[24bb000527] Afdoeningsvoorstel toezegging wethouder Karremans over instandhouding meeuwenpopulatie havengebied
Tekst van het document
Stadsbeheer Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit Mr. Drs. V.P.G. Karremans Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Ernestien van Baal-Merks Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie Bouwen Wonen Buitenruimte
Uw kenmerk: 22bb004750 Ons kenmerk: M2207-182 - 23bo008947 Onderwerp: Instandhouding meeuwenpopulatie havengebied Datum: 26 januari 2024
Beste commissieleden, Met deze brief informeer ik u nader over de instandhouding van de meeuwenpopulatie in het havengebied (22bb004750). Deze brief is toegezegd in de raadsvergadering van 30 juni 2022 naar aanleiding van de aanvraag van een regeling van werkzaamheden door mevrouw S. van Peppel namens de Partij voor de Dieren. Daarin vraagt de Partij voor de Dieren (hierna PvdD) aandacht voor de instandhouding van de meeuwenpopulatie in het havengebied. Aanleiding was berichtgeving over de meeuwenpopulatie en de achteruitgang in de afgelopen jaren in dit gebied van het aantal broedparen. Ik ga daar hierna op in en neem de door u gestelde vragen hierin mee. Inleiding en rolverdeling tussen betrokkenen in de haven De haven is primair ingericht voor bedrijven. In de Operationele Havenovereenkomst (aangegaan op 1 december 2003) staat o.a. dat het Havenbedrijf beleidsvrijheid heeft als het gaat om het beheer van natuurwaarden binnen het havengebied. Het beheer van het gehele gebied is in handen van het Havenbedrijf. Een onderdeel van beheer is ook het monitoren van de in het gebied levende diersoorten.
Het Havenbedrijf laat in het kader van dit beheer bijvoorbeeld veldonderzoek naar de (dier)soorten doen door Bureau Stadsnatuur en onderhoudt contact met de provincie, de omgevingsdienst en de faunabeheereenheid als het gaat om het beheer van de beschermde (dier)soorten in het havengebied. De individueel gevestigde bedrijven in het havengebied vragen als dit nodig is ook zelfstandig ontheffing aan op grond van de Wet Natuurbescherming. Ook hanteert het Havenbedrijf samen met de gevestigde bedrijven een eigen gedragscode1. Door de werkzaamheden in de haven te verrichten volgens die code, wordt ervoor gezorgd dat de wet Natuurbescherming niet wordt overtreden. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het opstellen van natuurbeleid, met inachtneming van de hogere regelgeving. De faunabeheereenheid van de provincie ZuidHolland stelt een plan op voor het havengebied inclusief het gedeelte dat buiten de gemeentegrenzen van Rotterdam valt. Het meest recente faunabeheerplan is op 8 februari 2023 door Gedeputeerde Staten goedgekeurd. Op basis van dit plan wordt voor een aantal maatregelen ontheffing aangevraagd bij de provincie Zuid-Holland door het Havenbedrijf.
1
Gedragscode Wet natuurbescherming Havenbedrijf Rotterdam 2020-2025 (rvo.nl)
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/3 26 januari 2024 M2207-182
De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is de handhavende partij op de wet natuurbescherming en de verleende ontheffingen. Een andere partij die een rol speelt in het Havengebied is Rijkswaterstaat, als eigenaar van onder meer de Splitsingsdam. Het contact over deze dam wordt zelfstandig onderhouden door het Havenbedrijf. Zij zetten zich al jaren in om juist op deze dam meer ruimte voor broedgelegenheid voor meeuwen te vragen aan Rijkswaterstaat. Verschillende soorten meeuwen brengen jaarlijks hun jongen groot in het Havengebied. Zij zijn beschermd in gevolge de Wet Natuurbescherming, en zorgen tegelijkertijd voor overlast voor de bedrijven in de haven. Met name zilver- en (kleine) mantelmeeuwen zorgen in de broedperioden voor risico’s voor de volksgezondheid en openbare veiligheid. Zo vallen ze bijvoorbeeld werknemers aan tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. De meeuwen kunnen ook gevaarlijk zijn voor de helikopters van het loodswezen. In verband met dit soort veiligheidsrisico worden er, met ontheffing2, maatregelen genomen om de uitbreiding van de populatie onder controle te houden. Afname van de meeuwenpopulaties in de haven en oorzaken Op basis van het faunabeheerplan Meeuwen van de Faunabeheereenheid Zuid Holland3 blijkt inderdaad dat er sprake is van een afname in de meeuwenpopulatie.
Deze afname is groter dan de landelijke trend zoals te zien tabel 4.1 uit het faunabeheerplan. Tabel 1. Groeisnelheid (% toename of afname per jaar) van de aantallen broedparen zilvermeeuwen en mantelmeeuwen in Nederland, het Deltagebied en het havengebied van Rotterdam, in drie perioden.
