[23bb008540] Beantwoording aanvullende vragen Vlieger over Onrechtmatige terugvorderingen in de bijstand
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel MSc Van: D. Meijer Telefoon: 14-010 Uw kenmerk: 23bb007744 Ons kenmerk: M2311-4424- 23b0009379
Aan de gemeenteraad
Onderwerp: Onrechtmatige terugvorderingen in de bijstand Datum: B&W 12 december 2023
Op 16 november 2023 stelde L.S. Vlieger (GroenLinks) ons schriftelijke vragen over Onrechtmatige terugvorderingen in de bijstand. Inleidend wordt gesteld: "Naar aanleiding van een uitspraak van de rechter inzake het onrechtmatig intrekken en terugvorderen van drie jaar bijstand' en in aanvulling op de eerder gestelde vragen van de fractie van D66 [23bb007585]hebben wij een aantal vragen aan de wethouder:" Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording: Vraag 1: Hoe reflecteert de wethouder op de persoonlijke gevolgen voor het slachtoffer van dit onrecht? Antwoord: Wij hebben met mevrouw en haar gemachtigde gesproken. In dit gesprek is uitgebreid stilgestaan bij wat er is gebeurd in het verleden, wat de uitspaak van de rechter inhoudt en hoe we zorgen dat de uitkering in de toekomst rechtmatig blijft. De procedure heeft veel met mevrouw gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente de bijstandsuitkering van mevrouw niet mocht intrekken op grond van schending inlichtingenplicht voor het niet doorgeven van 'op geld waardeerbare arbeid'. Mevrouw heeft de gemeente in een eerder stadium geinformeerd dat zij via haar eigen stichting sociaal maatschappelijke activiteiten organiseert, dit naast haar werkzaamheden voor haar voedselbank en kringloop/kleding winkel.
De gemeente heeft haar er niet op gewezen dat het verrichten van dergelijke activiteiten gevolgen kan hebben voor haar bijstandsuitkering en de gemeente heeft niet doorgevraagd op de sociaal maatschappelijke activiteiten.
1
ECLI:NL:RBROT:2023:10446
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/6 12december 2023 M2311-4424
Het intrekken van de bijstandsuitkering op grond van het schenden van de inlichtingenplicht vanwege het niet doorgeven van 'op geld waardeerbare activiteiten' is volgens de rechtbank, gelet op de hiervoor genoemde redenen, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. In de uitspraak van de rechter staat ook dat niet uitgesloten kan worden dat het "...college, mede gelet op de op de bankrekening van mevrouw bijgeschreven geldbedragen, op een andere grondslag (gedeeltelijk) de intrekking van de bijstandsuitkering wil handhaven dan wel de bijstandsuitkering wil herzien". Dit is een belangrijke nuance in deze zaak. De rechter geeft de gemeente hiermee de mogelijkheid om het bezwaar op andere gronden te kunnen voeren. Wij trekken het ons aan dat de rechter heeft uitgesproken dat de gemeente in deze zaak in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel heeft gehandeld. In het gesprek met mevrouw zijn wij gekomen tot een mondelinge schikking waar beide partijen tevreden mee zijn. Deze schikking zal op korte termijn schriftelijk bekrachtigd worden. Hiermee zal het bezwaar waar de rechter op doelde worden afgedaan. Vraag2: Hoe reflecteert de wethouder op het feit dat het slachtoffer door de gemeente, onterecht, in de schulden is geraakt? En hoe gaat de wethouder dit in de toekomst voorkomen? Antwoord: De situatie waarin mevrouw is aanbeland is onwenselijk.
