[24bb000735] Beantwoording technische vragen IHP Onderwijs
Tekst van het document
Notitie Maatschappelijke Ontwikkeling Bedrijfsvoering en werkprocessen
Aan:
commissie WIOSSAN
Datum:
6 februari 2024
Betreft:
Beantwoording technische vragen IHP
Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: G.A.B. Sinke Telefoon: 14 010 E-mail: gab.sinke@rotterdam.nl
Beste commissieleden, Uw commissie heeft een aantal technische vragen gesteld ter voorbereiding op uw bespreking woensdag aanstaande over het IHP Onderwijs. Hieronder vind u de beantwoording georganiseerd per fractie. D66: 1. Bestaat er een overzicht per gebied of wijk qua investeringskosten? Indien dit overzicht bestaat, kunt u deze met de raad delen? Zijn de uitgaven in bepaalde wijken of gebieden aanzienlijk hoger dan in andere wijken? Antwoord: Er is geen overzicht per wijk of gebied. Dit is niet het primaire criterium. Het gaat niet om een gelijke verdeling over de stad. De staat van de panden is het eerste criterium in relatie tot de capaciteit om panden aan te pakken. Doordat er gebieden zijn waar (relatief) veel gebouwd is in een bepaalde periode, zoals de jaren ’60, leidt dit tot een flinke vervangingsopgave in Rozenburg en IJsselmonde. 2. Kunt u een uitspraak doen over de uitdagingen voor het basisonderwijs, afgezet tegen het voortgezet onderwijs? Waar gaat qua investeringen de komende tijd meer de aandacht naar uit? Zien we dat ook terug in dit plan? Antwoord: Het aantal schoolgebouwen in het basisonderwijs is veel groter dan in het voortgezet onderwijs. Daarom zullen veel meer scholen in het basisonderwijs vervangen worden. Maar qua investering is een school voor voortgezet onderwijs veel duurder omdat de omvang groter is.
Op de lijst van 34 panden staan 4 scholen voor voortgezet onderwijs, variërend van een deel van een school voor praktijkonderwijs in Hoogvliet (200 leerlingen) tot vervanging van de grootste school die er is in Rotterdam, het Emmauscollege (1700 leerlingen). Ook staan op de lijst 4 scholen voor gespecialiseerd onderwijs. Meerwaarde creëren: 3. “Het niet beschikbaar stellen van deze middelen kan als consequentie hebben dat er binnen deze periode extra geïnvesteerd moet worden om klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken.” Kunt u kenbaar maken om hoeveel (mogelijke) extra investering dit zou gaan? Antwoord: Dat is per maatregel erg verschillend. We zien bijvoorbeeld dat de aanleg van een warmtepomp of een ander verwarmingssysteem kostbare maatregelen zijn om naderhand uit te voeren. Het aanbrengen van extra zonnepanelen is in de meeste gevallen relatief eenvoudig te doen mits de aansluiting groot genoeg is. Niet alle maatregelen zijn terug te verdienen in de exploitatie.
Blad: Datum:
2/11 6 februari 2024
4. Kunt u een mogelijke update geven over de lobby naar het Rijk voor extra middelen voor onderwijshuisvesting? Antwoord: Tot dusverre heeft de lobby helaas nog geen structurele extra middelen opgeleverd. De structurele opgave wordt voortdurend geagendeerd via VNG en de sectorraden en in samenwerking met de overige G4. Daarnaast werken we samen met organisaties als Bouwstenen voor sociaal en Ruimte OK en ook het ministerie van OCW zelf om door middel van slim organiseren de opgave te versnellen. Vooralsnog komen enkel af en toe incidentele middelen beschikbaar. Het onderwerp is door het demissionaire kabinet doorgeschoven naar het nieuw te vormen kabinet. Demografische ontwikkelingen: 5. Hoe ziet de demografische ontwikkeling in de regio Rotterdame er de komende jaren uit? Zijn er specifieke trends of verschuivingen die het aantal potentiële studenten beïnvloeden? Wat betekent deze ontwikkeling voor het IHP? Antwoord: de demografische ontwikkeling in de regio verschilt per gemeente. Dit is vooral relevant voor het voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs, omdat deze meer een regiofunctie hebben dan het primair onderwijs.
