CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002001] Bijlage behorende bij 24bb2000 - MBO-Uitvoeringsagenda 2024-2027

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 10 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs6.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdamse MBOUitvoeringsagenda

Inhoud 1.

Inhoud

2

2.

Voorwoord 

3

3.

Inleiding

4

4.

Doelen van de MBO-Uitvoeringsagenda 

5

5.

Maatregelen per doel Doel 1 Stimuleren van weloverwogen studiekeuzes en talentontwikkeling Doel 2 Meer flexibiliteit voor studenten om in te stromen en over te stappen Doel 3 Bevordering integrale aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Doel 4 Rotterdam Studentenstad Doel 5 Versterken studentenwelzijn

7 7 11 13 18 21

6.

Financiën 

22

7.

Wat doet de gemeente nog meer in het mbo 

23

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

2

Voorwoord Beste lezer, Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is van groot belang voor de Nederlandse samenleving en economie. Het levert vakmensen die cruciaal zijn voor grote maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, de energietransitie, zorg, woningbouw en de circulaire economie. Met acht mboinstellingen en ruim 40.000 mbo-studenten is Rotterdam dé mbo-hoofdstad van Nederland. Het zijn deze jongeren en studenten die vaak de handen aan het bed zijn in de zorg, de specialisten in de bouw en de uitvoerders van de energietransitie. Met gepaste trots presenteren we daarom deze Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda; het resultaat van een samenwerking tussen de Rotterdamse mbo-instellingen, de gemeente Rotterdam en maatschappelijke organisaties die jongeren ondersteunen en begeleiden. Want Rotterdam en de regio hebben het mbo en haar studenten keihard nodig. Alleen al in de Rotterdamse haven staan honderden vacatures open en in sectoren als de bouw, zorg en maakindustrie zijn goede vakmensen steeds lastiger te vinden. Terwijl juist het mbo een breed scala aan opleidingen aanbiedt die aansluiten op de arbeidsmarkt. Bovendien vergroten jongeren met een mbo-opleiding hun kans op een baan met goede arbeidsvoorwaarden aanzienlijk. De Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda is een antwoord op de maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen.

Door samen te werken en onze krachten te bundelen op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en ondersteuning, willen we maatwerk leveren. Maatwerk voor jongeren, scholen én werkgevers. In de uitvoeringsagenda is dit vertaald in vijf concrete doelen. Die moet leiden tot een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, weloverwogen studiekeuzes, meer flexibiliteit om in te stromen en over te stappen en het versterken van ons studentenklimaat. Samenwerking is hierin de sleutel tot succes. De Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda bundelt ervaring en expertise en bouwt zo aan een sterker, veerkrachtiger en toekomstgericht mbo-onderwijs in stad en regio.

Said Kasmi, Wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen Tim Versnel, Wethouder Werk & Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU arbeidsmigranten

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

3

Inleiding Rotterdam is de stad met maar liefst acht vooraanstaande instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo), waaronder drie vakinstellingen. Jaarlijks kiezen 20.000 jongeren voor een mbo-opleiding in onze stad. Daarnaast vinden we nog eens 21.000 studenten op mbo-scholen in de arbeidsmarktregio Rijnmond. En dan rekenen we de deelname van studenten aan kortere leerwerktrajecten in het mbo niet eens mee. Kortom, Rotterdam is dé stad voor beroepsgericht onderwijs. Onze stad en haar regio zijn de toonaangevende leverancier van toekomstige arbeidskrachten in maatschappelijk cruciale sectoren. Waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan een goed functionerende regionale en landelijke economie. De wettelijke taken van de gemeente met betrekking tot het mbo, beperken zich voornamelijk tot het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (vsv). De gemeente is zich echter bewust van het enorm grote belang van een sterk mbo. Niet alleen omdat het toekomst biedt aan duizenden jongeren, maar ook omdat goed opgeleide arbeidskrachten broodnodig zijn voor onze arbeidsmarkt en economie. Vandaar ook de gemeentelijke investeringen in het mbo én deze MBO-Uitvoeringsagenda die nauw is afgestemd op de ambitieuze doelstellingen en maatregelen van de Rotterdamse mbo-instellingen zoals vastgelegd in hun gezamenlijke regionale kwaliteitsafspraken voor de periode 2024-2027.

In deze vruchtbare samenwerking zoeken wij actief naar mogelijkheden om elkaar te versterken en het belang van het mbo voor onze stad, de toekomstige arbeidsmarkt en de student te benadrukken. Dit realiseren we door te focussen op vijf concrete doelen op het gebied van kwaliteit van het beroepsonderwijs en de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

4

Doelen van de MBO-Uitvoeringsagenda De Rotterdamse mbo-instellingen hebben hun gezamenlijke regionale ambities en maatregelen vastgelegd in een kwaliteitsagenda. Deze agenda is ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om middelen te verkrijgen die door het Rijk¹ zijn vrijgemaakt via de regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024-2027². Dit is in lijn met de doelstellingen van de OCW MBO werkagenda 2023-2027³. In nauwe samenwerking tussen de gemeente en de mbo-instellingen is gekeken naar gebieden waar extra ondersteuning nodig is. Dit richtte zich vooral op beleidsthema’s waar obstakels kunnen ontstaan bij het behalen van de gestelde doelen en resultaten en waar de beschikbare middelen van het Rijk of andere bronnen mogelijk ontoereikend zijn. Tegelijkertijd is aandacht besteed aan het identificeren en behouden van succesvolle lopende programma’s uit het vorige Rotterdams onderwijsbeleid om de continuïteit te waarborgen. Ook wordt er ruimte gecreëerd voor potentiële nieuwe initiatieven die van toegevoegde waarde kunnen zijn voor de collectieve doelstellingen. Het resultaat van deze samenwerking is de Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda. In deze agenda werken we gezamenlijk aan vijf doelen die nauw aansluiten bij de prioriteiten van de bredere kwaliteitsagenda van de mbo-instellingen. Deze vijf doelen zijn:

· · · · ·

Jongeren maken weloverwogen studiekeuzes en werken aan hun talenten voor een succesvolle overgang naar het beroepsonderwijs Meer flexibiliteit om in te stromen en over te stappen Bevorderen van de integrale aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Versterking studentenklimaat Rotterdam door het initiatief ‘Rotterdam studentenstad’, gericht op imago, integratie en studentparticipatie Versterken studentenwelzijn

¹ Het document “OCW/MBO/Gemeente MBO-Uitvoeringsagenda” geeft beknopt weer hoe de financiële middelen van OCW, Mbo-instellingen en de gemeente elkaar aanvullen en worden ingezet om de gestelde doelen te bereiken. ² wetten.nl - Regeling - Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027 - BWBR0047959 (overheid.nl) ³ Samen Werken aan Talent | Convenant | Rijksoverheid.nl

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

5

Aansluiting bij overige gemeentelijke inspanningen rondom de Rotterdamse Arbeidsmarktagenda (RAA) De gemeentelijke organisatie werkt vanuit verschillende beleidsterreinen aan grote economische transities, waaronder de energie-, digitaliserings- en circulariteitstransitie. Om de samenhang te bewaken heeft de gemeente de Rotterdamse Arbeidsmarkt Agenda (RAA) als verbindende schakel voor een gecoördineerde aanpak. Rol MBO-Uitvoeringsagenda binnen overkoepelende RAA De MBO-Uitvoeringsagenda is onderdeel van de RAA. Binnen de RAA heeft de MBOUitvoeringsagenda een belangrijke rol, met specifieke aandacht voor het optimaliseren van de verbinding tussen beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt. Een opvallend kenmerk is een proactieve benadering van jongeren, gericht op het bevorderen van doordachte en kansrijke studiekeuzes. Deze aanpak heeft tot doel jongeren vroegtijdig te betrekken bij een cultuur van voortdurende ontwikkeling en hen te verbinden met opleidingen, beroepen en carrièremogelijkheden. Dit doel wordt niet alleen gezien als een maatschappelijke ambitie, maar wordt ook erkend als economische noodzaak voor bedrijven. De nadruk ligt op duurzame werkgelegenheidskansen, goed werkgeverschap en het voldoen aan de vraag naar goed opgeleid personeel in essentiële sectoren.

Andere initiatieven in het bredere kader van de RAA die bijdragen aan aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt De gemeente heeft het Scholingsfonds Rijnmond (SFR) en het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP). Het RAP, als regionaal fonds, richt zich op het verminderen van personeelstekorten en het stimuleren van participatie in de arbeidsmarktregio Rijnmond. De gemeente investeert vanuit verschillende beleidsterreinen in projecten die zich richten op instroom en behoud van werk in maatschappelijk cruciale sectoren en voor economische transities. Een specifieke inspanning is de Human Capital Coalitie Energietransitie (HCCE), een aanpak voor het aantrekken en behouden van voldoende en gekwalificeerd havenpersoneel.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

6

Maatregelen per doel Doel 1: Stimuleren van weloverwogen studiekeuzes en talenontwikkeling Als gemeente stimuleren we initiatieven die jongeren helpen bij het ontdekken van hun talenten en vaardigheden en die hen inzicht geven in de verscheidenheid aan (kansrijke) beroepen, opleidingen en vervolgkeuzes. Om dit te bereiken, zetten we ons actief in voor jongerentalenttrajecten en loopbaanbegeleiding. We zijn ervan overtuigd dat dit niet alleen een verstandige preventieve investering voor de toekomst is, maar ook positief bijdraagt aan de toeleiding naar het mbo. Door ons te richten op deze trajecten vergroten we niet alleen de kansengelijkheid, maar dragen we ook bij aan het verminderen van de krapte op de arbeidsmarkt. Met speciale aandacht voor kwetsbare jongeren streven we ernaar dat zij doeltreffende loopbaanbegeleiding ontvangen en succesvol kunnen instromen in het mbo. Als gemeente Rotterdam nemen we hiervoor drie concrete maatregelen:

1. Investeren in jongerentalenttrajecten en loopbaanbegeleiding Als gemeente Rotterdam blijven we actief investeren in initiatieven die jongeren, voornamelijk in het primair en voortgezet onderwijs, begeleiden bij het ontdekken van hun talenten, vaardigheden en interesses. Onze specifieke focus ligt op het verkennen van diverse sectoren en beroepen, met extra aandacht voor kansrijke vakgebieden⁴ zoals zorg, techniek/haven en IT. We streven ernaar om deze ontdekkingen te verbinden aan passende vervolgkeuzes richting het mbo, hbo of wo.

Een mooi voorbeeld is het Bliksemstage-project van JINC. Hierbij ontdekken basisschool- en vmbo-leerlingen verschillende sectoren en beroepen door op de werkvloer mee te lopen. Dit geeft jongeren de kans om daadwerkelijk ervaring op te doen. Een inspirerend verhaal is dat van Maurice, die na een Bliksemstage bij een vooraanstaand technisch bedrijf zijn interesse in techniek ontdekte, zich inschreef voor de opleiding Electrotechnicus en is nu werkzaam is als technicus bij hetzelfde bedrijf.

Het impactonderzoek ‘De jeugd heeft toekomst’⁵ van JINC bevestigt de meerwaarde van een dergelijk programma-aanbod, zoals bliksemstages, sollicitatietraining en carrière coach. Dit onderzoek, uitgevoerd door SEOR (een onafhankelijk onderzoeksbureau gelieerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam), toont aan dat deze projecten bijdragen aan de persoonlijke veerkracht van jongeren.

