[24bb001461] Bijlage 1 behorende bij 24bb001460 over Correspondentie met de minister van Binnenlandse Zaken over wijze van vergoeden
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Marco Florijn
College van Burgemeester en Wethouders
Wethouder Werk, Inkomen. Zorg en Bestuur Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: dimbsd@rotterdam.nf Fax: (010) 267 3560 Inlichtingen: M.T. Oosterhagen Telefoon; 010-267 73622
De heer R.H.A. Plasterk Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG
Uw brief ven: Uw kenmerk: Ons kenmerk: 1168502 Bijlage: Betreft: vergoeding commissieleden Datum: 25 april 2013
Geachte heer Plasterk, Nu onlangs de Wet van 7 februari 2013 tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen in het Staatsblad is verschenen, is het gemeentebestuur van Rotterdam bezig met het vormgeven van een alternatief bestuursmodel. Zoals door U tijdens de parlementaire behandeling van voormelde wet meermalen is betoogd zal dat alternatief bestaan uit het instellen van commissies ex artikel 83 Gemeentewet in die gebieden welke tot nu toe worden aangeduíd als 'deelgemeenten'. . Deze 'gebiedscommissies', welke zullen worden ingesteld door de gemeenteraad, het college en de burgemeester, zuilen bestaan uit, afhankelijk van het aantal inwoners per gebied, 9 tot 15 leden, welke door de inwoners van het gebied zullen worden verkozen. De gebiedscommissies zullen een beperkt aantal bevoegdheden uitoefenen, en vooral adviserende taken krijgen in de richting van de raad, het college en de burgemeester. Maar veruit de voornaamste taak van deze commissies zal liggen op het vlak van burgerparticipatie, of zoals wij dat hier noemen 'Rotterdammer gericht werken’. In de nu voorliggende voorstellen worden de gebiedscommissies meerdere malen aangeduid als ‘ogen en oren in de wijken’ voor het gemeentebestuur.
Dit houdt in dat de nadruk van de werkzaamheden van de leden van een dergelijke gebiedscommìssie vooral 'op straat' en 'in de wijk' zullen liggen. De kosten van dit nieuwe bestuursmodel worden vanzelfsprekend door de gemeente Rotterdam gedragen. Ook de vergoedingen die de leden van de gebiedscommìssie zullen ontvangen. Breed wordt onderschreven dat inwoners die zitting willen nemen in een gebiedscommìssie daar ook adequaat voor moeten worden beloond. Maar een Algemene Maatregel van Bestuur levert ten aanzien daarvan een knelpunt op.
BD-B-OVBÄW
Immers: het nu geldende 'Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden' schrijft (in artikel 14) nadrukkelijk voor dat een gemeenteraad bij verordening kan bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag, genoemd in aparte tabel'bij die AMvB. In het
daaropvolgende artikel (artikel 15) wordt de mogelijkheid geboden om op basis van een aantal argumenten van de in de genoemde tabel neergelegde maximumbedragen af te wijken, zij het dat daarbij nog steeds sprake moet zijn van een door de gemeenteraad te bepalen 'vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie'. Nu in het nu voorliggende voorstel in Rotterdam juist de nadruk van de werkzaamheden van de leden van een gebiedscommissie niet op de vergaderingen van de commissie komt te liggen, maar juist buiten op straat en ín de wijk, zouden wij op basis van deze AMvB de leden van gebiedscommissie daarvoor dus niet adequaat kunnen belonen. Het is daarom dat ik u met klem verzoek om op zo kort mogelijke termijn de voornoemde AMvB aan te passen opdat wij zelfde adequate vergoeding kunnen vaststellen die wij aan de leden van gebiedscommîssies wil toekennen. Waarbij het dus aan ons is om een keuze te maken voor een vergoeding voor de werkzaamheden of een vergoeding op basis van aanwezigheid tijdens de vergaderingen.
