[24bb000199] Bijlage 1 behorende bij 24bb000198 over Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Tekst van het document
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Onderzoek en Business Intelligence
Wie zijn wij? Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, re-integratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid. Soms is de gemeentelijke organisatie het onderwerp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners. Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te verbeteren. Auteurs Ineke Vogel (1964) is psycholoog. Zij werkt sinds 2004 als wetenschappelijk onderzoeker. Binnen de gemeente Rotterdam werkt zij als senior onderzoeker op diverse gebieden en als informatieanalist in het kader van de Basisregistratie Personen.
Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum:
15 november 2023
Projectnummer:
8163
Vragen:
onderzoek@rotterdam.nl
Meer informatie:
onderzoek010.nl
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
1
2
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Samenvatting In het Rotterdamse onderwijsbeleid “Gelijke kan-
De resultaten van de monitor dragen bij aan de
sen voor elk talent” (2019-2023) wordt er veel in-
kennis die nodig is om de kansengelijkheid in het
gezet op kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid
onderwijs te bevorderen.
van het onderwijs. Eén van de ambities is dat de gelijkheid in kansen in het onderwijs toeneemt.
Voor deze monitor is gebruik gemaakt van de registraties die het CBS biedt voor het doen van on-
In het kader hiervan is Onderzoek en Business In-
derzoek.
telligence (OBI) gevraagd om segregatie in het onderwijs in kaart te brengen. Met onderwijsse-
Resultaten voortgezet onderwijs
gregatie wordt bedoeld een ongelijke verdeling
In de periode van de schooljaren 2012/2013 tot en met 2021/2022 stijgt het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders van 41% tot iets meer dan de helft van de leerlingen. Het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond daalt van 45% naar 41%. De stijging van het aandeel hoogopgeleide ouders komt in de laatste jaren door de toename van hoogopgeleide ouders met een niet-Westerse achtergrond. Onder de leerlingen neemt de derde generatie toe. Deze leerlingen vallen onder de groep leerlingen zonder migratieachtergrond.
van leerlingen over scholen op basis van ongelijkheden in termen van sociaaleconomische, etnische of andere kenmerken ten opzichte van de woonomgeving. De mate van segregatie op scholen is ook een graadmeter voor het onderwijsbeleid en voor het uitvoeringsprogramma van Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). In deze segregatiemonitor voortgezet onderwijs wordt gekeken naar onderwijssegregatie op basis van de sociaaleconomische positie van leerlingen (gemeten door het ouderlijk opleidingsniveau) en hun migratieachtergrond. De volgende vragen
Gesegregeerde scholen
staan centraal:
Opleidingsniveau ouders In de periode van de schooljaren 2012/2013 tot en
•
Hoe ziet de diversiteit onder de leerlingenpo-
met 2021/2022 neemt het aandeel schoolvestigin-
pulatie in het voortgezet onderwijs eruit naar
gen met een laag aandeel leerlingen waarvan de
opleidingsniveau van de ouders en naar mi-
ouders hoogopgeleid zijn (20% of minder) af.
gratieachtergrond van de leerlingen en hoe
Daarentegen neemt het aandeel scholen met een
heeft dit zich sinds schooljaar 2012/2013 ont-
hoog aandeel leerlingen met hoogopgeleide ou-
wikkeld?
ders (meer dan 80%) toe. Er is dus een verschui-
Wat is de stand van zaken wat betreft segre-
ving in segregatie: het aandeel 20% of meer gese-
gatie naar opleidingsniveau van de ouders en
gregeerde scholen is door de schooljaren heen
naar migratieachtergrond van de leerlingen
meer dan gehalveerd, terwijl het aandeel van
in het voortgezet onderwijs en hoe heeft dit
meer dan 80% gesegregeerde scholen is toegeno-
zich sinds schooljaar 2012/2013 ontwikkeld?
men van nul procent naar 16%.
•
•
Wat is de stand van zaken wat betreft segregatie naar opleidingsniveau van de ouders in het voortgezet onderwijs in het NPRZ-gebied en hoe heeft dit zich sinds schooljaar 2012/’13 ontwikkeld?
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
In NPRZ-gebied is er geen toename van het aandeel van meer dan 80% gesegregeerde scholen te zien. Daar neemt het aandeel scholen met een laag aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders wel steeds verder af, maar zijn er nauwelijks of geen scholen met vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders (80% of meer).
3
De toename van het aandeel leerlingen op Rotter-
Kralingen-Oost, Zestienhoven, Hillegersberg-Zuid en Blijdorp is het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders groot (meer dan 80%). De buurten met de kleinste aandelen hoogopgeleide ouders liggen in Delfshaven (Tussendijken) waar 17% van de ouders hoog opgeleid is, en in Kralingen-Crooswijk (Oud-Crooswijk) en Feijenoord (Feijenoord en Hillesluis) waar 22% van de ouders hoog opgeleid is.
damse scholen met hoogopgeleide ouders is in de laatste schooljaren te zien op alle schooltypen. Ook is te zien dat hoe hoger het onderwijsniveau van de leerlingen, hoe hoger het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders. Onderadvisering en schoolkeuzes zijn factoren die volgens de literatuur hierbij een rol kunnen spelen. Migratieachtergrond leerlingen Het aandeel scholen met veel leerlingen met een niet-Westerse achtergrond (meer dan 80%) neemt af en het aandeel scholen met relatief weinig leerlingen met een niet-Westerse achtergrond (20% of minder) blijft ongeveer gelijk. Ook hier is er een (gedeeltelijke) verschuiving in de segregatie. Op scholen die praktijkonderwijs en/of vmbo aanbieden zitten relatief veel leerlingen met een nietWesterse migratieachtergrond en op havo/vwoof vwo-scholen weinig, maar de verschillen nemen wel af. Op de meeste schooltypen neemt het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond af. Alleen op schoolgemeenschappen – en in de laatste twee schooljaren op havo/vwo – is dat niet zo, daar is het aandeel iets toegenomen.
