[24bb000393] Burgerbrief over daklozenopvang
Tekst van het document
Aan de Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport van de Gemeenteraad van Rotterdam
Rotterdam, 24 januari 2024
Geachte leden van de commissie, Met belangstelling las ik het rapport “Doorwerken aan daklozenopvang” van de Rotterdamse Rekenkamer, dat in uw commissie op de agenda staat. Helaas kan ik niet persoonlijk bij de bespreking aanwezig zijn. Daarom maak ik via deze weg gebruik van mijn inspraakrecht. Ik zal mijn bijdrage toespitsen op aanbevelingen 2 en 3, die te lezen zijn op de pagina’s 46 tot en met 50 in het rapport van de Rekenkamer. Het gaat daarbij respectievelijk om het stimuleren van alternatieve vormen van de opvang van dakloze mensen en het herformuleren van de criteria voor opvang door de gemeente. Housing First Naar aanleiding van aanbeveling 2, over het stimuleren van de totstandkoming van alternatieve vormen van opvang, wil ik mijn waardering uitspreken voor de diverse vormen van Housing First waar de gemeente Rotterdam de afgelopen jaren ruimte voor heeft gemaakt. Tegelijkertijd moet het succes van de Housing First-projecten waar Rotterdam zich de afgelopen jaren voor heeft ingezet worden gerelativeerd. Zo worden grote groepen dakloze mensen in Rotterdam structureel uitgesloten van zelfs de meest basale voorzieningen, waardoor zij geenszins in aanmerking komen voor een eigen kamer of appartement. De situatie doet zich voor dat sommige dakloze mensen als rechteloos worden beschouwd.
Dit betekent dat een meer grootscheepse inzet op Housing First goed is voor de stad, maar de dakloosheid niet zal doen verdwijnen. Housing First laat zien wat er nodig is: betaalbare woningen voor urgent woningzoekenden. Maar onderdeel van het probleem is dat veel urgent woningzoekenden voor de gemeente niet meetellen, en juist daarin zit de groei van de dakloosheid in de stad. De kersverse plannen voor het woonbeleid van de provincie Zuid-Holland, waarin de ambitie wordt neergelegd om 1/3 van de nieuwbouwwoningen voor het sociale segment te bestemmen, bieden perspectief. Hier is werk aan de winkel voor Rotterdam. Met zulke ambities kan de dakloosheid daadwerkelijk worden verminderd, na jarenlange sluipende groei. Opvang zonder voorwaarden Om de dakloosheid in uiterlijk 2030 geheel te doen verdwijnen in de stad, zoals het Rijk en de gemeente Rotterdam wensen, is er echter meer nodig. Daarmee beland ik aan bij de derde aanbeveling van de Rekenkamer. “De rekenkamer concludeerde dat er voor verschillende groepen beperkingen waren om tot de opvang te worden toegelaten”, vermeldt het rapport op pagina 49. Waar de Rekenkamer geen aandacht voor vraagt, is de structurele uitsluiting van groepen EU-burgers en ongedocumenteerden uit de maatschappelijke opvang in Rotterdam. Ook het uitsluiten van dakloze mensen die als “zelfredzaam” worden bestempeld is een ernstige zaak. Ik zal in drie
argumenten uitleggen waarom: een juridisch argument, een maatschappelijk argument en een ethisch argument. In de eerste plaats is het structureel uitsluiten van bepaalde stadsbewoners van de maatschappelijke opvang een schending van de grondwet, artikel 22, lid 2. Het gaat hier om het recht op gezondheid, waaronder begrepen ook het recht op huisvesting. De regering stelt in haar memorie van antwoord bij de Algemene Grondwetsherziening bovendien “dat het beleid er op gericht moet zijn, dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende aantal wooneenheden mag bestaan.”1 Voorts, om het juridische argument nog wat verder uit te werken, is er in de WMO sprake van een verplichting tot maatschappelijke opvang. Artikel 20 lid 6 stelt het volgende: “De door gemeenten (…) bekostigde voorzieningen op het terrein van maatschappelijke opvang (…) zijn toegankelijk voor iedereen die in Nederland woont.” Hierbij wordt nadrukkelijk geen uitzondering gemaakt voor inwoners die niet de juiste papieren bezitten, die een achtergrond hebben als arbeidsmigrant of die na een min of meer arbitraire screening als “zelfredzaam” worden bestempeld. Samengevat: het uitsluitingsbeleid bij de maatschappelijke opvang in Rotterdam moet als onwettig worden gezien. In de tweede plaats een maatschappelijk argument.
