CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb000653] Bijlage behorende bij 24bb000652 over RAK convenant

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 28 februari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Duurzaam6.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING REGIONAAL AFSPRAKENKADER

REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING PARTIJEN 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8. 9. 10.

De gemeente Maassluis, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw D.N. Mulder-Solleveld, wethouder Duurzaamheid en Milieu, Onderwijs en jeugd, Sport en recreatie, Jeugd-jongerenwerk en Informatievoorziening en automatisering De gemeente Nissewaard, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer C.A. Hottentot, wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling, Verkeer en Vervoer, Dierenwelzijn, Dienstverlening en ICT, Duurzaamheid en Evenementen De gemeente Rotterdam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw L.A. Vonk, afdelingshoofd Ruimte, Wonen & Milieu De gemeente Schiedam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw A.J.M. Laan, wethouder Wonen, RO, Financiën, Haven, Bedrijventerreinen, Archief, Nationaal Programma en Sport De gemeente Vlaardingen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer B.T. Bikkers, wethouder Stadsprogramma’s Nieuwe Rivierzone en Nieuwe Binnenstad, Financiën & Inkoop, Economische Zaken & Vestigingsklimaat, Mobiliteit, Blankenburgverbinding & Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland, Personeel en Organisatie De gemeente Voorne aan Zee, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer I.S. Bal, wethouder Ruimtelijke ontwikkeling en milieu, Vastgoed, Vergunningverlening en handhaving, Intern beheer en Externe communicatie en website De provincie Zuid-Holland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw J.

Baljeu, gedeputeerde Transities haven en industrie (en Novex haven)/maritiem cluster, Luchtvaart, Water en Bodem, Klimaatadaptatie DCMR Milieudienst Rijnmond, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer D.R. Molenaar, directielid Deltalinqs, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer B.D.M. Janssen, directeur Havenbedrijf Rotterdam N.V, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer E. van der Schans, hoofd Environmental Management

De bij dit convenant betrokken partijen zijn tevens betrokken bij de Duurzame Dialoog in het kader van de Havenvisie. De gemeente Albrandswaard ontvangt dit convenant ter informatie, in verband met hun deelname aan de Duurzame Dialoog (ook wel het Regionaal Bestuurlijk Overleg genoemd). A. OVERWEGINGEN I.

De Rijnmondregio heeft zich mede door toedoen van de Rotterdamse haven kunnen ontwikkelen tot één van de drukst bevolkte en economisch belangrijkste gebieden in Nederland. De Rotterdamse haven en de regio werken samen aan de transitie naar een klimaatneutrale, duurzame, circulaire haven, inclusief de sociale transitie rond arbeidsmarkt en onderwijs die daarvoor nodig is. Rotterdam en de gemeenten in de Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-1-

regio hebben daarnaast een grote woningbouwopgave. Bovendien vinden partijen het van belang de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren. De haven en omringende woonkernen zijn in het realiseren van deze opgaven van elkaar afhankelijk. De haven heeft vanwege de arbeidsvraag behoefte aan een regio met een aantrekkelijk en gezond woon- en leefklimaat, terwijl de regio behoefte heeft aan de werkgelegenheid en economische impuls van een goed functionerende, duurzame en zich verder binnen de afgesproken kaders ontwikkelende haven. II.

Woongebieden op korte afstand van het havengebied beïnvloeden de ontwikkelruimte van de haven, terwijl de haven andersom het woon- en leefklimaat in deze woongebieden beïnvloedt. Het inpassen van nieuwe ontwikkelingen luistert nauw. Daarom hebben de bij dit convenant betrokken partijen in 2015 in het Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling (RAK) afspraken gemaakt over de voorbereiding van besluitvorming over nieuwe ontwikkelingen in het havengebied en de omgeving. In het RAK is in slotbepaling 27 afgesproken om met elkaar in overleg te gaan over het aanpassen van het convenant mochten er wijzigingen in de geluidregelgeving optreden. De aankomende invoering van de Omgevingswet met onder andere de veranderde regelgeving rond het geluid en de behoefte om het convenant aan te passen aan de huidige manier van werken binnen het RAK vormen samen de aanleiding voor deze actualisatie van het RAK convenant.

III.

Met de komst van de Omgevingswet heeft de wetgever voorgeschreven dat industrielawaai ook het nestgeluid omvat. Om te anticiperen op het meenemen van nestgeluid als onderdeel van het industrielawaai is een interim werkwijze ontwikkeld. Deze werkwijze is onderdeel van deze actualisatie van het RAK en wordt daarmee in het RAK geborgd. In de interim werkwijze is uitgewerkt hoe nestgeluid mee te nemen bij woningbouwontwikkelingen in de geluidzone van de haven. Dit is onderdeel van deze actualisatie van het RAK. De interim werkwijze blijft van kracht tot de vaststelling van de geluidproductieplafonds (gpp’s).

IV.

Om efficiënter gebruik te maken van de geluidruimte wordt een nieuwe geluidverkaveling ontwikkeld, waarmee waar mogelijk de geluidbelasting op de omgeving kan worden beperkt. Deze verkaveling wordt vastgelegd in een (thematisch) omgevingsplan onder de Omgevingswet. Daarnaast wordt onderzocht wat de hoogte is van het bronvermogen van de schepen en hoe hinder door geluid van afgemeerde schepen kan worden beperkt.

V.

In het kader van de uit 1992 daterende bestuursovereenkomst Rijnmond-West zijn naar toenmalig inzicht de na te streven 55 dB(A)-eindcontouren voor de geluidbelasting vanwege de inrichtingen in het Rotterdamse havengebied op de omgeving bepaald. Daarbij is het geluid van afgemeerde schepen (het zogenaamde nestgeluid) voor het overgrote deel buiten beschouwing gebleven. De wetgever heeft ook voorgeschreven dat het bevoegd gezag gpp’s voor de gezoneerde industrieterreinen als omgevingswaarde dient vast te stellen. De geluidverkaveling uit het omgevingsplan kan daarbij als basis dienen. De vaststelling van de gpp’s is aanleiding voor een volgende actualisatie van het RAK-convenant. Bij die volgende actualisatie zullen ook de eindcontouren en de bijbehorende beleidsambitie betrokken worden.

Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-2-

VI.