Spreiding Rotterdamse middelbare scholieren met hoogopgeleide ouders wonen niet verspreid over de stad, maar concentreren zich voornamelijk in noordelijke gebieden: in de buurten Molenlaankwartier,
4
Leerlingstromen Voor het in kaart brengen van leerlingstromen is de stad verdeeld in vier delen: aan de noordkant binnen en buiten de ring; aan de zuidkant in het NPRZ-gebied en overig Rotterdam Zuid. In schooljaar 2021/2022 gaat gemiddeld 57% van de leerlingen met hoogopgeleide ouders in het eigen stadsdeel naar school, tegenover 59% van de leerlingen met middelbaar opgeleide ouders en 67% van de leerlingen met laagopgeleide ouders. De leerlingstromen in schooljaar 2021/2022 zijn vergelijkbaar met die in schooljaar 2019/2020. Vanuit Rotterdam Zuid overig gaan er relatief veel leerlingen – ongeacht het opleidingsniveau van de ouders – buiten Rotterdam naar school. Leerlingen met hoog- en middelbaar opgeleide ouders die in Noord binnen de ring wonen gaan in verhouding vaker binnen dit gebied naar school. Leerlingen met laagopgeleide ouders die in NPRZ-gebied wonen gaan relatief gezien ook het vaakst in dit gebied naar school.
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
5
Inhoud Samenvatting
3
1 Inleiding
8
1.1 Achtergrond
8
1.2 Onderzoeksvragen
8
1.3 Onderzoeksopzet
8
2 Ontwikkeling diversiteit leerlingen
11
2.1 Opleidingsniveau ouders
11
2.2 Migratieachtergrond leerlingen
11
2.3 Migratieachtergrond en opleidingsniveau
12
3 Ontwikkeling segregatie op scholen
6
14
3.1 Opleidingsniveau ouders
14
3.1.1 Rotterdam
14
3.1.2 NPRZ-gebied
15
3.2 Migratieachtergrond leerlingen
16
3.3 Schooltypen - opleidingsniveau ouders
16
3.4 Schooltypen - migratieachtergrond leerlingen
18
4 Spreiding in de stad
20
5 Leerlingstromen in Rotterdam
22
5.1 Hoogopgeleide ouders
23
5.2 Middelbaar opgeleide ouders
23
5.3 Laagopgeleide ouders
23
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
“Rotterdam is een havenstad in het westen van Nederland, in de provincie Zuid-Holland. Met 581.750 inwoners (1 januari 2019 is het de op een na grootste stad van Nederland, na Amsterdam. De metropoolregio Rotterdam Den Haag telt meer dan 2,3 miljoen inwoners.” Jan de Jongeman | Directeur van het museum Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
7
1 Inleiding 1.1
Achtergrond
In het Rotterdamse onderwijsbeleid “Gelijke kansen voor elk talent” (2019-2023) wordt er veel ingezet op kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van het onderwijs. Eén van de ambities is dat de gelijkheid in kansen in het onderwijs toeneemt. In het kader hiervan is Onderwijs en Business Intelligence (OBI) gevraagd tweejaarlijks de segregatie in het onderwijs
hogere inkomens. Door het ontstaan van een meer diverse samenstelling van de bevolking wordt de kans op segregatie op scholen groter. De mate van segregatie op scholen in het voortgezet onderwijs is een graadmeter voor het onderwijsbeleid en voor het uitvoeringsprogramma van NPRZ. Om hier meer inzicht in te krijgen is een extra vraag toegevoegd ten opzichte van de monitor van 2021.
te onderzoeken. Onderwijssegregatie betreft de ongelijke verdeling van leerlingen over scholen op basis van ongelijkheden in termen van sociaaleconomische, etnische of andere kenmerken.1 Een monitor geeft meer inzicht in factoren die een rol spelen bij
1.2
Onderzoeksvragen
De volgende vragen staan centraal: •
Hoe ziet de diversiteit onder de leerlingenpopu-
het bevorderen van kansengelijkheid in het onder-
latie in het voortgezet onderwijs eruit naar oplei-
wijs.
dingsniveau van de ouders en naar migratieachtergrond van de leerlingen en hoe heeft dit zich
In 2021 is de eerste segregatiemonitor voortgezet onderwijs Rotterdam gepubliceerd naar voorbeeld van Amsterdams onderzoek. In die monitor is de
sinds schooljaar 2012/2013 ontwikkeld? •
tie naar opleidingsniveau van de ouders en naar
stand van zaken omtrent onderwijssegregatie en de
migratieachtergrond van de leerlingen in het
ontwikkeling hierin in het Rotterdamse voortgezet
voortgezet onderwijs en hoe heeft dit zich sinds
onderwijs in kaart gebracht voor de schooljaren 2012/2013 t/m 2019/2020.2 Gekeken is naar onderwijssegregatie op basis van de sociaaleconomische
schooljaar 2012/2013 ontwikkeld? •
Wat is de stand van zaken wat betreft segregatie naar opleidingsniveau van de ouders in het
positie van leerlingen (gemeten door het ouderlijk
voortgezet onderwijs in het NPRZ-gebied en hoe
opleidingsniveau) en hun migratieachtergrond. In
heeft dit zich sinds schooljaar 2012/’13 ontwik-
deze monitor zijn de schooljaren 2020/2021 en
keld?