Voor de 12-18 jarigen wordt verwacht (bron: leerlingprognoses Pronexus 2023) • krimp in Barendrecht, Capelle, Ridderkerk, Krimpen, Lansingerland, Nissewaard en Vlaardingen • groei in Albrandswaard, Hendrik Ido Ambacht, Maassluis, Schiedam en Zuidplas Krimp en individuele scholen: 6. Wat is het plan om de impact van krimp op individuele scholen aan te pakken? Zijn er specifieke strategieën om de scholen veerkrachtig te maken en tegelijkertijd de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen? Antwoord: De opheffingsnorm voor het basisonderwijs is 182 leerlingen. In principe investeren we niet in de huisvesting van scholen onder de norm, tenzij er een goede reden is om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld als het de enige school in een wijk is. Verder is dit vooral een onderwijsinhoudelijke kwestie.De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs ligt bij de schoolbesturen en scholen zelf. Vanuit het NROB stellen we het kwaliteitsbudget beschikbaar, waarbij alle scholen werken aan het verbeteren van taal- , lees- en rekenprestaties. Samenwerking met TU Delft: 7.
Hoe en waar worden de studenten van TU Delft gehuisvest? Welke eventuele samenwerkingen worden er opgezet en waar dienen andere scholen rekening mee te houden? Antwoord: Het IHP Onderwijs is beperkt tot de sectoren waar de gemeente een zorgplicht voor de huisvesting heeft: het primair -, voortgezet- en gespecialiseerd onderwijs. Het MBO, hoger onderwijs en studentenhuisvesting vormen hier geen onderdeel van. Groenlinks: 1. Zijn er op dit moment lopende ontwikkelingen die vooruitlopen op het vaststellen van het IHP 2024-2027? Welke zijn dit en welke risico’s kleven er aan het vooruitlopen op het vaststellen van dit plan? En wie draagt deze risico’s? De schoolbesturen of de gemeente? Antwoord: De ontwikkeling van Roerdomplaan 42 loopt vooruit op het vaststellen van het IHP. De school die hier in zat (Calvijn Business School) is (tijdelijk) verhuisd om plaats te maken voor de aanpassing van het gebouw voor de Julianamavo, zodat deze school in de zomervakantie 2025 kan verhuizen. De CBS verhuist uiteindelijk naar Stadionpark (2026). Deze verhuisbewegingen vloeien voort uit het in 2018 gesloten convenant Voortgezet Onderwijs Zuid. Na verhuizing van de Julianamavo wordt hun pand aan de Talingstraat weer bestemd voor een andere school. Kortom: een keten van verhuizingen, waarin
Blad: Datum:
3/11 6 februari 2024
stagnatie ontstaat door het later vaststellen van het IHP. Het risico is verdere vertraging, omdat scholen alleen in meerweekse schoolvakanties kunnen verhuizen. Ook de uitbreiding van de Agnesschool en Mr. Schats wijzigen in scope, doordat de uitbreiding is omgezet naar een structurele vernieuwing. 2. Welke rol hebben scholieren gespeeld in de totstandkoming van het IHP? Antwoord: geen. Het is zinvol om scholieren te betrekken bij de concrete bouwfase; dat duurt nog een aantal jaren. 3. Pagina 25: “De doelgroepenpopulatie (kinderen van 2 tot 4 jaar met de indicatie ‘extra spelen en leren’) is het grootste in de hierna genoemde gebieden. (Feijenoord, Charlois, IJsselmonde, Delfshaven, Prins Alexander). Gaat dit om relatieve populatie of absolute aantallen? Geeft een alternatieve meting een andere lijst? Hoe ziet dit eruit? Antwoord: Dit betreffen absolute aantallen, gebaseerd op de gegevens van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Er zijn geen alternatieve metingen gedaan, dus het is niet duidelijk of dat tot een andere lijst zal leiden. Gebiedsnaam
Charlois Delfshaven Feijenoord Hillegersberg-Schiebroek Hoek van Holland Hoogvliet (inclusief Pernis) IJsselmonde Kralingen-Crooswijk Noord Overschie Prins Alexander Rotterdam Centrum Rozenburg Totaal
Aantal 2en 3jarigen met ESL 798 618 847 145 66 282 762 235 213 134 457 127 72 4.757
Peildatum 1-10-2023. Bron: CJG ESL = indicatie Extra spelen en leren van het CJG. 4. Voor het vergroten van het bereik van doelgroeppeuters ligt de prioriteit bij de gebieden Prins Alexander, Hoogvliet en Feijenoord. De doelgroepenpopulatie is het grootst in Feijenoord, Charlois, IJsselmonde, Delfshaven en Prins Alexander. Hoe is het bereik van de doelgroeppeuters van Charlois, Delfshaven en IJsselmonde ten opzichte van Prins Alexander, Hoogvliet en Feijenoord? Antwoord: Zie de tabel hieronder voor de percentages per gebied. In de periode 2024 – 2027 gaan we aan de slag met een wijkgerichte aanpak om het bereik te vergroten. We starten daarbij in Feijenoord, Alexander en Hoogvliet, maar het doel is om deze aanpak in de hele stad uit te voeren.
