CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002393] Reactie ZuiderLokaal op de subsidieregeling informele leerondersteuning 20-3-2024

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 17 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Inspreken vreemd aan de orde4.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op de subsidieregeling informele leerondersteuning door stichting ZuiderLokaal Totstandkoming van de subsidieregeling Op 20 februari ontving stichting ZuiderLokaal per mail een link naar de subsidieregeling Informele leerondersteuning. In de toelichting bij de regeling wordt over de voorgeschiedenis met geen woord gerept. Je zou eruit kunnen opmaken dat de gemeente pas sinds kort tot de conclusie is gekomen dat voor het vergroten van de kansengelijkheid van de Rotterdamse jeugd een subsidieregeling voor informele leerondersteuning (wat dat ook moge inhouden) in het leven zou moeten worden geroepen. Voorgeschiedenis Die voorgeschiedenis vanuit het perspectief van ZuiderLokaal is als volgt: 1. In 2013 start Louisa Boulkhrif met enkele andere moeders in Tuindorp Vreewijk met het organiseren van extra taal- en rekenlessen en huiswerkbegeleiding voor kinderen van de basisschool en het voortgezet onderwijs, vanaf 2017 als stichting ZuiderLokaal, waar ouders jaarlijks zo’n 550 kinderen inschrijven. 2. Tot 2018 ontvangt ZuiderLokaal subsidie van de wijkraden op Zuid uit hun budget voor bewonersinitiatieven. Op gezag van ambtenaren moet men daarmee stoppen, omdat dat niet bedoeld is voor structurele financiering. Vanaf dat moment verzoekt ZuiderLokaal de gemeente om structurele financiering mogelijk te maken. 3.

Voor 2018 en 2019 dient subsidie te worden aangevraagd onder de noemer “leerondersteuning” via Couleur Locale; maximaal € 60.000. 4. Van 2020 t/m 2021 volgt een pilot leerondersteuning (budget van € 300.000, waarin wethouders Grauss (Welzijn), Bokhove (Taal) en Kasmi (Onderwijs) ieder € 100.000 bijdragen uit hun begroting. Dit is besproken in de cie. ZOCS van 6 oktober 2021, waarbij is afgesproken dat een evaluatie zal plaats vinden om te komen tot een subsidieregeling. Vanwege corona wordt de pilot met een jaar verlengd. 5. Vanaf 2023 zijn er verschillende ad hoc oplossingen voor tijdelijke financiering, vaak pas opvraagbaar en beschikbaar tegen het eind van de periode waarvoor die is bedoeld. 6. In augustus 2022 verschijnt het rapport Evaluatie Leerondersteuning 2022 van bureau Oberon. Dit rapport is niet besproken in de cie. ZOCS 7. In maart 2023 wordt er gestart met opstellen van een beleidsvisie en een subsidiekader. De subsidieregeling die op basis daarvan in 12 maanden is opgesteld, is niet geagendeerd voor een vergadering van de cie. ZOCS. 8. 22 februari ontvangt ZuiderLokaal per mail de subsidieregeling, die ingaat per 1 maart. Inschrijving uiterlijk 1 mei. Voortdurende non-respons Sinds 2018 heeft de gemeente nooit formeel en schriftelijk gereageerd op mails die ZuiderLokaal stuurde en ook op de vragen die daarin expliciet zijn gesteld kwam nimmer een reactie.

Voornemens van de gemeente tot wijziging van de situatie voor ZuiderLokaal, werden altijd mondeling gedaan en voor zover is gereageerd op onze vragen was dat ook alleen maar mondeling. Van gesprekken, ook van die met de wethouder(s), ontvingen we nooit een verslag. We moesten er dus altijd voor zorgen dat we het proces voor onszelf schriftelijk vastlegden. Voortdurende financiële beperkingen Sinds 2018 vraagt ZuiderLokaal om een hogere subsidie. Met de € 60.000 die we per jaar ontvingen, kunnen we niet alle inschrijvingen honoreren. Om toch zoveel mogelijk kinderen te helpen zijn we streng als kinderen niet via de app worden afgemeld bij verhindering. Na een derde keer wordt dat kind dan uitgeschreven ten faveure van een kind op de wachtlijst.

