[24bb000932] Collegebrief over toetreding decentrale overheden als aandeelhouder in Stedin
Tekst van het document
Concern Auditing Middelen en Control Financiën en Organisatie, Dienstverlening, Grote Projecten Maarten Struijvenberg
Aan de gemeenteraad
Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: B. de Ruiter Telefoon: 06 – 39 50 23 79 E-mail: bbo@rotterdam.nl Ons kenmerk: M2401- 6977 - 24bo003074 Bijlage(n): 1 Onderwerp: Toetreding decentrale overheden als aandeelhouder in Stedin Datum: B&W 13 februari 2024
Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Uw raad heeft – onder meer in de raadsvergadering van 30 november 2023 over de toetreding van het Rijk als aandeelhouder van Stedin Holding N.V. (hierna: Stedin) – aangegeven geïnformeerd te willen blijven over de verdere ontwikkelingen rond de kapitaalbehoefte en de invulling daarvan door niet aandeelhoudende gemeenten en provincies uit Stedins verzorgingsgebied. Dit proces was nog gaande ten tijde van de besluitvorming over de toetreding van de staat als aandeelhouder. Deze raadsinformatiebrief dient ertoe u te informeren over de ontwikkelingen rond de (geplande) toetreding van dergelijke nieuwe aandeelhouders in Stedin. De toetreding van de staat, waarover in de raad en in de raadscommissie BOFV al diverse malen is gesproken, is na de besluitvormende aandeelhoudersvergadering op 8 december 2023 geformaliseerd. De gemeente is nu voor 27,9% aandeelhouder van Stedin. Een aantal decentrale overheden, te weten provincie Utrecht, provincie Zeeland en een aantal Zeeuwse en Utrechtse gemeenten (hierna ook: Toetreders) hebben aangegeven te willen toetreden als aandeelhouder in Stedin. In deze brief wordt de rationale voor de toetreding van deze partijen nader toegelicht. Het totaalbedrag1 van hun inbreng zal naar verwachting ongeveer € 25 - 30 miljoen bedragen, wat correspondeert met een belang van circa 0,6%.
Het college heeft in de vergadering van 13 februari 2024 besloten: • in te stemmen met toetreding van de Toetreders als mede-aandeelhouder van Stedin; • in te stemmen met toetreden van de provincies Utrecht en Zeeland tot de Aandeelhouderscommissie Stedin Holding N.V. (hierna: AHC); en 1 Het genoemde bedrag is een inschatting op grond van de besluitvorming in de colleges. Definitieve besluitvorming moet nog plaatsvinden, en er bestaat de mogelijkheid dat andere geïnteresseerde overheden zich nog melden.
1
•
geen gebruik te maken van het voorkeursrecht dat bestaande aandeelhouders van Stedin hebben om aandelen bij te kopen.
De democratische besluitvormingsprocessen van de Toetreders lopen nog. De toetredende provincies en gemeenten moeten het voorgenomen besluit van gedeputeerde staten c.q. het aan provinciale staten c.q. de gemeenteraad voorbrengen en hen de gelegenheid bieden wensen en bedenkingen in te brengen. Definitieve besluitvorming door de Toetreders wordt verwacht in de tweede helft van maart 2024. Om die reden is nog niet volledig zeker welke partijen en voor welke bedragen zullen toetreden. De Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) van Stedin moet instemmen met de uitgifte van nieuwe aandelen aan de toetredende aandeelhouders. De gemeente Rotterdam moet als aandeelhouder dus een standpunt innemen voor de stemming in de AvA, die geagendeerd staat voor 27 maart 2024. Het college stemt in met de toetreding. Ter gelegenheid van de toetreding van de staat is een volledige wensen en bedenkingenprocedure doorlopen. Een dergelijke uitgebreide behandeling is nu niet nodig. Immers: – de omvang van de transactie is relatief beperkt; – er treden nu geen wijzigingen op ten aanzien van de governance; – het dividendbeleid blijft ongewijzigd; en – de waardering van de onderneming ter bepaling van het te nemen belang door de Toetreders is voor deze transactie gelijk aan de waardering die destijds met de staat overeengekomen is.
