CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb001887] Bijlage behorende bij 24bb001890 over bestemmingsplan Hollands Tuin 77

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 10 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen23.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Rotterdam

ONTWERPBESTEMMINGSPLAN Hollands Tuin 77

Planstatus:

concept ontwerp

Planidentificatie:

NLIMRO.0599.BP2225HollndTuin77.on01

Datum:

7 juni 2023

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes en mevr. I. van Malsen

Kenmerk Plannen-makers:

PM20047

Opdrachtgever:

Woningbouwcorporatie Woonbron

nu». il C'4

41

n*

f

makers

experts in ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschap

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht 06-18964686 www.plannen-makers.nl BTW id: NL863445639B01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

Inhoudsopgave 1

Inleiding................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doelstelling.............................................................................................................. 4

1.2

Vigerend bestemmingsplan........................................................................................................... 4

1.3

Leeswijzer........................................................................................................................................ 4

2

Het plan................................................................................................................. 5 2.1

Ligging van het plangebied............................................................................................................ 5

2.2

Beschrijving plan............................................................................................................................. 6

3

Beleidskader......................................................................................................... 9 3.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................... 9

3.2

Provinciaal beleid.......................................................................................................................... 11

3.3

Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 13

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid....................................................................19 4.1

Milieueffectrapportage (M.E.R.)................................................................................................... 19

4.2

Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................ 19

4.3

Geluidhinder..................................................................................................................................20

4.4

Flora en Fauna ............................................................................................................................ 21

4.5

Bodem .......................................................................................................................................... 24

4.6

Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 24

4.7

Externe Veiligheid......................................................................................................................... 26

4.8

Archeologie....................................................................................................................................29

4.9

Waterhuishouding........................................................................................................................ 29

4.10

Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 32

4.11

Geur .............................................................................................................................................. 34

4.12

Duurzaamheid ............................................................................................................................. 34

5

Juridische planbeschrijving..............................................................................38 5.1

Plansystematiek........................................................................................................................... 38

5.2

Opzet van de regels .................................................................................................................... 38

5.3

De bestemmingen........................................................................................................................ 39

6

7

Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid........................................ 40 6.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................... 40

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid...............................................................................................40

Bijlagen............................................................................................................... 41

Pagina 3

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I -aS'J M lira Al w

«ia

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

In Rotterdam in het gebied IJsselmonde liggen de buurten Groenenhagen en Tuinenhoven. De buurten zijn begin jaren ’60 aangelegd en maken deel uit van de naoorlogse tuinsteden in Rotterdam-Zuid. Groenenhagen en Tuinenhoven worden sinds de afgelopen jaren gekenmerkt door een herstructurering van het woningaanbod door het slopen van oudere woningen en het toevoegen van meer gedifferentieerde woningtypes. Woonbron is voornemens om ter plaatse van de voormalige school aan de Hollands Tuin nr. 77 woningbouw te ontwikkelen. De planlocatie is gesitueerd in de buurt Tuinenhoven in de groene verbindende zone Spechten, direct tegen de buurt Groenenhagen aan. Het gaat om de realisatie van een appartementengebouw voor 38 woningen. De ontwikkeling draagt bij aan de herstructurering van de wijk en daarbij aan het creëren van een aantrekkelijk woonmilieu. Voorliggende bestemmingsplan dient als planologisch en juridisch kader voor het mogelijk maken van het planvoornemen.

1.2

Vigerend bestemmingsplan

Hollands Tuin 77 maakt onderdeel uit van bestemmingsplan ‘Groenenhagen - Tuinenhoven’. Het bestemmingsplan ‘Groenenhagen - Tuinenhoven’ is 29 januari 2009 vastgesteld en 15 oktober 2020 geactualiseerd in het kader van het Meerjarenprogramma voor actualisering van bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan ‘Groenenhagen - Tuinenhoven’ omvat het woongebied tussen de snelweg A16 en IJsselmonde- Centrum. Het plangebied wordt in het noordoosten begrensd door de A16, in het zuiden door de Groeninx van Zoelenlaan en in het westen door de Groene Tuin en de Adriaan Volkerlaan. Het plangebied ondergaat sinds 2000 een forse herstructurering waarbij er in totaal rond de 800 woningen zijn gesloopt en eind 2019 circa 450 nieuwe woningen zijn gerealiseerd. De ontwikkeling van de locatie Hollands Tuin 77 naar woningbouw is als mogelijke toekomstige ontwikkeling aangewezen in het geactualiseerde bestemmingsplan van 2020. Het plan en bijbehorend programma was op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan echter onvoldoende concreet om mee te nemen. De mogelijkheden uit het bestemmingsplan van 2009 zijn daarom overgenomen. De beoogde ontwikkeling past hierdoor niet in het vigerende bestemmingsplan, omdat het sloop-nieuwbouwproject tot een andere verkaveling en functie leidt. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld.

1.3

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 het juridische kader beschreven. Na hoofdstuk 6 zijn de bijlagen bij dit bestemmingsplan toegevoegd.