1

Ook voor uitbreiding naar Charlois in het schooljaar 2020-2021, met een tweede locatie in de osg Hugo de Groot, waar we veel meer kinderen uit dat deel van Zuid zouden kunnen bedienen, bleek in het subsidiebudget geen ruimte te zijn. Vanwege de beperkte financiële mogelijkheden hebben we daarom nooit reclame gemaakt via scholen of andere kanalen, omdat we nieuwe aanwas toch niet zouden kunnen bedienen. De afgelopen jaren ontving ZuiderLokaal zelfs minder dan € 60.000 en werd er in het contact met de gemeente op aangedrongen om kosten zelfs bij andere partijen te dekken. Gesuggereerd werd zelfs om dat te vragen bij de Hef, die om niet al jaren lokalen en faciliteiten aan ons beschikbaar stelt. In de afgelopen jaren konden we pas een aanvraag indienen als de periode waarover we subsidie vroegen, al lang bezig, of zelfs al bijna voorbij was. In de periodes vanaf januari 2023 moesten tot onze verbazing aanvragen plotseling niet als subsidie worden gedaan, maar in de vorm van een offerte, een volstrekt andere betalingsvorm waarbij niet vooraf maar achteraf wordt betaald. Verzoek ZuiderLokaal om structurele financiering Het verzoek van ZuiderLokaal om structurele financiering van extra taal- en rekenles is ingegeven door de volgende overwegingen: 1. Op Zuid starten veel kinderen de basisschool met een grote achterstand in taal en rekenen. 2.

Het niveau van taal en rekenen waarmee kinderen de basisschool verlaten is in de afgelopen 15 jaar enorm achteruitgegaan (zie rapporten onderwijsinspectie). Nog sterker geldt dat voor kinderen op Zuid. 3. Omdat het onderwijs faalt gaan ouders zelf op zoek naar manieren om het taal- en rekenniveau van hun kind te verbeteren. Om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving zijn toegang tot inkomen/vermogen en onderwijs immers de belangrijkste vereisten. 4. Ouders op Zuid kunnen hun kind door allerlei oorzaken niet zelf helpen of tegen betaling laten helpen. 5. Andere ouders zijn daar wel toe in staat en zijn vrij om dat op hun manier te doen; ze ondervinden daarbij geen enkele belemmering en hoeven geen beroep te doen op de gemeente. 6. In ZuiderLokaal zorgen de betrokken ouders zelf voor de organisatie, de locatie, de begeleiders en het lesmateriaal. Alleen voor de structurele financiering van vrijwilligersvergoedingen, lesmateriaal en enkele andere kosten doen ze een beroep op de gemeente. 7. Sociale fondsen geven alleen tijdelijk (meestal voor twee jaar) financiële bijdragen. 8. Een laag taal- en rekenniveau beperkt niet alleen de individuele mogelijkheden en kansen van veel kinderen, het leidt ook tot groot maatschappelijk verlies omdat een enorm potentieel verloren gaat. 9.

Om die reden is het terecht dat ZuiderLokaal voor structurele financiering een beroep doet op de gemeente en dit onderwerp daar al sinds 2018 probeert te agenderen. 10. In het advies van team Deetman/Mans dat ten grondslag ligt van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) concluderen zij dat dit stadsdeel kampt met problemen die ongekend zijn op Nederlandse schaal. Dat vergt een nationaal programma dat decennia moet worden volgehouden. Zij wijzen op het belang van voldoende doorzettingsmacht in de wijken en op een boodschap die aansluit bij de belevingswereld van de bewoners. Bewoners en ondernemers zouden uitdrukkelijk een rol moeten spelen bij het oplossen van de problemen op Zuid 11. In hetzelfde jaar dat Louisa haar initiatief startte, werd in de troonrede het begrip participatiesamenleving geïntroduceerd. De verzorgingsstaat is financieel niet houdbaar en de uitvoering van veel ingewikkelde regelingen leidt tot grote problemen en schandalen. Beleidsmakers weten onvoldoende over de uitvoeringspraktijk en houden dus bij nieuw beleid onvoldoende rekening met problemen in die praktijk.

