[24bb001261] Bijlage 2 behorende bij 24bb001259 over Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2017
Tekst van het document
rotterdam.nl/onderzoek
Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2017 Onderzoek & Business Intelligence
1
Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2017
B.E. Stam Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Januari 2018 In opdracht van de directie Sport, Recreatie en Natuur 2
© Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Project: 4196
Telefoon: E-mail: Website:
(010) 267 15 00 onderzoek@rotterdam.nl www.rotterdam.nl/onderzoek 3
Inhoudsopgave
1
Inleiding
5
2
Overgewicht onder Rotterdamse kinderen
6
2.1 2.2 2.3
6 12 18
3
4
Overgewicht peuters Overgewicht groep 2 Overgewicht groep 7
Overgewicht bij kinderen op Lekker Fit! scholen
23
3.1 Groep 1 en 2 Lekker Fit! scholen 3.2 Groep 3 tot en met 8 Lekker Fit! scholen 3.2.1 Overgewicht bij kinderen uit de onderbouw 3.2.2 Overgewicht bij kinderen uit de bovenbouw
23 25 27 29
Discussie en conclusies
30
Bijlage 1 Definities
4
32
1
Inleiding
De gemeente Rotterdam zet zich, samen met publieke en private partners, in voor een gezond gewicht onder de Rotterdamse jeugd door middel van het programma Rotterdam Lekker Fit! Met het programma van de gemeente Rotterdam en haar partners is in de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgedaan met de ontwikkeling van verschillende methoden om de stijgende overgewichttrend onder de Rotterdamse jeugd te doen stagneren. Een essentieel onderdeel van de aanpak is, naast aandacht voor gezonde voeding, het verzorgen van meer en kwalitatief goed beweegonderwijs op 94 basisscholen. Ook Lekker Fit! kinderdagverblijven en peuterspeelzalen besteden aandacht aan een actief leven en gezond voedingspatroon. In de Lekker Fit! gebieden zijn partners aan de slag met een gezonde leefstijl. Onderzoek in 2015 liet een daling van het percentage kinderen met overgewicht zien, zowel bij kinderen uit de gehele Rotterdamse populatie als bij leerlingen van Rotterdamse Lekker Fit! scholen1. De bovengenoemde rapportage is gebaseerd op data tot 2015 uit het registratiesysteem van het CJG (KIDOS) en het registratiesysteem van de Lekker Fit! scholen (Fitmeter). Inmiddels is nieuwe data beschikbaar gekomen en is de vraag of deze daling doorgezet is. Daarom is met dit onderzoek de trendanalyse herhaald met aanvulling van de nieuwe data.
Opbouw van de rapportage In het volgende hoofdstuk wordt de prevalentie van overgewicht weergegeven die berekend is op basis van de CJG data. Het gaat hierbij om alle Rotterdamse kinderen van 2 jaar, uit groep 2 en uit groep 7. In het derde hoofdstuk wordt gebruik gemaakt van data die is verzameld op Rotterdamse Lekker Fit! scholen. Ten slotte volgt nog een hoofdstuk met conclusies en discussie. In de bijlage staan de definities die gebruikt zijn voor dit rapport.
1 Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2015. Onderzoek en Business Intelligence, gemeente
Rotterdam; 2015.
5
2
Overgewicht onder Rotterdamse kinderen
Kidos is het elektronisch kinddossier van het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond (CJG) waarin gegevens worden vastgelegd van de preventieve gezondheidsonderzoeken (PGO) die worden uitgevoerd bij alle 2-jarigen en alle leerlingen van groep 2 en groep 72 van de basisschool. Kidos gegevens zijn gebruikt om uitspraken te kunnen doen over de ontwikkeling van overgewicht in deze leeftijdsgroepen in Rotterdam.
2.1 Overgewicht peuters Voor peuters van 2 jaar zijn vanaf 2007 overgewichtdata van het CJG beschikbaar. In tabel 2.1 is zichtbaar van hoeveel peuters data beschikbaar was. In 2016 waren van 6.017 kinderen lengte en gewicht gegevens beschikbaar. Op 1 januari 2017 woonden er 7.357 2-jarigen in Rotterdam. Het bereik was hiermee 82%. Tabel 2.1 Aantal peuters van wie lengte en gewichtgegevens beschikbaar is vanuit het CJG per jaar Jaar Aantal 2-jarigen Aantal jongens Aantal meisjes 2007 4.064 2.066 1.998 2008 2.014 1.021 993 2009 5.997 3.008 2.989 2010 6.444 3.308 3.136 2011 6.476 3.323 3.153 2012 6.650 3.390 3.260 2013 6.572 3.360 3.212 2014 6.719 3.509 3.210 2015 5.465 2.731 2.734 2016 6.017 3.079 2.938
Figuur 2.2 Percentage 2-jarigen met overgewicht, 2007-2016
2
6
In de schooljaren 2012-2013 tot en met 2014-2015 werd door het CJG in plaats van in groep 7 in groep 6 data verzameld.
In figuur 2.2 is het percentage peuters met overgewicht van 2007 tot en met 2016 zichtbaar gemaakt. Tot 2010 is het percentage peuters met overgewicht stabiel. In 2011 is het percentage ten opzichte 2010 gedaald van 13,1% naar 10,6%. Daarna blijft het percentage peuters met overgewicht weer stabiel op het lagere niveau tot en met 2016. In tabel 2.3 is een schatting gemaakt van het absolute aantal peuters met overgewicht per jaar. Om deze schatting te maken is gebruik gemaakt van het aantal 2-jarigen dat woonachtig was in Rotterdam op 1 januari en omdat het een schatting betreft, zijn de aantallen afgerond op 10-tallen. In 2016 had 10,2% van de peuters overgewicht; 8,7% had matig overgewicht en 1,5% had obesitas. Dit houdt in dat er ongeveer 750 peuters in Rotterdam zijn met overgewicht; bij ongeveer 110 van hen is sprake van obesitas Tabel 2.3 Percentage en geschat aantal 2-jarigen met overgewicht Jaar Percentage Geschat Percentage Geschat overgewicht aantal matig aantal overgewicht 12,9% 10,3% 2007 880 700 2008 14,2% 940 11,5% 760 2009 12,5% 840 10,4% 700 2010 13,1% 890 10,8% 740 2011 10,6% 770 9,1% 660 2012 10,0% 750 8,5% 640 2013 9,6% 720 8,0% 600 2014 10,4% 780 8,7% 660 2015 11,3% 850 9,6% 720 2016 10,2% 750 8,7% 640
Percentage obesitas
Geschat aantal
2,6%
180 180 140 150 110 110 120 130 130 110
2,7% 2,1% 2,2% 1,5% 1,5% 1,6% 1,7% 1,7% 1,5%
Overgewicht bij jongens en bij meisjes In figuur 2.4 is te zien dat meisjes vaker overgewicht hebben dan jongens. In 2016 had 11,6% van de 2-jarige meisjes overgewicht tegenover 8,9% van de 2-jarige jongens. In 2016 had 9,7% van de 2jarige meisjes matig overgewicht tegenover 7,8% van de jongens. In 2016 was het percentage 2jarigen jongens met obesitas 1,1% en voor meisjes was dit 1,8% (zie ook de figuren 2.5 en 2.6).