Het provinciaal beleid biedt geen ruimtelijk eindbeeld, maar wel een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de provincie Zuid-Holland en de Rijnmondregio in het bijzonder. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen mede te voldoen aan het provinciaal omgevingsbeleid. Sinds 2022 is aan het provinciaal omgevingsbeleid toegevoegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met het nestgeluid van afgemeerde schepen.

B. AFSPRAKEN Beleidsambities 1. De provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam N.V. en Deltalinqs streven naar een zo laag als redelijkerwijs mogelijke milieubelasting vanwege activiteiten in het havengebied op de omgeving. Voor de geluidbelasting vanwege op land gelegen geluidbronnen binnen inrichtingen in de plangebieden Maasvlakte 1, Europoort & Landtong en Botlek/Vondelingenplaat (‘de plangebieden’) is het beleid gericht op het op termijn voldoen aan de in het kader van de bestuursovereenkomst Rijnmond-West bepaalde eindcontour. Wanneer de geluidverkaveling ruimtelijk is vastgelegd in een onherroepelijk omgevingsplan en de in dit afsprakenkader overeengekomen eindcontour voor geluidbronnen van activiteiten op land in het programma bij het omgevingsplan is betrokken, kan de eindcontour als zelfstandig beleidskader vervallen. 2. De in artikel 1 genoemde partijen streven in aanvulling op het daar genoemde beleid gezamenlijk naar een beperking van hinder door geluid van afgemeerde schepen. Dat streven is niet noodzakelijkerwijs beperkt tot het nationaal publiekrechtelijk instrumentarium en komt bijvoorbeeld ook tot uitdrukking bij de inzet van partijen in het verband van IMO (International Maritime Organisation) met betrekking tot technische eisen ter beperking van geluidemissies van zeeschepen. 3.

Bij het ontwikkelen van woningbouwplannen en andere geluidgevoelige objecten of functies binnen het geografische werkingsgebied van dit convenant geven gemeenten aan hoe en onder welke voorwaarden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en behouden, rekening houdend met de voor het havengebied benodigde milieugebruiksruimte. Bij de vaststelling van ruimtelijke besluiten waarin de geluidgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt wordt besloten en onderbouwd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4. Het geografische werkingsgebied van dit convenant bestaat uit het havengebied en de daaromheen gelegen gebieden, zoals gearceerd en met rood, oranje en groen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij dit convenant. De rode, oranje en groene gebieden uit bijlage 1 zijn afgeleid van de 60 en de 55 dB(A) MTG-contouren en de 50 dB(A) zone-contouren, berekend op vijf meter hoogte. 5. In de rode zone van de kaart in bijlage 1 zijn gemeenten zeer terughoudend in het ontwikkelen van woningbouwplannen en andere hindergevoelige objecten of functies en gemeenten nemen ten behoeve daarvan geen nieuwe grondposities in. 6. In de oranje zone van de kaart in bijlage 1 is het ontwikkelen van woningbouwplannen en andere hindergevoelige objecten of functies alleen Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-3-

mogelijk indien deze plannen zijn aangemeld conform artikel 8 en met inachtneming van alle procesafspraken uit dit convenant. 7. In de groene zone van de kaart in bijlage 1 is het ontwikkelen van woningbouwplannen en andere hindergevoelige objecten of functies mogelijk en gelden alleen de procesafspraken uit de artikelen 22 tot en met 24. 8. Ieder jaar geven de gemeenten voor 1 april de zekere woningbouwplannen door aan het RAK-secretariaat. Het betreft dan de zogenaamde 'zekere' planontwikkelingen, die openbaar gemaakt kunnen worden. Dit is een deelverzameling van de opgave die de gemeenten jaarlijks doen voor de provinciale planmonitor Wonen. De bij het RAK aangemelde plannen worden vervolgens op een kaart weergegeven en gedeeld met de RAK-partners. Partijen delen de ambitie om te komen tot een integrale kaart die online beschikbaar en raadpleegbaar is. 9. Partijen zullen werken volgens de interim werkwijze nestgeluid (bijlage 5). In de interim werkwijze zijn werkafspraken vastgelegd over hoe nestgeluid wordt meegenomen in de ruimtelijke besluiten waarin geluidgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt binnen het geografische werkingsgebied van dit convenant. 10. Gemeenten informeren de andere partijen tijdens de RAK-bijeenkomsten over ontwikkelingen op visieniveau.

Een visie beschrijft een algemeen beeld van beoogde ontwikkelingen; het betreft dan geen concrete woningbouwplannen, maar een denkrichting van gemeenten. 11. Havenbedrijf Rotterdam N.V. en Deltalinqs informeren de andere partijen tijdens de RAK-bijeenkomsten over ontwikkelingen op visieniveau. Een visie beschrijft een algemeen beeld van beoogde ontwikkelingen zoals opgenomen in de Havenvisie en lange termijn scenario’s voor het havencomplex. Verder informeren Havenbedrijf Rotterdam N.V. en Deltalinqs de andere partijen tijdens de RAK-bijeenkomsten over akoestisch relevante ontwikkelingen die plaatsvinden en/of zijn voorzien in de deelgebieden Maasvlakte 1, Europoort, Botlek-Vondelingenplaat en WaalEemhaven. Waarbij in ieder geval elk deelgebied 1x per jaar geagendeerd wordt in de RAK-bijeenkomsten. Partijen geven tijdens de RAK bijeenkomsten of via het RAKsecretariaat aan of zij betrokken willen worden bij ontwikkelingen. 12. In het kader van de ambitie om hinder door havengeluid te beperken, erkennen partijen dat naast de ruimtelijk ordening en het reguleren van de geluidsbelasting ook van belang is om aandacht te hebben voor de beleefde hinder door geluid vanuit het havengebied. Daarom organiseert het RAK-secretariaat jaarlijks een bijeenkomst met als doel om de geluidhinder van het afgelopen jaar met de deelnemers van de RAK-projectgroep te bespreken.

