CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002332] Bijlage 1 behorende bij 24bb002331 over VRR Kadernota 2025

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 27 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken5.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ülsíí;mŵ;

Kadernota 2025

ínhoud 1. Inleiding...........................................................................

3

2. Opzet van de programmabegroting................................

. 3

3. Baten..............................................................................

. 4

3.1 Gemeentelijke bijdragen...........................................

. 4

3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

. 8

3.3 Opbrengsten uit ambulanceritten..............................

. 9

4. Lasten.............................................................................

10

4.1 Personeel..................................................................

10

4.2 Indexering van de lasten...........................................

12

4.3 Investeringen en kapitaallasten................................

13

4.4 Ontwikkeling Begroting.............................................

14

5. Eigen vermogen.............................................................

15

5.1 Weerstandsvermogen...............................................

15

5.2 Liquiditeitspositie.......................................................

15

5.3 Reserves en voorzieningen.......................................

15

6. Beleidsontwikkelingen....................................................

16

7. Procedure.......................................................................

19

VRR Kadernota 2025

2

1. Inleiding Voor u ligt de kadernota 2025. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording. Kadernota

Programma­ begroting

Begrotings­ wijzigingen

Jaarrekening

Deze kadernota geeft de financiële en beleidsmatige kaders aan voor de programmabegroting van het jaar 2025. In 2025 wordt verder invulling gegeven aan het beleidsplan, waarin de bestuurlijk vastgestelde ontwikkelagenda centraal staat. Daarnaast zal de versterking Crisisbeheersing verder geïmplementeerd worden.

2. Opzet van de programmabegroting De opzet van de begroting 2025 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en, voor zover van toepassing, de Wet- en regelgeving Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met de verbijzonderingen daarop zoals neergelegd in de Financiële Verordening van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Autorisatie van de begroting vindt volgens het BBV formeel plaats op programmaniveau. Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2023 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2024 worden in de begroting 2025 verwerkt, waarbij tevens de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn verwerkt. De begroting 2025 bestaat uit drie programma’s: ^ programma Ambulancezorg; ^ programma Brandweerzorg; ^ programma Risico & Crisisbeheersing In dit programma is ook de GHOR opgenomen; Daarnaast worden er verschillende paragrafen opgenomen in de begroting, conform de regelgeving van de BBV. Dit gaat o.a. om de paragraaf bedrijfsvoering en weerstandsvermogen en risicobeheersing. .

VRR Kadernota 2025

3

3. Baten 3.1 Gemeentelijke bijdragen Indexering gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage dient ter dekking van de kosten voor de basistaak van de VRR. De indexering die gebruikt wordt voor het opstellen van de begroting wordt jaarlijks het indexeringspercentage voorgesteld door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen en wordt vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van alle deelnemende gemeenten. Voor 2025 leidt de totale index tot afgerond 6,87o welke als volgt is opgebouwd.

Indexatie Voorgaande jaren Verrekening Correctie 2024 Correctie 2023 Correctie 2022 Totaal accres 2025

2022 5,8407o 6,5407o -0,7007o

2023 3,6607o 2,7607o 0,907

2024 5,807 3,607 2,207

2025 4,447 4,447 2,207 0,907 -0,707 6,847

De gemeentelijke bijdrage aan de VRR wordt bepaald op basis van de begrote kosten, voor de basistaak van de VRR, Voor de jaren 2025 en verder is zichtbaar dat met de vastgestelde indexeringen op de gemeentelijke bijdrage er een positief resultaat ontstaat.

Kostenverdeelsystematiek Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de nieuwe kostenverdeelsystematiek voor de deelnemende gemeenten. Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer. Op dit besluit zijn nadere uitwerkingsvoorstellen gemaakt waarmee het Algemeen Bestuur in december 2022 heeft ingestemd - De uitkering in het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vanuit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geactualiseerd en daarmee ook de verdeelsleutel per gemeente. - De bijdrage die Rotterdam aan de Gezamenlijke Brandweer betaalt voor de reguliere brandweerzorg in het Europoort gebied wordt jaarlijks aangepast aan de bijdrage zoals opgenomen in de begroting van de Gezamenlijke Brandweer. - De berekening van de verhouding voor de kostenverdeelsleutel wordt gebaseerd op de meicirculaire van twee jaar eerder.