2

Burgers die afhankelijk zijn van deze regelingen komen er daarom steeds vaker door in problemen in plaats van ermee geholpen te zijn. 12. De ideeënvorming over de participatiesamenleving is sinds 2013 nauwelijks op gang gekomen. Om die reden zijn er ook geen instrumenten ontwikkeld waarmee de overheid de participatie van burgers kan faciliteren. 13. In Rotterdam kan het budget voor bewonersinitiatieven wellicht worden geduid als een aardige eerste poging. En hoewel de charme ervan is dat het dicht bij de burgers is georganiseerd en over toekenning wordt beslist door mensen in de wijkraden die de problemen van die burgers daar goed kennen, toont het feit dat dit geld niet is bedoeld voor structurele activiteiten dat het niveau van spiegeltjes en kraaltjes – eenmalige zoethoudertjes, niet wordt ontstegen of mag worden ontstegen. De wijkraden wisten dat het werk van Zuiderlokaal door de mensen in hun wijk enorm wordt gewaardeerd. De subsidie werd dan ook altijd toegekend. Het geeft te denken dat daar vanuit het stadhuis ambtelijk een eind aan werd gemaakt. 14. Van wethouders, gemeenteraadsleden, bewoners en alle bezoekers die we in de afgelopen jaren ontvingen op onze locatie, kregen we steevast positieve reacties. ZuiderLokaal heeft zich in ruim 10 jaar bewezen, heet het dan. Toch lukt het al 7 jaar niet om structurele financiering te realiseren.

Een van de argumenten die we bij ambtenaren en politici te horen kregen is dat als men ons financiert, ook anderen recht moeten hebben op financiering. Dat is terecht, maar daar zijn goede oplossingen voor mogelijk. 15. Omdat er geen mogelijkheden zijn voor structurele financiering van activiteiten die door burgers zelf worden ontwikkeld en uitgevoerd, valt de gemeente terug op het subsidie-instrument, dat past bij de verzorgingsstaat en dat bij uitstek geen stem geeft aan degenen die het probleem ervaren. Over hun hoofden heen wordt een deal gesloten tussen de subsidieverlener en de aanbieder. Zowel bij de definitie van het probleem als bij de gekozen oplossing zijn ze niet betrokken. De redenering achter subsidiering is ongeveer als volgt: - Er wordt een maatschappelijk probleem onderkend en geagendeerd. - Dat vertaalt zich op de markt niet in een koopkrachtige vraag en dus ligt daar de oplossing niet. - De overheid kan besluiten het probleem, omdat het maatschappelijk relevant is, aan te pakken met eigen middelen met betaalde krachten (inzet van ambtelijke capaciteit of inkoop van capaciteit bij externe partijen). - De overheid kan besluiten dat een beroep wordt gedaan op vrijwilligers.

