[23bb008815] Bijlage 2 behorende bij 23bb8817 - Ontwerpbestemmingsplan De Kaai Regels
Tekst van het document
De Kaai Rotterdam
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstukl
INLEIDENDEREGELS
4
Artikel 1
Van toepassing verklaring
4
Artikel 2
Begrippen
5
Artikel 3
Wijze van meten
9
Hoofdstuk2
BESTEMMINGSREGELS
10
Artikel 4
Bedrijf
10
Artikel 5
Gemengd
11
Artikel 6
Verkeer - Verblijfsgebied
14
Artikel 7
Waarde - Archeologie 2
16
Artikel 8
Waarde - Archeologie 3
18
Artikel 9
Waarde - Cultuurhistorie
20
Hoofdstuk3
ALGEMENEREGELS
21
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
21
Artikel 11
Algemene bouwregels
22
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
23
Artikel 13
Overige regels
24
Hoofdstuk4
OVERGANGS-EN SLOTREGELS
25
Artikel 14
Overgangsrecht
25
Artikel 15
Slotregel
26
2
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Van toepassing verklaring
De regels van het bestemmingsplan "Parapluherziening evenementen", zoals vastgesteld op 3 februari 2022, blijven onverminderd van toepassing. Voorliggend bestemmingsplan "De Kaai Rotterdam" laat de regels uit de parapluherziening ongewijzigd.
4
Artikel 2 2.1
Begrippen
Plan
Het bestemmingsplan De Kaai Rotterdam met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2229DeKaaiRdam-on01 van de gemeente Rotterdam.
2.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
2.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
2.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
2.5
Archeologisch deskundige
Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.
2.6
Archeologisch monument
Monument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet.
2.7
Bebouwing
Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
2.8
Bebouwingspercentage
Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.
2.9
Bedrijven
De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.
2.10
Begeleid wonen
Een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.
2.11
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond
Het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" dat als bijlage 2 is gevoegd bij de regels van dit plan of een herziening of wijziging van dit beleidskader.
2.12
Belwinkel
Een inrichting waarvan de bedrijfsvoering onder welke benaming dan ook is gericht op het ter plaatse tegen betaling bieden van gelegenheid tot elektronische berichtenuitwisseling in de vorm van telefonie of door middel van toegang tot het internet. Een op de openbare weg geplaatste telefooncel wordt hier niet onder begrepen.
2.13
Bestaand bouwwerk
Bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
5
2.14
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
2.15
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
2.16
Bouwaanduidingen
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.
2.17
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
2.18
Bouwgrens
De grens van een Bouwvlak.
2.19
Bouwlaag
Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw of dakkapel breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld.
2.20
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
2.21
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
2.22
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
2.23
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
2.24
Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)
De bruto oppervlakte als bedoeld in de NEN 2580.
2.25
Cultuur en ontspanning
Voorzieningen op het gebied van cultuur, spel en ontspanning, zoals een atelier, creativiteitscentrum, dansschool, kookstudio, muziekschool en museum.
2.26
Dakterras
Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit (of de rechtsopvolger daarvan).
6
2.27
Daktuin
Een voorziening op het platte dak van een gebouw ten behoeve van de aanleg van groen, dat in overwegende mate niet voor verharding in aanmerking komt.
2.28
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2.29
Dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen.
2.30
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
2.31
Hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
2.32
Hoog-risicobiologisch laborarorium
Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".
2.33
Horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank.
2.34
Horeca 1 (daghoreca)
Horecainrichtingen die tussen 07.00 uur en 23.00 uur geopend mogen zijn, die achtergrondmuziek ten gehore brengen en die al dan niet een terras exploiteren gedurende de openingstijden.
2.35
Horeca 2 (avond- en nachthoreca zonder geluid)
Horecainrichtingen die 24 uur per dag geopend mogen zijn, die achtergrondmuziek ten gehore brengen en die al dan niet een terras exploiteren gedurende beperkte openingstijden.
2.36
Horeca 3 (avond- en nachthoreca met geluid)
Horecainrichtingen die 24 uur per dag geopend mogen zijn, die inpandig meer dan achtergrondmuziek mogen produceren en die al dan niet een terras exploiteren gedurende beperkte openingstijden waar alleen achtergrondmuziek ten gehore mag worden gebracht.