In dit traject volgt het college daarom het advies van de AHC om u als gemeenteraad te informeren over de voorliggende transactie door middel van deze raadinformatiebrief. De ontwikkelingen rond de kapitaalversterking van Stedin zijn de afgelopen jaren al regelmatig in de raad besproken. Laatstelijk ter gelegenheid van toetreding van de staat, met een bedrag van € 500 miljoen. De nu voorliggende transactie is van beperkt materieel belang omdat het verwateringseffect (de vermindering van het relatieve belang van de gemeente in Stedin) naar verwachting ca. 0,6% bedraagt. Dit betekent dat het huidige belang van gemeente Rotterdam beperkt afneemt van 27,9% tot 27,7% als de Toetreders inderdaad de beoogde € 25 - 30 miljoen bijdragen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: •
•
Coalitieakkoord 2022-2026 Eén Stad - par. 4: Klimaat en Energie - Energietransitie: Rotterdam wil de verzwaring en transformatie van energienetten steunen om goede groei van de stad en economie mogelijk te maken en om wachttijden om aangesloten te worden te beperken. In de vergadering van uw raad d.d. 30 november 2023 waarin het Rotterdamse aandeelhoudersstandpunt over de toetreding van de staat als aandeelhouder van Stedin werd besproken, hebben wij aangegeven u op de hoogte te houden over de eventuele toetreding van andere partijen.
2
Toelichting: Rationale toetreding nieuwe aandeelhouders Stedin is als één van de grote drie regionale netbeheerders verantwoordelijk voor het elektriciteits- en gasnetwerk in het grootste deel van Zuid-Holland, de provincies Utrecht en Zeeland en een deel van Friesland. Het netwerk omvat 2,3 miljoen aansluitingen, voor zowel huishoudens als zakelijke klanten. Het aandeelhouderschap van Stedin ligt wettelijk in publieke handen. Private partijen kunnen dus niet deelnemen in het aandelenkapitaal van Stedin. Momenteel zijn 42 gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin, en sinds december 2023 óók de staat, aandeelhouder. Om de kwaliteit van het huidige netwerk te borgen, economische groei te faciliteren en de versnelling van de energietransitie (vervanging fossiele door hernieuwbare bronnen) mogelijk te maken, investeert Stedin in haar energienetwerk. De doorlooptijd van investeringen bedraagt soms jaren. Als deze investeringen niet tijdig plaatsvinden stagneert het aansluiten van nieuwbouw van woningen en bedrijven, bronnen voor de productie van hernieuwbare energie (zonneparken, windmolens, waterstof) en laadinfrastructuur voor duurzame mobiliteit, walstroom in de haven, etcetera. Er ontstaat op steeds meer plekken schaarste op het elektriciteitsnet, ook omdat de energietransitie sneller gaat dan oorspronkelijk geraamd werd.
Deze zogenaamde netcongestie is maatschappelijk zeer onwenselijk. Zaken als materiaal- en personeelsschaarste vergroten de uitdagingen om de investeringsplanning te realiseren nog meer. De noodzaak tot investeren leidt tot een kapitaalbehoefte. De AvA van Stedin heeft deze in samenwerking met de vennootschap op 16 februari 2022 vastgesteld op € 1,75 miljard voor de periode tot 2030. Hierbij is toen nog geen besluit genomen over de exacte invulling. Stedin en de AHC hebben destijds gezamenlijk de wens uitgesproken het aandeelhouderschap te willen uitbreiden. Daarbij werd en wordt ook rekening gehouden met het maatschappelijk collectieve belang, solidariteit en proportionaliteit binnen het verzorgingsgebied. We brengen in herinnering dat de oorspronkelijke aandeelhouders – waaronder Rotterdam - al voor een belangrijk deel hadden voorzien in de groei van het eigen vermogen, onder meer door het afzien van winstuitkeringen uit de verkoop van meterbedrijf Joulz (€ 251 miljoen) én de kapitaalstorting van € 200 miljoen door gemeentelijke aandeelhouders na de uitgifte van nieuwe cumulatief preferente aandelen aan de huidige gemeentelijke aandeelhouders.
