[24bb002383] Bijlage 1 behorende bij 24bb002382 - de Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025 Versterken en Voorkomen
Tekst van het document
Versterken en voorkomen
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025 Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
1
Colofon De Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie ‘Versterken en Voorkomen’ is een uitgave van de gemeente Rotterdam. Vormgeving Opschudders Redactie Dene Traas
Fotografie Irene Hoekstra (Cover) David Rozing (p2, p6, p21) Rhalda Jansen (p3) Peter Schmidt (p5, p7, p11, p24) Jan van der Meijde (p8, p9, p22) Joep Boute (p10, p17) Maarten Duijvestijn (p13)
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
2
Voorwoord wethouder Beste jeugdpreventieaanbieders, Een generatie zonder achterstand. Dat is waar ik als wethouder naar streef. Want de Rotterdamse jeugd verdient het om veilig op te groeien, zich te kunnen ontwikkelen en zich te kunnen ontplooien. Daarom hebben kinderen en jongeren mijn speciale aandacht in ál mijn beleid maar in het bijzonder bij de inzet op preventie. Want als je er vroeg bij bent, kun je gezond gedrag meegeven. Daar kun je een leven lang plezier van hebben. Helaas krijgt nog niet ieder Rotterdams kind altijd de kansen die het verdient. En daar wil ik wat aan doen. Want opgroeien in een onveilig gezin, of een gezin in armoede bijvoorbeeld, kan een lange tijd doorwerken in het leven. Ik wil juist de kloof dichten zodat we echt een inclusieve stad zijn. Eén stad. Waar het niet uitmaakt in welke wijk je wieg staat. Waar het niet uitmaakt wat de sociaal-economische omstandigheden zijn van het gezin waarin je opgroeit. En waar het niet uitmaakt naar welke school je gaat. In een inclusieve stad krijgt ieder kind een eerlijke en gelijke kans. ‘Versterken en voorkomen’ dat is het uitgangspunt van het beleid. En daarbij gaan we voor effectieve en gerichte preventie. We doen alleen wat helpt én werkt. Want voorkomen blijft altijd beter dan genezen. Daar geloof ik heilig in.
Faouzi Achbar MBA MSc Wethouder Welzijn, Samenleven, Sport en Digitale Inclusie
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
3
Inhoudsopgave 1. Inleiding
5
3. Subsidiethema’s
14
1.1 Aanleiding
5
3.1 Introductie
14
1.2 Doelstelling en subsidieperiode
7
3.2 Sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek 15
1.3 Definitie jeugdpreventie en afbakening 7 1.4 Beleid en regelgeving
9
1.5 Opbouw
9
2. Een effectief jeugdpreventieaanbod
10
2.1 Introductie
10
2.2 H et factorenmodel
11
2.3 Bijdrage aan beleidsdoelen
12
3.3 Ouderlijke psychopathologie en/of (licht) verstandelijke beperking 17 3.4 Opvoedvaardigheden
20
3.5 Middelengebruik
23
4. Financieringswijze
25
4.1 Introductie
25
4.2 Subsidieplafond en budgetverdeling 25
2.4 I nzetten op effectieve aanpakken en interventies 12 2.5 Kwaliteit van uitvoering
12
2.6 Leren en verbeteren
13
2.7 K osten van de aanpakken, interventies en innovaties 13
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
4
1. Inleiding
1.1 Aanleiding Kansrijk, veilig en gezond opgroeien Rotterdamse kinderen en jongeren groeien kansrijk, veilig en gezond op. Dat is dé ambitie die Rotterdam heeft voor de jeugd, al sinds de basis voor ons jeugdbeleid is vastgelegd in het Beleidskader Jeugd ‘Rotterdam Groeit’.1 De gemeente zet daarbij in op het versterken van perspectief en het voorkomen van problematiek. Dit doen we door effectieve preventieve inzet, gericht op de belangrijkste beschermende- en risicofactoren tijdens het opgroeien.
1B eleidskader Jeugd 2015-2020 ‘Rotterdam Groeit’: https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/2498600/1/document
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
5
Deze ambitie is verder verankerd in het Beleidsplan ‘Heel de Stad’ 2021-2026.2 In dit beleidsplan is er extra aandacht voor de generatie jonge Rotterdammers en geeft de gemeente aan te willen investeren in preventie waarvan we weten dat het werkt.
De beweging naar voren De kloof tussen kansarme en kansrijke Rotterdammers ontstaat vaak al op hele jonge leeftijd, in veel gevallen al voor de geboorte. Ongeveer 18% van de Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. Al op jonge leeftijd spelen factoren een rol die het kansrijk, veilig en gezond opgroeien of de kansen van kinderen bepalen en beïnvloeden. Zo kunnen opgroeien in armoede, een laag geboortegewicht of sociaal-emotionele problemen van invloed zijn op schoolsucces, depressie, gedragsproblemen en zelfredzaamheid. Anderzijds is een positieve sociaal-emotionele ontwikkeling vanaf jonge leeftijd een cruciale beschermende factor in de ontwikkeling van deze problemen op latere leeftijd, maar ook voor het keren van kansen van kinderen die opgroeien in armoede. Met het oog op de toekomst is extra aandacht voor de jongste generatie dan ook
absoluut noodzakelijk. We investeren nog meer dan voorheen in de jonge generatie, zodat een generatie Rotterdammers zonder achterstand kan gaan opgroeien. Daarbij maken we de beweging naar voren: van zware en dure zorg naar effectieve en gerichte preventie. Deze beweging draagt in de eerste plaats bij aan het welzijn van de Rotterdamse jeugd, maar is ook hard nodig nu de zorgvraag blijft stijgen in een context van schaarste. Effectieve preventie helpt de druk op de zorg te verlichten en draagt daarmee bij aan een toekomstbestendig zorgstelsel. Onze ambities staan onder andere beschreven in de regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond. Deze visie gaat uit van een aantal leidende principes, waaronder: ’We doen wat helpt’. Dat betekent dat we ook andere hulp en ondersteuning inzetten dan jeugdhulp.’ We normaliseren opvoeden en opgroeien en ondersteunen de verantwoordelijkheid van ouders.3 Dit doen we in Rotterdam onder andere door de inzet van meer effectieve preventieve aanpakken en interventies vanuit het Subsidiekader Jeugdpreventie.
2 Heel de Stad: Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026: https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9675711/2/ 3N abij en Passend. Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond: https://www.jeugdhulprijnmond.nl/2021/05/20/de-regiovisie-van-de-grjr/
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
6
In lijn met de ambities uit ‘Heel de Stad’ gaat het om het beschikbaar stellen van een breed palet aan preventieve interventies in de wijken, waaronder specifieke interventies voor kinderen in scheidingssituaties, kinderen van ouders met psychische problematiek of een licht verstandelijke beperking en kinderen met lichte gedragsproblematiek. Om zoveel mogelijk impact te maken ligt onze focus op de Rotterdamse kinderen in een (potentieel) kwetsbare situatie. Door de context waar in zij opgroeien te versterken en hen extra te ondersteunen vergroten we de kansen van deze kinderen en verkleinen we de kansenongelijkheid in de stad.