Pagina 4

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I -aS'J M lira Al w

«ia

2 Het plan 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in Rotterdam in het gebied IJsselmonde en is onderdeel van de wijk GrootIJsselmonde. Samen met Pendrecht, Zuidwijk en Lombardijen maakt het deel uit van de gordel van de naoorlogse tuinsteden in Rotterdam-Zuid. Het planperceel wordt in het noorden begrensd door een 4 laagse galerij ontsloten appartementengebouw. De oostzijde van de planlocatie grenst aan de Hollands Tuin en de Ooievaar, een 16 lagen hoge woontoren met in de plinten maatschappelijke voorzieningen. Ten westen wordt de locatie begrensd door de gymzaal Hollandstuin met daarachter de achtertuinen van de grondgebonden woningen aan de Frambozentuin. In het zuiden grenst het perceel aan een groenstrook en water. Het planperceel ligt op ca. 180 meter afstand van de A16.

mäEm

-'.j-

'.rÄļi';

M’í'

Ai-'V

íĩi.-ļiíįįtr

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto (bron: google Earth). Hollands Tuin ligt binnen de rode cirkel. •*

Zï&ĩ fĩ I

*1\\ kW

araiŕ

3 - -«ţ

r

___L-

Figuur 2. Uitsnede luchtfoto (bron: google Earth), ingezoomd op Hollands Tuin.

Pagina 5

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I

Al

J

M

lira «ia

w

Het plangebied bestaat uit twee percelen met een totaal oppervlakte van ca. 4.413 m2. In onderstaande afbeelding is de positionering te zien van de huidige bebouwing op het perceel, inclusief de gymzaal aan de linkerzijde. Deze gymzaal is in eerdere planvorming bedacht om mee te nemen ten behoeve van de ontwikkeling (op langere termijn) van grondgebonden woningen. De beslissing hierover is vooralsnog niet genomen en is derhalve niet meegenomen in voorliggend bestemmingsplan

5724

3148

3149

5732

Figuur 3. Perceelsgrenzen Hollands Tuin (Bron: perceelloep.nl).

2.2 Beschrijving plan Het plan Hollands Tuin 77 bestaat uit twee percelen. In de huidige situatie is op het perceel een schoolgebouw gevestigd met een bijbehorende gymzaal. Het gebruik van het gebouw is in de bestaande situatie echter al geruime tijd geen school meer en staat op dit moment leeg. Het bestaande gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met een bouwhoogte van ongeveer 7 meter. Voor deze locatie is het de ambitie om ter plaatse van het schoolgebouw 38 appartementen te realiseren. Het plan voorziet in de sloop van het huidige schoolgebouw en de nieuwbouw van een appartementencomplex met 7 woonlagen. De nieuwbouw zal bestaan uit één bouwvolume met 7 bouwlagen en een bouwhoogte van maximaal 21 meter. De nieuwe appartementen worden woningen in de sociale huur met een gebruiksvloeroppervlak variërend tussen de 65,2 en 79,3 m2. De komende jaren neemt het aantal inwoners in Rotterdam en hiermee ook Groot-IJsselmonde toe. Met deze ontwikkeling worden sociale huurwoningen toegevoegd op een plek waar hier sterk behoefte aan is. Op deze locatie is er kans om meer programma terug te bouwen dan met het huidig bestemmingsplan wordt toegestaan én dat met een kleinere footprint. De gemeente heeft een Nota van Uitgangspunten opgesteld (Hollands Tuin Spechten, Groot IJsselmonde, 2021), welke als ruimtelijke onderlegger voor de voorgenomen ontwikkeling dient.

Enkele malen wordt in deze onderbouwing naar de nota (afgekort als NvU) verwezen. In de NvU staan stedenbouwkundige en technische uitgangspunten omschreven waaraan bouwplannen moeten Pagina 6

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I -aS'J M lira Al w

«ia

voldoen en ook is de gewenste architectonische beeldkwaliteit beschreven. Voor een gedetailleerde historische en stedenbouwkundige beschrijving en sfeerbeelden van Hollands Tuin Spechten wordt verwezen naar de NvU (zie bijlage 1). De nieuwbouw is ontwikkeld met de NvU als uitgangspunt, er wordt dan ook voldaan aan de NvU. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van de planlocatie is het creëren van een aansluiting op de kenmerken van de groene landschappelijke en gebouwde kwaliteiten in de directe omgeving. De woonbuurt wordt gekenmerkt door een orthogonale structuur van stempels en stroken. De stempel strokenbouw is ingepast en wordt omsloten door groenstroken. De structuur van het plangebied voorziet in de voortzetting van de stempel- en stroken structuur alsmede in een nieuw accent aan het verbindend groen, de Spechten. Het beoogde groene en hoogwaardige karakter wordt in de bebouwingsprincipes door vertaald door de eenduidige bebouwing en de groene en natuurlijke uitstraling van de overgang van gebouw naar openbare ruimte. Het gebouw sluit aan bij de tuinstadtypologie met licht, lucht en ruimte in de directe omgeving en ook de naastgelegen gebouwen. Er worden ruime afstanden gehanteerd om deze principes goed appartementengebouw is op minimaal 10 meter van de gymzaal gesitueerd.

door te

voeren.