7
Figuur 2.4 Percentage 2-jarige jongens en meisjes met overgewicht, 2007-2016 Wanneer binnen jongens en meisjes naar de trend van overgewicht wordt gekeken, is bij meisjes een daling zichtbaar tussen 2010 en 2011. Daarna blijft de prevalentie overgewicht ongeveer gelijk. Bij jongens is er geen trend zichtbaar. Wanneer naar matig overgewicht of obesitas gekeken wordt, dan is bij zowel jongens als meisjes geen duidelijke trend waarneembaar.
Figuur 2.5 Percentage 2-jarige jongens met overgewicht, 2007-2016
8
Figuur 2.6 Percentage 2-jarige meisjes met overgewicht, 2007-2016 Overgewicht in de gebieden In tabel 2.7 is voor 2010-2016 het percentage peuters met overgewicht in de verschillende gebieden van Rotterdam te zien. Daarnaast is het aantal 2-jarigen op 1 januari 2016 opgenomen. Voor Hoek van Holland is de data beschikbaar vanaf 2011 en voor Rozenburg is data beschikbaar vanaf 2012. In 2016 was er in de gebieden Stadscentrum en Kralingen-Crooswijk vaker sprake van overgewicht dan gemiddeld in Rotterdam. In het gebied Prins Alexander was minder vaak sprake van overgewicht dan gemiddeld in Rotterdam. Tabel 2.7 Percentage peuters met overgewicht in de verschillende gebieden, 2010-2016 Gebied Percentage overgewicht Aantal 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2-jarigen 2016 7.357 Rotterdam 13,1 10,6 10 9,6 10,4 11,3 1.052 Prins Alexander 9,1 5,5 6,3 Hillegersberg-Schiebroek 608 12,2 8,2 6,3 Noord 579 13,6 12,1 9 Hoogvliet 328 7,7 7,8 9,7 Overschie 272 17,1 11,6 8,7 IJsselmonde 768 11,1 11,7 11,5 Rozenburg 109 6,3 Delfshaven 901 14,2 11,6 9,8 Charlois 924 14 11,7 11,7 Feijenoord 889 17,2 12,1 13,1 Stadscentrum 248 12,5 11,1 12,1 Hoek van Holland 94 9,9 9,1 Kralingen-Crooswijk 538 17,4 15,8 15,4 Pernis 47 9,8 12,2 * * te kleine aantallen om betrouwbare percentages weer te geven.
6,7 6,9 9,9 5 7,3 9,9 7,8 10,2 9,9 13,1 13,1 * 13,8 *
7,1 6,8 8,8 8,2 6,9 9,6 9,2 9,7 16 13,5 16 7,7 13,9 *
6,5 7,1 10,1 7,3 8,6 13,2 12,2 11,5 12,7 12,7 14,2 * 20,4 *
2016 10,2 6,6 8 8,5 8,5 8,6 8,7 10,2 11,2 11,7 12 14,8 15,3 15,4 *
9
Overgewicht en herkomst Herkomstgegevens waren niet voor alle meetjaren beschikbaar. In figuur 2.8 is het percentage 2jarigen in 2011 en 2016 met overgewicht uitgesplitst naar herkomstgroep. In 2016 hebben kinderen met een Marokkaanse of een Turkse achtergrond vaker overgewicht dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. Kinderen met een Surinaamse achtergrond hebben minder vaak overgewicht dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. In vergelijking met 2011 zijn in 2016 geen verschillen zichtbaar in percentage kinderen met overgewicht in de verschillende herkomstgroepen.
Figuur 2.8 Percentage overgewicht onder 2-jarigen kinderen in 2011 en 2016 uitgesplitst naar herkomst
10
Overgewicht en sociaaleconomische status In figuur 2.9 is te zien dat kinderen wonend in een wijk met een zeer hoge sociaaleconomische status minder vaak overgewicht hebben dan kinderen wonend in een wijk met een zeer lage sociaaleconomische status.
Figuur 2.9 Percentage overgewicht bij 2-jarige kinderen in 2016, opgesplitst naar sociaaleconomische status Overgewicht peuters samengevat In 2016 had 10,2% van de peuters overgewicht. Dit percentage is lager dan in 2007, toen had 12,9% van de peuters overgewicht. Meisjes hebben vaker overgewicht dan jongens. In de gebieden Stadscentrum en Kralingen-Crooswijk was in 2016 vaker sprake van overgewicht dan in Rotterdam gemiddeld. In het gebied Prins Alexander was minder vaak sprake van overgewicht. 2-jarigen met een Marokkaanse of Turkse herkomst hebben vaker overgewicht dan kinderen met een Nederlandse herkomst. Kinderen met een Surinaamse herkomst hebben minder vaak overgewicht dan kinderen met een Nederlandse herkomst. Kinderen wonend in een wijk met een zeer hoge sociaaleconomische status hebben minder vaak overgewicht dan kinderen wonend in een wijk met een zeer lage sociaaleconomische status.
11
2.2 Overgewicht groep 2 Vanaf het schooljaar 2008-2009 zijn van het CJG gegevens beschikbaar van Rotterdamse kinderen uit groep 2 (5/6 jaar). In tabel 2.10 is te zien van hoeveel kinderen uit groep 2 lengte en gewicht data beschikbaar was. In het schooljaar 2015-2016 zijn 4.751 kinderen gemeten en gewogen. Op 1 januari 2016 woonden er 7.175 kinderen van 5 jaar in Rotterdam. Twee derde van de 5-jarige kinderen is in dit schooljaar gemeten en gewogen. Tabel 2.10 Aantal kinderen uit groep 2 van wie lengte en gewichtgegevens beschikbaar is vanuit het CJG per schooljaar Jaar Aantal kinderen Aantal jongens Aantal meisjes groep 2 2008-2009 4.223 2.124 2.099 2009-2010 7.498 3.806 3.692 2010-2011 5.517 2.768 2.749 2011-2012 5.118 2.602 2.516 2012-2013 5.580 2.826 2.754 2013-2014 5.608 2.831 2.777 2014-2015 4.533 2.300 2.233 2015-2016 4.751 2.417 2.334
In figuur 2.11 is te zien dat de prevalentie overgewicht in de afgelopen schooljaren is afgenomen, in het schooljaar 2008-2009 had 19,6% van de kinderen uit groep 2 nog overgewicht. In het schooljaar 2015-2016 had 11,9% van de Rotterdamse kinderen uit groep 2 overgewicht; 8,3% had matig overgewicht en 3,6% had obesitas.
