CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb000947] Bijlage 3 behorende bij 24bb000950 over Schaarste Rotterdamse woningmarkt Onderzoek OBI, 2023

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 februari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen18.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22.534

30.453

37.738

41.084

43.366

48.026

50.791

Onbekend

Onbekend

28 Actief woningzoekenden zijn personen die in het desbetreffende jaar minimaal 1 keer op een woning gereageerd hebben.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

27

Gezin zonder kinderen

4.667

4.963

6.185

6.771

6.373

6.454

6.931

Gezin met kinderen

4.869

4.538

5.366

5.861

6.554

6.537

7.350

Meerpersoonshuishouden

3.640

1.965

2.346

2.180

2.321

2.344

2.467

2.737

2.267

2.059

2.186

Onbekend

Geen voorrang

43.200

52.884

63.803

67.592

71.681

77.355

81.968

1.988

2.521

3.285

3.400

3.671

4.561

3.241

Herhuisvestingskandidaat

324

539

903

937

583

452

328

Niet woonachtig in R'dam

15.049

20.716

26.661

28.679

30.104

33.364

35.772

Woonachtig in R'dam

30.463

35.228

41.330

43.250

45.831

49.004

49.765

Totaal actief woningz.

45.512

55.944

67.991

71.929

75.935

82.368

85.537

Urgent

Het aanbod, in de vorm van aangeboden woningen door corporaties, neemt in de periode 2016-2020 elkjaar af, om daarna te fluctueren (tabel 3.2). Waar in 2016 nog 9.193 woningen werden aangeboden nam dat in de jaren erna steeds verder af tot 5.999 in 2020. In 2021 is er een toename met 784 woningen tot 6.783 en daarna neemt dit aantal in 2022 weer iets af (-111)

woningen: nog altijd is dat aantal in 2022 27% minder dan in 2016. De afname doet zich binnen de verschillende bemiddelingsmodellen het sterkst voor bij het inschrijfduur-model waarbij woningen op basis van inschrijfduur geadverteerd worden (bijna een halvering van het aantal aangeboden woningen).

Tabel 3.2 Aantal aangeboden huurwoningen naar bemiddelingsmodel 2016-2022 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Inschrijfduur

5.172

4.422

3.601

2.336

2.248

2.653

2.712

Direct kans

606

484

526

369

554

572

572

1.080

976

938

924

683

1.053

996

15

136

65

232

390

333

342

2.318

1.833

1.778

2.187

2.124

2.172

2.050

7.851

6.908

6.048

5.999

6.783

6.672

Loting Wens & Wacht Directe bemiddeling Vrije selectie

Totaal aangeboden

2

9.193

Het uiteindelijk aantal aangeboden woningen dat ook daadwerkelijk verhuurd is staat weergegeven in tabel 3.3. De trend is, net als bij het aantal aangeboden woningen, dat er een afname is van

28

het aantal woningen met een opleving van het aantal verhuringen na 2020.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

'*JĨ!

Tabel 3.3 Aantal verhuurde woningen naar prijssegment, type woning en aantal kamers 2017-202229 2017

2018

2019

2020

2021

2022

589

589

598

448

433

330

tot aftoppingsgrens 1-2phh

4.023

3.838

3.426

3.052

3.541

3.615

tot aftoppingsgrens 3+phh

913

927

775

791

835

872

1.300

1.265

1.276

1.223

1.510

1.770

tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens

tot huurprijsgrens onbekend

3

Eengezins

591

615

660

546

538

696

Flat met lift

2.660

2.708

2.387

2.252

2.712

2.980

Flat zonder lift

2.469

2.333

2.108

1.932

2.234

2.009

Benedenwoning

385

385

363

325

335

396

Bovenwoning/maisonnette

657

529

498

413

428

452

Kamer/studio

63

49

62

46

63

54

Onbekend

9

1-2 kamers

2.316

2.182

2.016

1.779

1.962

2.038

3 kamers

3.148

3.038

2.777

2.574

3.051

3.167

4 kamers

1.148

1.197

1.114

982

1.099

1.172

5+ kamers

213

202

171

179

207

398

6.825

6.619

6.078

5.514

6.319

6.587

Totaal verhuurd

29 Cijfers voor 2016 zijn in tegenstelling tot andere tabellen in deze deelparagraaf niet beschikbaar.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

29

3.3.3 Wachttijd als indicator van schaarste De tweede schaarste-indicator die we voor dit segment gebruiken zijn wachttijden. We vatten wachttijden op als een teken van schaarste: er staan meerdere woningzoekenden in de rij voor een woning. Door te kijken naar de inschrijfduur van geslaagde reguliere woningzoekenden krijgen we een beeld van de wachtrij. We gebruiken hier de mediane inschrijfduur: de middelste waarneming van de verdeling als de inschrijfduur van alle geslaagden van laag naar hoog wordt gerangschikt. Door de mediaan te gebruiken hebben extreme waarden minder invloed dan bij het (rekenkundig) gemiddelde op de resultaten.

geslaagd zijn en een woning hebben verkregen niet op basis van urgentie of herhuisvesting, is sinds 2016 afgenomen van 28 maanden naar 26 maanden in 2022 (tabel 3.4).30 Na een sterke daling van de inschrijfduur tussen 2016-2017 is deze stabiel gebleven om na 2020 duidelijk toe te nemen. Deze initiële daling hangt samen met de manier waarop de woningen worden aangeboden. Dit gebeurt verhoudingsgewijs steeds minder op basis van inschrijfduur en steeds vaker op basis van directe bemiddeling. Bij de woningtypen zien we dat de mediane inschrijfduur, na een initiële daling, weer aan het stijgen is. Bij de eengezinswoningen en de woningen met 3 en meer kamers ligt de mediane inschrijfduur duidelijk hoger dan bij meergezinswoningen en woningen met 1 of 2 kamers.

De mediane inschrijfduur voor reguliere woningzoekenden, d.w.z. woningenzoekenden die Tabel 3.4 Mediane inschrijfduur van geslaagde regulier woningzoekenden in de gemeente Rotterdam naar bemiddelingsmodel en woningkenmerken 2016-2022 (in maanden)

bemiddelingsmodel

huurgrenzen

type woning

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Inschrijfduur

45

42

39

40

35

44

50

Direct kans

7

5

6

6

10

11

16

Loting

10

7

8

12

14

17

19

Wens & Wacht

4

7

10

15

16

17

29

Directe bemiddeling

6

5

4

9

6

9

11

tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens

10

6

8

8

10

11

18

tot aftoppingsgrens 1-2phh

31

15

15

13

14

17

20

tot aftoppingsgrens 3+phh

31

25

19

17

21

24

31

tot huurprijsgrens

26

18

22

23

21

30

39

Eengezins

47

38

29

28

28

38

54

Flat met lift

15

11

12

12

14

17

19

Flat zonder lift

39

28

21

17

16

22

31

Benedenwoning

29

18

17

21

20

28

35

30 Het aantal reguliere woningzoekenden dat slaagt is tussen 2016-2021 afgenomen van 4.941 naar 3.859. In 2016 was van alle geslaagden 68% een reguliere woningzoekende, in 2021 was dit gedaald naar 6^, een teken dat een steeds groter aandeel van de geslaagden op basis van urgentie (of herhuisvesting) een woning krijgt.

30

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Bovenwoning/maisonnette

28

15

16

18

14

25

30

Kamer/studio

2

3

3

5

1

1

11

14

Onbekend

aantal kamers

1-2 kamers

14

8

10

10

12

13

15

3 kamers

35

23

21

18

19

25

31

4 kamers

36

35

27

27

24

35

42

5+ kamers

57

23

21

28

28

32

52

28

16

16

15

16

21

26

Totaal mediane inschrijfduur

De mediane inschrijfduur naar kenmerken van het huishouden zijn terug te vinden in tabel 3.5. De meeste groepen laten een vergelijkbare ontwikkeling zien als de totale groep. In het meest recente jaar ligt de mediane inschrijfduur vooral hoog voor huishoudens in de gezinsfase (personen tussen 23-44 jaar, meer dan 2 personen, gezinnen met kinderen) en de inkomensgroepen boven de grens van het passend toewijzen (secundaire- en niet-EC doelgroep). Tot slot is het opvallend dat de geslaagden (zonder voorrangsstatus op basis van urgentie of als herhuisvester) die al in Rotterdam woonden een langere inschrijfduur kennen dan de groep die van buiten Rotterdam komt. De verschillen zijn opvallend groot bij de leeftijdsgroep tot en met 44

jaar oud en huishoudens met minimaal 3 personen. Dit verschil komt onder meer omdat zoekers van buiten Rotterdam vaker jongeren zijn die per definitie een kortere inschrijfduur hebben omdat je pas vanaf 18 jaar kunt inschrijven. De Rotterdammers die slagen in Rotterdam doen dit vergeleken met geslaagden van buiten de stad vaker op basis van hun inschrijfduur terwijl zij relatief minder vaak slagen op basis van loting en direct kans. Daarnaast betreft het relatief vaak doorstromers. Zoals hiervoor al is aangegeven is het denkbaar dat de vraag van deze Rotterdammers minder een spoedkarakter heeft en zij bereid zijn langer te wachten voor een geschikte woning dan huishoudens van buiten Rotterdam.