2021/2022 toegevoegd. Nieuw in deze monitor
Wat is de stand van zaken wat betreft segrega-
1.3
Onderzoeksopzet
Voor het genereren van de data is gebruik gemaakt In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ)
van de faciliteiten van het Centrum voor Beleidssta-
Uitvoeringsplan 2023 - 2027 3 is met de onderwijs-
tistiek (CvB) van het Centraal Bureau voor de Statis-
partners c.q. schoolbesturen de afspraak gemaakt
tiek (CBS). Het CvB beschikt onder de noemer ‘Soci-
om te verkennen of een plan van aanpak kan worden
aal Statistisch Bestand’ (SSB) over een groot aantal
ontwikkeld om segregatie op scholen tegen te gaan.
databestanden. Zo is er bijvoorbeeld een registratie
Door de woningvoorraad aan te pakken richt het pro-
van alle personen vanaf 1995 die in het bevolkingsre-
gramma zich op behoud van sociale stijgers en het
gister (de BRP, voorheen GBA) geregistreerd staan
aantrekken van nieuwe bewoners met midden en
(of hebben gestaan) en zijn bestanden beschikbaar
1
Ball, S.J.: Class Strategies and the Education Market: The Middle Classes and Social Advantage. Routledge. New York, 2003. 2 Vogel, I, Roode, A. Segregatiemonitor voortgezet onderwijs. Rotterdam: Onderwijs en Business Intelligence, gemeente
8
Rotterdam; 2021 - https://onderzoek010.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=671. 3 Zie https://www.nprz.nl/over-nprz/onze-documenten/uitvoeringsplan
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
waarin onderwijs- en arbeidsmarktgegevens van alle
een deel van de ouders is het opleidingsniveau niet
personen staan geregistreerd. Al deze bestanden zijn
bekend. Voor mensen van een hogere leeftijd is het
op persoonsniveau via unieke persoonsgebonden
bestand met hoogste opleiding minder gevuld omdat
sleutels te koppelen aan het bevolkingsregister.
de diploma’s in het verleden niet werden geregi-
Daarmee is het mogelijk een beeld te schetsen van
streerd. Ook over particuliere en buitenlandse oplei-
alle in het bevolkingsregister opgenomen personen
dingen ontbreken de registergegevens.
op een bepaald moment en is het ook mogelijk om deze situatie per persoon in de tijd te volgen. De gegevens zijn van alle (geregistreerde) personen in Nederland beschikbaar.
Het opleidingsniveau is verdeeld in drie categorieën: •
tot en met mbo-1 niveau (laagopgeleid),
•
mbo-2 tot en met -4, havo en vwo (middelbaar opgeleid),
Om de noodzakelijke dataoverzichten te kunnen maken, was een omvangrijk aantal databestanden no-
•
hoger onderwijs (hoog opgeleid).
dig. Enerzijds omdat elk van de bestanden slechts een beperkt aantal variabelen omvat en er dan veel
Huishoudinkomen
verschillende bestanden nodig zijn. Anderzijds omdat een deel van de bestanden gegevens over één jaar
Hiervoor is gebruik gemaakt van het gestandaardi-
bevatten en voor de monitor gegevens over meer-
seerd besteedbaar inkomen van het huishouden. Dit
dere jaren nodig zijn.
is het besteedbaar inkomen van een huishouden gecorrigeerd voor de omvang en samenstelling van een
Leerlingenbestanden
huishouden, dus het besteedbaar huishoudensinkomen gedeeld door de equivalentiefactor van het huis-
Er is een leerlingenbestand gemaakt met de inschrij-
houden.
vingsbestanden van leerlingen in het voortgezet onderwijs van de CBS Microdata. Dit bestand heeft als
Migratieachtergrond
belangrijkste voordeel dat het ook de leerlingen bevat die van buiten Rotterdam komen. Geselecteerd
De migratieachtergrond geeft weer met welk land
zijn leerlingen, met geregistreerd burgerservicenum-
een persoon verbonden is op basis van het geboorte-
mer, die op 1 oktober van het betreffende schooljaar
land van de ouders en/of zichzelf. De volgende ach-
op het voortgezet onderwijs zaten. Vervolgens is dit
tergrondgroepen zijn opgenomen: Nederlands, Turks,
leerlingenbestand verrijkt met gegevens over het op-
Marokkaans, Surinaams/Antilliaans, Westers en niet-
leidingsniveau van de ouder(s), het huishoudinko-
Westers.
men, de migratieachtergrond en het adres van de leerlingen en de scholen. Uiteindelijk zijn de leerlingen geselecteerd die op een Rotterdamse school zaten en/of in Rotterdam woonachtig waren. Opleidingsniveau van ouders
Het onderscheid tussen Westers en niet-Westers is gemaakt op grond van de sociaaleconomische en sociaal-culturele situatie in het betreffende achtergrondland. Als Westerse migratieachtergrond gelden de werelddelen Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, en binnen Azië de landen Indonesië
In het SSB zit een bestand met de hoogst voltooide
en Japan. Als niet-Westerse migratieachtergrond gel-
opleiding op persoonsniveau. Dit is gebruikt om een
den Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief
overzicht te geven van het opleidingsniveau van de
Indonesië en Japan).
ouders. Vanaf schooljaar 2012/2013 is dit bestand dermate goed gevuld dat van het grootste deel van
De beschikbare informatie vanuit het CBS is voor alle
de ouders het hoogst afgeronde opleidingsniveau be-
kenmerken relatief hoog (zie tabel 1.1).
kend is. In de analyses wordt, wanneer dit van beide ouders bekend is, het hoogste niveau genomen. Van
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
9
Tabel 1.1.