Figuur 2.11 Percentage kinderen uit groep 2 met overgewicht, schooljaren 2008-2009 tot en met 2015-2016
12
In tabel 2.12 is een schatting gemaakt van het absolute aantal kinderen uit groep 2 met overgewicht per jaar. Om deze schatting te maken is gebruik gemaakt van het aantal 5-jarigen dat woonachtig was in Rotterdam op 1 januari in het schooljaar en omdat het een schatting betreft, zijn de aantallen afgerond op 10-tallen. In het schooljaar 2015-2016 zaten er in Rotterdam ongeveer 860 kinderen in groep 2 met overgewicht; bij ongeveer 260 van hen is sprake van obesitas. Tabel 2.12 Percentage en geschat aantal 5/6-jarigen met overgewicht Schooljaar Percentage Geschat Percentage Geschat overgewicht aantal matig aantal overgewicht 19,6% 14,0% 2008-2009 1.250 900 2009-2010 20,3% 1.290 14,1% 900 2010-2011 18,4% 1.200 13,0% 850 2011-2012 17,4% 1.140 12,1% 790 2012-2013 15,4% 1.010 11,1% 730 2013-2014 14,2% 980 10,2% 710 2014-2015 12,6% 890 9,0% 630 2015-2016 11,9% 860 8,3% 600
Percentage obesitas
Geschat aantal
5,5%
350 400 350 350 280 270 250 260
6,2% 5,4% 5,3% 4,3% 4,0% 3,6% 3,6%
Overgewicht bij jongens en bij meisjes In de figuren 2.13 en 2.14 is te zien dat meisjes uit groep 2 vaker overgewicht hebben dan jongens. Het verschil in overgewichtprevalentie tussen jongens en meisjes is te verklaren door verschillen in de prevalentie van matig overgewicht. In het schooljaar 2015-2016 had 9,9% van de meisjes matig overgewicht tegenover 6,8% van de jongens. Het percentage kinderen uit groep 2 met obesitas was in het schooljaar 2015-2016 voor jongens en meisjes ongeveer gelijk, namelijk 4,1% van de meisjes en 3,1% van de jongens. Zowel bij jongens als bij meisjes was de prevalentie overgewicht in het schooljaar 2015-2016 lager dan in het schooljaar 2008-2009.
Figuur 2.13 Percentage jongens groep 2 met overgewicht, schooljaren 2008-2009 tot en met 20152016
13
Figuur 2.14 Percentage meisjes groep 2 met overgewicht, schooljaren 2008-2009 tot en met 20152016 Overgewicht in de gebieden In tabel 2.15 is voor de schooljaren 2009-2010 tot en met 2015-2016 het percentage kinderen uit groep 2 met overgewicht in de verschillende gebieden van Rotterdam te zien. Daarnaast is het aantal 5-jarigen op 1 januari 2016 opgenomen in deze tabel. Voor Rozenburg is data beschikbaar vanaf het schooljaar 2011-2012.In het schooljaar 2015-2016 was er in de gebieden Delfshaven, Feijenoord en Charlois statistisch significant vaker sprake van overgewicht dan in Rotterdam gemiddeld. In de gebieden Stadscentrum, Overschie, Hillegersberg-Schiebroek en Prins Alexander was statistisch significant minder vaak sprake van overgewicht dan in Rotterdam gemiddeld. In Overschie en Stadscentrum lijkt de prevalentie overgewicht ten opzichte van 2014-2015 flink gedaald. In Stadscentrum is deze daling echter niet statistisch significant, terwijl deze in Overschie wel statistisch significant is. In overleg met het CJG is gezocht naar een verklaring voor de dalingen binnen deze gebieden. Deze is echter niet gevonden: in beide jaren zijn dezelfde scholen gemeten, de werkwijze van het meten en wegen was gelijk, er zijn in deze gebieden geen opmerkelijke demografische veranderingen, zoals verhuizingen of nieuwbouw.
Het enige wat werd aangegeven door het CJG is dat de scholen in deze gebieden veel aandacht hebben voor het thema, maar dit geldt vermoedelijk ook voor veel scholen in andere gebieden.
14
Tabel 2.15 Percentage kinderen uit groep 2 met overgewicht in de verschillende gebieden, schooljaar 2015-2016 Gebied / Percentage overgewicht Schooljaar Aantal 5200920102011201220132014jarigen 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 7.175 Rotterdam 20,3 18,4 17,4 15,4 14,2 12,6 237 Overschie 15,7 13,8 Stadscentrum 198 25,4 16,8 Hillegersberg-Schiebroek 630 9,9 10,1 Hoek van Holland 103 13,4 20,3 Prins Alexander 1.113 14,9 12,2 Noord 504 20,7 19,6 IJsselmonde 719 18,7 18,9 Rozenburg 138 Hoogvliet 356 17,2 24,4 Kralingen-Crooswijk 503 17,7 22,6 Feijenoord 934 27,7 21,8 Delfshaven 863 25,7 20,4 Charlois 821 26,6 23,1 Pernis 54 19 * * te kleine aantallen om betrouwbare percentages weer te geven.
13,7 19,6 7,8 11,8 14,2 23,3 17,6 14 14,8 19,2 21,7 19,3 23,1 22
15,2 16,3 5,6 20 10,7 19,6 18,2 17,7 15 13,5 17,6 16,5 21 *
8,3 19,3 8,4 10,5 9,4 13,4 15 14 16,8 16,1 17,8 16,9 16,4 15,1
20152016 11,9
15,6 11,3 7,8 7 8,4 13,9 12,3 14,9 10,3 12,1 15,7 18 14,2 *
4,3 5,5 5,7 8,2 8,3 10,1 11,4 11,5 11,8 14,6 16,4 16,5 18,6 *
Lekker Fit! scholen vs niet-Lekker Fit! scholen In het schooljaar 2015-2016 was het percentage kinderen in groep 2 met overgewicht hoger op Lekker Fit! scholen dan op niet-Lekker Fit scholen, namelijk 14,8% tegenover 10,2%. Dit was ook de verwachting, omdat alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om Lekker Fit! school te worden. Het gaat hier om kinderen die gemeten zijn door het CJG. Dit percentage lijkt lager dan het percentage kinderen met overgewicht op Lekker Fit! scholen, zoals gemeten op deze Lekker Fit! scholen (17,7%, zie hoofdstuk 3.1). De percentages zijn echter niet goed vergelijkbaar: de data die is gemeten op de Lekker Fit! scholen door Lekker Fit! zelf zijn niet op te splitsen naar groep 1 en groep 2 individueel, omdat de meeste kleuters in combinatieklassen zitten. Overgewicht en herkomst Herkomstgegevens waren niet voor alle meetjaren beschikbaar. In figuur 2.16 is het percentage kinderen in groep 2 in de schooljaren 2010-2011 en 2015-2016 met overgewicht uitgesplitst naar herkomstgroep. In vergelijking met kinderen met een Nederlandse achtergrond komt overgewicht onder bijna alle herkomstgroepen vaker voor. Alleen onder kinderen met een Surinaamse achtergrond komt overgewicht statistisch gezien niet vaker voor dan onder kinderen met een Nederlandse achtergrond.