2.37
Kap
Een afdekking van een gebouw met schuine zijden waarbij de hellingshoek ten minste 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt.
2.38
Kantoren
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
7
2.39
Maaiveld
De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.
2.40
Maatschappelijke voorzieningen
Voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening waaronder begeleid wonen en zorgwoningen.
2.41
Milieudeskundige
De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.
2.42
NAP
Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.
2.43
Openbaar nutsvoorzieningen
Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen).
2.44
Peil (straat-)
4,0 meter + NAP.
2.45
Seksinrichting
De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht.
2.46
Sportvoorziening
Gebouwde en/of ongebouwde voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie.
2.47
Straatmeubilair
Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d.
2.48
Uitstekende delen aan gebouwen
Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d.
2.49
Zorgwoning
Vormen van wonen waarbij de begeleiding door externen plaatsvindt, zodat zelfstandig wonen mogelijk wordt of blijft, met dien verstande dat de externen niet voortdurend of nagenoeg voortdurend aanwezig zijn en in de woning geen afzonderlijke ruimte voor de begeleiding aanwezig is.
8
Artikel 3
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
3.1
de dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.2
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.3
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.5
de breedte van een gebouw
Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.
3.6
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens
Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.
9
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
BESTEMMINGSREGELS
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e.
bedrijven; met het daarbij behorende erf en opslag- en werkterrein, met inbegrip van de tot deze bedrijven behorende kantoren (bedrijfsgebonden), met de daarbij behorende onsluitingswegen en -paden, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' tevens voor zelfstandige kantoren; (gebouwde) parkeervoorzieningen; dakterrassen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de voor 'Bedrijf bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde functies. 4.2.2 a.
b.
de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' dan wel de aanduiding 'maximum bouwhoogte onderliggende bebouwing (m)' is aangegeven; in afwijkinng van sub a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' tevens de bestaande overkragende bebouwing toegestaan.
4.2.3 a. b.
c.
Gebouwen
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend binnen het bestemmingsvlak toegestaan; voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van dakterrassen mag worden afgeweken van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
4.2.4
Bebouwingspercentage
Het maximum bebouwingspercentage voor gebouwen bedraagt 100oZo.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Toegestane bedrijven
Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 4.3.2
Biologisch laboratorium
Een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium is niet toegestaan.
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de Milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.
10
Artikel 5 5.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. kantoor; c. bedrijven; d. dienstverlening; e. horeca 1 en 2; f. cultuur en ontspanning; g. sportvoorzieningen; h. maatschappelijke voorzieningen; i. ondergeschikte detailhandel; j. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van deze bestemming; k. voorzieningen van openbaar nut, uitsluitend op de begane grond; l. bovengrondse gebouwde parkeervoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'garage'; m. ongebouwde parkeervoorzieningen en ondergrondse parkeervoorzieningen; n. (dak)terrassen en (dak)tuinen; o. straatmeubilair; p. speeltoestellen; q. kunstwerken; r. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals bergingen en stallingsruimte, trottoirs, groen, water(berging), tuinen en erven, verblijfsgebied, ontsluitingswegen en -paden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de voor 'Gemengd' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 5.1 genoemde functies. 5.2.2 a. b. c.
Gebouwen
de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; daar waar de maximale hoogte 73 meter bedraagt mag de hoogte van de bovenste verdiepingsvloer niet hoger zijn dan 70 meter; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' is tevens de bestaande overkragende bebouwing toegestaan.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.
d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend binnen het bestemmingsvlak toegestaan; uitstekende delen aan gebouwen, mogen niet meer dan 3 meter uit de gevel steken en zijn toegestaan vanaf een hoogte van 3 meter boven maaiveld; voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van dakterrassen en daktuinen mag worden afgeweken van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Woningen
Het aantal woningen als bedoeld in 5.1 sub a, bedraagt maximaal 1.100.
11
5.3.2
Aan huis gebonden beroep
Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. b. c. d. e.
de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 3007o mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.