⁴ Kamerbrief bij advies Kansrijk Opleiden van de Taskforce doelmatigheid | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl ⁵ Onderzoek naar effectiviteit - JINC

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

7

· · ·

Hier zijn enkele bevindingen: De interventies vergroten de persoonlijke veerkracht van jongeren. Ze ontwikkelen een breder perspectief, verbeteren hun zelfvertrouwen en versterken hun persoonlijke vaardigheden. Veerkracht is essentieel voor succes op de arbeidsmarkt. Het rapport benadrukt dat de toenemende kansenongelijkheid in Nederland kan worden aangepakt door samenwerking tussen scholen, bedrijven en aanvullend onderwijs. JINCs projecten spelen hierin een cruciale rol. Hoewel scholen wettelijk verplicht zijn om loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob) aan te bieden, vullen de JINC-interventies deze aan⁶. Ze leggen een link tussen de kwaliteiten van leerlingen en mogelijke vervolgopleidingen, waardoor hun zelfinzicht groeit Door te investeren in deze programma’s dragen we bij aan een betere voorbereiding van jongeren op hun toekomstige loopbaan en helpen we kansenongelijkheid te verminderen. Dit vormt een waardevolle aanvulling op het reguliere onderwijs.

Wat levert dit op? ✓ Kansengelijkheid: jongeren krijgen betere kansen om hun talenten te ontdekken. ✓ Interesse in kansrijke beroepsmogelijkheden: diverse sectoren inspireren jongeren en wekken hun interesse. ✓ Weloverwogen studiekeuzes: dit initiatief voorkomt onzekerheid bij studie- en carrièrekeuzes, zodat jongeren doordachte beslissingen kunnen nemen. ✓ Betere voorbereiding op de arbeidsmarkt: jongeren worden goed uitgerust voor hun toekomstige loopbaan. ✓ Bereik van > 16.000 jongeren via JINC-programma’s: meer dan 16.000 jongeren profiteren van de diverse programma’s die JINC aanbiedt.

2. Loopbaan-aanpak met focus op kansrijke sectoren De gemeente ondersteunt inspirerende programma’s voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob) voor jongeren. Het doel is om hen te helpen bij het maken van toekomstgerichte keuzes met betrekking tot hun studie en carrière. Een specifiek voorbeeld van zo’n programma is het ‘Havenprogramma LOB’, dat zich richt op maritieme technische beroepen. Het doel van dit programma is om meer jongeren te interesseren voor de haven en vergelijkbare sectoren.

· · ·

Onderdelen van deze aanpak: Gezamenlijk lob-programma: Dit programma begint al op de basisschool en loopt door tot de arbeidsmarkt. Het helpt jongeren bij het verkennen van verschillende loopbaanmogelijkheden. Versterking van bestaande programma’s: Hierbij ligt de nadruk vooral op de laatste stappen richting de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld mbo, hbo of wo). Soms is een kleine investering nodig om deze programma’s te versterken. Concretisering van werken in de haven: Dit omvat praktische informatie over de top 10 beroepen in de maritieme sector. Denk hierbij aan visueel materiaal en salarisindicaties.

⁶ Jongere negeert baankans bij studiekeuze | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

8

·

Doelstellingen van het programma: Het programma streeft ernaar om 4.000 leerlingen uit Rotterdam te bereiken, met een mogelijke variatie van +/- 10%.Daarnaast is het doel om ongeveer 500 leerlingen uit randgemeenten te betrekken, ook met een variatie van +/- 10%.

In samenwerking met partners in de Human Capital Coalitie Energie Transitie (HCCE)⁷ wordt hierbij gebruik gemaakt van fondsen, waaronder het Just Transition Fund (JTF)⁸. Deze slimme inzet van middelen stelt de coalitie in staat om hun doelen te bereiken en programma’s zoals het Havenprogramma LOB te integreren in hun fondsaanvragen. Hierbij vergroten we de impact van het programma en bereiken we meer jongeren. Dankzij bescheiden investeringen en middelen hiervoor beschikbaar te stellen ontstaat de kans om vergelijkbare projecten te verkennen en te realiseren in andere maatschappelijk cruciale sectoren, zoals bijvoorbeeld de zorg en techniek. Dit doelmatig uitvoeren is mogelijk door hierdoor slim gebruik te maken van (Europese) subsidies en fondsen, vaak in samenwerking met zowel publieke als private partners.

Wat levert dit op?

✓ ✓ ✓ ✓

Verbeterde studiekeuzebegeleiding Toename interesse voor kansrijke sectoren Geïntegreerde loopbaanoriëntatie en -begeleiding Impact programma kunnen vergroten naar een bereik van 4.000 leerlingen

3. Maximaliseren van kansen voor succesvolle doorstroming naar het mbo en binnen het mbo De mbo-instellingen hebben een ambitieuze kwaliteitsagenda voor de periode 2024-2027. Ze willen de overgang van voortgezet onderwijs naar het mbo en het hoger beroepsonderwijs optimaliseren. Dit doen ze door opleidingen te analyseren, gezamenlijke leeromgevingen te creëren en verbindingen tussen verschillende onderwijsniveaus te versterken. Het doel is om het succes van studenten te vergroten, doorstroom te bevorderen en goede startresultaten te waarborgen. Specifieke projecten, zoals het voorkomen van dubbele kwalificaties en het realiseren van kortere studieroutes, worden opgestart. De gemeente ondersteunt kleinschalige initiatieven door middelen beschikbaar te stellen voor projecten die de doorstroom bevorderen van voortgezet onderwijs naar het mbo. Hierbij ligt de focus op kansrijke opleidingen met arbeidsmarktperspectief. Samenwerking tussen verschillende onderwijssectoren is van groot belang. Daarnaast is het cruciaal dat jongeren goed geïnformeerd worden over vervolgstudies en kansen in diverse sectoren. Het SEOR-onderzoek naar loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob) en het maken van kansrijke keuzes door vmbo-leerlingen⁹ benadrukt de cruciale rol hierbij van mentoren op het vmbo en hun ouders. Hun begeleiding is essentieel.

