CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002045] Bijlage 2 behorende bij 24bb002042 over Beleidskader Plusopvang 2012

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 10 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs1.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader Plusopvang 2012 Gemeente Rotterdam / GGD Rotterdam-Rijnmond

BELEIDSKADER PLUSOPVANG

1 januari 2012

Inleiding Al tientallen jaren vindt in Rotterdam opvang plaats voor kinderen met problemen: plusopvang. Historisch was er het onderscheid tussen lichte en zware plusopvang. Die lichte vorm is geïntegreerd in de reguliere kinderopvang en zal in toenemende mate worden ondersteund vanuit de Centra voor Jeugd en Gezin. Dit beleidskader plusopvang betreft de zware plusopvang. Het gaat om de opvang van kinderen met problemen die te zwaar zijn voor de reguliere groep in een kindercentrum. De plus vertaalt zich naar kleinere groepen, hoger opgeleide leid(st)ers en samenwerking met hulpverlenende instanties zoals het maatschappelijk werk. Het gaat in alle gevallen om duurdere opvang van kinderen met problemen die in de normale kinderopvang niet kunnen functioneren. Een andere plusgroep die speciale opvang krijgt is kinderen met een chronische ziekte/handicap. Kinderen worden in de plusopvang extra gestimuleerd in alle ontwikkelingsgebieden. Ook vindt er geregeld overleg plaats met de ouders. Op basis van regelmatige observaties wordt het kind zo goed mogelijk gevolgd en kan er gefundeerd advies worden gegeven over de verdere opvang en hulpbehoefte van het kind. Afhankelijk van de mogelijkheden die het kind heeft, kan worden voorkomen dat kinderen in de jeugdhulpverlening terecht komen.

Andere positieve gevolgen van plusopvang kunnen een verbetering van schoolprestaties zijn en een vermindering van crimineel gedrag op latere leeftijd. Plusopvang vereist een speciale deskundigheid die bij de betreffende instellingen in de loop der jaren is opgebouwd. Plusopvang is duurder dan gewone opvang. De financiering vond voor invoering van de Wet Kinderopvang plaats vanuit diverse bronnen: zowel de deelgemeenten als de jeugdhulpverlening betaalden mee. Vanaf 2005 is het kinderopvangbeleid inclusief de plusopvang gecentraliseerd. Financiering van plusopvang uit de Wet Kinderopvang blijkt niet mogelijk. De gemeente Rotterdam heeft daarom uit eigen middelen een budget beschikbaar gesteld voor de kosten van deze opvang. Die extra kosten komen bovenop de kosten van een reguliere kindplaats die in het algemeen wél vergoed wordt vanuit de Wet Kinderopvang. Beleid Uitgangspunten voor een effectiever en efficiënter beleid is dat de ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en de zorg voor het kind en dat deze opvoedfunctie niet langer dan noodzakelijk moet worden overgenomen door de kinderopvang plus. Voor de omvang en duur van de plusopvang zijn de volgende regels van toepassing; De plusopvang vindt plaats op basis van indicatie, afgegeven door de GGD.

Voor de omvang en duur van de plusopvang in combinatie met SMI zijn de volgende regels van toepassing; Voor de hele dagopvang is de duur maximaal een jaar en maximaal 8 dagdelen per week. Voor de buitenschoolse opvang is de duur maximaal een jaar en maximaal 3 dagen per week. De vergoeding bestaat uit maximaal 10,5 uur per dag.

Het CJG wordt betrokken bij de uitvoering zodat bij aanmelding ook interventies worden ingezet om de gezinsomstandigheden te doen verbeteren. Elke plus aanvraag moet door de kinderopvang gemeld worden in SISA.

Definiëring plusopvang De doelgroep De doelgroep van de plusopvang bestaat uit kinderen van 0-13 jaar die om een of andere reden niet kunnen functioneren in de gewone kinderopvang of extra (medische) zorg nodig hebben en woonachtig zijn in Rotterdam. Veel kindercentra hebben te maken met kinderen die extra aandacht of zorg vragen wegens gedragsen/of ontwikkelingsproblemen. Gedragsproblemen kunnen zijn: hyperactiviteit, inactiviteit, agressief, angstig of teruggetrokken gedrag en veel aandacht vragen. Bij ontwikkelingsproblemen kan gedacht worden aan stoornissen op cognitief, motorisch en sociaal-emotioneel vlak en op het gebied van spraak/taal, (samen) spelen en dergelijke. Ook kan het zijn dat de problemen van een kind veroorzaakt worden door problemen in de opvoedingssituatie of problemen van de ouders zelf. Vaak doet zich een combinatie van verschillende factoren voor. Daarnaast zijn er kinderen met een handicap en/of een chronische ziekte die met extra zorg toch opgevangen kunnen worden in de reguliere kinderopvang. Samenvattend gaat het om een combinatie van: 1. ontwikkelings- of gedragsproblemen, bv. ADHD, stoornis in het autistische spectrum, hechtingsproblematiek e.d.; 2. problemen van de ouders, hetgeen een dreigende achterstand in de ontwikkeling van het kind kan veroorzaken 3. een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking; 4. (chronische) ziekte.