Daarom hebben Stedin en de aandeelhouders gezamenlijk onderzocht in hoeverre nietaandeelhoudende gemeenten en provincies (‘project Omega’) en de staat (‘project Nachtwacht’) interesse hebben om het eigen vermogen van Stedin te versterken. De staat is inmiddels toegetreden als aandeelhouder voor een bedrag van € 500 miljoen, en het was de wens om de aandeelhoudersbasis verder te verbreden volgens het Kader Aandelenverdeling, en in de vergadering van de Rotterdamse gemeenteraad op 30 november 2023 is deze wens ook door diverse raadsleden geuit.
3
De resterende behoefte aan kapitaal van Stedin situeert zich naar alle waarschijnlijkheid pas na de huidige reguleringsperiode2, die loopt tot en met 2026. Tot dat moment bieden de huidige ontwikkeling van de netto schuld en de tarieven die de onderneming kan aanrekenen naar alle waarschijnlijkheid voldoende cashflow om binnen de geldende financiële bandbreedte, waaronder en de met de staat overeengekomen minimale credit rating ‘A-‘ financiering te kunnen aantrekken. Wel is het zo dat ontwikkelingen in overkoepelend landelijk en internationaal beleid kunnen leiden tot een hogere kapitaalbehoefte zoals die volgt uit verdere concretisering van Fit-for-55! En RePowerEU. Naast het invullen van de kapitaalbehoefte zijn er andere redenen waardoor toetreding door niet aandeelhoudende gemeenten en provincies opportuun is, ondanks het gegeven dat er naar huidige inzichten geen acute kapitaalbehoefte is in deze reguleringsperiode en de kapitaalstortingen vanwege de relatief beperkte omvang niet leiden tot een aandeelhoudersverhouding die tegemoet komt aan het Kader Aandelenverdeling. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat gestreefd wordt naar: •
Optimalisering van de samenwerking te midden van het toekomstbestendiger maken van de netinfrastructuur. Het toekomstbestendiger maken van de energienetten als onderdeel van het overkoepelde landelijke en Europese beleid (Klimaatakkoord, Fit for 55, REPowerEU) is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden, samen met marktpartijen. De (versnelling van) de elektrificatie is randvoorwaarde om deze ambities te realiseren. Het belangrijkste strategische argument is dat het toekomstbestendig maken van onze energie infrastructuur intensieve samenwerking vereist tussen overheden en Stedin. Daarbij draagt aandeelhouderschap van de relevante decentrale overheden ook bij aan het op één lijn brengen van de belangen van de diverse belanghebbenden. Het toekomstbestendig maken van de energienetten is immers een complexe opgave en vergt veel samenwerking voor goede en tijdige ruimtelijke inpassing, versterkt door de toename van netcongestie als meest actuele thema. Aandeelhouderschap maakt toch de meest verregaande en directe samenwerking mogelijk en brengt contacten op bestuurlijk niveau tot stand tussen de vennootschap en de overheden.
Onderwerpen als vergunningprocedures, aansluittermijnen en de mate waarin woonwijken of bedrijven(terreinen) kunnen worden aangesloten op de netinfrastructuur kan elke gemeente in het verzorgingsgebied vanzelfsprekend via de bestaande contacten met Stedin bespreken.