Dat kan bijvoorbeeld als de politiek het maatschappelijk belang niet groot genoeg acht, zeker als er voldoende vrijwilligers zijn die dat belang wel groot achten en zich in willen zetten tegen een lage vergoeding of om niet. - Er wordt een subsidieregeling gemaakt, gericht op “aanbieders”, waarin het probleem en de doelgroep worden omschreven, wordt aangegeven om welke activiteiten het gaat en welke voorwaarden worden gesteld om in aanmerking te komen voor de subsidie. Tevens worden criteria aangegeven die worden gehanteerd voor de toekenning en de hoogte van de subsidie. - Aan de aanbieders worden formele voorwaarden gesteld (bijv. niet commercieel). - De aanbieder moet meestal zelf in een evaluatie rapporteren in hoeverre er is geleverd en de doelstellingen zijn bereikt. - Zelden toetst de subsidieverstrekker in de praktijk of de activiteiten plaats vinden, hoe groot de deelname is en welk resultaat wordt bereikt. Het hele traject is een papieren exercitie. 16. Kenmerkend voor gebruik van het subsidie-instrument is dat zowel de subsidieuitvraag als het voorstel van de aanbieder worden “bedacht”, dus los van relevante ervaring in de praktijk, die er ook vaak (nog) niet is.

Zo is er een eigen biotoop ontstaan van partijen die precies weten hoe een aanbieding geformuleerd moet worden om de kans op toekenning zo groot mogelijk te maken, of die worden bijgestaan door gespecialiseerde commerciële fondsenwervers. Bottleneck is meestal 3

de vraag, oh ironie: hoe bereiken we de doelgroep! Ook is het maar de vraag of de bedachte activiteiten effectief zijn en of de verwachte belangstelling er daadwerkelijk blijkt te zijn. Beoordeling van de subsidieregeling Algemeen: 1. Alhoewel ZuiderLokaal is gestart en nog steeds wordt gedragen door ouders van kinderen op Zuid, alhoewel Zuiderlokaal al sinds 2018 – nadat financiering door de wijkraden uit het budget voor bewonersinitiatieven werd gedwarsboomd – vraagt om structurele financiering en alhoewel Deetman/Mans erop aandringen voldoende doorzettingsmacht in de wijken te organiseren (wijkraden) en bewoners en ondernemers uitdrukkelijk een rol te geven bij het oplossen van de problemen op Zuid en alhoewel Marco Pastors (NPRZ) er bij bewoners regelmatig op aandringt om zelf initiatief te nemen, kiest de gemeente ervoor om een subsidie in het leven te roepen die hier volkomen aan voorbij gaat. 2. De subsidieregeling richt zich op willekeurige aanbieders en niet op de bewoners/ouders die zelf al meer dan 10 jaar met groot succes extra taal- en rekenles en huiswerkbegeleiding aanbieden. Ondanks dat ouders initiatief nemen (zoals terecht gewenst wordt, zie onder punt 1), worden ze beschouwd als hulpbehoevenden die geholpen moet worden. Verder spelen ze geen enkele rol, worden zij nergens bij betrokken.

Die hulp moet dan komen van “aanbieders”, die ieder maximaal € 50.000 mogen aanvragen. Verschil in kwaliteit tussen de aanbieders en aanbiedingen speelt geen enkele rol bij de wijze waarop het budget wordt verdeeld. Ook de ouders spelen hierbij geen rol, ook niet door het feitelijk gebruik dat ze willen maken of daadwerkelijk maken van de ene of andere aanbieder. De regeling voorziet alleen in een beoordeling van de aanbiedingen aan de hand van een aantal criteria, om daarmee een volgorde te bepalen voor de verstrekking van de subsidie. Bij minder dan 8 aanbiedingen is dit een volkomen overbodige exercitie. Eén van die criteria luidt: “Hoeveel mensen worden bereikt en hoe worden deze mensen geworven”. Men gaat er dus van uit dat er geworven moet worden. Er wordt geen belang gehecht aan betrokkenheid en bekendheid van de aanbieder bij de ouders. Let wel dat het hier gaat om een verwachting van de aanbieder! Papier is geduldig. Ten opzichte van ouders die hun kind zelf helpen of tegen betaling laten helpen, worden deze ouders beperkt in hun keuzemogelijkheden. Dit is een discriminerend effect van de keuze van de gemeente voor een subsidie-instrument met deze invulling. 3.