VRR Kadernota 2025

4

Voor de nieuwe kostenverdeelsystematiek is een ingroeitraject afgesproken die loopt tot en met 2026. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor Goeree Overflakkee. Deze gemeente komt als gevolg van de herijking boven de gemaximaliseerde ingroei van C 4,25 per inwoner uit. Daarom is afgesproken om de ingroeiperiode te verlengen voor deze gemeente tot en met 2028. Op basis van bovenstaande wordt voor 2025 de kostenverdeelsleutel geactualiseerd. Dit gebeurt aan de hand van de meicirculaire 2023 voor de verdeling van het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer in het gemeentefonds en de begroting 2024 van de Gezamenlijke Brandweer. Dit leidt tot een aantal verschillen in de verdeelsleutel ten opzichte van de verdeelsleutel die in 2024 geldt. In onderstaande tabel zijn de verdeelsleutels naast elkaar gezet waarbij in groen is aangegeven als het aandeel van de betreffende gemeente daalt en in oranje als het aandeel stijgt.

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJsse Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

Verdeelsleutel Verdeelsleutel obv obv meicirculaire meicirculaire 2022 t.b.v. begr 2023 t.b.v. begr 2024 2025 1,51y0 2,94y0 4,89yo 4,14y0 1,87y0 3,67y0 2,27y0 5,89y0 3,12y0 52,52y0 6,61y0 5,68y0 4,88y0 100,0007o

1,51y0 2,94y0 4,78y0 4,11y0 1,83y0 3,66y0 2,33y0 5,86y0 3,09y0 52,73y0 6,59y0 5,72y0 4,86y0 100,0007o

Ontwikkelagenda Conform het AB-besluit zal de totale bijdrage in het kader van de ontwikkelagenda tot en met 2026 stapsgewijs toenemen. In 2025 wordt de 3e tranche van C 1.886k (is C 2.254k incl. indexering) toegevoegd. Deze is onderdeel van de gemeentelijke bijdrage. Ontwikkelagenda - Toename per jaar Omschrijving 2024 Oorspronkelijk bedrag 2.576.000 Indexatie 305.414 Totaal (* C 1.000,-) 2.881.414

VRR Kadernota 2025

2025 1.886.800 367.216 2.254.016

| 2026 I 1.129.100 219.749 1.348.849

5

Totale gemeentelijke bijdrage basiszorg De totale gemeentelijke bijdrage voor 2025 neemt toe ten opzichte van 2024 door de indexatie van de kosten en de implementatie van de 3e tranche van de ontwikkelagenda. De basis voor de berekening van de indexatie 2025 is de gemeentelijke bijdrage 2024 en deze bedraagt C 113.618.772. Naast de indexatie wordt de tranche 2025 van de ontwikkelagenda in de bijdrage meegenomen. De totale bijdrage 2025 komt daarmee uit op C 123.459.989. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage 2024-2025____________ Bijdrage 2024 113.618.772 Indexatie 2025 6,800Zo 7.726.076 Tranche ontwikkelagenda 2.254.016 Bijdrage 2025 123.598.864 In de volgende tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage opgenomen voor 2026. In dat jaar komt de laatste tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage 2025-2028____________ Bijdrage 2025 | 123.598.864 T ranche ontwikkelagenda 1.348.849 Bijdrage 2026 124.947.714 Voor de jaren na 2026 zijn er geen mutaties in de gemeentelijke bijdrage. Verdeling gemeentelijke bijdrage basiszorg Voor de nieuwe kostenverdeelsystematiek is een ingroeitraject afgesproken dat loopt tot en met 2026. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor Goeree Overflakkee omdat deze gemeente, als gevolg van de herijking van het gemeentefonds, boven de gemaximaliseerde ingroei van C 4,25 per inwoner uitkomt.

Daarom is afgesproken om de ingroeiperiode te verlengen voor deze gemeente tot en met 2028.

VRR Kadernota 2025

6

In de volgende tabel is de ontwikkeling van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen 2024-2028 neergezet op basis van: - de afspraken over de herijking van de kostenverdeelsleutel - de geactualiseerde kostenverdeelsleutel (excl. de DVO’s), - de indexatie van de gemeentelijke bijdrage en de tranches van de ontwikkelagenda (tot en met 2026). - de langere ingroeiperiode (2027 en 2028), in het kader van het ingroeitraject van de nieuwe kostenverdeelsystematiek, van de bijdrage van de gemeente Goeree Overflakkee .