Het

Figuur 4. Uitsnede stedenbouwkundige randvoorwaarden kaart uit de NvU Hollands Tuin

De vormgeving van het appartementengebouw is duidelijk verwant aan de bestaande bebouwing. Het appartementengebouw ligt in lijn met en sluit in vormgeving aan op bebouwing aan de oostzijde aan de Spechten. Het woongebouw met een hoogte van maximaal 21 meter sluit goed aan bij de omliggende bouwhoogtes en- volumes. Het gebouw komt vlakbij bebouwing van groter formaat te liggen. Het gebouw de Ooievaar kent ongeveer 16 bouwlagen en een bouwhoogte van ca. 52 meter. De omgeving kent 4 bouwlagen. Het gebouw blijft dus ondergeschikt aan de Ooievaar maar wordt hoger dan de typerende stempels- en strokenbouw. Het woongebouw van 21 meter vormt zo een nieuw subtiel accent aan de groene zone en sluit aan op het diverse woonprogramma in IJsselmonde. Het gebouw ligt aan Pagina 7

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II i'4 I ill ™ J ij ■ h lil'tl

de rand van woonbuurt Tuinenhoven en de nieuwbouw kan deze rand (beter) markeren. Het gebouw ligt aan de belangrijke groenzone de Spechten. De groenzone scheidt de woonbuurten Groenenhoven en Tuinenhoven en verbindt het centrum van Groot-IJsselmonde met Beverwaard met doorgaande fiets­ en wandelroutes. Het gebouw met bijpassende architectuur en een hogere bouwhoogte geeft een nieuw en kwalitatief gezicht aan de groenzone. De hoogte van het gebouw past bij de duiding en betekenis van deze groenzone en langzaam verkeersroutes. Het parkeren wordt door een te realiseren parkeerplaats aan de noordzijde van de planlocatie opgelost. De parkeerplaats maakt deel uit van openbaar gebied. Het zicht op de parkeerplaats vanuit openbaar gebied is beperkt.

Bezonning Het appartementengebouw wordt zeven lagen hoog. Dit heeft vooral gevolgen voor de twee appartementencomplexen aan de Vruchtentuin en aan Hollands Tuin. Deze complexen liggen ten noorden van het plangebied en bestaan ieder uit vier lagen. Er is een bezonningsstudie uitgevoerd, zie bijlage 2. De bezonningsstudie is gebaseerd op het beleidskader van de gemeente Rotterdam ten aanzien van bezonning. Uit de bezonningsstudie komt naar voren dat de appartementen aan de Vruchtentuin en Hollands Tuin voldoen aan het afwegingskader van de gemeente Rotterdam ten aanzien van bezonning. Voor de specifieke schaduwwerkingen als gevolg van de ontwikkeling wordt verwezen naar bijlage 2. Gelet op de omvang en de hoogte van de toekomstige bebouwing in combinatie met de afstand van de bebouwing tot de omliggende appartementen zal er geen sprake zijn van een onaanvaardbare schaduwwerking op de omliggende bebouwing en tuinen.

Pagina 8

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I -aS'J M lira Al w

«ia

3 Beleidskader In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op IJsselmonde en in het bijzonder die voor het onderhavige project.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen

Planspecifiek De ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van sterke en gezonde steden en regio’s door een bijdrage te leveren aan het oplossen van de woonbehoefte in de gemeente Rotterdam. De ontwikkeling voorziet in het realiseren van een aantrekkelijke woonomgeving door herontwikkeling. De ontwikkeling is derhalve niet in strijd met rijksbelangen en is passen binnen de NOVI.

3.1.2

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder duurzame verstedelijking

Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden.

Pagina 9

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

I -aS'J M lira Al w

«ia

De Ladder stelt dat voldaan wordt aan de Ladder als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Een woningbouwontwikkeling valt onder de definitie van stedelijke ontwikkeling als deze groter is dan 11 woningen. Dit is gedefinieerd in de overzichtsuitspraak van de Raad van State 28 juni 2017; (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

Planspecifiek Voor wonen geldt dat voor een woningbouwlocatie vanaf 12 woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Onderhavige ontwikkeling voorziet in minimaal 38 nieuwe sociale huur appartementen en betreft een stedelijke ontwikkeling. De vervolgvraag van de ladder is dan of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. De definitie van bestaand stedelijk gebied is op basis van de Bro:

‘bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plan wordt gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied en betreft de herstructurering van een voormalig schoolgebouw. Onderhavig plan draagt bij aan het oplossen van de woningbehoefte in IJsselmonde en ligt in bestaand stedelijk gebied. Er wordt derhalve voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. Het besluit is uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De keuze voor deze belangen is gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening juridisch verankerd. In totaal gaat het om veertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Rumtereservering parallelle Kaagbaan.