In vergelijking met het schooljaar 2010-2011 is in het schooljaar 2015-2016 het percentage kinderen met overgewicht met een Nederlandse herkomst afgenomen. Ook bij kinderen met een Turkse, Marokkaanse en overig niet-westerse herkomst is het percentage kinderen met overgewicht afgenomen.
15
Figuur 2.16 Percentage overgewicht bij kinderen uit groep 2, schooljaren 2010-2011 en 2015-2016, opgesplitst naar herkomstgroep Overgewicht en sociaaleconomische status In figuur 2.17 is duidelijk te zien dat kinderen wonend in een wijk met een hoge sociaaleconomische status minder vaak overgewicht hebben dan kinderen wonend in een wijk met een lage sociaaleconomische status.
Figuur 2.17 Percentage overgewicht bij kinderen uit groep 2, schooljaar 2015-2016, opgesplitst naar sociaaleconomische status
16
Overgewicht groep 2 samengevat De prevalentie overgewicht onder kinderen in groep 2 is in de afgelopen schooljaren afgenomen van 19,6% in het schooljaar 2008-2009 naar 11,9% in het schooljaar 2015-2016. Meisjes uit groep 2 hebben vaker overgewicht dan jongens. Dit verschil in overgewichtprevalentie tussen jongens en meisjes is te verklaren door verschillen in de prevalentie matig overgewicht. Het percentage kinderen uit groep 2 met obesitas was in het schooljaar 2015-2016 voor jongens en meisjes ongeveer gelijk. In het schooljaar 2015-2016 was er in de gebieden Delfshaven, Feijenoord en Charlois statistisch significant vaker sprake van overgewicht dan in Rotterdam gemiddeld. In de gebieden Stadscentrum, Overschie, Hillegersberg-Schiebroek en Prins Alexander was statistisch significant minder vaak sprake van overgewicht dan in Rotterdam gemiddeld. Op Lekker Fit! scholen is het percentage kinderen met overgewicht hoger dan op niet Lekker Fit! scholen. Dit was te verwachten, omdat alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om Lekker Fit! te worden. In vergelijking met kinderen met een Nederlandse achtergrond komt overgewicht onder bijna alle herkomstgroepen vaker voor.
Kinderen wonend in een wijk met een hoge sociaaleconomische status hebben minder vaak overgewicht dan kinderen wonend in een wijk met een gemiddeld lage sociaaleconomische status.
17
2.3 Overgewicht groep 7 Vanaf het schooljaar 2008-2009 (januari 2009) tot en met schooljaar 2011-2012 is data van kinderen uit groep 7 beschikbaar. Daarnaast is data uit het schooljaar 2015-2016 beschikbaar. In de tussenliggende schooljaren heeft het CJG niet in groep 7 gemeten, maar in groep 6. In tabel 2.18 is te zien van hoeveel kinderen uit groep 7 lengte en gewicht data beschikbaar was. In het schooljaar 2015-2016 zijn 4.165 kinderen uit groep 7 gemeten en gewogen. Op 1 januari 2016 woonden 6.304 10-jarigen in Rotterdam. Twee derde van de 10-jarigen zijn in dit schooljaar gemeten en gewogen. Tabel 2.18 Aantal kinderen uit groep 7 van wie lengte en gewicht gegevens beschikbaar is vanuit het CJG per schooljaar Jaar Aantal kinderen Aantal jongens Aantal meisjes 2008-2009* 2.190 1.087 1.103 2009-2010 7.599 3.772 3.827 2010-2011 5.138 2.619 2.519 2011-2012 4.878 2.361 2.517 2012-2013 2013-2014 2014-2015 2015-2016 4.165 2.071 2.094 * vanaf januari 2009 In figuur 2.19 is te zien dat het percentage kinderen uit groep 7 in de jaren stabiel is gebleven. In het schooljaar 2015-2016 had 26,5% van de kinderen uit groep 7 overgewicht; 20,2% had matig overgewicht en 6.3% had obesitas.
Figuur 2.19 Percentage kinderen uit groep 7 met overgewicht, schooljaren 20008-2009 tot en met 2011-2012 en 2015-2016
18
In tabel 2.20 is een schatting gemaakt van het absolute aantal kinderen uit groep 7 met overgewicht per jaar. Om deze schatting te maken is gebruik gemaakt van het aantal 10-jarigen dat woonachtig was in Rotterdam op 1 januari in het schooljaar en omdat het een schatting betreft, zijn de aantallen afgerond op 10-tallen. In het schooljaar 2015-2016 zaten er in Rotterdam ongeveer 1.670 kinderen in groep 7 met overgewicht; bij ongeveer 400 van hen is sprake van obesitas. Tabel 2.20 Percentage en geschat aantal 10/11-jarigen met overgewicht Schooljaar Percentage Geschat Percentage Geschat overgewicht aantal matig aantal overgewicht 28,5% 21,4% 2008-2009 1.760 1.320 2009-2010 27,6% 1.770 20,9% 1.330 2010-2011 27,3% 1.780 21,0% 1.370 2011-2012 27,3% 1.790 20,5% 1.340 2012-2013 2013-2014 2014-2015 2015-2016 26,5% 1.670 20,2% 1.270
Percentage obesitas
Geschat aantal
7,1%
440 430 410 450 400
6,8% 6,2% 6,9% 6,3%
Overgewicht bij jongens en bij meisjes In tegenstelling tot kinderen van 2 jaar en kinderen uit groep 2 komt bij kinderen uit groep 7 overgewicht net zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. In het schooljaar 2015-2016 had 25,7% van de jongens uit groep 7 overgewicht en 27,2% van de meisjes (zie ook figuren 2.21 en 2.22).
