CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb001731] Bijlage 1 behorende bij 24bb001730 - Ontwerpbestemmingsplan Nieuw Crooswijk II, 1e herziening

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 10 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen12.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan 'Nieuw Crooswijk II, 1e herziening' Toelichting - Ontwerp

19

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om - indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut - deze verhaald moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkeling. Met dit bestemmingsplan wordt alleen de winkelfunctie wegbestemd. Met de initiatiefnemer van de Tamboerlocatie is een planschadeovereenkomst gesloten, zodat eventuele planschade aan de gemeente vergoed wordt. Daarmee wordt het voorliggende bestemmingsplan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Om te voorkomen dat op de Linker Rottekade na het vrijkomen van de locatie hier opnieuw een winkel en/of andere detailhandel zal vestigen wordt de winkelfunctie wegbestemd. Aangenomen wordt dat er in de omgeving geen bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan, aangezien twee nieuwe supermarkten worden geopend op de nabij gelegen Tamboerlocatie. De mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen (zie hoofdstuk 7).

Bestemmingsplan 'Nieuw Crooswijk II, 1e herziening' Toelichting - Ontwerp

20

7.

PROCEDURE

7.1

Voorbereidingsfase

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan diverse overleginstanties. Evides, Bureau Monumenten & Cultuurhistorie, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) hebben op het voorontwerpbestemmingsplan gereageerd en aangegeven geen op- of aanmerkingen op dit plan te hebben. Alleen BOOR en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard hebben een inhoudelijke reactie gegeven. Deze opmerkingen betreffen tekstaanpassing in de toelichting en hebben geen effect op de haalbaarheid van dit plan. De opmerkingen zijn verwerkt in het voorliggend plan.

7.2

Ontwerpfase

Na het wettelijk vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook moeten de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties worden toegezonden (artikel 3:13 Awb), of er moet worden aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient - met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening - ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten.

Bestemmingsplan 'Nieuw Crooswijk II, 1e herziening' Toelichting - Ontwerp

26

Regels

27

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

Plan

Het bestemmingsplan 'Nieuw Crooswijk II, 1e herziening' van de gemeente Rotterdam.

1.2

Aanbouw (uitbouw)

Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen).

1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vak betreft.

1.5

Archeologisch deskundige

Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.

1.6

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.7

Bebouwingspercentage

Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak binnen het bouwvlak door gebouwen mag worden ingenomen.

1.8

Bedrijven

De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.9

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.10

Bestemmingsplan

De

geometrisch

bepaalde

planobjecten

als

vervat

in

het

GML-bestand

NL.IMRO.0599.BP2207NwCW1eherz-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.11

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.12

Bouwaanduidingen

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

1.13

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.14

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak c.q. een lijn welke niet door gebouwen mag worden overschreden.

28

1.15

Bouwlaag

Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld.

NB: onder het "theoretisch profiel van een kap" wordt verstaan de ruimte binnen een kap met schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 20 en maximaal 60 graden bedraagt.

1.16

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.17

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.18

Brutovloeroppervlakte (b.v.o.)

Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.

1.19

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.20

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.21

Geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder)

Hieronder worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan de genoemde (t.w. verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven), alsmede de terreinen die behoren bij de andere gezondheidszorggebouwen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, alsmede woonwagenstandplaatsen.

1.22

Gestapelde woningen

Woningen, gestapeld met woningen (soms ook gestapeld met andere functies, welke dan in de bestemmingsomschrijving vermeld dienen te zijn).

1.23

Kap

Een afdekking van een gebouw met schuine zijden waarbij de hellingshoek ten minste 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt.

1.24

Kantoren

Gebouwen (c.q. deel van gebouwen) ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden van administratieve aard.

1.25

Maaiveld

De hoogte van het terrein nadat het gereed gemaakt is voor bebouwing.

29

1.26

Maatschappelijk

Voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening.

1.27

Milieudeskundige

De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

1.28 a. b.

Peil (straat-)

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein.

Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

1.29

Praktijkruimte

Een werkruimte, welke geen onderdeel uitmaakt van een woning.

1.30

Souterrain

Een gebruiksruimte in een gebouw, welke ruimte voor andere doeleinden dan wonen wordt gebruikt en zich gedeeltelijk ondergronds bevindt.

1.31

Water

Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.