Eenduidigheid en transparantie In het subsidiekader staat wat de gemeente belangrijk vindt op het gebied van jeugdpreventie. Het Subsidiekader Jeugdpreventie ‘Versterken en Voorkomen’ is opgesteld om op een zo veel mogelijk eenduidige en transparante wijze subsidies voor dit doeleinde te verstrekken.
1.2 Doelstelling en subsidieperiode Deze beleidsnotitie vormt samen met de bijbehorende Subsidieregeling Jeugdpreventie Rotterdam 2025 1 het Subsidiekader Jeugdpreventie ‘Versterken en Voorkomen’. Het doel van het Subsidiekader Jeugdpreventie ‘Versterken en Voorkomen’ is om met subsidies die via dit subsidiekader beschikbaar worden gesteld, in te zetten op preventie die effectief bijdraagt aan het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van de Rotterdamse jeugd. Hiermee wordt de beweging naar voren gemaakt ‘van zware en dure zorg naar effectieve en gerichte preventie’ en tegemoetgekomen aan het transformatiedoel van de Jeugdwet. Daarnaast brengt het subsidiekader eenduidigheid en transparantie aan in de subsidieverstrekking voor jeugdpreventie door de gemeente Rotterdam. Ook stimuleert dit kader betere sturing en monitoring als randvoorwaarde om meer te leren over de effectiviteit van het preventieve aanbod en dus meer te bereiken voor de Rotterdamse jeugd. Het Subsidiekader Jeugdpreventie geldt voor de subsidieperiode vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en bestaat uit deze beleidsnotitie en een juridisch bindende subsidieregeling. De
Subsidieregeling Jeugdpreventie vormt de juridische en financiële basis voor subsidiëring van preventieve aanpakken en interventies. Het subsidiekader geeft inhoudelijk richting en nodigt aanbieders uit om met preventieve aanpakken en interventies bij te dragen aan het kansrijk, gezond en veilig opgroeien van de jeugd. Ook nodigt het aanbieders uit om met vernieuwende interventies te komen.
1.3 Definitie jeugdpreventie en afbakening Definitie jeugdpreventie Het Subsidiekader Jeugdpreventie verstaat onder ‘jeugdpreventie’ zowel het versterken van vaardigheden en de positieve ontwikkeling van kinderen, jongeren en ouders4 als preventie in klassieke zin, namelijk het voorkomen van problematiek. Het gaat dus zowel om het bevorderen van beschermende en versterkende
4 Wanneer in deze beleidsnotitie geschreven wordt over ouders, wordt ook gedoeld op verzorgers.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
7
factoren (amplitie)5 als het voorkomen en aanpakken van risicofactoren.6 En het gaat om preventie die effectief bijdraagt aan het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van de Rotterdamse jeugd. We maken onderscheid in de aanpak: universele, selectieve en geïndiceerde preventie. Bij universele preventie gaat het om maatregelen en interventies gericht op alle kinderen en jongeren, bijvoorbeeld een klassikale interventie gericht op het voorkomen van middelengebruik. Bij selectieve preventie richten we ons op kinderen met een verhoogd risico, zoals kinderen van ouders met psychische problemen. Bij geïndiceerde preventie richten we ons op kinderen met beginnende problemen, bijvoorbeeld met een training gericht op het verhelpen van (beginnende) gedragsproblemen.7
Kenmerken van jeugdinterventies zijn:
Afbakening Subsidiekader Jeugdpreventie De jeugdpreventie-inzet die gesubsidieerd wordt, is gericht op het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van in Rotterdam woonachtige jeugdigen. Het gaat in beginsel om jeugdigen (in relatie met ouders en omgeving) vanaf de conceptie (-9 maanden) tot 18 jaar oud. Bij opvoedvaardigheden voor aanstaande ouders kan de benedengrens ook voor de conceptie starten (-12 maanden) en bij middelengebruik kan de bovengrens verlegd worden naar maximaal 23 jaar. Met de universele preventie worden soms ook jeugdigen bereikt die naar Rotterdamse VO- en MBO-scholen gaan, maar zelf niet in Rotterdam wonen. Vanuit het Subsidiekader Jeugdpreventie wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarop andere inkooptrajecten of subsidieregelingen van de gemeente Rotterdam van toepassing zijn of waarvoor landelijke wettelijke vergoedingen van toepassing zijn.
de aanpak is planmatig en doelgericht; de aanpak is gericht op het kind of de jongere, de opvoeders of de opvoedomgeving; de aanpak is afgebakend in tijd, met een omschreven tijdsduur en frequentie.8
5 Ouweneel, A. P. E., Schaufeli, W. B., & Blanc, Le, P. M. (2009). Van preventie naar amplitie: interventies voor optimaal functioneren. Gedrag en Organisatie, 22(2), 118-135. 6 Hawkins, J. D., Catalano, R. F., & Miller, J. Y. (1992). Risk and protective factors for alcohol and other drug problems in adolescence and early adulthood: Implications for substance abuse prevention. Psychological Bulletin, 112(1), 64-105. doi:10.1037/00332909.112.1.64. 7 Zie voor meer informatie de preventiematrix van het NJI. (https://www.nji.nl/sites/default/files/2022-06/Preventiematrix_verbinding_onderwijs_jeugdhulp_leeg.pdf) 8 Wat is een jeugdinterventie? NJI: https://www.nji.nl/interventies/wat-is-een-jeugdinterventie
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
8
Thema’s en bijbehorend aanbod die uitdrukkelijk niet onder het Subsidiekader Jeugdpreventie vallen, zijn: Jeugdhulp
1.4 Beleid en regelgeving Op de subsidies die onder het Subsidiekader Jeugdpreventie vallen, is het volgende beleid en de volgende regelgeving van toepassing:
Onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ Universele aanpakken, interventies en innovaties in het primair onderwijs die gericht zijn op het versterken van sociaal emotionele vaardigheden
Gemeentelijke kaders
Hulp bij of voorkomen van voortijdig schoolverlaten9
Het SVR 2014 – Subsidiecontroleprotocol.
Mentoringtrajecten
Heel de Stad: Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026.
Welzijn Gebiedsgerichte interventies die vanuit de subsidieregeling Couleur Locale worden gefinancierd
Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014).
Gezond010: het akkoord. Nadere subsidieregels SISA. Het social return subsidieprotocol.
Rechtshulp en mediation
Preventieplan Alcohol en andere Drugs 2023-2027.
Schoolmaatschappelijk werk en voorschoolmaatschappelijk werk
Wettelijke kaders
Sociaal-medische indicaties en Kinderopvang plus
De Jeugdwet. De Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).
Positive Behavior Support (PBS) in de wijk10 Zorg op basis van de zorgverzekeringswet De jeugdgezondheidszorg (JGZ), Rijksvaccinatieprogramma en het aanvullend
Meer informatie over dit beleid en deze regelgeving is te vinden op www.rotterdam.nl/ subsidies.
preventief pakket van het CJG
1.5 Opbouw In de volgende hoofdstukken wordt als eerst ingegaan op het factorenmodel, wat de basis is voor het subsidiekader ‘Versterken en Voorkomen’. De subsidiethema’s van het Subsidiekader Jeugdpreventie zijn hierop gebaseerd. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze de gemeente Rotterdam wil komen tot een effectief jeugdpreventieaanbod. Daarna komen de subsidiethema’s aan bod: sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek, ouderlijke psychopathologie, verslaving en/of (licht) verstandelijke beperking, opvoedvaardigheden, middelengebruik en innovatiesubsidies jeugdpreventie. Tot slot wordt de financieringswijze besproken.