De subsidieregeling richt zich op “informele leerondersteuning” een begrip dat in zeer algemene termen wordt beschreven: “gericht op het begeleiden van leerlingen met ondersteuningsbehoeften bij het leren”, “het vergroten van kennis en de ontwikkeling van leervaardigheden” en “het ondersteunen van ouders van leerlingen met ondersteuningsbehoeften”. Daarmee kun je veel kanten op. Taal- en rekenles en hulp bij huiswerk is wel concreet; deelname is concreet en resultaat kan redelijk concreet worden vastgesteld. Je kunt je afvragen wat er zinniger is en directer resultaat oplevert dan extra taal- en rekenles en hulp bij huiswerk. De regeling slaat de plank helemáál mis als er wordt gevraagd om “klassikale trainingen die ouders voorzien van effectieve methoden om hun kinderen te ondersteunen in hun leerproces.” Het probleem is dat veel ouders de taal onvoldoende machtig zijn en voor zover dat wel zo is, zeker geen grammaticale en spellingsregels kennen. Veel ouders kunnen niet goed rekenen. Als dat wel het geval is, zullen ze hun kind vanwege taalproblemen niet kunnen helpen bij redactiesommen en andere rekenopgaven waarbij uitleg wordt gegeven. De in de regeling beoogde trainingen veranderen daar niets aan, gaan daar geheel aan voorbij. Wat heeft het voor zin om ouds te leren hóe ze hun kind kunnen helpen, als 4

ze de inhoud van het wát niet machtig zijn? Wat er voor ouders wel zou kunnen worden gedaan, geven we aan onder de artikelsgewijze bespreking, bij artikel 3. 4. Bewust formuleert de gemeente de vraag bijzonder breed, terwijl alle ouders duidelijk aangeven dat ze voor hun kinderen extra taal- en rekenles willen en hulp bij hun huiswerk, zoals ZuiderLokaal dat al meer dan 10 jaar verzorgt en waarvoor elk jaar rond de 550 kinderen worden ingeschreven. Op school spreken ze met ouders die hun kind wel kunnen helpen bij hun huiswerk bij vragen over taal en rekenen, en met ouders die die daarvoor commerciële bureaus inschakelen. En dan moeten zij vertellen dat de gemeente voor hun kind op zeer beperkte schaal informele leerondersteuning biedt, waarvan maar moet worden afgewacht hoe dat eruit zal zien. Dit is toch discriminerend? Ooit een advertentie van een commercieel bureau gezien voor informele leerondersteuning? 5. In de regeling is een belangrijke plaats ingeruimd voor “didactische vaardigheden en kennis: vaardigheid en kennis om diverse leermethodes en strategieën toe te passen en over te brengen op leerlingen.” Eigenlijk wel opvallend, omdat in de algemene toelichting staat dat scholen soms niet in staat zijn om deze leerlingen voldoende extra ondersteuning te bieden. De constateringen van de onderwijsinspectie onderstrepen dat.

Onder de handen van de vele pedagogische en didactische professionals zijn de taal- en rekenvaardigheden waarmee leerlingen het basisonderwijs verlaten steeds verder verslechterd. Toch meent men dat zonder de betrokkenheid van zo’n professional een aanbieder geen recht heeft op deze subsidie. De regeling laat daarbij geheel in het midden hoe zo’n professional moet worden ingeschakeld. De eerstgenoemde kostenpost die in aanmerking komt voor subsidie is de vergoeding voor professionals volgens marktconforme tarieven. Onder art. 11, verplichtingen, wordt aangegeven dat de aanbieder bestaat uit een combinatie van professionals en vrijwilligers. Op ouders die niet afhankelijk zijn van deze subsidie rust geen enkele verplichting. Van die ouders wordt niets verlangd op dit vlak. Zij zijn immers vrij om hun kind te (laten) helpen zoals ze dat zelf willen. Opnieuw blijkt dat deze regeling discriminerend uitpakt. De regeling lijkt meer op een subsidie voor inkomensondersteuning van professionals dan voor leerondersteuning voor kinderen. Onze ervaring is dat voor dit werk een bepaalde deskundigheid niet het belangrijkste is. Er zijn mensen nodig die goed kunnen organiseren, die trouw en volhardend zijn, maar vooral mensen met een GROOT HART! Daar bestaan gelukkig geen diploma’s voor.