Planspecifiek Het Barro kenmerkt zich tot een hoog abstractieniveau en het beleid is alleen aan de orde op specifieke locaties of bij specifieke projecten. Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Er kan daardoor geconcludeerd worden dat onderhavige plan niet in strijd is met het Barro.

Pagina 10

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -beleid Zuid-Holland

De provincie heeft op 1 april 2019 de omgevingsvisie vastgesteld. De nieuwe omgevingswet die in voorbereiding is, schrijft voor dat een provincie één omgevingsvisie en één omgevingsverordening heeft. De omgevingsvisie is de opvolger van de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit. In de omgevingsvisie zijn meerdere beleidsvisies gebundeld. Het gaat om de volgende plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm), het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww), het verkeersen vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De omgevingsvisie omvat inhoudelijk geen grote wijzigingen ten opzichte van het voorgaande beleid. Ook is de digitale beschikbaarheid van het beleid via de digitaal raadpleegbare kaarten weer een wezenlijk onderdeel van het beleid. Omdat de invoering van de Omgevingswet tijdens het totstandkomingsproces van de verordening 2 keer is uitgesteld is in de tussenliggende periode een wijzigings- en aanvullingsproces uitgevoerd. De visie is daarmee op onderdelen gewijzigd. De laatste aanpassing dateert van 1 februari 2023. In de Omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Het zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.

Het zijn abstracte ambities die bij specifieke opgaven ook tot conflicterende belangen kunnen leiden. Juist de confrontatie in opgave zal leiden tot knelpunten maar ook tot kansen om de opgaven verder te helpen. De zes ambities zijn: ^ ^ ^ ^ • •

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het bestaande beleid is hiervoor gebundeld in de Omgevingsvisie. Vervolgens wordt met het oog op de omgevingswet dit verder ontwikkeld. Er komt een omschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in de drie Deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in het internationale netwerk. Daarnaast komt er een leefomgevingstoets. De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Tot slot wordt een concrete uitwerking van het beleid opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De Omgevingsvisie maakt gebruik van de reeds bestaande integrale kwaliteitskaart opgebouwd uit vier onderliggende kaarten. Dit instrument wordt verder gebruikt in zowel de visie als de verordening. Vanuit de kaart volgen onder andere bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Voor ontwikkelingen blijft het ‘ja, mits-beleid’ gelden: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Zoals aangegeven is in de Omgevingsvisie veel beleid overgenomen en samengevoegd.

Het beleid zal met het daarvoor opgesteld instrumentarium, Monitor en Evaluatie Omgevingskwaliteit geactualiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat niet al het beleid in één keer geactualiseerd wordt maar op basis van specifieke aanleidingen. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid:

Pagina 11

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

^ ^ ^ ^ • ^ ^ ^ ^ ^ • •

Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken.

Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebaseerd zijn. Deze beleidsdocumenten zijn allemaal apart digitaal beschikbaar gesteld.

Planspecifiek Het plan betreft de realisatie 38 appartementen in de sociale huur. Er is hiermee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de beleidsanalyse blijkt niet dat de ontwikkeling in strijd is met provinciaal ruimtelijk beleid of de Ladder. Het plan geeft invulling aan de beleidskeuze van een zorgvuldig ruimtegebruik. Ten tweede verbetert het plan de ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld bij de beleidskeuze over het zorgen voor een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Tot slot zorgt de transformatie voor het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving. Het plan draagt zodoende concreet bij aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De verordening bevat bindende ruimtelijke regels waar de provincie en gemeenten in Zuid-Holland zich aan moeten houden. De doorwerking van de regels is uitgewerkt doordat bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen niet in strijd mogen zijn met de verordening. De verordening wordt met een digitale kaart beschikbaar gesteld om per locatie direct inzichtelijk te krijgen welke beleidsregels van toepassing zijn op de specifieke locatie. Omdat de invoering van de Omgevingswet tijdens het totstandkomingsproces van de verordening 2 keer is uitgesteld is in de tussenliggende periode een wijzigings- en aanvullingsproces uitgevoerd. De verordening is daarmee op onderdelen gewijzigd. De laatste aanpassing dateert van 1 februari 2023. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang. De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit). Pagina 12

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M

lira

w

«ia

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Sluit plan aan bij gebiedsidentrteit?

Transformeren

Voegt plan zich in bestaande structuur?