Blad: Datum:
4/11 6 februari 2024
5. Op pagina 25 staat dat er een regeling in ontwikkeling is voor kinderopvang met voorschoolse educatie bij nieuwbouw van basisscholen. Kunt u hier al meer informatie over delen? En wanneer wordt deze regeling verwacht? Antwoord: Er wordt een pilot uitgevoerd bij enkele scholen. Juridisch gezien is het ingewikkeld. Er zitten verschillen in regelgeving, financiering en in eigenaarschap. Het juridisch eigendom van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen. Bij gebruikmaking van een ruimte binnen het schoolgebouw zijn schoolbesturen dan vervolgens de partij die een verhuurconstructie met een andere partij aan moeten gaan. Bovendien vraagt dit voorfinanciering en extra krediet van de gemeente. De regeling is in ontwikkeling en afronding wordt dit jaar verwacht. 6. Kunt u een tabel met uitsplitsing delen van de effecten van het IHP op de begroting? Zoals bijvoorbeeld kasschuiven en onttrekkingen van reserves. Antwoord: Het effect van het IHP vertaalt zich vooral in een verhoging van de kapitaalslasten (rente en afschrijving). De dekking hiervoor is reeds voorzien en gereserveerd in de begroting via de RIM, dit wordt vierjaarlijks herijkt.. Er vindt nu een actualisatie plaats van de modelmatige berekening voor de aanvullende dekkingsmiddelen voor vervangingsinvesteringen, renovaties en restauraties conform het beleid zoals vastgesteld in 2020.
Hierbij wordt rekening gehouden met de sterk gestegen bouwprijzen. De uitkomst hiervan wordt ter vaststelling voorgelegd bij de Voorjaarsnota 2024. Het krediet voor onderwijshuisvesting wordt gemonitord en via een aanvraag bij de 4 of 8 maandsrapportage aangevuld. U wordt hierover geinformeerd via de VIMIP (voortschrijdende indicatieve meerjaren investeringsplanning) Niet activeerbare kosten (geen investeringen) zoals een opslag voor zakelijke lasten, tijdelijke huisvesting, voorbereidingskosten en eerste inrichting worden vanuit de exploitatie bekostigd. 7. Pagina 25: “en waar nodig voldoende parkeerplekken” Worden er vanuit het IHP maatregelen genomen om de bereikbaarheid met de fiets/OV te bevorderen waardoor parkeerplekken in mindere mate noodzakelijk zijn? Antwoord: Niet specifiek vanuit het IHP. De gemeentelijke Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets 2022 wordt gehanteerd. In deze regeling is al sprake van strengere eisen t.a.v. parkeerplekken in de openbare ruimte. Vanuit verkeersveiligheid wordt bij de inrichting van schoolpleinen en omgeving er primair vanuit gegaan dat
Blad: Datum:
5/11 6 februari 2024
leerlingen, leraren en ouders lopend of fietsend naar school komen. Tegelijkertijd hebben we te maken met een tekort aan leraren en pedagogisch medewerkers. Daarom is voor scholen en kinderopvang het aantal beschikbare parkeervergunningen verhoogd. Ook omdat leraren en pedagogisch medewerkers vaak buiten Rotterdam wonen, en locaties niet altijd goed met openbaar vervoer te bereiken zijn. 8. Op pagina 28 wordt er gesproken van de Total Cost of Ownership benadering. Wat houdt deze benadering in? Antwoord: De Total Cost of Ownership (de levensduurcyclus) is het totaalbedrag aan kosten voor de aanschaf en het bezit van een product of dienst gedurende de hele levenscyclus/gebruikscyclus. Met de TCO-analyse wordt inzichtelijk of extra investeringen aan de voorkant zich terugverdienen gedurende de exploitatie van het gebouw. Doordat de scholen verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en de gemeente voor de investering is een gezamenlijke kostenanalyse noodzakelijk. 9. Pagina 28: “Een schoolbestuur mag ‘boven bouwbesluit’ investeren in haar gebouw, mits deze investering vanuit te verwachten exploitatievoordelen kan worden ‘terugverdiend’. Ook kunnen ze gebruik maken van de Energietransitielening uit het gemeentelijk coalitieakkoord. Of de gemeente kan aanvullend bijdragen aan het onrendabele deel van de investering.