De uitsluiting van bepaalde groepen stadsbewoners van de maatschappelijke opvang is een kostbare zaak, die tot veel overlast en leefbaarheidsproblemen leidt. Dakloze mensen zonder toegang tot opvang kunnen immers niet zo makkelijk naar het toilet, moeten de nacht doorbrengen in de open lucht, en raken door hun uitzichtloze situatie niet zelden verslaafd aan alcohol of drugs – met alle problemen van dien. Politie en handhaving weten hoeveel problemen dit oplevert in de stad. Ook veel burgers betalen de prijs voor de gevolgen van het uitsluitingsbeleid. Men zou verwachten dat juist politieke partijen die veiligheid en leefbaarheid als prioriteit beschouwen de ernst begrijpen van dit argument. Ik doe daarom een beroep op de zorg die u voelt voor het samenleven in de stad, de werkdruk bij politie en handhaving, en de overlast die veel mensen ervaren van mensen zonder dak boven het hoofd. Het financieren van extra ruimte voor maatschappelijke opvang en sociale huisvesting mag een kostbare zaak lijken, de kosten die 300 tot 500 dakloze buitenslapers veroorzaken zijn veel hoger. Onafhankelijk onderzoek wijst uit dat elke euro die in de maatschappelijke opvang gestoken wordt, zich dubbel uitbetaalt.2 Ook de rekenmeesters van de gemeente Rotterdam kunnen dus gerust zijn. Wat ik van u vraag is een investering die zich uitbetaalt.
Er is nog een derde argument tegen het uitsluitingsbeleid in de maatschappelijke opvang in Rotterdam. Dat is het humanitaire argument. Als dakloosheid een natuurverschijnsel zou zijn, dan zou niemand de gemeente hiervoor ter verantwoording kunnen roepen. Het is echter niet nodig dat dakloze mensen de nacht doorbrengen in parkeergarages, portieken, parken en onder de Erasmusbrug. De groei van de dakloosheid in Rotterdam sinds 2009 kan niet anders dan worden beschouwd als direct gevolg van het gevoerde beleid.
1
Algehele grondwetsherziening 1983, Deel Ia: Grondrechten, 377. Zie voor een publieksvriendelijke samenvatting bijvoorbeeld dit artikel in De Correspondent: https://decorrespondent.nl/942/waarom-we-alle-daklozen-een-gratis-huis-moeten-geven/791db286-c13b0466-3ea1-5542a81919f6. 2
Het is dan ook mensonwaardig dat het gemeentebestuur deze situatie laat bestaan. In de gemeenteraad is er herhaaldelijk op gewezen dat eerdere stadsbesturen beter hadden kunnen en moeten ingrijpen. Dat is ongetwijfeld waar, en nu is het tijd dat fouten uit het verleden worden hersteld. Wie onder u tegenwerpt dat er als gevolg van deze maatregelen een “aanzuigende werking” zou ontstaan, wijs ik erop dat het bestaan van deze “aanzuigende werking” nog nooit aangetoond, in het asielbeleid noch in de maatschappelijke opvang. “Het beeld van een calculerende asielzoeker die heel bewust kiest voor het land met het gunstigste asielbeleid of de beste voorzieningen, klopt in elk geval niet”, schrijft bijvoorbeeld mr. dr. Marcelle Reneman, die hier reeds in 2013 wetenschappelijk onderzoek naar heeft gedaan.3 Vreest u voor een ongelijke verdeling van dakloze mensen over de grote steden in Nederland, dan zou het zeer goed mogelijk zijn om hierin samen op te trekken met Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Deze steden en hun gemeentebesturen worstelen namelijk met dezelfde problematiek. Overigens hebben sommige provinciesteden in het land nu al een onvoorwaardelijke winteropvang voor wie dakloos is, zonder noemenswaardige schommelingen in de toestroom. Tot slot Dit stadsbestuur staat voor een unieke kans.
In 2008 en 2009, na een omvangrijk programma van het Rijk en de gemeente, was de dakloosheid in Rotterdam bijna een zaak van het verleden. Ook in de coronatijd is gebleken dat het prima kan: een stad zonder mensen die op straat leven. Het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer biedt aanknopingspunten, en er is nog méér mogelijk. Sterker nog: het is uw juridische, maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheid.
Met vriendelijke groet,
Predikant-directeur van de Pauluskerk Rotterdam
3
Geciteerd in De Correspondent, 17 december 2013, https://decorrespondent.nl/434/zorgt-een-soepelasielbeleid-voor-meer-asielzoekers/db402806-cffc-0ea6-2910-29e78737befb.