CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb001887] Bijlage behorende bij 24bb001890 over bestemmingsplan Hollands Tuin 77

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 10 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen23.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Rotterdams Weerwoord Het klimaat verandert. Extreem weer komt steeds vaker voor, waardoor de kans op overlast en schade door hevige neerslag, hitte, droogte en overstromingen toeneemt. Om Rotterdam hierop voor te bereiden is er het Rotterdams Weerwoord.

Het Rotterdams Weerwoord staat voor: Samen onze stad voorbereiden op een extremer klimaat. Dat houdt in dat we als gemeente Rotterdam niet alleen, maar voor, met én door de Rotterdammers de stad weersbestendig maken. (https:// www.rotterdam.nl/wonen-leven/rotterdams-weerwoord/).

Vuistregels voor het Bouwen De Rotterdamse Vuistregels zijn een overzicht van het ruimtelijke beleid van de gemeente. De vuistregels helpen initiatiefnemers van bouwprojecten op weg. De Rotterdamse Vuistregels zijn te vinden op de website van de gemeente Rotterdam (https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/ vuistregels-bouwen/)

Waterplan Rotterdam Addendum Woonvisie Rotterdam 2030 De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden aan de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Dit vereist een betere balans in de woningvoorraad; meer differentiatie en meer woningen in het midden- en hogere segment. Ook moet de kwaliteit van woningen en woonmilieus worden versterkt, met aandacht voor duurzaamheid, flexibiliteit, kindvriendelijkheid en ruimte voor wooncarrière in de wijk. Iedereen heeft daarbij recht op goed wonen, zonder woonoverlast en zo lang mogelijk zelfstandig thuiswonend.

Architectuur en Rotterdam De nota Architectuur en Rotterdam is een uitwerking van de

IJsselmonde heeft een substantiële wateropgave door zijn lage ligging en relatief weinig oppervlaktewater. In het Waterplan staan de ambities en opgave voor Rotterdam beschreven (https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/ waterplan-2/).

Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 Het rioleringsbeleid van de gemeente ligt vast in het Gemeentelijk Rioleringsplan en laat zien welke aanpassingen in het stedelijk watersysteem voor de toekomst nodig zijn wat dit betekent voor de rioolheffing in de periode 2016-2020 en verder (https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/grp/).

Duurzaamheid Duurzaamheid is belangrijk voor de leefbaarheid in Rotterdam en het realiseren van toekomstbestendige nieuwbouw. Uitgangspunt van deze ontwikkeling is dan ook om het duurzaamheidsbeleid van de stad zoveel mogelijk in te zetten om bijzonder aantrekkelijke woningen te realiseren. Daartoe wordt ingezet op de volgende thema's: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en gezonde leefomgeving, zoals gesteld in het Rotterdams Duurzaamheidskompas.

Stadsvisie, waarin staat dat architectuur en cultureel erfgoed

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

5/38

Plangebied 2.1 IJsselmonde 2.2 Historie 2.3 Locatie 2.4 Context

» foto: Gemeente Rotterdam

Iw

■\ľ

.

iİjT.-

2.1 IJsselmonde De Hollands Tuin Spechten-locatie ligt in de buurt Tuinenhoven in de wijk Groot IJsselmonde. De wijk is gebaseerd op het tuinstad ontwerp van Peter van Drimmelen voor de naastgelegen wijk, Lombardijen. De wijk is grotendeels gebouwd in de jaren '70 voor de toenemende werknemers uit de havens. Van Drimmelen wilde een rustige woonomgeving creëren als tegenwicht van de moderne en complexe maatschappij, gebaseerd op de tuinstad gedachte. De wijk kent een centrumring en de uitvalswegen, de ‘H'. De centrumring is niet eenduidig ontworpen en nauwelijks herkenbaar als ring. De uitvalswegen zijn wel herkenbaar aan hun ruime parklaanprofiel. In het centrum is een groot winkelcentrum. De verschillende buurten liggen hier als een krans omheen.

zuidzijde van de planlocatie grenst direct aan het groen en voetpad van de Spechten. Aan de noordzijde grenst de locatie aan de achterzijde en -tuinen van een 4 laagse galllerij ontsloten appartementengebouw. De oostzijde van de planlocatie grenst aan de Hollands Tuin en de Ooievaar, een 16 lagen hoge woontoren met in de plinten maatschappelijke voorzieningen. Ten westen van de locatie staat gymzaal Hollandstuin met daarachter de achtertuinen van de grondgebonden woningen aan de Frambozentuin.

HmSík

O o ŝ3 tļmiJ s Üe ì]m ff

Iľ

u

2.4 Context De nabij gelegen A16 en regionale fietsroute maakt de planlocatie een goed ontsloten plek. Winkels, horeca en het lokale theater bevinden zich vlakbij in winkelcentrum Keizerswaard. Voor rust en ontspanning ligt op 5 minuten fietsen Park Twee Heuvels.

±1963

2.2 Historie

ěpĮc/cJĮ 3

Voor de realisatie van de A16 begin jaren ‘60 maakte de planlocatie deel uit van de polder Oost IJsselmonde. Na de oorlog begint Rotterdam met de ontwikkeling van een groot aantal woonwijken in de nieuwe gebieden. Gedurende deze periode is de omgeving van de zogeheten Hollands Tuin Spechten locatie veranderd van een polderlandschap naar stedelijk gebied. Het schoolgebouw op de locatie is al aanwezig sinds de realisatie van de wijk en staat nu al meerdere jaren leeg. Tegenover de planlocatie is de afgelopen 20 jaar veel veranderd. Begin jaren '10 van de 21e eeuw hebben meerdere grondgebonden woningen moeten wijken om ruimte te maken voor hoogbouw en een meer divers woonprogramma in IJsselmonde. De Ooievaar, de markante toren aan het einde van de Spechten en de tweeonder-één kapwoningen, de Eilanden, zijn hier een resultaat van.

±1983

mm ÄS

2.3 Locatie De locatie Hollands Tuin Spechten bevindt zich aan de groene verbindende zone Spechten tussen de buurten Tuinenhoven en Groenenhagen. De structuur van de woonbuurt Tuinenhoven wordt gekenmerkt door de orthogonale structuur van de stempels en stroken. De

mm

±2007

8/38

mm VāÉm

řr-:-

it mjt . * * iftOĵ ^ļajgBĒp

■■Jm Mi^jįįļįįįļĶ-

, '--- "

I ŬBNBÉW

Ś Grondgebonden woonmlieu aan de Frambozentuin, ten westen van de planlocatie achter de gymzaal

Zicht vanaf de Hollands Tuin met links de planlocatie

mm. Y1 i

' .

