[24bb000949] Bijlage 5 behorende bij 24bb000950 over Toelichting verwerking aanbevelingen Rekenkamerrapport in Woonvisie
Tekst van het document
Bijlage 5: Toelichting verwerking aanbevelingen Rekenkamerrapport Aanbeveling Rekenkamerrapport
Plan van aanpak/ Verwerking in woonvisie
1a. Ga niet uit van overmaat in het goedkope of Deze aanbeveling is overgenomen in de sociale segment Woonvisie. Op basis van de laatste regionale behoefteraming en de in woonakkoord bepaalde definities van sociaal, is geen overmaat in de sociale voorraad meer geconstateerd. Ambitie in de Woonvisie is om de omvang van de sociale voorraad stabiel te houden. 1b. Het inschatten van de omvang en Wat betreft het inzicht in de particuliere toekomstige ontwikkeling van de voorraad zijn er stappen ondernomen om beter inzicht te krijgen in de omvang en ontwikkeling. goedkope particuliere voorraad is problematisch (zie conclusie 2). Gebruik Bij deze resultaten benoemen we de daarom als indicator voor de spanning in onzekerheden. Het als indicator alleen uitgaan van sociale het goedkope segment de zelfstandige sociale corporatievoorraad vergeleken met voorraad van de corporaties is niet het aantal lage-inkomenshuishoudens in de overgenomen in de woonvisie. Volgens afspraak gemeente. Houdt daarbij rekening met uit het Woonakkoord is uitgegaan van landelijke studenten definities, waarbij particulier sociale huur onder bepaalde voorwaarden - meetelt. We houden in de ramingen ook rekening met studenten; zie uitleg in hoofdstuk context (feiten en cijfers). Er is inmiddels een Leidraad stedelijke 1c. Wanneer sloop eventueel een onderdeel blijft van het nieuwe gemeentebeleid ....
Het vernieuwing opgesteld, die als hulpmiddel in projecten gebruikt kan worden in het maken van is dan zaak dat de gemeente een afwegingskader voor sloop ontwikkelt een zorgvuldige en transparante afweging. Dit is ook benoemd in de woonvisie. zodat de raad kaders stelt en kan controleren of eventuele sloopplannen aan die kaders voldoen. 1d. Presenteer in de nieuwe woonvisie een We sluiten in de Woonvisie zoveel mogelijk aan goede onderbouwing voor de te op (toekomstige) landelijke definities. En sluiten onderscheiden inkomensgroepen en dan ook aan bij de onderbouwingen van bijbehorende woningprijssegmenten. Ga inkomensgroepen en prijssegmenten die de daartoe na welke huren en koopprijzen Rijksoverheid bepaalt. maximaal financierbaar zijn voor de lageen middeninkomensgroepen (met aparte prijsgrenzen voor eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens) We hebben deze aanbeveling overgenomen in 1e. Leg in de nieuwe woonvisie vast dat als marktpartijen sociale woningen bouwen, de Woonvisie, daarin staat benoemd bij pijler 1 over meer en betaalbare woningen: Met deze passen bij de behoeften van de marktpartijen die sociale huurwoningen sociale doelgroep bouwen, maken we afspraken over25 jaar instandhouding, conform landelijke definitie sociaal en toewijzing aan doelgroepen. Bovendien geven we de voorkeur aan de bouw van sociale woningen door corporaties.
1f.
Neem in de woonvisie SMART geformuleerde doelstellingen op over nieuwbouw en de langjarige bescherming van het prijssegment daarvan. Overweeg de prijssegmentering via de bestemmingsplannen te regelen, zodat voor alle burgers en bouwers openbaar en inzichtelijk is wat het beleid van de gemeente is
ig. Zorg ervoor dat de woonvisie zich ten aanzien van de bestaande particuliere voorraad concentreert op hetgeen de gemeente in deze sector werkelijk kan sturen: namelijk op het inzetten van subsidies, de Wet voorkeursrecht gemeente en opkoopbescherming 1h. Zorg dat de woonvisie tenminste tweejaarlijks wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Bij de evaluatie wordt beoordeeld of de uitgangspunten, probleemanalyse en doelstellingen nog actueel zijn.
In de woonvisie zijn concrete doelstellingen geformuleerd voor nieuwbouw. Ook zijn maatregelen benoemd voor langjarige bescherming; zoals 25 jaar borging bij sociale huur, 15 jaar borging bij middenhuur en een vervreemdingsverbod voor middenkoop. We geven voorkeur aan privaatrechtelijke afspraken en leggen prijssegmenten daarom niet standaard vast in bestemmingsplannen. Wel breiden we de doelgroepenverordening uit met sociaal segment, zodat het (als terugvaloptie) mogelijk is om specifieke woningcategorieën in bestemmingsplannen vast te leggen. We gebruikten al diverse sturingsmogelijkheden ten aanzien van de bestaande voorraad; zoals subsidies, inzet WVG en opkoopbescherming. We gaan inmiddels zelfs verder. Met behulp van mogelijkheden uit wet goed verhuurderschap en wet betaalbare huur zetten we in op regulering en handhandhaving op huurprijzen.