Zoals gezegd had de uitkering niet ingetrokken mogen worden wegens schending inlichtingenplicht omdat de op geld waardeerbare arbeid niet was doorgegeven. De rechter zegt wel dat hij niét kan uitsluiten dat het college op andere gronden de intrekking wil handhaven dan wel de bijstandsuitkering wil herzien. De gemeente gaat niet in hoger beroep omdat wij de uitspraak begrijpen en erkennen dat er in deze specifieke zaak aspecten niet goed zijn gegaan. Hiermee is dus in eerste instantie het besluit tot opschorting van de uitkering en het terugvorderingsbesluit vernietigd. Dit betekent overigens niet in dat er geen onderzoek gedaan had moeten worden naar de financiën van mevrouw. Het betreft namelijk een zaak met uitzonderlijke elementen, waarin mevrouw als tegenprestatie bij Prestatie010 gemiddeld 30 uur per week aan vrijwilligerswerk deed. Mevrouw runde een stichting met fondsenwerving, een kleding bank waaruit inkomsten kwamen en een voedselbank. Wij zijn ons terdege bewust van de impact van deze procedure op mevrouw en haar omgeving. Wij beseffen ook dat door onzorgvuldig handelen van de gemeente wij de omvang van het probleem niet op tijd gesignaleerd hebben.
In de uitzonderlijkheid van de zaak hebben zich een aantal aspecten voorgedaan in de werkwijze die aanleiding geven om scherpte aan te brengen om te voorkomen dat dergelijke zaken zich in de toekomst weer voor kunnen doen. U bent in de raadsinformatiebrief geïnformeerd over deze getrokken lessen Vraag 3: Hoe reflecteert de wethouder op het feit dat een slachtoffer naar aanleiding van de situatie geen maatschappelijk waardevolle initiatieven meer durft te ondernemen uit angst voor de gemeente? Antwoord: De initiatieven van mevrouw zijn nobel en zij vervult daarmee een belangrijke rol in de wijk. Hier is niets anders dan waardering voor. Wij snappen dat mevrouw een angst voelt om haar maatschappelijke activiteiten door te blijven zetten.
Blad: Datum:
Ons kenmerk:
3/6 12 december 2023 M2311-4424
Dit is vervelend en wij willen niemand ontmoedigen om zich maatschappelijk in te zetten. De maatschappelijke activiteiten moeten haalbaar zijn voor de persoon in kwestie en passend bij de situatie van een bijstandsuitkering en de afspraken rondom het doen van (vrijwilligers)werk. Mevrouw blijft haar belangrijke werk voor haar stichting (voedselbank en kringloop/kledingwinkel) uitvoeren. Vraag 4: Hoeveel klachten zijn er naar aanleiding van een maatregel, zijnde het intrekken van bijstand en/of terugvorderen hiervan, binnengekomen? Vraag +a: Hoe zijn deze klachten beoordeeld door de gemeente, en hoe vaak hebben ze geleid tot de stap naar de rechter en welke uitspraken zijn er gedaan? Antwoord: Vraag 4 en vraag 4a worden gecombineerd beantwoord. Klachten worden geregistreerd op tijdigheid, bejegening en kwaliteit. Een klacht leidt ook niet tot een stap naar de rechter, bezwaar wel. Uw vraag lijkt te duiden op bezwaren. Elk jaar wordt een jaarverslag opgesteld (Jaarverslag ABC) met informatie over bezwaren. Op pagina 33 zijn de aantallen bezwaren tegen besluiten op grond van de Participatiewet opgenomen. In totaal heeft W&I in 2022 2.133 onrechtmatigheden geconstateerd dat heeft geleid tot 1.157 terugvorderingen en 704 beëindigingen. In het jaarverslag is te zien dat in 2022 460 bezwaren zijn ingediend tegen een terugvordering.
