen. Antes werkt samen met de straatdokters, verpleegkundigen en Stichting Barka om een goed ambulant programma aan te bieden in deze periode. Als vervolgzorg nodig is, dan wordt daarvoor gezorgd. Niet voor iedereen zal in deze periode het traject ‘klaar’ zijn.

Zo is het bijvoorbeeld goed denkbaar dat in Nederland gestart is met een afkicktraject en dat daarna iemand – vrijwillig – wordt overgedragen aan een verslavingskliniek in land van herkomst voor verdere behandeling. De wachttijden in bijvoorbeeld Polen zijn hiervoor vele malen korter dan in Nederland. Mocht het onverhoopt toch niet binnen acht weken lukken om ondanks de medewerking van de persoon zelf tot een perspectief te komen, dan wordt samen met de maatschappelijke partners gekeken naar een geschikt vervolg (met eventueel beperkte verlenging van opvang). De opvang is echter niet oneindig en dat geldt tevens voor de mensen die uitvallen vanwege aanhoudende misdragingen of die blijven weigeren mee te werken aan perspectief. Voor hen zal de opvang beëindigd worden. Wanneer hier sprake van is, moet nog nader uitgewerkt worden met de samenwerkingspartners. Voor personen die (vervolgens) op straat voor overlast blijven zorgen is de inzet een traject gericht op gedwongen terugkeer naar land van herkomst. De beoogde locatie voor de 24-uursopvang is de Volkelstraat, waar ook de winterkouderegeling in de winterperiode plaatsvindt. Het pand wordt de komende periode verbouwd, waardoor de verwachting is dat zodra de winterperiode van start gaat, de winterkouderegeling goed gecombineerd kan worden met de laagdrempelige opvang voor EU-migranten.

Om het risico op overlast voor de buurt van de opvanglocatie zoveel mogelijk te beperken, worden de EU-migranten (net zoals de doelgroep tijdens de winterkouderegeling wanneer deze van kracht is) met een gesloten vervoerssysteem van en naar de locatie gebracht worden. Er zal daarnaast – zoals eerder beschreven – altijd bewaking, toezicht en hulpverlening op de locatie aanwezig zijn. De adviezen van de wijkraad en de beheercommissie worden in overleg met hen zoveel mogelijk opgepakt. Denk hierbij aan het uitvoeren van een nul- en vervolgmeting naar de ervaringen met de opvang door de buurt. De totale jaarlijkse kosten zijn voor de duur van de pilot begroot op ca. 5 miljoen. Het gaat om kosten voor de (huur van de) locatie, opvangkosten (zoals beveiliging en toezicht), vervoerskosten en kosten voor begeleiding gericht op perspectief. Het realiseren van de extra opvangplekken met een capaciteit voor 60 dakloze EU-migranten wordt financieel verwerkt in de Voorjaarsnota. Repressie  

Hoe zorgen we dat de handhaving wordt ingezet op ongewenst gedrag i.p.v. het afstraffen van mensen? Wat is de effectiviteit en wenselijkheid van boetes?

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/7 23 april 2024 M2404-4168

       

Zijn er dwangsommen aan de orde? Neemt u aanvullende maatregelen om het waterbedeffect door het opleggen van wijk- en gebiedsverboden tegen te gaan? Hoe voorkomen we waterbedeffect door extra inzet op hotspots? Hoeveel capaciteit is er beschikbaar bij politie en boa's voor terugkerende overlastgevers? Bij het drangtraject van de AVIM; hoeveel registraties zijn genoeg en kunnen leiden tot terugkeer? Wat betekent het versnellen van dit traject? Als iemand na uitzetting naar het land van herkomst terugkomt naar Rotterdam, wat gebeurt er dan? Is het bijhouden van registraties anders dan voorheen nu er laagdrempelige opvang is? Voor elke deelnemer wordt er een dossier opgebouwd en bijgehouden. Is dat anders dan we al doen?