Gemeente

Bijdrage 2024 excl DVO+ na herijking

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

1.583.115 3.091.495 5.189.736 3.898.128 1.907.310 4.321.383 2.279.264 6.473.213 3.137.702 62.492.546 7.233.293 6.529.673 5.270.467 113.407.324

Verdeelsleutel conform herijking obv ‘. a meicircualire 2023 1,510Zo 2,940Zo 4,780Zo 4,mo 1,830 3,660 2,330 5,860 3,090 52,730 6,590 5,720 4,860 100,00“/

Verdeel . . . sleutel 2025

1,450 2,830 4,670 3,620 1,750 3,730 2,170 5,780 2,930 53,860 6,480 5,730 4,750 99,750/

Bijdrage 2025 excl DVO+ na herijking

1.796.896 3.500.047 5.774.696 4.459.756 2.165.892 4.610.909 2.679.849 7.140.853 3.618.702 66.575.524 8.006.721 7.083.801 5.868.046 123.281.692

Verdeel sleutel 2026

1,510 2,940 4,780 3,790 1,830 3,660 2,330 5,860 3,090 52,730 6,590 5,720 4,860 99,67/

Bijdrage 2026 excl DVO+ na herijking

1.892.045 3.676.738 5.968.226 4.715.881 2.281.568 4.570.188 2.911.660 7.318.905 3.865.824 65.880.456 8.233.672 7.141.468 6.068.185 124.524.818

Verdeel sleutel 2027

1,510 2,940 4,780 3,950 1,830 3,660 2,330 5,860 3,090 52,730 6,590 5,720 4,860 99,84/

Bijdrage 2027 excl DVO+ (geen herijking meer)

1.892.045 3.676.738 5.968.226 4.927.329 2.281.568 4.570.188 2.911.660 7.318.905 3.865.824 65.880.456 8.233.672 7.141.468 6.068.185 124.736.266

Verdeel sleutel 2028

1,510 2,940 4,780 4,110 1,830 3,660 2,330 5,860 3,090 52,730 6,590 5,720 4,860 100,00/

Bijdrage 2028 excl DVO+ (geen herijking meer)

1.892.045 3.676.738 5.968.226 5.138.777 2.281.568 4.570.188 2.911.660 7.318.905 3.865.824 65.880.456 8.233.672 7.141.468 6.068.185 124.947.714

VRR Kadernota 2025 7

Meerjarenraming Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Naast de bijdrage voor de basiszorg zijn met enkele gemeenten separate afspraken gemaakt over een bijzondere dienstverlening. Deze afspraken worden in de begroting verwerkt. De specificatie van de diensten en de daaraan verbonden bijdragen is op dit moment als volgt: Gemeente Barendrecht Capelle aan den IJssel Lansingerland Ridderkerk Rotterdam

Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee

Omschrijving Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Strandwachten WABO/TCH Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Cultureel erfgoed Kazerne Oudenhoorn

Totaal

DVO's 2025 82.632 82.632 82.632 82.632 586.335 704.953 82.632 82.632 82.632 25.701 709 1.896.122

De bijdragen voor 2025 zoals hier boven genoemd zijn geïndexeerd conform de verwachte loon- en prijsstijgingenpercentages. Vanuit het bestuur is de vraag gesteld of de taak van de wijkbrandweer onderdeel kan worden van de basistaak van de VRR. Hiervoor wordt een voorstel uitgewerkt. Bij de agendering van de begroting 2025 zal dit voorstel separaat worden ingebracht.

3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De BDuR bestaat uit meerdere bijdragen. - Een lumpsumbijdrage die het Rijk verstrekt aan de veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken, - Een bijdrage voor het CBRN-peloton - Een bijdrage voor de professionalisering van de Crisisbeheersing en informatievoorziening. De bijdragen worden ieder jaar bekend gemaakt in een brief die het ministerie van Justitie en Veiligheid verstuurt. De BDuR-bijdrage waarmee gerekend wordt voor de begroting 2025 en de meerjarenraming, is op basis van de brief van het ministerie van 13 juni 2023 en van december 2023. In de prognose is zowel rekening gehouden met de extra middelen als met een efficiencytaakstelling vanaf 2024. Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) 2024

2025

2026

2027

2028

BDUR regulier* Extra middelen Crisisbeheersing Extra middelen Informatievoorziening

14.120.607 2.109.666 638.400

14.192.118 1.701.519 517.620

14.236.977 1.701.519 517.620

14.232.683 1.701.519 517.620

14.232.683 1.701.519 517.620

Totaal

16.868.673

16.411.257

16.456.116

16.451.822

16.451.822

*Incl. bijzondere bijdrage CBRN-risico’s

VRR Kadernota 2025 8

3.3 Opbrengsten uit ambulanceritten In Nederland zijn alle zorgverzekeraars gezamenlijk verantwoordelijk voor de inkoop van Ambulancezorg. Voor de inkoop wordt door de minister een landelijk macrobudget vastgesteld. De onderhandelingen over de regionale zorginkoop afspraken vinden jaarlijks plaats. Deze onderhandelingen starten ongeveer een halfjaar voor het begrotingsjaar. Dit betekent dat de onderhandelingen over het budget 2025 naar verwachting in het vierde kwartaal 2024 worden afgerond. Bij het opstellen van de begroting 2025 zullen de financiële uitgangspunten van het begrotingsjaar 2024 worden gebruikt. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(swijziging) worden aangepast. Het financieringsstelsel van de ambulancezorg maakt een onderscheid tussen bekostiging en financiering. Met bekostiging wordt het budget bedoeld zoals dat jaarlijks door zorgverzekeraars beschikbaar wordt gesteld op basis van beleidsregels die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vaststelt. Met financiering wordt de manier bedoeld waarop het budget via facturatie beschikbaar wordt gesteld. De facturatie van de ritten vindt plaats aan zorgverzekeraars of rechtstreeks naar de patiënt. Wanneer we weten bij welke zorgverzekeraar de patiënt verzekerd is, zenden we de factuur rechtstreeks naar de zorgverzekeraar.