Figuur 2.21 Percentage jongens groep 7 met overgewicht, schooljaren 2008-2009 tot en met 20112012en 2015-2016
19
Figuur 2.22 Percentage meisjes groep 7 met overgewicht, schooljaren 2008-2009 tot en met 20112012en 2015-2016 Overgewicht in de gebieden In tabel 2.23 is voor de schooljaren 2008-2009 tot en met 2011-2012 en het schooljaar 2015-2016 het percentage kinderen uit groep 7 met overgewicht in de verschillende gebieden van Rotterdam te zien. Voor Rozenburg is data beschikbaar van de schooljaren 2011-2012 en 2015-2016. Ten opzichte van het gemiddelde in Rotterdam komt in de gebieden Feijenoord en Charlois vaker overgewicht voor en in de gebieden Hillegersberg-Schiebroek, Hoek van Holland en Prins Alexander juist minder vaak. Tabel 2.23 Percentage kinderen uit groep 7 met overgewicht in de verschillende gebieden, schooljaren 2008-2009 tot en met 2011-2012 en schooljaar 2015-2016 Gebied / Percentage overgewicht Schooljaar Aantal 102008200920102011jarigen 2009 2010 2011 2012 2016 6.304 28,5 Rotterdam 27,6 27,3 27,3 566 Hillegersberg-Schiebroek 8,9 16,5 Hoek van Holland 95 * 13 Rozenburg 126 Prins Alexander 965 20,8 20,6 Hoogvliet 356 24,5 25,6 Overschie 192 28 28,6 IJsselmonde 654 28,3 28,1 Noord 401 30,3 31,2 Stadscentrum 144 27,3 29,5 Delfshaven 784 28,7 32,8 Kralingen-Crooswijk 447 31,6 25,3 Charlois 710 27,2 35,2 Feijenoord 803 39,3 33,4 Pernis 59 * 23,1 * * te kleine aantallen om betrouwbare percentages weer te geven 20
14,6 16,7
20152016 26,5
11,1 21,1 9,1 17,1 29,7 28,4 26,9 34,9 31,9 31,7 27,8 34,4 34,9
18,4 23,7 30,9 29,4 29,6 29,9 34,7 30,9 32 32,4 *
14,5 16,0 20,3 20,6 24,9 25,9 25,9 26,2 26,7 29,4 30,2 31,6 35,2 *
Lekker Fit! scholen vs niet-Lekker Fit! scholen Op Lekker Fit! scholen was in het schooljaar 2015-2016 het percentage kinderen uit groep 7 met overgewicht hoger dan op niet-Lekker Fit! scholen, namelijk 30,5% tegenover 23,5%. Dit was ook de verwachting, omdat alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om Lekker Fit! school te worden. Het gaat hier om kinderen die gemeten zijn door het CJG. Dit percentage is vergelijkbaar met het percentage kinderen met overgewicht op Lekker Fit! scholen, zoals gemeten op door Lekker Fit! zelf (29,7% in schooljaar 2015-2016). Overgewicht en herkomst Herkomstgegevens waren niet voor alle meetjaren beschikbaar. In figuur 2.24 is het percentage kinderen in groep 7 in de schooljaren 2010-2011 en 2015-2016 met overgewicht uitgesplitst naar herkomstgroep. In vergelijking met kinderen met een Nederlandse achtergrond komt overgewicht onder alle herkomstgroepen vaker voor. In vergelijking met het schooljaar 2010-2011 is in 2015-2016 een toename zichtbaar van het percentage kinderen met een Turkse achtergrond met overgewicht. Bij de groep kinderen met een overig niet-westerse achtergrond is een afname te zien van het percentage kinderen met overgewicht.
Figuur 2.24 Percentage overgewicht bij kinderen uit groep 7 in de schooljaren 2010-2011 en 20152016, opgesplitst naar herkomstgroep Overgewicht en sociaaleconomische status In figuur 2.25 is duidelijk te zien dat kinderen wonend in een wijk met een hoge sociaaleconomische status minder vaak overgewicht hebben dan kinderen wonend in een wijk met een gemiddeld lage sociaaleconomische status.
21
Figuur 2.25 Percentage overgewicht bij kinderen uit groep 7, schooljaar 2015-2016, opgesplitst naar sociaaleconomische status Overgewicht groep 7 samengevat Het percentage kinderen uit groep 7 is in de jaren stabiel gebleven. In het schooljaar 2015-2016 had 26,5% van de kinderen uit groep 7 overgewicht. Overgewicht komt bij jongens net zo vaak voor als bij meisjes. In het schooljaar 2015-2016 komt in de gebieden Feijenoord en Charlois vaker overgewicht voor dan gemiddeld in Rotterdam. In de gebieden Hillegersberg-Schiebroek, Hoek van Holland en Prins Alexander is minder dan gemiddeld in Rotterdam sprake van overgewicht. Op Lekker Fit! scholen is het percentage kinderen met overgewicht hoger dan op niet Lekker Fit! scholen. Dit was te verwachten, omdat alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om Lekker Fit! school te worden. In vergelijking met kinderen met een Nederlandse achtergrond komt overgewicht onder alle herkomstgroepen vaker voor. Kinderen wonend in een wijk met een hoge sociaaleconomische status hebben minder vaak overgewicht dan kinderen wonend in een wijk met een gemiddeld lage sociaaleconomische status.
22
3
Overgewicht bij kinderen op Lekker Fit! scholen
Als onderdeel van Fittest wordt bij alle basisschoolleerlingen van Lekker Fit! scholen jaarlijks de lengte en het gewicht gemeten. Deze gegevens worden samen met informatie over de fitheid en de vooruitgang in motorische vaardigheden van de kinderen geregistreerd in een speciaal voor Lekker Fit! ontwikkeld computerprogramma, de Fitmeter. Onderstaande analyses zijn met behulp van deze data uitgevoerd en de resultaten geven dus alleen inzicht in het voorkomen van overgewicht bij kinderen op Lekker Fit! scholen.