⁷ Gezamenlijke aanpak aantrekken personeel voor energietransitie in Rotterdamse haven | Port of Rotterdam ⁸ TF 2021-2027: Just Transition Fund | Subsidie en regeling | Uitvoering van Beleid ⁹ SEOR | LOB & kansrijke keuzes op het vmbo

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

9

Voorbeeld: Veel vmbo-leerlingen schrijven zich vaak zonder duidelijk doel in voor meerdere mboopleidingen om alle opties open te houden. De gemeente ondersteunt actief programma’s zoals Glansrijk Doorstromen van Zadkine om deze overgang van vmbo naar mbo succesvoller te maken, met betrokkenheid van mentoren en ouders. Leerlingen reflecteren na Zadkine-bezoeken onder begeleiding van hun mentor, waardoor ze positief voorbereid worden op het mbo. Het programma biedt inzicht in de mbo-werkwijze, informatie over diverse opleidingen, stimuleert zelfbewustzijn en zorgt voor een gestructureerde voorbereiding op een succesvolle overgang.

Wat levert dit op?

✓ ✓ ✓ ✓

Soepele overgang van voortgezet onderwijs naar mbo Minder schooluitval en studenten die van opleiding wisselen Jongeren kiezen bewuster voor een bepaalde studieloopbaan ongeren zijn beter voorbereid als zij de arbeidsmarkt op gaan

De volgende actie wordt uitgevoerd onder de wethouder Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ)

Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) biedt met het programma Gaan voor een Baan¹⁰ aan po-, vo- en mbo-scholen loopbaanactiviteiten en ondersteunt en faciliteert hen daarin. Leerlingen vanaf groep 6 worden tot aan uitstroom naar de arbeidsmarkt begeleid bij het maken van school- en loopbaankeuzes door het ontdekken van interesses, talent, kansrijke sectoren en beroepen. Scholen, werkgevers en gemeenten werken samen om de (duurzame) kansen op de arbeidsmarkt van jongeren in Rotterdam-Zuid te vergroten. Centraal onderdeel binnen Gaan voor een Baan is de beschikbaarheid van AanDeBak-garanties. Hiermee zijn jongeren al aan het begin van hun opleiding verzekerd van een baan wanneer ze hun diploma halen. Werkgeversorganisaties stellen deze garanties beschikbaar voor de door hen geselecteerde opleidingen om het voor jongeren extra aantrekkelijk te maken om te kiezen voor een beroepsopleiding met hoge baankansen en goede salarisperspectieven.

¹⁰ Gaan voor een baan - Gaan voor een baan

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

10

Doel 2: Meer flexibiliteit voor studenten om in te stromen en over te stappen Wanneer jongeren eenmaal de overstap hebben gemaakt naar het mbo, is het niet ongebruikelijk dat ze van studierichting veranderen. Meerdere factoren hebben hier invloed op¹¹. Deze fase kan echter verwarrend zijn en invloed hebben op hun prestaties aan het begin van hun studie, de voortgang van hun opleiding en zelfs leiden tot voortijdig schoolverlaten. In de kwaliteitsagenda van de mbo-instellingen wordt vermeld dat in 2023 het regionale percentage switchers, oftewel degenen die van opleiding veranderen en instromen in specifieke gekozen opleidingen, met name in sectoren met maatschappelijke uitdagingen 46% van de totale instroom bedraagt. Dit komt neer op 2930 van de 6320 studenten. Als onderdeel van hun strategie om dit percentage te verlagen, streven de mbo-instellingen ernaar om het percentage switchers in 2027 te verminderen tot 30%. Op dit moment is het voor mbo-studenten niet eenvoudig om tijdens een schooljaar van studierichting te veranderen of met een nieuwe studie te beginnen. Het creëren van mogelijkheden voor studenten om soepel van studierichting te veranderen en gedurende een studiejaar te starten, kan hierbij een stap in de goede richting zijn. Zo kunnen we jongeren beter ondersteunen bij het behalen van hun onderwijsdoelen.

Naast andere uitdagingen speelt het fenomeen “groenpluk” een rol. Werkgevers bieden studenten banen aan voordat ze hun diploma hebben behaald, vooral in de technieksector. Hoewel dit verleidelijk kan zijn voor jonge studenten, brengt het risico’s met zich mee. Wat gebeurt er als de economische situatie verslechtert? Studenten kunnen zonder diploma komen te zitten en hun arbeidskansen verminderen. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft zich tot nu toe voornamelijk gefocust op studentenaantallen en diplomaresultaten bij de bekostiging van het onderwijs. Daarom staat de volgende maatregel op de agenda:

1. Flexibiliteit in het onderwijsaanbod met gerichte financiering Het creëren van mogelijkheden voor studenten om soepel van studierichting te veranderen en gedurende een studiejaar (opnieuw) te starten of in te stromen. Dit bevordert succes en minimaliseert de impact van overstappen op hun onderwijsloopbaan. Specifieke aandacht wordt hierbij gegeven aan opleidingen in cruciale sectoren met maatschappelijke uitdagingen. Dit maakt het voor studenten gemakkelijker om tussen studierichtingen te wisselen en gedurende het studiejaar in te stromen. De gemeente Rotterdam stelt een bescheiden stimuleringsbudget beschikbaar via de subsidie met het thema “Weloverwogen studiekeuze”. Dit initiatief wordt aangevuld door een mogelijkheid die wordt geboden vanuit de Subsidieregeling NROB - Artikel 19: Aansluiting onderwijs op de arbeidsmarkt, zoals beschreven in het hoofdstuk over bevordering van de integrale aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Deze subsidieregeling is specifiek gericht op het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB) en ondersteunt inspanningen om jongeren te helpen bij het maken van een weloverwogen studiekeuze. Dit budget is exclusief beschikbaar voor vo-, mbo- en hbo- instellingen.