Als dit niet bekend is gaat de factuur naar de patiënt

VRR Kadernota 2025 9

4. Lasten 4.1 Personeel CAO VRR Voor de personele salarislasten wordt gerekend met de lopende CAO en een verwachting op de nieuwe salarisafspraken. De huidige CAO voor de veiligheidsregio’s is geldig tot en met 30 april 2024. De laatste salarisverhoging is ingegaan per 1 januari 2023. Bij het schrijven van deze kadernota zijn de CAO-onderhandelingen voor een nieuwe CAO Veiligheidsregio’s nog niet afgerond. Voor de cijfers in deze kadernota hanteren we de afspraken zoals deze zijn opgesteld voor de CAO gemeente. Dit betekent dat we uitgaan van een loonstijging van 4,750Zo per 1-4-2024 en nog eens 1,25y0 per 1-10-2024. CAO Ambulance Voor het personeel in de ambulancesector geldt de CAO-ambulancezorg. Hiervoor is in 2023 een CAO afgesloten die loopt tot en met 31 januari 2025. Deze CAO zal input zijn voor de inkoopafspraken met de zorgverzekeraars. Personeel Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten/cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties.

Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het onderwerp Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden. Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is dat tot 2025 er geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden hebben een verschillend standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp bij het Ministerie ook geen prioriteit op dit moment. Deze ligt op de "Bouwsteen verplichtend karakter”. Bouwsteen verplichtend karakter De positie van de brandweervrijwilligers is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps moet aangescherpt worden. Landelijk is gekomen tot een denkrichting die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen, waarvan de eerste bouwsteen "Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a.

dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties van deze eerste bouwsteen zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. VRR Kadernota 2025 10

De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op C 31 miljoen per jaar. Voor de VRR komt het uit op een bedrag van C 3 miljoen. Het Veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen “Verplichtend karakter” een implementatieplan opgesteld. Om over te gaan tot implementatie van dit plan moet eerst aan een aantal randvoorwaarden voldaan worden door het ministerie. De randvoorwaarden zijn: - De benodigde financiën dienen structureel beschikbaar te zijn. Omdat het hier om een stelselwijziging gaat, zijn de Veiligheidsregio’s van mening dat deze kosten voor rekening komen van het ministerie. - Alle 25 veiligheidsregio’s verbinden zich op bestuurlijk niveau aan de uitgangspunten van het voorliggende implementatieplan. - De huidige arbeidstijdenwetgeving maakt het momenteel vrijwel onmogelijk om parttime beroepsmedewerkers met een fulltime hoofdcontract te kunnen kazerneren, waardoor het omzetten van gekazerneerde vrijwilligers naar gekazerneerde parttime beroepsmedewerkers geen begaanbaar pad lijkt. Een belangrijke randvoorwaarde voor implementatie is dat deze juridische belemmeringen worden weggenomen. - Vrijwilligers moeten buiten de Wnra blijven, zodat er meer mogelijkheden zijn om het vrijwilligerschap invulling te geven. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s Binnen de CAO van de veiligheidsregio’s zijn afspraken gemaakt over medewerkers in een bezwarende functie.

Operationeel brandweerpersoneel dat na 1 januari 2006 in dienst is gekomen, kan dit beroep 20 jaar uitoefenen. In die 20 jaar worden de brandweerlieden voorbereid op een tweede loopbaan (2e loopbaanbeleid). Veel brandweermensen willen en kunnen echter langer doorwerken dan 20 jaar. Daarom wordt er landelijk gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid en worden er in dit kader diverse onderzoeken uitgevoerd. Een oplossing op korte termijn is niet in zicht. Dit is de reden dat onderzocht is wat de ruimte voor de VRR is om af te wijken van het landelijke beleid, zodat medewerkers langer kunnen doorwerken in de bezwarende functie. Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw plan (“DOOR010”) in het kader van de 2e loopbaan. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe dit gaat uitwerken en wat de financiële consequenties zijn. Voor de verwachte kosten van het 2e loopbaanbeleid is een bestemmingsreserve gevormd. De dotaties en onttrekkingen zullen voorlopig nog worden aangehouden volgens de bestaande planning. 2e loopbaanbeleid (2e LBB)