Tabel 3.5 Mediane inschrijfduur van geslaagde regulier woningzoekenden in de gemeente Rotterdam naar kenmerken van het huishouden 2016-2022 (in maanden) 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Doorstromer

27

15

14

15

16

21

31

Starter

28

16

17

16

16

21

23

Primaire doelgroep

29

15

14

13

14

17

21

Secundaire doelgroep

23

16

20

22

21

28

38

Niet-EC-doelgroep

27

18

19

23

23

30

27

1 persoon

23

12

14

13

14

18

21

2 personen

31

19

19

18

22

24

31

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

31

3 personen

33

24

21

21

20

30

37

4 personen

40

45

26

27

23

34

38

5 of meer personen

64

46

35

25

18

30

50

Tot en met 22 jaar

9

12

10

12

11

13

20

23 t/m 34 jaar

38

29

24

22

22

31

36

35 t/m 44 jaar

37

40

25

19

18

32

43

45 t/m 54 jaar

28

13

18

16

15

21

32

55 t/m 64 jaar

13

8

9

11

14

15

16

65 t/m 74 jaar

12

9

12

15

14

16

16

75 jaar en ouder

7

7

9

11

13

15

19

Eenoudergezin

36

30

23

21

23

29

35

Eenpersoonshuishouden

23

12

13

14

14

18

21

Gezin zonder kinderen

24

15

18

18

21

23

31

Gezin met kinderen

38

28

23

23

20

31

40

Meerpersoonshuishouden

41

47

22

22

22

39

35

Niet woonachtig in R'dam

20

12

14

13

14

15

19

Woonachtig in R'dam

31

18

17

17

17

23

29

Totaal mediane inschrijfduur

28

16

16

15

16

21

26

3.3.4 Slaagkans als indicator van schaarste De derde schaarste-indicator die we voor dit segment gebruiken is de slaagkans. Door het aantal verhuringen te relateren aan het aantal actief woningzoekenden wordt de slaagkans

berekend.31 De tabellen in paragraaf 3.2.2 lieten zien dat het aantal actief woningzoekenden (de vraag) sterk is toegenomen en het aantal verhuurde woningen (m.u.v. 2021 en 2022)(het aanbod) is afgenomen. Dat leidt ertoe dat de slaagkans tussen 2016-2020 heel sterk afneemt om daarna dankzij een relatief grote toename van

31definitie van slaagkans in de monitor woonruimtebemiddeling 2022 is als volgt: In 2022 is voor Rotterdam per halfjaar de slaagkans van verschillende groepen woningzoekenden berekend. Het gemiddelde van deze halfjaarslaagkansen is gebruikt om de slaagkans voor heel 2022 te berekenen. Meer precies: het aantal woningzoekenden (per subgroep) dat in 2022 een woning heeft verkregen via de media of directe bemiddeling, gedeeld door het aantal actief woningzoekenden (per subgroep) dat op die woningen heeft gereageerd plus het aantal geslaagde direct bemiddelden die niet ook al hebben gereageerd, uitgedrukt als een percentage. In tegenstelling tot de inschrijfduur worden hier huishoudens die met voorrang zijn geslaagd wel meegenomen.

32

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

het aantal verhuringen toe te nemen tot iets boven het niveau van 2020 (tabel 3.6). De jongste leeftijdsgroepen en huishoudens zonder urgentie hebben de laagste slaagkans. Bij de slaagkans zien we dat de groep die al in Rotterdam woonachtig was een grotere slaagkans heeft dan

huishoudens van buiten Rotterdam, maar dat bij beiden groepen diezelfde slaagkans sinds 2016 sterk gedaald is, vooral als gevolg van een sterke toename van het aantal actief woningzoekenden.

Tabel 3.6 Slaagkans in de gemeente Rotterdam 2016-2022 (in 0 Á) 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

doorstromer

10,1/

8,4/

7,0/

6,4/

5,3/

5,5/

5,2/

starter

12,9/

8,9/

6,5/

5,0/

4,4/

4,7/

4,6/

Primaire doelgroep

12,2/

8,5/

6,8/

5,9/

5,2/

5,1/

5,4/

Secundaire doelgroep

13,3/

10,6/

7,6/

5,7/

4,4/

5,2/

6,1/

Niet-EC-doelgroep

4,1/

5,5/

3,7/

3,4/

2,6/

4,3/

0,8/

1 persoon

13,7/

9,8/

7,6/

6,1/

5,3/

5,6/

5,3/

2 personen

9,3/

7,5/

6,0/

5,2/

4,7/

4,3/

4,6/

3 personen

8,8/

7,1/

5,6/

5,0/

3,8/

4,0/

4,7/

4 personen

7,4/

5,9/

4,9/

4,3/

3,7/

4,2/

4,6/

5 of meer personen

7,1/

6,1/

5,0/

4,6/

3,5/

4,6/

4,7/

Tot en met 22 jaar

6,7/

6,4/

4,9/

4,3/

3,7/

3,7/

2,9/

23 t/m 34 jaar

10,0/

7,0/

5,0/

4,0/

3,4/

3,6/

3,7/

35 t/m 44 jaar

9,9/

7,4/

5,7/

4,6/

4,0/

4,4/

4,1/

45 t/m 54 jaar

12,5/

10,0/

7,5/

6,6/

5,2/

5,0/

4,8/

55 t/m 64 jaar

20,0/

15,9/

14,2/

12,3/

10,1/

11,6/

11,8/

65 t/m 74 jaar

onbekend

19,5/

18,2/

15,9/

16,0/

16,5/

17,1/

75 jaar en ouder

37,8/

26,5/

24,9/

23,3/

21,1/

20,1/

21,5/

Eenoudergezin

8,9/

6,9/

5,7/

4,9/

4,3/

4,1/

4,3/

Eenpersoonshuishouden

14,7/

9,6/

7,5/

6,2/

5,1/

5,6/

5,2/

Gezin zonder kinderen

10,0/

9,2/

7,1/

5,8/

5,6/

5,1/

5,8/

Gezin met kinderen

7,4/

7,2/

5,4/

4,7/

4,1/

5,2/

5,3/

Meerpersoonshuishouden

3,7/

7,9/

3,5/

4,0/

2,8/

2,8/

3,6/

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

33

Niet woonachtig in R'dam

9,70

5,80

4,20

3,40

2,90

3,30

3,10

Woonachtig in R'dam

12,50

10,30

8,40

7,20

6,10

6,30

6,40

Geen voorrang

8,50

6,50

4,90

3,70

3,10

3,40

3,60

Urgent

46,7%

36,3%

30,0%

27,30

24,80

25,60

31,00

Herhuisvestingskandidaat

56,9%

46,30

31,80

38,40

42,10

34,80

38,70Zo

Totaal slaagkans

Ĵ.1,6%

S.7%

6,Sy0

S.7%

4,9y0

S.1%

S.1%

3.3.5 Tussentijdse conclusie Over de sociale huurwoningen van cororaties hebben we binnen het huursegment het meest nauwkeurige beeld. Het beeld is er een van een sector die steeds meer actief woningzoekenden dient te accomoderen bij een aanbod dat niet (mee) groeit (vanwege een licht afnemende voorraad en een beperkte doorstroming). Er zijn actief woningzoekenden vanuit Rotterdam die relatief vaak doorstromen met een woningvraag die voor een deel kwalitatief van aard is. De kwalitatieve wensen spitsen zich toe op specifieke woning(typ)en of gebieden. Men reageert vaak of begint al vroegtijdig, omdat het aanbod beperkt is. Tegelijkertijd neemt de vraag toe door uitstroom uit (zorg)voorzieningen en was er een groot aantal statushoudens te huisvesten. Deze mensen moeten in de corporatievoorraad worden gehuisvest. De aantrekkende woningmarkt leidde voor woningzoekenden met een smalle beurs tot afnemende toegankelijkheid van de koopsector (door prijsstijgingen) en particuliere huurvoorraad (door onredelijk hoge huren of specifieke inkomenseisen). Voor een plek op de woningmarkt is deze groep is steeds vaker aangewezen op een corporatiewoning.

