CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb008531] Bijlage behorende bij 23bb008529 over Actieplan woonoverlast: voorkomen, melden en aanpakken

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 8 februari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid4.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieplan woonoverlast: voorkomen, melden en aanpakken. -ïf ,?Ą-

s*

J

-

,'ş»;

,ļļiľ ÜT

1 KI »

»

a’īiL

«ai Wil

İMSËf:

KW

2024-2028 Gemeente Rotterdam

Iedere Rotterdammer heeft recht op een fijne plek om te wonen. Rotterdam is een bruisende en populaire stad om te wonen. Of je nu in het Centrum, IJsselmonde of Blijdorp woont: we willen allemaal een fijne en veilige plek waar we ons thuis kunnen voelen. Woonoverlast past niet in dit plaatje en kan het gevoel van veiligheid van Rotterdammers ernstig bedreigen. Er zijn nog steeds situaties waarbij bewoners jarenlang met geluidsoverlast of intimidatie te maken krijgen. Waardoor hun nachtrust, woon- en leefgeluk zwaar onder druk staat. Dit is vanzelfsprekend onacceptabel. Iedere Rotterdammer die met woonoverlast te maken heeft, is er één te veel. De komende vier jaar ga ik samen met de woning­ corporaties, de politie en particuliere verhuurders aan de slag om woonoverlast in Rotterdam nog verder terug te dringen. We gaan ons focussen op het voorkomen van woonoverlast, het melden van woonoverlast en het aanpakken van woonoverlast.

Zo gaan we laagdrempelige initiatieven zoals de Regelrechter nog meer onder de aandacht brengen, waarbij de gemeente samen met de woningcorporatie de griffiekosten gaat vergoeden. Maar we willen ook de zorgpartijen uitnodigen bij de casusoverleggen, zodat zij ons kunnen adviseren over de in te zetten instrumenten als er sprake is van psychische problematiek bij de overlastgever. Dit is ook in het belang van de overlastgever die hierdoor mogelijk de inzet van zwaardere instrumenten, zoals een tijdelijke uithuisplaatsing, kan vermijden. We streven ernaar dat in 2024 in ieder geval de grootste vier zorgaanbieders binnen Rotterdam toetreden tot het casusoverleg. Ik ben ervan overtuigd dat door deze samenwerking woonoverlast nog effectiever kan worden aangepakt.

2

De komende vier jaar gaan we dus hard aan de slag! En werken we aan de volgende concrete doelen: het succes van de aanpak woonoverlast kunnen we onder andere meten aan de hand van het vertrouwen van de melders in onze aanpak. Het percentage melders dat vertrouwen heeft in onze aanpak willen we daarom met ten minste 15 procentpunt verhogen. Heldere en consistente communicatie met de melders is hierin essentieel. Binnen twee weken wordt er door de behandelaar van de melding - bij voorkeur telefonisch contact opgenomen met de melder. Dit zal worden vastgelegd in een nieuw zaaksysteem dat in de eerste helft van 2024 wordt opgeleverd. In hetzelfde zaaksysteem gaan we de doorlooptijd van complexe woonoverlast bijhouden en ons ervoor inzetten dat in ieder geval 35^. van de complexe zaken binnen zes maanden zal worden afgerond.

Om deze aanpak tot een succes te maken, heb ik ook u nodig: het aanpakken van woonoverlast valt of staat bij het melden van woonoverlast. Bij dezen doe ik dan ook aan u de oproep om wanneer het niet lukt om woonoverlast zelf of samen met de Advieslijn Woonoverlast Rotterdam op te lossen, de woonoverlast te melden bij de verhuurder, de gemeente en/of de politie. Dan zorgen we er samen voor dat Rotterdam nog een stukje mooier wordt. Vincent Karremans Wethouder Handhaving, Buitenruimte en Mobiliteit

Melden woonoverlast Advieslijn Woonoverlast 088 - 3777 666, iedere werkdag tussen 13.00 en 17.00. Contactgegevens verhuurders Een overzicht van de contactgegevens van de verhuurders vindt u op: https://www.rotterdam.nl/woonoverlast

Contactgegevens gemeente Online formulier op: https://www.rotterdam.nl/overlast-doorqeven, telefonisch via 14 010 of via de VeiligR-app. Contactgegevens politie Bel 0900 88 44. Bij spoed belt u 112.

