[24bb001765] Inspreekbijdrage dhr. Van Winsen BWB 200324
Tekst van het document
20 maart 2024 Toelichting Marcel van Winsen, namens de Bewonersvereniging Provenierswijk Over RvW Beschermde stadsgezichten en beeldbepalende panden, commissie BWB
Geachte raadsleden, Op 4 oktober hebben enkele bewoners van de Provenierswijk, mede namens bewonersvereniging, u een brief gestuurd naar aanleiding van de bouw van enkele dakopbouwen en dakterrassen op een pand met een cultuurhistorisch waardevolle status. Hierbij hebben wij de raad erop gewezen dat bij de toekenning van de vergunning geen afweging heeft plaatsgevonden in relatie tot de cultuurhistorische waarden van het pand. Dat wij hier nu staan is niet vanwege dit bouwplan alleen, want dit is helemaal geen incident. Ditzelfde speelt zich keer op keer af in onze wijk, ook in het beschermd stadsgezicht van het Waterproject van Rose, waar de Provenierssingel en Spoorsingel deel van uitmaken. Het gebrek aan toetsing van bouwplannen aan cultuurhistorische waarden of van de handhaving van bouwactiviteiten - van beeldbepalende panden en van de waarden van het beschermd stadsgezicht – speelt niet alleen bij dakterrassen en dakopbouwen, maar – naar onze ervaring - bij meer bouwactiviteiten.
Om dat duidelijk te maken hebben wij in november vorig jaar voor vier raadsleden een rondwandeling door de wijk georganiseerd waarbij we hebben laten zien tot welk verlies aan erfgoedkwaliteiten dat alles leidt: historische kozijnen en ramen worden er massaal uitgesloopt, er is een wildgroei aan opbouwen en dakterrassen gaande, historische erkers worden vervangen door moderne dozen, kappen worden er af gesloopt en vervangen door loggia’s, er komen veel te grote daktoegangshuizen voor dakterrassen op de daken, vaak volledig zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Alleen al als het gaat om vervanging van historische kozijnen en ramen door kunststof exemplaren schat ik in dat zeker twee derde zo niet meer van alle kozijnen aan de singels in kunststof is veranderd, al dan niet plat en met een kunststof uitstraling. En voor de goede orde: dit speelt niet alleen in het beschermd gezicht van de singels van Rose, maar ook in andere rijksbeschermde stadsgezichten van Rotterdam en in principe voor alle beeldbepalende panden, ook buiten de beschermde stadsgezichten, zoals in het historische centrum van Overschie, in het Oude Noorden of langs de Boergoense Vliet. Dit is niet van het laatste jaar of paar jaar, dit speelt al jaren! Alleen sinds 4 of 5 jaar gaat het nu veel sneller, vanwege de verkamering, verappartementering en verduurzaming van panden.
Vier partijen hebben hierover vragen gesteld aan de wethouder, en eergisteren hebben wij het antwoord van de wethouder mogen zien. Wij zouden er hartelijk om hebben moeten lachen, als het niet zo triest was. Want de wethouder heeft keurig netjes in zijn algemeenheid op papier gezet hoe de procedures in elkaar zitten en wat er geregeld is in het bestemmingsplan en het welstandstoezicht. Maar wat er niet geregeld is, staat niet in de brief en ook staat er niet in waarom de zo ‘goed’ ogende procedures kennelijk geen bescherming geven aan de erfgoedwaarden van onze wijk. Het zijn antwoorden die waarschijnlijk door juristen zijn opgesteld, maar die de werkelijkheid helemaal niet dekken, zo weten wij als wijk uit ruime ervaring. Op de eerste vraag van de fracties of een zwaardere cultuurhistorische status van een pand of gebied ook tot een zwaarder instrument en andere procedure leidt dan bij reguliere objecten en gebieden, antwoordt de wethouder simpelweg: ja, dat is het geval, want er zijn beschermde stadsgezichten met een dubbelbestemming cultuurhistorie en extra regels daaraan gehangen, en er zijn ook beeldbepalende panden, en ook die hebben een aparte regels, zoals een sloopverbod.
De wethouder vertelt er alleen niet bij, dat een sloopverbod voor panden en het terugbrengen van een kap bij herbouw van het pand dan ook echt het énige is dat er ten aanzien van het gebouwde erfgoed is geregeld in ons bestemmingsplan, bij beschermde stadsgezichten en beeldbepalende panden. Hier wordt gelukkig dan nog wel advies over ingewonnen door de Commissie Welstand en Monumenten! Dit is tot nog toe de meest minimale regeling die wij in een vergelijkend warenonderzoek naar regelingen voor beschermde stadsgezichten elders hebben kunnen vinden. Andere voorschriften die terugslaan op de waarden van het beschermd stadsgezicht of de architectonische kwaliteit van panden zijn er niet, ook niet voor dakopbouwen of dakterrassen, of voor aanbouwen, of andere belangrijke stedenbouwkundige zaken als pandbreedtes, rooilijnen, ontsluiting van gebouwen, of de volume-opbouw van panden. Het is grotendeels een schijnbescherming, want enerzijds valt grotere nieuwbouw feitelijk buiten het ‘beschermend regime’, en anderzijds worden de meeste panden helemaal niet totáál gesloopt – ook niet in niet-beschermde delen van de stad – maar daarentegen wél stukje bij beetje veranderd, aan gevels en dak. Dat is een sluipend proces, maar het opgetelde effect is bijzonder groot. En dáár is nou net niks voor geregeld.