Hoe wordt deze afweging per casus gemaakt? Wanneer investeert de gemeente zelf in het energie neutraal maken van schoolgebouwen? Speelt welwillendheid van schoolbesturen om zelf te investeren hierin een rol? Antwoord: Op dit moment investeert de gemeente nog niet in het energieneutraal maken van de schoolgebouwen boven de eisen uit het bouwbesluit en frisse scholen. Hiervoor zijn geen middelen beschikbaar. Er is wel een claim in voorbereiding voor de voorjaarsnota. Hierop kan niet vooruit worden gelopen. Dit betreft het onrendabele deel van de investering. Met het betreffende schoolbestuur worden de mogelijkheden per casus bekeken. De welwillendheid en de mogelijkheden van het schoolbestuur om zelf te investeren spelen uiteraard een rol. Grote besturen zullen hier eerder toe in staat zijn dan kleinere. 10. Pagina 28: “Binnen concessiegebieden moeten nieuwbouwontwikkelingen aansluiten op stadsverwarming. De concessiehouder kan een vrijstelling aanvragen als de locatie een te grote investering vergt.” Wat betekenen eventuele vrijstellingen voor de vastgoedportefeuille in de toekomst? Zullen er eerder dan wanneer het object wel is aangesloten op stadsverwarming renovaties moeten plaatsvinden? Nee, alle nieuwbouwprojecten voldoen aan de bouwregelgeving en zijn hierdoor aardgasvrij. Dit kan een aansluiting op stadsverwarming zijn.
Indien de aansluiting niet mogelijk is, of zeer kostbaar doordat de stadsverwarmingsaanvoer verder van de ontwikkeling is gelegen, zijn alternatieven als een warmtepomp of warmtekoudeopslag mogelijk. Het voordeel van van dergelijke systemen is dat er naast verwarming tevens koeling wordt voorzien, wat in de huidige goed geïsoleerde gebouwen steeds gewenster is. 11. Pagina 29: “Het ontwerp, de renovatie en bouw moeten zoveel mogelijk aanpasbaar zijn. * Het gebouw moet multifunctioneel, aanpasbaar en veranderbaar zijn voor verschillende gebruiksscenario’s. Op deze manier zijn functieveranderingen zonder ingrijpende verbouwingen mogelijk.” Wat betekent aanpasbaarheid van het ontwerp, de renovatie en bouw? Hoe verschilt dit van de aanpasbaarheid en veranderbaarheid van het gebouw zoals beschreven in de opvolgende bullet?
Blad: Datum:
6/11 6 februari 2024
Antwoord: het één vloeit voort uit het ander. Het gaat erom dat al in het ontwerp rekening wordt gehouden met aanpasbaarheid aan andere wensen en andere gebruikers. 12. Pagina 29: “Voor een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad is onder andere schone lucht en een aangenaam akoestisch klimaat essentieel.” Zijn er concrete richtlijnen/bouwof renovatie eisen die dit waarborgen? Onderdeel van de verplichte bouwregelgeving is de luchtkwaliteit en de akoestiek. Daarnaast hebben we als gemeente een Frisse Scholen profiel samengesteld, waarin tevens eisen voor akoestiek en luchtkwaliteit zijn opgenomen. De gemeente toetst gedurende de ontwikkeling van de scholen op de gemeentelijke uitgangspunten. 13. Pagina 31: “Uitvoering is vrijwillig, de school moet intrinsiek gemotiveerd zijn om een groenblauw schoolplein te realiseren.” Heeft u een beeld over hoe sterk de intrinsieke motivatie van scholen is? Is deze er in de regel, of zijn scholen niet enthousiast? Antwoord: de intrinsieke motivatie is er zeker bij veel scholen. Scholen zien steeds meer het nut van de aanleg van groenblauwe schoolpleinen. De gemeente ondersteunt scholen bij het opstellen van een goed plan, waarbij beheer en onderhoud belangrijke punten zijn. 14. Pagina 31: “De Leidraad verkeersveilige schoolomgeving biedt een afweegkader om te bepalen welke maatregelen passen bij een bepaalde schoolomgeving.