¹¹ Ontwikkelen van flexibel onderwijs: wat willen studenten en waarom? - ScienceGuide

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

11

·

Onderstaande voorbeelden illustreren de voordelen van flexibel onderwijs. Lisa en een gespannen thuissituatie: Situatie: Lisa, een mbo-student, ervaart stress en conflicten thuis die haar concentratie op school beïnvloeden. Oplossing: Dankzij modulair onderwijs zou Lisa haar studie tijdelijk kunnen pauzeren en later hervatten zonder een heel studiejaar te verliezen.

·

Mohammed en twijfels over zijn opleiding: Situatie: Mohammed twijfelt na enkele maanden of zijn gekozen opleiding de juiste keuze is. Oplossing: In een flexibel systeem zou Mohammed modules uit andere studierichtingen kunnen verkennen voordat hij een definitieve beslissing neemt en met een beetje geluk zou hij hetzelfde schooljaar weer kunnen instromen.

·

Nelson en post-initiële studie: Situatie: Nelson wil zich blijven ontwikkelen op het gebied van techniek. Oplossing: Met modulair onderwijs zou Nelson specifieke modules kunnen kiezen die aansluiten bij zijn interesses en professionele behoeften.

Deze voorbeelden tonen aan hoe gerichte financiering en flexibel onderwijs jongeren kunnen helpen bij hun persoonlijke en professionele groei. Bovendien levert dit systeem voordelen op zoals minder studievertraging, minder uitval, een verbeterde studentervaring en betere afstemming op de arbeidsmarkt.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

12

Doel 3: Bevordering integrale aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt In Rotterdam zetten we ons actief in om een brug te slaan tussen onderwijs en de arbeidsmarkt, vooral voor jongeren tussen 16 en 27 jaar. Deze nauwe samenwerking heeft niet alleen sociale voordelen, maar draagt ook bij aan economische groei. Ons doel is om jongeren optimaal voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomstige arbeidsmarkt en hen de best mogelijke start te geven voor hun loopbaan.

1. Nieuw beleid voor de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt: In deze agenda bouwen we voort op succesvolle ervaringen uit het verleden. We herzien ons huidige beleid om nog beter in te spelen op de veranderende dynamiek en behoeften vanuit de arbeidsmarkt. Daarnaast houden we rekening met de huidige generatie en bekijken de optimale aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt vanuit een nieuw, eigentijds perspectief. Dit stimuleert ons om een benadering te hanteren die beter aansluit bij de moderne, dynamische arbeidsmarkt. Als onderdeel van het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB) ondersteunt een subsidieregeling deze inspanningen. NROB - Artikel 19: Aansluiting onderwijs op de arbeidsmarkt. Deze regeling is exclusief beschikbaar voor vo-, mbo- en hbo- instellingen. Criteria subsidieregeling NROB - Artikel 19: Aansluiting onderwijs op de arbeidsmarkt: Samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijfsleven: Interventies die nauwere en effectievere samenwerking bevorderen tussen onderwijsinstellingen en/of het bedrijfsleven op het gebied van loopbaanoriëntatie en begeleiding. Dit helpt jongeren beter voor te bereiden op een weloverwogen studiekeuze. Ook wordt er aandacht besteed aan uitstroomperspectieven richting de arbeidsmarkt, vooral voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (vso).

Doorstroming naar kansrijke sectoren: Interventies die gericht zijn op het bevorderen van de doorstroming van jongeren naar vervolgonderwijs in sectoren met aantoonbare groei en vraag op de arbeidsmarkt.

Voorbeeld: Programma’s die inzichtelijk maken wat de arbeidsmarktvooruitzichten zijn en de gemiddelde termijn waarop studenten werk kunnen vinden na het voltooien van verschillende opleidingen. Deze ondersteuning is gebaseerd op de bevindingen uit het SEOR-onderzoek genaamd ‘LOB & Kansrijke Keuzes op het vmbo’¹².

¹² SEOR | LOB & kansrijke keuzes op het vmbo

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

13

Informeren van onderwijsprofessionals: Interventies die onderwijsprofessionals faciliteren en informeren over diverse sectorale loopbaanpaden. Dit stelt hen in staat om jongeren grondig voor te lichten over carrière- en opleidingsmogelijkheden tijdens het loopbaanoriëntatie- en begeleidingsproces. Deze investeringen zijn gebaseerd op bevindingen uit het SEOR-onderzoek ‘LOB & Kansrijke Keuzes op het vmbo’¹², waaruit blijkt dat loopbaanbegeleiding, met name door externe activiteiten zoals stages en open dagen, evenals persoonlijke gesprekken, de leerlingen positief beïnvloeden. Het betrekken van decanen en mentoren wordt benadrukt als cruciaal, vooral voor leerlingen met een migratieachtergrond. Actief contact tussen jongeren en bedrijfsleven: Interventies die actief contact tot stand brengen tussen jongeren en het bedrijfsleven als integraal onderdeel van loopbaanoriëntatie- en -begeleidingsactiviteiten. Dit bevordert arbeidsparticipatie en biedt praktijkervaring aan jongeren die bezig zijn met het maken van een studiekeuze.

Voorbeeld: Het aanbieden van beroeps-oriënterende stages in het voortgezet onderwijs, waardoor jongeren praktijkervaring op kunnen doen in hun gekozen sector. Gebaseerd op aanbevelingen van het SEOR-onderzoek ‘LOB & Kansrijke Keuzes op het vmbo’. Het onderzoek benadrukt de waarde van praktijkervaring als een middel om jongeren te laten ontdekken en bevestigen waar hun passie ligt in een echte werkomgeving.

Bevordering van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo: Interventies die een gunstige leeromgeving creëren die voldoet aan de behoeften van jongeren om al tijdens hun opleiding te kunnen werken. Met als doel het vergroten van het aantal studenten dat kiest voor de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo.

Voorbeeld: Tijdens het jaarlijkse evenement ‘Werken en Leren Traject’ (voorheen bekend als de Beroepsbegeleidende Leerweg Infomarkt) krijgen (toekomstige) studenten de kans om meer dan 80 werkgevers en opleiders te ontmoeten. Deze aanbieders presenteren diverse vormen van praktijkleren, waaronder: De Beroepsbegeleidende Leerweg-diplomaroute. Een kortere route via mbo-certificaten. De mbo-praktijkverklaring.

