[24bb000195] Afdoeningsvoorstel motie Elbay en Aafjes - Van Aalst over Warme relatie met de indicatie
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Maatschappelijke Ontwikkeling Zorg, Ouderen, Jeugdzorg Ronald Buijt Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Stefaan Vanderstappen Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de gemeenteraad
Uw kenmerk: 22bb008687 Ons kenmerk: M2212-8063 - 23bo009702 Onderwerp: Warme relatie met de indicatie Datum: B&W 16 januari 2024
Onderwerp: Afdoening motie 'Warme relatie met de indicatie' (22bb008687). Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 15 december 2022 is de motie 'Warme relatie met de indicatie' (22bb008687) ingediend door raadsleden F. Elbay (D66 Rotterdam) en Caroline Aafje- van Aalst (Leefbaar Rotterdam) en aangenomen. Met deze brief bieden wij u een afdoeningsvoorstel aan. Met de motie verzoekt u: • Te onderzoeken of de huidige (werk)wijze van toekenning van indicatie voor gebruikmaking doelgroepenvervoer toereikend genoeg dan wel te ruimhartig is opgezet, zodat eenieder die hier recht op heeft, hier gebruik van kan maken. • Hierin de frequentie van herindicatie mee te nemen, om de aan- of afwezigheid van de desbetreffende indicatie adequaat up-to-date te houden voor personen met een indicatie voor het gebruik van gemeentelijk doelgroepenvervoer; • Hierover te rapporteren aan de raad. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: N.v.t. Toelichting: Uit uw constateringen en overwegingen maken wij op dat uw verzoek betrekking heeft op het collectief aanvullend vervoer (CAV), in uitvoering van de Wmo. Allereerst geven wij u mee dat het chauffeurstekort momenteel minder knelt dan ten tijde van uw motie.
In antwoord op uw motie berichten wij u als volgt: 1) Op een aanvraag voor CAV doet afdeling Wmo onder meer onderzoek naar de vervoersbehoefte, t.w. de mobiliteitsbeperking, eigen kracht, inzet van sociaal netwerk, algemene vervoersoplossingen en de reisfrequentie. Deze werkwijze is in lijn met de wet en voor zover ons bekend niet heel anders dan in andere gemeenten.
Blad: Datum:
Ons kenmerk:
2/3 16 januari 2024 M2212-8063
2) Vanuit de reizigers ontvangen wij daar weinig opmerkingen over, hooguit een enkele keer dat onze werkwijze 'zwaar' is, in relatie tot de eenvoudige vraag en dito voorziening. In antwoord op uw tweede verzoek komen wij hierop terug. Een globale vergelijking met de grote Nederlandse gemeenten laat zien dat het Rotterdamse beleid eerder aan de ruime dan aan de krappe kant zit: Tabel: Beleid Wmo-vervoer grote gemeenten Gemeente
Naam
Openstelling
Max.jaarlijks Eigen bijdrage Reisgebied (vanaf woonadres) reistegoed (opstap +kmtarief)
Rotterdam -
Cav
Amsterdam
Aov
Den Haag
AV070
06.00-00.00u 5 Ov-zones + heel (vr-za tot 02.00u) R'dam 312 ritten 25km + heel 06.00-01.00u A'dam 1500 km Den Haag+ Ldschdm-Vrbrg + 07.30-00.00u Rijswijk geen limiet
Utrecht
Regiotaxi
06.00-00.00u (vr-za tot 01.30u) 25km
Almere
Deeltaxi
08.00-00.00u
Eindhoven
Taxibus
07,00-00.00u (vr-za tot01.00u) 25km
5 Ov-zones
3000 km 1500à 2000km niet bekend
0,44 + 0,44 per Ov- zone (0,70 voor < 65jr) 1,08 + 0,20 per km
28,= per jaar vast
1,07 +0,25 per km I
1,08 + 0,18 per km 1,09 + 0,18 per km
Op de meeste kenmerken scoort Rotterdam bovengemiddeld. Opvallend zijn het hoge kilometertegoed: 312 ritten (à gemiddeld 8,9km maakt ruim 2.750km), alsook de laagste eigen bijdrage. Utrecht overweegt om het reistegoed terug te brengen naar 1500 à 2000km per jaar, naar de richtlijn die de rechter heeft gesteld. Veel gemeenten passen deze richtlijn toe. In Den Haag kunnen inwoners 'onbeperkt' reizen, maar slechts in een klein reisgebied. Meer dan andere gemeenten kent Rotterdam een uitgestrekt reisgebied met een scala aan bestemmingen.
Blad: Datum:
Ons kenmerk:
3/3 16 januari 2024 M2212-8063
3) Indicatie en herindicaties U vraagt in hoeverre het loket via herindiceren haar indicaties up-to-date houdt. Inwoners krijgen een indicatie voor onbepaalde tijd als de mobiliteitsbeperking naar verwachting niet zal verbeteren. Is dat wel het geval dan geldt een indicatie voor bepaalde tijd, meestal één jaar. Een herindicatie kent eenzelfde werkwijze als een 1te melding, zoals hierboven omschreven. Momenteel gelden de meeste indicaties voor onbepaalde tijd. De zorgvuldigheid van het onderzoek naar de mobiliteitsbeperking kost relatief veel tijd. De vele CAV-meldingen (jaarlijks 5 à 6000) zijn mede debet aan de lange wachttijden bij het Wmo-loket. Gezien de vergrijzing zullen de CAV-meldingen eerder toe- dan afnemen. De vraag luidt of een "ideaaltypisch" Wmo-onderzoek in deze context van veel aanvragen, beperkte loketcapaciteit en eenvoudige voorziening nog realistisch is. Daartegenover staat de beleidswens om grip te houden op de groei van het doelgroepenvervoer, gezien de chauffeurskrapte en de budgettaire grenzen. Wij beraden ons op een werkwijze die de balans zoekt tussen doel- en recht matigheid, de reikwijdte van de dienstverlening en de kosten. In deze context voeren wij komend jaar een lichtere toets in voor 75-plussers, met een beperkt aantal ritten.
De overweging hierbij is dat het overgrote deel van de CAV aanvragen door 75-plussers tot een beschikking leidt en deze cliënten niet zo heel veel ritten maken. U bent hierover al geinformeerd in de collegebrief over de aanpak van de wachttijden Wmo (29-09, M2309-1661). Het voorstel tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp is in dit kader aan u voorgelegd. In deze context past ook een kritische kijk op onze dienstverlening. Gezien de aanzienlijke kostenstijgingen en de budgettaire kaders ontkomen wij er niet aan, om in de toekomst de bovenwettelijke onderdelen van het CAV onder de loep te leggen. In onze afwegingen betrekken wij voorliggende vervoersoplossingen zoals de wijkbus en de mogelijkheden in het toegankelijk openbaar vervoer. We houden u op de hoogte. Met deze brief stellen we u voor om de motie 22bb008687 als afgedaan te beschouwen.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: N.v.t. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,
J.H. Meijer, l.s.
De burgemeester,