1.32

Werkwoning

Woningen die voor ten hoogste de helft van het vloeroppervlak (tot een maximum van 150 m2) mogen worden gebruikt voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden, medische doeleinden, kinderopvang, (kunst)atelier, alsmede voor bedrijven t/m categorie 1 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.33

Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.34

Wet ruimtelijke ordening

De wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.35

Winkel

Detailhandelsvestiging en/of daarmee vergelijkbare vestiging voor de verrichting van diensten aan of ten behoeve van particulier c.q. eindconsument. Een belwinkel wordt hier niet onder begrepen.

30

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:

2.1

De dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2

De goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

De inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

De oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons liftschachten en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 0,5 meter.

2.6

De breedte van een gebouw:

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.7

De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens:

vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

31

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Gemengd - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd -1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

woningen op alle verdiepingen; praktijkruimten, uitsluitend op de begane grond; groen en water, ontsluitingswegen en -paden;

d.

"Waarde - Archeologie - 3" voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de in artikel 3.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies.

3.2.2

Medeb estemming

Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor "Waarde - Archeologie - 3" is voor het bouwen het bepaalde terzake in genoemde bestemmingen mede van toepassing.

3.2.3 a. b.

Beb ouwingsnormen

In totaal zijn in de blokken A tot en met N zoals genoemd in Bijlage 1 Indeling in blokken niet meer dan 2100 woningen (incl. werkwoningen) toegestaan. De functies kantoren en praktijkruimten mogen per vestiging niet groter zijn dan 750 m2 b.v.o.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Algemeen

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep/bedrijf, mits: a. b. c. d.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 300Zo wordt gebruikt voor werkactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van de werkactiviteiten.

3.3.2

Verb od geluidsgevoelige maatschappelijk e voorzieningen

Geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen zijn niet toegestaan.

32

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Rapport archeologisch deskundige

In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 4.3.1.

4.2.2

Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen

Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

b. c.

de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Verbod

In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 4.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 2,5 meter beneden NAP en die tevens een terreinoppervlak groter dan 100 m2 beslaan.

4.3.2 a. b. c. d. e. f.

Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden

grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

4.3.3

Uitgezonderde werkzaamheden

Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

4.3.4

Vergunning

Een omgevingsvergunning wordt verleend, indien daardoor de aanwezige archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

33

4.3.5

Rapport archeologisch desk undige

Alvorens de omgevingsvergunning te kunnen verlenen, dient de aanvrager van de vergunning aan burgemeester en wethouders hieromtrent een rapport van een archeologisch deskundige te overleggen.

4.3.6

Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning

Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

b. c.

de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

34

Hoofdstuk 3 Artikel 5

ALGEMENE REGELS

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

35

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Maximum bebouwingspercentage

Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de plankaart een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd.

6.2

Maximum bouwhoogte

Voor zover in de regels geen bepalingen zijn opgenomen terzake van de maximum toegestane bouwhoogte, gelden de maatvoeringsaanduidingen terzake op de plankaart.

6.3

Maximum goothoogte

Ingeval de toegestane bouwhoogte in bouwlagen is vermeld, geldt voor het berekenen van de maximum goothoogte een hoogte van 3,5 meter voor een bouwlaag van een woonfunctie en een hoogte van 4,5 meter voor een niet-woonfunctie.

6.4

Souterrain

Een souterrain mag niet hoger reiken dan 2 meter boven peil.

6.5

Afdekking van gebouwen

Ingeval noch de regels, noch de plankaart duidelijkheid verschaffen over de wijze van afdekking van gebouwen, mogen gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt.

6.6

Dakkapellen

Dakkapellen op schuine dakvlakken zijn toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a.

b. c. d.

ingeval zij geplaatst worden op het voordakvlak of een naar de weg of het openbaar groen gekeerd dakvlak, mogen zij niet breder zijn dan 2/3 deel van bedoeld dakvlak, waarbij tenminste 0,5 meter afstand tot de zijkant van het dakvak aangehouden dient te worden. Niet meer dan één dakkapel mag in het voordakvlak worden gerealiseerd; ingeval zij geplaatst worden op een ander dakvlak dan de genoemde, geldt dat zij ten minste 0,5 meter afstand tot de zijkant van het dakvlak dienen aan te houden; op een aanbouw aan een niet-gestapelde woning is een dakkapel alleen toegestaan op het achterdakvlak; in alle gevallen geldt dat de bovenzijde ten minste 0,5 meter onder de nok van het pand dient te blijven en de voorzijde ten minste 1 meter dient terug te liggen ten opzichte van de gevel.