De combinatie van deze bewegingen leidt tot toegenomen en aanhoudend grote druk op de vrijkomende woningen in de corporatiesector.

3.4

Schaarste indicatoren in de particuliere huursector

3.4.1 Inleiding Bij een groot deel van de particuliere huursector, namelijk het niet-gereguleerde deel -het deel boven de liberalisatiegrens-, zijn geen regels omtrent huurprijzen en stijgingen hiervan en daarom uit schaarste hier zich (net als in de koopsector) in stijgende huurprijzen. In het vervolg kijken we naar de prijsstijgingen op basis van onderzoek van Realstats (2023) naar (nieuwe) verhuringen op de particuliere huurmarkt in Rotterdam tussen 2017 en 2022. Zij hebben een grootschalige database met huurtransacties (via huurportaal pararius.nl) aangevuld met gegevens uit enquêteonderzoek onder huurders van een particuliere huurwoning in Rotterdam. Het betreft in het onderzoek van Realstats verhuringen zowel onder als boven de liberalisatiegrens.32

32 Dit onderzoek richtte zich op zelfstandige huurwoningen. Verder heeft het onderzoek zich niet gericht op specifieke groepen zoals arbeidsmigranten die vaak huisvesting via de werkgever aangeboden krijgen via een werk-woon-contract.

34

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

3.4.2 Vraagprijs-ontwikkeling Tussen 2017-2022 is de mediane kale huurprijs van nieuwe verhuringen in Rotterdam gestegen van rond de 0925 naar 01050, een toename van bijna 147 (figuur 3.7). De stijging van de huurprijs doet zich daarbij voor onder alle woninggroottes,

waarbij de kleinste woningen de hoogste m2 prijs kennen en de sterkste stijging.33 Sinds 2020 lijkt de huurprijs gestabiliseerd te zijn.

Figuur 3.7 Ontwikkeling mediane kale huurprijs bij nieuwe verhuringen in Rotterdam 2017-2022

Ontwikkeling over tijd van de kale huurprijs 1150

1000

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Peiljaar

Van alle transacties is tussen 2017-2022 door Realstats nagegaan in welk prijssegment de aangeboden woningen vallen en daaruit blijkt dat bijna de helft tot het dure prijssegment behoort (vanaf 01.075), een kwart behoort tot de hoge middenhuur (0900-01075), een zesde behoort tot de lage middenhuur (0763,48-0900) en tot slot

behoort een zesde tot de sociale huur (prijs tot en met 0763,47)(liberalisatiegrens in 2022)(figuur 3.8).34 Zo bezien zijn deze verhuurde woningen van particuliere verhuurders maar beperkt geschikt voor de doelgroep van sociale corporatiewoningen die in paragraaf 3.3 is besproken.

Figuur 3.8 Huurwoningen van particuliere verhuurders verhuurd 2017-2022 naar prijssegment (in X)35

15

07

16

2070 tot liberalisatiegrens

24

4070

45

6070

807

10070

0763,47) b middenhuur laag (0763,48-0900)

b middenhuur hoog (0900-01075)

dure huur (vanaf 01075)

33 Dit betreft vooral verhuringen die via Pararius zijn aangeboden en vormen daarmee maar een van de totale particuliere huurmarkt. Woningen die via andere kanalen worden aangeboden (vaak van particulieren met een klein aantal woningen) vallen hier waarschijnlijk relatief vaak buiten. 34 De gebruikte prijsgrenzen in het onderzoek van Realstats zijn gebaseerd op de grenzen die in het Actieprogramma Middenhuur gebruikt worden en verschillen van de prijsgrenzen zoals elders in dit rapport. 35 Van woningen die meerdere keren zijn verhuurd, is de meest recente transactie gebruikt. In totaal gaat het om 22.801 unieke woningen.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

35

3.4.3 Huidig aanbod Uit een recente momentopname (maart 2023) van het dagelijkse huuraanbod op Pararius.nl bleek het aandeel aangeboden woningen onder de liberalisatiegrens momenteel nog lager te zijn dan in het Realstats onderzoek (6% van de 622 woningen). Alle aangeboden eengezinswoningen vallen in de dure huur categorie en bij de aangeboden appartementen ligt dit op 90%. Dit wijst bij de appartementen op een duidelijk verschil met het aanbod van eerdere jaren toen 52% van alle appartementen in het hoogste

segment viel (Rigo 2020). Een mogelijke verklaring is dat verhuurders vanwege landelijke beleidswijzigingen de goedkopere huurwoningen te koop zetten. Een andere interpretatie is dat deze woningen niet via huurbemiddelaars als Pararius worden aangeboden en dus buiten beeld blijven. Tot slot geldt dat een deel van de woningen ten onrechte met een vrije sector huurprijs in de markt wordt gezet. Ze zouden op basis van het aantal woningpunten sociaal verhuurd moeten worden (Realstats 2023).

Figuur 3.9 Vraagprijs van aangeboden zelfstandige huurwoningen in de particuliere sector naar type woning en aantal kamers op momentopname 29 maart 2023 pararius.nl 100Z 90Z 800Zo 700Zo 60Z 50Z

87Z 100Z

100Z

98Z

100Z

40Z 30Z 20Z 10Z 0Z egw 1-3 kamers

egw 4 kamers egw 5 kamers en meer

tot liberalisatiegrens (« C808,06) m middenhuur hoog (C900-C1075)

mgw 4 kamers en meer

middenhuur laag (C808,07-C900) m dure huur (vanaf C1075)

Uit zowel het Realstats onderzoek als de momentopname van Pararius eind maart 2023 blijkt dat voor de lagere inkomensgroepen in het segment tot de liberalisatiegrens bijna geen aanbod is. In de segmenten voor de middeninkomens (middenhuur-laag en middenhuur-hoog) is dit aanbod groter en dit betreft dan vooral meergezinswoningen met een woningoppervlakte tot 75m2. Grotere woningen en eengezinswoningen worden, zo blijkt ook uit de momentopname eind maart 2023, nauwelijks in dit segment aangeboden. Huishoudens die daarop aangewezen zijn (grotere huishoudens met kinderen) vinden hier weinig aanbod in de Rotterdamse particuliere huurmarkt.

36

mgw 1-3 kamers

3.4.4 Conclusie Schaarste is in dit hoofdstuk onderbouwd met behulp van verschillende marktindicatoren in verschillende woningmarktsegmenten. In de koopsector blijken verkoopprijzen van woningen in Rotterdam tussen 2017 tot 2022 sterk gestegen te zijn en worden woningen steeds vaker boven de vraagprijs verkocht. Koopwoningen stonden in deze periode ook steeds minder lang te koop en het aanbod nam af om daarna op een lager niveau te stabiliseren. Deze ontwikkelingen zijn volgens onderzoekers niet alleen te wijten aan hoogconjunctuur en de lage hypotheekrente maar zijn ook het gevolg van een fundamenteel grotere

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

vraag dan aanbod van koopwoningen (Neo Observatory/EUR 2023). Medio 2022 kantelt de koopmarkt: het aantal verkopen loopt terug, woningen staan langer te koop en het sentiment op de koopwoningmarkt is sterk aan het verslechteren. De oplopende hypotheekrente (samen met de oplopende inflatie) beperkt de leencapaciteit van huishoudens en beïnvloedt ook het sentiment dat volgens Vereniging Eigen Huis veranderd is naar een pessimistisch sentiment). In het sociale huursegment van corporaties is een toenemend aantal actief woningzoekenden (van binnen en buiten Rotterdam) op zoek naar aanbod in Rotterdam dat niet meegroeit. De vraagkant groeit onder meer door een toename van huishoudens die uitstromen uit (zorg) voorzieningen en te huisvesten statushouders. Het aanbod groeit niet mee onder meer door een afname van de corporatievoorraad en doordat minder woningen vrijkomen. De slaagkans van de woningzoekenden neemt hierdoor dan ook af, al verschilt de slaagkans wel tussen huishoudens. De wachttijden zijn tussen 2017-2020 stabiel om daarna toe te nemen. In de particuliere huursector stijgen de gevraagde huurprijzen van woningen van C925 in 2017 naar C1050 in 2022, een toename van bijna 14%. Over deze hele periode wordt 45% van de verhuurde woningen in de prijsklasse vanaf C1075 verhuurd.