_____ ľlllä_______I......

.

m

r-Turn* í äňÊbâi ^ ll!ll'*!Ĵİ!î*ĨĴPI,f|Ŗi| -míK-

i»

'•■JŔ mĘm PE OOIEVAAP

■įģįfclkí

■flftíü-JS Ĺ«

Ten noorden van de planlocatie, het verlengde van de Hollands Tuin

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

II 1

Aan het einde van Spechten staat de Ooievaar, een combinatie van sociale woningen en maatschappelijke voorzieningen

Ruimtelijke uitgangspunten 3.1 Stedenbouwkundige randvoorwaarden 3.2 Openbare ruimte randvoorwaarden 3.3 Programma

> foto: Gemeente Rotterdam

ļ 1 ■'■J. ■'-

j.

ĴT .

Jļ

M! ļ PĴÇ^-ļ

KM v» ř\1 -3» íţ!E

'J.

fti, r J- "'

--

.r

V i r*

-,ī

,wi rLn F ■-b!

j

Ifţv. \5 1 1214*1-

■ 2’

■■ÖT-T .it-

RftnV ■■■' ■■j-.T

ŕ-'

3.1 Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Het gebouw heeft een vormgeving die duidelijk verwant is aan de bestaande bebouwing.

Stedenbouwkundig concept Uitgangspunt is een ontwikkeling dat aansluit op de kenmerken van de groene landschappelijke en gebouwde kwaliteiten in de directe omgeving. De structuur van het plangebied is zowel een voortzetting van de stempel­ en stroken structuur en als een nieuw accent aan het verbindend groen, de Spechten. Het gebouw staat in het groen waarbij de overgang tussen gebouw en de buitenruimte zorgvuldig mee ontworpen is. Het gebouw kent een eenduidige hoofdvorm en een gelijke uitstraling als de

Het gebouw heeft een alzijdig karakter en heeft met name aan de zuid en oost zijde een representatieve uitstraling. Het gebouw heeft een duidelijke entree op de hoek aan de Hollands Tuin. Het aantal entrees voor bergingen en woningen worden zoveel mogelijk beperkt/ gebundeld. Buitenruimtes/balkons zijn deels onderdeel van het gebouwvolume.

bestaande bebouwing in de directe omgeving waarmee een evenwichtige samenhang wordt verkregen.

De privacy van de woningen op begane grond is in voldoende mate gewaarborgd door het organiseren van voldoende afstand tot paden en een overgang met beplanting en/ of hoogteverschil.

Ruimtelijke inpassing Het beoogde groene en hoogwaardige karakter wordt in de bebouwingsprincipes door vertaald door de eenduidige bebouwing en de groene en natuurlijke uitstraling van de overgang van gebouw naar openbare ruimte. De groen structuur tussen de Spechten en de bebouwing wordt doorgezet en sluit in oost-weg richting aan op de bestaande groene zone. Het appartementengebouw ligt in lijn met de ten oosten gelegen bebouwing en is met de voorzijde gericht op de Spechten en grenst met de achterzijde aan een groen ingepast parkeerveld die ontsloten is via de Hollands Tuin.

Bebouwing Het appartementengebouw staat in het groen en heeft een wandwerking aan de Spechten. Het gebouw sluit in vormgeving aan op bebouwing aan de oostzijde aan de Spechten. Qua maat kent de bebouwing meer hoogte en vormt deze een nieuw subtiel accent aan de groene zone. Om voldoende ruimte en kwaliteit te waarborgen voor een mogelijke uitbreiding van de woningbouwontwikkeling op de locatie van de gymzaal is het appartementengebouw minimaal 10 meter van de gymzaal gesitueerd. ^

Het appartementengebouw is plat afgewerkt en heeft een maximale hoogte van 7 lagen/ 21 m.

^

Het gebouw kent een heldere eenduidige hoofdvorm.

Geluid Het plangebied ligt nabij de snelweg A16. Door de groene geluidswal is deze niet zichtbaar van de locatie, maar er is op een aantal plekken wel sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor de geluidbelasting bij wonin­ gen. Het creëren van geluidsdempende maatregelen waar nodig voorkomt geluidstress en behoudt de kwaliteiten van een comfortabel woonmilieu. Mogelijke geluiddempende maatregelen moeten worden geïntegreerd in het ontwerp.

3.2 Openbare ruimte randvoorwaarden De kwaliteiten van de groene zone de Spechten worden doorgezet op de planlocatie. Het gebouw staat alzijdig in het groen waarbij de overgang tussen gebouw en de buitenruimte zorgvuldig mee ontworpen is. De buitenruimte kent een parkachtig karakter met een informele sfeer. De vier ruwe berken aan de Hollands Tuin worden behouden.

Plint

Parkeren

De plint wordt voor een deel gekenmerkt door een levendig programma, zoals woningen en de entrees. De plint is zorgvuldig vormgegeven en maakt deel uit van de overgang gebouw naar openbare ruimte en groen.

Parkeren wordt opgelost op een te realiseren parkeerplaats

^

De uitstraling van de plint is maximaal 700Zo gesloten.

^

In de plint zijn minimaal 2 woningen met hun buitenruimte aan de Spechten zijde gesitueerd.

^

De overgang van het gebouw naar de openbare ruimte is zorgvuldig vormgegeven middels beplanting en groen.

aan de noordzijde van de planlocatie. Deze parkeerplaats maakt deel uit van openbaar gebied. Zicht op de parkeerplaats vanaf de Hollands Tuin is beperkt.

3.3 Programma De planlocatie biedt ruimte aan maximaal 40 sociale huurwoningen. De woningen bestaan uit ca. 40 appartementen. De appartementen hebben een maximaal oppervlakte van 75 m2 GBO.

Ontsluiting De hoofdontsluiting voor het autoparkeren op de planlocatie bevindt zich aan de Hollands Tuin. Voor deze ontsluiting wordt een klein deel van de straat heringericht. Dit betekent dat 3 parkeerplekken verdwijnen aan de Hollands Tuin. Een tweede ontsluiting biedt ruimte voor voetgangers. Bij een eventuele herontwikkeling van de locatie gymzaal, dan dient deze aan te sluiten op deze ontsluitingen.