Tweejaarlijks evaluatie vindt ons college te vaak. In de woonvisie doen we het voorstel om de woonvisie tweejaarlijks over voortgang te rapporteren en 1 keer per 4 jaar te evaluatie. 'In het voorjaar van 2024 ontwikkelen we een voorstel voor monitoring en de opzet van de voortgangsrapportage. De eerste voortgangsrapportage wordt in het najaar2025 aan de gemeenteraad aangeboden'. 2a. Investeer in een actieve burgerparticipatie Zie voor het doorlopen participatietraject met diverse belanghebbenden het van huurders, eigenaarbewoners en woningzoekenden in het woonbeleid. Leg participatieverslag in bijlage bij de Woonvisie. Voornemen is om in continue dialoog te blijven het recht op participatie vast in gemeentebeleid met partners uit de stad (zie ook hoofdstuk 10 over samenwerken en participatie). We geven op verschillende vlakken vorm aan participatie. Het is een belangrijk onderdeel van de nieuwe omgevingswet. We vinden het belangrijk bij bouwplannen vooraf duidelijk aan te geven, waar de ruimte voor participatie zit. 2b. Daarbij is participatie bij Dit hebben we verwerkt in de woonvisie bij herstructureringsprocessen een belangrijk pijler 2 over toekomstbestendige en vitale onderwerp.
Zorg dat de tijdige informering wijken: over, en participatie van bewoners bij het De onderliggende principes hierbij zijn dat we gehele herstructureringsproces geborgd is, vroegtijdig en structureel in contact treden met niet alleen wat betreft hun herhuisvesting. bewoners, dat we transparant zijn over ons Wees vanaf nu proactief in het horen van handelen en de gemaakte keuzes, dat we bewoners en hun ervaring serieus meewegen, bewoners (huurders en eigenaren) van dat we nadrukkelijk ook oog houden voor de potentiële herstructureringslocaties, door hen vroegtijdig en uitgebreid te betrekken lange termijn en toekomstige generaties.
3a. Maak als college aan de raad inzichtelijk hoe hard de gepresenteerde cijfers zijn: welke marges er gelden en welke methodologische problemen in de dataverzameling leiden tot mogelijke overen onderschatting of blinde vlekken 3b. Maak in het geval van definitiewijzigingen inzichtelijk waarom de nieuwe definitie nodig is en wat de monitoringscijfers zijn volgens de nieuwe én de eerdere definitie(s)
Deze aanbeveling is opgevolgd in hoofdstukken 2. Context en 11 Verantwoording. Waar bekend zijn onzekerheden en bandbreedtes in de woonvisie benoemd.
3c. Verbreed en verbeter de monitoring van de beschikbaarheid van de verschillende prijssegmenten. Monitor daarom een breed palet aan indicatoren van beschikbaarheid (oftewel schaarste) van de verschillende prijssegmenten koop en huur. Het gaat dan in ieder geval om slaagkansen en gemiddelde wachttijden in de corporatiesector. Ook het aantal dagen dat woningen in de verschillende prijssegmenten gemiddeld te koop staan of geadverteerd worden voor verhuur, verdient monitoring. 3d. Heb in bredere zin meer oor voor woningzoekenden, juist ook om naast de per definitie beperkte cijfers rechtstreeks geïnformeerd te worden over de vraagkant van de woningmarkt. Ga als afdeling wonen bij welzijnspartijen, wijkteams, Jongerenloket, Centraal Onthaal en de huurdersondersteuning na hoe de inwoners de woningdruk ervaren. Wat weten deze welzijnspartijen en gemeenteonderdelen over de mate waarin Rotterdammers noodgedwongen inwonen bij anderen? Wat weten zij over de mate van thuis- of dakloosheid? Wat is volgens hen de trend hierin? Via enquête-onderzoek kan de gemeente ook haar inwoners vragen naar hun eigen ervaringen met de krapte op de woningmarkt en de problemen die zij hier eventueel door hebben ondervonden. Hetzelfde kan zij doen bij makelaars. 3e. Het verdient aanbeveling dergelijk breed schaarsteonderzoek ook in regionaal verband op te pakken.
De aandacht voor monitoring is in de woonvisie nadrukkelijk benoemd in hoofdstuk 11. De opzet voor een voortgangsrapportage, en keuze voor te meten indicatoren, wordt in 2024 uitgewerkt en aan uw raad voorgelegd. Eerste rapportage vindt plaats in 2025.
Dit heeft blijvend onze aandacht. In de nieuwe woonvisie hebben met betrekking tot definitiewijziging enkele aanpassing plaatsgevonden, zoals het vooral samenvoegen van segmenten hoger en topsegment. En de overstap naar landelijke definities rond betaalbare segmenten (en bijbehorende doelgroepen)
We hebben op verschillende manieren (enquête, dialoog tafels, stakeholdergesprekken) met Rotterdammers, vragers en belangenpartijen gesproken. Zie hiervoor het participatieverslag bij de Woonvisie.
We zullen het gebleken nut van de wijze, waarop participatie rond de Rotterdamse woonvisie heeft plaatsgevonden, inbrengen bij actualisatie of opstellen van nieuw, regionaal
beleid. Te denken valt aan de regionale woonzorgvisie 3f.
Dit nemen wij mee in uitwerking van de Stel logische ijkpunten op als signaalwaarden voor actie. Daarvoor is in voortgangsrapportage. Zie aanbeveling 3C. ieder geval nodig dat de ijkpunten betrekking hebben op de aansluiting tussen vraag en aanbod (oftewel schaarste), en niet slechts op het aanbod 3g. Rapporteer over al deze gegevens en de In de tweejaarlijkse voortgangsrapportage (zie beperkingen daarvan in de jaarlijkse aanbeveling 3C) wordt een selectie van woonvisie voortgangsrapportages. Geef als indicatoren presenteren, zodat uw raad op college ook aan welke cijfers (dat jaar) niet hoofdlijnen kan sturen. In de rapportage worden zo nodig links opgenomen naar zijn verzameld. aanvullende (achtergrond)informatie. Indien gegevens niet beschikbaar of verzameld zijn, zal daarvan in de rapportage melding worden gemaakt.