9 Dit verloopt grotendeels via het RMC/Jongerenloket. 10 PBS in de Wijk is een aanpak gericht op het versterken van een positief opvoed- en opgroeiklimaat in de wijken. Hiervoor wordt met gecertificeerde PBS-coaches gewerkt (apart traject).
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
9
2. Een effectief jeugdpreventieaanbod
2.1 Introductie De Gemeente Rotterdam nodigt jeugdpreventieaanbieders uit om een subsidieaanvraag in te dienen op basis van de Subsidieregeling Jeugdpreventie Rotterdam 2025-2026, met gebruikmaking van het verplichte aanvraagformulier. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten toegelicht waarop de subsidieregeling gebaseerd is. Daarbij is alles erop gericht om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan het kansrijk, gezond en veilig opgroeien van Rotterdamse kinderen en jongeren.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
10
2.2 Het factorenmodel Voor de subsidiethema’s van het Subsidiekader Jeugdpreventie zijn impactgedreven werken en de risico- en beschermende factoren, zoals vertaald in het Factorenmodel jeugd11, als leidraad gebruikt. Het Factorenmodel jeugd is een wetenschappelijk fundament voor het maken en uitvoeren van beleid. Het laat zien welke versterkende, beschermende factoren en risicofactoren daadwerkelijk (bewezen) bijdragen aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van kinderen en hoe ze daarop van invloed zijn. Versterkende factoren zijn factoren die op zichzelf (los van andere factoren) een positief effect hebben, zoals sociaal emotionele gezondheid en een positief pedagogisch klimaat. Beschermende factoren zijn factoren zoals sociale cohesie, participatie, sociaal-emotionele competenties en goede schoolprestaties. De beschermende factoren bieden tegenwicht tegen risicofactoren. Risicofactoren zijn onder meer psychische problematiek, armoede, crimineel gedrag, opvoedonzekerheid bij ouders en schooluitval.
11 Voor het factorenmodel zie: https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9428348/1/s20bb016055_3_53591_tds
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
11
Er is in beeld gebracht wat de meest belangrijke factoren zijn voor het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van kinderen. De risico- en beschermende factoren uit het model zijn gerangschikt op: relevantie (de bijdrage van een factor aan kansrijk, veilig en gezond opgroeien) impact (de mate waarin een factor invloed heeft op andere factoren) en gecorrigeerd met prevalentie (hoe vaak zo’n factor voorkomt onder de populatie). Er zijn vijf factoren geselecteerd, waar de gemeente Rotterdam in het Subsidiekader Jeugdpreventie prioriteit aan geeft, namelijk: sociaal-emotionele vaardigheden, psychosociale problematiek, ouderlijke psychopathologie, verslaving en/of (licht) verstandelijke beperking, opvoedvaardigheden en middelengebruik. De samenhang van de factoren en de samenhang tussen de inzet op de verschillende leefgebieden en levensfasen, vraagt om samenwerking tussen de verschillende uitvoerende partijen in de wijken. Dit is iets wat de gemeente nastreeft en verwacht van de professionals in de stad.
2.3 Bijdrage aan beleidsdoelen De subsidieaanvragen worden beoordeeld op hun bijdrage aan de beleidsdoelen in deze beleidsnotitie. Daarbij wordt gekeken of ze conform het factorenmodel bijdragen aan de subsidiethema’s uit hoofdstuk 4 van deze beleidsnotitie, namelijk: sociaal-emotionele vaardigheden, psychosociale problematiek, ouderlijke psychopathologie, verslaving en/of (licht) verstandelijke beperking, opvoedvaardigheden en middelengebruik.
2.4 Inzetten op effectieve aanpakken en interventies Om zo effectief mogelijk bij te dragen aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van kinderen subsidieert de gemeente Rotterdam bij voorkeur aanpakken en interventies die door één van de landelijke databanken12 beoordeeld zijn als bewezen effectief of theoretisch goed onderbouwd. Innovaties moeten uitgaan van een solide theoretische basis, een meerwaarde hebben ten opzichte van bestaande onderbouwde en effectieve aanpakken en interventies en geschikt zijn om binnen twee jaar te leiden tot een goed onderbouwde interventie of aanpak.
2.5 Kwaliteit van uitvoering Om echt iets te bereiken met de inzet van een effectieve interventie is de kwaliteit van uitvoering van groot belang. Daarom worden de subsidieaanvragen ook op dit aspect beoordeeld. Denk hierbij aan zaken als expertise en competenties van de uitvoerende professionals, de manier waarop de doelgroep bereikt wordt, met welke organisaties wordt samengewerkt en of de methodiek wordt uitgevoerd zoals beschreven in de databank voor effectieve interventies. Ook is het van belang dat kinderen, jongeren en ouders die deelnemen aan een training of voorlichting ervaren erbij horen en gelijke kansen krijgen ongeacht hun achtergrond of identiteit. Daarom wordt naar het inclusiebeleid van de preventieaanbieders gevraagd.13
12 Zie bijlage 2 van de Subsidieregeling jeugdpreventie 2024 13 Inclusie is de vanzelfsprekendheid dat iedereen in Rotterdam, ongeacht etniciteit, sekse, religie, opleidingsniveau, seksuele identiteit, lichamelijke en/of psychische vermogens ervan overtuigd mag zijn dat zij/hij erbij hoort. Zo moet elke jongere ervaren dat er optimaal kansen worden geboden om zich zonder restricties of vooringenomenheid maximaal te kunnen ontplooien.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
12
2.6 Leren en verbeteren De gemeente wilt samen leren en verbeteren om effectiever bij te dragen om samen te leren en te verbeteren, met als doel steeds effectiever bij te dragen aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van de jeugd. Met aanbieders die subsidie ontvangen maken we heldere afspraken over hun rol in het bereiken van maatschappelijke impact en de benodigde input en output om dit te bereiken. We sturen op effectiviteit (doen wat werkt) en het bereiken van resultaten. In de beschikkingen nemen we specifieke afspraken op die gaan over input, output, outcome en impact. Het monitoren van uitkomsten en effecten van uitvoering geeft inzicht in de mate waarin maatschappelijke resultaten worden behaald. Het gaat om gegevens over bijvoorbeeld deelnemers, uitval, effecten en tevredenheid. Dit inzicht in de effecten van inzet is nadrukkelijk niet bedoeld om op afgerekend te worden, maar om in dialoog te kijken naar wat die gegevens zeggen, of het beeld herkend wordt, wat goed gaat en beter kan, wat hierbij een rol speelt, waar verbetermogelijkheden liggen en wat er vervolgens over kan worden afgesproken. Kortom, outcome-monitoring is de basis om te kunnen leren en te verbeteren, als organisatie, als gemeente en gezamenlijk.