In de toekomst wordt de locatie waar nu de gymzaal is gesitueerd mogelijk ook ontwikkelt tot woningbouw. Deze locatie biedt ruimte voor maximaal 7 grondgebonden woningen.

12/38

\

Vruchtentuin

ssszssrm«~,źm

^insluuaanopi^ ie voorzone

Stedenbouwkundíge context randvoorwaarden

LEGENDA Werkgebied Uitgeefbaar Zoekgebied bebouwing appartementen Zoekgebied parkeren Doorzetten/ behoud groen structuur Ontsluiting parkeren

«-------» Ontsluiting voetgangers Maximale rooilijn Verplichte rooilijn en reprensentatieve uitstraling

Stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart

schaal 1:1000

14/38

LEGENDA -------------- Werkgebied Wfeterdoorlatende verharding Groene overgangszone van parkeren naar bebouwing ................

Oplopende beplantingszone van park naar bebouwing Doorzetten/ behoud groen structuur

QQ (^) Te behouden bomen *,w

Flexibele inrichting tbv toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld door plaatsing van een speelboomstam

Ą............ ^ Behoud en versterken oost west verbinding

a^®'e"0ve^'dT3 „Vatend®'’ \

Landschappelijke randvoorwaardenkaart Nota van Uitgangspunten

---------------

schaal 1:1000

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 15/38

Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

Beeldkwaliteit 4.1 Architectuur 4.2 Buitenruimte

> foto Gemeente Rotterdam

Wîř-s

Ĩİ!

-

1

v m W-

T-d

M. "

Tř'Mţjį-1

''■.A.s.-D SiV

v -YÏÏ

4.1 Architectuur De architectuur sluit aan bij het architectonische karakter van de buurt. Het gebouw heeft een alzijdig karakter en past bij de sfeer en kenmerken van de stempel- strokenbouw in/ aan het groen. Voor dit gebied zijn de gebiedscriteria ‘stempel- en strokenbouw van toepassing zoals omschreven in Welstandsnota 2012. Aanvullend hierop zijn voor deze opgave specifieke eisen en randvoorwaarden t.a.v. uitstraling en kleur- en materiaalgebruik geformuleerd. Deze worden hieronder toegelicht.

Dakvlak ^ Doorvoeren in het dakvlak zijn zoveel mogelijk gecom­ bineerd en meeontworpen, ^ Zonnepanelen zijn, indien deze zichtbaar zijn, inte­ graal meeontworpen met het dakvlak, ^ Hemelwaterafvoeren zijn zorgvuldig gepositioneerd, ^ Platte daken hebben een groen dak. ^ Installaties zijn bij voorkeur geïntegreerd in het hoofd­ volume. Indien deze zijn gesitueerd op het dak dienen deze niet zichtbaar te zijn vanaf het openbaar gebied.

Uitstraling De verschijningsvorm van de architectuur is modern (abstracte beeldtaal, niet historiserend) en markant. Er wordt ingezet op een continuering van het gevelbeeld van de bestaande gebouwen ten noorden en oosten gelegen van de planlocatie met horizontale betonbanden, paneelvullingen, lichtbruin metselwerk en een horizontaal gevelbeeld. Buitenruimtes van de woningen zijn (deels) onderdeel van het gebouwvolume en liggen (deels) terug van de gevel.

Gevelvlak ^ De gevels hebben een horizontale geleding, abstract karakter en zijn samengesteld uit vlakken, panelen en/ of banden. ^ De toegepaste metselsteen heeft een hoge kwaliteit en sluit aan bij de steenkleur in het gebied. ^ Het kleurgebruik is terughoudend en passend in de context. ^ De detaillering van overgangen (zoals dakaansluiting en gevelopeningen) zijn zorgvuldig vormgegeven. ^ De plint is zorgvuldig vormgegeven in relatie tot de overgang naar het openbaar gebied. ^ Er is voldoende aandacht voor hekwerken, ventilatieroosters ed. ^ Entrees zijn zorgvuldig vormgegeven en goed herken­ baar en aandacht voor verlichtingsarmaturen.

į an í liHn*'

Lí 4.-1

'äŴÜSìŕË* *

Gevels hebben een horizontale geleding en zijn samengesteld uit vlakken, panelen en/of banden (De Waal, Rotterdam, KAW architecten)

I

ÍÎJìMfi MMUm

Abstract gevelbeeld met (metselwerk)vlakken (Funenpark, Amsterdam, DKV architecten)

18/38

İIIIIIIIIIIII

Gevels hebben een horizontale geleding. (De Schilden, Antwerpen, Rapp+Rapp)

Buitenruimtes in de plint en op de verdiepingen zijn (deels) onderdeel van het gebouw (De Wiel en de Waal, Rotterdam, KAW Architecten en Collective housing AGVC, De Gouden Liniaal Architecten)

mm\mmi\ ;5“ssTa ĩMém

\ \ \

mį * 1 Kopgevels hebben een open karakter. De entree is herkenbaar en zorgvuldig vormgegeven. (De Schilden, Antwerpen, Rapp+Rapp)

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

De plint is zorgvuldig vormgegeven in relatie tot de overgang naar het openbaar gebied. Bijvoorbeeld door middel van rijke detaillering, geleden of de toepassing van een groene gevel.(Moskee verzamelgebouw, Amsterdam, Marlies Rohmer architecten en School in Leeuwarden, Studio Nauta en De Zwarte Hond)

19/38

4.2 Buitenruimte Overgang privé - openbaar

'ŵŵf'

De overgang van gebouw naar de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een strook van 1,5 meter verharding met daarom heen een strook met lage beplanting van gemiddeld 2 meter breed.

J V Sį

ļíŞSaŕţ;

Erfafscheidingen De erfafscheidingen op de begane grond zijn mee-ontworpen en hebben een groen karakter. De erfafscheidingen zijn maximaal 1 meter hoog en zorgvuldig vormgegeven.

İÓ;

Ontsluiting & parkeren - ■V.

De ontsluiting en de parkeerplaats kennen een ontspannen en groen karakter.

ļgŞg|g| m

■spaSM

^

De voetgangersontsluiting wordt gekenmerkt door een breed trottoir van minimaal 2 meter breed.