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totale lasten Dotatie aan de reserve Toevoeging Z Onttrekking aan de reserve Beginstand reserve

80 506 426 2.682

468 326 -142 3.108

549 253 -296 2.966

723 253 -470 2.670

1.092 253 -840 2.200

2.036 253 -1.783 1.360

Eindstand reserve (x C 1.000,-)

3.108

2.966

2.670

2.200

1.360

-423

VRR Kadernota 2025 11

Verlofsparen Begin 2022 is een CAO in werking getreden, waarin de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie-uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van de financiële regelgeving is hiervoor een voorziening gevormd en wordt rekening gehouden met een jaarlijkse structurele dotatie aan deze voorziening van 0,4 mln euro. Deze dotatie wordt ook in 2025 en verder voortgezet. Op basis van de gespaarde uren in 2022 en 2023 zal bekeken worden of de verwachte dotatie van ċ 0.4 mln bijgesteld moet worden. FLO-kosten Sinds 2022 betalen de werkgevers in het kader van de FLO-regeling een netto FLO-spaartegoed aan de medewerkers. In de loop van 2023 is duidelijk geworden dat hierover ook een RVU-premie van 520Zo moet worden betaald. In dit kader zijn er gesprekken geweest tussen de werkgeversvereniging van de veiligheidsregio’s en de vakbonden om de uitbetaling van dit netto FLO-spaartegoed anders vorm te gaan geven. Dit heeft ertoe geleid dat de uitbetaling van het netto-FLO spaartegoed niet meer maandelijks wordt betaald maar wordt uitgesteld tot het moment dat de medewerker gebruik gaat maken van FLO. Hiermee wordt de RVU-premie voorkomen en tevens worden de kosten zo uitgesteld.

Voor de begroting 2025 zal een nieuwe meerjarenprognose worden gemaakt van de kosten van FLO op basis van de laatst bekende afspraken. Door het verschuiven van de kosten bij deze nieuwe regeling lopen wij het risico dat de minderkosten die ingezet worden voor bekostiging van het 2e loopbaanbeleid dubbel gaan lopen. De berekening wordt gemaakt door een extern bureau en is naar verwachting eind februari gereed. Op basis van de uitkomsten weten wij wat de consequenties zijn.

4.2 Indexering van de lasten Voor de materiele lasten wordt rekening gehouden met een stijging van 2,607o. Dit is gebaseerd op het indexeringspercentage voor de consumentenprijsindex welke ook is opgenomen in de brief van de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen over de indexeringen. Met een indexering van de lasten voor 2026 en verder is nog geen rekening gehouden.

VRR Kadernota 2025 12

4.3 Investeringen en kapitaallasten Bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming wordt uitgegaan van de meest actuele investeringsplanning 2024-2028. Deze is op basis van de huidig bekende gegevens als volgt: 2024 Investeringen (*f1.000)

2025

9.386

2026

17.413

2027

15.385

10.358

2028 8.151

De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de rentelasten. De afschrijvingen worden gebaseerd op de reeds geactiveerde activa waarover nog wordt afgeschreven de komende jaren, en de afschrijvingen op de geplande investeringen. Voor de berekening van de rente op kapitaallasten wordt gerekend met de te verwachte reële rente op de leningen. Voor de huidige leningen is dit gebaseerd op de leningvoorwaarden die reeds zijn afgesproken. Voor de nieuwe leningen wordt een inschatting gemaakt van de hoogte van de rente. De omvang van de benodigde lening wordt gebaseerd op een prognose van de balans waarbij de geplande investeringen en de verwachte exploitatieresultaten een belangrijke factor zijn. Bij de overname van de ambulancedienst zijn er leaseverplichtingen meegekomen die in 2028 aflopen. Hierin is ook een rentecomponent opgenomen die wordt meegenomen in de kapitaallasten. Op basis van de huidig bekende gegevens ontwikkelen de kapitaallasten zich als volgt:

Kapitaallasten Afschrijvingen Rente

Totaal kaptaallasten (*1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

9.228

9.973

10.813

10.863

756

863

949

1.023

9.967 1.093

9.984

10.836

11.761

11.886

11.060

VRR Kadernota 2025 13

4.4 Ontwikkeling Begroting In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de raming op hoofdlijnen 2024-2028 op basis van de ontwikkelingen zoals in deze kadernota zijn aangegeven. Voor het programma Ambulancezorg is uitgegaan van het meeste actuele begrotingsvoorstel 2024 aan de zorgverzekeraars. Programma's (bedragen *š1000) Programma Ambulancedienst Programma BRW Programma R&C Overhead Totaal lasten Totaal baten Saldo (voor bestemming) Toevoeging bestemmingsreserves Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat (Na bestemming) Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Resultaat na correctie verwacht accres