Uit een inventarisatie in maart 2023 van het huidige aanbod particuliere huurwoningen via een grote verhuursite blijkt dat 86% in de prijsklasse vanaf C1075 wordt verhuurd en 8% in de categorie tussen C808 en C1075. In de prijsklasse tot de liberalisatiegrens van C808 is het aanbod het kleinst (5%). De aantrekkende woningmarkt leidde voor woningzoekenden met

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

een smalle beurs tot afnemende toegankelijkheid van de koopsector (door prijsstijgingen) en particuliere huurvoorraad (door onredelijk hoge huren of specifieke inkomenseisen). Voor een plek op de woningmarkt is deze groep is steeds vaker aangewezen op een corporatiewoning. De combinatie van deze bewegingen leidt tot toegenomen en aanhoudend grote druk op de vrijkomende woningen in de corporatiesector. De terugtrekkende beweging van beleggers door aanstaande overheidsregels een drukkend effect op de prijzen. Dit laatste houdt ook in dat de verwachting is dat het aanbod in het nietgereguleerde deel van de particuliere huursector afneemt en de prijzen daar stijgen. Voor huurders in een sociale huur corporatiewoning geldt dat de toegenomen koopprijzen leiden tot een beperkt aanbod van betaalbare koopwoningen. Deze groep blijft dan ook zitten in de huidige woning en daarmee stokt de doorstroming en blijft het aanbod van dergelijke sociale huurwoningen achter. In de sociale huurcorporatie sector zien we naast een laag aanbod een steeds verder toenemend aantal actief woningzoekenden en dat leidt tot lage slaagkansen en een lange wachttijd. Middeninkomens die willen kopen maar hier geen mogelijkheid toe hebben zijn aangewezen op de vrije huursector.

Een grote groep heeft daarbij niet zozeer de wens voor een particuliere huurwoning zoals blijkt uit de hoge verhuisgeneigdheid van deze groep vanwege hoge huurprijzen, maar is het enige segment waar ze nog een woning kunnen vinden.

37

4 Potentiële vraag en aanbod o.b.v. woonvoorkeuren 4.1

Inleiding

In het voorgaande hoofdstuk is op basis van gerealiseerd woningmarktgedrag een overzicht van schaarste indicatoren gegeven. Daaruit blijkt dat schaarste op de Rotterdamse woningmarkt in alle segmenten manifest is. In dit hoofdstuk brengen we woonvoorkeuren van de markt in beeld en het aanbod dat beschikbaar komt als die vragers ook allemaal zouden verhuizen. Deze voorkeuren kunnen (wezenlijk) verschillen van het woningmarktgedrag (de Groot 2011). Dat komt omdat woonvoorkeuren lang niet allemaal te realiseren zijn maar ook doordat de marktomstandigheden bepaalde woonvoorkeuren beïnvloeden. In een markt met sterk stijgende woningprijzen blijken huishoudens vaker een wens voor een koopwoning te formuleren dan in een dalende markt. Relevant hierbij is om op te merken dat de omstandigheden medio 2023 wezenlijk anders zijn dan tijdens afname van het WoON 2021. Het WoON 2021 weerspiegelt de marktsituatie van dat moment: een markt gekenmerkt door een lage hypotheekrente, een verkopersmarkt met stijgende prijzen en een grote vraag naar koopwoningen (Ministerie BZK 2023, p. 60). Sinds midden 2022 zijn de marktomstandigheden sterk veranderd en is de markt met dalende woningprijzen op een kantelpunt beland. Dit hoofdstuk is vooral gebaseerd op het bovengenoemde WoOn 2021.

In paragraaf 4.5 wordt kort stil gestaan bij de kwalitatieve woningbehoefte volgens verkenningen van de provincie Zuid-Holland.

4.2

Afbakening potentiële vraag en aanbod naar groepen

De gerapporteerde voorkeuren aan de vraagkant zijn gebaseerd op respondenten die in het WoON 2021 aangeven binnen twee jaar uit, naar of

38

binnen Rotterdam willen verhuizen ("verhuisgeneigden") en die actief op zoek zijn naar een woning of reeds een nieuwe woning hebben gevonden. De potentiële vraagkant wordt gevormd door starters, doorstromers en vestigers. -- Starters zijn huishoudens die in Rotterdam wonen, op zoek zijn naar een zelfstandige woonruimte maar na de verhuizing geen zelfstandige woonruimte achterlaten. Het gaat hier om jongeren die het ouderlijk huis verlaten maar ook mensen die geen woning achterlaten bijvoorbeeld bij scheiding (de semi-starters). -- Doorstromers zijn huishoudens uit Rotterdam die op zoek zijn naar zelfstandige woonruimte in Rotterdam en deze na verhuizing ook achterlaten. --Vestigers zijn huishoudens die buiten de stad Rotterdam wonen in Nederland en in ZuidHolland op zoek zijn naar zelfstandige woonruimte. Als de huishoudens aan de vraagkant daadwerkelijk zouden verhuizen levert dat een doorstroomeffect op. De woningen die de groep verhuizers achterlaten komen dan in theorie vrij voor anderen. De potentiële aanbodkant wordt eveneens door drie deelgroepen gevormd, te weten: woningverlater, doorstromer en vertrekker.

-- Woningverlaters zijn huishoudens die in Rotterdam wonen in zelfstandige woonruimte en binnen Rotterdam op zoek zijn andere woonruimte die niet zelfstandige woonruimte betreft -- Doorstromers zijn huishoudens die al in Rotterdam in zelfstandige woonruimte wonen en binnen Rotterdam andere zelfstandige woonruimte zoeken -- Vertrekkers zijn huishoudens die in zelfstandige woonruimte in Rotterdam wonen en verhuisgeneigd zijn en buiten Rotterdam willen

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

verhuizen (zowel naar een andere gemeente in Nederland als naar het buitenland).

4.3

Mogelijkheden en beperkingen van onderzoek naar woonvoorkeuren

Onderzoek naar woonvoorkeuren is waardevol omdat het een indruk geeft van de wensen die de vraagkant heeft ten aanzien van de woning en de woonlocatie. Het onderzoek op basis van het WoON 2021 heeft ook beperkingen. Een belangrijke beperking is dat het slechts een potentiële vraag en potentiële aanbod in kaart brengt, een theoretische schaarste die er in de praktijk anders uit kan zien, waarbij voorkeuren ingewisseld kunnen worden (substitutie) waardoor het uiteindelijke woningmarktgedrag er heel anders uit komt te zien. In woonvoorkeurenonderzoek speelt bijvoorbeeld de marktinschatting van de consument een grote rol. Met andere woorden: economische omstandigheden zijn van invloed op de voorkeuren ten aanzien van segment (huur of koop) en prijsklasse. Als de rentestanden laag zijn, er veel vertrouwen is dat een koopwoning sterk in prijs zal stijgen vertaalt dat zich door in een relatief grote groep consumenten die de wens uitspreken voor een koopwoning. Daarbij is het de vraag in hoeverre de opgegeven voorkeuren realistisch zijn (kan men de gewenste woning betalen in een gespannen markt). Het daadwerkelijk aanbod is verder sterk afhankelijk van het realiseren van de verhuiswens (Rigo 2020) en het realiseren kan weer afhankelijk zijn van woningbeschikbaarheid.

Als een gewenste woning niet beschikbaar is dan kan het huishouden besluiten om: a) niet te verhuizen waardoor de woning ook niet beschikbaar komt b) wel te verhuizen maar naar een ander type woning in Rotterdam waardoor het vraagprofiel verandert c) wel te verhuizen maar buiten Rotterdam. Hierdoor verandert de vraagkant.