Aanpassen

Inpassen

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de realisatie van een nieuw woongebouw ter plaatse van een voormalige school. Om te beoordelen of er vanuit de provinciale verordening randvoorwaarden gelden voor het plangebied is de digitale kaart van de provincie geraadpleegd. Voor dit plan volgen daar beperkt randvoorwaarden uit. Er gelden op basis van artikel 6.10 regels ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen en dan meer specifiek voor sociale woningbouw, parkeren en water. Het betreft hier een sociale woningbouwproject er wordt dus aan deze regel voldaan. Daarnaast zijn er met name milieutechnische randvoorwaarden waarvoor de provincie regels kan stellen. Deze aspecten worden in hoofdstuk 4 behandeld en gemotiveerd hoe hier rekening mee gehouden wordt. Ingaande op het provinciale handelingskader ruimtelijke kwaliteit kan het volgende aangegeven worden. De nieuw te bouwen woningen passen binnen de bestaande omliggende bebouwing door aan te sluiten op de dominante materialisatie en karakteristieken van de bestaande bebouwing. Qua maatvoering kent de bebouwing meer hoogte, waardoor deze een nieuw subtiel accent toevoegt binnen de stempel- en stroken structuur van de wijk. De ontwikkeling sluit aan op de bestaande groenstructuur en deze wordt binnen het plangebied voortgezet. Het plan sluit derhalve aan bij de groene landschappelijke en gebouwde kwaliteiten van het gebied.

3.3 Gemeentelijk beleid Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedsbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer.

3.3.1 Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen' Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021 De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. Pagina 13 II

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

Al

I

-aS'J

M

lira

w

«ia

De omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: ^ Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen; ^ Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer; ^ Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken; ^ Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreëerd met een bloeiende en innovatieve economie.

Voor nu en toekomstige generaties; ^ Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: ^ Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening.

Planspecifiek De visie De Veranderstad verwacht tot 2040 een sterke groei van het aantal inwoners in IJsselmonde door grote woningbouw ontwikkelingen. De visie ziet hoogwaardig openbaar vervoer als de drager voor verstedelijking. Daarom wordt er ingezet op een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde. Deze verbinding moet ervoor zorgen dat de bereikbaarheid van werk, onderwijs en voorzieningen wordt verbeterd. Voorliggend plan sluit aan op de visie door bij te dragen aan de verdere verstedelijking binnen het bestaande stadsdeel IJsselmonde. Het plangebied valt binnen het gestelde aandachtsgebied milieu en gezondheid. Binnen deze zones dient extra aandacht uit te gaan naar de effecten van milieu aspecten op de gezondheid. In deze toelichting wordt in hoofdstuk 4 uitgebreid aandacht besteed aan de effecten van milieuaspecten op onderhavig plan. Geconcludeerd kan worden dat de planontwikkeling aansluit op de omgevingsvisie De Veranderstad.

3.3.2

Woonvisie Rotterdam 2030

De woonvisie is op 15 december 2016 vastgesteld door de Rotterdamse gemeenteraad. De woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus door: De toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen;

Pagina 14

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

-

Te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en Woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid.

Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: Een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad. Ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden, en Energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen. De basis op orde houden door: Het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; Betaalbaarheidsproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk, Goed zelfstandig wonen door iedereen mogelijk te maken, Toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt, en Woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambities van de Stadsvisie te helpen realiseren.

Planspecifiek Voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het gebied IJsselmonde. IJsselmonde wordt gekenmerkt door een groenstedelijk woonmilieu en lijkt per saldo inwoners te winnen uit de stedelijker gebieden. IJsselmonde wordt daarnaast genoemd als een van de gebieden binnen de gemeente Rotterdam waar een kwaliteitsverbetering van de corporatievoorraad en gebiedsontwikkeling door middel van herstructurering voortgezet dient te worden. Gemeente Rotterdam wil met herstructurering kwalitatief goede woningen in verschillende woonmilieus toevoegen. Herstructurering kan bestaan uit sloop/nieuwbouw, grote renovatie of het samenvoegen van woningen. De corporatievoorraad in IJsselmonde is sterk afgenomen, mede ten gevolge van de sloop van incourante woningen en appartementen zonder lift. Via nieuwbouw komen hiervoor eengezinswoningen en appartementen voor in de plaats. Op deze manier wordt de woonvoorraad toekomstbestendiger gemaakt en sluit deze beter aan bij de wensen van de consument. Voorliggend plan sluit met de bouw van sociale huurappartementen aan op de bovengenoemde behoefte. Het plan realiseert nieuwe toekomstbestendige woningen en voegt woonvoorraad toe door middel van herstructurering. Hiermee zorgt het plan tevens voor een kwaliteitsverbetering van de corporatievoorraad.

3.3.3

NPRZ Handelingsperspectief wijk Groot IJsselmonde

Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) schetst in het Handelingsperspectief wijk Groot IJsselmonde 2015 een perspectief voor de wijk in 2030. In 2030 is Groot IJsselmonde een wijk waarvan de karakteristiek moeilijk in één zin is samen te vatten. Door diverse ontwikkelingen profileert de wijk zich als rustig, groen, met aantrekkelijke woonbuurten. De wijk is groen, goed bereikbaar, bevat duurzame woningen, is sociaal sterk en goed gewaardeerd. Daarnaast zijn de ontwikkellocaties die in 2015 nog braak lagen bebouwd met woningen. In de periode 2015-2030 krijgt Groot IJsselmonde te maken met diverse ontwikkelingen die van belang zijn voor de kwaliteit van de wijk. Om deze ontwikkelingen optimaal te laten landen zullen ze als transformatieprogramma in beeld gebracht worden.