2.7 Kosten van de aanpakken, interventies en innovaties Om met de beschikbare financiële middelen zo veel mogelijk te bereiken voor de Rotterdamse jeugd, beoordeelt de gemeente de aanvragen voor jeugdpreventiesubsidie ook op de kosten die verbonden zijn aan een aanpak, interventie of innovatie. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de begrote overheadkosten en naar de verhouding tussen directe en indirecte uren. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het feit dat het bieden van kwaliteit en het continu leren en verbeteren tijd kost.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
13
3. Subsidiethema’s
3.1 Introductie In dit hoofdstuk worden de subsidiethema’s van het Subsidiekader Jeugdpreventie besproken. De beschermende en risicofactoren, zoals beschreven in het factorenmodel, vormen hierbij het uitgangspunt.
De subsidiethema’s zijn: sociaal-emotionele vaardigheden, psychosociale problematiek ouderlijke psychopathologie, verslaving en/of (licht) verstandelijke beperking opvoedvaardigheden middelengebruik Daarnaast is er ruimte gemaakt voor innovatieve aanvragen. Per subsidiethema wordt naast een toelichting op het subsidiethema, met daarin een beknopte analyse, het doel van de subsidie benoemd.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
14
3.2 Sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek Introductie Dit subsidiethema zet in op het versterken van de sociale of sociaal emotionele vaardigheden en het voorkomen en terugdringen van psychosociale problematiek.
Sociaal-emotionele vaardigheden zijn vaardigheden die nodig zijn voor:
de jeugd die opgroeit in armoede geldt, dat zij mogelijk extra veel baat kunnen hebben bij het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden. 16 De preventieve inzet op psychosociale problematiek is van extra belang gezien de nasleep van de coronacrisis.
Aantallen Op basis van de Staat van de Jeugd 2020 en 2022 ontstaat het volgende beeld van de sociaal emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek onder Rotterdamse kinderen en jongeren. 17
het begrijpen en reguleren van emoties;
Sociaal emotionele vaardigheden
het stellen en bereiken van doelen;
Van de kinderen in groep 2 van de basisschool vertoonde 95,7% prosociaal gedrag. Bij de leerlingen in de eerste klas van het voortgezet onderwijs was dit 93,9%. Dit betekent onder andere dat deze kinderen rekening kunnen houden met gevoelens van anderen en behulpzaam kunnen zijn. Tegelijkertijd geeft 9,9% van de 13 tot en met 16-jarigen aan moeilijkheden te hebben met emoties, concentratie, gedrag of in omgang met andere mensen.
het voelen van empathie voor anderen; het aangaan en onderhouden van positieve relaties; het nemen van verantwoorde beslissingen.14
Onder psychosociale problematiek wordt verstaan: Emotionele problemen (oftewel internaliserende problemen) zoals angst, teruggetrokkenheid, depressieve gevoelens en psychosomatische klachten; Gedragsproblemen (oftewel externaliserende problemen) zoals agressief gedrag, onrustig gedrag en delinquent gedrag; Sociale problemen, zoals problemen die de jeugdige heeft bij het maken en onderhouden van contact met anderen en eenzaamheid.15 De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat kinderen en jongeren kansrijk, gezond en veilig opgroeien. Hierbij is het ontwikkelen van sociaalemotionele vaardigheden vanaf jonge leeftijd een cruciale beschermende factor. De factoren sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek hebben een sterke samenhang met de factoren opvoedvaardigheden (incl. scheidingsproblematiek), ouderlijke psychopathologie en middelengebruik. Daarnaast behalen kinderen die op school programma’s krijgen voor sociaal-emotionele vaardigheden betere schoolprestaties en raken ze minder vaak betrokken bij criminele activiteiten. Voor
Op basis van de Staat van de Jeugd 2020 en 2022 zien we verder de volgende trends voor indicatoren die sterk beïnvloed worden door de sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen en jongeren zoals: Crimineel gedrag: Het aantal delicten in Rotterdam dat door Rotterdamse jongeren is gepleegd nam af van 4.616 in 2015 naar 3.670 in 2019 (van 27,9 naar 21,9 per 1000 inwoners). Daarbij dient opgemerkt te worden dat er in 2019 een lichte stijging te zien is ten opzichte van 2018. Schoolprestaties: De schoolprestaties van kinderen in het basisonderwijs stijgen. De gemiddelde score op de centrale eindtoets in groep 8 was in 2015 533,3 en steeg in de afgelopen jaren naar een score van 534,8 in 2019. Hiermee liep Rotterdam de achterstand ten aanzien van het landelijk gemiddelde verder in. De nasleep van corona. We zien een stijging van het aantal kinderen wat een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt zoals verhuizing, scheiding of overlijden van een familielid.
14 Taylor, R. D., Oberle, E., Durlak, J. A., & Weissberg, R. P. (2017). Promoting positive youth development through school-based social and emotional learning interventions: A meta-analysis of follow-up effects. Child development, 88(4), 1156-1171. 15 JGZ richtlijn: https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/docs/ec7424eb-f082-492a-9237-1b9c051e001b.pdf 16 Durlak, J. A., Weissberg, R. P., Dymnicki, A. B., Taylor, R. D., & Schellinger, K. B. (2011). The impact of enhancing students’ social and emotional learning: A meta-analysis of school-based universal interventions. Child development, 82(1), 405-432. 17 Staat van de jeugd: https://onderzoek010.nl/dashboard/staat-van-de-jeugd
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
15
Psychosociale problematiek Hechtingsproblematiek vergroot de kans op sociaalemotionele en psychosociale problematiek op latere leeftijd, daarom wordt via het subsidiethema opvoedvaardigheden met prioriteit ingezet op de opvoedvaardigheden van (aanstaande) ouders van kinderen van 0-4 jaar. Uit de Staat van de Jeugd 2020 blijkt verder dat in 2019 11,5% van de kinderen in groep 2 risico op psychosociale problemen had. In de eerste klas van het voortgezet onderwijs gaat het om 28,1 % van de leerlingen. Risico op gedragsproblemen kwam bij 11,6% van de kinderen in groep 2 voor en bij 19,4% van de leerlingen in de eerste klas van het voortgezet onderwijs. En risico op emotionele problemen kwam bij 8,6% van de kleuters in groep 2 voor en bij 11,8% van de leerlingen in de eerste klas van het voortgezet onderwijs.
Risico’s Nasleep van de coronacrisis: 22% van de jeugdigen geeft aan nog last te hebben van een of meer ingrijpende gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt tijdens de corona periode. De weerbaarheid van de jeugdigen in 2021 is ten opzichte van 2019 verminderd.18
Prioritaire doelgroepen Kansen om de sociaal-emotionele vaardigheden positief te beïnvloeden zijn het grootst op jonge leeftijd (2-12 jaar). Daarnaast is extra aandacht gewenst voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Bijvoorbeeld gezinnen waar extra spanningen spelen als gevolg van armoede of schuldenproblematiek, ouders in een scheidingssituatie, gezinnen waar sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling of ouders met een verhoogd risico op problemen bij de opvoeding vanwege ouderfactoren (bijvoorbeeld psychosociale problemen, verslaving of een licht verstandelijke beperking).