Juist nu het gaat om vergoedingen welke door de gemeente zelf opgebracht dienen te worden, achten wij de in de AMvB opgenomen wettelijke beperking tot 'presentiegeld' en niet de mogelijkheid om op grond van andere werkzaamheden tot een vergoeding te komen, niet meer passen in het huidige tijdsgewricht waarin autonomie en eigen verantwoordelijkheid van de lokale besturen voorop staan. Naar ik begrepen heb wordt de discussie over een adequate manier van belonen ook vanuit de gemeente Amsterdam met veel interesse gevolgd. Ik hoop daarom mede namens die gemeente dat u aan mijn verzoek gehoor wilt geven en ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.
Wethouder Werk, Inkomen, Zorg en Bestuur
9
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA 's-Gravenhage
Gemeente Rotterdam wethouder M. Florijn Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM
Dïrccîie Arbeidszaken Pfblieke Sector
Afdeling Politieke Ambtsdragers Turfmarkt 147 's-Gravenhage Postbus 20011 2500 EA 's-Gravenhage Contactpersoon
Mare Nommensen T 06-52809259 marc.nommensen@minbzk.nl
Datum Betreft
1 november 2013 Vergoeding commissieleden
Kenmerk
2013-0000656122 Mw kenmerk
1168502
Geachte heer Florijn, Bij brief van 25 april 2013 hebt u mij verzocht om het Rechtspositiebesluit raadsen commissieleden aan te passen. Uw vraag was erop gericht de koppeling in dit besluit van de vergoeding van commissieleden aan vergaderingen, te doorbreken. Op die manier zou Rotterdam zelf de vergoeding kunnen vaststellen die zij aan de leden van gebiedscommissies wil toekennen, en waarbij het aan de gemeente is om een keuze te maken voor een vergoeding voor de werkzaamheden of een vergoeding op basis van aanwezigheid tijdens de vergaderingen. U verwees daarbij naar de discussie over de voorgenomen vergoeding var, de leden van de bestuurscommissies in Amsterdam. Ook gaf u aan dat u mede namens die gemeente sprak. Gelet op de samenhang met voornemens die in Amsterdam bestonder, ten aanzien van de rechtspositie, waarover ook Kamervragen waren gesteld, heb ik toen besloten te wachten met de beantwoording van uw brief totdat helderheid zou zijn verkregen over de Amsterdamse voornemens. In juni 2013 is dit ambtelijk afgestemd. In reactie op uw brief kan ik u thans melden dat ik geen aanleiding zie voor aanpassing van wet- en regelgeving. In tegenstelling tot hetgeen u steít, vergt de door u gewenste aanpassing niet een wijziging van het rechtspositiebesluit, maar (óók) van de Gemeentewet. Ik zal een dergelijke wetswijziging niet voorsteľen.
Dan zou ik voor een specifieke situatie in Rotterdam (en eventueel Amsterdam) een wijziging mogelijk moeten maken van een systeem dat naar tevredenheid voor alle gemeenten geldt. De koppeling van vergoeding en vergadering is ook een logisch verband, al was het maar voor de onderlinge afstemming. Maar mijn mening sluit deze koppeling bovendien niet uit dat betrokkene "de wijk ingaat" of, zoals u aangeeft, "Rotterdammer gericht werkt". Verder biedt het Rechtspositiebesluit de mogeľjkheid om de zwaarte van het werk van het commissielid tot uitdrukking te brengen in de hoogte van de vergoeding. Ik begrijp dat Rotterdam hiervan ook gebruik maakt in haar verordening, net als Amsterdam.
Pagina 1 van 2
Daîutr, 1 november 2013
Ten slotte zou de mogelijkheid van een vaste vergoeding zich niet goed verhouden tot de afschaffing van de deelgemeenten. Bestuurscommissies hebben een wezenlijk andere taak en plaats in het gemeentelijk bestel, hetgeen mede tot uitdrukking komt in de rechtspsootie.
201^0000655122
Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Een afschrift van deze brief stuur ik aan verantwoordelijk wethouder Van Es van Amsterdam. Hoogachtend, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
dr. Ŕ.H.A. Piasterk
Pagina 2 van 2