Beschikbare achtergrondinformatie over (ouders van) kinderen in het Rotterdamse voortgezet onderwijs, per jaar, in percentage
Multiple imputatie om ontbrekende gegevens over opleidingsniveau te schatten
opleidingsniveau ouders
huishoud inkomen
achtergrond
2012
78
98
100
van de beschikbare achtergrondgegevens tien keer
2013
80
98
100
een realistische waarde per leerling geschat, en wel
2014
81
98
100
met een ‘fully conditional specification’ Markov chain
2015
82
98
100
Monte Carlo (MCMC) methode. Voor de vorige moni-
2016
82
98
100
tor is dit gedaan voor de schooljaren 2012/2013 tot
2017
83
97
100
en met 2019/2020 op basis van één dataset met
2018
83
98
100
daarin alle unieke leerlingen uit die schooljaren in zo-
2019
84
98
100
wel het basis- als voortgezet onderwijs. Voor de aan-
2020
85
98
100
vullende schooljaren 2020/2021 en 2021/2022 is dit
2021
86
98
100
jaar
Bron: CBS, bewerking OBI
Met een multiple imputatie is voor elke missende waarde van opleidingsniveau van de ouders op basis
op dezelfde manier gedaan met de leerlingen uit de schooljaren 2016/2017 tot en met 2021/2022. Uit de tien geschatte waarden is de vaakst geschatte
Van de leerlingen was over de jaren heen van 87-88%
waarde als geïmputeerde waarde genomen. Uitein-
bekend wie de vader is en van 98-99% wie de moe-
delijk benadert de verdeling van de nieuwe dataset
der is. Omdat de onderwijsregistraties nog niet zo
de verdeling die in de originele dataset zit, zodat de
heel lang bestaan, ontbreekt er helaas registerinfor-
variatie die in de originele dataset zit gewaarborgd
matie over veel oudere Nederlanders. Ook particu-
is.
liere opleidingen vallen buiten het bereik van de onderwijsregisters. Daarnaast is van veel Nederlanders met een niet-Westerse migratieachtergrond die hun opleiding in het buitenland hebben gevolgd op dit moment onvoldoende registerinformatie beschikbaar. Deze informatie wordt met behulp van enquête informatie (EBB) aangevuld. OBI wil graag het gemiddeld aandeel leerlingen met hoogopgeleide ou-
Bronvermelding Alle resultaten zijn gebaseerd op eigen berekeningen van Onderzoek en Business Intelligence, Gemeente Rotterdam op basis van niet-openbare Microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Leeswijzer
ders per school berekenen. Om alle leerlingen te kunnen gebruiken, zijn de missende gegevens benaderd.
In hoofdstuk 2 staat de ontwikkeling in diversiteit
OBI heeft ervoor gekozen om deze missende varia-
van de leerlingen beschreven, in hoofdstuk 3 de ont-
belen te imputeren via multiple imputatie in SPSS op
wikkeling in segregatie op scholen in geheel Rotter-
basis van individuele gegevens over huishoudinko-
dam en in NPRZ-gebied, in hoofdstuk 4 de spreiding
men en acht achtergrondgroepen.4
in de stad, en in hoofdstuk 5 de leerlingstromen in het Rotterdamse onderwijs.
4
10
Personen met een 1) Nederlandse, 2) Surinaamse, 3) Turkse, 4) Marokkaanse 5) Antilliaanse, 6) overig niet-Westerse, 7) Oost-Europese en 8) overig-Westerse migratieachtergrond.
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
2 Ontwikkeling diversiteit leerlingen Het aandeel kinderen met hoogopgeleide ouders
figuur 2.1. Tussen schooljaar 2012/2013 en
neemt verder toe. Het aandeel leerlingen met niet-
2019/2020 is dit aandeel gestegen van 41% naar
Westerse migratieachtergrond neemt verder af
49%, in 2021/2022 is het verder gestegen naar 52%. Het aandeel leerlingen met laagopgeleide ouders
2.1
Opleidingsniveau ouders
(dus maximaal een vmbo- of mbo-1-diploma) is afge-
In schooljaar 2021/2022 gingen er in totaal 35.545
nomen van 26% in 2012/2013 naar 21% in
leerlingen naar het voortgezet onderwijs in Rotter-
2019/2020. In 2021/2022 is het aandeel verder ge-
dam. Het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ou-
daald naar 18%. Het aandeel leerlingen met middel-
ders (minimaal een afgeronde hbo- of wo-opleiding)
baar geschoolde ouders (maximaal een mbo-, havo-
neemt ook na schooljaar 2019/2020 verder toe, zie
of vwo-diploma) is al jaren stabiel rond de 30%.
Figuur 2.1.
Opleidingsniveau ouders van kinderen in het voortgezet onderwijs in Rotterdam, 2012/2013-2021/2022 basischool/pro
vmbo/onderbouw h/v
mbo-2 en 3/havo
mbo4/vwo
hbo
hbo-master en wo
2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021 2021/2022 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Bron: CBS, bewerking OBI
2.2
Migratieachtergrond leerlingen
Het aandeel leerlingen in het Rotterdamse voortgezet onderwijs met een niet-Westerse
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
migratieachtergrond daalt. Waar in schooljaar 2012/2013 45% van de leerlingen een niet-Westerse migratieachtergrond had, en in 2019/2020 42%,
11
betreft dit in 2021/2022 41%. Dit is mede een gevolg
migratieachtergrond. Daarnaast is het aandeel leer-
van de groeiende groep derde generatie niet-Wes-
lingen met een Westerse migratieachtergrond in de
terse leerlingen. Er zijn in de stad steeds meer kin-
afgelopen twee jaar verder toegenomen, van 10%
deren met twee ouders uit de tweede generatie (met
naar 11%. Iets minder dan de helft van de kinderen
een niet-Westerse migratieachtergrond maar allebei
heeft, net als in 2019/2020, in 2021/2022 geen mi-
in Nederland geboren), deze kinderen hebben vol-
gratieachtergrond, zie figuur 2.2.
gens de gehanteerde definities geen
Figuur 2.2.