Pagina 15

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

Planspecifiek Voor voorliggend plan is de ontwikkeling verduurzamingsopgave relevant (zie onderstaande figuur). In Groenenhagen Tuinenhoven zullen verscheidene woningen verduurzaamd worden. Woonbron neemt hiervoor het initiatief tot verduurzaming van haar eigen woningbezit. Voorgenomen ontwikkeling zal een positief effect hebben op de verduurzamingsopgave omdat het voorziet in de realisatie van een appartementengebouw dat voldoet aan de gestelde duurzaamheidseisen voor nieuwbouw. In paragraaf 4.11 wordt verder ingegaan op het duurzaamheidsaspect.

Potentie Krachtig woonmilieu t aanjager

Concreet knelpunt I opgave

Knelpunt Transformatie op termijn

Beheer

Beheer I corporatie I verduurzamen

Beheer I particulier t verduurzamen

Figuur 5. Uitsnede strategisch transformatieprogramma Groot-IJsselmonde, plangebied nabij pijl (bron: NPRZ Handelingsperspectief).

3.3.4

Stedelijk verkeersplan Rotterdam 2016-2030

Het verkeer- en vervoersbeleid voor de stad Rotterdam is vastgelegd in het Stedelijk verkeersplan Rotterdam 2016-2030 (SVR, 23 januari 2017). In het SVR schetst de gemeente hoe zij de toekomst van verkeer in Rotterdam zich ziet ontwikkelen. De ambities voor een gezonde leefomgeving en de economische ontwikkeling van de stad hebben de visie op het verkeer in de toekomst bepaald. In het plan komen auto’s, fietsers, voetgangers en ov beter met elkaar in balans. O.a. de Stadsvisie 2030 en de Rotterdamse Mobiliteitsagenda zijn kaders waaruit het SVR is ontwikkeld. Hierin wordt ook indirect ingespeeld op onder meer de Fietskoers 2025 (zie hieronder). Vanuit de Rotterdamse Mobiliteitsagenda een drietal vertrekpunten voor het Stedelijk Verkeersplan: ^ De groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035. ^ De economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie. ^ De stedelijke mobiliteitstransitie van minder autoverkeer naar meer fiets en OV-gebruik. Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Het vertrekpunt daarbij is een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer.

Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. De gezondheid van de Rotterdammer staat hierbij voorop en er wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad fungeert als proeftuin. De structuuringrepen die benoemd worden binnen het SVR bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat flexibel en adaptief is om de stad van de toekomst (de Next City) vorm te geven. Er zijn 9 beleidskeuzen geformuleerd die gebaseerd zijn op de mobiliteitsstrategie: Pagina 16

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

1. City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; 2. een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; 3. regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; 4. aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; 5. versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; 6. geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; 7. gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; 8. slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; 9. gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden. Voor woongebieden buiten de ring (zoals het plangebied) is aangegeven dat dit aantrekkelijke woongebieden zijn, belangrijk als vestigingsplek. De verschillende onderlinge verbindingen tussen deze woongebieden en de verbindingen vanuit de woongebieden naar de binnenstad zijn cruciaal voor het functioneren van deze gebieden. Het elektrificeren van het vervoersaanbod in woongebieden buiten de ring draagt bij aan de (inter)nationale ambitie om de CO2 uitstoot door verkeer te verminderen. In de Fietskoers 2025 van Rotterdam is aangegeven dat in woonbuurten voldoende fietsparkeermogelijkheden moeten zijn. Bij nieuwbouw en renovatie wordt gestreefd naar meer fietsenstallingen, zoals schuren en bergingen in het wooncomplex.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Rotterdamse fietsparkeernormen en de eisen in het bouwbesluit of omgevingsvisie voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij woningen.

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de realisatie van een appartementencomplex met een beperkte aanpassing van de openbare ruimte. Het plan voorziet in een wijziging van de verkeersbewegingen en de parkeerdruk door de beëindiging van de schoolfunctie en de door de realisatie van nieuwe woningen. Het plan onderkent de steeds belangrijk wordende rol van duurzame vervoersmiddelen, onder andere de fiets in plaats van de auto. In het plan wordt hierop ingespeeld door naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen te stellen aan de stalling voor fietsen. Daarnaast wordt de groei van elektrische auto’s gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur te bieden. Op 500 meter afstand is de bus- en tramhalte Rotterdam Prinsenplein gesitueerd. Deze halte is lopend bereikbaar. De locatie is dan ook goed ontsloten met het ov. Er is geen strijdigheid met het Stedelijk verkeerplan Rotterdam 2016-2030. Het onderdeel parkeren en verkeer is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.

