[23bb008563] Beantwoording technische vragen PvdD over raadsvoorstel vaststelling MIRT-Project Stadsbrug, HOV en Station Stadionpark 2023 en MIRT-project Algeracorridor en langzaam verkeerverbinding 2023 BWB 141223
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen PvdD over raadsvoorstel vaststelling MIRT-Project Stadsbrug, HOV en Station Stadionpark 2023 en MIRT-project Algeracorridor en langzaam verkeerverbinding 2023
Vraag: Voor de nieuwe oeververbinding is €1,377 miljard nodig. Bruggen worden in vijftig jaar afgeschreven, conform Verordening Financiën Rotterdam 2021 (zie bijlage 1). Er wordt een dekkingsvoorstel gedaan van €498 voor de gemeentelijke bijdrage aan de stichtingskosten voor de nieuwe oeververbinding. Het is ons evenwel niet duidelijk wat de dekkingsbijdrage vanuit de gemeente gaat zijn voor vervanging, renovatie en restauratie van het nieuw te bouwen civiele kunstwerk na einde levensfase. Antwoord: De totale investeringssom van het MIRT-project is geschat op € 1,588 miljard (prijspeil einde werk, excl. BTW), waarvan € 1,378 miljard betrekking heeft op de aanleg van een HOV-verbinding tussen de metrostations Zuidplein en Kralingse Zoom, incl. stadsbrug. Het dekkingsvoorstel betreft de € 498 miljoen die de gemeente aan de totale investeringssom van € 1,588 miljard wil bijdragen. De gemeentelijke bijdrage aan de aanleg van de HOV-verbinding, incl. stadsbrug, bedraagt € 434 miloen. Vraag: Wat is de dekkingsbron van vervanging, renovatie of restauratie van de nieuwe oeververbinding na de afschrijvingstermijn? Dit is feitelijk dekking van de kapitaalslasten. Antwoord: De beoogde HOV-verbinding bestaat uit de aanleg van een HOV-tracé (inclusief haltes/perrons), de aanpassing van de omliggende buitenruimte en de aanleg van een brug. Het HOV-tracé wordt in beheer gegeven aan de RET.
Onderhoud, renovatie en vervanging van het HOV-tracé zal voor rekening van de RET komen. De RET ontvangt hiertoe middelen van de MRDH. Onderhoud en vervanging, renovatie of restauratie van de omliggende buitenruimte en de brug zal voor rekening van de gemeente komen. Met het oog hierop wordt voorgesteld om een fors deel van de gemeentelijke bijdrage (311 miljoen ofwel 72% van 434 miljoen) uit structurele budgetten te dekken. Deze zullen na afloop van de afschrijvingstermijn beschikbaar zijn om de kapitaallasten van vervanging, renovatie of restauratie te dekken. Omdat de bestedingskracht van deze budgetten door inflatie geleidelijk afneemt, zal gedurende de afschrijvingsperiode vanuit de algemene middelen, op basis van de index voor bruto overheidsinvesteringen (iboi), aanvullend budget worden gereserveerd in de RIM. Zo houdt de gemeente zijn structurele budgetten voor kapitaallasten op peil, waardoor de gemeente t.z.t. over dekkingsmiddelen beschikt om de buitenruimte en de brug te vervangen, renoveren of restaureren. Of dit volstaat, hangt mede af van de mate waarin de andere partijen t.z.t. aan de vervanging, renovatie of restauratie willen bijdragen. Vraag:
Hoe verhoudt het borgen van dekking van vervanging, renovatie en restauratie voor de nieuwe oeververbinding zich tot het besluit over ‘Borging investeringsruimte voor vervangingsinvesteringen, renovaties en restauraties’ dat op 8 juli 2021 is genomen door de gemeenteraad? Hierin staat als besluitpunt: “Het aanvullende budget voor kapitaallasten van vervangingsinvesteringen, renovaties en restauraties wordt gestort in de Rotterdamse Investeringsmotor en aan een budgethouder beschikbaar gesteld zodra zijn of haar budget voor kapitaallasten tekortschiet.”
Antwoord: Het op 8 juli 2021 genomen besluit is verankerd in het investeringsbeleid en is ook van toepassing op deze investering. Het investeringsbeleid is gestoeld op het uitgangspunt dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Indien niet meer dan 72% van de totale gemeentelijke bijdrage van 434 miljoen tot structurele lasten leidt, wordt aan dit uitgangspunt wordt voldaan. Na het opstellen van een definitief ontwerp kan worden vastgesteld of aan dit uitgangspunt wordt voldaan. Zie ook het antwoord op de vorige vraag. Vraag:
Kan er een overzicht komen waar de kapitaallasten (rentebetalingen en toekomstig onderhoud) landen in boeken en waaruit deze gefinancierd worden. Graag een staatje conform 23bb007294. Antwoord: Zoals hierboven vermeld, zullen de kosten van onderhoud, renovatie en vervanging van het HOVtracé voor rekening van de RET komen. Onderhoud en vervanging, renovatie of restauratie van de omliggende buitenruimte en de brug zal voor rekening van de gemeente komen. Pas aan het eind van de plan- en studiefase kan een eerste beeld worden gegeven van de lasten die hiermee zijn gemoeid. Het gevraagde overzicht kan nu nog niet worden gemaakt. Vragen over groot onderhoud: 1. Heeft u ook dekking voor tussentijds grootschalig onderhoud, mocht blijken dat de oeververbinding kampt met gebreken die verder gaan dan regulier onderhoud? Bijvoorbeeld metaalmoeheid, slijtage, afbladderende verf, botsing van een schip tegen de pijler, etc. Antwoord: Aan het eind van de plan- en studiefase kan pas een betrouwbaar beeld worden gegeven van de lasten die zijn gemoeid met het beheer en onderhoud. Dan pas kan hiervoor dekking worden geregeld. Het onderhoud omvat zowel storingsonderhoud (bijv. wegdekreparatie), regulier onderhoud (bijv. verven) als groot onderhoud (bijv. het vervangen van bewegende onderdelen).
De reparatiekosten wegens een botsing worden niet tot de onderhoudskosten gerekend en kunnen mogelijk worden verhaald op de veroorzaker of diens verzekeraar. Houdt u hiervoor een risicoreserve aan, bijvoorbeeld de eerste vijf jaar in de exploitatiefase als eventuele kinderziektes zich zouden kunnen aandienen? Antwoord: Nee, dat zal niet nodig zijn. De onderhoudskosten van de nieuw te verwerven kapitaalgoederen zullen na afloop van de plan- en studiefase worden geraamd en vervolgens worden verwerkt in de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen.
Waar landt het reguliere onderhoud in de gemeentelijke begroting? Programma ‘Beheer van de stad’? Antwoord: Ja.
Nog een algemene vraag over dekking: We weten dat 2/3 OZB voor aflossing is. Wat gebeurt er met resterende 1/3? Antwoord: De resterende 1/3 OZB wordt conform het investeringsbeleid gebruikt ter dekking van de reguliere investeringsruimte voor de groei van de stad. Jaarlijks ontvangt de raad een investeringsvoorstel tot aanwending van deze investeringsruimte.