Tot slot, en dat is een zeer belangrijke beperking, meet het woonvoorkeurenonderzoek maar (zeer) ten dele de potentiële vraag van vestigers. Dit heeft te maken met drie zaken. Ten eerste is de vraag in hoeverre de binnenlandse vestigers die naar Rotterdam trekken voldoende gemeten worden in het WoON. Zoals uit hoofdstuk 2 bleek trekt een fors aantal jongere personen naar Rotterdam (en dan vooral de goedkopere huurwoningen) en zij oefenen een belangrijke vraag uit op de (goedkopere) woningen in Rotterdam. Hoewel ze een beduidende vraag uitoefenen op de woningvoorraad bestaat de indruk dat zij niet voldoende aangetroffen worden in het WoON. Ten tweede, en dit punt is zeer relevant voor Rotterdam, meet het WoON niet de vraag van personen die zich vanuit het buitenland in Rotterdam vestigen, terwijl deze groeiende groep wel vraag uitoefent naar woon/verblijfsruimte, vooral in het particuliere huursegment. In 2021 ging het om 16 duizend personen, 34% van alle vestigers in de gemeente 36. Van de 16 duizend in 2021 geïmmigreerde personen, waren na afloop van het kalenderjaar, op 1 januari 2022, ruim 14 duizend personen ingeschreven op 9 duizend verschillende adressen. 7.800 van deze adressen zijn zelfstandige woningen. Voor 2.400 van deze 7.800 zelfstandige woningen geldt, dat ze op peildatum 1-1-2022 bewoond werden door uitsluitend een of meerdere "geïmmigreerden", zonder anderen.

De bewoning van deze 2.400 zelfstandige woningen op 1 januari, kan gezien worden als het gerealiseerde deel van de vraag naar vrijkomende zelfstandige woningen, afkomstig uit de groep van 16 duizend buitenlandse vestigers van kalenderjaar 2021. Nadere analyse laat zien dat 87 procent van deze 2.400 woningen particulier verhuurde woningen zijn. Ten derde ontbreekt ook van institutionele huishoudens de vraag omdat zij geen onderdeel

36 Dit staat nog los van de groep buitenlandse migranten die zich niet officieel hoeven in te schrijven in de Basis Registratie Personen maar wel in Rotterdam woonachtig zijn.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

39

zijn van de onderzoekspopulatie van het WoONonderzoek. Bij institutionele huishoudens gaat het bijvoorbeeld om huishoudens in de gevangenis, opvang, statushouders etc. Dit is qua omvang wel een kleinere groep dan de groep buitenlandse migranten. In 2021 betrof het 1.429 institutionele huishoudens die vanuit een institutioneel adres naar een corporatiewoning in Rotterdam zijn verhuisd (OBI 2021).

4.4 Woonvraag 4.4.1 Totale woonvraag Welke potentiële vraag bestaat er ten aanzien van woningen in Rotterdam? En welk aanbod komt beschikbaar als die vragers allemaal zouden verhuizen? De totale vraag naar woningen bedraagt 78.300 en de grootste potentiële vraag (51.900) komt van doorstromers binnen Rotterdam. Als al deze huishoudens met een woningvraag weten te verhuizen, laten ze 64.500 woningen binnen Rotterdam achter.

Figuur 4.1 Potentiële vraag en aanbod van woningen op basis van voorkeuren 80.000 70.000

12.800

60.000

10.900

50.000 40.000

51.900

30.000

51.900

20.000 10.000

13.600

1.700 aanbod

0 vraag

vestigers (vraag) vertrekkers (aanbod)

■ doorstromers ■ starters (vraag) woningverlaters (aanbod) Bron: WoON 2021, bewerking OBI

De grootste groep vragers zijn op zoek naar een eengezinswoning met minimaal 4 kamers (39%) gevolgd door een meergezinswoning met 1-3 kamers (3^)(figuur 4.2). 37 De groep die een meergezinswoning zoekt is iets groter dan de groep die op zoek is naar een eengezinswoning. Woningen met minimaal 4 kamers zijn meer gezocht (60%) dan woningen met minder dan 4 kamers (40%). 7 op de 10 woningzoekenden zoekt een woning in het betaalbare prijssegment (zie bijlage A voor de prijsgrenzen). De voorkeur gaat

bij een meerderheid (55%) uit naar een koopwoning. Welk aanbod komt in Rotterdam beschikbaar als alle vragers daadwerkelijk naar hun gewenste woning verhuizen? De vrijgekomen woningen bestaan in grote meerderheid uit huurwoningen (72%) en kleine meergezinswoningen met 1-3 kamers (60%) die veelal tot het betaalbare segment behoren (79%).

37 Een eengezinswoning is een woning die tevens het gehele pand vormt. Het gaat hier om vrijstaande woningen, 2-onder-1 kap woningen en rijtjeswoningen. Een meergezinswoning is een woning die samen met andere woonruimten (of bedrijfsruimten) een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, appartementen, portiekwoningen, boven- benedenwoningen, maisonnettes.

40

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Figuur 4.2 Woonvoorkeuren ten aanzien van woningtype en aantal kamers

egw, 1-3 kamers

egw, 4 kamers en meer

mgw, 1-3 kamers

mgw, 4 kamers en meer 0

10.000

20.000

30.000

40.000

50.000

vraag «aanbod Bron: WoON 2021, bewerking OBI

Figuur 4.3 Woonvoorkeuren ten aanzien van prijsklasse woningen

betaalbaar

hoger

0

10.000

20.000

30.000

40.000

50.000

60.000

vraag «aanbod

Zie bijlage A voor de gebruikte prijsgrenzen Bron: WoON 2021, bewerking OBI

4.4.2 Woonvraag koopsector Uit het woonvoorkeurenonderzoek blijkt dat er 42.800 huishoudens op zoek naar een koopwoning in de gemeente Rotterdam, waarvan de grootste potentiële vraag met 31.900 komt van de doorstromers die zelfstandige woonruimte in Rotterdam achterlaten (figuur 4.4). Er zijn tegelijkertijd 18.200 huishoudens die een

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

koopwoning achterlaten waarvan het grootste deel (13.400) huishoudens zijn die binnen Rotterdam willen verhuizen en daarbij een koopwoning achterlaten. De hoge vraag naar koopwoningen ligt in lijn met de landelijke WoON 2021 rapportage die constateert dat de vraag naar koopwoningen nooit eerder zo hoog is geweest en dat heeft sterk te maken met de marktomstandigheden van dat moment.

41

Figuur 4.4 Potentiële vraag en aanbod van koopwoningen op basis van voorkeuren 50.000 40.000

6.100

30.000 31.900

20.000

4.400

10.000

13.400 400 aanbod

4.800

0

vraag vestigers (vraag) vertrekkers (aanbod)

■ doorstromers ■ starters (vraag) woningverlaters (aanbod) Bron: WoON 2021, bewerking OBI

Woonvoorkeuren laten zien dat men relatief het meest op zoek is naar eengezinswoningen38 en grotere woningen (4 kamers en meer) (figuur 4.5). Figuur 4.5 Woonvoorkeuren ten aanzien van woningtype en aantal kamers egw, 1-3 kamers egw, 4 kamers egw, 5 em kamers mgw, 1-3 kamers mgw, 4 em kamers 0

2.000

4.000

■ totaal vraag

6.000

8.000

10.000

12.000

14.000

«totaal aanbod

Bron: WoON 2021, bewerking OBI De prijs van de gewenste woning ligt voor de meeste huishoudens (55%) in het betaalbare segment (figuur 4.6). De rest heeft een voorkeur voor het segment vanaf C310.000 (prijspeil 2020). Mochten deze vragers erin slagen te verhuizen dan laten ze in alle prijsklassen een kleiner aanbod aan koopwoningen achter dan de vraag hiernaar.

38 Een eengezinswoning is een woning die tevens het gehele pand vormt. Het gaat hier om vrijstaande woningen, 2-onder-1 kap woningen en rijtjeswoningen. Een meergezinswoning is een woning die samen met andere woonruimten (of bedrijfsruimten) een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, appartementen, portiekwoningen, boven- benedenwoningen, maisonnettes.