Voor de bijeenkomst wordt een klachtendashboard ontwikkeld. Het dashboard maakt gebruik van de klachtenregistratie van de DCMR en zal in ieder geval de volgende onderdelen bevatten: een overzicht van waar geluidsklachten vandaan komen per postcode gebied, zo mogelijk een overzicht van de bedrijven waar geluidsklachten over zijn. Tevens zullen per postcodegebied de klachten door geluidshinder van de haven vergeleken worden met andere geluidklachten (windturbines, bouw, verkeer, etc) en klachten op andere milieugebieden zoals geur, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Als uit de bespreking van de klachten blijkt dat er op bepaalde plekken sprake is van structurele hinder, dan worden ook vervolgacties om de hinder te Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-4-

verminderen verkend. Na twee jaar zal een evaluatie van deze bijeenkomsten plaatsvinden om stil te staan bij de geleerde lessen en om verbeteringen in de werkwijze door te voeren. Partijen delen de ambitie om te komen tot een klachtendashboard dat online beschikbaar en raadpleegbaar is. 13. Voor woningbouwplannen met minder dan vijftig woningen (dit betreft de netto toename) en andere geluidgevoelige objecten op inbreidingslocaties gelden alleen de procesafspraken uit de artikelen 22 tot en met 24. Mits het plannen betreft die er niet toe leiden dat de buitengrens van reeds bestaande kernen, ten tijde van ondertekening van dit convenant, opschuift richting het Rotterdamse havengebied. Tevens rekening houdend met de overwegingen van dit convenant. Secretariaat 14. Ten behoeve van de uitvoering van dit convenant verzorgt de DCMR het secretariaat. Via dat secretariaat verloopt de communicatie over de uitvoering van dit convenant en de planning van het in dat kader benodigd overleg. Dit betreft voorts twee overleggen per project1: een informatiebijeenkomst bij de start van het proces, en een afsluitende bijeenkomst waarin afspraken worden gemaakt en te nemen maatregelen worden vastgelegd. Iedere partij wijst een contactpersoon voor de communicatie met dit secretariaat aan.

Het secretariaat geeft de in het kader van dit convenant ontvangen informatie zo snel mogelijk door aan alle partijen bij deze overeenkomst, dan wel aan de partijen aan wie de informatie is gericht. Procesafspraken – nieuwe ontwikkelingen processtap A 15. De bij dit convenant aangesloten gemeenten informeren het secretariaat zo vroeg mogelijk en voordat bindende afspraken met projectontwikkelaars worden gemaakt over de verdere uitwerking van nieuwe planontwikkelingen die bij het RAK zijn aangemeld zoals beschreven in artikel 8. 16. Partijen geven tijdens de RAK bijeenkomsten of via het RAK-secretariaat aan of zij betrokken willen worden bij de uitwerking van de ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 15. 17. Het secretariaat belegt zo snel mogelijk na de aanmelding van een verwachte ontwikkeling een informatiebijeenkomst tussen partijen die daarbij betrokken willen worden. In deze bijeenkomst maken partijen praktische werkafspraken over het verdere afstemmingsproces, waaronder het inplannen van één of meerdere werkoverleggen. Het organiseren van werkoverleggen of tussentijdse overleggen gebeurt door de betreffende gemeente, die tevens zorgdraagt voor de verslaglegging en terugkoppeling naar het secretariaat.

Voorts maken partijen afspraken over het eventueel betrekken van derden (zoals bijvoorbeeld de direct betrokken projectontwikkelaar) in het verdere afstemmingsproces en de voorwaarden waaronder dat gebeurt.

1

Onder project wordt verstaan: woningbouwplan of akoestisch relevant plan m.b.t. een verander- of ontwikkellocatie in het havengebied. Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-5-

processtap B 18. Na het doorlopen van stap A gaan partijen met elkaar in gesprek over de vraag of de nieuwe ontwikkeling in lijn is met de ambities en uitgangspunten in artikelen 1 t/m 13 en streven zij naar overeenstemming over de vraag of en hoe voor de betreffende ontwikkeling een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. 19. Partijen bespreken of en met welke (mitigerende) maatregelen een goed woon- en leefklimaat kan worden bereikt bij de nieuwe ontwikkeling2. Daarbij worden voor zover relevant ten minste betrokken de: i. ii. iii. iv. v. vi.

milieukwaliteitsaspecten, gezondheid, stedenbouwkundige aspecten, vigerende en in voorbereiding zijnde planologische kaders, het akoestisch onderzoek, de verschillende geluidbronnen, inclusief het nestgeluid mogelijke toekomstige ontwikkelingen, voor zover voldoende concreet en van invloed op de voorgaande aspecten. De betrokken partijen kunnen gezamenlijk opdracht verstrekken aan een deskundige externe partij om hen over de voornoemde aspecten van advies te dienen.

20. Op alle partijen rust een inspanningsverplichting om al datgene te doen wat, mede gezien de in de artikelen 1 en 2 gestelde beleidsambities redelijkerwijs van hen mag worden verwacht om te komen tot overeenstemming. processtap C 21. Indien partijen geen overeenstemming bereiken, staat het de betrokken partij(en) vrij te trachten de voorgenomen plannen alsnog tot ontwikkeling te brengen, maar staat het de overige partijen vanzelfsprekend ook vrij zich in rechte of anderszins rechtmatig te verzetten tegen de besluitvorming over, en de uitvoering van de betrokken plannen. Procesafspraken – hogere waarden 22. Wanneer voor de inpassing van nieuwe woningbouwplannen en/of plannen voor andere hindergevoelige objecten of functies in de oranje en groene zone op de kaart van bijlage 1 hogere waarden moeten worden vastgesteld voor de geluidbelasting vanwege de in dit afsprakenkader betrokken industrieterreinen, gelden de volgende uitgangspunten, tenzij anders is overeengekomen in processtap B: i. Binnen de oranje zone worden de op Bijlage 2 aangegeven geluidschillen van 60, 59, 58, 57, 56 en 55 dB(A) gehanteerd ter bepaling van de vast te stellen hogere waarden. ii. Binnen de groene zone worden de op Bijlage 3 aangegeven geluidschillen van 55, 54, 53, 52, 51, 50, 49 en 48 dB(A) gehanteerd ter bepaling van de eventueel vast te stellen hogere waarden.

Dit overleg vervangt nadrukkelijk niet het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro, maar is bedoeld als aanvulling daarop in relatie tot de geluidsituatie rondom een plan 2

Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-6-

iii.