Dit kan zowel worden toegepast bij nieuwbouw als renovatie.” Zijn er mogelijkheden voor scholen die (nog) niet gerenoveerd gaan worden mogelijkheden om werk te maken van de verkeersveilige schoolomgeving vanuit het IHP? Antwoord: Zeker, dit kan los van het IHP.Bij de bouw van een nieuwe school is de aansluiting op de omgeving een aandachtspunt. Hierover vindt per gebouw afstemming plaats met Stadsbeheer, Mobiliteit en Gebiedsontwikkeling. Het afweegkader is een manier om het gesprek te voeren over noodzakelijke aanpassingen. De dekking voor het IHP (de RIM) heeft als randvoorwaarde dat deze leidt tot waardevermeerdering van het gemeentelijk vastgoed en kan hierdoor niet zondermeer ingezet worden voor openbare ruimte. PvdA: Inclusie: 1. Op verschillende plekken in het IHP gaat het over een sterkere samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs. Ons is niet duidelijk op welke manier dit zich vertaalt in huisvesting, bijvoorbeeld in de zin van gezamenlijk gebruik van een schoolgebouw. Meestal gaat het over ‘in en om rondom de school meer expertise te organiseren’ (pagina 9). Of, op pagina 32 bij koppel kansen: ‘we kijken of regulier en speciaal in elkaars nabijheid kunnen worden gerealiseerd’. Graag een toelichting of en hoe dit in gezamenlijke huisvesting vertaalt Antwoord: De mogelijkheden worden nader onderzocht.
Er zijn al meerdere voorbeelden van, zo zijn er 3 scholen waarbij speciaal basisonderwijs en regulier basisonderwijs in één gebouw gehuisvest is. Ander voorbeeld is de nieuwbouw van Wolfert Dalton met Mytylschool De Brug. 2. Bovenaan pagina 26 een verwijzing naar inclusief onderwijs in nieuwbouw, maar betekent dat dat bij bestaande bouw dit geen onderwerp is? Antwoord: Het IHP gaat over (vervangende) nieuwbouw. Bij bestaande bouw is inclusiever onderwijs ook een onderwerp, maar dit is dan meer een organisatievraagstuk voor de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden.
Blad: Datum:
7/11 6 februari 2024
3. Op pagina 26 wordt gezegd dat er twee inclusieve basisscholen bijkomen in Rotterdam. Waar in de stad zullen deze basisscholen komen? En op welke criteria wordt dit gebaseerd? Antwoord: Bedoeld wordt hier twee scholen zoals basisschool het Pluspunt, waar de school zodanig is ingericht dat leerlingen met een lichamelijke beperking zich daar zonder belemmeringen makkelijk door de school kunnen bewegen. Het streven is hierbij spreiding over de stad, dus een school in west en één in zuid. 4. Op welke manier en waar zijn de bevindingen uit het SCP-rapport ‘samen of gescheiden naar school’ in het IHP verwerkt? Zie: link naar SCP rapport Antwoord: Dit SCP rapport gaat over de verschillende niveaus van het voortgezet onderwijs en het meer mogelijkheden bieden om segregatie als gevolg van vroege selectie tegen te gaan. De bevindingen uit dit rapport hebben in het IHP geen rol gespeeld. Dit omdat in Rotterdam relatief veel scholengemeenschappen zijn die diverse niveaus aanbieden. Door het diverse aanbod en samenwerking tussen scholen zijn op af- of doorstroom goed uitvoerbaar. 5. Geeft het IHP ruimte aan initiatieven zoals ‘samen naar schoolklassen’ van de stichting Het Gehandicapte Kind? Zo ja, hoe kunnen dergelijke initiatieven worden opgepakt? Antwoord: Het Pluspunt is zo’n school zoals beschreven wordt in ‘Samen naar schoolklassen’. Dat willen we juist graag meer zien.
Zie antwoord op vraag 3. 6. Pagina 34: bent u voornemens om de NEN-norm, die geen wettelijk verplichtend karakter heeft, wel als dwingende norm mee te geven aan de bouwheer? Antwoord: Deze NEN norm is nog in ontwikkeling. Zolang deze norm geen wettelijk verplicht karakter heeft wordt deze norm of het Handboek voor Toegankelijkheid meegegeven als dringend advies. Hittestress: 7. Op verschillende plekken in het IHP wordt verwezen naar het belang van een goed binnenklimaat; voor leerprestaties en voor het aantrekkelijk houden van de werkplek voor leraren. Daarbij lijkt de nadruk op de luchtkwaliteit te liggen. Zonder iets aan het belang daarvan af te doen, hebben wij de vraag op welke manier de maatregelen tegen de (toenemende) hittestress hier ook een plek hebben. Hitte vermindert de schoolprestaties aantoonbaar. Zo gaat het onder ‘kwaliteit’ op pagina 12 louter over ventilatie, wordt hittestress niet apart genoemd op pagina 25 onder het kopje ‘tegengaan personeelstekort’. Antwoord: Door de Coronapandemie is veel aandacht uitgegaan naar ventilatie en binnenmilieu. Hittestress is een fenomeen dat (naast wateroverlast door hevige regenval) de laatste paar jaar vaker voorkomt door het veranderende klimaat. Dit heeft nu dus ook de aandacht en zal bij het ontwerpen van nieuwe schoolgebouwen zeker een rol spelen. Dit is wel een punt van aandacht bij de bestaande bouw.