Per artikel: Artikel 1 Begripsbepalingen Zie opmerkingen onder Algemeen Artikel 2 Toepassingsbereik Geen opmerkingen Artikel 3 Activiteiten Omdat is gekozen voor een zeer algemene formulering, zal het lastig zijn om de verschillende voorstellen te vergelijken en ook om de resultaten vast te stellen en af te zetten tegen de kosten en tegen die van andere aanbieders. In de toelichtende tekst wordt voor zowel kinderen als ouders gesproken over klassikale les. In een mail die ZuiderLokaal op 10 maart 2023 ontving werd aangegeven dat 1 op 1 begeleiding formele leerondersteuning is en dat die dus niet onder informele leerondersteuning valt. ZuiderLokaal was tot op dat moment nog niet bekend met een onderscheid tussen formeel en informeel dat men blijkbaar binnen de ambtenarij had besproken bij de voorbereiding van de regeling. Die biedt daar ook geen duidelijkheid over. Ook uit het feit dat een dergelijk onderscheid wordt gemaakt blijkt weer dat men geen flauw idee heeft over de praktijk van extra taal- en rekenles. 5

Onze ervaring is dat het goed werkt om met een kind dat niet meekan, de stof één of enkele keren 1 op 1 door te nemen. Meestal kan het dan weer verder mee met de groep. ZuiderLokaal heeft een samenwerking met de Thomas More PABO, waarvan na de herfstvakantie ongeveer 20 studenten speciaal voor 1 op 1 les worden ingezet. Op verzoek van de ouders heeft Zuiderlokaal in 2020 een proef gedaan met spelend leren voor kinderen van groep 2. Die kinderen werden begeleid door een lerares van de Hef, met een aantal MBO studenten die worden opgeleid voor functies in de kinderopvang en peuterdagverblijven. De animo was zo groot dat we meerdere groepen na elkaar steeds voor 8 weken moesten laten deelnemen. Veel ouders verblijven tijdens de lessen van de kinderen in ruimte waar ze koffie en thee krijgen en wachten tot de lessen zijn afgelopen. In het najaar van 2020 startten we voor deze ouders met een training Financiën & Administratie, door mevr. Rhimou el Ahmadi van de Unie Nationale Marokkaanse Vrouwen waarin wordt geleerd hoe een huishoudbudget zo goed mogelijk kan worden beheerd. Wekelijks sloten steeds meer moeders hierbij aan, ook ouders die normaal naar huis gingen als ze hun kind hadden gebracht. Ook een taalcursus Nederlands voor de ouders stond op stapel. Helaas moest de training worden gestopt vanwege corona.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat, binnen het kader van een programma gericht op taal en rekenen voor kinderen, ook voor ouders, op basis van door hen zelf aangegeven behoeftes, en heel organisch samenvallend met de lessen van hun kinderen, hun situatie kan worden verbeterd. Werving was niet nodig; het werd aan elkaar doorverteld. Artikel 4 Doelgroep Hier wordt niet verwezen naar degenen waarop de activiteiten zijn gericht, maar op de aanbieders. Ook hier zijn de ouders waar het om gaat en hun kinderen uit het oog verloren. Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen. 1a. vergoeding professionals Hier dreigt het gevaar dat een substantieel deel van de subsidie naar inkomen voor professionals gaat. Tot welk deel van het subsidiebedrag mag dat gaan? Hoe moet zich dat verhouden tot het aantal kinderen dat wordt bereikt? 1h. kosten voor accountant Onze ervaring met de keer dat een beperkt accountsrapport werd gevraagd, was dit een bedrag van € 5.000 (gefactureerd aan ZuiderLokaal met coulance); dat is 10% van het maximale subsidiebedrag! 2c. reiskosten Bij ZuiderLokaal kennen we alleen vrijwilligers, waarvan een aantal een uitkering heeft. Regelmatig moet er drukwerk en ander materiaal worden opgehaald, zijn er externe afspraken etc.