Meerjarenontwikkeling 2024-2028 1e BW 2024 2024 2025 59.402 63.566 63.566 101.430 101.609 105.047 14.587 14.869 15.339 28.383 28.284 29.417 203.802 208.328 213.370 199.963 204.200 213.708 -3.839 661 2.031 -2.469 2.469 -

-4.128 661 2.070 -2.719 2.719 0

2026 63.566 105.801 15.763 29.716 214.847 214.951

2027 63.566 106.557 15.808 29.716 215.648 215.208

2028 63.566 107.123 15.804 29.716 216.209 215.415

104 661 679 122 -

-440 661 1.245 144 r -

-794 661 2.002 548 -

122

144

548

338 661 1.129 806 806

Op basis van de verwachte ontwikkelingen wordt vanaf 2025 een positief resultaat verwacht op de exploitatie.

VRR Kadernota 2025 14

5. Eigen vermogen 5.1 Weerstandsvermogen Jaarlijks worden de geraamde risico’s (met een financiële consequentie) geactualiseerd. Voor de begroting 2025 worden deze risico’s wederom herijkt. Dit betekent dat, bij de berekening van het weerstandsvermogen, ook in de begroting 2025 met een zo actueel mogelijke raming van de financiële implicatie kan worden gewerkt. Bij het opstellen van de begroting 2025 zal goed gekeken worden welke risico’s opgenomen worden in de risicoparagraaf en wat de mogelijke beheersmaatregelen voor deze risico’s zijn. Voor het vaststellen van de weerstandscapaciteit is met het bestuur de norm voor de weerstandsratio vastgesteld op minimaal 1 (voldoende). Dat betekent dat de VRR in staat is om tenminste de geraamde risico’s op te vangen. Door de hoge inflatie en verwachte stijging in de loonkosten verwachten wij uit te komen op een incidenteel tekort voor 2023 en 2024. Met het Algemeen Bestuur is een inspanningsverplichting afgesproken om het tekort zo klein mogelijk te houden door een aantal ontwikkelingen te temporiseren en naar het investeringsbeleid en het personeelsverloop te kijken. Over het resterende tekort 2023 en 2024 zal een nacalculatie plaatsvinden op de gemeentelijke bijdrage. Met uitzondering van de opbouw van de weerstandscapaciteit voor de ambulancedienst zal er geen verdere opbouw plaats vinden van het weerstandsvermogen.

5.2 Liquiditeitspositie Met de liquiditeitsplanning is de organisatie in staat om voor de komende jaren de vermogensbehoefte op de kapitaalmarkt in te schatten. De investeringen hebben daarbij een grote impact. Op basis van de actuele investeringsprognose zal worden bekeken in hoeverre voor het jaar 2025 extra vreemd vermogen nodig is. Op basis van de huidige verwachtingen wordt rekening gehouden met een aan te trekken langlopende lening van C5 mln.

5.3 Reserves en voorzieningen De ‘Nota reserves en voorzieningen’ is de leidraad bij de waardering van de voorzieningen en (bestemmings-)reserves voor de begroting 2025.

VRR Kadernota 2025 15

6. Beleidsontwikkelingen Algemeen Het jaar 2025 is alweer het derde jaar van het VRR-meerjarenbeleidsplan waarin de ontwikkelagenda centraal staat. Vanuit de ontwikkelagenda krijgt de VRR extra middelen, zodat de VRR voorbereid is op de nieuwe ontwikkelingen die voortkomen uit de verdere digitalisering van de maatschappij, de klimaat- en energietransitie en verdere verstedelijking en de VRR zich nu en in de toekomst onverminderd in kan zetten voor de veiligheid van de inwoners van Rotterdam-Rijnmond. De afgelopen jaren zijn financieel gezien bijzonder te noemen. Met name door externe ontwikkelingen (mondiale politieke spanningen zoals de oorlog in Oekraïne en verstoring van logistieke ketens naar aanleiding van de Corona pandemie) heeft dit in 2023 en 2024 tot een (verwacht) tekort op de exploitatie geleid. Met het bestuur zijn hierover afspraken gemaakt, waarbij op een aantal punten van de ontwikkelagenda is getemporiseerd. In 2024 zullen deze getemporiseerde onderdelen weer opgepakt gaan worden en voor 2025 zullen wij hierop blijven inzetten, zodat aan het eind van het beleidsplan de doelen uit de ontwikkelagenda zijn bereikt.

