CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002425] Brief Jeugdhulp Rijnmond over P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 15 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Zorg35.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In de financieringsafspraken van de Hervormingsagenda is hiervoor geld apart gezet en het Ministerie van VWS is bezig hiervoor een specifieke uitkeringsregeling op te stellen. Er zijn nog geen toezeggingen over de hoogte van de uitkering, wel over dat kosten vergoed worden. Het Ministerie van VWS heeft eerder al een specifieke uitkeringsregeling getroffen voor de ontwikkeling van bovenregionale expertisenetwerken (BREN) en hiervoor geld beschikbaar gesteld aan de coördinerende gemeente Rotterdam ten behoeve van het hele landsdeel. Voor het hele landsdeel stelt Rotterdam naar verwachting € 3,7 mln. uit de BREN beschikbaar voor de transformatiekosten JH+. Daarvan is € 1,6 mln. voor regio Rijnmond beschikbaar als dekking voor de al door de GRJR gemaakte transformatiekosten. In bijlage B is de SISA-verantwoording opgenomen. Beide mogelijke opbrengsten zijn nog niet opgenomen in de voorlopig jaarrekening 2023. 21

2.3.3 Langdurig verblijf (Opdracht C) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil begroting vs. Realisatie 2023

€ 14.258.000

€ 15.466.000

€ 19.820.000

€ 17.598.000

€ 21.082.000

- € 1.262.000

Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C1 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C2 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C3 Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 554

Aantal jeugdigen 309

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.348 53

430 489

338 369

Aantal toewijzingen 129 127 177

Aantal jeugdigen 67 100 127

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.391 63 1.462 68 1.572 62

Aantal toewijzingen 407 287

Aantal jeugdigen 231 229

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.314 50 1.443 56

196

163

Aantal toewijzingen 18 11

Aantal jeugdigen 11 10

36

30

1.456 1.633

1.591

60 57

54

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.788 45 1.737 43 2.072

41

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

22

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in langdurig verblijf (opdracht C) Voor langdurig verblijf (opdracht C) is de realisatie 2023 iets hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 flink gestegen. Conform de stijging in realisatie over de afgelopen jaren is ook een stijging in het aantal jeugdigen in opdracht C te zien. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen van 2022 naar 2023. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (verder naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht fluctueert wat over de laatste jaren. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De stijging in aantal jeugdigen is binnen de verschillende opdrachten in C te zien bij de gezinshuizen (C1) en beschermd wonen (C3). In opdracht C wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 48 jeugdigen van de 369 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling langdurig verblijf (opdracht C) We zien dat de opdracht gegroeid is ten opzichte van 2022, dit geldt met name voor de opdrachten C1 en C3. Met name de stijging op C1 is in lijn met de ontwikkelopdracht dat we het aantal plekken in gezinshuizen willen laten groeien. Ook in opdracht C3 zien we een stijging, die we tot nu toe niet eerder gezien hebben.

Dit laat zich verklaren doordat voor opdracht C3 in de vorige contractperiode niet veel aanbieders gecontracteerd waren. Dit kan ook komen doordat vanaf deze contractperiode de combinatie opdracht C en opdracht E mogelijk is. Voorheen bleven deze jeugdigen waarschijnlijk onnodig lang in opdracht B. Verschuiving van B naar C is een gewenste ontwikkeling. Ook in opdracht C geldt dat de aanbieders aangeven dat de hulpvraag die deze jeugdigen hebben complexer is dan voorheen. Dat resulteert in een hoger weektarief. Alleen op opdracht C2 (KamerTrainingCentrum) zien we een daling van het aantal toewijzingen en jeugdigen. We merken dat het aanbod dat er is niet aansluit bij de vraag die de jeugdigen hebben wanneer ze toe zijn aan een volgende fase in hun leven. Dat zou kunnen betekenen dat deze jeugdigen onnodig lang in opdracht B blijven hangen. 2.3.4 Daghulp (Opdracht D) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 19.097.000