^

Een totaal van 40 parkeerplaatsen is vastgesteld.

•

Parkeren is ontspannen ingepast aan de achterzijde van

Berken aan de oostzijde worden behouden

De buitenruimte kent een parkachtig karakter

het appartementengebouw. Er is een goede verhouding tussen parkeren en groen/bomen. ^

Zicht op parkeren vanuit openbaar gebied is beperkt.

^

De verharding van de parkeerplekken is waterdoorlatend, bijvoorbeeld door gebruik van grasbetontegels.

't'Ĵ-'rji

Water

;į- ‘ v

Voor het nieuwe appartementenblok moet een integraal afwateringsplan gemaakt worden die aanhaakt op de greppel- en waterstructuur van de directe omgeving.

r' i De overgang gebouw naar openbare ruimte wordt gekenmerkt door een strook lage beplanting

Verharding van de parkeerplekken is waterdoorlatend

20/38

“I

Afmetingen gebouw nader te bepalen. Rooilijn aan zuid- en oostzijde staan vast

Bestaande bomen te behouden

Bestaande portiekflat

A Projectgebied

Zoekgebied bebouwing

Langzaam verkeer verbinding

7m

7m

3m

\ 1,5 meter Oplopende laag beplanting tussen verharding gebouw en openbare ruimte 5m

2-5 m

Groen overgangsgebied gebouw - parkeerplaats

Aan te houden rooilijn (in lijn met portiekflat Moerbeituin)

1,5 m

16,5 m 48,5 m

schaal

Principe doorsnede Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

---------------- 21/38

Mobiliteit 5.1 Bereikbaarheid 5.2 Parkeren

22/38

Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aan­ trekkelijk houden van Rotterdam voor alle diverse gebrui­ kers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fiets, voetganger en openbaar vervoer meer ruimte ge­ ven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe schone vervoers­ middelen en ander reisgedrag.

5.1 Bereikbaarheid Planlocatie en parkeerplekken zijn bereikbaar via een inrit vanaf de Hollands Tuin.

5.2 Parkeren De mobiliteits transitie heeft ook consequenties voor het parkeerbeleid: Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Deze beleidsregeling moet ondermeer bijdragen aan het verminderen van auto­ gebruik en het beter benutten van parkeercapaciteit in de omgeving. Verder wordt parkeernormen voor fietsen toe­ gevoegd om het fietsgebruik te stimuleren. De groei van elektrische auto's wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Conform de EV Ready eis uit de Beleids­ regeling parkeernormen. In het kort: ^ Het aantal parkeerplekken wordt bepaald aan de hand van het programma en de daarbij vastgestelde parkeereis. ^ De vastgestelde parkeernorm voor sociale huurwonin­ gen is 0,6 autoparkeerplaats per woning. ^ Parkeren wordt opgelost op de te realiseren parkeer­ plaats achter het appartementengebouw. Deze maakt onderdeel uit van openbaar gebied. ^ Zicht op de parkeerplekken is beperkt vanaf openbaar gebied. ^ Bezoekersparkeren wordt opgelost op de parkeer­ plaats en maakt deel uit van de parkeereis.

Nota van Uitgangspunten Concept

---------------

Verwacht wordt dat door de nabije positie van de parkeer­ plekken tot de gymzaal en de huidige parkeerdruk in de buurt, de parkeerplekken ook gebruikt zullen worden door bezoekers van de gymzaal. De planlocatie biedt voldoende ruimte voor het realiseren van de parkeereis van het ap­ partementengebouw en ca. 9 additionele parkeerplekken. Bij de eventuele herontwikkeling van de locatie ‘gymzaal Hollands Tuin' tot sociale ééngezinswoningen is de par­ keereis ook gedekt. Fietsen De rol van onder andere de fiets wordt ter vervanging van de auto steeds belangrijker. Het faciliteren van de fietser in Rotterdam verdient om die reden de aandacht, zowel in de uitbreiding van fietspaden als ook in de fietsparkeerfaciliteiten. In het parkeerbeleid wordt hierop in gespeeld en worden er naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen gesteld aan de stalling voor fietsen. ^ ^

^

^

^

^

•

Iedere woning moet beschikken over voldoende stallingsruimte voor fietsen. Dit betekent voor de grondgebonden woningen een berging van 5 m2 per woning, conform het bouwbe­ sluit. Als gelijkwaardige oplossing zien wij voor de hoog­ bouw kwalitatieve en goed bereikbare centrale fietsbergingen voorzien van minimaal 2 fietsparkeerplaat­ sen per woning, plus 2,7m2 berging per woning. In geval voorschrift in bouwbesluit vervalt geldt bij nieuwbouw dan wel herbestemming tot woningbouw de parkeereis (tabel 4.3) Voor een collectieve fietsenstalling is van belang dat deze goed gepositioneerd wordt en daarmee goed be­ reikbaar, maar ook aantrekkelijk en veilig wordt vorm­ gegeven. Een collectieve fietsenstalling is geïntrigeerd in het ge­ bouw- en/of landschappelijk ontwerp. Een losse ber­ ging in de buitenruimte is niet toegestaan. Algemeen geldt dat uitvoering conform de ontwerpei­ sen voor stallingen fiets en scooter (bijlage 6 van de beleidsregeling).

Duurzame mobiliteit Bewoners, forenzen en bezoekers in [gebied] worden ge­ stimuleerd gebruik te maken van duurzame vervoersmid­ delen zoals (elektrische) fiets, OV en elektrische auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van (elektrische) deelauto's. De groei van elektrische auto's wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Voor de parkeergelegenheid op eigen terrein geldt de EV Ready eis uit de Beleidsregeling parkeernormen; ^ De parkeerplaats dient bouwkundig voorbereid te zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto's. ^ De netaansluiting van parkeergarageAgelegenheid dient voorbereid zijn op het gelijktijdig laden van 200Zo van de parkeerplaatsen, hierbij mogen smart charging oplossing toegepast worden om dit mogelijk te maken. Ontwikkelaars dienen hiervoor hun EV-plan te kunnen overleggen. De netaansluiting voor collectieve voorzienin­ gen dient EV ready te zijn conform artikel 8 van de beleids­ regeling parkeernorm (geschikt voor gelijktijdig laden van 200Zo van de parkeerplekken). Zie: https:ZZzoek. officielebekendmakinaen.nl/amb-201860992.html