3.1 Groep 1 en 2 Lekker Fit! scholen Zoals de gegevens van het CJG laten zien, komt overgewicht al vaak op jonge leeftijd voor. Daarom is in het schooljaar 2012-2013 een pilot gestart op 8 basisscholen met Lekker Fit! Kleuters. Voor de analyses van kinderen uit groep 1 en 2 was data beschikbaar van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017, omdat er een gefaseerde invoer van Lekker Fit! Kleuters is, neemt het aantal kleuters van wie meetgegevens zijn per schooljaar toe. In tabel 3.1 is per schooljaar het aantal kinderen te zien van wie gegevens beschikbaar waren. Tabel 3.1 Beschikbare data per schooljaar, opgesplitst naar geslacht Schooljaar Aantal Jongens Meisjes kinderen 2013-2014 967 512 455 2014-2015 1900 996 904 2015-2016 2640 1367 1273 2016-2017 3073 1534 1539 totaal 8580 4409 4171 Overgewicht onder Rotterdamse basisschoolleerlingen uit groep 1 en 2 In figuur 3.2 is per schooljaar voor de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017 het percentage kinderen uit groep 1 en 2 met overgewicht te zien. In het schooljaar 2016-2017 had 13,2% van de kinderen uit groep 1 en 2 matig overgewicht en 5,2% van de kinderen had obesitas. In vergelijking met voorgaande schooljaren blijft het percentage kinderen met matig of ernstig overgewicht stabiel.
Figuuur 3.2 Percentage kinderen uit groep 1 en 2 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017
23
Overgewicht bij jongens en meisjes Meisjes hebben vaker overgewicht dan jongens, namelijk 20,9% van de meisjes tegenover 16,0% van de jongens (schooljaar 2016-2017). Zowel matig overgewicht als obesitas komt vaker voor bij meisjes. Bij zowel jongens als meisjes blijft het percentage kinderen in groep 1 en 2 met overgewicht stabiel.
Figuur 3.3 Percentage jongens uit groep 1-2 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017
Figuur 3.4 Percentage meisjes uit groep 1 en 2 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017
24
3.2 Groep 3 tot en met 8 Lekker Fit! scholen Voor de analyses van kinderen uit groep 3 tot en met 8 was data beschikbaar van de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017. In tabel 3.5 is per schooljaar te zien van hoeveel kinderen gegevens beschikbaar waren. Tabel 3.5 Beschikbare data per schooljaar, opgesplitst naar boven- en onderbouw en geslacht. Schooljaar Aantal Onderbouw Bovenbouw Jongens Meisjes kinderen (groep 3-5) (groep 6-8) 2006-2007 7.901 4.450 3.451 3.911 3.990 2007-2008 8.915 4.918 3.997 4.504 4.411 2008-2009 11.335 6.171 5.164 5.680 5.655 2009-2010 13.260 7.521 5.739 6.615 6.645 2010-2011 13.559 7.645 5.914 6.788 6.771 2011-2012 12.073 7.049 5.024 5.997 6.076 2012-2013 12.102 6.279 5.823 5.984 6.118 2013-2014 12.309 6.604 5.705 6.164 6.145 2014-2015 14.690 7.827 6.863 7.431 7.259 2015-2016 13.722 7.248 6.474 6.916 6.806 2016-2017 13.059 6.823 6.236 6.634 6.425 totaal 132.925 72.535 60.390 66.624 66.301 Overgewicht onder Rotterdamse basisschoolleerlingen uit groep 3 tot en met 8 In figuur 3.6 is per schooljaar voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017 het percentage kinderen met overgewicht te zien. Het percentage kinderen met overgewicht is tot het schooljaar 2011-2012 stabiel. Het percentage kinderen met overgewicht is in het schooljaar 2012-2013 afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar van 28,7% naar 26,3%.
In de jaren daarna lijkt dit lagere percentage tot het schooljaar 2015-2016 te stabiliseren. Vanaf het schooljaar 2015-2016 lijkt het percentage kinderen met overgewicht weer toe te nemen. In de schooljaren 2015-2016 en 20162017 is het percentage kinderen met overgewicht weer vergelijkbaar met de eerste jaren van Lekker Fit! In het schooljaar 2016-2017 had een 27,2% van de kinderen overgewicht; 19,2% van de kinderen had matig overgewicht en 8,1% van de kinderen had ernstig overgewicht.
25
Figuur 3.6 Percentage kinderen uit groep 3-8 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017 Overgewicht bij jongens en meisjes Meisjes hebben vaker overgewicht dan jongens, namelijk 30,2% van de meisjes tegenover 24,4% van de jongens (schooljaar 2016-2017). Bij jongens is net als bij de totale groep het percentage overgewicht stabiel tot het schooljaar 2011-2012. In het schooljaar 2012-2013 is het percentage jongens met overgewicht significant lager dan in het schooljaar 2011-2012. Daarna is het percentage jongens met overgewicht weer stabiel. Bij meisjes is het percentage kinderen met overgewicht gelijk over de jaren.
Figuur 3.7 Percentage jongens uit groep 3-8 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017 26
Figuur 3.8 Percentage meisjes uit groep 3-8 van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017
3.2.1
Overgewicht bij kinderen uit de onderbouw
Kinderen uit de bovenbouw (groep 6-8) hebben vaker overgewicht dan kinderen uit de onderbouw (groep 3-5). In het schooljaar 2016-2017 had 24,4% van de kinderen uit de onderbouw overgewicht tegenover 30,3% van de kinderen uit de bovenbouw. In de onderbouw is tot het schooljaar 2011-2012 het totale percentage kinderen met overgewicht stabiel. In het schooljaar 2012-2013 is het percentage kinderen met overgewicht lager dan in het schooljaar 2011-2012. Daarna is het percentage weer stabiel. Het percentage overgewicht in het schooljaar 2016-2017 is echter niet statistisch significant lager dan in het schooljaar 2006-2007 (zie figuur 3.9).
Figuur 3.9 Percentage kinderen uit de onderbouw van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017 27
Bij jongens in de onderbouw is een daling van het percentage overgewicht zichtbaar: in het schooljaar 2006-2007 had een kwart van de jongetjes overgewicht (25,3%) en in het schooljaar 2016-2017 was dit 20,6%. Meisjes in de onderbouw hebben niet alleen vaker overgewicht dan jongens in de onderbouw, maar bij hen bleef het percentage overgewicht ook gelijk over de jaren (zie figuur 3.10). In het schooljaar 2015-2016 had 28,5% van de meisjes in de onderbouw overgewicht.
Figuur 3.10 Percentage jongens en meisjes in de onderbouw van Lekker Fit! scholen voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017
28
3.2.2
Overgewicht bij kinderen uit de bovenbouw
In figuur 3.11 is het percentage kinderen in de bovenbouw van Lekker Fit! scholen met overgewicht te zien voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017. Het percentage kinderen met overgewicht in de bovenbouw is gedurende de jaren stabiel.
Figuur 3.11 Percentage kinderen in de bovenbouw van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017 In figuur 3.12 is te zien dat meisjes in de bovenbouw vaker overgewicht hebben dan jongens in de bovenbouw. In het schooljaar 2016-2017 had 32% van de meisjes in de bovenbouw van Lekker Fit! scholen overgewicht en 28,6% van de jongens.