Bouwregelgeving voor nieuwbouw is hier al op aangepast en stelt eisen t.a.v. temperatuur. Het onderdeel temperatuur is ook opgenomen in het Programma van eisen voor Frisse scholen. 8. In paragraaf 4.1.4 ‘verhogen onderwijskwaliteit’ is geen aandacht voor hittestress en ook in 4.2 ‘duurzaamheid en toekomstbestendigheid’ vinden wij het niet terug. In laatstgenoemde paragraaf onder het kopje ‘klimaatadaptief bouwen’ staan evenmin maatregelen expliciet vermeld. Lezen wij dit goed of is er via onderliggende documenten wel aandacht voor en hoe zit dat dan? Antwoord: Het programma Rotterdams WeerWoord biedt een toolkit met allerhande maatregelen die getroffen kunnen worden. (is vermeld op pag. 29 van het IHP) Hierbij wordt opgemerkt dat er financiële consequenties zijn van ambities op gebied van duurzaamheid die alleen volledig gerealiseerd kunnen worden als de raad hiervoor de
Blad: Datum:
8/11 6 februari 2024
benodigde extra middelen ter beschikking stelt. Hiervoor is een claim in voorbereiding voor de Voorjaarsretraîte 2024. Achterstanden: 9. Op pagina 24 wordt gezegd dat een VE aangevraagd kan worden als sprake is van een hoge achterstandsscore van de school en als de VE-aanbieder een door de gemeente gesubsidieerd programma uitvoert. Op grond waarvan vindt beoordeling van een dergelijke aanvraag plaats en in hoeveel gevallen wordt een aanvraag afgewezen en om welke reden? Is gezamenlijke huisvesting in alle andere gevallen uitgesloten? Antwoord: De beoordeling van een aanvraag is conform de vastgestelde beleidsregel vaststellen capaciteit voorschoolse educatie programma peuteropvang Rotterdam 2020. Een aanvraag wordt afgewezen als niet aan de in deze beleidsregel gestelde criteria voldaan kan worden; i.c. de hoogte van de achterstandsscore of er al voldoende aanbod in de wijk is. 10. Op pagina 26 wordt gezegd dat er samen met schoolbesturen en samenwerkingsverbanden een ideaaltype van een Rotterdams schoolgebouw op het gebied van inclusiever onderwijs, duurzaamheid en Groenblauwe schoolpleinen. Zijn voor deze ideaaltype al richtlijnen ontworpen van hoe de drie doelen eruit gaan zien? Antwoord: Hiermee wordt binnenkort een start gemaakt. Overige: 11.
Pagina 27: Op welke manier wordt de schil om de school meegewogen in de onderwijshuisvesting? Graag meer toelichting Antwoord: Deze wordt niet meegewogen. Scholen worden geacht ook een bepaalde mate van flexibiliteit in het meewerken aan maatschappelijke vraagstukken te leveren. 12. Op pagina 31 wordt aangegeven dat één van de doelen van groenblauwe schoolpleinen bij nieuwbouw toegankelijkheid voor de buurt en inclusiviteit is. Zijn er ook plannen om dit doel ook bij bestaande schoolgebouwen na te streven? Antwoord: voor bestaande schoolgebouwen is de subsidieregeling groen/blauwe schoolpleinen al enkele jaren beschikbaar. Toegankelijkheid en inclusiviteit (in de zin van fysieke toegankelijkheid) zijn voorwaarden in de subsidieregeling. Aanvragen kunnen jaarlijks gedaan worden. 13. Pagina 31: aansluiting openbare ruimte: is er beleid om schoolpleinen ook als openbare speelplek voor de buurt te gebruiken? Antwoord: Niet alle scholen willen dit om redenen van veiligheid en vandalisme. Bij de aanleg van een groen/blauw schoolplein is het een eis dat het plein ook toegankelijk is voor de buurt. VVD: Er zijn nog 84 projecten uit het IPH 2020-2023 en IHP 2015-2019 waaraan wordt gewerkt of moet worden gestart. Op pag 114-118 staan deze scholen. 1.