Bij de toepassing van het hiervoor onder i. en ii. bepaalde gelden voor gevels hoger dan 5 meter boven maaiveld de volgende toeslagen: a. Voor de vierde, vijfde en zesde woonlaag wordt de hogere waarde met 1 dB verhoogd. b. Voor de zevende en hogere woonlagen wordt de hogere waarde met 2 dB verhoogd.3

Het vaststellen van een lagere hogere waarde, die afwijkt van de hiervoor weergegeven systematiek, is alleen mogelijk als (i) uit onderzoek blijkt dat de berekende geluidwaarde lager is dan waarvan is uitgegaan bij het vastleggen van de RAK-contouren uit bijlage 2 en 3 (ii) óf uit onderzoek blijkt dat aan die hogere waarde door afscherming kan worden voldaan, (iii) afdoende maatregelen ter borging van die afscherming zijn getroffen en (iiii) de betrokken gemeente voorafgaand aan het vaststellen van de hogere waarde met DCMR overleg heeft gepleegd. 23. De bij dit convenant aangesloten gemeenten informeren het secretariaat over het voornemen om hogere waarden industrielawaai vast te stellen binnen het geografische werkingsgebied van artikel 4 en verstrekken het secretariaat het (concept) besluit. Het secretariaat controleert of de vast te stellen hogere waarden voldoen aan de uitgangspunten uit dit convenant en adviseert de betrokken partijen over eventueel noodzakelijke aanpassingen aan het conceptbesluit. Het secretariaat informeert partijen over de binnengekomen voornemens. 24. Nadat de hogere waarden onherroepelijk zijn vastgesteld, registreert het secretariaat deze door ze op te nemen in een voor de partijen bij dit convenant toegankelijke database.

Voorts verzorgt het betrokken bevoegde bestuursorgaan van een bij dit convenant betrokken partij de onverwijlde kadastrale inschrijving in de openbare registers van de onherroepelijk vastgestelde hogere waarden als bedoeld in artikel 110i Wet geluidhinder. Communicatie 25. De bij dit convenant betrokken gemeenten brengen dit convenant actief onder de aandacht van projectontwikkelaars, bewoners en andere partijen die binnen het geografische werkingsgebied van art. 4 ontwikkelingen voorstaan als bedoeld in dit convenant. 26. Het Havenbedrijf en Deltalinqs brengen dit convenant actief onder de aandacht van het havenbedrijfsleven en van nieuwe bedrijven die voornemens zijn zich in het havengebied te vestigen. Governance 27. Het secretariaat rapporteert en evalueert jaarlijks in concept over de voortgang van de activiteiten die onder dit convenant vallen. Het conceptrapport wordt tijdens een RAK-bijeenkomst besproken en na verwerking van de opmerkingen vastgesteld. Mochten zich voor dit convenant relevante ontwikkelingen voordoen, dan kunnen 3

De werking van deze bepaling wordt met een voorbeeld verduidelijkt in bijlage 4 bij dit convenant. Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-7-

bestuurlijke overleggen (BO RAK) georganiseerd worden waaraan bestuurlijke afgevaardigden van de partijen deelnemen. De kosten van dit secretariaat worden gedragen door de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf Rotterdam N.V. (ieder voor een vierde deel) en door de deelnemende gemeenten die gezamenlijk voor een vierde deel bijdragen. Slotbepalingen 28. Dit convenant treedt in werking na ondertekening door alle partijen en zal lopen tot de geluidproductieplafonds onder de Omgevingswet zijn vastgesteld. Partijen streven ernaar om op dat moment een aangepast convenant (de volgende actualisatie) in werking te laten treden. 29. Voor de uitvoering van de afspraken over geluid uit dit convenant spreken partijen af gebruik te zullen maken van het geluidregistratie- en beheermodel i-kwadraat van de DCMR. 30. Dit convenant dient ter actualisatie van het RAK convenant van 2015, welke met de ondertekening van dit convenant komt te vervallen. C. DEFINITIES eindcontouren:

de eindcontouren zoals grafisch met groen gestippelde lijnen weergegeven op de kaartbeelden van bijlage 1 bij dit convenant. de saneringscontouren voor het industriegeluid rondom de verschillende havengebieden, zoals vastgesteld door de Minister van VROM bij besluiten van 2 juni 1999. de partijen die dit convenant hebben ondertekend de plangebieden Maasvlakte 1, Europoort & Landtong, Botlek/Vondelingenplaat

MTG-contouren:

partijen: plangebieden:

Actualisatie REGIONAAL AFSPRAKENKADER GELUID & RUIMTELIJKE ONTWIKKELING | december 2023

-8-

Bijlage 1 bij Actualisatie Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling: werkingsgebied

Bijlage 2 bij Actualisatie Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling: MTG-contouren 1 dB contouren tot en met de 55 dB(A)

Bijlage 3 bij Actualisatie Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling: 1 dB contouren vanaf de 55 dB(A) MTG-contour tot en met de 48 dB(A)

Bijlage 4 bij Actualisatie Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling Voorbeeld bepalen hogere waarde met behulp van de 1 dB-contouren In de figuur op de volgende pagina zijn 1 dB-bouwplantoetsingscontouren van 48, 49, 50, 51, 52, 53 en 54 dB(A) weergegeven. Deze contouren zijn een aanvulling op de 1 dB-contouren die reeds lange tijd in uw bezit zijn. Deze lijnen sluiten “naadloos” aan op de 55, 56, 57, 58, 59 en 60 dB(A) contouren die zijn vastgesteld door de Minister van VROM in het kader van de sanering industrielawaai. De geluidcontouren zijn bepaald op basis van de geluidcontouren die bij de saneringsprogramma’s voor de industrieterreinen Botlek-Pernis en Maasvlakte-Europoort behoren. Met behulp van het rekenmodel dat ten grondslag lag aan deze contour zijn de 1 dB-bouwplantoetsingscontouren (contouren) berekend. De 55 dB(A) contour komt dus overeen met de 55 dB(A) MTG contour die de minister in zijn besluit heeft gebruikt voor het vaststellen van de MTG’s op geluidgevoelige objecten in de nabijheid van Europoort, Maasvlakte, Boltek en Vondelingenplaat. De contouren kunnen worden gebruikt voor het bepalen van de geluidbelasting van nieuwbouwplannen.

