[24bb000539] Afdoeningsvoorstel wethouder Buijt toezegging over niet beboeten daklozen
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Zorg, Ouderen, Jeugdzorg Ronald Buijt Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Cecilia den Otter Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport
Uw kenmerk: 24bb000248 Ons kenmerk: M2401-4222 - 24bo002891 Onderwerp: Niet beboeten daklozen Datum: 26 januari 2024
Geachte commissieleden, In de raadsbespreking op 18 januari 2024 heb ik de toezegging gedaan u te informeren over - wanneer een dakloos persoon op straat wordt aangetroffen - hoe bepaald wordt tot welke groep iemand behoort in het kader van het wel of niet beboeten van deze persoon (24bb000248). Handhavers houden actief toezicht op de leefbaarheid in de stad. Wanneer handhavers een buitenslaper aantreffen, vragen zij de persoon om een ID-bewijs en gaan ze met de persoon in gesprek om te bepalen wie ze voor zich hebben en de omstandigheden waar de persoon zich in bevindt. Waar mogelijk wordt direct contact gezocht met zorgpartners – bijvoorbeeld een veldwerker - om diegene toe te kunnen leiden naar een passend zorgaanbod. De handhavers registreren iedereen die ze aantreffen. Alleen als er voldoende aanleiding is, kan en zal iemand beboet worden. Het beboeten gebeurt bij aanzienlijke/herhaaldelijke overlast of overtredingen en strafbare feiten, die zijn vastgesteld door handhavers. Personen die regelmatig overlast veroorzaken worden besproken in een overleg waar diverse zorg- en veiligheidspartijen aan deelnemen. De deelnemende partijen bespreken welke inzet voor de persoon in kwestie gewenst is.
Als een zorgpartij bijvoorbeeld aangeeft op de goede weg te zijn in de ondersteuning van een persoon gericht op perspectief en dat het daarbij helpend zou zijn als er voorlopig geen boetes uitgedeeld worden, houden politie en handhaving hier rekening mee. Andersom kan het ook zijn dat beboeten juist helpend is om de betrokkene zo ver te krijgen om zorg en ondersteuning te accepteren. Als de geregistreerde buitenslaper een EU-burger is, wordt in eerste instantie gekeken of iemand voldoende rechten heeft en aan de Wmo-criteria voldoet om (tijdelijk) te worden toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Als dat niet het geval is kan de persoon ondersteund worden bij terugkeer naar werk/land van herkomst. Als onderdeel hiervan kunnen zij bij medewerking hieraan kortdurend gebruik maken van opvang. Als iemand niet wil meewerken, wordt door handhaving en politie ingezet op gedwongen uitzetting.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/2 26 januari 2024 M2401-4222
Als uit voldoende registraties blijkt dat iemand niet in zijn/ haar levensonderhoud kan voorzien, kan iemand in aanmerking komen voor beëindiging van het recht op verblijf. Als na een onderzoek geconcludeerd wordt dat hier sprake van is, worden mensen eerst gehoord door de politie. Daarna draagt de AVIM het dossier over aan de IND. Deze verifieert de informatie en slaat vervolgens een beschikking. Dat houdt in dat het recht op verblijf van mensen wordt beëindigd en mensen nog 28 dagen de kans krijgen het land vrijwillig te verlaten. Die beschikking wordt door de politie bij de betreffende persoon bezorgd. In die 28 dagen tijd kunnen mensen bezwaar maken en daarna eventueel beroep aantekenen. Na het verstrijken van 28 dagen kunnen mensen in vreemdelingenbewaring worden genomen en door de Dienst terugkeer en vertrek (DT&V) worden uitgezet. Als mensen daarna weer terugkomen naar Nederland en er is geen bewijs van bestendige terugkeer dan kunnen ze weer het land worden uitgezet. Dit is een intensief en langdurig proces. In 2023 zijn er 84 personen gedwongen uitgezet. Met bovenstaande geef ik invulling aan de toezegging (24bb000248) en vertrouw ik er op deze toezegging af te kunnen doen. Met vriendelijke groet,
Ronald Buijt Wethouder Zorg, Ouderen, Jeugdzorg