•
Symmetrie tussen verzorgingsgebied en aandeelhoudersbasis: door de AHC is eerder aandacht gevraagd voor de huidige asymmetrie tussen het omvangrijke verzorgingsgebied van Stedin en de relatief smalle aandeelhoudersbasis. In vergelijking met andere netbeheerders is de overlap tussen de overheden in het verzorgingsgebied en de overheden die aandeelhouder zijn bij Stedin minder groot. Een meer representatieve afspiegeling van het decentrale aandeelhouderschap in relatie tot het verzorgingsgebied van Stedin draagt bij aan een juiste balans in de behartiging van belangen in algemene zin, zelfs als nog niet aan de uitgangspunten van het Kader aandelenverdeling wordt voldaan. Dit geldt temeer vanwege de rol die aan provincies, gemeenten, en netbeheerders wordt
2 De tarieven van netbeheerders (waaronder dus Stedin) worden vastgesteld binnen een door de
ACM vast te stellen bandbreedte op basis van een zogenoemd ‘methodebesluit’. Een methodebesluit is van toepassing voor een bepaalde duur en regelt dat netbeheerders hun ‘efficiënte kosten’ vergoed kunnen krijgen door het aanrekenen van tarieven. De ACM moet hierbij letten op enerzijds de belangen van de netbeheerders en anderzijds de belangen/ betaalbaarheid voor de gebruikers van het net.
4
toegekend, onder meer uit hoofde van Regionale Energiestrategieën (RES) en de provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK’s). Ook wordt de indruk van ‘free rider’ gedrag weggenomen als overheden ook als aandeelhouder verantwoordelijkheid nemen voor de energietransitie binnen hun gebied, en dit niet uitsluitend overlaten aan mede-overheden. Deze rationale is overigens een aspect dat relatief losstaat van de kapitaalvraag en ook in een reguliere situatie een emissie tot gevolg zou kunnen hebben. Recente ontwikkelingen inzake de toetreding van nieuwe aandeelhouders Na diverse gespreksronden hebben de provincies Utrecht (voor € 15 miljoen) en Zeeland (voor € 5 miljoen) aangegeven in een rol als aandeelhouder medeverantwoordelijkheid te willen dragen voor de (financiering van) de energietransitie. Daarnaast overwegen ook de de Zeeuwse gemeenten, en de Utrechtse gemeenten Eemnes, Bunschoten en Houten toe te treden als aandeelhouder (voor een gezamenlijk bedrag van circa € 5-6 miljoen, resulterend in de eerdergenoemde €25-30 miljoen (€15 miljoen provincie Utrecht, € 5 miljoen provincie Zeeland en € 5-10 miljoen Zeeuwse en Utrechtse gemeenten), nog onder voorbehoud van positieve afronding van de democratische besluitvormingsprocessen. De overige niet-aandeelhoudende gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin zijn in december jl.
benaderd met een uitnodiging om ook toe te treden. Hierop zijn nog enkele positieve reacties ontvangen, en met die partijen wordt momenteel door Stedin, ondersteund door de provincie Utrecht en de AHC, gesproken. Het is daarom dus nog mogelijk dat zich beperkte wijzigingen voordoen in de samenstelling van de toetreders en de bedragen. De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Amersfoort en Utrecht treden op dit moment niet toe. De Utrechtse gemeenten hebben wel aangegeven graag in gesprek te blijven met Stedin en de AHC over mogelijke participatie in de toekomst. Ter gelegenheid van de onderhandelingen rond de toetreding van de staat als aandeelhouder van Stedin zijn – ook voor decentrale overheden die later (mits zij uiterlijk 31 maart 2023 toetreden) - randvoorwaarden vastgelegd rond de waardering van de onderneming. De nieuwe toetreders liften als het ware mee op de tussen AHC, staat en Stedin gemaakte afspraken, wat het voordeel met zich meebrengt van een efficiënt proces. Gezien de korte tijdspanne (circa 3 maanden) die verstrijkt tussen het moment van toetreding van de staat en toetreding van de nieuwe aandeelhouders, worden de waarderingen, prognoses en dergelijke die voor de beoordeling van de transactie met de staat gebruikt zijn, óók gebruikt in het kader van de transactie met de Toetreders.