·· ·

¹² SEOR | LOB & kansrijke keuzes op het vmbo

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

14

De combinatie van werken en leren blijkt een aantrekkelijke optie te zijn voor veel jongeren, wat blijkt uit de blijvende groei van het aantal inschrijvingen in de regio Rijnmond voor deze onderwijsvorm. Bevorderen aantal instroommomenten: Interventies die aantoonbaar bijdragen aan een verbetering van het aantal instroommomenten in het vervolgonderwijs. Aanpassingen in de onderwijsinrichting: Interventies die gericht zijn op aanpassingen in de onderwijsinrichting om de aansluiting op de arbeidsmarkt te optimaliseren.

Voorbeeld: Bij de studie bouwtechniek hebben studenten die via het Jongerenloket instromen, al een voordeel: ze kunnen zich oriënteren. Er is een oriënterende periode van tien weken waarin ze zich specialiseren in bepaalde werkprocessen, waarvoor ze een certificaat ontvangen. Als ze zich daarna verder willen specialiseren of aanvullend willen laten opleiden, is dat momenteel nog niet mogelijk. Ze moeten wachten op het reguliere instroommoment van een volledige opleiding. In het geval van modulair onderwijs is er meer flexibiliteit en kunnen studenten gerichter leren op basis van hun individuele behoeften. Deze flexibiliteit stelt hen in staat om stapsgewijs richting een diploma te werken zonder studiejaren te verliezen.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

15

Wat levert dit op? ✓ Weloverwogen studiekeuzes en voorkomen van schoolverlaten. ✓ Versterkte carrière-oriëntatie en intensievere samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers. ✓ Toename van inschrijvingen voor beroepsbegeleidende leerweg-trajecten en praktijkverklaringen. ✓ Ontdekken van passie en ontwikkeling van relevante vaardigheden in een echte werkomgeving. ✓ Verminderen van jeugdwerkloosheid en bijdragen aan economische groei.

De volgende actie wordt uitgevoerd onder de wethouder Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ)

Het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) en het Scholingsfonds Rijnmond (SFR) zijn beide initiatieven die gericht zijn op het versterken van de verbinding tussen onderwijs en de arbeidsmarkt in de regio Rijnmond. Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP): Het RAP is opgezet door de arbeidsmarktregio Rijnmond. Het biedt tot 50% cofinanciering aan projecten die tot doel hebben: Reductie van personeelstekorten in cruciale maatschappelijke sectoren, zoals zorg, openbaar vervoer en techniek. Meer participatie in de arbeidsmarktregio. Bijdragen aan economische transities, zoals energie, digitalisering en de circulaire economie. Het RAP heeft een aparte subsidieregeling en wordt beheerd door de gemeente Rotterdam, die fungeert als centrumgemeente voor de arbeidsmarktregio. Het is georganiseerd in drie onderdelen: Steunpunt RAP, Fondsorganisatie RAP en Adviescommissie RAP123.

· ·

Scholingsfonds Rijnmond (SFR) voorheen Rotterdams scholingsfonds (RFS): Het SFR ondersteunt financieel Rotterdammers bij het volgen van opleidingen die aansluiten op de vraag naar werk in kansrijke sectoren. Vanaf 2024 zal het SFR worden belegd bij het Werkcentrum en daarmee regionaal worden. Het SFR richt zich specifiek op schoolverlaters (mbo).

2. Kwalitatieve stages bieden Het tegengaan van stagediscriminatie staat bij ons hoog op de agenda en we benadrukken de nauwe samenwerking met het onderwijsveld. Momenteel volgen we met grote interesse de acties die vanuit het Stagepact¹³ worden ondernomen, we willen deze inspanningen in samenspraak met het onderwijsveld evalueren en ondersteunen. De gemeente Rotterdam wil een goede stagebieder zijn en streeft ernaar om minimaal 25% van alle stageplekken binnen de gemeente door mbo-studenten te laten invullen. Hierbij baseren we ons op onze voortrekkersrol in het ondersteunen van het Stagepact mbo 2023-2027 vanuit de Rijksoverheid, waarbij de nadruk ligt op de inspanningen van mbo-instellingen. ¹³ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/middelbaar-beroepsonderwijs/stagepact-mbo

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

16

Het Stagepact mbo 2023-2027 is een breed convenant dat is ondertekend door diverse belanghebbenden, waaronder studenten, mbo-instellingen, docenten, werknemers, werkgevers en overheden. Het pact richt zich op vier thema’s: Verbeteren van stagebegeleiding: streven naar kwalitatief goede begeleiding tijdens stages of leerbanen. Uitbannen van stagediscriminatie: maatregelen om discriminatie binnen de stageomgeving tegen te gaan. Zorgen voor voldoende stages: streven naar voldoende kwalitatieve en toegankelijke stageplekken en leerbanen. Een passende vergoeding: garanderen dat studenten een passende vergoeding ontvangen voor hun stage.

· · · ·

Hoewel stagediscriminatie onze volle aandacht heeft, willen we de uitkomsten van de acties vanuit het Stagepact richting het onderwijsveld afwachten. Deze strategie zal onze voornaamste inzet zijn tijdens alle overleggen die vanuit dit verband plaatsvinden. We streven naar een inclusieve en rechtvaardige benadering met betrekking tot stages en naar optimale omstandigheden voor studenten in hun stage- en leertrajecten. De volgende actie wordt uitgevoerd onder de wethouder Samenleven

We delen kennis met scholen en bedrijven over stagediscriminatie¹⁴. Daarnaast is er de inzet op arbeidsmarktdiscriminatie en bieden we aanbod voor trainingen voor onderwijsprofessionals (waaronder stagebegeleiders) in het herkennen en aanpakken van discriminatie, vooroordelen en stereotypen.