Migratieachtergrond van kinderen in het voortgezet onderwijs in Rotterdam, 2012/2013-2021/2022 geen migratieachtergrond
Westers
niet-Westers
2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021 2021/2022 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Bron: CBS, bewerking OBI
2.3
Migratieachtergrond en opleidingsni-
onder leerlingen zonder migratieachtergrond de af-
veau
gelopen zeven jaar is gestagneerd, neemt dit onder
Tussen de groepen met een verschillende migratieachtergrond bestaan grote verschillen in het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders. Het aandeel hoogopgeleide ouders onder de leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond is in schooljaar 2021/2022 met 30% een stuk lager dan de aandelen
12
leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond toe. In schooljaar 2019/2020 was het aandeel onder de leerlingen met een niet-Westerse achtergrond 26%, onder die zonder migratieachtergrond 69% en onder die met een Westerse migratieachtergrond 53%.
onder de leerlingen zonder (70%) of met een Wes-
Van de vier grootste niet-Westerse achtergrondgroe-
terse (54%) migratieachtergrond, zie figuur 2.3. Er is
pen is het aandeel hoogopgeleide ouders het kleinst
wel een langzame afname van het verschil te zien.
onder leerlingen met een Marokkaanse migratieach-
Waar de groei van het aandeel hoogopgeleide ouders
tergrond (23%). In 2019/2020 was dat nog 17%.
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Figuur 2.3.
Aandeel hoogopgeleide ouders van kinderen in het voortgezet onderwijs in Rotterdam naar migratieachtergrond, 2012/2013-2021/2022
Marokkaans
2012/ 2013 2013/ 2014 2014/ 2015 2015/ 2016 2016/ 2017 2017/ 2018 2018/ 2019 2019/ 2020 2020/ 2021
Turks
Surinaams/Antilliaans
overig niet-Westers
Westers
geen migratieachtergrond
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Bron: CBS, bewerking OBI
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
13
3 Ontwikkeling segregatie op scholen Het aandeel leerlingen op gemengde scholen is toegenomen. Het aandeel scholen met een laag aandeel leerlingen waarvan de ouders hoogopgeleid zijn (20% of minder) is afgenomen. Daarentegen neemt het aandeel scholen met een hoog aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders (meer dan 80%) toe. De segregatie verschuift.
3.1
Opleidingsniveau ouders
3.1.1
Rotterdam
Als we kijken naar de segregatie naar het opleidingsniveau van de ouders op voortgezet onderwijs scholen in Rotterdam dan zien we dat door de schooljaren Figuur 3.1.
2012/2013 t/m 2021/2022 heen het aandeel leerlingen dat naar gesegregeerde scholen met weinig kinderen met hoogopgeleide ouders (20% of minder) gaat geleidelijk is afgenomen (zie figuur 3.1).5
Verdeling leerlingen over voortgezet onderwijs scholen naar aandeel kinderen met hoogopgeleide ouders, 2012/2013-2021/2022
2012/2013
20% of minder (gesegregeerde scholen)
2013/2014 2014/2015
21-40% (gemengdere scholen)
2015/2016 2016/2017
41-60% (gemengde scholen)
2017/2018 2018/2019
61-80% (gemengdere scholen)
2019/2020
meer dan 80% (gesegregeerde scholen)
2020/2021 2021/2022 0%
20%
40%
60%
80%
100% Bron: CBS, bewerking OBI
5 Om te meten in hoeverre leerlingen op basis van hun sociaaleconomische positie en migratieachtergrond gesegregeerd naar school gaan is een absolute segregatiemaat berekend. Hiervoor zijn Rotterdamse voortgezet scholen ingedeeld in groepen op
14
basis van het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders en het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond. Vervolgens is gekeken hoe de leerlingenpopulatie over deze scholen is verdeeld.
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
In schooljaar 2012/2013 betrof dit nog bijna een
gaat (met 41-60% hoogopgeleide ouders) met zes
derde van de Rotterdamse scholen (31%). In
procentpunt gedaald (van 13% naar 7%). In
2019/2020 bedroeg het aandeel nog 21%, in
2019/2020 was dit aandeel weer gestegen naar 17%.
2021/2022 is het verder gedaald naar 14%. Doordat
In 2021/2022 is het weer gedaald naar 15%, zie fi-
steeds meer leerlingen hoogopgeleide ouders heb-
guur 3.1.
ben, blijven er steeds minder van dit soort gesegregeerde scholen over. Het aandeel leerlingen dat daarentegen naar gesegregeerde scholen gaat met veel kinderen met hoogopgeleide ouders (meer dan 80%) is door de schooljaren heen toegenomen van nul procent in 2012/2013 tot 16% in 2021/2022. In 2019/2020 was dat nog zes procent. Leerlingen met hoogopgeleide ouders zijn dus minder gaan mengen en clusteren meer samen op bepaalde scholen. De segregatie naar opleidingsniveau van ouders lijkt hiermee te verschuiven: waar de segregatie naar opleidingsniveau van de ouders in 2012/2013 vooral bestond uit 20% of minder gese-
3.1.2 NPRZ-gebied Als we kijken naar de segregatie naar het opleidingsniveau van de ouders op voortgezet onderwijs scholen in NPRZ-gebied dan zien we dat ook daar door de schooljaren heen het aandeel leerlingen dat naar gesegregeerde scholen met weinig kinderen met hoogopgeleide ouders (20% of minder) gaat is afgenomen: van bijna 60% naar ongeveer een kwart (zie figuur 3.2). Het aandeel is wel veel hoger dan in geheel Rotterdam: in 2012/2013 was het aandeel 57%, in 2019/2020 nog 37% en in 2021/2022 was het aandeel verder gezakt naar 26%.
gregeerde scholen, is dit aandeel in 2021/2022 meer
Het aandeel leerlingen dat naar gemengde scholen
dan gehalveerd en tegelijkertijd is het aandeel van
met 21-40% hoogopgeleide ouders gaat is gestegen
meer dan 80% gesegregeerde scholen in 2021/2022
van 14% in 2012/2013 naar 39% in 2021/2022. Er zijn
flink gegroeid.
nauwelijks of geen scholen met leerlingen met vooral
Tussen de schooljaren 2012/2013 en 2015/2016 is
hoogopgeleide ouders (80% of meer).
het aandeel leerlingen dat naar gemengde scholen Figuur 3.2.