€ 24.405.000

€ 21.067.000

€25.693.000

€ 26.903.000

-€ 5.836.000

Jaar 2021 2022 2023

Aantal toewijzingen* 1.508 1.417 1.540

Aantal jeugdigen* 972 1.114 1.107

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 810 42 857 41 1.011 37

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)

23

a

Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in daghulp (opdracht D) Voor daghulp (opdracht D) is de voorlopige realisatie 2023 hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 toegenomen. Dat betekent dat de ambitie om de regionale hulp in deze opdracht financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is ook geen afname te zien het aantal jeugdigen of toewijzingen in daghulp (opdracht D) ten opzichte van voorgaande jaren. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (verder naar boven) worden bijgesteld. De toewijzingsduur van deze opdracht neemt iets af in 2023. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De hogere realisatie 2023 ten opzichte van de begroting 2023 kan te verklaren zijn door het niet realiseren van de ambitie om jeugdigen passende daghulp op lokaal niveau te leveren. Vanaf 1 januari 2023 hebben gemeenten immers veel daghulp zelf ingekocht. Regionaal is geen betrouwbaar overzicht hoe de uitnutting van de lokaal ingekochte daghulp is. In opdracht D wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 40 jeugdigen van de 1.107 in 2023.

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling daghulp (opdracht D) Deze opdracht omvat de inzet van (hoog) specialistische dagbehandelingen waaronder opgroeiproblematiek bij jonge kinderen, dagbehandeling van specifieke stoornissen voor kinderen onder de 12 jaar en medisch kinderdagverblijven. Daarnaast is daghulp voor de forensische doelgroep onderdeel van het regionale contract. Het verminderen van regionaal ingekochte daghulp als gevolg van inkoop van daghulp op lokaal niveau, wordt ook na het einde van de zorgcontinuïteit (30 juni 2023) niet gezien. De regionaal gecontracteerde systeemaanbieders zien steeds meer inzet op deze vorm van specialistische jeugdhulp. Er lijkt onder andere sprake te zijn van toename van dagbehandeling van het jonge kind (0 tot 6 jaar), de wachttijden hiervoor lopen op en zijn lang. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom uit regionaal gecontracteerde daghulp. Er is geen of onvoldoende afschaling naar lokaal omdat de lokale jeugdhulp (nog) niet (voldoende) beschikbaar of gecontracteerd is. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom naar speciaal en regulier onderwijs. Scholen zijn zeer terughoudend en wijzen bijvoorbeeld kinderen vanwege complexiteit af. En er zijn onvoldoende plekken in het speciaal onderwijs. Het risico is groot dat er (nog) meer kinderen thuis komen te zitten.

Om dit te voorkomen bestaat de kans dat de gemeente en aanbieder kiezen om het kind ‘’oneigenlijk’’ op het regionale contract in zorg te houden. Gedurende 2023 is verdere uitvoering gegeven aan de samenwerkingsafspraak dat regionale aanbieders aansluiten bij de bestaande subregionale overleggen tussen onderwijs en gemeenten (subregionale samenwerkingsverbanden onderwijs). Dit zal op termijn moeten leiden tot snellere uitstroom uit jeugdhulp in D naar onderwijs en vermindering van de instroom in D, doordat gemeenten lokale oplossingen inzetten en invulling geven aan de gezamenlijke ambitie van gemeente en passend onderwijs waarbij het de visie is dat iedere jeugdige nabij en passend onderwijs kan volgen vanuit een thuissituatie. 24

2.3.5 Ambulante hulp (Opdracht E) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil begroting vs. Realisatie 2023

€ 46.703.000

€ 52.103.000

€ 43.131.000

€49.000.000

€ 57.407.000

- € 14.276.000

Opdracht E1 (ambulante hulp) E2 (opt-out) en E3 (laag frequente medicatie)