---------------- --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 23/38

Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

Duurzaamheid 6.1 Energietransitie 6.2 Circulair bouwen 6.3 Klimaatbestendig 6.4 Gezonde leefomgeving 6.5 Natuurinclusief bouwen & omgeving

fotograaf: Tobias Weinhold >

24/38

Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. In 2020 is het Rotterdams Duurzaamheidskompas opnieuw vastgesteld als overkoepeling voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam . Hierin geven we de richting aan hoe we de komende jaren werken aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema's te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en gezonde leefomgeving. Deze thema's hebben invloed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien. Zie: https://www.010duurzamestad.nl/wat-wij-doen/GROduurzaamheidskompas-V18.pdf

6.2 Circulair bouwen Rotterdam streeft naar een circulaire stad. Daarom wordt gebruik gemaakt van zoveel mogelijke circulaire materialen. Nieuwe gebouwen gebruiken daarnaast een materialenpaspoort. Een circulair gebouwontwerp vraagt een andere wijze van ontwerpen, zich uitend in materiaalkeuze, type bouwaansluiting en vastlegging van informatie. Dit moet de hoeveelheid bouwmaterialen en bouwafval beperken. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke MPG-norm die vanaf 1 juli 2021 aangescherpt wordt tot C0,8 per m2 BVO.

Circulariteit heeft ook betrekking op het huishoudelijk afval, dat vrijkomt gedurende het gebruik van het gebouw. Het ontwerp zou daarom het circulaire gedrag van de Rotterdammer moeten bevorderen, zoals het bieden van voldoende ruimte voor de inzameling van de afvalstromen.

6.1 Energietransitie

6.3 Klimaatbestendig

De vergunningaanvragen voor nieuwbouw moeten vanaf 1 januari 2021 voldoen aan de BENG-norm (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Uiteraard stimuleren wij

Klimaatadaptatie: Rotterdams Weerwoord

initiatieven die verder gaan dan deze BENG-eis. Dit kan bijvoorbeeld door bij het ontwerp op gebouwniveau aandacht te besteden aan een optimale oriëntatie ten opzichte van de zon, ook ten behoeve van PV-panelen. Voor de toekomstige bewoners leidt de beperking van de energievraag tot een betaalbare energierekening op de korte en langere termijn. Daarnaast is de nieuwbouw gasloos. De locatie bevindt zich in het concessiegebied van Rotterdam, waar een aansluitplicht geldt op het warmtenet van Vattenfall. Warmte die vrijkomt bij het verbranden van restafval, wordt benut om woningen en andere gebouwen te verwarmen: dit is warmte die anders letterlijk verloren zou gaan. Dit draagt significant bij aan de verduurzaming van Rotterdam. Tot slot wordt rekening gehouden met elektrisch vervoer en de mogelijke aanleg van laadinfrastructuur.

Zie: https://www.rotterdamenergiebesparing.nl/dev/ uitgebreid-artikel/aardgasvrij-rotterdam

Rotterdam is kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en de gevolgen raken iedereen. Rotterdam werkt daarom aan een klimaatbestendige stad met het klimaatadaptatie programma Rotterdams WeerWoord. Aan de hand van zes klimaatthema's werken we aan dat nadelige (toekomstige) gevolgen van klimaatverandering worden geminimaliseerd. ^

Extreme neerslag: Algemeen uitgangspunt is dat al het hemelwater binnen het plangebied opgevangen en vastgehouden dient te worden.

•

Droogte: Wanneer het plangebied gevoelig is voor droogte geldt als algemeen uitgangspunt dat maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen van droogte tegen te gaan.

^

Hitte: Ook tijdens hitte dient de bebouwde omgeving en openbare ruimte een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te bieden.

•

Grondwater: Inrichting en bouw dienen te zijn afgestemd op de lokale grondwaterstand en de fluctuaties daarin.

^

Bodemdaling: In het plangebied worden de nadelige effecten van bodemdaling zoveel mogelijk voorkomen en wordt het door de gemeente bepaalde uitgiftepeil aangehouden.

^

Overstroming: Buitendijks dient ‘hoog genoeg' gebouwd te worden volgens het uitgiftepeilenbeleid buitendijks. Nieuwe ontwikkelingen achter de dijken en duinen worden zo veel mogelijk uitgevoerd op een wijze dat de overstromingsrisico's niet toenemen.

Door grote variatie in de ondergrond en stedelijke typologie verschilt de klimaatadaptatieopgave per gebied en is een klimaatadaptief ontwerp maatwerk - elke plek in de stad vraagt om passende maatregelen.

Waterberging & hittestress Gebouwen en hun omgeving dragen bij aan het vasthouden van regenwater en het reduceren van hittestress, vooral bij kwetsbare gebruikers als ouderen. De locatie rondom de Hollands Tuin is een peilgebied in IJsselmonde waar een waterbergingsopgave geldt. De richtlijn bij het vasthouden van regenwater is het bergen van een hoogte van minimaal 50 mm water over het gehele perceeloppervlak, bijvoorbeeld via een waterbergend daklandschap of een wadi. Het opgevangen hemelwater wordt vertraagd en geleidelijk afgevoerd, zodanig dat de bergingsvoorziening binnen 24 uur weer beschikbaar is voor de volgende bui. Hierbij heeft het de gemeentelijke voorkeur om water van particuliere verharding op particulier terrein te verwerken, dat draagt ook bij aan het voorkomen van droogte. Dit moet zodanig gebeuren dat er naar de toekomst toe voor bewoners een duidelijk en begrijpbaar systeem wordt aangelegd. Volledige verharding van tuinen dient te worden voorkomen. Daarnaast is de locatie gevoelig voor hittestress, onder andere door de aanwezige hoogbouw en een versteend gebied. Geadviseerd wordt om met het ontwerp rekening te houden met een natuurlijke koelbehoefte.

26/38

6.4 Gezonde leefomgeving Op basis van de ligging van de locatie dient onderzocht te worden of er geen sprake is van geluids-, geur- of fijnstofoverlast, onder andere door de nabijheid van de A16. Dit geldt ook voor het aspect omgevingsveiligheid. Maatregelen dienen integraal te worden opgenomen in de ruimtelijke kwa­ liteit van het ontwerp.