Professionalisering bevolkingszorg Bevolkingszorg is volop in ontwikkeling en binnen crisisbeheersing zijn de taken als volgt gedefinieerd: het verzorgen van crisiscommunicatie, opvang en verzorging van de bevolking, voorbereiden van de nafase ten behoeve van de getroffen gemeente(n), het coördineren van het informeren van verwanten van slachtoffers, het adviseren van het Regionaal Operationeel Team en het coördineren van de registratie van slachtoffers en schade(gevallen). Zowel op landelijk als regionaal niveau bestaat de wens dit proces verder te versterken en te werken aan een toekomstbestendige Bevolkingszorg waarbij ook ingespeeld kan worden op nieuwe soorten crises. Om hieraan verdere invulling te geven is voor bevolkingszorg in Rotterdam-Rijnmond het programma Versterking en doorontwikkeling Bevolkingszorg gestart. Dit programma heeft als ambitie: "Het versterken van Bevolkingszorg door het realiseren van een hoogwaardige en toekomstbestendige gemeentelijke crisisorganisatie in onze regio om zo blijvend passende zorg aan en met de inwoners te kunnen leveren. Hierbij werken de gemeenten binnen RotterdamRijnmond op regionaal niveau samen waar het kan en wordt op lokaal niveau versterkt waar het moet.

Bevolkingszorg is en blijft daarbij een volwaardige partner van de hulpdiensten binnen de steeds veranderende maatschappelijke context." Het realiseren van deze ambitie valt uit elkaar in een viertal doelstellingen die eerder al in het beleidsplan van de VRR als belangrijke thema’s zijn benoemd: 1. Betere regionale samenwerking en coördinatie 2. Robuustere meer hybride organisatievorm 3. Sterkere kolom Bevolkingszorg 4. Duidelijkere positie en proces crisiscommunicatie Het programma zal ook regionale invulling geven aan de adviezen uit het landelijke project Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. Het programma zal eind 2024 starten met het onderzoek naar welke regionale capaciteit en middelen structureel nodig zijn voor Bevolkingszorg en uiterlijk eind 2025 hiervoor een voorstel opleveren, zodat dit in de kaderbrief voor 2026 kan worden meegenomen.

VRR Kadernota 2025 16

Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer en worden gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Het waarschuwingsstelsel is eigendom van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie was oorspronkelijk van plan het WAS per 1 januari 2020 op te heffen en te laten vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Het definitieve besluit hierover is meermaals uitgesteld. Het meest recente voornemen was, dat het Veiligheidsberaad in december 2023 een standpunt met betrekking tot het uitfaseren van het WAS in zou nemen. In de voorbereiding van de Veiligheidsberaad is door het NIPV geconcludeerd dat het niet mogelijk is om voor alle veiligheidsregio’s tot een eenduidig standpunt te komen en het gesprek met de minister is verschoven naar maart 2024. De VRR is één van de regio’s die het WAS in haar gebied in stand wil houden op basis van onderstaande argumenten. Binnen de VRR wordt gebruik gemaakt van een mix aan crisiscommunicatiemiddelen: NL-Alert, WAS-palen en rijnmondveilig.nl. Gelet op de risico’s in ons gebied is het wenselijk om alarmering van de bevolking redundant uit te voeren.

Het WAS is een analoog, betrouwbaar en herkenbaar systeem dat snel alarmeert als iedere seconde telt. Iedereen kan daarmee bereikt worden of je nu wel of niet een mobiele telefoon hebt. NL-Alert is een digitaal systeem dat niet iedereen bereikt en ook kwetsbaar is. Eerdere netwerkstoringen hebben laten zien dat afhankelijkheid van enkel NL-Alert een risico is (als het mobiele netwerk uitvalt kan NL-Alert niet worden gebruikt). Onderzoek heeft daarnaast uitgewezen dat 4,5 miljoen mensen in Nederland moeite hebben met lezen en schrijven of slechtziend zijn. Daardoor is deze groep mogelijk niet in staat een NL-Alert te lezen of te begrijpen. Het WAS heeft daarentegen een groot bereik onder minder zelfredzame doelgroepen (ouderen, laaggeletterden, digibeten en anderstaligen). Bij strookuitval blijft het WAS nog ca. 96 uur inzetbaar. IN geval van zo’n crisis kan de veiligheidsregio via de radio laten weten wat er aan de hand is, hoelang het nog gaat duren en een handelingsperspectief bieden. Na twee uur is de noodstroom van 4G-zendmasten echter op. Verzending van een NL-Alert is dan niet meer mogelijk en internet en 112 zijn dan mogelijk niet meer bereikbaar. Juist nu we leven in een tijd van dreigingen van cyberaanvallen, oorlog een toename van extreem weer etc.