Werkwijze Bepalen van de geluidbelasting Voor geplande nieuwbouw lager of gelijk aan drie bouwlagen “geldt” een geluidbelasting die gelijk is aan de hoogste dB(A) waarde van de contouren waartussen de geplande nieuwbouw is gelegen. Bijvoorbeeld ligt het bouwplan tussen de 54 en 55 dB(A)-contouren dan is de geluidbelasting op de geplande woningen gelijk aan de 55 dB(A). Voor de vierde, vijfde en zesde bouwlagen “geldt” een geluidbelasting die gelijk is aan de hoogste dB(A) waarde van de contouren waartussen de woningen zijn gelegen verhoogd met 1 dB. Voor de zevende bouwlaag en hogere bouwlagen “geldt” een geluidbelasting die gelijk is aan de hoogste dB(A) waarde van de contouren waartussen de woningen zijn gelegen verhoogd met 2 dB. Hieronder is in tabelvorm de verhoging van de geluidbelasting afhankelijk van het aantal bouwlagen weergegeven. Bouwlagen Tot en met drie bouwlagen Vierde, vijfde, zesde bouwlaag Zevende bouwlaag of hogere bouwlagen

Verhoging + 0 dB + 1 dB + 2 dB

Bijlage 5

Interim-werkwijze nestgeluid Regio Rijnmond Versie 28 augustus 2023

Inhoudsopgave Aanleiding ............................................................................................................................................ 2 Doelstelling .......................................................................................................................................... 3 Scope ................................................................................................................................................... 3 Duur ..................................................................................................................................................... 4 Status ................................................................................................................................................... 4 Beschrijving ......................................................................................................................................... 4 Uitgangspunten ............................................................................................................................... 4 Stappenplan..................................................................................................................................... 6 Bijlage 1: Zone nestgeluidonderzoek ................................................................................................

10 Bijlage 2: Geomilieu modellen voor nestgeluid ................................................................................ 11 Bijlage 3: Technische uitleg ligplaatsbezetting .................................................................................. 12 Bijlage 4: Geluidcontouren nestgeluid per gemeente ...................................................................... 13

Pagina 1 van 19

Aanleiding Rotterdam en de andere gemeenten rond de Rotterdamse haven liggen binnen de invloedsfeer van het geluid uit de haven. Om de (grote) lawaaimakers ruimtelijk te scheiden van geluidgevoelige objecten is in de Wet geluidhinder geregeld dat de industrieterreinen in het havengebied elk een vastgestelde geluidzone moeten hebben. Deze zone begrenst het geluid van de bedrijven op het industrieterrein richting de (woon-) omgeving en biedt duidelijkheid aan industrie en woonomgeving. Met de overgang van de huidige wetgeving voor geluid naar de Omgevingswet verandert de systematiek voor het begrenzen van geluidruimte voor industrieterreinen. De geluidzones moeten worden omgezet naar geluidaandachtsgebieden en er dienen voor 2032 geluidproductieplafonds (GPP’s) voor de industrie te worden vastgesteld. Dit zijn geluidgrenswaarden (omgevingswaarden) op referentiepunten die een ring vormen rond het industrieterrein. De Omgevingswet vraagt om het geluid van de activiteiten in de haven, voor zover gereguleerd in het Omgevingsplan, mee te nemen in de GPP’s. Het geluid van afgemeerde schepen in de haven, voor zover niet gereguleerd in milieuvergunningen, moet opgeteld worden bij het geluid van de activiteiten in de haven.

Tot voor kort werd deze geluidbron vaak niet meegenomen bij de geluidberekeningen voor de vaststelling van de geluidruimte van de haven in bestemmingsplannen en vergunningen voor bedrijven én bij de gevelisolatie van woningen. Voor het Omgevingsplan voor de haven dienen deze bronnen wel te worden opgeteld bij het industriegeluid. Het volgens de nieuwe systematiek berekende havengeluid kan financiële consequenties hebben voor zowel de haven als de stad. In het Programma Havengeluid en Omgeving wordt met alle relevante partijen gezocht naar een balans tussen een goede ruimtelijke ordening, de verdeling van geluidruimte en het toepassen van maatregelen. De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben vooruitlopend op de Omgevingswet het provinciaal omgevingsbeleid aangepast voor het onderwerp nestgeluid1. De aanpassing houdt in dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de bijdrage van het nestgeluid van afgemeerde schepen moet worden meegenomen in de ruimtelijk procedure. Het gaat om nieuwe geluidgevoelige bouwplannen die binnen akoestische invloedsfeer liggen van afgemeerde schepen. In de regio Rijnmond wordt met alle relevante partijen gedeeld welke ruimtelijke ontwikkelingen er op stapel staan. Dit gebeurt in het RAK2 (Regionaal Afspraken Kader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling). Het RAK wil zich goed voorbereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Daarom zijn er in het RAK interim werkafspraken gemaakt over hoe om te gaan met nestgeluid. Deze afspraken zijn nog niet geformaliseerd. Vanwege nieuwe inzichten over de uitgangspunten en toetsing is het gewenst om de werkafspraken te actualiseren en te formaliseren. De actualisatie van de werkafspraken is opgenomen in voorliggende interim-werkwijze. De werkwijze wordt zodanig vormgegeven dat deze door alle deelnemers van het RAK en Albrandswaard (vanwege het convenant Waal/Eemhaven wat deel uitmaakt van de interim-werkwijze) kan worden gebruikt. Afspraken die

Nestgeluid: Onder nestgeluid van afgemeerde schepen – ook wel aangeduid als geluid van de hotelfunctie van die schepen – wordt verstaan het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren met uitzondering van geluid veroorzaakt door het werken aan de schepen en laad-en losactiviteiten. 1

Deelnemers RAK: HbR, DCMR, Deltalinqs, Provincie Zuid-Holland en de regiogemeenten (Gemeente Rotterdam, Maassluis, Voorne aan Zee, Schiedam, Nissewaard en Vlaardingen). 2

Pagina 2 van 19

gemaakt worden in het kader van de interim-werkwijze staan los van de processen om te komen tot de GPP’s en hebben hier geen invloed op.