Het is niet meer dan billijk dat mensen die zich vrijwillig inzetten, hun direct toe te rekenen onkosten zoals reiskosten vergoed krijgen. 2e. overheadkosten Wat wordt hier precies onder verstaan? Waarom komen die niet in aanmerking voor financiering? Hoe wordt de aanbieder geacht deze kosten te dekken? Artikel 6 Hoogte van de subsidie 1. Waarom is ervoor gekozen om voor iedere aanbieder een bedrag van maximaal € 50.000 beschikbaar te stellen? Zuiderlokaal kan dus, met meer dan 10 jaar ervaring, bewezen succes en jarenlang 550 inschrijvingen nooit méér krijgen dan een nieuwe aanbieder die aanbiedt wat volgens de gemeente kan worden aangeduid als informele leerondersteuning en niet wat de ouders willen en al tien jaar waarderen. Kwaliteitsverschil tussen de aanbiedingen maakt niets uit. Het doet er zelfs niet toe hoe groot de deelname is (hoeveel kinderen worden aangemeld door hun ouders). Ook bijvoorbeeld de kosten per kind per uur doen blijkbaar niet ter zake. Artikel 7 Subsidieplafond Hier blijkt dat er voor de komende twee schooljaren per jaar slechts € 400.000 beschikbaar wordt gesteld. De inflatie vanaf 2018 tot 2023 bedraagt 14%. Dat 6

betekent dat het beschikbare bedrag alleen al om die reden € % 342.000 zou moeten zijn. Bovendien is er nog steeds geen sprake van structurele financiering, of het structureel opnemen van extra taal- en rekenlessen voor deze doelgroep in de gemeentebegroting. Waarom zo karig, juist voor deze groep en in relatie tot de enorme bedragen die via de Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid in het schooljaar 2024-2025 uit de gemeentebegroting beschikbaar worden gesteld? Daaruit wordt voor de NPRZ verlengde dagprogrammering € 17.000.000 besteed, gebaseerd op een subsidiebedrag van € 5,10 per uur per kind. Ter vergelijking: ZuiderLokaal biedt bij volledige bezetting van de beschikbare plekken 40 weken per jaar, tweemaal per week 1,5 uur taal- en rekenles en 3 kwartier hulp bij huiswerk voor 252 basisschoolleerlingen en huiswerkbegeleiding voor 50 à 60 leerlingen voortgezet onderwijs. Bij de huidige subsidie van € 60.000 zou dat een bedrag zijn van € 1,67 per uur per kind. Artikel 8 Wijze van verdeling Als criteria voor de rangschikking van de aanbieders voor de verstrekking van de subsidie (zie hierboven onder Algemeen, punt 2) wordt gesproken over het gebied waar de activiteiten plaats vinden en de locatie. De aanbieder dient te zorgen voor een locatie. Die bevindt zich per definitie in één gebied.