Hiermee wordt bespaard op externe kosten omdat hernieuwde onderhandelingen en vernieuwing van de waarderingen en due diligence niet plaatsvinden. De toetreding van de genoemde partijen heeft een aantal gunstige effecten zoals ook hierboven al toegelicht: • door de kapitaalstorting wordt het eigen vermogen van Stedin versterkt, waarmee gedeeltelijk voorzien wordt in de resterende eerder gecommuniceerde kapitaalbehoefte van afgerond € 0,7 miljard voor de lange termijn; • door het doen toetreden van nieuwe aandeelhouders wordt invulling gegeven aan de opdracht van de AvA om andere partijen dan alleen de bestaande aandeelhouders medeverantwoordelijk te maken voor de financiering van de energietransitie. Dit is mede van belang omdat de geplande investeringen voor een 5
•
deel plaatsvinden op of ten behoeve van het grondgebied van decentrale overheden die nu geen aandeelhouder zijn. het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur vereist intensieve samenwerking tussen overheden en Stedin. Daarbij draagt aandeelhouderschap van de relevante decentrale overheden ook bij aan het bij elkaar brengen van de belangen van de diverse overheden als belanghebbenden omdat zij ook een gezamenlijk aandeelhoudersbelang hebben.
Het toekomstbestendig maken van de energienetten is een complexe opgave en vergt intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen, ook voor goede en tijdige ruimtelijke inpassing. Geen gebruik voorkeursrecht Bestaande aandeelhouders hebben onder het statutaire voorkeursrecht de mogelijkheid ook aandelen te kopen, waardoor de afname van hun relatieve belang (dus verwatering) beperkt wordt. Het college wil geen gebruik maken van dit recht. Van dit recht is bij de toetreding van de staat ook geen gebruik gemaakt en er zijn wat het college betreft geen nieuwe of aanvullende argumenten die nu zouden leiden tot een ander besluit als ten tijde van de toetreding van de staat. ▪ Een toetsing aan de hand van het Beleidskader verbonden partijen en bestuurlijke relaties 2022 – 2026 wijst uit dat het publieke belang voldoende gediend blijft worden als afgezien wordt van het nemen van een bijkomend belang. Leidend hierin is namelijk of een storting van de gemeente noodzakelijk is voor de borging van het publieke belang (o.a. leveringszekerheid, veiligheid). Wat het college betreft is er geen publiek belang die een additionele storting rechtvaardigt. Stedin heeft immers na de kapitaalstorting van de staat en de Toetreders het kapitaal van de gemeente op dit moment niet nodig. Mocht de kapitaalbehoefte in de toekomst wijzigen dan zou dit standpunt kunnen veranderen.
▪ Daarbij is het doel van dit proces en de bestaande aandeelhouders juist geweest om - vanwege de wens om de verantwoordelijkheid van alle overheidslagen bij de energietransitie – zowel de staat als alle gemeenten en provincies in het verzorgingsgebied van Stedin die nog geen aandeelhouder van Stedin zijn, te laten toetreden. De staat en niet-aandeelhoudende gemeenten en provincies hebben immers ook baat bij een sterke netbeheerder. ▪ Hierdoor is een bijkomende storting door Rotterdam niet nodig. Daarnaast is Rotterdam al overwogen qua belang in Stedin en is er ook vanuit het ‘Kader Aandelenverdeling3’ geen reden om de Rotterdamse deelname te vergroten. Rotterdam is qua aandelenbelang namelijk al overwogen ten opzichte van de ideale situatie. Concreet betekent dit dat o.b.v. Stedins omzet Rotterdam als geheel een kleiner aandeel mag hebben dan het thans gehouden belang van 27,9%. Het is daarentegen zaak om gemeenten die nog géén aandeelhouder zijn te bewegen hun rol te spelen en aandeelhouder te worden. ▪ Tot slot wordt ook naar het financieel belang van de gemeente bij een eventuele kapitaalstorting gekeken. Op de bijkomende inbreng zou een beperkt dividendrendement gerealiseerd worden, daar tegenover staat dat de dekking van de kapitaalslasten die gemoeid zijn met deze kapitaalstorting relatief ongunstiger wordt omdat de rentes op de geld- en kapitaalmarkten zijn gestegen.