Doelstellingen plusopvang Plusopvang is opvang voor kinderen die vanwege hun problematiek niet terecht kunnen bij de reguliere opvang. De kinderopvang biedt zelf geen hulpverlening, maar heeft wel contact met instanties die hulpverlening bieden. De doelstellingen van plusopvang zijn: 1. Kindercentra instrumenten geven om beter in te spelen op kinderen met problemen (groepsgrootte). 2. Het scheppen van extra mogelijkheden tot preventie door het bieden van gerichte opvoedingsondersteuning aan ouders en ontwikkelingsstimulering voor kinderen.. 3. Integratie van kinderen met de bovengenoemde problemen in de reguliere opvang en onderwijs Uitvoering De gemeente Rotterdam werkt met een standaard voor de intakeprocedure, vastgestelde intakecriteria en een aantal minimumeisen ten aanzien van personeel en registratie. Tevens worden financieringsnormen benoemd. Intakeprocedure De instelling heeft een intakecommissie welke een advies formuleert voor de GGD waar de hieronder genoemde punten in ieder geval deel van uitmaken: · Er vindt een huisbezoek plaats voordat tot plaatsing door de intakecommissie wordt besloten. Bij plaatsing van kinderen met een lichamelijke handicap en/of chronisch ziekte is een huisbezoek niet noodzakelijk. · De intakecommissie bestaat minimaal uit onderstaande disciplines: · Coördinator kinderopvanginstelling

· Maatschappelijk werker · Orthopedagoog Van de drie disciplines moet er minimaal één van buiten de organisatie zijn. · De criteria die worden gehanteerd voor het plaatsen van het kind voldoen aan die genoemd onder intakecriteria. · Er wordt gebruik gemaakt van een aanvraag/intakeformulier waarin minimaal de gegevens zoals weergegeven in bijlage 1 vermeld staan. · Er wordt een plan van aanpak opgesteld waarin minimaal de gegevens zoals weergegeven in bijlage 2 vermeld staan. In dit plan van aanpak worden in ieder geval onderstaande punten verwerkt: · Meetbare doelstellingen van de plaatsing · Tijdpad · Begeleiding tijdens de plaatsing · Samenwerking met het CJG · Evaluatiemomenten Naast de bovengenoemde punten is als voorwaarde gesteld dat de kinderopvang beschikt over een privacyprotocol, een klachtenprocedure en meldt in SISA.. Intakecriteria De intakecommissie formuleert een advies voor de GGD ten behoeve van de indicatiestelling. Daarbij zal er sprake moeten zijn van een combinatie van een of meer van de hieronder genoemde criteria en een zodanige ernst dat opvang in de reguliere kinderopvang niet mogelijk of wenselijk is. De criteria voor plaatsing in de plusopvang zijn: - kinderen bij wie een achterstand of stoornis in de ontwikkeling is opgetreden . - kinderen met ontwikkelings- en/of gedragsproblemen.

- kinderen bij wie een moeizaam te corrigeren gedrag wordt aangegeven - kinderen met een chronische ziekte - kinderen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap - problemen in het gezin op sociaal/medisch of maatschappelijk terrein - een combinatie van meerdere factoren die tegelijkertijd spelen (complexe problematiek). Problemen in het gezin op sociaal/medisch of maatschappelijk terrein of complexe problematiek zijn alleen een criterium voor plaatsing in de plusopvang indien hiernaast ook een of meer van de hierboven genoemde problemen van het kind aan de orde zijn. De weging van de ernst van de factoren zal door de intakecommissie worden gemaakt. Groepsgrootte In verband met het waarborgen van continuïteit en kwaliteit is een maximale groepsgrootte vastgesteld op: · 10 kindplaatsen in geval van kinderopvangplus (0-4 jarigen). · 12 kindplaatsen ingeval van buitenschoolse opvang plus (4-13 jarigen). · Aangepast (kleinere) groepsgrootte en/of extra begeleiding voor de combinatie van de opvang van een chronisch ziek of gehandicapt kind in een reguliere groep.