36

Artikel 7 7.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijking maximum bouwhoogte architectuur

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 meter, uitsluitend toe te passen ingeval extra bouwhoogte nodig is voor een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag c.q. kap/schuin dakvlak.

7.2

Afwijking maximum bouwhoogte techniek

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van de bouw van technische voorzieningen op het dak van een gebouw, welke voorzieningen noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van een bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 7 meter bedraagt.

37

Artikel 8

Overige regels

8.1

Geluidhinder

8.1.1

Realisatie van geluidsgevoelige objecten

Bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder is de realisatie van geluidsgevoelige objecten voorzover gelegen binnen een geluidzone, alleen mogelijk indien voldaan wordt aan de hoogst toelaatbare waarde van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere waarde dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd.

38

Hoofdstuk 4 Artikel 9

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Overgangsrecht

9.1

Overgangsrecht bouwwerken

9.1.1

Aanwezige bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

9.1.2

Afwijking

Eenmalig kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van lid 9.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1.1 met maximaal 1007o.

9.1.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2

Overgangsrecht gebruik

9.2.1

Bestaand gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.2.2

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.2.3

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in het lid 9.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.2.4

Uitzonderingen op het overgangsrecht gebruik

Lid 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

9.2.5

Hardheidsclausule

Voor zover van toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten.

39

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Nieuw Crooswijk II, 1e herziening”, gemeente Rotterdam.

40

Bijlagen bij de regels

41

B'J'age 1 Indeling in blokken

nrmn 42

Bijlage 2 Lijst van bedrijfsactiviteiten categorie 1 t/m 2 Toelichting De Lijst van Bedrijfsactiviteiten geeft aan welke bedrijven binnen het plangebied in beginsel zijn toegestaan. Alle bedrijfsactiviteiten zijn ingedeeld in milieucategorieën, waarbij milieucategorie 1 betekent dat een bedrijfstype weinig potentiële milieuhinder veroorzaakt en milieucategorie 5 of 6 veel milieuhinder veroorzaakt. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de lijst van bedrijfstypen ingedeeld aan de hand van de Standaard Bedrijfsindeling uit 1993 (SBI'93) van het CBS. Voor de zonering en de bij de zones behorende bedrijfscategorieën is uitgegaan van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering - 2007". Per type bedrijf zijn afstanden gegeven met betrekking tot de milieuhinderaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Voor geluid is aangegeven of sprake is van continu geluid en van activiteiten die op een gezoneerd terrein thuishoren. Voor wat betreft verkeersaantrekkende werking en visuele hinder zijn indices gegeven. De lijst van bedrijfsactiviteiten volgt de publicatie van de VNG, maar met een algemeen verschil. De lijst gaat alleen over activiteiten die in een bedrijfsbestemming zijn toegestaan. Zo zijn bijvoorbeeld sport- en recreatieve voorzieningen niet opgenomen, omdat die in Rotterdam een aparte bestemming zijn.

Voor een uitsplitsing naar afstanden per categorie wordt verwezen naar de VNG-publicatie. In de tabel behorend bij het bestemmingsplan bepaalt de grootste indicatieve afstand de milieucategorie.

De aanbevolen indicatieve afstand tussen een bedrijf en woningen: categorie 1: afstand tot woningen 0 of 10 meter categorie 2: afstand tot woningen 30 meter categorie 3.1: afstand tot woningen 50 meter categorie 3.2: afstand tot woningen 100 meter categorie 4.1: afstand tot woningen 200 meter categorie 4.2: afstand tot woningen 300 meter categorie 5.1: afstand tot woningen 500 meter categorie 5.2: afstand tot woningen 700 meter categorie 5.3: afstand tot woningen 1000 meter categorie 6: afstand tot woningen 1500 meter

Plangebied Voor dit plangebied wordt de onderstaande lijst met bedrijfsactiviteiten gehanteerd: sbi-code

Omschrijving

15

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

1552

2

- consumptie-ijsfabrieken, productieoppervlak ^ 200 m2

1581

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

1581

1

- verwerkingscapaciteit c 2.500 kg meel/week

1584

0

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

cat

2

2

43

1584

3

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken, productieoppervlak ^ 200 m2