Doelstelling Met de interim-werkwijze wordt beoogd om bij nieuwe geluidgevoelige bouwplannen (bouwplan en bestemmingsplan) in de omgeving van de haven rekening te houden met nestgeluid én te anticiperen op de geluidregels die gelden onder de Omgevingswet. Door nu te anticiperen worden bewoners beter beschermd, wordt er duidelijkheid gegeven hoe om te gaan met nestgeluid, zijn de kosten van geluidwerende maatregelen minder hoog, wordt een eventuele toekomstige sanering en overlast daarvan voorkomen.

Scope De interim-werkwijze nestgeluid geeft richting aan gemeenten en andere partners bij het op een verantwoorde wijze realiseren van geluidgevoelige bouwplannen in geluidbelast gebied. Indien gewenst kan er, na instemming met de RAK partners, van de werkwijze worden afgeweken. De interim-werkwijze heeft alleen betrekking op nieuwe geluidgevoelige bouwplannen binnen de zone nestgeluidonderzoek. Hier horen ook bestemmingen zoals scholen, kinderopvang en ziekenhuizen bij. Figuur 1 (of Bijlage 1) laat de zone nestgeluidonderzoek zien voor de situatie waarin er nog geen GPP’s zijn vastgesteld voor de industrieterreinen. Deze zone vervalt wanneer er voor een industrieterrein GPP’s zijn vastgesteld. Het vaststellen van de GPP’s of de vergunningverlening van bedrijven valt buiten de scope van deze interim-werkwijze.

Figuur 1: Zone nestgeluidonderzoek

Pagina 3 van 19

Duur De interim-werkwijze nestgeluid is nodig zolang de GPP’s niet zijn vastgesteld en zijn opgenomen in de Omgevingsplan regels, die erop gericht zijn te borgen dat de activiteiten op de industrieterreinen niet leiden tot een overschrijding van de GPP’s. Wanneer de GPP’s voor een bepaald gebied zijn vastgesteld, vervalt de interim-werkwijze voor dit gebied.

Status De interim-werkwijze nestgeluid is het resultaat van afstemming tussen de RAK partners en is een uitwerking van de regels van de provinciale omgevingsverordening. Met deze werkwijze wordt meer detailinformatie voor de geluidbelasting van nieuwe woningen gegenereerd. Hierdoor kan betere besluitvorming plaatsvinden. De interim-werkwijze is dynamisch van aard. Naarmate er meer kennis over het nestgeluid en ervaring in de uitvoering van de werkwijze is opgedaan, wordt de werkwijze geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. Wijzigingen van de interim-werkwijze worden besproken in het team van technisch specialisten dat bestaat uit akoestische adviseurs van de betrokken gemeente, de DCMR Milieudienst Rijnmond en het Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Daarna worden aanpassingen ter besluitvorming voorgelegd aan het RAK. Indien nodig wordt het gewijzigde document aan de betreffende colleges voorgelegd.

Beschrijving Uitgangspunten De interim-werkwijze nestgeluid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

•

De interim-werkwijze heeft betrekking op het inzichtelijk maken van de bijdrage van nestgeluid bij de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige bouwplannen. Bij het geluid op de gevel is het verstandig om ook rekening te houden met het geluid van andere relevante bronnen. Dit is een standaard onderdeel van een ruimtelijke onderbouwing. Voorbeelden daarvan zijn het geluid van varende schepen, piekgeluiden, windturbines en horeca. Het gaat uiteindelijk om het bepalen van het gezamenlijk geluid3 volgens de Omgevingswet. In het plan wordt een toelichting gegeven op welke bronnen wel en niet zijn meegenomen.

•

De werkwijze heeft betrekking op het werkingsgebied van het RAK. In aanvulling daarop is de werkwijze ook van toepassing op Maasvlakte 2, Waal-Eemhaven, Merwe/Vierhavens, Maas/Rijnhaven en (openbare) ligplaatsen in Rotterdam (Figuur 2).

3 Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel zonder correcties voor

verschillen in hinderlijkheid. Pagina 4 van 19

Figuur 2: Overzicht havengebieden interim-werkwijze

De bijdrage van het nestgeluid van afgemeerde schepen in de havens wordt berekend op basis van de ontwikkelde rekenmodellen (Bijlage 2). Om een goed beeld te krijgen van de invloed van het nestgeluid op de geluidgevoelige bouwplannen wordt uitgegaan van de bandbreedte voor de ligplaatsbezetting (zie Bijlage 3 voor technische uitleg). De bovenkant van de bandbreedte omvat de maximale ligplaats bezetting (variant 2) en wordt gebruikt voor geluidgevoelige bouwplannen binnen 600 meter4 van ligplaatsen. De onderkant van de bandbreedte omvat de gemiddelde ligplaats bezetting (variant 3) en wordt gebruikt voor geluidgevoelige bouwplannen buiten 600 meter van ligplaatsen. Beide varianten zijn afkomstig uit het concept MER FBG5, waarin een groeiprognose tot het jaar 2040 is meegenomen. Voor de Merwe/Vierhavens, Maas/Rijnhaven, (openbare) ligplaatsen en ligplaatsen van bedrijven die niet bij een gezoneerd industrieterrein horen worden de relevante gegevens aangeleverd door HbR en afgestemd met de gemeente en indien nodig met DCMR. •

Nestgeluid en industrielawaai wordt jaargemiddeld berekend en uitgedrukt in Lden6.

•

Voor het bepalen van de benodigde geluidwering van de gevel (GA;k) is het verstandig om in aanvulling op het bouwbesluit ook de frequentie 63 Hz mee te nemen. Het bevoegd gezag bepaalt welke methode wordt gebruikt voor de berekening van het laagfrequent geluid. De methode wordt onderbouwd en toegelicht aan het RAK en de DCMR. Hiermee wordt voor

4 Binnen 600 meter afstand van woningen kunnen individuele schepen onderscheidbaar zijn bij de woningen. Wanneer de afstand groter

wordt, is dit niet meer het geval. 5 MER FBG = Milieueffectrapportage Facetbestemmingsplan geluid 6 Dit is alleen van toepassing voor de interim-werkwijze. Hoe moet worden omgegaan met het verschil in de dosismaat L etm en Lden is een

discussiepunt die nader uitgewerkt dient te worden in het Programma Havengeluid en Omgeving. Pagina 5 van 19

de bewoners een extra bescherming tegen laagfrequent geluid gerealiseerd. Als de frequentie 63 Hz niet wordt meegenomen, wordt hierop een toelichting gegeven. •

Bij de interim-werkwijze wordt naast het nestgeluid ook geanticipeerd op de onder de Omgevingswet van toepassing zijnde regelgeving voor het bepalen van de benodigde geluidwering. Overeenkomstig deze regelgeving wordt de geluidbelasting op de gevel niet per industrieterrein bepaald, maar voor het totaal van alle industrieterreinen. Daarnaast wordt voor het bepalen van de geluidwering uitgegaan van het gezamenlijke geluid van alle relevante geluidbronsoorten. Daarbij is de vereiste binnenwaarde 33 dB.