Verdeling leerlingen over voortgezet onderwijs scholen in NPRZ-gebied naar aandeel kinderen met hoogopgeleide ouders, 2012/2013-2021/2022
2012/2013 20% of minder (gesegregeerde scholen)
2013/2014 2014/2015
21-40% (gemengdere scholen)
2015/2016 2016/2017
41-60% (gemengde scholen)
2017/2018 2018/2019
61-80% (gemengdere scholen)
2019/2020
meer dan 80% (gesegregeerde scholen)
2020/2021 2021/2022 0%
20%
40%
60%
80%
100% Bron: CBS, bewerking OBI
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
15
3.2
Migratieachtergrond leerlingen
Als wordt gekeken naar segregatie naar migratieach-
gedaald tussen de schooljaren 2012/2013 (28%) en
tergrond op scholen, is te zien dat het aandeel gese-
2016/2017 (20%). In de periode van 2016/2017 tot en
gregeerde scholen met veel kinderen met een niet-
met 2021/2022 bedroeg het aandeel ongeveer 21%.
Westerse migratieachtergrond (meer dan 80%) flink is afgenomen door de schooljaren heen: van 23% in 2012/2013 naar 5% in 2021/2022.
Er is dus ook een afname te zien van gesegregeerde scholen wanneer wordt gekeken naar migratieachtergrond. Kinderen met een niet-Westerse migratie-
Het aandeel scholen met 20% of minder leerlingen
achtergrond zitten vaker op gemengdere scholen, zie
met een niet-Westerse migratieachtergrond is
figuur 3.3.
Figuur 3.3.
Verdeling leerlingen over voortgezet onderwijs scholen naar aandeel kinderen met een niet-Westerse migratieachtergrond, 2012/2013-2021/2022
2012/2013 20% of minder (gesegregeerde scholen)
2013/2014 2014/2015
21-40% (gemengdere scholen)
2015/2016 2016/2017
41-60% (gemengde scholen)
2017/2018
61-80% (gemengdere scholen)
2018/2019 2019/2020
meer dan 80% (gesegregeerde scholen)
2020/2021 2021/2022 0%
20%
40%
60%
80%
100% Bron: CBS, bewerking OBI
3.3
Schooltypen - opleidingsniveau ouders
Er bestaat in het voortgezet onderwijs een duidelijk
onderzoek toont aan dat kinderen met laagopgeleide
verband tussen de leerlingenpopulatie op een school
ouders vaker een lager schooladvies krijgen in groep
en het onderwijsniveau dat wordt aangeboden. In
8 dan kinderen met hoogopgeleide ouders.6 Vervol-
schooljaar 2021/2022 hadden scholen waarop enkel
gens maken ze andere schoolkeuzes waarbij de voor-
praktijkonderwijs of vmbo wordt aangeboden gemid-
keur uitgaat naar scholen met een hoog aandeel uit
deld veel minder leerlingen met hoogopgeleide ou-
de eigen groep, wat de segregatie in het voortgezet
ders, respectievelijk 13% en 26%, tegenover 70% van
onderwijs versterkt.7 Deze segregatie leidt mogelij-
de leerlingen op havo/vwo scholen, zie figuur 3.4.
kerwijs tot verdere vormen van kansenongelijkheid.
Kansenongelijkheid speelt hierbij een rol: eerder
6
Inspectie van het Onderwijs: De Staat van het Onderwijs 2014/’15. April 2016. 7 Van der Klaauw, B., H. Oosterbeek en S. Sóvágó: Determinanten
16
van voorkeuren voor VO-scholen in Amsterdam. 2018, VU en UvA; Schoolkeuzemotieven in het voortgezet onderwijs, een literatuurstudie, 2019, A. Bus en A. Roode, OBI, gemeente Rotterdam.
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Figuur 3.4.
Aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders per type vo-school 2021/2022
praktijkonderwijs (7)
vmbo b/k/g/t (18) leerlingen met hoogopgeleide ouders
vmbo g/t en/of havo (11)
gemiddelde van alle scholen
schoolgemeenschap (17)
havo/vwo (14) 0%
20%
40%
60%
80% Bron: CBS, bewerking OBI
Figuur 3.5.
Aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders per type vo-school, 2012/2013-2021/2022
praktijkonderwijs (7-9)
2012/ 2013 2013/ 2014 2014/ 2015
vmbo b/k/g/t (18-23)
vmbo g/t en/of havo (9-13)
schoolgemeenschap (15-17)
havo/vwo (12-15)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Bron: CBS, bewerking OBI
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
17
Door de schooljaren heen zien we het toegenomen
zitten relatief weinig leerlingen met een niet-Wes-
aandeel hoogopgeleide ouders in de stad terug op
terse migratieachtergrond. In schooljaar 2021/2022
alle type vo-scholen, waarbij op scholen met alleen
was het Rotterdams gemiddelde 46%. Op het prak-
praktijkonderwijs de toename pas laat op gang
tijkonderwijs had 68% van de leerlingen een niet-
kwam. In het praktijkonderwijs is de toename pas in
Westerse migratieachtergrond, op het havo/vwo
de laatste twee jaren goed te zien. De toename is re-
36%, zie figuur 3.6.
latief het grootst geweest op de vmbo g/t en/of havo scholen (van 28% naar 47%) en de havo/vwo scholen (van 58% naar 70%), zie figuur 3.5.