Deze doelstelling is verwoord in het ‘Kader aandelenverdeling’ 3 dat onderdeel is van het Aandeelhoudersconvenant Stedin Groep. Volgens dit kader reflecteert het aandeelhouderschap idealiter verhoudingsgewijs de omzet van Stedin in het gebied van de betrokken overheden ten opzichte van de totale omzet. 3
6
Op dit moment zijn er – voor zover nu bekend - ook geen andere aandeelhouders (inclusief de staat) die gebruik wensen te maken van hun voorkeursrecht. AHC-lidmaatschap provincies Utrecht en Zeeland De toetredende provincies verlangen ieder een zetel in de AHC. Het beoogde financiële belang van de toetreders als percentage van het aandelenkapitaal (ca. 0,6%) geeft geen recht op een zetel in de AHC4. Geografische spreiding van het (vertegenwoordigde) aandelenbelang kan echter ook zitting in de AHC rechtvaardigen. De provincies vertegenwoordigen dan tevens de gemeenten binnen hun grenzen in de AHC. Het college stemt erin toe dat de provincies toetreden tot de AHC, mede als representant van de Zeeuwse resp. Utrechtse gemeenten, waarbij geldt dat hun opstelling rond de invulling van eventuele toekomstige kapitaalbehoefte én hun optreden in de AHC van belang is. In 2027 zal de samenstelling van de AHC geëvalueerd worden en daarin zullen deze elementen worden betrokken. Invulling kapitaalbehoefte In verband met de benodigde investeringen in de energienetten om de energietransitie vorm te geven heeft Stedin de komende jaren een kapitaalbehoefte. Daarbij is er de wens om het geografische aandeelhouderschap een zo zuiver mogelijke afspiegeling te laten vormen in relatie tot de omzet die Stedin realiseert op het grondgebied van de gemeenten.
Ook provincies kunnen aandeelhouder worden om het aandeelhouderschap qua geografische representativiteit beter te matchen De acute kapitaalbehoefte is al goeddeels ingevuld door de storting van de staat, en de zogenaamde GRE-uplift die toen verkregen werd. De GRE-uplift houdt in dat de kredietwaardigheid zoals deze tot uitdrukking komt in een credit rating verbeterd is doordat kredietbeoordelaar S&P ervan uitgaat dat de Nederlandse staat Stedin te hulp zal schieten als dat nodig is. Een tweede element dat de kapitaalbehoefte dempt volgt uit een aanpassing van de regulering. De ACM heeft de ruimte waarbinnen Stedin tarieven mag vaststellen verhoogd. Hierdoor neemt de cashflow toe, wat van net als de GRE-uplift een positieve invloed heeft op de credit rating. Door deze elementen (toetreding van de staat en verhoging van de cashflow) is het verdedigbaar dat het bedrag waarvoor de Toetreders instappen vooralsnog beperkt blijft tot ongeveer € 25-30 miljoen. Wel is ook aan de nu niet toetredende partijen gemeld dat als de kapitaalbehoefte weer actueel wordt in de eerste plaats gekeken zal worden naar overheden die nu niet, of niet voor een pro-rata aandeel volgens het Kader Aandelenverdeling, participeren in Stedins kapitaal.
Toetreding door nieuwe aandeelhouders of uitbreiding van het belang van een overheid die nu nog niet voor een bedrag deelneemt dat in overeenstemming is met het kader aandelenverhouding, is niet afdwingbaar. Een overheid is dus vrij om al dan niet in te stappen.