Risico’s of problemen op het gebied van sociaal emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek doen zich voor in alle leeftijdscategorieën maar zijn het meest zichtbaar bij jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 18 jaar. Dat geldt ook voor het ontstaan van andere problemen zoals bijvoorbeeld overlastgevend of zelfs crimineel gedrag. Gezien het bovenstaande wordt binnen het subsidiekader Jeugdpreventie 2025 de focus gelegd op kinderen met een verhoogd risico en beginnende psychosociale problematiek in de leeftijdscategorie 2 tot 18 jaar.
Doel subsidie De subsidie is bedoeld voor onderbouwde en effectieve aanpakken, interventies en innovaties die Rotterdamse kinderen en jongeren met verhoogd risico en beginnende psychosociale problematiek (van 2 tot 18 jaar) helpen bij het: Versterken van de sociaal-emotionele vaardigheden. Dit zijn vaardigheden die nodig zijn voor het begrijpen en reguleren van emoties, het stellen en bereiken van doelen, het voelen van empathie voor anderen, het aangaan en onderhouden van positieve relaties en het nemen van verantwoorde beslissingen. Voorkomen en terugdringen van psychosociale problematiek (emotionele problemen, gedragsproblemen of sociale problemen). Het gaat daarbij zowel om universele, selectieve als geïndiceerde preventie. Aangezien scholen in het primair onderwijs zelf verantwoordelijk zijn voor de inzet van universele preventie voor sociaal-emotionele vaardigheden is sinds 2023 niet meer mogelijk om hiervoor subsidie aan te vragen. Voor het voortgezet onderwijs is die mogelijkheid er nog wel.
18 Staat van de jeugd: https://onderzoek010.nl/dashboard/staat-van-de-jeugd en Gezondheidsmonitor Jeugd, GGD’en en RIVM: GGD Rotterdam-Rijnmond | Gezondheidsmonitor (ggdrotterdamrijnmond.nl)
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
16
3.3 Ouderlijke psychopathologie, verslaving en/of (licht) verstandelijke beperking Introductie Kinderen van ouders met een psychische aandoening, verslaving of licht verstandelijke beperking komen meer dan gemiddeld belemmeringen tegen bij het kansrijk, veilig en gezond opgroeien. Dit heeft diverse oorzaken en gevolgen, afhankelijk van het soort problematiek van de ouders. Definities en afkortingen die in dit subsidiethema worden gehanteerd zijn: Kinderen van Ouder(s) met Psychische Problemen (KOPP) Kinderen van Ouder(s) met een Verslaving (KOV). Kinderen van Ouder(s) met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB).
Verhoogde risico’s voor beide groepen Zowel voor kinderen van ouders met LVB als KOPP-KOV geldt dat zij een hoger risico lopen op kindermishandeling en parentificatie (emotioneel misbruik). Ook hebben zij een grotere kans op hechtingsproblemen die zich op verschillende manieren uiten, waaronder via internaliserend en externaliserend probleemgedrag.19
Kinderen van ouders met LVB Ouders met een licht verstandelijke beperking zijn beperkt in hun verstandelijk functioneren.20 De verstandelijke beperking gaat samen met een beperkt sociaal aanpassingsvermogen en vaak is er ook sprake van bijkomende problematiek zoals schuldenproblematiek of opvoedstress. Specifiek voor kinderen van ouders met LVB geldt dat zij een grotere kans hebben op het opgroeien in een gezin waar ouders onvoldoende de behoefte van hun kind herkennen en daar adequaat op inspelen.
KOPP/KOV Voor KOPP/KOV-ouders geldt dat zij psychische- en/ of verslavingsproblemen hebben die hun kinderen zo beïnvloeden dat zij niet optimaal kunnen functioneren in het dagelijks leven. Ouderlijke psychopathologie in het gezin heeft bijna altijd negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen op sociaal-emotioneel gebied.21 Zowel erfelijkheid als opvoedgedrag door de psychische problemen zorgen voor dergelijke effecten bij kinderen.22 Psychische problematiek bij kinderen en/of slechte schoolprestaties als gevolg van gezinsfactoren en/of ouderfactoren zijn voorspellers van risicofactoren als schooluitval, middelengebruik en/of ontwikkeling van crimineel gedrag.
19 LVB: Wat werkt voor licht verstandelijk beperkte (lvb) ouders? (nji.nl) en KOPP KOV: Van Doesem, T., De Gee, A., Bos, C. & Van der Zanden, R. (2019). KOPP/KOV. Een wetenschappelijke onderbouwing van de cijfers. Utrecht: Trimbos Instituut.) 20 LVB in gemeentelijk beleid en praktijk (Eindrapport 2018) 21 Cabaj, J. L., McDonald, S. W., & Tough, S. C. (2014). Early childhood risk and resilience factors for behavioural and emotional problems in middle childhood. BMC Pediatrics, 14, 166 , en: Goodman, S. H., Rouse, M. H., Connell, A. M., Broth, M. R., Hall, C. M., & Heyward, D. (2011). Maternal depression and child psychopathology: a meta-analytic review. Clinical Child and Family Psychology Review, 14(1), 1-27. 22 Ashford, J., Smit, F., van Lier, Pol A. C, Cuijpers, P., & Koot, H. M. (2008b). Early risk indicators of internalizing problems in late childhood: A 9-year longitudinal study. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 49(7), 774-780, en: Flouri, E., Tzavidis, N., & Kallis, C. (Jun 2010). Adverse life events, area socioeconomic disadvantage, and psychopathology and resilience in young children: The importance of risk factors’ accumulation and protective factors’ specificity. European Child & Adolescent Psychiatry, 19(6), 535-546.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
17
Uit de factsheet van Trimbos23 blijkt dat specifiek voor deze kinderen geldt dat zij: Drie tot dertien keer groter risico lopen om zelf psychische problemen of een verslaving te ontwikkelen dan wanneer ze bij psychisch gezonde ouders opgroeien. Vaker slechter presteren op school (betreft: kinderen van ouders met psychische problemen en kinderen van ouders met een alcoholverslaving)
Aantallen Wanneer landelijke schattingen van het Sociaal Cultureel Planbureau24 en het Trimbos worden omgerekend naar het aantal Rotterdamse inwoners, is er: Naar schatting tussen de 8.420 en 14.831 gezinnen in Rotterdam waarvan één of beide ouders een licht verstandelijke beperking heeft.25 Naar schatting ruim 34.000 Rotterdamse kinderen en jongeren met een ouder met een psychische stoornis en/of een verslaving.
Doel subsidie De subsidie is bedoeld voor aanpakken, interventies en innovaties gericht op het versterken van sociaalemotionele vaardigheden, opvoedvaardigheden en het steunend netwerk (LVB) en het voorkomen van problemen bij KOPP/KOV en jeugdigen met (een) ouder(s) met een (licht) verstandelijke beperking. Bij voorkeur gaat het om een integrale preventieve aanpak die bestaat uit een combinatie van goed beschreven, goed onderbouwde of effectieve interventies en de voorlichting, signalering en toeleiding die daarbij past. Kansen liggen op het gebied van het stimuleren van een veilig opvoedklimaat, het versterken van de opvoedvaardigheden van de ouders, het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling en het bevorderen van een stabiele emotionele band met de kinderen. Het belang van een goede hechting en interactie met het kind is een belangrijke voorwaarde in de verdere ontwikkeling van kinderen. Een goede hechtingsrelatie en een positieve opvoedstijl werkt beschermend en geeft kinderen een positief zelfbeeld. Een aandachtspunt voor preventieve aanpakken in 2025 is de verdere uitbreiding van het aantal effectieve interventies of werkzame elementen binnen de interventies, met oog voor een groter bereik onder de doelgroep. Daarnaast wordt verwacht dat de aanbieders goed samenwerken met de wijkteams, het onderwijs en andere betrokken partijen.