Hiervan is 47% van de bezwaren gegrond verklaard of in tegemoetgekomen. Er zijn 98 bezwaren ingediend tegen een boete, hiervan is 50% gegrond verklaard of in tegemoetgekomen. Tegen een besluit op intrekking van de uitkering is 84 keer een bezwaar ingediend, waarvan 50% gegrond is verklaard of in tegemoetgekomen. In dit jaarverslag is op pagina 39 te zien dat in 2022 82% van alle beslissingen op bezwaar ook bij de rechter standhoudt. Verder wordt gesteld: "Ook in deze uitspraak is artikel 17 van de Participatiewet een factor van belang. De zogeheten 'inlichtingenplicht' zorgt voor veel onduidelijkheid in het uitvoeren van de Wet, en dus ook tot onrechtmatige sanctionering. De Wet schrijft voor dat bijstandsgerechtigden 'redelijkerwijs' alle informatie die van invloed is op hun arbeidsinschakeling en recht op bijstand door moet geven aan de gemeente. Dit onduidelijke voorschrift laat veel ruimte voor interpretatie open voor zowel de bijstandsgerechtigde· als de ambtenaar in de uitvoering.
Deze onduidelijkheid resulteert in deze casus tot de vrij rampzalige situatie waarin een bijstandsgerechtigde wordt beschuldigd van het schenden van de inlichtingenplicht terwijl de rechter oordeelt dat dit niet het geval is." Vraag 5: Welke richtlijnen worden gehanteerd in de invulling van 'redelijkerwijs'? Welke wijzigingen bestempelt de gemeente als zijnde redelijkerwijs relevant voor de arbeidsinschakeling en recht op bijstand? Antwoord: Alle zaken die relevant zijn voor het recht op bijstand en arbeidsinschakeling moeten worden gemeld.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/6 12 december 2023 M2311-4424
Het woord 'redelijkerwijs' in de wettekst geeft aan dat het voor de bijstandsgerechtigde redelijkerwijs duidelijk moet zijn wat hij moet melden. Dit betekent dat duidelijke en tijdige voorlichting door de gemeente aan de uitkeringsgerechtigde belangrijk is. Wat voor zaken moeten worden gemeld (inclusief voorbeelden), hoe moet dat en wanneer dan? De gemeente informeert daarom bijstandsgerechtigden vanaf de aanvraag tot en met het moment dat een uitkering weer wordt beëindigd over het bestaan van de inlichtingenplicht en wat deze inhoudt. Bijvoorbeeld door vier keer per jaar sms'jes te versturen, twee keer per jaar een flyer mee te sturen met de uitkeringsspecificatie, informatie op de website te verschaffen, in de 010-Werkt nieuwsbrief te berichten over de inlichtingenplicht en tijdens gesprekken met bijstandsgerechtigden hen te wijzen op de inlichtingenplicht en deze uit te leggen. Ook tijdens het digitale aanvraagproces van een bijstandsuitkering krijgen aanvragers informatie over de inlichtingenplicht aangereikt. a
Dan nog kan het inderdaad moeilijk zijn om vooraf en voor alle mogelijke gevallen absolute zekerheid te geven over wat precies de gevolgen van feiten en omstandigheden zijn voor het recht op en de juiste hoogte van de uitkering. Juist daarom schrijft de wet voor dat alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn en voor zover dit voor de uitkeringsgerechtigde redelijkerwijs duidelijk kan zijn, uit eigener beweging en direct bij de gemeente moeten worden gemeld. Alleen dan kan de gemeente eventuele gevolgen voor de uitkering direct beoordelen en, indien nodig, tijdig bijstellingen doorvoeren. Zo ontstaan er geen grote terugvorderingen en hoeft ook geen boete te worden opgelegd. Een heronderzoek is ook een middel om op ons initiatief een checkgesprek te voeren om zo te beoordelen of de uitkeringssituatie nog rechtmatig is. Vraag 6: Wat is de werkwijze wanneer er een schending van de inlichtingenplicht wordt 'vastgesteld'? Vindt er altijd een gesprek plaats met de bijstandsgerechtigde voordat er overgegaan wordt tot sancties? Welke partijen zijn hierbij betrokken? Wordt de bijstandsgerechtigde gewezen op de mogelijkheid tot bezwaar en beroep? Antwoord: Wanneer een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht hersteld wordt (een terugvordering), ontvangt de bijstandsgerechtigde hiervan een besluit. In dit besluit wordt gewezen op de mogelijkheden van bezwaar.