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

27/38

6.5 Natuurinclusief bouwen å omgeving Het aantal inwoners in de stad groeit, zonder dat er extra grondgebied bijkomt. Deze verdichting drukt op de publieke ruimte en het beschikbare groen. Tot 2022 wordt als onderdeel van de vergroeningsopgave 20 hectare extra groen ontwikkeld in het stedelijke weefsel. Er komt meer groen in de openbare ruimte en dichtbij huis. Daarnaast wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om gebouwen te benutten en is er aandacht voor de kwaliteit van het groen voor de biodiversiteit. Nieuwe gebouwen worden dan ook natuurinclusief ontworpen (bijvoorbeeld groene daken en geïntegreerde verblijfsplekken voor dieren zoals vogels, vleermuizen en insecten). Zo behouden we de bijzonder

Eisen per gebied Per gebiedstype in Rotterdam is inzichtelijk gemaakt wat de aandachtspunten zijn met betrekking tot flora en fauna waar in de ontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Hiertoe wordt de gebiedsindeling van de Rotterdamse stijl gehanteerd. Voor deze ontwikkeling binnen het gebied ‘Tuinsteden' gelden de volgende aandachtspunten voor bouwen en omgeving: ^

Aandacht voor de mogelijke aanwezigheid van bijvoorbeeld vleermuiskolonies in de te slopen bebouwing, waarbij alle benodigde ecologische onderzoeken zijn uitgevoerd en maatregelen zijn getroffen.

^

Toepassing van groene gevels en daken waarin nestelplekken voor vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen en insecten worden geïntegreerd.

^

Stimuleren van een natuurvriendelijke inrichting van

Voorkomen van lichtuitstraling van meer dan 2 lux op gebouwgevels, bomenrijen en watergangen.

Behouden en versterken van groen- en waterstructuren zodat zij op elkaar en de omgeving aansluiten om zo een doorlopende route te laten ontstaan. Hierbij is extra aandacht gewenst voor lijnvormige structuren zoals bomenrijen en singels met natuurvriendelijke oevers die samen een netwerk door de stad (bijvoorbeeld naar het nabijgelegen Park de Twee Heuvels) kunnen vormen voor bepaalde diersoorten.

Bij beplantingskeuze is aandacht voor variatie in bloeiperiode jaarrond voorziet in bloemen-, bessen en/ of zaden.

Natuurvriendelijk inrichting van de buitenruimte, bijvoorbeeld met kruidenrijk gras, struweel en bomen.

flora en fauna in de stad. Aangezien natuurinclusief bouwen vaak maatwerk is, afgestemd op specifieke soorten, wordt aanbevolen om voor een goede uitwerking een ecoloog in te schakelen voor advies. Voor een aantal gebieden verplicht de gemeente zelfs om de gemeentelijk stadsecoloog erbij betrekken. Zie: https://storymaps.arcgis.com/stories/272598e5df274c62a c2e57641d02a8ce

privétuinen met divers groen. Bijvoorbeeld door aanleg van bloemplanten en hagen als erfafscheiding.

Keuze voor inheemse plantensoorten, bij voorkeur bloem-, bes- of zaaddragend voor een impuls voor de biodiversiteit; Waar mogelijk laten liggen van gevallen bladeren in plantvakken, omdat dit een schuilgelegenheid vormt voor dieren en zorgt voor een beter bodemleven.

Aanvullend zijn voor deze opgave extra maatregelen gewenst ten aanzien van natuurinclusief bouwen en omgeving. De ambitie is om zo veel mogelijk maatregelen uit onderstaande lijst te realiseren: •

Voorkomen en anders zoveel mogelijk beperken van verharding, zowel in privétuinen als in de openbare gebied.

•

Mogelijkheden onderzoeken om bij nieuwbouw verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen te integreren (in de plaats van of als aanvulling op inmetselkasten) in de vorm van een spouwmuur met minimaal 2,5 tot 3 centimeter vrije ruimte (met open stootvoegen van 1,5 tot 2 centimeter en enkele voegen hoog in het gebouw van minimaal 2,7 centimeter breed voor de grotere vleermuissoort laatvlieger), geschikte gevelbetimmering en/of geschikte boeiboorden of sierlijsten.

•

Bij beplantingskeuze is aandacht voor waardplanten van vlinders. Creëren van voorzieningen van insecten op een groen dak of in de buitenruimte nabij geschikte beplanting, denk hierbij aan steenstapels, boomstronken en insectenhotels. Samenwerken van ontwikkelaar met ecologisch deskundigen om de inrichting zo goed mogelijk te laten aansluiten op de groene omgeving en de ambities voor een meer biodiverse en natuurrobuuste stad te bewerkstelligen. Toepassen van diverse inheemse soorten en typen vegetatie (denk aan kruidenrijk grasland, struweel, hagen en bomen), waarbij dominantie van één soort voorkomen wordt. Voorkomen van te veel intensief beheerd gazon met het streven naar meer kruidenrijk grasland met en extensief beheer. Voorkomen van, indien noodzakelijk, gelijktijdig maaien van grote oppervlaktes, zodat op elk moment voldoende onaangetaste stroken overblijven waar insecten en andere diersoorten in kunnen voortplanten of overwinteren.

Realiseren van voldoende geschikte groenstructuren in tuinen en de openbare ruimte in de directe omgeving van ingebouwde nestvoorzieningen voor huismus;

28/38

'

T

^ ;

Mussen- en vleermuiskasten die in de gevel of het dak zijn opgenomen

'1-

Groene daken

Nota van Uitgangspunten Concept

---------------

fk

Bomen en struiken op het terrein dragen vruchten. Wilde bloemenmengsel trekken insecten en vogels aan.

—---------------- --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 29/38

Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

Technische randvoorwaarden 7.1 Afval 7.2 Peilmaat 7.3 Kabels en leidingen 7.4 Nutsvoorzieningen, trafo's en installaties 7.5 Windhinder 7.6 Bezonning 7.7 Geluid en lucht 7.8 Politiekeurmerk 7.9 Brandveiligheid

7.1 Afval - check Richard Motman Voor de vuilniszameling dient gebruik te worden gemaakt van ondergrondse containers. Indien daarnaast ook ge­ bruik wordt gemaakt van minicontainers voor gft/papier dient opstelruimte hiervoor te worden meeontworpen en een aanbiedplek aan de openbare ruimte georganiseerd.