42

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Figuur 4.6 Woonvoorkeuren ten aanzien van prijsklasse koopwoningen

betaalbaar

hoger

5.000

0

10.000

b totaal vraag

15.000

20.000

25.000

b totaal aan bod

Bron: WoON 2021, bewerking OBI Zie bijlage A voor de gebruikte prijsgrenzen

Welke inkomensgroepen uiten een vraag naar de verschillende prijsklassen die hiervoor genoemd zijn? De grootste potentiële vraag naar koopwoningen komt qua aandeel van de hoge inkomensgroep (69%), de twee andere inkomensgroepen (EC-doelgroep en de middeninkomens) kennen beiden een aandeel van

15% (figuur 4.7). De realiteitszin van de geformuleerde vraag, is te bezien: de ECdoelgroep en middeninkomens die een voorkeur aangeven voor een woning in het hoge segment hebben vaak geen reële toegang tot dit deel van de koopmarkt.39

Figuur 4.7 Gewenste prijsklasse koopwoning naar inkomensgroep (in %) 100/

90/ 80/

70/

56/ 69/

60/

50/ 40/ 30/

84/

21/ 15/

20/ 10/

23/

9/ 7/

16/

Betaalbaar

Hoger

totaal

■ doelgroep

b middeninkomens

0/

«hogere inkomens

Bron: WoON 2021, bewerking OBI Zie bijlage A voor de gebruikte prijsgrenzen

39Toegang voor groepen t/m een middeninkomen tot het hogere prijssegment is enkel mogelijk als zij een aanzienlijk vermogen hebben en dit kunnen gebruiken voor de koop van een woning.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

43

4.4.3 Woonvraag huursector Woonvoorkeuren voor huurwoningen Welke voorkeur voor huren zien we in het woonvoorkeurenonderzoek? De potentiële vraag naar huurwoningen in Rotterdam is af te lezen in figuur 4.8. Ook valt hier af te lezen welk aanbod hier vrij komt als al deze vragers hun verhuiswens weten te realiseren. Er zijn volgens het woonvoorkeurenonderzoek 35.500 huishoudens die naar een huurwoning zoeken in Rotterdam en deze groep bestaat voor meer dan de helft uit huishoudens die binnen Rotterdam woonruimte achterlaten. Als de huishoudens die willen doorstromen allemaal weten te verhuizen komen er 46.300

huurwoningen vrij. Hierbij moet worden opgemerkt dat het WoON 2021 de buitenlandse vraag naar woningen in het geheel niet meeneemt en de groep binnenlandse vestigers in Rotterdam (veel jonge huishoudens die voor hun opleiding of werk naar Rotterdam komen) onderschat (zie paragraaf 4.3). Daarnaast waren de marktomstandigheden ten tijde van het woonvoorkeurenonderzoek vrij bijzonder. De lage marktrente en het positieve sentiment ten aanzien van kopen beïnvloeden de woonvoorkeuren en dat uit zich onder meer een historisch hoog aandeel actief woningzoekenden met een voorkeur voor een koopwoning (ABF 2022).

Figuur 4.8 Potentiële vraag en aanbod van huurwoningen op basis van voorkeuren 50.000 6.500

40.000 30.000

6.700

20.000

20.000

38.500

10.000 8.800 0 vraag

1.300 aanbod

■ vestigers (vraag) vertrekkers (aanbod) ■ doorstromers ■ starters (vraag) woningverlaters (aanbod) Bron: WoON 2021, bewerking OBI

Woonvoorkeuren: woningtype een aantal kamers van huurwoningen Woonvoorkeuren laten zien dat men binnen de huursector in meerderheid (62%) op zoek is naar een meergezinswoning en ongeveer de helft is op zoek naar een (eengezins- of meergezins) woning met minimaal vier kamers (figuur 4.9). iilìl

44

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Figuur 4.9 Woonvoorkeuren ten aanzien van woningtype en aantal kamers

mgw, 4 em kamers

mgw, 1-3 kamers

egw, 5 em kamers

egw, 4 kamers

egw, 1-3 kamers 0

5.000

10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 vraag «aanbod

Bron: WoON 2021, bewerking OBI

Woonvoorkeuren: prijsklassen huurwoningen Vanuit de woonvoorkeuren is bijna 90% van de vraag gelegen in het betaalbare segment, en hierbinnen vooral in het middensegment (tussen liberalisatiegrens en C1.040, prijspeil 2020)(figuur 4.10). Mogelijk realiseren vragers dat de huurprijzen aan het stijgen zijn en gaven, zij die zich hiertoe financieel in staat achtte, een

verhoogde gewenste huurprijs door. Bij volledige doorstroming van de vragers laten ze in het sociale deel meer woningen achter dan gevraagd worden. Merk op dat een deel van de niet gemeten vraag (binnenlandse en buitenlandse vestigers) gericht is op het betaalbare segment.

Figuur 4.10 Woonvoorkeuren ten aanzien van prijsklasse huurwoning

betaalbaar

hoger

0

10.000

20.000

30.000

40.000

50.000

vraag «aanbod Bron: WoON 2021, bewerking OBI Zie bijlage A voor de gebruikte prijsgrenzen

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

45

De woonvoorkeuren per prijsklasse is uitgesplitst naar inkomensgroepen in figuur 4.11. De meerderheid van de vraag naar een huurwoning (66%) is gericht op het betaalbare segment. In het betaalbare en het hogere segment is de vraag voor een belangrijk deel afkomstig van de ECdoelgroep. De vraag vanuit deze EC-doelgroep naar het hoge prijssegment komt wellicht doordat

zij zich genoodzaakt voelen om in dit segment te huren als ze een woning willen vinden. De vraag is daarbij of dit een realistische woonwens is omdat de EC-doelgroep in de praktijk niet een woning in dat segment kan huren. Een positievere interpretatie is dat zij met het oog op een inkomensstijging in dit hogere segment willen huren.

Figuur 4.11 Vraag naar huurwoningen per gewenste prijsklasse naar inkomensgroep (in 0 Á) 100y0 90yo 80yo 70yo

1407o

1607o 34y0

21y0

23yo

60yo 29y0

50yo 40yo 30y0

6607o

6207o

20y0

3707o

m 007o Betaalbaar

Hoger

■ doelgroep

a middeninkomens

Totaal a hogere inkomens

Bron: WoON 2021, bewerking OBI Zie bijlage A voor de gebruikte prijsgrenzen en bijlage B voor gebruikte inkomensgrenzen

4.4.4 Kwalitatieve woningbehoefte volgens provincie Zuid-Holland In het rapport Woningmarktverkenning ZuidHolland 2022-2040 (ABF 2023) wordt een indruk gegeven van de kwalitatieve woningbehoefte in de regio Rotterdam. Volgens dit rapport omvat het aantal woningtoevoegingen aan de bestaande woningvoorraad (bruto bouwopgave) uit bijna 125.000 woningen en bestaat de behoefte in alle segmenten en prijsklassen (figuur 4.12 en tabel 4.1).40 41 De kwalitatieve woningbehoefte, gebaseerd op de behoefte van huishoudens is

doorgerekend in het Socrates-model, ligt vooral in de betaalbare prijssegmenten sociale huur (woningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens, 30% van de bouwopgave) en betaalbare koop (koop tot C325.000 euro, 33% van de bouwopgave).40 42 Samen 41 met het middensegment huur bestaat zo 76% van de totale bouwopgave uit betaalbare woningen, een indicatie dat vooral in het lagere prijssegment een aanzienlijke behoefte is aan nieuwe woningen.

40 De uitkomsten van deze verkenning verschillen van standaard uitkomsten voor de provincie Zuid-Holland o.b.v. Socrates 2022 omdat in deze verkenning gewerkt wordt met maatwerkscenario's (inkomensontwikkeling en de daarbij behorende woonvoorkeuren)(ABF, 2023, p. 6). Voor een toelichting op de wijze waarop deze verkenning tot stand komt verwijzen we naar hoofdstuk 2 van het ABF onderzoek (2023). In deze studie worden geen beperkingen in het model aangebracht en dat betekent dat in het model ook in het goedkope koopsegment eengezinswoningen onderdeel van de bouwopgave kunnen zijn, hoewel dat financieel lastig haalbaar lijkt te zijn. Verder gaat het model uit van een relatief lage economische groei in het middenscenario. De regio-indeling die hier is gebruikt wijkt af van de woningtekortberekeningen. Bij het rapport van de provincie Zuid-Holland worden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Zuidplas niet gerekend tot de regio Rotterdam. 41 Onder de bruto bouwopgave worden alle toevoegingen aan de woningvoorraad verstaan, dus nieuwbouw plus overige toevoegingen (zoals transformaties en flexwoningen). Het verschilt hiermee van de nettovoorraadontwikkeling waarbij de bruto bouwopgave gesaldeerd wordt met sloop, huurprijsmutaties en corporatieverkopen. 42 Bij het lage inkomensscenario is het aandeel sociale huur en betaalbare koop van de totale bouwopgave hoger.