•

Er is een meerjarig meetprogramma gestart om een beter beeld te krijgen van de bronvermogens van afgemeerde schepen. De gemeente Rotterdam, Provincie Zuid-Holland en HbR zijn opdrachtgevers van dit meetprogramma. Zodra de resultaten van het meetprogramma beschikbaar zijn, worden deze in RAK verband besproken en worden er afspraken gemaakt over de implementatie in de interim-werkwijze.

Stappenplan Voor elk nieuwbouwplan met geluidgevoelige bestemmingen worden de volgende stappen doorlopen (Figuur 4): 1. De projectleiders van nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen melden hun plan bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is de desbetreffende gemeente. 2. Het bevoegd gezag controleert of laat controleren of de nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling in de zone van een industrieterrein of binnen de invloedsfeer van het nestgeluid ligt. Als dit het geval is moet de nieuwe ontwikkeling gemeld worden bij het RAK-secretariaat. 3. Als het plan binnen de invloedsfeer van het nestgeluid ligt bepaalt het bevoegd gezag of er ligplaatsen aanwezig zijn binnen een afstand van 600 m van de ontwikkeling. In Figuur 1 is in het donkerblauw het gebied aangegeven dat binnen een afstand van 600 m ligt van een ligplaats. 4. A. Als het plan binnen de 600 m van een ligplaats ligt wordt de bijdrage van het nestgeluid op basis van het concept MER FBG modellen variant 2 bepaald op de gevels van het bouwplan of bestemmingsplan/omgevingsplan. Het rekenresultaat wordt beschikbaar gesteld aan de projectleider. B. Als het plan buiten de 600 m van een ligplaats ligt wordt de bijdrage van het nestgeluid bepaald op basis van rekenkundig bepaalde nestgeluidcontouren (zie Figuur 3). De nestgeluidcontouren van variant 3 worden opgenomen in de (nog te ontwikkelen) webtool.

Het resultaat kan door het bevoegd gezag worden bepaald met de webtool of op basis van kaartmateriaal (Bijlage 4) en wordt beschikbaar gesteld aan de projectleider van het nieuwbouwplan.

Pagina 6 van 19

Figuur 3: Voorbeeld rekenkundig bepaalde nestgeluidcontouren

5. Het resultaat moet worden opgenomen in het akoestisch rapport van het bouwplan of bestemmingsplan/omgevingsplan en worden betrokken bij de effectbepaling vanwege het nestgeluid en de aanvaardbaarheidsbeoordeling van het cumulatieve geluid7. 6. De impact van het nestgeluid op de benodigde geluidwering van de gevel (GA;k) wordt inzichtelijk gemaakt door het bevoegd gezag. De impact volgt uit de vergelijking van de benodigde geluidwering met en zonder nestgeluid. 7. A. Als blijkt dat het nestgeluid geen relevante bijdrage heeft voor de ontwikkeling in het bestemmingsplan/omgevingsplan, dan wordt dit door het bevoegd gezag gecommuniceerd met de projectverantwoordelijke persoon van de gemeente. Indien nodig of gewenst worden ook andere personen, die inhoudelijk bij dit plan zijn betrokken, geïnformeerd. Het stappenplan stopt dan. B. Als blijkt dat de eis vanwege de impact van het nestgeluid op de benodigde geluidwering van de gevel van het bouwplan niet zwaarder wordt, dan wordt dit door het bevoegd gezag gecommuniceerd met de project verantwoordelijke persoon van de gemeente. Indien nodig of gewenst worden ook andere personen die inhoudelijk bij dit plan zijn betrokken geïnformeerd. Het stappenplan stopt dan.

7 Het cumulatieve geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel met correcties voor

verschillen in hinderlijkheid. Pagina 7 van 19

8. Als blijkt dat de bijdrage vanwege het nestgeluid leidt tot een zwaardere eis op de benodigde geluidwering van de gevel, dan wordt door het bevoegd gezag getoetst of de opbouw van de gevel van het plan voldoende is om die verzwaring op te vangen. 9. Als blijkt dat de geplande geluidwering van de geluidbelaste gevel van het bouwplan zonder aanvullende maatregelen de bijdrage van het nestgeluid kan opvangen, dan wordt dit door het bevoegd gezag gecommuniceerd met de projectverantwoordelijke van de gemeente. Indien nodig of gewenst worden ook andere personen die inhoudelijk bij dit plan zijn betrokken geïnformeerd. Het stappenplan stopt dan. 10. Als blijkt dat de geplande geluidwering van de geluidbelaste gevel van het bouwplan de verzwaring van de benodigde geluidwering niet op kan vangen, wordt door het bevoegd gezag bepaald of ze het team van technisch specialisten inschakelen om een evenwichtig pakket aan mogelijke bron- overdrachts- en gevelmaatregelen samen te stellen die doeltreffend zijn. De technische specialisten beoordelen voor het specifieke bouwplan in hoeverre nieuwe inzichten over de gehanteerde uitgangpunten, het gehanteerde rekenmodel, de proportionele (bron)maatregelen en elementen als situering van de geluidgevoelige bouwplannen leiden tot de situatie dat de vereiste binnenwaarde van 33 dB wordt gegarandeerd.