Deze samenwerking leidt tot een betere signalering en toeleiding naar passende interventies.
23 Trimbos instituut (2019) KOPP/KOV een wetenschappelijke onderbouwing van de cijfers. https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/product/af1666-factsheet-kopp-kvo 24https://onderzoek010.nl/dashboard/dashboard/bevolking;Woittiez, I., Eggingk, E., & Ras, M. (2019). Het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking: een schatting. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau 25 KOPP/KOV: Feiten en cijfers - Trimbos-instituut van Dorsselaer, S., Ramaker, V., ten Have, M., de Gee, A. KOPP/KOV: Feiten en cijfers. Landelijke omvang KOPP/KOV-groep. Geraadpleegd op [4-1-2024]. Trimbos-instituut, Utrecht
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
18
LVB
KOPP/KOV:
De geboden aanpakken en interventies hebben een positieve insteek voor de ouders en hun kinderen en sluit aan bij wat de ouders wel kunnen. Er wordt ingezet op beschermende factoren zoals het versterken van het steunend netwerk van zowel ouders als kinderen en het bevorderen van de ontwikkeling van de kinderen en jongeren waardoor zij niet onderpresteren en hun talent ten volle tot ontwikkeling komt.
Bij KOPP/KOV aanpakken en interventies is er specifiek aandacht voor:
Daarnaast wordt ingezet op: Voorlichting en voorbereiding op het ouderschap. Hier hoort ook psycho-educatie over LVB bij Het versterken van de opvoedvaardigheden, waaronder het bevorderen van een sensitief responsieve opvoedstijl van de ouder. Dit stimuleert de hechting en de ontwikkeling van de kinderen. Het streven naar ‘goed genoeg’ ouderschap26 en het verbeteren van de opvoedsituatie van kinderen Aandachtspunt is de kwaliteit van uitvoering voor de doelgroep ouders met een LVB vanwege de informatieverwerking en bij sommige ouders het onvermogen om het geleerde toe te passen in de opvoeding van het kind.
Het vergroten van de sociaal emotionele vaardigheden van kinderen van ouders met psychiatrische problematiek, zoveel mogelijk gezinsgericht Het vergroten van het bereik van KOPP/KOV jongeren en hen ondersteunen bij de vraag hoe om te gaan met een ouder met psychische problemen, hun competenties versterken en ervaringen laten delen Het versterken van ouderschap en opvoedvaardigheden in gezinnen met (aanstaande) ouders met psychopathologie, door het vergroten van het kennisniveau, signalering, toeleiding en handelen van professionals. Denk hierbij aan zorgprofessionals, geboortezorg, volwassenenzorg, huisartsen, SMW en verpleegkundigen gericht op gezinsfocus en KOPP. Het vormgeven van de signalerende en toeleidende functie als onderdeel van de aanpak of interventie.
26 ‘Goed genoeg’ ouderschap wordt gedefinieerd als ouderschap waarbij er geen uithuisplaatsing plaatsvindt, er geen bemoeienis is van de Raad voor de Kinderbescherming en er geen aanwijzingen zijn voor verwaarlozing en kindermishandeling (Willems et al., 2007 in: Wat werkt voor licht verstandelijk beperkte (lvb) ouders? (nji.nl)).
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
19
3.4 Opvoedvaardigheden
Prioritaire doelgroepen voor het versterken van opvoedvaardigheden
Introductie
De gemeente Rotterdam onderscheidt drie prioritaire doelgroepen voor het versterken van opvoedvaardigheden, namelijk ouders met jonge kinderen (0-4 jaar), ouders met pubers en/of met kinderen in overgangssituaties en ouders in kwetsbare situaties.
Opvoedvaardigheden zijn alle vaardigheden van ouders om een kind of jongere zo veilig, gezond en kansrijk mogelijk te laten opgroeien; opvoedvaardigheden helpen ouders om te gaan met de behoeften van het kind. Met deze vaardigheden kunnen ouders negatief gedrag bijsturen en positief gedrag stimuleren, maar ook een liefdevolle, warme relatie met hun kind opbouwen, een voorbeeld voor het kind zijn en hun kind helpen in zijn ontwikkeling. De invulling van het ouderschap, zoals de samenwerking tussen ouders, is van invloed op de opvoedvaardigheden. Door inzet op opvoedvaardigheden van ouders kunnen veel problemen onder kinderen en jongeren (op latere leeftijd) worden voorkomen, onder meer op het gebied van: Hechting; het stimuleren van een veilige hechting en een warme, sensitieve opvoedstijl bij ouders met baby’s en kinderen van de jongste leeftijd is van essentieel belang voor het voorkomen of verminderen van risico’s en problemen in het latere leven van kinderen. Een warme, sensitieve opvoedstijl werkt onder meer als beschermende factor tegen sociaalemotionele problemen bij kinderen die veroorzaakt zijn door hoge stress bij ouders.27 Scheiding28 : ernstige conflicten tijdens of na scheiding van ouders kunnen worden voorkomen door ouders te stimuleren op een prettige wijze invulling te geven aan hun ouderschap na scheiding.
Bijvoorbeeld door hen (tijdig) voor te lichten over de ernstige gevolgen van een (langdurige) strijd voor hun kinderen, door hen te helpen op een constructieve manier met elkaar te communiceren en door het bevorderen van een goed verloop van de omgang van beide ouders met de kinderen of jeugdigen. Kindermishandeling: stress bij ouders en beperkte opvoedvaardigheden van ouders zijn risicofactoren bij het ontstaan van kindermishandeling. Partnergeweld en kindermishandeling gaan vaak samen.
Ouders met jonge kinderen (-9 maanden tot 4 jaar) In de allereerste levensfase, zelfs al voor de geboorte, wordt de basis gelegd voor een veilige hechtingsrelatie tussen ouder en kind. Een veilige en goede ouderkindrelatie is van groot belang voor een gezonde ontwikkeling van kinderen, zowel sociaal, emotioneel als cognitief. Een opvoedstijl waarbij de ouders tegemoet komen aan de behoeften van het kind draagt hieraan bij en is een belangrijke opvoedvaardigheid van ouders met jonge kinderen. Kinderen met een onveilige gehechtheid lopen risico op het ontwikkelen van sociaal-emotionele problemen29. Deze problemen kunnen op hun beurt weer leiden tot gedragsproblemen of crimineel gedrag. Ouders met pubers en/of met kinderen in overgangssituaties Sommige ouders hebben extra opvoedondersteuning nodig tijdens de overgangssituaties in het opgroeien van hun kind. Bijvoorbeeld bij de overstap naar het voortgezet onderwijs, in de periode van de puberteit, en/of als hun kind aansluiting zoekt bij problematische jeugdgroepen in de wijk. Naarmate het kind opgroeit, kan het tegendraads gedrag vertonen dat bij de normale ontwikkeling hoort. Het is van belang ouders te steunen in de opvoedvaardigheden hiermee om te gaan en te voorkomen dat er (gedrags-) problemen ontstaan.