Aandeelhouders die een belang van 7,5% vertegenwoordigen en dat wensen kunnen toetreden tot de AHC. 4
7
Beoordeling toetreding nieuwe aandeelhouders door het college Het college is blij met de toetreding van nieuwe aandeelhouders. Tegelijk wordt onderkend dat de ambities tot het aantrekken van nieuw kapitaal oorspronkelijk hoger lagen. In eerdere instantie werd immers gesproken over bedragen tussen de € 100 – 300 miljoen. Desondanks vormt de toetreding van nieuwe aandeelhouders een stap in de gewenste richting. Financiële en juridische consequenties/aspecten: De financiële gevolgen van de toetreding van de nieuwe partijen voor gemeente Rotterdam zijn gering. We onderkennen de volgende elementen: • Door de toetreding verwatert het belang van de bestaande aandeelhouders met 0,6%. Voor gemeente Rotterdam betekent dit een verwatering van 27,9% tot 27,7%. Hierdoor neemt de dividendgerechtigdheid van Rotterdam als aandeelhouder wat af. • Anderzijds wordt opgemerkt dat de door de toetredende partijen in te brengen middelen ertoe leiden dat het eigen vermogen toeneemt, waardoor ceteris paribus minder gebruik gemaakt hoeft te worden van vreemd vermogen. Dit leidt tot lagere rentelasten en (dus) een hoger rendement en voor dividend beschikbaar resultaat. • De Toetreders zijn over het bedrag van hun inbreng een vergoeding verschuldigd van 4% per jaar, gerekend vanaf 1 januari 2023, die aan Stedin vergoed wordt5.
Uitgaande van uitgifte van aandelen en storting van de bijdrage per 31 maart 2024 (1,25 jaar) betekent dit dat voor een bedrag van ongeveer 5% van de storting geen aandelen worden verkregen door de toetreders en dus over 95% van het te storten bedrag wel. De 5% (ofwel zo’n € 1,2 miljoen) leidt tot extra winst vóór belasting van Stedin, waardoor het uit te keren dividend in 2025 iets hoger wordt. Het totale effect van deze elementen op toekomstige dividenden is echter verwaarloosbaar. Zoals in de eerdere commissievergadering – in het geheime deel van de vergadering - is aangegeven, worden de dividendbaten van Stedin n.a.v. de toetreding van de staat en de Toetreders geactualiseerd bij de Voorjaarsnota 2024. Juridische gevolgen zijn er eveneens nauwelijks: aan de toetreding van de nieuwe aandeelhouders zijn geen wijzigingen van de governance verbonden. De zeer beperkte afname van zeggenschap/ stemrechten in de AvA is insignificant. Mede vanwege: • de rol van gemeente Rotterdam als grootste aandeelhouder van Stedin; • de interesse vanuit uw raad in de verdere kapitaalversterking; • de mede door u geuite wens tot het betrekken van andere overheden in het aandeelhouderschap van deelneming Stedin; en • onze toezegging u daarvan op de hoogte te houden menen wij dat het belangrijk was u rond de genoemde ontwikkelingen te informeren.
De Toetreders zijn ook gerechtigd tot het dividend dat wordt uitgekeerd vanaf de datum van toetreding. In de praktijk betekent dit dat zij meedelen in de winst die vanaf boekjaar 2023 wordt opgebouwd. Als datum van toetreding wordt 31 maart 2024 gehanteerd. Als de daadwerkelijke datum van toetreding (passeren notariële akte van uitgifte en de kapitaalstorting door de Toetreders hier iets van afwijkt wordt desondanks gerekend met 31 maart 2024 als toetredingsdatum. 5
8
Wij vertrouwen erop dit door middel van deze raadsinformatiebrief op toereikende wijze te hebben gedaan. Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris (a.i.),
De burgemeester,
A. Aboutaleb J.H. Meijer, L.s.
Bijlage(n): AHC-advies
9