Figuur 3.12 Percentage jongens en meisjes in de bovenbouw van Lekker Fit! scholen met overgewicht voor de schooljaren 2006-2007 tot en met 2016-2017
29
4
Discussie en conclusies
De gemeente Rotterdam zet zich, samen met publieke en private partners, in voor een gezond gewicht onder de Rotterdamse jeugd door middel van het programma Rotterdam Lekker Fit! Een essentieel onderdeel van de aanpak is, naast aandacht voor gezonde voeding, het verzorgen van meer en kwalitatief goed beweegonderwijs op 94 basisscholen. Ook Lekker Fit! kinderdagverblijven en peuterspeelzalen besteden aandacht aan een actief leven en gezond voedingspatroon. Met Lekker Fit! Gebied werken partijen aan een gezonde leefstijl in de verschillende gebieden. Onderzoek in 2015 liet een daling van het percentage kinderen met overgewicht zien, zowel bij kinderen uit de gehele Rotterdamse populatie als bij leerlingen van Rotterdamse Lekker Fit! scholen 3. De bovengenoemde rapportage is gebaseerd op data tot 2015 uit het registratiesysteem van het CJG (KIDOS) en het registratiesysteem van de Lekker Fit! scholen (Fitmeter). Inmiddels is nieuwe data beschikbaar gekomen en is de vraag of deze daling doorgezet is. Daarom is met dit onderzoek de trendanalyse herhaald met aanvulling van de nieuwe data. Bij jonge Rotterdamse kinderen is een daling zichtbaar van het percentage kinderen met overgewicht. De prevalentie overgewicht onder 2-jarigen nam af van 12,9% in 2007 tot 10,2% in 2016.
De prevalentie overgewicht onder kinderen in groep 2 daalde van 19,6% in het schooljaar 2008-2009 naar 11,9% in het schooljaar 2015-2016. In het schooljaar 2015-2016 had 26,5% van de kinderen uit groep 7 overgewicht. Dit percentage is niet veranderd ten opzichte van schooljaar 2008-2009. Op Lekker Fit! scholen was in de periode 2012-2013 tot 2014-2015 een afname te zien in het percentage kinderen met overgewicht in de groepen 3 tot en met 8. Vanaf het schooljaar 2015-2016 is het percentage kinderen met overgewicht echter weer toegenomen tot het niveau van de eerste jaren van Lekker Fit!. In het schooljaar 2016-2017 had 27,2% van de kinderen uit groep 3 tot en met 8 van de Lekker Fit! scholen overgewicht. Bij jongens in de onderbouw (groep 3-5) van Lekker Fit! scholen is er wel sprake van een afname van het percentage overgewicht. In het schooljaar 20062007 had een kwart van de jongens overgewicht (25,3%). Dit percentage is gedaald naar 20,6% in schooljaar 2016-2017. In de effectevaluatie van het programma Lekker Fit! werden gunstige effecten gevonden bij leerlingen in de onderbouw (groep 3-5)4. Het huidige onderzoek bevestigt deze gunstige effecten voor een deel; alleen bij jongens in de onderbouw is sprake van een positieve trend. Wat betreft de prevalenties kinderen met overgewicht zijn er verschillen naar achtergrondkenmerken.
Zo geldt voor de gehele Rotterdamse populatie als voor kinderen op Lekker Fit! scholen dat meisjes vaker overgewicht hebben dan jongens. Groep 7 van de basisschool is hierop een uitzondering; meisjes uit deze groep hebben niet vaker overgewicht dan jongens uit groep 7. Kinderen met een migratieachtergrond hebben vaker overgewicht dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. Daarnaast komt overgewicht vaker voor bij kinderen wonend in wijken met een (zeer) lage sociaaleconomische status in vergelijking met kinderen wonend in wijken met een (zeer) hoge sociaaleconomische status. De percentages overgewicht van kinderen op Lekker Fit! scholen zijn hoger dan van kinderen die niet op Lekker Fit! scholen zitten. Dit was ook de verwachting, omdat alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om Lekker Fit! school te worden.
3 Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2015. Onderzoek en Business Intelligence, gemeente
Rotterdam; 2015. 4 W Jansen, G Borsboom, A Meima, EJ Zwanenburg, JP Mackenbach, H Raat, J Brug. Effectiveness of a primary school-
based intervention to reduce overweight. Int J Pediatr Obes 2011 Jun;6(2-2):e70-7
30
In vergelijking met landelijke cijfers is het percentage kinderen in Rotterdam met overgewicht hoger. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat in 2016 11,9% van de Nederlandse kinderen van 4- tot 12-jarigen matig of ernstig overgewicht had. Ernstig overgewicht kwam voor bij 2,6% van de kinderen in deze leeftijdsgroep. Meisjes van 4 tot 12 jaar hebben vaker overgewicht dan jongens5. Ook in Rotterdam is er bij meisjes vaker sprake van overgewicht dan bij jongens. Landelijk is er tussen 1981 en 2015 een lichte stijging te zien van het percentage kinderen en jeugdigen (4 tot 20 jaar) met overgewicht. Het voorkomen van ernstig overgewicht is in deze periode nauwelijks veranderd6. Hierbij moet echter wel de opmerking worden gemaakt dat het CBS gebruik maakt van zelf gerapporteerde gegevens over lengte en gewicht. Omdat mensen vaak de lengte overschatten en het gewicht onderschatten kan dit de prevalentie verlagen 7,8. Andere studies tonen aan dat zelf gerapporteerde metingen bij met name kinderen met overgewicht niet betrouwbaar zijn9,10. In vergelijking met de andere grote steden in Nederland komt in Rotterdam vaker overgewicht voor. Bij Amsterdamse 5- en 10-jarigen zien we een daling van het percentage overgewicht met 3% in de periode 2012-2015. In 2015 had 8,0% van de 2-jarigen, 12,8% van de 5-jarigen en 20,9% van de 10jarigen overgewicht11.
Ook in Utrecht is er sprake van een daling van het aantal kinderen met overgewicht en dan vooral bij kinderen uit groep 2. In 2012-2013 had 9% van de Utrechtse kinderen uit groep 2 overgewicht en 15% van de kinderen uit groep 7 12. In Den Haag heeft bijna 20% van de kinderen tussen de 2 en 15 jaar overgewicht. Dit percentage is gelijk gebleven in de periode 2007201513. Dat bij een deel van de Rotterdamse jeugd de prevalentie overgewicht is afgenomen, is een gunstige ontwikkeling. Gezien de selectiecriteria van Lekker Fit! Scholen kan het stabiel blijven/niet verder stijgen van het percentage overgewicht op deze scholen ook een positief resultaat genoemd worden. De prevalentie overgewicht is in Rotterdam echter nog steeds hoog, zowel absoluut als in vergelijking met landelijke cijfers en met de andere grote steden in Nederland. Het is daarom belangrijk om voortdurende beleidsaandacht te blijven besteden aan dit probleem.