Ouders in kwetsbare situaties In kwetsbare situaties kunnen opvoedvaardigheden of de voorbereiding op het ouderschap onder druk komen te staan. Dat is extra ingrijpend, omdat een positief opvoedklimaat beschermend werkt voor kinderen in kwetsbare situaties. En andersom geldt dat onvoldoende opvoedvaardigheden bij ouders de
27 Whittaker, J. E. V., Harden, B. J., See, H. M., Meisch, A. D., & T’Pring, R. W. (2011). Family risks and protective factors: Pathways to Early Head Start toddlers’ social–emotional functioning. Early Childhood Research Quarterly, 26 (1), 74-86. 28 Met scheiding wordt bedoeld de beëindiging van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap dan wel het uit elkaar gaan van ouders. 29 https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/04/onderbouwing_problematische_gehechtheid.pdf
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
20
risico’s van andere factoren kan vergroten. Daarom vinden wij preventieve opvoedondersteuning van ouders in kwetsbare situaties belangrijk Denk daarbij aan gezinnen waar spanningen en stress spelen, bijvoorbeeld als gevolg van armoede of schuldenproblematiek, ouders in een scheidingssituatie of (aanstaande) ouders met psychosociale problemen, verslaving of een licht verstandelijke beperking. Het versterken van opvoedvaardigheden helpt deze ouders om hun kind te stimuleren in de ontwikkeling en bevordert de kansengelijkheid in de stad. Ook als er kindfactoren spelen in het gezin (bijvoorbeeld op het gebied van temperament of sociaal-emotionele problemen) kan het beschermend werken om de opvoedvaardigheden van ouders te versterken Universele opvoedsteun Naast ondersteuning voor de prioritaire doelgroepen is het goed om een breed toegankelijk en laagdrempelig opvoedaanbod voor alle Rotterdamse ouders te hebben, gericht op bijvoorbeeld informatie en advies. Zo kunnen ouders die daar behoefte aan hebben vragen stellen over opvoeden en opgroeien, andere ouders ontmoeten of een steuntje in de rug krijgen. Dit laagdrempelige aanbod creëren we samen met de jeugdgezondheidszorg en andere partijen in de wijken die ouders bereiken. Binnen het subsidiekader jeugdpreventie gaat het, in aanvulling op dit basisaanbod, om preventieve en zo veel mogelijk effectieve interventies.
Door interventies en aanpakken op opvoedvaardigheden te subsidiëren, verwacht de gemeente een bijdrage te leveren aan een positief (neven-)effect op: Het aantal (jonge) kinderen dat opgroeit in een veilige en stimulerende opvoedsituatie; Het aantal kinderen waarbij sprake is van een veilige hechting; Het aantal kinderen dat een goede sociaalemotionele gezondheid heeft; Het aantal kinderen en jongeren dat delicten pleegt (op latere leeftijd); Het aantal kinderen en jongeren dat psychosociale problemen heeft. Aanpakken en interventies zijn bij voorkeur goed onderbouwd of effectief en richten zich op de opvoedvaardigheden zoals benoemd door prof. dr. Riksen-Walraven, namelijk: emotioneel ondersteunen, respect hebben voor de autonomie van het kind, structuur bieden en grenzen stellen en informeren en uitleggen.30
Doel subsidie De subsidie is bedoeld voor aanpakken, interventies en innovaties gericht op het versterken van de opvoedvaardigheden en opvoedkracht van (aanstaande) ouders van Rotterdamse kinderen en jongeren. Hierbij wordt extra aandacht gevraagd voor de prioritaire doelgroepen. Het uiteindelijke doel is dat meer kinderen in Rotterdam veilig, gezond en kansrijk opgroeien in gezinnen waar risicofactoren spelen die dit kunnen belemmeren.
30 NJI (2011): De basis van opvoeding en ontwikkeling
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
21
Daarbij is aandacht voor: Het versterken van de eigen kracht en het opvoedvertrouwen van ouders en het ondersteunen bij het (aanstaande) ouderschap; Het bevorderen van een warme, sensitieve opvoedstijl bij baby’s en kinderen van de jongste leeftijd;31 Het bieden van vroegtijdige ondersteuning bij lichte of eenduidige opvoedproblemen, om te voorkomen dat deze complexer worden; Het adviseren van ouders zodat zij zelf het hoofd kunnen bieden aan de meest voorkomende opvoedkwesties; Het bieden van inzicht en handvatten aan ouders om op een positieve manier met hun kind(eren) om te gaan; Het versterken van het sociale netwerk en de sociale steun van (aanstaande) ouders. Om de impact van de interventies te vergroten is het van belang voldoende ouders te bereiken, en om de gewenste doelgroep te vinden en vast te houden. Dit vraagt van aanbieders extra aandacht voor moeilijk bereikbare groepen, goed aansluiten op de vraag en behoefte van ouders, en een goede samenwerking met (signalerende) partijen in zowel het wijknetwerk als in het (volwassenen) zorgdomein. Daarbij is het goed te benoemen dat opvoedvaardigheden contextueel van aard zijn: het kan ook aan de omstandigheden liggen dat opvoeden (even) niet lukt, terwijl de vaardigheden er wel zijn. Daarom moet goed gekeken worden naar de oorzaak van de problemen zodat de meest passende ondersteuning kan worden geboden.
31 NB; Interventies die hierop effectief zijn, zijn veelal voor een beperkte doelgroep. Het is van belang om onderbouwde en effectieve interventies voor grotere doelgroepen te kunnen aanbieden om de impact te vergroten
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
22
3.5 Middelengebruik Introductie Middelengebruik is in het Subsidiekader Jeugdpreventie gedefinieerd als gebruik van alcohol en/of drugs. Activiteiten gericht op problematisch gamegebruik en bovenmatig social media gebruik vallen echter ook onder dit thema. De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat kinderen en jongeren kansrijk, gezond en veilig opgroeien; geen alcohol- en/of drugsgebruik draagt daaraan bij. Minder of geen gebruik hangt namelijk samen met betere schoolprestaties, minder schoolverzuim, minder onder-prestatie (ook bij stage of werk) en minder schooluitval, maar ook met een betere gezondheid, minder delinquent gedrag, geweld en overlast. Als het gaat over (emotionele) veiligheid, zowel thuis als in de buitenruimte is aangetoond dat middelenmisbruik binnen het gezinssysteem en handel van (soft)drugs in de buitenruimte een negatieve invloed heeft op deze veiligheid. Ook gezond gedrag wordt door deze factoren negatief beïnvloed.