5.3.3
Niet-woonfuncties
De functies als bedoeld in artikel 5.1 onder b tot en met i zijn uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
b.
c. d. e.
f.
g.
h.
bedrijven t/m categorie 2 zoals opgenomen in bijlage 1 behorend bij de planregels alsmede bedrijven die daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn, dienstverlening en kantoren, als bedoeld in artikel 5.1 onder b, c en d, zijn toegestaan met een maximaal oppervlakte van 10.300 m2 b.v.o. waarbij voor kantoren het volgende geldt: 1. in totaal is maximaal 7.000 m2 b.v.o. aan kantoren toegestaan (waarvan maximaal 1.000 m2 b.v.o. met een baliefunctie); 2. uitsluitend kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m2 per vestiging zijn toegestaan voor zover geen cluster van meer dan vijf kantoren ontstaat zijn toegestaan; 3. hetgeen opgenomen onder sub 2 geldt in het geheel niet voor de bestaande monumentale bebouwing Margarinefabriek 'Simon van den Bergh Limited' (conform het aanwijzingsbesluit met kenmerk BS21/01601 - 21bb014834); horeca, als bedoeld in artikel 5.1 onder e, is toegestaan met een maximaal oppervlakte van 1.400 m2 bvo in totaal binnen de bestemming 'Gemengd' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' waarvan maximaal 700 m2 b.v.o.
aan restaurants; cultuur en ontspanning, als bedoeld in artikel 5.1 onder fis toegestaan met een maximaal oppervlakte van 2.600 m2 b.v.o.; sportvoorzieningen, als bedoeld in artikel 5.1 onder g zijn toegestaan met een maximaal oppervlakte van 1.000 m2 b.v.o.; maatschappelijke voorzieningen, als bedoeld in artikel 5.1 onder h, zijn toegestaan met een maximale oppervlakte van 11.600 m2 b.v.o. in totaal waarvan maximaal 600 m2 b.v.o. aan kinderopvang, maximaal 4.000 m2 b.v.o.aan een gezondheidscentrum en maximaal 80 zorgwoningen); ondergeschikte detailhandel, als bedoeld in artikel 5.1 onder i, is enkel toegestaan in de vorm van: 1. detailhandel bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; 2. ondergeschikte detailhandel ten behoeve van ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 3. ondergeschikte detailhandel bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; de functies zoals genoemd in lid 5.1 onder sub b t/m i, mogen gezamenlijk ten hoogste 17.000 m2 b.v.o. bedragen.
hierbij blijven parkeervoorzieningen voor auto's en fietsen alsmede verkeersruimtes buiten beschouwing; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' zijn in de bebouwing uitsluitend zelfstandige kantoren conform artikel 4.1 sub c toegestaan.
12
5.3.4
Overkraging
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' is in de bestaande overkragende bebouwing uitsluitend functies behorend bij de bestemming 'Bedrijf toegestaan. 5.3.5
Biologisch laboratorium
Een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium is niet toegestaan. 5.3.6
Kinderdagverblijf
Een kinderdagverblijf is niet toegestaan binnen een afstand van 100 meter vanaf de rand van het plangebied welke grenst aan de Nieuwe Maas.
5.4
Voorwaardelijke verplichtingen
5.4.1
Horeca
Het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca en daarbij behorende terrassen is uitsluitend toegestaan wanneer: a.
b.
voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschriften; voor alle relevante horecaterrassen die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt.
13
Artikel 6 6.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen; voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen; groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; bouwwerken voor kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; geluidswerende voorzieningen; uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming en het gebruik daarvan; horeca 1 en 2; terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
j.
in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3- De bebouwing ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' en de 'specifieke bouwaanduiding - 2' is hiervan uitgezonderd'; uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in lid 6.1 onder f., niet dieper dan 3 meter uit de gevel en ten minste 3 meter boven maaiveld; de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' waarbij sprake is van een overkraging; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 2' is bebouwing toegestaan vanaf een hoogte van 13 meter tot maximaal 41 meter; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 3' is bebouwing toegestaan vanaf een hoogte van 22 meter tot maximaal 34 meter; de bestaande bebouwing ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1'; de bestaande bebouwing ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2'; in aanvulling op sub f geldt dat de bebouwing niet mag worden gebruikt voor horeca; bebouwing ten behoeve van horeca is toegestaan mits: 1. het oppervlakte maximaal 300 m2 bedraagt en verdeeld wordt over maximaal twee locaties; 2.
de maximale bouwhoogte maximaal 4,5 meter bedraagt; 3. de bebouwing buiten de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone' is gesitueerd; de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging'.