Een voorbeeld van (bron)maatregelen is om te kijken naar de ontwikkelingen binnen de energietransitie (vb. walstroom). Vervolgens wordt, in overeenstemming met de RAK werkwijze, besproken of en met welke (mitigerende) maatregelen een goed woon- en leefklimaat kan worden bereikt bij deze nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling. 11. De geluidwering van het nieuwbouwplan wordt uiteindelijk gebaseerd op de uitkomsten van het overleg tussen het team van technisch specialisten en de projectontwikkelaar van het bouwplan. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de verantwoordelijke van de gemeente en de projectontwikkelaar van het bouwplan. Besluitvorming vindt plaats door het bevoegd gezag. A. In het bestemmingsplan/omgevingsplan of de vergunning afwijking bestemmingsplan wordt een regel opgenomen waarin de benodigde geluidwering (GA; k) wordt vastgelegd. B. Het resultaat wordt gedeeld met de ambtenaar die het bouwplan toetst. 12. De projectverantwoordelijke van de gemeente deelt de resultaten van het onderzoek via een notitie in het RAK. Het stappenplan is dan afgerond.

Pagina 8 van 19

Figuur 4: Stappenplan interim-werkwijze

Pagina 9 van 19

Bijlage 1: Zone nestgeluidonderzoek

Pagina 10 van 19

Bijlage 2: Geomilieu modellen voor nestgeluid Industrieterrein Waal-/Eemhaven, Botlek/Pernis, Maasvlakte/Europoort en Maasvlakte 2: GM4411_HIC_Afgemeerde_schepen_v03-03-2022 - Clustering - Variant 1 t/m 3 Door Rotterdam ontvangen van HbR (28 november 2022) Industrieterrein Maashaven, Rijnhaven en Parkhaven: MR- en Parkhaven 7 juni 2023 Ontwikkeld door gemeente Rotterdam in overleg met HbR Industrieterrein Merwe-Vierhavens: Het bronnenmodel voor het nestgeluid van HNWOF is aangeleverd door de DCMR-milieudienst Rijnmond op 5-10-2022, dit zijn de nestgeluidsituaties opgesteld in het kader van het MER M4H, van deze modellen is uitgegaan van de plansituatie zonder maatregelen; Dit rekenmodel hoort bij het akoestisch onderzoek van MER Merwe-Vierhavens (3 maart 2023) Openbare ligplaatsen Lloydkwartier en Schiemond: Het bronnenmodel openbare ligplaatsen Lloydkwartier en Schiemond is aangeleverd op 30 juni 2021 door het Havenbedrijf Rotterdam. De ligplaatsen in de Schiehaven zijn verwijderd omdat de haven op die plekken wordt gedempt ten behoeve van nieuwbouw voor het plan SHN. Madroelhaven: GM4411_HIC_Afgemeerde_schepen_v03-03-2022 - Clustering - Variant 1 tm 3 - Inclusief Madroelhaven Door Rotterdam ontvangen van HbR (21 maart 2023)

Pagina 11 van 19

Bijlage 3: Technische uitleg ligplaatsbezetting8 De volgende brongegevens vormen de basis voor de uitwerking van de ligplaatsbezetting - Gegevens over de ligplaatsbezetting voor de jaren 2016 tot en met 2019. Deze ligplaatsbezetting is afgeleid uit AIS-data. De data zijn op het meest gedetailleerde niveau, beschikbaar per ligplaatsvak (in een ligplaatsvak kunnen meerdere schepen afgemeerd liggen). In de verwerking van deze data is per ligplaatsvak voor elk jaar de totale ligtijd per type schip opgeteld. Hierbij is een ondergrens van 20 minuten aangehouden zodat passerende schepen niet worden meegeteld. - De locaties waar in de toekomst nog ligplaatsvakken kunnen worden gerealiseerd: Dit betreft met name ligplaatsvakken op industrieterrein Maasvlakte 2. De systematiek van voortzettings-, verander- en ontwikkellocaties en daarmee de deelsegmenten die op een bepaalde locatie planologisch mogelijk zijn. - Het ontwikkelscenario Green Unlimited 2040: Dit ontwikkelscenario bevat prognosecijfers over de ontwikkeling (groei of afname) per deelsegment (gematigde economische groei). De ontwikkeling is meegenomen in het bepalen van de verwachte ligplaatsbezetting. - Planologische ontwikkelingen die op bepaalde locaties mogelijk zijn.

Bandbreedte voor de ligplaatsbezetting en clustering ligplaatsvakken In de gegevens zoals hierboven beschreven is uitgegaan van een uitwerking op basis van individuele ligplaatsvakken. Voor de jaren 2016-2019 kan voor individuele ligplaatsvakken sprake zijn van een aanzienlijke spreiding in de ligplaatsbezetting. Wanneer ligplaatsvakken samengevoegd tot grotere clusters (bijvoorbeeld op niveau van inrichting, havenbekken, etc.) neemt deze spreiding af. Voor de ligplaatsbezetting is een bandbreedte onderzocht, waarbij gebruik is gemaakt van clustering van ligplaatsvakken. Bij de indeling in clusters is onderscheid gemaakt tussen clusters met ligplaatsvakken die op korte afstand van woonbebouwing liggen (‘primaire’ clusters) en clusters met ligplaatsvakken die op grotere afstand liggen (‘secundaire’ clusters). Het hierbij gehanteerde criterium is een afstandsgrens van 600 meter. Binnen 600 meter afstand van woningen kunnen individuele schepen onderscheidbaar zijn bij de woningen. Wanneer de afstand groter wordt, is dit niet meer het geval.

8 Uitgangspuntendocument Facetbestemmingsplan Geluid Haven Rotterdam. Hoofdstuk 4.4.1 Uitgangspunten

Pagina 12 van 19

Bijlage 4: Geluidcontouren nestgeluid per gemeente Albrandswaard

Brielle

Pagina 13 van 19

Charlois

Geervliet, Heenvliet & Zwartewaal

Pagina 14 van 19

Hoogvliet

Hoek van Holland

Pagina 15 van 19

Hoek van Holland Oost

Maassluis, Rozenburg

Pagina 16 van 19

Oostvoorne

Rotterdam Noord

Pagina 17 van 19

Rozenburg

Schiedam

Pagina 18 van 19

Spijkenisse

Vlaardingen

Pagina 19 van 19

Voor vragen kunt op contact opnemen met het RAK-secretariaat via: secretariaat-rak@dcmr.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c94bd531-da0a-4c59-99d1-375bb74d8244