Zoals eerder aangegeven zal, wanneer de inzet op vrijwillige oplossingen voor de buitenslapers niet voldoende blijkt te zijn om de overlastgevende situatie te doorbreken, ingezet worden op repressie. Het is mijn overtuiging dat, als dit plan slaagt, dit het gevolg is van zowel het bieden van meer en betere hulp en ondersteuning als het inzetten van effectievere repressie. In Rotterdam pakt de politie en Toezicht & Handhaving het repressieve deel op. Zij zullen personen die voor overlast zorgen aanspreken, waarschuwen, registreren, beboeten of aanhouden. Het is de discretionaire bevoegdheid van elk van hen om het juiste instrument op dat moment te kiezen. Daarbij erkennen we dat niet elk van deze gedraging even zwaar is. De repressieve inzet richt zich op personen die ernstige of aanhoudende overlast veroorzaken en/of die bewoners of ondernemers intimideren, lastigvallen of bedreigen. De komst van de laagdrempelige opvang heeft hier geen invloed op, al hoop ik natuurlijk wel dat de opvang ervoor zorgt dat er op termijn minder repressie nodig is. De toename van boetes afgelopen jaar wijt ik aan de sterk groeiende overlastgevende groep en de daardoor veroorzaakte noodgedwongen toename van inzet van onze veiligheidspartners. Elke interactie met een buitenslaper volgt een uniek traject.

Ik ben van mening dat, hoewel u terecht stelt dat niet enkel boetes, maar ook registraties voldoende zijn voor een drangtraject van de AVIM (Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel), boetes zinvolle instrumenten zijn om structurele overlastgevers aan te pakken. De beoordeling en afweging welk instrument op welk moment te gebruiken is niet aan mij. Dat is aan de professionals van de politie en de boa's van Toezicht & Handhaving. Als verder in het traject of proces van een buitenslaper blijkt dat eventueel opgelopen boetes een belemmering zijn om het leven weer op te bouwen dan wordt daar, net als nu, door de betrokken maatschappelijke partners aan een oplossing gewerkt. Schuldsanering en andere ondersteuning kan tot de mogelijkheden behoren. Last onder dwangsommen worden niet opgelegd aan dak- en thuislozen. Het drangtraject van de AVIM wordt ingezet wanneer een EU-burger niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Dan zetten we in op verplichte terugkeer naar land van herkomst. De IND toetst of een EU-burger op enige manier redelijkerwijs in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Op basis van het vreemdelingenrecht en de huidige jurisprudentie hierover is een opeenstapeling van vijf (overlast)registraties in een half jaar of tien overlastmeldingen in een jaar voldoende om iemands verblijfsrecht op te zeggen.

In de praktijk zijn het bijna altijd veel meer registraties, simpelweg omdat dit drangtraject gebonden is aan minimale wettelijk verankerde termijnen. In juridische zin kan een drangtraject dan ook niet worden versneld. In praktische zin kan het ‘voegen’ van registraties van o.a. boa`s voor versnelling na dossieropbouw zorgen. Het versnellen van het drangtraject daarna wordt tevens bereikt door Toezicht en Handhaving een grotere rol

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/7 23 april 2024 M2404-4168

in het proces te geven. Handhavers voeren momenteel een pilot uit waarbij zij in een nieuwe werkwijze met de AVIM gezamenlijk vorderingen aan EU-onderdanen uitreiken die in aanmerking komen voor uitzetting. Doordat Toezicht en Handhaving vaker deze doelgroep tegenkomt, en door de goede samenwerking met de AVIM, kan dit proces sneller afgerond worden. EU-burgers die zijn uitgezet kunnen, indien zij terugkeren, worden aangehouden en opnieuw worden uitgezet. De politie heeft te weinig capaciteit voor de vele prioriteiten. Toch hebben zij aangegeven als een aanzienlijk deel van de huidige buitenslapers van straat is, zij ruimte zien om de aanpak van de overgebleven buitenslapers die voor overlast blijven zorgen, samen met de gemeente te intensiveren. Er is een aantal boa's vanuit Toezicht en Handhaving in het centrum vrij gemaakt om op deze doelgroep te focussen. Indien nodig wordt er meegeschoven met een verplaatsing en/of verspreiding van de doelgroep. De gekozen werkwijze in het actieplan wijkt niet af van de bestaande manier van registreren of optreden. We willen een efficiëntieslag maken door het intensiveren van de samenwerking met ketenpartners - o.a. politie - en door een nog meer persoonsgerichte aanpak. Overige vragen  

Hoe zorgen we ervoor dat we ‘zorgmijders’ perspectief bieden? Wanneer kunt u ons informeren over de voortgang van de mogelijkheden om bemoeizorg/verplichte zorg ook in te zetten voor de groep daklozen zonder verblijfsrecht.