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Horeca
Horeca, als bedoeld in artikel 6.1 onder g, is toegestaan met een maximaal oppervlakte van 300 m2 waarbij geldt dat in totaal binnen de bestemming 'Gemengd' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' maximaal 1.400 m2 bvo is toegestaan waarvan maximaal 700 m2 b.v.o. aan restaurants. 6.3.2
Terrassen
Ongebouwde (gevel) terrassen aangrenzend aan horeca dienen aan de volgende eisen te voldoen: a. b.
op gronden grenzend aan de bestemming 'Gemengd ' dient minimaal een 1,80 meter brede obstakelvrije doorloopruimte te zijn gegarandeerd; een terras dat niet langs een rijweg is gesitueerd (bijvoorbeeld een plein) dient een vrije doorgang
14
van minimaal 4,50 meter breed te hebben. 6.3.3 a. b.
6.4
Overkragingen
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 1' zijn in de bebouwing uitsluitend zelfstandige kantoren conform artikel 4.1 sub c toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 2' en 'specifieke bouwaanduiding - overkraging 3' zijn in de bebouwing uitsluitend functies behorend bij de bestemming 'Gemengd' toegestaan.
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: а.
6.5
het bepaalde in artikel 6.2.1 voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen, tot een maximum hoogte van 1,50 meter. Bij de afweging betrekken burgemeester en wethouders de op dat moment van toepassing zijnde en door hen vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen.
Voorwaardelijke verplichtingen
б. 5.1 Horeca Het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca en daarbij behorende terrassen is uitsluitend toegestaan indien: a. voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschriften; b. voor alle relevante horecaterrassen die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt.
15
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Rapport archeologisch deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 7.3.1. 7.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 7.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 3,0 meter beneden NAP en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. 7.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 7.3.3
Uitgezonderde werkzaamheden
Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 7.3.4
Vergunning
Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
16
7.3.5
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden:
a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
17
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Rapport archeologisch deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 8.3.1. 8.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 8.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. 8.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 8.3.3
Uitgezonderde werkzaamheden
Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 8.3.4
Vergunning
Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
18
8.3.5
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden:
a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
19
Artikel 9 9.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aan het gebied aanwezig zijnde cultuurhistorische waarden.
9.2
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
9.2.1
Verbod
Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' bestemde gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 9.2.2
Uitzondering op verbod
In afwijking van het bepaalde in lid 9.2.1 is geen vergunning vereist ingeval van: a. een aanschrijving van burgemeester en wethouders op grond van de Woningwet (hoofdstuk III); b. bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; c. een vergunning voor het slopen van een bouwwerk vereist is ingevolge een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening en deze vergunning verleend is; d. sloopwerkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan; e. gebouwen die ten gevolge van een calamiteit verloren zijn gegaan. 9.2.3
Vergunning
Vergunning wordt verleend, indien: a. sprake is van zwaarwegende maatschappelijke, technische, dan wel economische overwegingen, en b. nieuwbouw mogelijk is en aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat op de plaats van het (gedeeltelijk) te slopen bouwwerk nieuwbouw zal plaatsvinden met inachtneming van de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden, die onder andere worden gevormd door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing. 9.2.4
Advies
Alvorens te beslissen op een aanvraag, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten.
20
Hoofdstuk 3 Artikel 10
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
21
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Afdekking van gebouwen
Ingeval noch de regels, noch de verbeelding duidelijkheid verschaffen over de wijze van afdekking van gebouwen, mogen gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt.
11.2
Bouwvlak
Indien voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen, komen uitsluitend de gronden binnen het bouwvlak voor bebouwing in aanmerking, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde, ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan.
11.3
Bebouwingspercentage
Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd.
22
Artikel 12 12.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen - afgezien van de omvang van de toegestane functies als bedoeld in artikel 5.3 en 6.3 - afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 100Zo van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.
12.2
Afwijking toegestane bouwhoogte techniek
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
23
Artikel 13 13.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting over parkeren
Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. Indien dit beleid wordt gewijzigd of herzien, wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning getoetst aan het op dat moment geldende beleid.
24
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
14.1.1 Aanwezige bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 14.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 0Zo. 14.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik
14.2.1 Bestaand gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.2.3
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.2.4 Uitzonderingen op het overgangsrecht gebruik Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
25
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Kaai Rotterdam.
26