3

1. Inleiding Rotterdammers moeten prettig en veilig kunnen wonen. Woonoverlast is in Rotterdam een veelvoorkomend probleem dat de levenskwaliteit van bewoners drastisch kan aantasten.

Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom een woning wordt veroorzaakt. De overlastgever en/of degenen voor wie hij verantwoordelijk is, vertoont overlastgevend gedrag of laat juist na bepaald gedrag te vertonen, waardoor een onplezierige ervaring bij omwonende(n) wordt veroorzaakt. Bron: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

De afgelopen vier jaar hebben de woningcorporaties, de politie en de gemeente hard met elkaar gewerkt om woonoverlast aan te pakken. Complexe zaken die niet door één partij kunnen worden opgelost, worden besproken in het casusoverleg en daarin wordt gezamenlijk een plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd. Deze werkwijze staat en werkt goed. Maar dit betekent niet dat we er al zijn. Uit de veiligheidsmonitor van het CBS blijkt dat in Rotterdam nog steeds meer dan gemiddeld buurtoverlast1 wordt ervaren. De komende vier jaar gaan we daarom aan de slag om woonoverlast in Rotterdam nog verder terug te dringen. Dit gaan we doen door in te zetten op het voorkomen, melden en aanpakken van woonoverlast.

1 Buurtoverlast is overlast door buurtbewoners: een ruimer begrip dan woonoverlast.

’

"--•J

ŬlijįğģÚ

rĮŢpnata

2. Voorkomen 2.1 Voorkomen en de-escaleren van woonoverlast Vanuit de aanpak van woonoverlast zien we dat mensen steeds minder van elkaar kunnen hebben. Kleine irritaties die niet worden uitgesproken kunnen dan leiden tot grote burenruzies. Dit is ook te zien aan de toename van het aandeel complexe woonoverlast op het totaal aantal casussen. Het aandeel complexe woonoverlast is gegroeid met 16%. Het is daarom belangrijk dat woonoverlast vroegtijdig wordt aangepakt om te voorkomen dat woonoverlast escaleert en complex wordt. Het bellen van de Advieslijn Woonoverlast (AWR) is één van de eerste stappen in de aanpak van woonoverlast die bewoners kunnen nemen. De AWR biedt een luisterend oor en geeft advies aan mensen over hoe zij de woonoverlastsituatie kunnen verbeteren. Als dit niet voldoende is, kan buurtbemiddeling worden ingezet.

Praktijksituatie

Kees belde naar de Advieslijn Woonoverlast Rotterdam. Een paar dagen eerder had hij één van de medewerkers gesproken over de geluidsoverlast die hij al een tijd lang ervaart van een buur. Hij gaf aan dat de situatie inmiddels zo op zijn zenuwen was gaan werken dat hij er niet meer tegen kon. Kees had de buur in het verleden wel eens aangesproken, maar die was toen niet zo aardig geweest. Een briefje in de bus had ook niet geholpen. Hij was de moed verloren en wist gewoon niet meer wat te doen. Een van de functies van de AWR is een luisterend oor bieden en samen met de melder te zoeken naar mogelijkheden om zelf iets aan de situatie te doen. De medewerker en Kees hebben een lang en emotioneel gesprek gevoerd. Het ventileren en gehoord worden, gaven hem voldoende rust om met de medewerker zijn opties eens rustig door te nemen.

Eén van die opties was om toch nog eens een gesprek met de buur proberen aan te gaan. Misschien had hij de buur de vorige keer net op een slecht moment getroffen? Samen hebben ze besproken hoe hij dat het beste kon doen en geoefend wat hij zou zeggen. Aan het eind van het gesprek zei Kees zich een stuk rustiger te voelen en was hij zeker van plan om met de tips op zak naar de buur te gaan. Later belde hij om te vertellen dat hij inderdaad met de buur gesproken heeft. Het was enorm meegevallen en zij hebben goede afspraken kunnen maken. Hij was enorm opgelucht, de buur bleek ook een stuk aardiger dan hij dacht en bood zelfs aan om hem met hand en spandiensten te willen helpen. Deze uitkomst wilde hij graag aan de AWR doorgeven.