In de regels van het bestemmingsplan bedoelen wij, want in de toelichting op het bestemmingsplan worden wel degelijk allerlei beloftes gedaan omtrent bescherming. In ons bestemmingsplan mogen kappen bijvoorbeeld gewoon gesloopt worden, zolang er maar een stuk kap aan de straat overeind blijft! En dat gebeurt dan ook. En als dakopbouwen worden gerealiseerd, wordt er vaak niet aan cultuurhistorische waarden getoetst. Misschien wel op papier, maar niet in werkelijkheid, zo leren ons de weggesloopte kappen en gerealiseerde dakopbouwen in de Proveniersstraat en Provenierssingel. De beantwoording van de tweede vraag, of het beleid wel consistent is wanneer gevels en daken van beeldbepalende panden niet daadwerkelijk worden beschermd, terwijl zij juist zijn geselecteerd op hun cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten van gevels en dak of kap, is al even formeel juridisch en nietszeggend. Er zíjn simpelweg geen criteria verbonden aan de bescherming van gevels en daklandschap, alleen – daar is ie weer – aan totale of gedeeltelijk sloop van het pand. Maar het grootste deel van de bouwactiviteiten aan beeldbepalende panden zijn verbouwingen, gevelwijzigingen, kozijnvervangingen, dakterrassen en zo meer.
En daarover is niets te vinden in het bestemmingsplan; in de regels! En let wel: veel andere gemeenten met beeldbepalende panden regelen dat wel degelijk in hun bestemmingsplan, zoals Amsterdam en Leiden. En het is waar, dat in het bestemmingsplan voor het Liskwartier aanzienlijke verbeteringen zijn aangebracht ten aanzien van cultuurhistorie, maar bij uitstek niet op het terrein van beeldbepalende panden. Dat wordt overgelaten aan de welstandstoets… maar ja, die werkt eigenlijk niet voldoende. Dat is dan meteen een opstap naar onze reactie op het antwoord van de wethouder op de vragen 3 en 4 van de raadsfracties: of de beleidsmatige leemte op sturing van activiteiten aan daken niet opgevuld moet worden en of de sneltoets van het welstandstoezicht dan niet goed functioneert. De wethouder beweert in haar antwoord dat er geen sneltoets wordt gehanteerd in beschermde stadsgezichten, behalve voor bepaalde typen kleine bouwwerken. Dat is waar, maar wederom: die bouwwerken dekken wél de belangrijkste en meest voorkomende wijzigingen aan het bouwbestand in onze wijk. Het probleem zit natuurlijk dieper en is ook politiek: de keuze om voor rijksbeschermde gezichten een sneltoets te hanteren, met harde afvinklijstjes, waarbij de specificiteit van het gebouw of de plek in de stad niet wordt meegewogen, vinden wij zeer onverstandig.
Voor gebouwen met een monumentenstatus wordt die keuze uitdrukkelijk niet gemaakt, maar voor een rijksbeschermd stadsgezicht – ook een officieel rijksmonument – wél. Dit correspondeert ook niet met het gestelde in de Welstandsnota dat beschermde stadsgezichten “een hoge prioriteit” krijgen. Ons is de wethouder dan al hoog en breed kwijt. Daar komt nog bij dat de sneltoets gemandateerd wordt afgedaan – mogelijk nu dan wél door erfgoedspecialisten? – voor ons is dat een black box – maar in
de concrete praktijk weten wij dat er vaak helemaal niet aan de waarden van het beschermd stadsgezicht wordt getoetst, zoals bij het welstandstoezicht voor dakterrassen. Dit hebben wij aan den lijve ondervonden bij de dakterrassen op de zogenaamde Dassenfabriek – zowel een beeldbepalend pand als liggend in het beschermd stadsgezicht, en wel op een stedenbouwkundig zeer prominente locatie. Een cultuurhistorische afweging bij de welstand met betrekking tot de waarden van het beschermd stadsgezicht was er niet. Over dit onderwerp valt veel meer te zeggen, maar mijn tijd is op. Ik wil er alleen nog wel een uitsmijter aan toevoegen: het sluitstuk van deze tragedie: de handhaving. Wij durven er een goede gok op te doen dat het leeuwendeel van wat er mis gaat terug is te voeren op een gebrekkige of zelf helemaal afwezige handhaving. Maar daar laat ik mijn wijkgenoot Miranda van de Broek over aan het woord. Dank voor het luisteren.
Illustraties: zie hieronder
Proveniersstraat
Proveniersstraat
Beschermd stadsgezicht Blijdorp-Bergpolder
Spoorsingel
Provenierssingel
Spoorsingel
Spoorsingel