Nederland Zuid-Holland Havengebied Rotterdam
Jaarlijkse toe of afname zilvermeeuw en mantelmeeuw 1993-2000 2001-2010 2011-2020 Zilver Mantel Zilver Mantel Zilver Mantel - 2,6 % 10.8% - 3,0 % 1.3% - 3,0 % -1.9% - 0,7 % 13.8% - 7,9 % -1.2% - 1,1 % -0.6% - 0,3 % 13.6% - 9,1 % -1.9% - 3,3 % -2.4%
Verklaring voor de afname van het aantal broedparen wordt gevonden in de afname van het voedselaanbod (sluiting van veel open vuilnisbelten) en de recente vestiging van de vos in het havengebied. De opkomst van de vos is ook de reden die wordt aangevoerd om te verklaren dat de meeuwen in eerste instantie juist meer in de haven zijn gaan broeden, in plaats van in de duinen. Europoort en Maasvlakte I zijn inmiddels grotendeels volgebouwd. In 2013 is Maasvlakte II gereedgekomen en dit gebied wordt sindsdien geleidelijk in gebruik genomen. Tot 2030 worden daar nog de laatste bedrijfsterreinen uitgegeven en aangelegd. De vestiging van bedrijven heeft afname van het leefgebied van de meeuw ten gevolg, hoewel meeuwen ook de daken van bedrijven benutten als broedgebied.
2
Tot en met 2019 van de toenmalige Flora en Faunawet, daarna van de Wet Natuurbescherming Faunabeheerplan meeuwen Havengebieden van Rotterdam, Dordrecht en Alblasserdam 2022 t/m 2027; Faunabeheereenheid Zuid Holland, 28 januari 2022. 3
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/3 26 januari 2024 M2207-182
Maatregelen om afname in de haven tegen te gaan en natuurherstel Om de veiligheid in de haven te waarborgen mogen er dus niet te veel meeuwen op de bedrijfsterreinen nestelen. Om dat te voorkomen worden maatregelen genomen. Die maatregelen mogen er echter niet voor zorgen dat de zogenaamde “gunstige staat van instandhouding van de soort” onder druk komt te staan. Met gunstige staat van instandhouding wordt bedoeld dat de populatie van die soort op de lange termijn levensvatbaar blijft. Juist omdat het aantal broedparen terugloopt worden er sinds 2020 minder nestbehandelingen uitgevoerd door bedrijven in de haven. In tegenstelling tot eerdere faunabeheerplannen is in het nieuwe beheerplan nestbehandeling helemaal niet meer opgenomen, specifiek met het oog op de instandhouding van de meeuwenpopulatie. Van maatregelen gericht op groei van de populatie is geen sprake, omdat die ertoe zouden kunnen leiden dat de meeuw weer intensiever bestreden moet gaan worden op bedrijventerreinen. De balans bewaken is daarom noodzakelijk om dit te voorkomen. Zoals ook hiervoor wordt gesteld, is de haven primair aangelegd voor bedrijven. Op de nieuw opgespoten kavels is het terrein weliswaar uitermate geschikt als broedhabitat voor meeuwen, maar uiteindelijk was die ruimte bedoeld om er bedrijven te vestigen.
Dat vraagt, als een bedrijf zich vestigt op dit soort terreinen, in de meeste gevallen ontheffing van de Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing wordt verleend als de gunstige staat van instandhouding van de meeuwen niet in het geding is. Hoewel dit misschien tegenstrijdig lijkt geeft dit aan dat het ook in het belang van het Havenbedrijf is dat het aantal meeuwen niet zodanig achteruitgaat dat de populatie niet meer levensvatbaar is. Ook daarom ligt verdere afname van de meeuwenstand niet in de lijn der verwachting. Conclusie en vervolg De Rotterdamse haven is aangelegd voor haven- en industrie-activiteiten. Het Havenbedrijf Rotterdam is daar de verantwoordelijk beheerder. De natuur wordt op de uitgeefbare terreinen de ruimte gelaten tot het terrein wordt uitgegeven voor de beoogde activiteiten. De natuurwaarden worden dan zo goed mogelijk ingepast in de nieuwe inrichting. Het ontstaan van deze nieuwe natuur is in feite een mooi en (deels) tijdelijk nevenresultaat van de aanleg van de haven, maar in de basis strookt het niet met de hoofddoelstelling van de aanleg van de Rotterdamse haven. In de directe omgeving van de Rotterdamse haven liggen een aantal Natura 2000 gebieden, waar natuurbehoud en ontwikkeling wel de primaire doelstelling is4.
Met de informatie in deze brief verwacht ik u naar behoren te hebben geïnformeerd en verzoek ik u de toezegging 22bb004750 als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,
Mr. Drs. V.P.G. Karremans Wethouder Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit
4
Natura 2000 in Zuid-Holland (arcgis.com)