Wat is de reden dat deze 84 nog niet zijn gestart? Antwoord: De meeste projecten zijn reeds gestart en bevinden zich in diverse stadia van voorbereiding (startnotitie tot uitvoering). Van deze lijst zijn ongeveer 15 projecten nog niet gestart. Dat heeft diverse oorzaken. Soms wijzigen inzichten, of zijn er ontwikkelingen in de omgeving waardoor een project wordt uitgesteld. In principe is het aan de bouwheer om een project te starten. Momenteel spelen ook capaciteitsproblemen bij schoolbesturen en gemeente. 2. Van deze lijst zijn 21 scholen uit het IHP 2015-2019 en 1 uit 2020-2023 waar het soort investering nog niet bekend is. Waar komt dat door?
Blad: Datum:
9/11 6 februari 2024
Antwoord: In deze projecten is nog niet bekend of het sloop/nieuwbouw, renovatie of een uitbreiding wordt. Helaas is er een fout opgetreden in de lijst, 18 van de 21 scholen staan in het IHP 2020-2023. Een deel van deze scholen is nog niet gestart, voor een ander deel wordt nu een startnotitie gemaakt, waarin de wordt onderzocht wat de beste optie is: sloop/nieuwbouw, renovatie of nieuwbouw/ingebruikname elders. 3. Wat wordt er bedoeld met toekomstbestendige voorzieningen (pag 10)? Antwoord: hiermee worden gebouwen bedoeld die ook over geruime tijd nog gebruikt kunnen worden of aangepast kunnen worden als een up to date voorziening. 4. In hoeverre is uitstroom (pag 22) de oorzaak van de krimp in het basisonderwijs (pag 16) en VO (pag 18)? Wat zijn andere oorzaken? Antwoord: De basisgeneratie 4-12 jarigen laat een krimp zien, ter illustratie: 2020: 57.079; 2023: 55.801 Dit is niet te zien in de basisgeneratie 12-18, waar we een groei zien, ter illustratie: 2020: 43.955; 2023: 44.977 Zoals de illustraties op pag. 16 en 18 laten zien verschilt groei en krimp per gebied. 5. Zijn er scholen (aantal of percentage) die onder de opheffingsnorm (<182 leerlingen) en die in het IHP zijn opgenomen? Antwoord: Deze opheffingsnorm betreft alleen basisscholen. In de lijst van 34 panden staat één basisschool onder de opheffingsnorm, de Petrus Datheen.
Dit is echter de enige school in Rotterdam van deze levensbeschouwelijke richting. Om een goed beeld te krijgen van het schoolgebouwenbestand is in 2020 een nulmeting gedaan. Waarbij naar drie criteria is gekeken: functionaliteit, duurzaamheid en kwaliteit (pag 12). 6. Op welke manier worden historische monumentale schoolpanden gewogen? Antwoord: Deze zijn op dezelfde wijze gewogen. In de gebiedsgesprekken is aan de orde gekomen of een investering daad werkelijk nodig is. Een sloop/nieuwbouw scenario zal hier niet aan de orde zijn. 7. Wat is een stroom school (pag 21)? Antwoord: Bijvoorbeeld een tweestroomschool heeft per leerjaar twee klassen. Dus een volledige groep 1 t/m 8. 8. Er zijn scholen die sterk groeien en scholen die krimpen (pag 94). Kan er een overzicht worden gegeven van welke scholen krimpen? Antwoord: Dit betreft het voortgezet onderwijs op de noordoever. Scholen die krimp laten zien zijn: Driestart-Wartburg Revius, Roncallimavo, Comenius Meerpaal, STC, Wolfert College, Laurens Luceum, Libanon Lyceum. Daartegenover zijn er scholen die (sterk) groeien. 9. Hoe wordt het overschot aan lesruimte gemeten (95)? Antwoord: Het aantal m2 van een gebouw is bekend, evenals het aantal leerlingen. Er is een norm per leerling. Dit is inzichtelijk in het digitale Onderwijsloket door middel van een rekentool. 10.