5 Gezondheidsenquête CBS 2016 6 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/trends#node-trend-overgewicht-kinderen
Jansen W, van de Looij-Jansen PM, Ferreira I, de Wilde EJ, Brug J. Differences in measured and self-reported height and weight in Dutch adolescents. Ann Nutr Metab. 2006;50(4):339-46. Epub 2006 Jun 28. 8 S Gorber C, Tremblay M, Moher D, Gorber B. A comparison of direct vs. self-report measures for assessing height, weight and body mass index: a systematic review. Obes Rev. 2007;8(4):307-26. 9 Shannon B, Smiciklas-Wright H, Wang MQ. Inaccuracies in self-reported weights and heights of a sample of sixth-grade children. J Am Diet Assoc. 1991;91:675–678. 10 Lee K, Valeria B, Kochman C, Lenders CM. Self-assessment of height, weight, and sexual maturation: validity in overweight children and adolescents. J Adolesc Health. 2006;39:346–352. 7
11
Staat van gezond gewicht en leefstijl van Amsterdamse kinderen. Outcome monitor Amsterdamse aanpak gezond gewicht
2017. Ilona Steenkamer, Sanne Franssen, Hilde Stegeman, Gusta Wachter. GGD Amsterdam. Amsterdam, februari 2017. 12 Factsheet Overgewicht bij Utrechtse jeugd in het basisonderwijs. Gemeente Utrecht. Januari 2014. 13
Factsheet Investeren in een gezonde leefstijl voor ieder kind in Den Haag. GGD Haaglanden. Den Haag, 2017.
31
Bijlage 1 Definities
Herkomst Iemand heeft een migratieachtergrond als minstens één ouder in het buitenland is geboren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen mensen met een westerse en een niet-westerse achtergrond. Tot de westerse herkomstlanden worden gerekend alle landen in Europa (maar zonder Turkije), NoordAmerika, Oceanië, Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig Nederlands-Indië). De nietwesterse herkomstlanden zijn Turkije en alle landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (m.u.v. Japan en Indonesië). De reden om dit onderscheid aan te brengen, is de verschillende sociaaleconomische en culturele positie van westerse en niet-westerse allochtonen. Als een groep in sociaaleconomisch of cultureel opzicht sterk op de Nederlandse bevolking lijkt, wordt deze groep tot de westerse allochtonen gerekend. De personen met Indonesië als herkomstland vormen een bijzondere groep. Ze worden gerekend tot de westerse allochtonen. Veel van de personen uit Indonesië of voormalig Nederlands-Indië zijn van Nederlandse afkomst. Bij de niet-westerse migratieachtergrond wordt onderscheid gemaakt naar de volgende herkomstlanden: Turkije, Marokko, Suriname, de Nederlandse Antillen / Aruba.
KIDOS Kidos is het elektronisch kinddossier van het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond (CJG) waarin gegevens worden vastgelegd van de preventieve gezondheidsonderzoeken (PGO) die worden uitgevoerd bij alle 2-jarigen en alle leerlingen van groep 2 en groep 714 van de basisschool. Lekker Fit! school Als een basisschool Lekker Fit! is, dan wordt er op die school extra aandacht besteed aan een gezonde en actieve leefstijl van alle leerlingen. Dit wordt gerealiseerd doordat alle groepen een 3 e (extra) beweegmoment onder schooltijd in de week aangeboden krijgen. Daarnaast kunnen alle leerlingen van groep 3 t/m 8 na schooltijd vrijblijvend deelnemen aan extra beweegaanbod. Voor de groepen 1 en 2 is er een speciaal Lekker Fit! kleuterprogramma opgesteld waar spelenderwijs ‘bewegen’ en ‘groente en fruit’ blijvend aan bod komen. Naast een extra beweegaanbod wordt op een Lekker Fit! basisschool water drinken gestimuleerd, eten alle leerlingen alleen groente en fruit tijdens de ochtendpauze en wordt er Lekker Fit! getrakteerd. Alleen scholen in buurten met een hoge prevalentie overgewicht zijn geselecteerd om LF! school te worden. Overgewicht Het gewicht van iemand (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van zijn lengte (in meters) geeft de body mass index in kg/m 2. Voor het meten van overgewicht bij kinderen gelden leeftijdsspecifiieke grenswaarden van de BMI.
Deze grenswaarden zijn lager dan bij volwassenen en zijn behalve leeftijdsspecifiek ook apart voor jongens en voor meisjes vastgesteld 15. Overgewicht kan worden uitgesplitst in matig overgewicht en obesitas / ernstig overgewicht. Wanneer in dit rapport over overgewicht wordt gesproken, wordt dus de samenvoeging van matig overgewicht en obesitas / ernstig overgewicht bedoeld.
14
In de schooljaren 2012-2013 tot en met 2014-2015 werd door het CJG in plaats van in groep 7 in groep 6 data verzameld.
15 Cole, T.J., M.C. Bellizzi, K.M. Flegal, and W.H. Dietz, Establishing a standard definition for child overweight and obesity
worldwide: international survey. Bmj, 2000. 320(7244):p. 1240-3.
32
Sociaaleconomische status De sociaaleconomische status (SES) van de jeugd is in deze rapportage bepaald met behulp van de statusscore van het Sociaal Cultureel Planbureau (2014). Statusscores zijn scores die het SCP berekent en die aangeven hoe de sociale status van een wijk is, in vergelijking met andere wijken in Nederland. Met de sociale status bedoelen we hier niet het aanzien of de populariteit van een wijk. De sociale status van een wijk is afgeleid van een aantal kenmerken van de mensen die er wonen: hun opleiding, inkomen en positie op de arbeidsmarkt. De statusscores bestaan uit vier gegevens: het gemiddelde inkomen in een wijk, het percentage mensen met een laag inkomen, het percentage laag opgeleiden en het percentage mensen dat niet werkt. Voor deze analyse zijn de Rotterdamse wijken op basis van deze statusscore ingedeeld in 5 groepen van zeer lage tot zeer hoge ses. Statistisch significant Met behulp van statistische toetsen is de kans berekend in hoeverre een gevonden verschil op toeval berust. Als de kans dat het gevonden resultaat/verschil op toeval berust kleiner is dan 5%, dan is het een werkelijk verschil (significant verschil).
33