Jaar*a

Aantal toewijzingen*

Aantal jeugdigen*

2021 2022 2023

16.495b 12.476 10.975

8.899 8.937 7.902

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 212 237 309

53 53 46

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in ambulante hulp, opt-out en laag frequente medicatie (opdracht E) Voor ambulante hulp, opt-out2 en laagfrequente medicatie (respectievelijk opdracht E1, E2 en E3) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot. Ook vergeleken met de realisatie 2022 is de realisatie 2023 hoger. Dat betekent dat de ambitie om deze opdracht regionaal financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. Er is wel een afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht E. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Het grootste deel hiervan betreft een afname van laag frequente medicatie (E3), het overige deel betreft een afname van ambulante hulp (E1). Beide worden sinds 2023 (deels) lokaal ingekocht. De daling van regionaal gecontracteerde zorg is echter minder groot dan verwacht. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog verder (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht neemt in 2023 af. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. In opdracht E wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 235 jeugdigen van de 7.902 in 2023.

2

Opt-out: als jeugdige en/of ouders geen toestemming hebben gegeven om informatie over de aard van de zorg te delen.

25

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in ambulante hulp (opdracht E) Ambulante hulp wordt ingezet in de thuissituatie, op de polikliniek of bijvoorbeeld op school. Het is een individuele of gezinsgericht (intensieve) behandeling of begeleidingsvorm waarbij het verblijf veelal gewoon nog steeds thuis is, maar het kan ook in combinatie met verblijf in opdracht C of in samenloop met pleegzorg. De kinderen blijven bij ouders wonen, maar krijgen hulp op een specifieke behandelvraag van een behandelaar of een behandelend team in de eigen omgeving. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Voor ambulante hulp zijn vanaf 2023 de twee laagste treden voor behandeling lokaal ingekocht. Uitstroom uit regionale hulp is echter niet te zien in de financiële resultaten. Het is wel zo dat de enkelvoudige medicatietrajecten (E3) volledig zijn overgedragen naar lokaal ingekochte aanbieders. Dit resulteert waarschijnlijk in de afname van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van opdracht E.

In de verwijssystemen in de regio Rijnmond is de reguliere verwijzing nog ingericht op ingekochte regionale partijen. Verwijzingen van huisartsen en medisch specialisten houden daarom vooralsnog onvoldoende rekening met de beschikbare lokale ambulante jeugdhulp. Om dit om te buigen zorgen de GGZ-aanbieders sinds 2023 voor extra triage. Voor kinderen vanuit de gemeente Rotterdam op de wachtlijst bij de regionaal gecontracteerde GGZ-aanbieders is er via een verdeeltafel gekeken hoe er gemakkelijk kinderen geholpen konden worden door lokale aanbieders. De GGZ-aanbieders geven aan dat dit heeft geresulteerd in het helpen van ongeveer 60 kinderen via lokale contracten. Het weektarief is gestegen en aanbieders geven aan dat dit komt door een verzwaring van de zorgvraag. Het is niet meer mogelijk om de lage behandeltreden toe te wijzen en de aanname is dat hierdoor ook een kostenstijging heeft plaatsgevonden. Zowel verwijzers als zorgaanbieders herkennen het beeld van deze aanname. 2.3.6 Crisishulp (Opdracht F) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 8.644.000

€ 8.730.000

€ 8.795.000

€ 7.748.000

€ 8.290.000

€ 505.000

Jaar

Ambulante Crisishulp*

Crisispleegzorg*

Crisisopvang*

Totaal*

2021 2022

333 259

119 103

302 256

754 618

2023** *Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder **Cijfers m.b.t. Q3 en Q4 2023 nog niet ontvangen

26

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Voor crisishulp werken we binnen de GRJR met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. Dat kan betekenen dat wel gefinancierd wordt (voor de beschikbaarheid van personeel en bedden), maar niet benut (bij een lagere zorgvraag). In 2023 is er voor deze opdracht voor € 8,3 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er was echter hoger begroot. Dat betekent dat in 2023 € 505.000 over blijft op het begrote budget voor crisishulp. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er een coördinatieteam opgericht door de zeven systeemaanbieders die aansluiten bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).