7.2 Peilmaat Het geadviseerde uitgiftepeil voor de planlocatie is -1,0 m NAP.

afgewogen te worden tegen de positieve effecten van het verdichte nieuwbouw programma, tegen wijk-specifieke woonkwaliteiten, tegen eventuele negatieve beleving van bezonning (zoals oververhitting in de zomer), en dient in proportie te zijn tot het aantal nieuwbouwwoningen. Deze kwalitatieve afwegingen worden momenteel uitgewerkt in een nieuw afwegingskader bezonning. Bezonning staat los van daglichttoetreding, dat in alle gevallen dient te voldoen aan daglicht regels uit het bouwbesluit.

7.7 Geluid en lucht [Singelpeil -2,2 m NAP. gewenste drooglegging is 1,2 m. In gisweb staat uitgiftepeil -1,15 m NAP wen wenspeil -1,0 m NAP - welke is het?]

7.3 Kabels en leidingen Voor een kaart met kabels en leidingen wordt doorverwe­ zen naar het Leidingenbureau (LBBO): httpsV/www.rotterdam.nl/wonen-leven/leidingenbureau/

7.4 Nuts voorzieningen, trafo's en installaties Wanneer aanvullende nutsvoorzieningen, transformator­ ruimtes, schakelkasten en dergelijke nodig zijn voor de nieuwbouw dienen deze geïntegreerd te worden in de be­ bouwing of in het ontwerp van de buiten ruimte.

7.5 Windhinder Er dient in een zo vroeg mogelijk stadium een windhinderonderzoek te worden gedaan voor de locatie en de directe omgeving. Op basis van dit onderzoek kan tijdens het ontwerpproces door kleine verschuivingen in de volumeopbouw of door andere ingrepen gezocht worden naar een zo goed mogelijk windklimaat.

7.6 Bezonning Rotterdam heeft op dit moment geen vastgesteld beleid voor bezonning op woningen. Bezonning op de woning kan een positieve bijdrage leveren aan een prettig woonen-leef klimaat, maar is door haar subjectieve beleving niet goed te vatten in een harde norm. De waardering van bezonning op bestaande woningen dient onderzocht en

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

Op het plangebied wordt de voorkeurswaarde van 48 dB overschreden. Om tot een comfortabel woonmilieu te ko­ men zijn geluid reducerende maatregelen gewenst. Één van de belangrijkste criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en indien toepasselijk minimaal één geluidluwe bui­ tenruimte per woning. Conform dit beleid wordt een gevel als geluidluw aangemerkt indien de geluidcumulatie van alle zone plichtige (deel) bronnen binnen één bronsoort een bepaalde waarde niet overschrijdt. De grenswaarde voor een geluidluwe gevel voor woningen is vastgesteld op 53 dB.

7.8 Politiekeurmerk De planontwikkeling moet voldoen aan het Politiekeurmerk ‘Veilig wonen voor Nieuwbouw'. Het stelt veiligheidsei­ sen op planologisch en stedenbouwkundig niveau aan de openbare ruimte, kavels, complex en aan de woning zelf. Het hele pakket aan maatregelen zorgt uiteindelijk voor een veilige buurt, een veilig complex en goed beveiligde individuele woningen. (www.politiekeurmerk.nl)

7.9 Brandveiligheid Het Bouwbesluit doet uitspraken m.b.t. de brandveiligheid voor gebouwen tot 70 meter. ^ Check plattegronden in vroegtijdig stadium met de bouwinspecteur; ^ Check bereikbaarheid nood- Z hulpdiensten.

31/38

Proces 8.1 Procedure 8.2 SMP en IP 8.3 Participatie en communicatie

Deze Nota van Uitgangspunten is er op gericht het initia­ tief voor de ontwikkeling van Hollands Tuin Spechten tot uitvoering te brengen. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het proces richting de realisatie.

8.1 Procedure Het initiatief voor Hollands Tuin Spechten past qua ruim­ telijke/programmatische invulling niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Een wijziging van het bestemmingsplan is derhalve noodzakelijke. Deze wijziging kan procedu­ reel middels een projectbestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. De Nota van Uitgangspunten wordt dan gebruikt als toetsingskader voor met name het privaatrechtelijke traject behorende bij dit initiatief.

8.2 Stedenbouwkundig matenplan (SMP) S In­ richtingsplan (IP) De precieze maatvoering van de te ontwikkelen bouwplan­ nen zal worden vastgelegd in een door de afdeling Ruim­ telijk Ontwerp en Advies op te stellen stedenbouwkundig matenplan. In dit SMP worden tevens de hoogtepeilen van het openbaar gebied op de uitgiftegrenzen vastgelegd. Op basis van het SMP zal een inrichtingsplan (IP) worden op­ gesteld voor de inrichting van het openbare gebied.

8.3 Participatie en communicatie Indien een initiatief niet past binnen het vigerend bestem­ mingsplan valt het participatie/communicatie traject in feite uiteen in twee afzonderlijke trajecten met daarbij behoren­ de verantwoordelijkheden: ^

Het participeren/communiceren met de belangrijkste stakeholders uit de directe omgeving rondom het initiatief. Hierbij behoren ook de vergunningverleners. Deze verantwoordelijk ligt bij de initiatiefnemer

*

Het participeren/communiceren met betrekking tot de procedure rondom het wijzigen van het bestemmings­ plan, om het initiatief planologisch mogelijk te maken. Dit is een verantwoordelijkheid van de overheid.