Aantallen en risicogroepen De cijfers met betrekking tot alcohol- en drugsgebruik onder de Rotterdamse Jeugd zijn terug te vinden in het Preventieplan Alcohol en andere Drugs 2023-2027, Gezondheid in Kaart en in de Staat van de Jeugd 2022.32 In het kort zien we het volgende beeld: Bij leerlingen op het vso is bingedrinken, cannabisgebruik en ‘ooit alcohol’ gedaald. Het bingedrinken daalde bij deze leerlingen van 17% in 2017 naar 12% in 2021 en het cannabisgebruik van 42% naar 20%. Onder leerlingen van het praktijkonderwijs zijn deze helaas juist toegenomen. ROC-studenten zijn meer harddrugs gaan gebruiken maar het bingedrinken en blowen is daarentegen gedaald (softdrugs ooit in 2017 21,5% en in 2021 18%). De naleving NIX18 en doorschenken is bij alle branches, behalve bij sportverenigingen, verbeterd.
tot gezondheidsschade en (dure) studievertraging of -uitval. Onder studenten is het percentage overmatige drinker (vrouwen meer dan 14 en mannen meer dan 21 glazen per week) ruim boven de 11% en 16% is een zware drinker (minstens één keer per week meer dan vier (vrouwen) of zes (mannen) glazen alcohol op een dag gedronken worden. Daarnaast is middelengebruik nog riskanter bij jongeren die op meerdere vlakken problemen het hoofd moeten bieden. Dit zien we vaker bij leerlingen in het speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en de niveaus 1 en 2 van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en bij jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Deze jeugdigen zijn namelijk extra kwetsbaar en beïnvloedbaar. Voor specifieke cijfers van gebruik onder jongeren op Praktijkonderwijs, Speciaal VO en op de mbo-locaties niveau 1 en 2 verwijzen we naar het eerdergenoemde Preventie en Handhavingsplan Alcohol en Drugs 2023-2027. Middelengebruik vormt een risicofactor voor daderschap van ernstige en gewelddadige jeugdcriminaliteit en voor de ontwikkeling naar aanhoudend daderschap van jeugdcriminaliteit.33 Onder middelengebruik wordt in dit geval niet alleen het gebruik van drugs en alcohol verstaan, maar ook het problematisch gamen.
Wat betreft alcoholgebruik vormen studenten een risicogroep. Veel hbo en wo studenten vinden het normaal om (veel) alcohol en drugs te gebruiken. Deze normalisering leidt tot zorgelijk gebruik en daarmee
32 Het preventie- en handhavingsplan is te vinden via www.rotterdam.nl/wonen-leven/alcohol-drugs, Gezondheid in Kaart: www. gezondheidinkaart.nl en de Staat van de Jeugd 2022 www.rotterdam.nl/werken-leren/staat-van-de-jeugd. 33 Lipsey & Derzon, 1998; Assink et al., 2015. Assink et al. (2015; p. 57) vonden een significant risicoverhogend effect op de ontwikkeling naar aanhoudende jeugdcriminaliteit wanneer bij de jeugdige sprake is van middelengebruik en/of gokken.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
23
Doel subsidie De subsidie is bedoeld voor het voorkomen en terugdringen van gebruik bij alle Rotterdamse jeugdigen met extra aandacht voor risicogroepen. Geboden aanpakken en interventies richten zich niet alleen op de jeugdigen zelf, maar ook op hun ouders, docenten, begeleiders binnen sportverenigingen, jongerenwerkers, verkopers van alcohol en andere betrokkenen. De gemeente hanteert daarbij de volgende normen: Talentontwikkeling gaat niet samen met middelengebruik; Ouders en opvoeders nemen hun verantwoordelijkheid, geven het goede voorbeeld en zien erop toe dat hun kinderen geen alcohol en/of drugs gebruiken; Slijterijen, sportkantines, avondwinkels, horeca en supermarkten houden zich aan de wet: onder de 18 geen alcohol. Het is ook van belang dat alcoholverstrekkers de wet beter naleven en niet verkopen aan jeugdigen onder de 18 jaar en mensen die in ‘kennelijke staat’ verkeren. De concrete handhaving hiervan wordt door Buitengewoon Opsporingsambtenaren gedaan en is een verantwoordelijkheid van de gemeente, niet van de jeugdpreventie-aanbieder. Grenzen stellen en bewaken in het algemeen is echter gekoppeld aan
beter normbesef en een groter publiek draagvlak voor de gestelde regels. De subsidie wordt daarom verleend aan aanpakken en interventies die zich richten op het versterken van de opvoedkracht en opvoedvaardigheden van ouders, het zelfvertrouwen en eigen-regie bij jongeren zelf en de signaleringen doorverwijsvaardigheden bij professionals en vrijwilligers die met jongeren werken. Daarnaast richten ze zich op de omgeving van jeugdigen (verkrijgbaarheid van alcohol en drugs, groepsdruk etc.). De activiteiten rondom signaleren, toeleiden, voorlichten en deskundigheid bevorderen maken altijd deel uit van een samenhangende aanpak of een interventie en hangen altijd met elkaar samen om effect te realiseren. Het thema middelengebruik is voortdurend aan trends onderhevig en vraagt aan de jeugdpreventieaanbieder flexibiliteit bij programmering en inhoud van preventieve interventies, waaronder het inspelen op actuele issues zoals het gebruik van lachgas, snus en ‘nieuwe’ drugs. In alle opgroeisettings (thuis, op school, op sociale media en in de vrije tijd) is een gedeelde norm de basis: onder de 18 jaar geen alcohol en ongeacht leeftijd geen drugs. De meetbaar gestelde doelstellingen zijn, in de periode dat subsidie aangevraagd kan worden voor preventieve aanpakken en interventies 2025, terug te vinden in het genoemde Preventieplan Alcohol en andere Drugs 2023-2027.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
24
4. Financieringswijze 4.1 Introductie In dit hoofdstuk komt de financieringswijze van de subsidies die onder het Subsidiekader Jeugdpreventie vallen aan bod. Er wordt aandacht besteed aan het subsidieplafond en de budgetverdeling.
4.2 Subsidieplafond en budgetverdeling Subsidieplafond Vanuit de gemeente Rotterdam is € 12.120.000 subsidie beschikbaar voor jeugdpreventieve activiteiten in het kalenderjaar 2025. Dit is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad en van verkrijging van middelen van het Rijk. Dit subsidieplafond valt uiteen in een tweetal deelplafonds voor een tweetal subsidiecategorieën. Voor eenmalige innovatiesubsidies stelt de gemeente € 420.000 beschikbaar. En € 11.700.000 voor jaarlijkse preventieve aanpakken en interventies. Hierbij geldt dat het college kan besluiten om niet benutte middelen van een deelplafond toe te voegen aan het andere deelplafond.
Budgetverdeling
Sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek Ouderlijke psychopatholofie en/of (licht) verstandelijke beperking Opvoedvaardigheden Middelengebruik
Figuur 2: Indicatie budgetverdeling per factor
Figuur 2 geeft een indicatie van de budgetverdeling per factor. De gemeente behoudt zich het recht voor om af te wijken van de indicatieve verdeling en het budget per factor te wijzigen, afhankelijk van het totale aantal aanvragen en de kwaliteit van de aanvragen. Vanuit deze verdeling bekijkt de gemeente of er nog onverwachte knelpunten zichtbaar worden bij de huidige financiering. De uitgangspunten op basis waarvan de verdeling bij het toekennen van de subsidies gebeurt, staan in de Subsidieregeling Jeugdpreventie Rotterdam 2025.
Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
25
www.rotterdam.nl Beleidsnotitie Subsidiekader Jeugdpreventie 2025
26