Bij een besluit op bezwaar wordt iemand vervolgens gewezen op de mogelijkheden van beroep. In geval van een heronderzoek of fraudeonderzoek wordt men uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Wanneer de gemeente een signaal via het Inlichtingenbureau ontvangt is er sprake van telefonische en schriftelijke communicatie. Ten aanzien van dit proces trekken we lering zoals u in de raadsbrief kunt lezen. Verder wordt gesteld: "GroenLinks is, in tegenstelling tot de fractie van D66, van mening dat 'maatwerk bieden' niet de oplossing was geweest voor de situatie die zich hier heeft voorgedaan. Maatwerk is namelijk de oplossing wanneer contextuele factoren ervoor zorgen dat de geldende regels geen recht doen aan de situatie van de bijstandsgerechtigde. In deze casus was dit niet het geval, de bijstandsgerechtigde in kwestie heeft volgens de rechter geen enkele fout gemaakt en voldoet dus volledig aan de eisen die gesteld worden in de Participatiewet.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/6 12 december 2023 M2311-4424
Er is een verschil tussen de vraag of de gemeente doelmatig handelt, waar maatwerk het antwoord op is, of onrechtmatig handelt. Hier is sprake van onrechtmatig handelen door de gemeente, deze vraag is fundamenteler en vraagt een andere oplossing." Vraag7: Deelt het college de mening van GroenLinks dat de vraag of hier maatwerk is toegepast niet direct relevant is en dat het probleem in werkelijkheid veel fundamenteler is? Welke stappen bent u voornemens te zetten om rechtmatig handelen door de gemeente te waarborgen? Antwoord: Nee, wij delen deze mening niet. De gemeente had de problemen eerder moeten signaleren, mevrouw moeten informeren over de mogelijke consequenties en met mevrouw in gesprek moeten gaan over hoe wij als gemeente haar konden helpen. Door de samenloop van verschillende omstandigheden zoals de omvang van de geldstromen, de omvang van haar vrijwilligerswerk en het niet beschikken over voldoende informatie om het recht op bijstand te kunnen vaststellen maken dat deze situatie gekenmerkt wordt door verscheidene uitzonderlijkheden. De situatie had ook als zodanig opgemerkt en opgepakt moeten worden, dus met maatwerk. Uit deze casus kunnen wij wel lessen trekken. In de raadsbrief bent u gei'nformeerd over deze lessen. Verder wordt gesteld: "Zoals benoemd constateren we dat de gemeente heeft gefaald.
De inlichtingenplicht is niet geschonden maar de interne communicatie bij de gemeente was niet op orde en de gewenste informatie heeft dus niet de juiste plek bereikt. Het niet communiceren tussen verschillende afdelingen kan grote gevolgen hebben voor de bijstandsgerechtigde en die mag daar niet de dupe van zijn." Vraag 8: Heeft de wethouder inzichtelijk waarom deze communicatie zo lastig verloopt? Welke stappen gaat u ondernemen om deze kink in de kabel op te lossen en te voorkomen dat er in het vervolg onterecht beschuldigingen van het schenden van de inlichtingenplicht zullen plaatsvinden? Antwoord: De informatie-uitwisseling tussen de afdelingen is open en verloopt in zijn algemeenheid niet lastig. Wat wij leren van deze casus is dat het nog niet altijd vanzelfsprekend is om contact te zoeken met een andere afdeling wanneer dat nodig is. Wij zijn uiteindelijk één gemeente en opereren als zodanig richting Rotterdammers. Rotterdammers mogen dat ook van de gemeente verwachten. In de raadsbrief bent u geinformeerd over de lessen die wij hieruit trekken.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/6 12december 2023 M2311-4424
Een onderdeel daarvan is de optimalisering van de onderlinge samenwerking. Wij voelen de verantwoordelijkheid om dit te verbeteren.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De burgemeester,