Inhoudelijke doelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen "Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is". Het crisisaanbod dient te allen tijde beschikbaar te zijn voor jeugdigen die nog niet in zorg zijn via een arrangement bij een systeemaanbieder. Dat is dit jaar wederom gelukt. De voorlopige realisatie laat zien dat er van ongeveer 85% van de capaciteit gebruik is gemaakt. Dit jaar is het mogelijk gemaakt voor systeemaanbieders om van de overcapaciteit van ambulante crisishulp gebruik te maken voor crisissituaties van jeugdigen met reguliere arrangementen, omdat niet alle systeemaanbieders deze expertise in huis hebben. Van deze mogelijkheid is gering (1% van de beschikbare ambulante crisiscapaciteit) gebruik van gemaakt vanuit reguliere arrangementen en is met name ingezet op de voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. De systeemaanbieders hebben in aanloop naar 2023 de ruimte kregen om de crisisaanpak samen vorm te geven. 2023 was met betrekking tot opdracht F inhoudelijk een implementatie-jaar, waarbij met de systeemaanbieders is geëvalueerd over de gezamenlijke inrichting en onderlinge samenwerking.

Het gezamenlijke coördinatiepunt waar de inhoudelijke beoordeling en coördinatie op de in-/doorstroom plaatsvindt en samenwerkt met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) is dit jaar vormgegeven en heeft verschillende aanpassingen ondergaan om een goede aansluiting op andere werkprocessen te realiseren. De samenwerking tussen de verschillende partijen is verstevigd en behoeft blijvende aandacht. Ook is het beschikbaar gestelde budget gedurende 2023 aangepast op de onderling georganiseerde capaciteit van de crisishulp en coördinatiepunt.

27

Ambulante crisishulp Er komen sinds 2022 steeds minder aanmeldingen voor ambulante crisishulp binnen. Het lijkt erop dat steeds meer kinderen direct in de crisisopvang terecht komen en het voor ambulante hulp ter voorkoming van een crisisopname te laat is. Een verklaring is dat de vrijwillige hulp die via IVH-trajecten (Intensieve Vrijwillige Hulp) loopt ervoor zorgt dat er nog onvoldoende direct geschakeld wordt naar opdracht F. Mogelijk was die routine meer aanwezig bij casusregisseurs van de gecertificeerde instellingen en nog niet voldoende bekend bij de casusregisseurs van de wijkteams. 2.3.7 Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (opdracht G) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting

2e Burap 2023

2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 44.929.000

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 48.507.000 € 44.241.000 € 44.811.000

€ 45.331.000

-€ 119.000

Jaar

JBRR

WSS

LDH

Totaal GI’s

2023*

4.455

1.017

249

5.721

* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Landelijk dalen het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Dit is ook in de regio Rijnmond zichtbaar zij het niet zo gestaag als voorgaande boekjaren. Dit is een gewenste ontwikkeling. De daling van jeugdreclasseringsmaatregelen zet in de regio niet door. Dit betekent dat er meer jeugdigen zijn met een maatregel vanuit het strafrecht. Hieronder valt onder andere stijging schoolverzuim, groepscriminaliteit en toename van het aantal uithalers bij de haven. De inzet van de gecertificeerde instellingen (GI’s) wordt gefinancierd met een jaarlijks vastgestelde subsidie. Daarbij wordt vooraf en in afstemming met de GI’s een prognose gemaakt van de aantallen maatregelen (inzet) die verwacht wordt. Voor 2023 werd rekening gehouden met een daling van het aantal, door de rechtbank afgegeven, maatregelen In 2023 zien we echter dat deze daling minder hard is gegaan dan begroot was. Omdat de maatregelen wel moeten worden uitgevoerd is er is door de GI’s een overproductie geleverd op deze producten ten opzichte van de beschikkingen. Door het crisisinterventie team (CIT) zijn minder crisisinterventies ingezet, maar hun inzet op het aantal huisverboden is heel 2023 hoog. Te weten circa 50% meer dan aangevraagd was in de subsidie.