Bijlagen 9.1 Vuistregels Uitbreidingswijken en kleine kernen 9.2 Concept Stedenbouwkundige Matenplan (SMP) 9.3 Parkeernormen auto en fiets (2018) 9.4 Toekomstontwikkeling locatie gymzaal

VERKLARING :

Ited

H)uwkundig Matenpla

uitgiftepeil - 1,0 m NA

Concept Stedenbouwkundig matenplan

Hollands tuin Groenehagen - Tuinenhoven Gemeente Rotterdam

Stadsontwikkeling TE - 21 Z ----36/38

9.4 Toekomstontwikkeling locatie gymzaal LEGENDA Werkgebied Uitgeefbaar Zoekgebied bebouwing appartementen Zoekgebied parkeren Doorzetten/ behoud groen structuur Ontsluiting parkeren Ontsluiting voetgangers Maximale rooilijn Verplichte rooilijn en reprensentatieve uitstraling

schaal 1:1000

Nota van Uitgangspunten Concept Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde

o,,™ 37/38

Gemeente Rotterdam

Bijlage 2

Bezonningsstudie Hollands Tuin |

IJsselmonde

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

versie 5 | 08-05-2023

9even Weer,

Vruchtentuin

Moerbeitmn

0

Ka 200216 non, Bn* Tuin

1 Vo

I In

0pdacht

3

Nieuwe situatie Bouwhoogte grenzend aan openbaar gebied De huidige bebouwing is twee lagen hoog, in totaal ongeveer 7,7 meter. De nieuwe bebouwing wordt zeven lagen hoog waarvan de dakrand op 21,5 meter zit. Voor de uitgangspunten wordt uitgegaan van 22 meter. De gemiddelde bouwhoogte van de omgeving is 9 meter. De 22 meter van de nieuwe bebouwing is meer dan 1,5 maal de gemiddelde bouwhoogte (13,5 meter).

Afstand tot omliggende bebouwing Omdat de nieuwbouw meer dan 1,5 maal de gemiddelde bouwhoogte is, gelden de woningen die binnen een afstand van 3 maal de hoogte van de nieuwe bebouwing liggen als toetspunten. 3 x 22 meter = 66 meter 66 meter is de aan te houden zone waarbinnen de woningen als toetspunt gerekend moeten worden. Dit betreft de galerijappartmenten aan de Vruchtentuin, Moerbeituin en de Hollandse Tuin. Daarnaast vallen ook de grondgebonden woningen aan de Frambozentuin binnen het toetsgebied. Deze worden in dit onderzoek geheel meegerekend. De pijlen geven fotolocaties weer.

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:1500 | 08-05-2023

Te toetsen gebouwen

mim ť r.\

ET67" íįįv*r

Grondgebonden woningen aan de Frambozentuin

Galerijappartementen aan Hollands Tuin

Galerijappartementen aan de Moerbeituin

Galerijappartementen aan de Vruchtentuin

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

| 08-05-2023

Afwegingskader Gemeente Rotterdam Toetspunten op gevels De toetspunten zijn de onderste woningen van de omliggende bebouwing gemeten op 75 cm hoogte t.a.v. het maaiveld in het midden van de buitengevel.

Lengte meting Het meetmoment is gesteld van 21 maart tot 21 september welke een gelijke zonstand hebben. Het laatste meetmoment is maatgevend welke 21 september is. Op 21 september gaat de zon op om 07:26 en onder om 19:44 en is op het hoogste punt om 13:34 uur. De peilmomenten zijn daarom bepaald op 07:26, 08:00, 09:00, 10:00, 11:00, 12:00, 13:00, 14:00, 15:00, 16:00, 17:00, 18:00, 19:00 en 19:44 uur.

Stappen afwegingskader Volgens het afwegingskader moet er in 3 stappen getest worden of de bezonning op de toetspunten voldoet. Stap 1 van het afwegingskader stelt dat er bij elk toetspunt er minimaal 2 uur zon op de gevel moet komen in de bestaande en in de nieuwe situatie. Daarvoor zijn geen vastgestelde meetmomenten aangegeven. Indien de nieuwe en bestaande situatie hier aan voldoen hoeven de vervolgstappen niet gedaan worden.

Bestaande Situatie

te toesten woningen woningen

bergingen

tuinen Nieuwe Situatie

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Bestaand - Hollands tuin 1|3

KA IAI

21 september 07:26 zonsopgang (zomertijd)

21 september 08:00 (zomertijd)

21 september 09:00 (zomertijd)

21 september 10:00 (zomertijd)

21 september 11:00 (zomertijd)

21 september 12:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Bestaand - Hollands tuin 2|3

KA IAI

21 september 13:00 (zomertijd)

21 september 14:00 (zomertijd)

21 september 15:00 (zomertijd)

21 september 16:00 (zomertijd)

21 september 17:00 (zomertijd)

21 september 18:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Bestaand - Hollands tuin 3|3

21 september 19:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

21 september 19:44 zonsondergang (zomertijd)

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Nieuw - Hollands tuin 1|3

21 september 07:26 zonsopgang (zomertijd)

21 september 08:00 (zomertijd)

21 september 09:00 (zomertijd)

21 september 10:00 (zomertijd)

21 september 11:00 (zomertijd)

21 september 12:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Nieuw - Hollands tuin 2|3

KA IAI

21 september 13:00 (zomertijd)

21 september 14:00 (zomertijd)

21 september 15:00 (zomertijd)

21 september 16:00 (zomertijd)

21 september 17:00 (zomertijd)

21 september 18:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

1:2000 | 08-05-2023

Toetsing Bezonning Gemeente Rotterdam Nieuw - Hollands tuin 3|3

í sí te 'm* â

21 september 19:00 (zomertijd)

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

21 september 19:44 zonsondergang (zomertijd)

1:2000 | 08-05-2023

Conclusie In de bestaande situatie raakt tussen 09:00 uur en 18:00 uur de schaduw van het bestaande gebouw alle toetspunten niet. Voor 09:00 uur raken de schaduwen van de bestaande bebouwing enkel het blok aan de Vruchtentuin en na 18:00 uur alleen het blok aan de Moerbeituin. Ieder toetstpunt heeft meer dan 2 uur zon de gevel. Indien de toetspunten ook in de nieuwe situatie meer dan 2 uur zon hebben voldoet de nieuwbouw aan het afwegingskader. De schaduw van de nieuwe bebouwing raakt tussen 10:00 tot 17:00 uur alle toetspunten niet. Voor 10:00 raakt de schaduw van de nieuwe bebouwing enkel de woningen aan de Frambozentuin en na 17:00 uur alleen de kopgevel van het blok aan de Moerbeituin. Dit betekend dat alle woningen meer dan de vereiste 2 uur zonlicht ontvangen in de nieuwe situatie.

Conclusie De nieuwbouw voldoet aan het gestelde afwegingskader omdat de gestelde toetspunten in de bestaande en nieuwe situatie meer dan 2 uur zon ontvangen. Stap 2 ŭ 3 hoeven niet verder onderzocht te worden.

200216 Hollands Tuin | VO | In opdracht van Woonbron, Rotterdam

| 08-05-2023

Bijlage 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ec5dedab-d546-4db2-8a56-95397d47c54e