Wordt dan met gebied wellicht geduid op wijken waaruit de deelnemende kinderen afkomstig zijn? Bij ZuiderLokaal is dat geheel Zuid. Sommigen komen zelfs van daarbuiten. Over de didactische deskundigheid als criterium wordt hier niet de didactische professional genoemd, maar “het beschikken over pedagogische en didactische vaardigheden en ervaring”. Dat is toch iets anders dan de aanwezigheid van een professional. In de toelichting bij dit artikel wordt gevraagd hoeveel mensen worden bereikt en hoe ze worden geworven (zie onder Algemeen punt 2). Wordt hier ook mee bedoeld hoeveel mensen deelnemen en hoe vaak? Omdat artikel 8 alleen bedoeld is om een rangschikking aan te brengen tussen de aanbieders, gaan we hier niet verder in op de bijlage bij dit artikel. Artikel 9 Aanvraag 1. Het aanvraagformulier dat gebruikt dient te worden werd in het kader van deze reactie niet onderzocht. 2. Omdat slechts één aanvraag per aanbieder kan worden ingediend, is de maximum subsidie € 50.000. Die mag wel betrekking hebben op meer gebieden. Zo wordt de spoeling wel heel erg dun. 3. In augustus 2023 verscheen het evaluatierapport van Oberon. Een jaar nadat werd gestart met de voorbereiding van de subsidieregeling ligt die er eindelijk. Van aanbieders wordt verwacht dat er uiterlijk 1 mei een aanvraag wordt ingediend die aan veel eisen moet voldoen.

Waarom wordt daar zo weinig tijd voor beschikbaar gesteld? Bovendien is het de vraag of deze subsidieregeling niet eerst in de cie. ZOCS zou moeten zijn behandeld. Daar is afgesproken dat er een besluit over structurele financiering pas zou worden genomen als de evaluatie door Oberon zou zijn afgerond. Zowel de evaluatie als de concept subsidieregeling zijn niet geagendeerd voor de cie. ZOCS en daar derhalve niet besproken. Artikel 10 Beslistermijn Geen opmerkingen Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger b. de aanbieder moet bestaan uit een combinatie van professionals en vrijwilligers. Is aan deze verplichting ook voldaan als een van de vrijwilligers een professional is? In welke rol of functie moet de professional worden ingezet? c. de aanbieder stelt een eindrapportage op waarin het plan van aanpak wordt geëvalueerd. In artikel 9 wordt aangegeven dat als documenten een volledig ingevuld aanvraagformulier en een begrotingen dekkingsplan moeten worden overlegd. Een plan van aanpak wordt daar niet bij genoemd. Is dat dan toch wel een vereiste bij de aanvraag? Er wordt niet aangegeven waaraan de evaluatie 7

moet voldoen. Welke gegevens over deelname, resultaat etc. moeten daarin worden opgenomen? e. er dient te worden samengewerkt met relevante partners en wijknetwerkpartners. Wat wordt verstaan onder samenwerken en wie worden bedoeld met deze partners? f. wat wordt concreet bedoeld met het monitoren van vorderingen van de leerprestaties van leerlingen? Hoe zouden de vorderingen van de kennis en vaardigheden van ouders moeten worden vastgesteld? Het is toch bizar wat er allemaal aan eisen wordt gesteld aan ouders die zelf initiatief nemen om hun kinderen te helpen met extra taal- en rekenles, terwijl andere ouders daar niet mee geconfronteerd worden. De overheid is de enige logische partij waarbij ze aan kunnen kloppen voor structurele financiering van deze activiteiten. Artikel 12 Vaststelling subsidies tot € 25.000 Subsidies tot dit bedrag worden direct bij de subsidieverlening vastgesteld. Dit betekent dat de aanvrager bij aanvang het gehele subsidiebedrag ontvangt. Bij hogere subsidiebedragen wordt een percentage van het subsidiebedrag bij aanvang ingehouden en pas achteraf, op basis van een verantwoording geheel of gedeeltelijk uitgekeerd.

Betekent dit dat bij een bedrag tot € 25.000 geen eindrapportage hoeft te worden overlegd? Wat betekent dit onderscheid tussen meer of minder dan € 25.000 voor de wijze waarop verantwoording moet worden afgelegd en voor de mogelijkheid dat een deel van het subsidiebedrag teruggevorderd kan worden? Bestuur stichting ZuiderLokaal 8 maart 2024

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=046de13b-f6db-4505-b6a0-a86425edc6c2