Toelichting op de ontwikkeling GI’s algemeen Landelijk heeft 2023 in het teken gestaan van het terugdringen van de workload van de jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders van de gecertificeerde instellingen. Vanuit de ministeries van JenV, VWS, de branche-organisatie van de Gi’s en in samenspraak met VNG toegewerkt naar een werkbaar landelijk tarief welke vanaf 2024 wordt ingezet. 28

Binnen de regio hebben is er besluit genomen om de Wiliam Schrikker Stichting (WSS) met ingang van 2024 niet meer vanuit het onderaannemer schap bij Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) te financieren. Daarvoor is door de GRJR met WSS een eigen subsidierelatie aangegaan. Hierdoor kunnen we als GRJR directer sturen op de individuele prestaties van drie GI’s binnen onze regio. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Inzet op verbetering Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) De ontwikkelingen binnen JBRR vanuit 2022 met betrekking tot verzuim en verloop van personeel en ook de dalende productie zet zich in 2023 voort. In 2022 heeft de GRJR extra financiële middelen ingezet om JBRR in staat te stellen uitvoering te geven aan een korte termijn aanpak. Ook voor 2023 is 2 maal een halfjaarlijkse en extra bijdrage beschikbaar gesteld aan JBRR om uitvoering te geven aan de vervolgacties van het plan van aanpak 2023. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is, dat de veiligheid van en zorg aan die jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. Bij de audittoets bij JBRR door het keurmerkinstituut (KMI) bleek dat de prestaties van JBRR achterbleven ten opzichte van de wettelijke kritische prestatie indicatoren (KPI’s).

Daarom kreeg JBRR in oktober 2023 een overbruggingscertificaat. Dit houdt in dat JBRR de gecertificeerde taak blijft uitvoeren, maar er binnen de gestelde termijn verbetering moet plaatsvinden. Na het vierde kwartaal was aanzet tot verbetering op de KPI’s zichtbaar. Middels maandrapportages en bestuurlijke overleggen houdt de stuurgroep jeugdbescherming de vinger aan de pols en stuurt waar mogelijk bij. De sinds begin 2023 aangetreden bestuurder pakt het de verbeterplannen adequaat op met het management binnen JBRR. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform Toekomstscenario) goed doorkomt. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 1 januari 2024 zijn regionaal de landelijke tarieven voor jeugdbescherming en reclassering overgenomen bij de drie GI’s in onze regio. Het ontwikkelen en implementeren van het Toekomstscenario is een majeure taak. Deze vraagt van gemeenten om nauwe samenwerking tussen de GRJR en de drie centrumgemeenten voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio. En vervolgens om samenwerking tussen gemeenten en betrokken organisaties als Veilig Thuis, GI en de Raad voor de Kinderbescherming. In 2023 is hard gewerkt aan een projectplan en aan het vormgeven van de structuur van samenwerken aan deze opdracht.

In 2023 is ook invulling gegeven aan de zogeheten proeftuin. Het Rijk heeft onze regio aangewezen als proeftuin om een ‘ideale klantreis’ te ontwikkelen. Dit omdat de regio het beter wil doen, beter voor het kind en gezin. Wijkteams uit Ridderkerk en Rotterdam hebben deze proeftuin uitgevoerd. Dit hield in dat op basis van actuele casuïstiek in de praktijk werd beproefd wat werkt voor de cliënt. De GRJR is als subsidiehouder verantwoordelijk voor het uitvoeren en aan het Rijk verantwoorden van het regionale plan. 29

Eind 2023 heeft het Rijk subsidie toegekend voor het verder doorontwikkelen van het beproeven met de ideale klantreis. En wel ten aanzien van thema’s als complexe scheidingen, ontwikkelingsbedreiging van kinderen, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit. Ook is eind 2023 een projectleider aangesteld die vanuit de uitvoeringsorganisatie een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van regiogemeenten en de drie eerder genoemde organisaties. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) (opdracht H) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Realisatie Voorlopige JR 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 16.375.000

