CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb000355] Bijlage 1 behorende bij 24bb354 - Voordracht Wgr Algemeen Bestuur Rottemeren

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 31 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Buitenruimte1.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORDRACHT ALGEMEEN BESTUUR ROTTEMEREN Onderwerp

:

Kenmerk Bijlagen

: :

Besluitdatum Voorbereid door

: :

1.

Herziening gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren i.v.m. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. X - Concept regeling (geconsolideerd) - Wijzigingenoverzicht 18 december 2023 mr. M. Schnitker en VAAC

BESLUIT

Het bestuur wordt voorgesteld: - In te stemmen met de herziene gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren 2023 (hierna: herziene GR). - In te stemmen met de hierin opgenomen wijziging van de verhouding deelnemersbijdragen aan het recreatieschap. - Onderling nadere afspraken te maken over een substantiële investering vanuit het recreatieschap Rottemeren in het Rotterdamse deel van de Rotte. - Aan de colleges van de deelnemers voor te stellen de herziene GR vast te stellen (na het opvragen van zienswijzen en toestemming bij de raden van de deelnemers).

2.

ONDERWERP IN KORT BESTEK Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) op verschillende onderdelen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kader stellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kader stellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen is reeds op 1 juli 2022 direct in werking getreden, een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wgr (en dus uiterlijk voor 1 juli 2024) geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. Deelnemersbijdrage: Sinds 2021 heeft de gemeenteraad van Rotterdam aangegeven dat dat huidige bijdrage van 91% niet meer de juiste verhouding te vinden en vraagt in haar zienswijze dit tegen het licht te houden. De afgelopen periode zijn hierover gesprekken gevoerd tussen de drie deelnemers met als doel te komen tot een objectief criterium voor de verhouding deelnemersbijdragen.

Op 11 december 2023 heeft het DB overeenstemming bereikt en afgesproken dat:  Het objectieve criterium een verhouding naar rato van inwonersaantallen wordt op basis van CBS.  Deze wijziging ingaan per 2025 en dan elke vier jaar worden herzien.  Daarnaast is afgesproken dat het recreatieschap een aantoonbare bijdrage levert aan projecten op Rotterdams grondgebied. De precieze hoogte en momenten hiervan

1

worden in onderling overleg verder uitgewerkt en zullen aan het DB en AB van het recreatieschap Rottemeren worden voorgelegd ter besluitvorming.

Herziene gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren 2023 (hierna: herziene GR). De belangrijkste wijzigingen die zijn doorgevoerd in de concept GR, zijn de volgende: 1. Zienswijze voor besluiten: In de gewijzigde Wgr is een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stem men (art. 1 Wgr). Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 26 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat onverminderd het bepaalde in de Wgr en de GR, er geen aanvullende besluiten van het bestuur vatbaar zijn voor zienswijze van de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Afspraken over participatie: In elke regeling moet worden opgenomen op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 6 en 7 van de concept GR.

Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij ontwikkelingen beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt aangeboden. 3. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 21 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het bestuur via twee manieren informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, kunnen delen. 4. Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 3 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat de belangen (zoals omschreven in artikel 2 van de regeling) worden geëvalueerd. 5.

Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 41 t/m 48 van de concept GR. Hierin is, kortgezegd, uitgewerkt dat de gemeente die wenst uit te treden, eerst een voornemen tot uittreding kenbaar maakt, waarna een concept-uittredingsplan wordt opgesteld. In het concept uittredingsplan wordt de voorlopige uittreedsom opgenomen. Na ontvangst van dit conceptuittredingsplan kan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, een definitief besluit tot uittreden aan het algemeen bestuur doen toekomen, waarna een definitief uittredingsplan met 2

een definitieve uittreedsom wordt vastgesteld. In deze artikelen staat voorts omschreven, hoe de (voorlopige) uittreedsom berekend dient te worden. _____________________________________________________________________________ 3.

VOORAFGAANDE BESLUITVORMING n.v.t.

4.

JURIDISCHE PARAGRAAF Ingevolge artikel 34 van de regeling, kan de regeling worden gewijzigd bij daartoe strekkende unanieme besluiten van de deelnemers, na daartoe verkregen toestemming van hun raden.

5.

FINANCIËLE GEVOLGEN Niet van toepassing.

6.

COMMUNICATIE Niet van toepassing.

7.

WIJZE VAN TOTSTANDKOMING Ambtelijk voorbereid door Staatsbosbeheer, de VAAC en afdelingen JZ van de deelnemende gemeenten. Vastgesteld door het DB.

8.

VERDERE PROCEDURE -

-

Het algemeen bestuur stemt in met de concept GR en besluit om aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemers (colleges) voor te stellen de herziene GR vast te stellen. De colleges verzoeken de gemeenteraden binnen 8 weken een zienswijze bekend te maken. Na ontvangst en verwerking van eventuele zienswijzen nemen de colleges een voorlopig besluit tot vaststelling, waarna de raden van de deelnemers worden verzocht toestemming te verlenen de GR vast te stellen. Na toestemming nemen de colleges een definitief besluit tot vaststelling. Na vaststelling door de colleges van de deelnemers, dient de herziene regeling gelet op artikel 26 lid 4 Wgr onder verantwoording van de gemeente Rotterdam gepubliceerd te worden in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad, waarna deze inwerking kan treden met ingang van de in de gewijzigde regeling aangewezen dag, dat wil zeggen de dag na de datum van de bekendmaking.

Hoogachtend,

R. van Raay Bestuurssecretaris

3

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7c8d95fb-4ab2-4397-8dd1-b4dbeda3fb12