Als mensen structureel zorg mijden dan kan de gemeente bemoeizorg of - als laatste remedie - verplichte zorg inzetten. Het doel hiervan is om mensen (weer) gebruik te laten maken van het bestaande zorgsysteem en de situatie van buitenslapen en zorg mijden te doorbreken. De instrumenten bemoeizorg en verplichte zorg zijn in principe voor alle zorgmijdende buitenslapers inzetbaar. Het Stedelijk Daklozenteam (SDT) speelt een belangrijke rol in het inzetten van beide instrumenten voor de doelgroep. Het SDT is 5 jaar geleden gestart om samen met zorgprofessionals vanuit verschillende organisaties de groep zorgmijdende daklozen te behandelen en toe te leiden naar reguliere zorg. Ze bereiken goede resultaten. Momenteel verkennen we met de G4 de mogelijkheden om de verplichte zorg beter in te zetten. Ik verwacht daar eind dit jaar meer over te kunnen delen met uw Raad.  

Waarom wordt gekeken naar Skaeve huse 2? Wanneer kunt u ons informeren over de voortgang van Skaeve Huse 2 voor de rechthebbende doelgroep?

Voor Skaeve Huse 2 wordt dit jaar een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Ik verwacht hier in 2025 meer over te kunnen zeggen. Skaeve Huse 2.0 is gericht op het voorkomen van woonoverlast. Dus ook voor personen die op dit moment op straat leven, waarvan de verwachting is dat zij voor woonoverlast zullen zorgen als zij in een gewone woonomgeving worden geplaatst. Voor de huidige Skaeve Huse komen enkel Rotterdammers in aanmerking die vanwege het veroorzaken van woonoverlast uit hun huis worden gezet en als alternatief een woonplek in Skaeve Huse krijgen aangeboden als die persoon voldoet aan de criteria. Deze maatregel vraagt een wat langere doorlooptijd,

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/7 23 april 2024 M2404-4168

maar zie ik als een aanvullende oplossing voor de doelgroep rechthebbende buitenslapers. 

Heeft u een stand van zaken m.b.t. de Rechtentool?

De rechtentool wordt door de verantwoordelijke ministeries in samenspraak met de pilotgemeenten ontwikkeld en is naar verwachting in de zomer gereed en zal dan gepubliceerd worden. 

Wat zijn de criteria en op basis waarvan wordt bepaald of een gedetineerde binding heeft met de stad?

Binding van een gedetineerde met de stad wordt vastgesteld aan de hand van zijn laatst geregistreerde woonplaats. 

Bent u bereid andere hotspots van overlastplekken op te nemen, waaronder de markthalgarage – wat ziet u als oplossingen tegen prostitutie en uitbuiting etc.?

De Markthalgarage is privéterrein, daar worden in de basis geen publieke middelen zoals politie of boa`s ingezet. Het is primair iets voor de beheerder of eigenaar. Waar nodig en mogelijk ondersteunen we hun inzet. Bij constateringen van strafbare feiten en/of misdrijven kan de Politie onderzoek doen. Aangezien de gemeente in dit specifieke geval ook eigenaar is, nemen we ook in die rol deel aan de recent opgericht beheerscommissie / stuurgroep om zo samen aan oplossing/beheersing te werken. 

Is het mogelijk meer openbare toiletten te plaatsen in de stad voor daklozen?

Er zijn openbare toiletten in de stad. Daarnaast is het mogelijk om bij maatschappelijke partners naar het toilet te gaan. 

Om welke APV-bevoegdheden gaat het die de NS-boa's gaan krijgen en zouden de RET-boa's deze bevoegdheden dan ook niet moeten krijgen om overlast rond en op de stations zoals metrostation Zuidplein tegen te gaan?

APV Artikel 2:47 (hinderlijk gedrag openbare ruimte), 2:48 (overlastgevend drankgebruik), 2:49 (hinder in/bij gebouwen), 2:50 (hinder in publiek toegankelijke gebouwen). Als de RET dat wil en kan, dan is dat een mogelijkheid. Met vriendelijke groet,

Ronald Buijt Wethouder Zorg, Ouderen, Jeugdzorg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1af9925a-aa75-4bf7-89eb-4ec63ceee370