46

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Figuur 4.12 Samenstelling bouwopgave regio Rotterdam naar segment en prijsklasse 2022-2040

2022-2025

30^.

15%

30Zo

320Zo

2026-2030

30%

14%

30Zo

33%

2031-2040

30%

12%

20Zo

2022-2040

30%

13%

30Zo

00Zo

20^1

40^1

■ sociale huur (tot liberalisatiegrens) a dure huur (vanaf 1.010 euro)

10% |50Zo20z30Z |

10%

34%

10%

5^3/3^ 5%3'm

10% |50Zo3m

33% 60%

80%

100^0

midden huur (tot 1.010 euro) a betaalbare koop (tot 325k)

vanaf 325k tot 400k

a vanaf 400k tot 510k

vanaf 510k tot 675k

a vanaf 675k

Bron: ABF 2023

Tabel 4.1 Absolute aantallen bouwopgave regio Rotterdam naar segment en prijsklasse naar verschillende periodes 2022-2040 Aantallen

huur

koop

2022-2025

2026-2030

2031-2040

2022-2040

t/m lib grens

11.100

11.900

14.600

37.600

Middenhuur (libgrens-1.010)

5.600

5.400

5.800

16.800

Dure huur (v.a. 1.010)

1.200

1.100

1.100

3.400

totaal huur

17.900

18.400

21.500

57.800

tot 325k

11.800

13.000

16.400

41.200

vanaf 325k tot 400k

3.700

3.900

5.000

12.600

vanaf 400k tot 510k

1.800

1.800

2.600

6.200

vanaf 510k tot 675k

900

1.000

1.500

3.400

vanaf 675k

1.000

1.000

1.500

3.500

totaal koop

19.200

20.700

27.000

66.900

37.100

39.100

48.500

124.700

Totaal Bron: ABF 2023

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

47

4.5 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de woonvoorkeuren van de vragers naar een koop- en huurwoning in Rotterdam besproken. Hiermee brengen we het perspectief van de vraag in de markt in beeld en het aanbod dat beschikbaar komt als die vragers ook allemaal daadwerkelijk zouden verhuizen. We bespreken deze voorkeuren omdat de wens vanuit de markt niet perse af te leiden is uit het woningmarktgedrag van huishoudens, zoals besproken in hoofdstuk 3. Als kanttekening geven we aan dat het woonvoorkeurenonderzoek de omvang van de vraag niet goed in kaart brengt omdat het vestigers van andere Nederlandse gemeenten naar Rotterdam en vanuit het buitenland niet (voldoende) in het onderzoek aanwezig zijn. Vanuit de voorkeuren van de vraagkant zoekt een meerderheid (55%) een koopwoning en dat is gezien de marktomstandigheden ten tijde van het voorkeurenonderzoek niet verrassend. Deze omstandigheden zijn sindsdien wel sterk veranderd en de verwachting is dat de relatieve voorkeur voor een koopwoning is verminderd (en de voorkeur voor een huurwoning verhoogd). De helft van de vragers zoekt een eengezinswoning en 60% zoekt een woning met minimaal 4 kamers. Meer dan tweederde (70%) zoekt een woning in het betaalbare prijssegment. In de koopsector is, vergeleken met de huursector, de vraag sterker gericht op eengezinswoningen, woningen met 4 kamers en meer en op het hoge prijssegment.

Dit aanbod is beperkt aanwezig op de Rotterdamse markt, waardoor met name deze groep (waaronder koopkrachtige gezinnen) vertrekt uit Rotterdam (binnenlands vertrekoverschot). Ook vanuit provinciaal onderzoek lijkt er in de bruto bouwopgave een duidelijke vraag naar het betaalbare prijssegment.

48

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

5 Conclusie Woningtekort in Rotterdam Rotterdam is een populaire plek om te wonen gezien de steeds verdere bevolkingsgroei van de stad. We zien dat de stad veel jonge huishoudens van buiten de stad aantrekt en ook veel huishoudens die vanuit het buitenland naar Rotterdam verhuizen. Na de trendbreuk in het coronajaar 2020 is in 2021 en 2022 de trek naar Rotterdam vanuit het buitenland weer sterk toegenomen en in 2022 is de stad met iets meer dan 8.400 inwoners gegroeid, vooral als gevolg van een hoog positief buitenlands saldo. De bevolkingsprognoses van zowel de gemeente Rotterdam als de rijksoverheid laten zien dat deze groei zich de komende jaren doorzet. Uit verschillende prognoses, waar onder meer huishoudensgroei en de woningvoorraadontwikkeling tegen elkaar afgezet worden, blijkt dat het woningtekort in de regio Rotterdam de komende jaren hoog blijft ten opzichte van het landelijke gemiddelde en ook eerst toeneemt voordat er, vanwege de grotere verwachte bouwproductie, een afname is. Kortom er is sprake van een duidelijke schaarste over de hele linie en die schaarste is langdurig van aard. Schaarste-indicatoren in drie segmenten van de woningmarkt Koop In alle delen van de Rotterdamse woningmarkt is de schaarste aanwezig zoals duidelijk wordt uit hoofdstuk 3. De prijzen op de koopmarkt zijn een belangrijke indicator voor de mate van schaarste.

De verkoopprijzen van koopwoningen zijn sinds 2013 tot en met midden 2022 sterk gestegen tot C414.000 euro, waarbij de koopprijzen vooral na 2016 sterk toenamen. Met een vierkante meterprijs boven de C4.000 liggen de prijzen in Rotterdam nu sinds kort boven het landelijke gemiddelde. De looptijd van te koop staande woningen is tussen 2014 en eind 2021 sterk afgenomen van 10 maanden tot 1 maand. Verder is het aandeel

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

verkochte woningen ten opzichte van het aantal te koop staande woningen duidelijk afgenomen, een teken dat het aanbod achterblijft bij de vraag. Sociale huursector In het gereguleerde deel van de huurmarkt (sociale huur) uit de schaarste zich niet via de huurprijs (die is immers aan een wettelijk maximum gebonden, de zogenaamde liberalisatiegrens) maar via andere indicatoren. Het aantal woningzoekenden en het aantal aangeboden woningen geeft een indruk van de druk op dit deel van de huurmarkt. Sinds 2016 is het aantal actief woningzoekenden binnen Rotterdam toegenomen van ruim 45.000 in 2016 naar ruim 82.000 in 2021, terwijl het aantal verhuringen in diezelfde periode afnam van ruim 6.800 woningen naar minder dan 6.400. De wachttijd voor een woning voor reguliere woningzoekenden daalde tussen 2016-2017 om daarna een aantal jaar stabiel te blijven om in het laatste jaar 2021 weer te stijgen. Voor de groep die via het inschrijfduurmodel reageert (dit is het meest gebruikte reactiemodel) is de wachttijd door de jaren heen vrij stabiel rond de 44 maanden. Betreffende de slaagkans constateren we een afname van deze kans tussen 2016-2020, waarna de slaagkans min of meer stabiel blijft. Particuliere huursector De particuliere huursector kent sinds 2017 een duidelijke toename van de mediane huurprijs tot C1.050, een toename van gemiddeld 14%.