2

1584

6

- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, productieoppervlak ^ 200 m2

2

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

2

1593 t/m 1595 18

-

182 20

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) -

205 22

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

-

2222.6

2

2

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

2

2223

A

Grafische afwerking

1

2223

B

Binderijen

2

2224

Grafische reproductie en zetten

2

2225

Overige grafische activiteiten

2

223

Reproductiebedrijven opgenomen media

1

24

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN

2442

0

Farmaceutische productenfabrieken:

2442

2

- verbandmiddelenfabrieken

26

-

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN

262, 263

0

Aardewerkfabrieken:

262, 263

1

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

30

-

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

30

A

Kantoormachines- en computerfabrieken

31

-

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTRISCHE MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN

316

Elektrotechnische industrie niet elders genoemd

33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

2

2

2

2

2

44

36

-

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN NIET ELDERS GENOEMD

361

2

Meubelstoffeerderijen bedrijfsoppervlak c 200 m2

1

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

2

363

Muziekinstrumentenfabrieken

2

3661.1

Sociale werkvoorziening

2

40

-

PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

40

O o

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

40

C 1

- c 10 MVA

40

D 0

Gasdistributiebedrijven:

40

D 3

- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties cat. A

1

40

D 4

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

2

40

LU O

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

40

E 2

- blokverwarming

41

-

41

-

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER

41

B 0

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

41

B 1

- c 1 MW

45

-

BOUWNIJVERHEID

45

3

- aannemersbedrijven met werkplaats: bedrijfsoppervlak c 1.000 m2

51

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

2

2

2

2

5122

Groothandel in bloemen en planten

2

5134

Groothandel in dranken

2

45

5135

Groothandel in tabaksproducten

2

5136

Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk

2

5137

Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen

2

5138, 5139

Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen

2

514

Groothandel in overige consumentenartikelen

2

5153

0

Groothandel in hout en bouwmaterialen:

5153

2

- algemeen, bedrijfsoppervlak ^ 2.000 m2

5153.4

4

zand en grind:

5153.4

6

- algemeen, bedrijfsoppervlak ^ 200 m2

5154

0

Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

5154

2

- algemeen: bedrijfsoppervlak c s 2.000 m2

2

5155.2

Groothandel in kunstmeststoffen

2

5156

Groothandel in overige intermediaire goederen

2

517

Overige Groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

2

52

-

527 55

2

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

-

2

1

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

5551

Kantines

1

5552

Cateringbedrijven

2

60

-

VERVOER OVER LAND

6022

Taxibedrijven

2

603

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

2

63

-

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

6321

1

Autoparkeerterreinen, parkeergarages

64

-

POST EN TELECOMMUNICATIE

641

2

Post- en koeriersdiensten

2 1

642

A

Telecommunicatiebedrijven

642

B 0

zendinstallaties:

642

B 2

- FM en TV

1

642

B 3

- GSM- en UMTS-steunzenders

1

46

70

-

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED

70

A

Verhuur van en handel in onroerend goed

71

-

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

1

711

Personenautoverhuurbedrijven

2

714

Verhuurbedrijven voor roerende goederen niet elders genoemd

2

72

-

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

72

A

Computerservice- en informatietechnologie-bureaus e.d.

1

72

B

Switchhouses

2

73

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

731 74

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk -

2

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

7481.3

Foto- en filmontwikkelcentrales

2

7484.4

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

1

90

-

MILIEUDIENSTVERLENING

9001

A 0

RWZI's en gierverwerkingsinrichtingen, met afdekking voorbezinktanks:

9001

B

rioolgemalen

9002.2

A 0

Afvalverwerkingsbedrijven:

9002.2

A 7

- verwerking fotochemisch en galvano-afval

93

-

OVERIGE DIENSTVERLENING

9301.2

2

2

Chemische wasserijen en ververijen

2

9301.3

A

Wasverzendinrichtingen

2

9301.3

B

Wasserettes, wassalons

1

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

1

9302 9303

0

Begrafenisondernemingen:

9303

1

- uitvaartcentra

1

Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden

2

Persoonlijke dienstverlening niet elders genoemd

1

9304 9305

B

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=20b6d7b7-a28c-48a8-a56e-bea14659e21d