3. Voorkomen van voortijdig schoolverlaten (vsv) Voorkomen van voortijdig schoolverlaten (vsv) is van groot belang om te voorkomen dat jongeren tussen 12 en 23 jaar zonder startkwalificatie de school verlaten. Een startkwalificatie omvat een diploma havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger. Zonder deze kwalificatie hebben jongeren aanzienlijk minder kansen op de arbeidsmarkt. In Nederland wordt de aanpak van vsv op regionaal niveau gecoördineerd; er wordt samengewerkt door de Rijksoverheid, scholen en gemeenten. Elke regio heeft een plan met maatregelen om jongeren weer naar school te begeleiden. Dit omvat vroegtijdige signalering van mogelijke uitval, extra begeleiding voor jongeren met een hoog risico op uitval, betere oriëntatiemogelijkheden, aantrekkelijker onderwijs voor jongeren die willen werken, en verbeterde begeleiding naar werk, zowel voor jongeren met als zonder diploma. Gemeenten hebben een specifieke rol in het Doorstroompunt, waar doorstroomcoaches schoolverlaters begeleiden terug naar school. Deze coaches werken nauw samen met scholen en andere instanties om de overgang terug naar het onderwijs soepel te laten verlopen. Mbo-instellingen nemen zelf initiatieven om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, met een focus op jongeren in een kwetsbare positie en streven naar gelijke kansen voor iedereen.

Op dit moment voert een onafhankelijk adviesbureau een regioanalyse uit. De resultaten worden in april 2024 verwacht en zullen leidend zijn voor vervolgafspraken. Aansluitend zullen betrokken schoolbesturen en wethouders samen de uitkomsten van de regioanalyse bespreken om overeenstemming te bereiken over het verdere vsv-programma. ¹⁴ Stagediscriminatie voorkomen: hoe doe je dat? | KIS

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

17

Doel 4: Rotterdam studentenstad Met maar liefst acht mbo-instellingen binnen haar grenzen, mag Rotterdam zich met recht dé mbo-stad van Nederland noemen. Mbo-studenten vormen een substantieel deel van de studentenpopulatie in deze stad en daar zijn wij trots op. Hoewel mbo-studenten een prominente aanwezigheid hebben, geniet het mbo niet overal het positieve imago dat het verdient. In Rotterdam streven wij ernaar om het beeld van mbo-opleidingen te transformeren naar aantrekkelijke en waardevolle trajecten die een uitstekend toekomstperspectief bieden. Om de kracht en relevantie van mbo-opleidingen te benadrukken, is het belangrijk om samen te werken en bewustwording te creëren. Wat gaan we hieraan doen?

1. Imago van het mbo versterken Ons doel is helder: we willen laten zien dat het mbo alle kansen biedt op een uitstekende beroepstoekomst. Mbo’ers zijn onmisbaar voor de samenleving en economie. De grote vraag op de arbeidsmarkt betreft veelal mbo’ers. In onze inspanningen om Rotterdam als mbo-studentenstad aantrekkelijk te maken, zetten we communicatiemiddelen in om de successen en waarde van het mbo over het voetlicht te brengen.

Wat levert dit op?

✓ Meer jongeren kiezen voor een mbo-opleiding. ✓ Mbo-studenten zullen meer trots ervaren.

2. Inclusieve studentenparticipatie We willen studenten meer betrekken bij de stad. Samen met de onderwijsinstellingen zullen we de participatie van studenten bevorderen bij het Rotterdamse (onderwijs)beleid. Er is de laatste jaren steeds meer belangstelling voor ervaringskennis en de inzet van ervaringsdeskundigheid. Door studenten te betrekken, zal het beleid beter aansluiten bij hun leefwereld. We zullen een brede (gemeentelijke) studentenadviesraad opzetten en participatieprojecten organiseren waarbij studenten kunnen meedenken over gemeentelijk beleid.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

18

Voorbeelden studentenparticipatie: MBO Talent: In het ‘MBO Talent-project’ betrekken we mbo-studenten bij gemeentelijke en maatschappelijke vraagstukken. In het studiejaar 2023/2024 hebben we de volgende drie vraagstukken aan mbo-studenten voorgelegd: Leesbevordering voor mbo-studenten/jongeren: Hoe kunnen we lezen (weer) aantrekkelijk maken voor mbo-studenten en jongeren? Wat zijn de juiste prikkels en methoden om hun interesse in lezen te vergroten? Bereiken van mbo-studenten die voortijdig school dreigen te verlaten: Hoe kunnen we mbo-studenten die dreigen voortijdig de school te verlaten, informeren over de bbl-variant (beroepsbegeleidende leerweg)? Welke communicatiekanalen en -strategieën zijn effectief om hen te bereiken en te motiveren? Informeren van jongeren over 18 jaar worden: Hoe kunnen we jongeren het beste informeren over wat ze moeten regelen als ze 18 jaar worden? Denk hierbij aan zaken zoals zorgverzekering, studiefinanciering, belastingen en andere verantwoordelijkheden die bij volwassenheid horen. Groenpluk: In reactie op de motie van september 2022, “In gesprek met het mbo om te stimuleren dat studenten hun opleiding afmaken”, hebben wij gesprekken gevoerd met studentenraden van de volgende mbo-instellingen: Albeda, Zadkine, Scheepvaart- en Transport College STC, Techniek College Rotterdam (TCR), en Houten Meubilerings College Rotterdam.

De input en ideeën van mbo-studenten zijn waardevol om deze vraagstukken aan te pakken en positieve veranderingen te bewerkstelligen.

· · ·

De komende jaren zullen we ook de studentendeskundigheid inzetten bij het vormgeven van projecten vanuit het initiatief ‘Rotterdam Studentenstad’.

Wat levert dit op?