3.3.5

Archeologiebeleid Gemeente Rotterdam

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: 1. te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; 2. te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; 3. te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP’s), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese ‘Verdrag van Malta’ is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een Pagina 17

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

Planspecifiek Het plangebied valt binnen ‘Waarde - Archeologie 4’ van bestemmingsplan ‘Groenenhagen Tuinenhoven’. Hier geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter beslaan. In hoofdstuk 4 is het aspect archeologie op projectniveau toegelicht en getoetst of de beoogde ontwikkeling hierin past.

3.3.6

Welstandsnota Rotterdam

Het huidige welstandsbeleid van de gemeente Rotterdam is vastgelegd in de Welstandsnota Rotterdam en in werking getreden op 11 oktober 2012. De ontwikkelingslocatie Hollands Tuin 77 ligt binnen het gebiedstype ‘stempel- en strokenbouw’. Dit betekent dat voor de locatie de gebiedscriteria van toepassing zijn zoals omschreven in de Welstandsnota Rotterdam. Voor ruimtelijke kwaliteitsdoelstellingen voor het onderhavige plan wordt tevens verwezen naar de criteria zoals opgenomen in de Nota van Uitgangspunten Hollands Tuin Spechten, Groot Ijsselmonde. Hierin worden, aanvullend op de Welstandsnota, specifieke eisen en randvoorwaarden ten aanzien van uitstraling en kleur- en materiaalgebruik geformuleerd.

3.3.7

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan ‘Groenenhagen -Tuinenhoven’ is kort beschreven in paragraaf 1.2. De huidige bestemming voor de planlocatie Hollands Tuin 77 is Maatschappelijk-1, Groen en Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’. Hiernavolgend is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. Het gebruik wonen past niet binnen het huidige planologisch kader. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een nieuw bestemmingsplan vereist. Groenenhagen - Tuinenhoven

4 4 4 4 4

4 4 4\4

Gemeente Rotterdam

4 4 +J+

6284 4 4 4 4 4

4 ĽHD 4 ^

-t- 4

+ 4 4 4

bestemmingsplan onherroepelijk (vastgesteld 2020-10-15) PLEK NFO

DOCUMENTEN

KENMERKEN

97913.9. 433912.4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Enkelbestemming

Maatschappelijk - 1

Dubbelbestemming + + + -H Waarde-Archeologie 4

44 + 4 -3148-

3J4S

Maatvoering ļ maximum bebouwmgspercentage: 4b73l 4’

407o

4 4 4 4 4 4 4 4

—i Maatvoering maximum bouwhoogte: 7 m

Figuur 6. Uitsnede vigerend bestemmingsplan met in oranje de maatschappelijke bestemming (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Pagina 18

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1

Milieueffectrapportage (M.E.R.)

Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn.

Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: ^ het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project)mer noodzakelijk is; de activiteiten in het bestemmingsplan mogelijk leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk); ^ Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een (project- of besluit)-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-)plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r.. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij.

Planspecifiek In voorliggend plan is sprake van herstructurering waarbij nieuwe woonvoorraad wordt toegevoegd. De voorgenomen activiteit is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D 11.2 van de Bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Om te toetsen of het voornemen beschouwd kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject is gebruik gemaakt van de Beslisboom uit de Handreiking stedelijke ontwikkeling van 3 december 2017 opgesteld door DCMR. Op basis hiervan wordt opgemerkt dat: 1. 2. 3.

4.2

Het voornemen sloop en nieuwbouw omvat; De planologische situatie zal wijzigen; De impact op het milieu en de omgeving kleiner zal zijn dan in de huidige planologische situatie. Het schoolgebouw is een pand uit 1965 met energielabel G en de nieuwe woningen worden gasloos opgeleverd. Een school veroorzaakt meer verkeersbewegingen dan de toekomstige woningen waardoor ook de uitstoot als gevolg van verkeer minder wordt.

Bedrijven en milieuzonering Pagina 19

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer.

Planspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van 38 sociale huur appartementen in. Om het plangebied heen liggen voornamelijk woonbestemmingen. Enkele percelen buiten het plangebied zijn bestemd voor bedrijven, doch uitsluitend t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij de bestemmingsplanregels. Op de Noorderhagen 229 en Taselaarstraat 5 zijn twee categorie 2 bestemmingen toegestaan. De bijbehorende milieucontour van 30 meter blijft ruimschoots buiten het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt de A16. Verdere invloed van de snelweg op onderhavig plan wordt in paragraaf 4.3 en 4.7 nader behandeld. Daarnaast zal de gymzaal naast de nieuwe bebouwing vooralsnog behouden blijven. Deze functie kan overlast in het kader van Bedrijven en milieuzonering ínhouden voor de beoogde nieuwbouw. Sportscholen, gymnastiekzalen kennen op basis van de VNG-brochure een afstand van 30 meter in een rustige woonwijk en 10 meter in gemengd gebied. Voor voorliggend plan, zo dicht bij de A16 en diverse functies in de omgeving kan gesproken worden van een gemengd gebied. De aan te houden afstand tussen de functies bedraagt derhalve 10 meter. De afstand tussen de beoogde nieuwbouw en de gymzaal bedraagt ruim 10 meter. Er wordt voldaan aan de vereiste afstand.