Het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond is door de schooljaren heen op de meeste typen scholen afgenomen, op de brede vmboscholen en vmbo-g/t of havo, echter na een eerste
In de laatste twee schooljaren is er nauwelijks tot geen toename meer te zien bij de havo/vwo en
stijging tot 2015/2016.
schoolgemeenschap scholen, maar nog wel bij de
Wat opvalt is de toename van het aandeel niet-Wes-
overige scholen, vooral op de vmbo-scholen, waar
terse leerlingen op de scholengemeenschappen, van
een toename van vijf procentpunt is te zien tussen
39% in 2012/2013 naar 43% in 2019/2020. Na een
schooljaar 2019/2020 en 2021/2022.
3.4
verdere stijging tot 46% in 2020/2021, is het in 2021/2022 weer afgenomen tot 42%. Op havo/vwo is
Schooltypen - migratieachtergrond
het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migra-
leerlingen
tieachtergrond tussen 2019/2020 en 2021/2022 met
Het opleidingsniveau van de ouders en de migratie-
vijf procentpunt gestegen, van 31% naar 36%. Maar
achtergrond van leerlingen hangen sterk met elkaar
het aandeel ligt nog steeds onder de 39% van school-
samen. Hierdoor zien we een tegenovergesteld pa-
jaar 2012/2013. Alhoewel het aandeel door de jaren
troon wanneer we naar het aandeel niet-Westerse
langzaam afneemt zitten meeste leerlingen met een
leerlingen op middelbare scholen kijken: op scholen
niet-Westerse migratieachtergrond relatief gezien
die enkel praktijkonderwijs of vmbo aanbieden zitten
dus het vaakst op het praktijkonderwijs (zie figuur
relatief veel leerlingen met een niet-Westerse migra-
3.7).
tieachtergrond en op havo/vwo- of vwo-scholen Figuur 3.6.
Aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond per type vo-school 2021/2022
praktijkonderwijs (7)
vmbo b/k/g/t (17)
leerlingen met een nietWesterse migratieachtergrond
vmbo g/t en/of havo (12)
gemiddelde van alle scholen schoolgemeenschap (16)
havo/vwo (14)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80% Bron: CBS, bewerking OBI
18
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Figuur 3.7.
Leerlingen met een niet westerse migratieachtergrond per type vo school, 2012/2013-2021/2022 -
praktijkonderwijs (7-9)
vmbo b/k/g/t (18-23)
vmbo g/t en/of havo (10-13)
2012/ 2013 2013/ 2014 2014/ 2015 2015/ 2016 2016/ 2017 2017/ 2018
schoolgemeenschap (15-17)
havo/vwo (12-15)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
Bron: CBS, bewerking OBI
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
19
4 Spreiding in de stad Rotterdamse middelbare scholieren met hoogopge-
(van 17% in 2019/2020 naar 29% in 2021/2022) een
leide ouders wonen niet verspreid over de stad, maar
grote toename te zien.
concentreren zich voornamelijk in noordelijke gebieden. Vooral in de buurten Molenlaankwartier (94%), Kralingen-Oost (92%), Zestienhoven (87%), Hillegersberg-Zuid (85%), en Blijdorp (83%) is het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders zeer groot. De buurten met de kleinste aandelen hoogopgeleide ouders liggen in Delfshaven (Tussendijken; 17%), Kralingen-Crooswijk (Oud-Crooswijk; 22%) en Feijenoord (Feijenoord en Hillesluis; 22%). In alle buurten van Charlois liggen de percentages onder de 40%, waar het in Oud-Charlois het hoogst is met 36% en in Tarwewijk het laagst met 23%, zie figuur 4.1.
Als we kijken naar de ontwikkeling per woonbuurt door de schooljaren heen (zie figuur 4.2) zien we de grootste stijging, namelijk 38%-punt, in de buurt Zestienhoven (tussen 2019/2020 en 2021/2022 is een toename van vijf procentpunt te zien). In vergelijking met 2012/2013 is er in 2021/2022 geen enkele buurt met een afname van het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders te zien. Ten opzichte van 2019/2020 zijn er wel een aantal buurten met een afname van het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders te zien. De grootste afname is te zien in de buurten Struisenburg in Kralingen-Crooswijk (een af-
In 2019/2020 was de buurt Heijplaat de buurt met
name van negen procentpunt) en Cool in Rotterdam-
het kleinste aandeel leerlingen met hoogopgeleide
Centrum (een afname van acht procentpunt).
ouders, maar daar is met een stijging van 12%-punt
20
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Figuur 4.1.
Hoogopgeleide ouders Rotterdamse leerlingen voortgezet onderwijs per woonbuurt in 2021/2022 en de verandering hierin sinds 2019/2020
Bron: CBS, bewerking OBI
Figuur 4.2.
Hoogopgeleide ouders Rotterdamse leerlingen voortgezet onderwijs per woonbuurt in 2021/2022 en de verandering hierin sinds 2012/2013
Bron: CBS, bewerking OBI
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
21
5 Leerlingstromen in Rotterdam Om de leerlingstromen in het Rotterdamse onderwijs
minder vaak (min zes procentpunt). De leerlingstro-
in kaart te brengen is de stad in vier stadsdelen inge-
men in schooljaar 2021/2022 zijn vergelijkbaar met
deeld (zie figuur 5.1), die bestaan uit de gebieden:
die in 2019/2020.