✓ Meer waardering voor mbo-studenten. ✓ Studenten krijgen een groter sociaal netwerk, meer kennis en zelfvertrouwen. ✓ Er ontstaat meer draagvlak en toepasbaarheid van (onderwijs)beleid.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

19

3. Meer aandacht voor het verwelkomen van mbo-studenten in de stad Het begin van het studiejaar is voor alle studenten van mbo-, hbo- en wo-instellingen een belangrijk moment. Wij, gemeente en onderwijsinstellingen samen, willen dit moment markeren en willen alle studenten een welkom gevoel geven.

Wat levert dit op?

✓ Mbo, hbo en wo-studenten voelen zich welkom in Rotterdam.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

20

Doel 5: Versterken studentenwelzijn Het welzijn van studenten is cruciaal voor hun studievoortgang en de overgang naar de arbeidsmarkt. Verschillende factoren, zoals gezondheid, sociaal leven , gezinsomstandigheden en economische stabiliteit, spelen een belangrijke rol in dit welzijn. Voor onderwijsinstellingen, met name de mbo-instellingen in Rotterdam, vormt de toenemende problematiek rond de mentale gezondheid van studenten een groeiend probleem. De gevolgen ervan zijn groot, niet alleen voor de student, maar ook voor de organisatie en het klimaat binnen de school. Tevens drukt de inzet om het studentenwelzijn te verbeteren zwaar op de beperkte middelen die de instellingen ervoor ontvangen via het lumpsum-systeem. Dit probleem overstijgt de grenzen van de onderwijsinstellingen en vraagt om betrokkenheid van de gemeente Rotterdam. De gemeente erkent dat de middelen die het mbo heeft beperkt zijn en dat de behoefte aan een meer integrale aanpak groeit. Daarvoor is nauwe samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen binnen de gemeente, onderwijsinstellingen en relevante partners essentieel. We willen de zorginfrastructuur voor studenten versterken door relevante verbindingen te leggen tussen al deze partijen. Hierbij wordt ook het bestaande aanbod geëvalueerd en bespreken we mogelijke verbeteringen.

Een belangrijk aspect van deze aanpak is de uitbreiding van de gesprekken naar het domein van voortijdig schoolverlaten (vsv). Als jongeren voortijdig stoppen met hun opleiding kunnen welzijnsproblemen daarin een rol spelen. Hoewel welzijn niet onder de onderwijsportefeuille van dit college valt, is er voor 2024 wel budget vrijgemaakt vanuit de onderwijsbegroting om bij te dragen aan het verkennen van dit vraagstuk. Voor de toekomstige jaren is het essentieel om verder onderzoek te doen en financieringsbronnen te verkennen, wellicht met bredere betrokkenheid op nationaal niveau, om te komen tot een structurele aanpak voor de langere termijn.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

21

Financiën Hieronder volgt een overzicht van de jaarlijkse inzet: Inzet per jaar

2024

Weloverwogen studiekeuze

€

Aansluiting onderwijs -arbeidsmarkt – NROB artikel 19 onderwijs - arbeidsmarkt Rotterdam studentenstad

Studentenwelzijn

Totaal

2025

755.000

€

2026

755.000

€

Totaal

2027

755.000

€

755.000

€ 3.020.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 4.000.000

€

290.000

€

€

€

290.000

€ 1.160.000

€

500.000

P.M .

P.M .

P.M .

P.M .

€ 2.545.000

€ 2.045.000

€ 2.045.000

€ 2.045.000

€ 8.680.000

290.000

290.000

Als aanvulling op de investeringen vanuit het Rijk zal de gemeente de komende vier jaar in totaal €8.680.000,- investeren in de MBO-Uitvoeringsagenda. Deze investering strekt zich niet alleen uit naar het mbo, maar ook naar het vo, waar de belangrijke overstap naar het mbo plaatsvindt.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

22

Wat doet de gemeente nog meer in het mbo Te midden van de doelgerichte uitvoering van de MBO-Uitvoeringsagenda werpt dit hoofdstuk een blik op aanvullende beleidsinitiatieven die, hoewel zij geen direct onderdeel zijn van de MBOUitvoeringsagenda, een cruciale rol spelen in het vormgeven van het mbo-landschap. Variërend van culturele betrokkenheid tot de aanpak van het lerarentekort. Aanpak lerarentekort De gemeente Rotterdam pakt het lerarentekort aan met diverse maatregelen, waaronder het, beschikbaar stellen van een lerarenbeurs, maatwerkproducten voor parkeren die onderwijsinstellingen aan kunnen vragen, voorrang voor leraren bij huurwoningen, verbetering van communicatie over zijinstroomtrajecten, aanbieden van de Rotterdampas en betere begeleiding voor startende leraren door de opleidingsschool Rotterdam in samenwerking met onderwijsinstellingen. Deze initiatieven zijn gericht op het aantrekken en behouden van leraren, evenals het bevorderen van hun professionele ontwikkeling. Cultuursector in het mbo De inzet vanuit de cultuursector in het mbo omvat diverse initiatieven zoals culturele introductieweken, structurele lessen door kunstvakdocenten, programma’s voor burgerschap en mentaal welbevinden, stageprojecten en een practoraat in oprichting om de integratie van cultuuronderwijs te onderzoeken.

Kennis en kennisonderzoek In de komende jaren willen we de kennis en onderzoeksresultaten van mbo-, hbo- en wo-instellingen effectiever benutten in ons gemeentelijk (onderwijs) beleid. Dit bevordert de betrokkenheid van studenten bij actuele vraagstukken en vergroot de relevantie van gemeentelijke besluitvorming. Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) De MRDH draagt actief bij aan levenslange ontwikkelingstrajecten (LLO) die zich richten op de banen van de toekomst. Als cruciale speler in de Publiek-Private Samenwerking (PPS) is de gemeente Rotterdam een gedreven partner die bijdraagt aan projecten die het beroepsonderwijs bevorderen.

Rotterdamse MBO-Uitvoeringsagenda

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=874565f7-d59a-40f8-b7a6-dc46f7497132