€ 17.593.000

€ 19.422.000

€19.025.000

€ 19.160.000

€ 261.000

Periode 2023

Subsidie verlening Realisatie

Aantal Chats Meldingen / Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/oVeiligheids meldingen na zoek steuning vragen beoordelingen politie veiligheidsbeoordeling 12.500 1.500 13.700 1.850 5.800 670 1.080 450 640 250 12.616 1.419

13.162

2.255

7.490

877 1.035

476 637

202

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling Veilig Thuis (opdracht H) VTRR ontvangt jaarlijks een subsidie van de GRJR voor de uitvoering van de taken. Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle Q-rapportages 2023, met daarboven de verwachte aantallen uit de subsidieverlening 2023 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2023 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd, het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners en het aantal crisisinterventies. Er is ook op een aantal taken minder ingezet. De realisatie is daarmee lager in de begroting is geraamd voor VTRR. Ook het wegwerken (externe inhuur en efficiënt inzetten van personeel) heeft ertoe geleid dat er geen sprake is van een overschrijding. KPI’s en werkvoorraad in 2023 Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten een zorgelijk beeld zien. Vanaf het 2e kwartaal 2022 zijn wachtlijsten ontstaan bij VTRR en zien we dat dit zich voortzet in 2023. Ondanks de inspanningen van VTRR, waaronder het (tijdelijk) uitbreiden van capaciteit en de uitvoering van het project wachtlijstvrij werken, is het lastig om de wachtlijsten terug te brengen tot een ‘gezonde werkvoorraad’.

Wel ligt de productie van veiligheidsbeoordelingen en interventies (onderzoek, voorwaarden & vervolg) inmiddels rond het niveau van de prognoses in de begroting en zijn de wachtlijsten afgenomen ten opzichte van 2022. De rapportages van VTRR laten zien dat het halen van de wettelijke termijn (10 weken na aanmelding) niet verbetert. De eigen termijn (10 weken na start) wordt wel ruim gehaald. We zien in 2023 een toename van het ziekteverzuim en het verloop binnen VTRR. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. 30

Landelijke ontwikkelingen Veilig Thuis is actief betrokken bij de ontwikkeling van de regionale inrichting van het Toekomstscenario. Er is een vernieuwde Stuurgroep ingesteld met vertegenwoordigers uit VTRR, GI, RvdK en de gemeenten. De Stuurgroep heeft gewerkt aan een gezamenlijke visie voor één regionale aanpak zie voor meer toelichting opdracht G. 2.2.9 Overige opdrachten (I) 2.2.9.1 Buitenregionale plaatsingen (BRP) en woonplaatsbeginselmaatwerk (I1) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap Voorlopige Verschil JR 2021 JR 2022 2023 2023 verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 € 2.569.000

€ 17.816.000

€ 10.907.000

€11.630.000

€ 11.600.000

- € 693.000

De kosten voor buiten regionale plaatsingen zijn gelijk aan de jaareindeverwachting bij de 2e bestuursrapportage 2023, ad € 11,6 mln. Dit betreft de subsidie BRP Pleegzorg (circa € 0,9 mln.) en BRP-maatwerk (circa € 10,7 mln.). In 2022 stegen de kosten van BRP-maatwerk als gevolg van de invoering van de wetswijziging woonplaatsbeginsel naar € 17,0 mln. In 2023 zien we een afname. Dit komt omdat zorg in onderaannemerschap bij systeemaanbieders en dus ten laste van de opdrachten is gekomen, en door uitstroom uit jeugdhulp vanwege het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Er zijn kinderen en jeugdigen die buiten de Rijnmond regio verblijven maar wel onder de verantwoordelijkheid van één van de regiogemeenten vallen. 2.2.9.2 Landelijk Transitie Arrangement (LTA I3) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap JR 2021 JR 2022 2023 2023