•
NPRZ-gebied (Feijenoord, Charlois en IJsselmonde)
•
Zuid overig (Hoogvliet, Pernis en Rozenburg, Waalhaven-Eemhaven)
•
Noord binnen de ring (Delfshaven, KralingenCrooswijk, Centrum, Noord)
•
Noord buiten de ring (Hoek van Holland, Overschie, Hillegersberg, Prins Alexander, Spaanse Polder en Nieuw Mathenesse)
met hoogopgeleide ouders in het eigen stadsdeel naar school (stijging van één procentpunt ten opzichte van 2019/2020), tegenover 59% van de leerlingen met middelbaar opgeleide ouders (daling van twee procentpunt ten opzichte van 2019/2020) en 67% van de leerlingen met laagopgeleide ouders (ook daling van twee procentpunt ten opzichte van 2019/2020).
In 2021/2022 gaat 60% van de leerlingen in het eigen
Ten opzichte van 2012/2013 is het aandeel leerlingen
stadsdeel naar school. In 2019/2020 was dat 61% en
met hoogopgeleide ouders dat in het eigen stadsdeel
in 2012/2013 60%. Uit nadere analyse blijkt dat iets
naar school gaat gestegen met drie procentpunt, het
meer leerlingen uit NPRZ-gebied relatief iets vaker
aandeel met middelbaar opgeleide ouders met één
buiten Rotterdam onderwijs zijn gaan volgen (plus
procentpunt en het aandeel met laagopgeleide ou-
vier procentpunt) en uit Zuid overig juist relatief iets
ders met één procentpunt gedaald.
Figuur 5.1.
22
Gemiddeld gaat in 2021/2022 57% van de leerlingen
Indeling van Rotterdam in vier stadsdelen
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Figuur 5.2.
Leerlingenstromen in het Rotterdamse voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel – hoogopgeleide ouders, 2021/2022 -
Bron: CBS, bewerking OBI
5.1
Hoogopgeleide ouders
Het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders dat in het eigen stadsdeel naar school gaat is het kleinst (46%) in NPRZ-gebied en het grootst (81%) in Noord binnen de ring. Kinderen van hoogopgeleide ouders wonend in Rotterdam Zuid overig trekken relatief veel naar scholen buiten Rotterdam (40%) of naar scholen in NPRZ-gebied (6%) of Noord binnen de ring (5%). Er gaat een klein aandeel kinderen van hoogopgeleide ouders uit Noord binnen de ring (3%) en buiten de ring (1%) in NPRZ-gebied naar school. Ook komen er leerlingen van hoogopgeleide ouders van buiten Rotterdam naar scholen binnen Rotterdam, het grootste gedeelte daarvan (36%) zit op scholen in Noord buiten de ring, 32% gaat naar
het grootst (68%) in Noord binnen de ring. Kinderen van middelbaar opgeleide ouders wonend in Rotterdam Zuid overig trekken relatief veel naar scholen buiten Rotterdam (37%). Er gaat een klein aandeel kinderen van middelbaar opgeleide ouders uit Noord binnen de ring (5%) en buiten de ring (2%) in NPRZgebied naar school. Ook komen er leerlingen van middelbaar opgeleide ouders van buiten Rotterdam naar scholen binnen Rotterdam, ruim een derde daarvan (35%) zit op scholen in Noord buiten de ring, 34% gaat naar NPRZ-gebied en 24% naar Noord binnen de ring. Een klein gedeelte (8%) gaat in Rotterdam Zuid overig naar school. Zie ook figuur 5.3.
5.3
Laagopgeleide ouders
NPRZ-gebied, 29% naar Noord binnen de ring, een
Het aandeel leerlingen met laagopgeleide ouders dat
klein gedeelte (3%) gaat in Rotterdam Zuid overig
in het eigen stadsdeel naar school gaat is het kleinst
naar school. Zie ook figuur 5.2.
(52%) in het stadsdeel Noord buiten de ring en het grootst (73%) in Noord binnen de ring. Kinderen van
5.2
Middelbaar opgeleide ouders
laagopgeleide ouders wonend in Zuid overig trekken
Het aandeel leerlingen met middelbaar opgeleide ou-
relatief vaak (30%) naar scholen buiten Rotterdam.
ders dat in het eigen stadsdeel naar school gaat is het
Ook uit Noord buiten de ring trekken relatief veel kin-
kleinst (52%) in het stadsdeel Noord buiten de ring en
deren van laagopgeleide ouders naar scholen buiten
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
23
Rotterdam (25%), maar ook gaan ze relatief vaak
Rotterdam naar scholen binnen Rotterdam, ruim een
naar scholen in Noord binnen de ring (21%). Er gaat
derde daarvan (36%) zit op scholen in NPRZ-gebied,
een klein aandeel kinderen van laagopgeleide ouders
30% gaat naar scholen in Noord binnen de ring en
uit Noord binnen de ring (5%) en Noord buiten de ring
26% naar Noord buiten de ring. Een klein gedeelte
(2%) in NPRZ-gebied naar school. Ook komen er leer-
(8%) gaat in Rotterdam Zuid overig naar school. Zie
lingen van laagopgeleide ouders van buiten
ook figuur 5.4.
Figuur 5.3.
Leerlingenstromen in het Rotterdamse voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel – middelbaar opgeleide ouders, 2021/2022
Bron: CBS, bewerking OBI
Figuur 5.4.
Leerlingenstromen in het Rotterdamse voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel – laagopgeleide ouders, 2021/2022
Bron: CBS, bewerking OBI
24
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2023
25