Een groot deel van de verhuurde huurwoningen (85%) bevindt zich in het niet-gereguleerde deel en daarvan bevindt zich een meerderheid in het hogere prijssegment. Het meest recente aanbod in de particuliere sector eind maart 2023 bestaat vrijwel uitsluitend uit woningen in het nietgereguleerde deel en dan vooral het hogere prijssegment. De huishoudens die in de (hogere) particuliere huursector (komen te) wonen doen dit niet altijd vanuit hun voorkeur voor dit type

49

woning. De grote concurrentie voor een koopwoning heeft ervoor gezorgd dat voor bepaalde inkomensgroepen de koopmarkt onbetaalbaar is terwijl zij lang moeten wachten voor een sociale huurwoning (als ze daar in aanmerking voor komen). Dat zij niet perse in een niet-gereguleerde huurwoning willen wonen blijkt wel uit de veel hogere mutatiegraad in dit segment van de woningmarkt en de daaraan gerelateerde kortere verblijfsduur. Daarbij is bekend uit ander nationaal onderzoek dat dergelijke huishoudens een hoge verhuiswens hebben en dat ze vooral naar een koopwoning willen verhuizen. Effecten van schaarste De schaarste leidt tot verschillende effecten zoals prijsstijgingen, minder doorstroming in bepaalde segmenten en selectieve toegankelijkheid van de woningmarkt. . Zo kunnen de lagere en middenhuishoudensinkomens maar moeilijk een voor hen betaalbare en toegankelijke woning vinden. De EC-doelgroep kan met hun inkomen nauwelijks een passende koopwoning vinden en door huurnormen komen ze niet in aanmerking tot het hogere huursegment. In de sociale huur komt deze groep er niet tussen omdat het aanbod de groei van de vraag hier niet kan bijhouden. Er komt minder aanbod vrij niet alleen vanwege het afstoten van sociale huurwoningen door corporaties maar ook omdat zittende huurders geen alternatieven hebben en dus blijven zitten.

De middeninkomens hebben daarnaast ook maar zeer beperkt toegang tot het sociale huurwoningenbestand van corporaties omdat zij niet tot de doelgroep van de corporaties horen. Zij kunnen het financieel niet winnen van hogere inkomensgroepen op de koopmarkt en zijn dus aangewezen op de niet-gereguleerde huurmarkt. Op de koopmarkt concurreren huishoudens met beleggers en dit vertaalt zich in een prijsstijging. Specifieke groepen zoals starters, jongeren, grote gezinnen ondervinden extra last van de schaarste omdat zij nog geen vermogen hebben opgebouwd, nog geen hoog inkomen hebben verworven en omdat grotere woningen duur zijn.

50

Woonvoorkeuren Het woningmarktgedrag van huishoudens geeft maar ten dele de voorkeuren van hen weer en het is goed denkbaar dat zij iets anders willen dan op de markt beschikbaar is. Daarom is naast het woningmarktgedrag ook naar de woonvoorkeuren van vragers op de Rotterdamse markt gekeken. Bij het beschrijven van deze voorkeuren is wel belangrijk om in het achterhoofd te houden dat de vraag maar ten dele in woonvoorkeurenonderzoek gemeten wordt. De indruk is dat binnenlandse vestigers (vaak jonge mensen op zoek naar goedkope huurwoningen) en vestigers uit het buitenland niet (voldoende) in dergelijk onderzoek aanwezig is. Vanuit de voorkeuren leiden we af dat een meerderheid in Rotterdam een woning zoekt met minimaal 4 kamers (60%) en een woning in de betaalbare prijsklasse (70%). Eengezinswoningen worden ongeveer even vaak gevraagd als meergezinswoningen. Een meerderheid is op zoek naar een koopwoning (55%), In de koopsector is, vergeleken met de huursector, de vraag sterker gericht op eengezinswoningen, woningen met 4 kamers en meer en op het hogere prijssegment. De voorkeur voor een koopwoning is gezien de marktomstandigheden ten tijde van het onderzoek naar woonvoorkeuren niet verrassend. Er heerste een gevoel dat de prijzen alleen maar verder zouden stijgen mede door de lage rente en de hoge vraag.

Ten tijde van dit schaarsteonderzoek juni 2023 zijn deze marktomstandigheden sterk veranderd: de prijzen van koopwoningen dalen terwijl de looptijd stijgt en de vraag afneemt. Dat kan ook betekenen dat de wens voor koopwoningen afneemt terwijl de vraag naar huurwoningen toeneemt.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

Literatuur ABF (2023) Woningmarktverkenning Zuid-Holland 2022-2040. Delft: ABF. Groot, C. de (2011) Intentions to move, residential preferences and mobility behaviour: A longitudinal perspective. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Ministerie BZK (2014) Staat van de Woningmarkt 2014. Den Haag: ministerie BZK. Ministerie BZK (2016) Staat van de Woningmarkt 2016. Den Haag: ministerie BZK. Ministerie BZK (2018) Staat van de Woningmarkt 2018. Den Haag: ministerie BZK. Ministerie BZK (2020) Staat van de Woningmarkt 2020. Den Haag: ministerie BZK. Ministerie BZK (2022) Kernpublicatie van het WoON 2021. Wonen langs de meetlat. Den Haag: ministerie BZK. Ministerie BZK (2023a) Het statistisch woningtekort nader uitgelegd. Online te raadplegen. Ministerie BZK (2023b) Opkoopbescherming. Online te raadplegen. NEO Observatory/Erasmus Universiteit (2023) De economie van Rotterdam-Rijnmond. Ontwikkeling, vergelijking en analyse. Voorjaar 2023. Rotterdam: NEO Observatory/Erasmus Universiteit. OBI (2022) Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2021. Rotterdam: Gemeente Rotterdam OBI. Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur (2015) Wonen in verandering. Den Haag: RLI. Realstats (2023) Zicht op particuliere woningverhuur 2022. Rotterdam: Realstats. RIGO (2020) Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad. Amsterdam: RIGO.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

51

Bijlagen - WVi ... ţ' ' ļĮ'J'ĩ

- b*«NČŕ-ìltf^ m

t-E?

* list ’"HUUUUÍSļ 1

' ’ Ml Hl|t

CS;:;;;...: :: ;S: :!"::î

Siüiilįjiüiill «lĩ ! "I t .X

— i. J !î"i i X í:::"’":::: si* 'ü!!!!:: -

asiiiiii;::: “•i^ifiîSSîĩĩ'

II

piJl

I

Gemeente Rotterdam

Bijlage A Prijsgrenzen huur en koop HUUR

betaalbaar

hoger

2020 van

tot

van

tot

sociaal

663,40

737,40

693,60

808,06

midden

737,40

1.040

808.60

1.075

hoger

1.040

1.350

1.075

1.400

top

1.350

...

1.400

KOOP

betaalbaar

hoger

2023

2020

2023

van

tot

van

tot

sociaal

141.000

174.000

143.000

202.000

midden

174.000

310.000

202.000

355.000

hoger

310.000

470.000

355.000

540.000

top

470.000

.

540.000

De prijsgrenzen zijn volgens het gemeentelijk beleid. In de WoON-analyse voor hoofdstuk 4 zijn de bedragen van 2020 gehanteerd, omdat dit het jaar is waarin het WoON 2021-veldwerk grotendeels plaats vond.

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

53

Bijlage B Afbakening inkomensgroepen

Voor afbakening van de EC-doelgroep geldt de grens voor sociale toewijzing In 2020 lag deze grens op C 39.055 (gehanteerd in de WoON 2021-analyse) In 2022 geldt een onderscheid naar type huishouden grens eenpersoonshuishoudens: C 40.024, prijspeil 2021 grens meerpersoonshuishoudens: C 44.196, prijspeil 2021 zie: Betere verdeling van betaalbare huurwoningen | Huurwoning zoeken | Riiksoverheid.nl)

De Middeninkomens-groep wordt aan de onderzijde begrensd door de EC-doelgroep (zie hierboven) en aan de bovenzijde tot maximaal C 57.573 voor eenpersoonshuishoudens en maximaal C 76.764 voor meerpersoonshuishoudens, peiljaar 2023. De twee bovengrenzen voor middeninkomens zijn via jaarlijkse Consumenten Prijs Index (CPI) gedeflateerd van 2023 naar 2020, het jaar waarin het grootste deel van het veldwerk voor WoON 2021 plaats vond:

54

2020

2021

2022

CPI 1,30

CPI 2,70

CPI 10,00

2023

inkomen

eenpersoonshh

bovengrens

50.309

50.963

52.339

57.573

inkomen

meerpersoonshh

bovengrens

67.079

67.951

69.785

76.764

Schaarste Rotterdamse woningmarkt 2023

HŪLLRMD:Flľ1E

\İ4

H ŨİT E L

Vĩ'JĘÿ*

Ŵ0T A ^14

įįļńļjjjļ5g Rotterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=98670ebd-44a7-417c-aead-2efbb4849343