€ 17.570.000

€ 19.430.000

€ 21.849.000

€26.349.000

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 23.975.000

-€ 2.126.000

De LTA-zorgkosten 2023 zijn gestegen ten opzichte van de begroting 2023. Bij de 2e bestuursrapportage werd een overschrijding verwacht van € 4,5 mln. Deze is afgenomen tot een overschrijding van € 2,1 mln. Eén van de LTA-aanbieders was tot vorig jaar regionaal gecontracteerd, maar is per 2023 niet meer als systeemaanbieder gecontracteerd. Daarnaast heeft de VNG het LTAaanbod uitgebreid voor één van de systeemaanbieders. De zorg aan die jeugdigen is daarmee per 2023 omgezet naar het LTA-contract en verklaart daarmee deels de gestegen realisatie ten opzichte van 2022. Daarnaast is er een toename van verblijf en behandeling vanuit de LTA-contracten aan jeugdigen met grote gedragsproblematiek en een licht verstandelijk beperking. Ook is een toename te zien in diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling van (L)VB jeugd met bijkomende complexe vaak psychiatrische problematiek. Anderzijds is er een afname te zien vanuit het LTA contract op de opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. Tevens is er een

31

afname in zorggebruik bij een LTA gecontracteerde aanbieder voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze (forensisch) aanbieder heeft per 2023 wel een prestatiecontract in Rijnmond en is onderaannemer van meerdere systeemaanbieders. Tot slot zien we dat de zorgvorm ‘Arfid en onzindelijkheid’ minder hard is gestegen dan verwacht. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de uiteindelijke realisatie 2023 iets minder hoog is dan verwacht werd in de 2e Burap. 2.2.9.3 Acute Dienst GGZ (I4) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

€ 770.000

€ 790.000

€ 649.000

€ 721.000

Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 507.000

Verschil realisatie vs. begroting 2023 €142.000

De aanvraag voor de subsidie acute dienst 2023 betrof € 721.000, conform de beschikbare middelen in de GRJR-begroting is € 507.000 toegekend. De meerkosten komen ten laste van de SPUK-middelen acute GGZ (gemeente Rotterdam) waar voor 2023 middelen beschikbaar waren. Voor 2024 moet rekening gehouden worden met een hoger bedrag in de GRJR-begroting omdat er dan geen SPUK-middelen meer beschikbaar zijn. De uiteindelijke productie aantallen van de inschattingen volgen bij het vaststellingsverzoek dat uiterlijk 31 maart 2024 zal worden aangeleverd. Ten opzichte van eerdere jaren zijn er geen bijzonderheden. Het aantal beoordelingen van jeugdigen onder de 18- groeit in hetzelfde tempo als voorgaande jaren. 2.2.9.4 Transformatie/innovatie (I5) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige Verschil verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 0 0 € 1.683.000 € 1.757.000 € 1.448.000 € 236.000 De zeven systeemaanbieders hebben in de nieuwe contracten vijf ontwikkelopdrachten meegekregen en ontvangt jaarlijks een bedrag van ca. €150.000 om hier gericht op te investeren. Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage aan per opgave. Deze worden door de contractmanagers getoetst en doorgesproken in de contractgesprekken. Na afloop van het jaar 2023 verantwoorden aanbieders de inzet van het ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Deze verantwoording is nog niet ontvangen. N.b. deze verantwoording moet voor 01-04-2024 zijn aangeleverd, vandaar dat de definitieve cijfers nog niet in de voorlopige JR opgenomen kan worden, wel in de definitieve JR. Daarnaast is €0,4 mln. ingezet voor het programmateam regioagenda.

32

2.2.10 Uitvoeringskosten (J) De uitvoeringskosten worden toegelicht in paragraaf 3.2 bedrijfsvoering en in hoofdstuk 4 jaarrekening.

33

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7ce2dcb3-293e-4fdf-b858-d64c0159c2bf