Personeel Plusopvang onderscheidt zich op een aantal zaken: · Leidster-kind ratio: 1 op 5 in de kinderdagopvang en 1 op 6 in de bso · Eén pedagogisch medewerker op de groep met minimaal HBO-niveau, uitgezonderd de opvang van gehandicapte kinderen: hierbij is de gevraagde specialisatie van het personeel afhankelijk van de problematiek van het kind. · Er wordt voor 0,5 uur per kind per week maatschappelijk werk geboden

· · · · ·

Er wordt voor 0,5 uur per kind per week extra management geboden Er wordt voor 0,5 uur per kind per week pedagogisch/psychologische ondersteuning geboden. De kinderopvanginstelling doet structureel aan deskundigheidsbevordering van haar personeel Er zijn aangepaste spel en leermiddelen. Er zijn meerdere disciplines waarmee kan worden samengewerkt. Dat kunnen zijn: · Logopedist · Fysiotherapeut · CJG verpleegkundige/gezinscoach · Jeugdzorg/pleegzorg · Speciaal onderwijs · Vroeghulp stichting MEE (gehandicapten)

Registratie en verslaglegging Tijdens de opvang van een kind vindt tenminste één keer per zes maanden een tussenevaluatie plaats waarbij van de onderstaande punten een registratie wordt bijgehouden: · · · · · ·

In hoeverre zijn de doelstellingen over de afgelopen periode behaald Is er een nieuwe hulpvraag Wat zijn specifieke doelstellingen voor de komende periode Contact met hulpverlening tijdens plaatsing Afspraken over begeleidingscontacten In geval van beëindiging van de opvang wordt de reden van de beëindiging in registratie vermeldt.

Daarnaast wordt door de instelling in een jaarverslag een rapportage gegeven van de voor het beleid relevante gegevens. Het gaat hierbij om de hieronder genoemde informatie: · · · · · · · · · · · ·

aantal kindplaatsen aantal aanmeldingen aantal geplaatste kinderen aantal kinderen op de wachtlijst en duur van de wachttijd aantal uitgestroomde kinderen met de gemiddelde tijdsduur dat een kind was geplaatst beschrijving vervolgtraject van uitgestroomde kinderen leeftijd en geslacht van de geplaatste kinderen aard van de problemen van de geplaatste kinderen contact met hulpverlening tijdens plaatsing aanmelder van de geplaatste kinderen aantal dagdelen opvang per geplaatst kind deelgemeente van herkomst van de geplaatste kinderen

Ook wordt in het jaarverslag informatie verstrekt over contact met de hulpverlening ten behoeve van de geplaatste kinderen, informatie over de vervolgtrajecten van de uitgestroomde kinderen en over deskundigheidsbevordering van de medewerkers. Ten behoeve van een eenduidige registratie wordt bij de subsidiebeschikking een format bijgevoegd.(bijlage 3)

Financiën Er is een vergoeding per plus plaats. Deze is als volgt opgebouwd: 1. leidster-ratio 1:5 bij 0-4 jarigen en 1:6 bij bso

2. 0,5 uur maatschappelijk werk per kind per week 3. 0,5 uur extra management uren per kind per week 4. inzet pedagogisch medewerker op hbo niveau op plusgroep 5. 0,5 uur pedagogisch/psychologische ondersteuning per kind per week 6. extra deskundigheidsbevordering van de pedagogisch medewerkers 7. extra budget voor aangepaste spel- en leermiddelen 8. bij geïntegreerde kinderopvang moet er minimaal een extra pedagogisch medewerker op de groep staan

Bijlage 1 Format ten behoeve van uniforme verslaglegging jaarverslag kinderopvangplus

Tabel 1: Gegevens over de bezetting in de periode van 1 kalenderjaar Aantal kindplaatsen Aantal aanmeldingen Aantal geplaatste kinderen Aantal uitgestroomde kinderen Gemiddelde plaatsingsduur in maanden Aantal kinderen op de wachtlijst Gemiddeld aantal weken wachttijd tot plaatsing Geef per uitgestroomd kind een beschrijving van het vervolgtraject.

Tabel 2: Gegevens over de leeftijdsgroep en geslacht van de geplaatste kinderen Aantal meisjes

Aantal jongens

Plusopvang (0-4 jr) BSO (4-13 jr)

Tabel 3: Aard van de problemen van de geplaatste kinderen Aantal kinderen met het genoemde probleem Ontwikkelingsstoornis Gedragsproblemen Chronische ziekte Lichamelijke, zintuiglijke verstandelijke handicap Gezinsproblemen op sociaal/medisch of maatschappelijk terrein Een combinatie van de bovengenoemde factoren Tabel 4: aanmelder van het geplaatste kind Aantal kinderen per genoemde aanmelder Ouder(s) Reguliere kinderopvang School (Huis)arts Anders

Tabel 5: aantal dagdelen opvang per geplaatst kind Aantal kinderen per aantal dagdelen opvang 1-2 dagdelen 3-4 dagdelen 5-6 dagdelen 7-8 dagdelen 9-10 dagdelen Tabel 6: contact met de hulpverlening tijdens plaatsing Aantal kinderen dat contact heeft met: Maatschappelijk werk Pedagoog Logopedist Fysiotherapeut CJG verpleegkundige Pleegzorg Speciaal onderwijs Vroeghulp stichting MEE Anders

Deskundigheidsbevordering medewerkers Geef hieronder een beschrijving van de activiteiten die zijn uitgevoerd ten behoeve van deskundigheidsbevordering van de medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=88827bc2-15e0-458d-95a4-6e861dae121e