[24bb001348] Bijlage gericht aan 24bb001347 over 2e zienswijze gemeenteraad m.b.t. wijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen
Tekst van het document
2e zienswijze gemeenteraad m.b.t. wijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (ZWCS) Van: drs. L.M. (Mark) Jongsma E-mail: m.jongsma@griffie.rotterdam.nl
Griffie Aan:
Telefoon: (010) 2672559
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Postbus 70014
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
3000 KS Rotterdam info@jeugdhulprijnmond.nl Datum: 28 maart 2024 Kenmerk: 24bb001348
Geacht Algemeen Bestuur, In uw brief van 20 december 2023 verzoekt u, conform de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen (WGR), de gemeenteraad van Rotterdam een eventuele zienswijze met betrekking tot de wijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen aan het Dagelijks Bestuur van de GRJR kenbaar te maken. Op 28 september 2023 hebben wij u aan de voorkant van het proces ook een door de gemeenteraad vastgestelde zienswijze gestuurd (kenmerk: 23bb5993). In de vergadering van de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (ZWCS) van 28 februari is uw brief en een eventuele zienswijze besproken. Hierbij dient in het algemeen het volgende opgemerkt te worden: De gemeenteraad van Rotterdam heeft eerder uitgesproken dat meer grip gewenst is op gemeenschappelijke regelingen. Er is behoefte aan een jaarlijkse (proces)brief van het college van B&W per gemeenschappelijke regeling, ter bespreking in de desbetreffende raadscommissie met de verantwoordelijke portefeuillehouder. Een dergelijke brief wordt dus ook dit jaar van het college verwacht voor wat betreft de GRJR.
Deze brief moet een korte terug- en vooruitblik bevatten op de voor de raad relevante aspecten: - bestuurlijke inzet en bereikt resultaat - de belangrijkste, te verwachten (strategische) beslissingen voor het komend jaar en de wijze waarop de raad hierbij wordt betrokken - thema's en duidelijke, tijdige tijdlijn(en) van te verwachten zienswijzen en besluitvorming raden, participatie- trajecten en evaluaties - doorkijk naar de komende begroting - hoe invulling wordt gegeven aan de actieve informatieplicht Alhoewel dit een vraag is aan het college is het ook voor u handig om hiermee rekening te houden in uw voorbereiding van e.e.a.
blad: 2/3
Zienswijze Aan de hand van de eerdere reactie van de gemeenteraad en andere betrokken gemeenteraden is het wijzigingsvoorstel voor de GRJR tot stand gekomen. Dit gaat om de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling op het gebied van zienswijzen (op besluiten anders dan de begroting), evaluatie, participatie en actieve informatieplicht. De commissie ZWCS van 28 februari jl. heeft geconstateerd dat het nu voorliggende wijzigingsvoorstel op een aantal punten afwijkt van de eerder door de gemeenteraad van Rotterdam ingediende zienswijze. De belangrijkste afwijkingen worden hieronder uiteengezet en de gemeenteraad geeft u hierbij een aantal kanttekeningen mee om in uw definitieve afwegingen mee te nemen. 1. Zienswijze De gemeenteraad wil het instrument zienswijze (beperkt) gebruiken. Naast de reeds bestaande mogelijkheden om zienswijzen in te dienen wil de gemeenteraad dit instrument ook kunnen gebruiken bij grote beleidswijzigingen en/of structuurwijzigingen binnen de GRJR en bij evaluatie van de regeling. Uit artikel 10a Wgr blijkt dat er nog geen concrete besluiten zijn aangewezen waarover raden een zienswijze naar voren kunnen brengen. De gemeenteraad van Rotterdam is van mening dat dit instrument in ieder geval ingezet moet worden bij een eventuele structuurwijziging van de regeling en bij de periodieke evaluatie.
Ook bij grote beleidswijzigingen zou een zienswijze procedure gevoerd moeten worden, maar vooraf is lastig aan te geven welke beleidswijzigingen zich hiervoor lenen. 2. Evaluatie In hetgeen nu voorligt, wordt voorgesteld om iedere 4 jaar te evalueren in het laatste volledige jaar van de bestuursperiode. In de eerdere zienswijze heeft de gemeenteraad gevraagd om iedere 7 jaar te evalueren. Er bestaan vanuit de gemeenteraad geen onoverkomelijke bezwaren tegen een vierjaarlijkse evaluatie. Inmiddels is duidelijk geworden dat de gemeenteraden niet zelf actief het evaluatieproces doorlopen, maar dat dit door het algemeen bestuur gedaan wordt. De gemeenteraad van Rotterdam wil bij die evaluatie in ieder geval wel de mogelijkheid hebben van (1) een gemeenschappelijke adviescommissie en (2) de mogelijkheid om bij die evaluatie een zienswijze te kunnen indienen. 3. Gemeenschappelijke adviescommissie De gemeenteraad van Rotterdam ziet alleen een toegevoegde waarde van dit instrument bij de periodieke evaluatie van de regeling. Voor grote beleids- en structuurwijzigingen van de regeling kan volstaan worden met een zienswijze procedure. In Artikel 24 is de mogelijkheid voor het algemeen bestuur opgenomen om commissies van advies aan het algemeen bestuur in te stellen. De gemeenteraad van Rotterdam is van mening dat dit dus ingezet moet worden bij de periodieke evaluatie van de regeling.
2
blad: 3/3
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en wensen u succes bij uw definitieve afwegingen.
Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Rotterdam, Namens deze,
De griffier,
De voorzitter
I.C.M. Broeders
A. Aboutaleb
3