is het niet verantwoord om alleen afhankelijk te zijn van NL-Alert en is het noodzakelijk om inwoners te kunnen waarschuwen voor dreigend gevaar. De sirene is daarbij van levensbelang. In dit kader wordt ook verwezen naar de energietransitie. Vanwege de inzet op de productie van waterstof is de verwachting dat het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen (zoals ammoniak) in onze regio enorm gaat toenemen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. Wie de kosten betaalt voor het in de lucht houden van het WAS-systeem is nog onderwerp van gesprek. Dóórontwikkeling crisisbeheersing (crisisgelden). In 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad, het interprovinciaal overleg en het Rijk voor de uitvoering van de versterking Crisisbeheersing. Het Rijk heeft hiervoor de BDuR opgehoogd. Deze ophoging is bedoeld voor de versterking van de crisisbeheersing, het versterken van de informatiepositie en het inrichten van een Knooppunt Coördinatie Regio’s - Rijk (KCR2). Het is niet de bedoeling dat gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s - als effect van de ophoging van de BDuR worden verlaagd. Ook is het niet de bedoeling met de extra financiële middelen gaten te vullen op het gebied van andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s.

VRR Kadernota 2025 17

De veiligheidsregio’s stellen samen met de Minister van Justitie en Veiligheid op het gebied van crisisbeheersing landelijke doelstellingen op. Deze verbeteropgave is opgenomen in de “Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden” van april 2023. In actielijn 12 “Versterken van crisisbeheersing en vergroten paraatheid samenleving” zijn de strategische uitdagingen benoemd die samenhangen met het nieuwe stelsel crisisbeheersing en brandweerzorg. Bij de landelijke doelstellingen valt bijvoorbeeld te denken aan de inrichting van regionale Veiligheids Informatie Knooppunten, de koppeling tussen Rijk en regio’s en de nadere implementatie door veiligheidsregio’s van taken volgend uit landelijke planvorming rond bovenregionale en landelijke crises. Binnen de VRR start begin 2024 een programma om vorm te geven aan deze ontwikkelingen. De VRR ontvangt hiervoor circa 2,2 miljoen euro extra in 2023 oplopend tot mogelijk circa 4 miljoen euro in 2026. Deze taak is toegevoegd aan de begroting. Voor 2024 - 2026 zijn de bedragen nog niet gegarandeerd. Hierover wil het ministerie van Justitie en Veiligheid nadere afspraken maken met de veiligheidsregio’s waarbij rekening wordt gehouden met lopende ontwikkelingen. Doorontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen.

Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en risicobeheersing (bijvoorbeeld implementatie van de zorgrisicoprofielen). Daarnaast heeft de Corona-crisis aangetoond dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR door onder andere in te zetten op netwerkmanagement en informatievoorziening. Landelijke samenwerkingen Op landelijk niveau zal in de komende jaren samengewerkt gaan worden aan een drietal vraagstukken 1. Versterken van (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening (financiering via BDuR) a. Hierbij speelt de ontwikkeling van het Knooppunt Rijk Regio (KCR2, werktitel) een grote rol. De VRR sluit aan op deze ontwikkelingen b.

Landelijk wordt via de RCDV en Vakraad Risico- en Crisisbeheersing een bijdrage geleverd vanuit Rotterdam-Rijnmond op de thema’s risicogericht werken, dieren in rampen en crises en maatschappelijke ontwrichting en continuïteit van de samenleving. 2. Verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel / inrichten van een daarop geïnspireerd stelsel van crisisonderwijs 3. Organiseren van een toekomstvaste brandweerzorg Deze vraagstukken raken aan veel al lopende programma’s en projecten. Landelijk wordt een verkenner aangesteld die een plan van aanpak voor deze programma’s gaat opstellen.

VRR Kadernota 2025 18

7. Procedure De kadernota is de eerste stap bij het opstellen van de begroting 2025. Hierin worden de financiële en beleidsmatige kaders vastgelegd voor de begroting 2025. Na de behandeling van de kadernota in het Algemeen Bestuur wordt deze ter informatie aan de gemeenten gezonden. Op basis van de kadernota wordt de programmabegroting 2025 opgesteld. De programmabegroting zal op 18 april 2024 in het Dagelijks Bestuur behandeld worden en daarna aan de gemeenten gezonden worden voor de zienswijzeprocedure. De Zienswijzeprocedure loopt van 19 april 2024 tot en met 12 juli 2024. Op 23 april 2024 wordt een informatiebijeenkomst voor gemeenten georganiseerd, waarin zij vragen kunnen stellen over de begroting 2025. Na de zomer zal op 11 september 2024 de begroting in het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden voorgelegd.

VRR Kadernota 2025 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a95f4ae8-676c-4755-b136-b2a24caaae82