In de bestaande situatie zijn de gronden ter plaatse van het nieuwe appartementengebouw bestemd als maatschappelijk. De sloop van het schoolgebouw en realisatie van een appartementengebouw levert geen benadeling op voor omliggende gevoelige bestemmingen (woningen) in het kader van milieuzonering. Immers zal er een woonbestemming toegewezen worden. Evenmin levert het plan beperkingen op voor bedrijven in de omgeving omdat deze op voldoende afstand liggen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

4.3 Geluidhinder Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties.

Planspecifiek Het nieuw te bouwen appartementengebouw vervangt een gebouw met een geluidgevoelige onderwijsfunctie dat in de huidige situatie op de betreffende locatie staat. Er dient derhalve voldaan te worden aan de normen voor vervangende nieuwbouw.

Pagina 20

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

Wegverkeerslawaai. De projectlocatie ligt binnen de zone van de Rijksweg A16. Daarnaast liggen rond het project een aantal wegen met een snelheidsregime van 30 km per uur. Deze wegen zijn in het kader van een geode ruimtelijke ordening in het project betrokken. Uit het akoestisch rapport, zie bijlage 3, blijkt dat de geluidsbelasting bij de verschillende locaties hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, maar niet hoger dan de waarde waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde kan worden verleend. Op de bovenste verdieping van de (oost) kopgevel is de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hoger dan de waarde waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde kan worden verleend en wordt een dove gevel toegepast. Om de geluidsbelasting te verlagen zijn bron- en overdrachtsmaatregelen onderzocht. Deze maatregelen blijken niet haalbaar en doelmatig. Voor de realisatie van de woningen zijn daarom hogere grenswaarden nodig. Het gemeentelijk ontheffingsbeleid, dat alleen gericht is op woningen, schrijft hierbij voor dat alle woningen over minimaal één geluidluwe gevel, geluidluwe buitenruimte en een slaapkamer aan een geluidluwe gevel moeten beschikken. Niet alle woningen in het project voldoen aan deze voorwaarde.

Er worden maatregelen genomen (gebouwgebonden geluidschermen, geluidgedempte spuivoorzieningen) waarmee er sprake is van een gelijkwaardige oplossing. In het akoestisch onderzoek wordt ook de geluidsbelasting op de rijwoningen onderzocht. Deze rijwoningen worden niet in dit bestemmingsplan meegenomen als ontwikkeling. Overige geluidsbronnen Het plangebied ligt niet binnen een toetsingszone van een zoneplichte spoorweg of binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Ook de geluidscontouren van Rotterdam - The Hague Airport zijn niet over het plangebied gelegen. Vandaar dat een nadere beschouwing van deze geluidsbronnen niet aan de orde is. Conclusie De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt, dat het treffen van geluidsreducerende bron- en overdrachtsmaatregelen vanuit financieel, stedenbouwkundig en/of akoestisch oogpunt niet redelijk, wenselijk dan wel onvoldoende effectief is. Vandaar dat een ontheffing van de Wet geluidhinder noodzakelijk is. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden uit het gemeentelijk ontheffingsbeleid kan worden voldaan. Vandaar dat een ontheffing van de Wet geluidhinder kan worden verleend.

In het voorliggende bestemmingsplan wordt geborgd dat de woningen uitsluitend zijn toegestaan als, als wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de hogere waarden zijn verleend. De betreffende voorwaarden zijn opgenomen in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage is toegevoegd aan de regels. Het aspect ‘geluid’ staat realisatie van de beoogde woningen niet in de weg.

4.4 Flora en Fauna Natuur is een gevoelige functie die beschermd moet worden tegen negatieve effecten. Per 1 januari 2017 heeft de Wet natuurbescherming (Wnb) onder meer de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet vervangen. De Wet natuurbescherming is de Nederlandse implementatie van het Europese natuurbeleid zoals vastgelegd in de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en in de verdragen van Bern en Bonn. Pagina 21

Bestemmingsplan Hollands Tuin 77

II

Al

I

-aS'J

M lira w

«ia

De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies).

Planspecifiek Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich op ruime afstand (5 kilometer, Boezems Kinderdijk) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Door deze afstand zijn de meeste effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft de Biesbosch dat op 17,7 kilometer afstand ligt. Uit een uitgevoerde stikstofberekening blijkt, dat geen sprake is van relevante stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouw of het toekomstig gebruik, zie bijlage 6. Het dichtstbijzijnde gebied dat toebehoort aan het Natuurnetwerk Nederland ligt op 1,45 kilometer afstand van het plangebied. Door de aard van de ingrepen, de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand uit te sluiten. Ook belangrijke weidevogelgebieden (7,5 km) en groene buffers (3,8 km) liggen op grote afstand, waardoor deze gebieden niet nadelig worden beïnvloed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ec5dedab-d546-4db2-8a56-95397d47c54e