Op Zuid wordt enerzijds gesproken over overschot in lesruimte en anderzijds groei van de basisgeneratie (pag 98): Hoe verhouden deze zich tot elkaar? Antwoord: dankzij het overschot aan lesruimte kan de groei van de basisgeneratie opgevangen worden in de beschikbare ruimte. Gymzalen Uitgangspunt is dat alle nieuwe gymzalen in beheer en exploitatie komen bij Sportbedrijf
Blad: Datum:
10/11 6 februari 2024
Rotterdam (SBR). 11. Wat is de levensduur van een gymzaal? Antwoord: Een gymzaal wordt financieel in 40 jaar afgeschreven. De meeste gymzalen zijn (veel) ouder. In het IHP gym zijn de gymzalen van voor 1960 opgenomen, omdat deze kleiner en daardoor minder functioneel zijn. In de VGB12 zijn de gymzalen opgenomen, die technisch waren afgeschreven. 12. welk % zit nu bij Sportbedrijf Rotterdam Antwoord: Ongeveer 50% van de zalen. Dit bestaat uit zalen in zelfstandige gymzalen, sportzalen en zaaldelen in sporthallen. 13. Hoe is beheer en exploitatie geregeld voor het gedeelte dat niet onder het SBR valt? Antwoord: Een deel van de gymzalen is in eigendom en beheer van de schoolbesturen. Dit zijn bijvoorbeeld inpandige gymzalen en het grootste deel van de gymzalen in het Voortgezet onderwijs. Het VO krijgt hiervoor bekostiging via de lumpsum bekostiging van het Rijk. Voor het PO en GO is er de beleidsregel Lokalen bewegingsonderwijs 2015. Enkele gymzalen zijn in beheer en exploitatie van derden zoals bijvoorbeeld sportclubs of het MBO en hoger onderwijs. Geld De afschrijving is 40 jaar. echte levensduur landelijk is 69 jaar. 50% van het schoolgebouwenbestand in Rotterdam is ouder dan 45 jaar. 14.
Welke invloed heeft de nieuwe bouw- en energienorm op de afschrijvingstermijn? De afschrijftermijn is vastgelegd in de gemeentelijke financiële verordening en kent voor vastgoed een maximale termijn van 40 jaar voor nieuwbouw en 20 jaar voor renovaties. Bij de vaststelling van de bestuursopdracht ‘Borging investeringsruimte voor vervangingsinvesteringen, renovaties en restauraties’ is in 21 de opdracht meegegeven om de mogelijkheid voor het toepassen van een alternatieve afschijftechniek toe te passen bij vastgoedinvesteringen. In de uitwerking wordt op basis van objectieve criteria onderzocht of restwaarden en een langere afschrijfduur te beargumenteren is door respectievelijk de uitneembaarheid van materialen en de toekomstbestendigheid van de gebouwen te vergroten. Er wordt onderzocht of door het toepassen van een restwaardepercentage (een deel) van de aanvullende investering om demontabele materialen toe te passen bekostigd kan worden. Daarnaast wordt onderzocht of door het toepassen van een langere afschrijftermijn (een deel) van de aanvullende investering om gebouwen te realiseren die voor meervoudig gebruik geschikt zijn, bekostigd kan worden. Op dit moment worden er een drietal casussen uitgewerkt. De uitwerking zal in Q3 24 worden afgerond. 15.
Hoe werkt dit voor monumentale gebouwen, die niet gesloopt of vernieuwd kunnen worden? Bij aanvang van een project met een monumentaal gebouw worden de mogelijkheden om het gebouw naar hedendaagse kwaliteit te brengen onderzocht. Een randvoorwaarde voor het instandhouden van een monument, conform het Chatre van Burra van UNESCO, is dat deze gebruikt kan worden. Voor het monument wordt een cultuurhistorische waardestelling opgesteld, om te onderzoeken wat behouden moet blijven om de monumentale eigenschappen van het gebouw te handhaven. Het kan hierdoor zijn dat niet alle nieuwbouweisen kunnen worden behaald, daarentegen biedt een monumentaal schoolgebouw ook kwaliteiten dat een nieuwbouw niet kan bieden. In materiaalafwerking, plafondshoogtes. 16. Normbedragen zijn zonder grond, sloop en andere locatiekosten (p 105). Hoe zorg je er dan voor dat je binnen de begroting blijft? Welke waarborgen zijn hiervoor ingebed?
Blad: Datum:
11/11 6 februari 2024
Antwoord: Alle plannen worden door ons getoetst. Uitgangspunt is dat deze kosten binnen de waarde van de grond moeten blijven. Afwijkingen moeten voorzien van onderbouwing worden voorgelegd. In sommige gevallen is dit onvermijdelijk of zal een andere locatie gekozen moeten worden. 17. Wat is de reden dat normbedragen anders zijn dan het kengetal? Antwoord: in de normbedragen zijn de locatiegebonden kosten niet opgenomen. De normbedragen worden landelijk berekend door de VNG. Locatiegebonden kosten zijn per gemeente en per locatie verschillend. 18. Welk % van alle kosten bedraagt de jaarlijkse overige kosten? Antwoord: dit is ongeveer 7%. 19. Hoe brengen we locaties voor tijdelijke huisvesting in kaart? Antwoord: Het vraag en aanbod van tijdelijke voorzieningen is in kaart gebracht in samenwerking met Vastgoed. Op deze wijze wordt ernaar gestreefd dit zo goed mogelijk in te zetten. Wij hopen hiermee al uw vragen beantwoord te hebben.