Korte termijn (binnen één jaar) a

Om vroegtijdig enkelvoudige woonoverlast te signaleren en aan te kunnen pakken, start de Advieslijn Woonoverlast in enkele wijken een pilot om tijdens bewonersbijeenkomsten bewoners voor te lichten hoe je prettig kunt samenleven en welke laagdrempelige mogelijk­ heden er zijn als woonoverlast wordt ervaren. Als dit tot succes leidt, kan deze aanpak ook in andere wijken worden ingezet.

"

Verder gaan we de Advieslijn Woonoverlast en de mogelijkheid tot buurtbemiddeling als onderdeel van een breed communicatieplan nog meer onder de aandacht brengen en dichterbij de bewoners brengen. Bijvoorbeeld door de AWR en buurtbemiddeling ook op locatie, zoals de Huizen van de Wijk, aan te bieden. Daarmee krijgen bewoners de gelegenheid om op gezette tijden dichtbij huis advies in te winnen over de aanpak van woonoverlast en kunnen zij hier ook terecht voor hun buurtbemiddelingstraject.

5

Als buurtbemiddeling niet werkt voor de betrokkenen, kan vrijwillig gebruik worden gemaakt van mediation. Ook kan de Regelrechter worden ingeschakeld tegen een kleine vergoeding van 43 euro per persoon. Zowel de melder als de overlastgever moeten hiermee akkoord gaan. Dit is echter niet vrijblijvend: beide partijen moeten zich houden aan de vaststellings­ overeenkomst van het mediationtraject of de uitspraak van de rechter. Deze twee instrumenten dragen bij aan het de-escaleren van de woonoverlast. Met behulp van het eerdergenoemde communicatieplan worden deze trajecten nog meer onder de aandacht gebracht van de bewoners en verhuurders zodat er meer gebruik van wordt gemaakt. Om de drempel voor de Regelrechter nog meer te verlagen neemt de gemeente samen met de betrokken woningcorporatie de kosten (86 euro totaal) voor zijn rekening. Als aandachtspunt voor de procedure bij de Regelrechter geldt wel dat een concrete vordering door de partijen geformuleerd moet worden. Zodat als partijen het ook bij de Regelrechter niet eens worden, de rechter een vonnis kan uitspreken.

2.2 Kralingen Kralingen is een populaire wijk om te wonen voor studenten. Door een toename van het aantal (internationale) studenten wordt er door de jaren heen steeds meer overlast ervaren. Om deze reden zijn we begin 2022 begonnen met de aanpak "Samen leven in Kralingen" en is het - verderop in het actieplan toegelichte - stoplichtmodel ingevoerd. Deze aanpak lijkt te werken. Uit de woonoverlastcijfers blijkt dat er sinds 2022 een dalende trend van 25^. is in het aantal casussen in de wijk Kralingen. Korte termijn «

Om deze dalende trend vast te houden gaat de wethouder Handhaving, Buitenruimte en Mobiliteit samen met de burgemeester sinds 2022 aan het begin van ieder studiejaar in gesprek met de studentenverenigingen om het voorkomen van woonoverlast en overlast in de buitenruimte in Kralingen te bespreken. In deze gesprekken stimuleren we ook dat de verenigingen de banden met de overige bewoners van de wijk Kralingen versterken. Aan het bestuur van de studentenverenigingen wordt ook gevraagd om ieder jaar een plan van aanpak aan te leveren met daarin uiteengezet wat voor acties zij ondernemen om woonoverlast en overlast in de buitenruimte te beperken.

"

Er wordt samen met de studentenverenigingen onderzocht hoe de adressen van aan studentenverenigingen gelieerde panden waar structureel overlast plaatsvindt kunnen worden gedeeld met het bestuur van de desbetreffende studentenvereniging met in achtneming van de privacyregelgeving. Het bestuur van de studentenvereniging kan de studenten die woonachtig zijn in deze panden aanspreken op hun gedrag en eventueel zelf maatregelen nemen.

"

Het aantal internationale studenten in Rotterdam is de afgelopen jaren enorm toegenomen. De informatie over het melden van woonoverlast en het stoplichtmodel is daarom vertaald in het Engels om de internationale studenten beter te kunnen informeren over hoe wij in Rotterdam met elkaar samenleven.

6

2.3 Isolatie Een deel van de woonoverlast ontstaat door slecht geïsoleerde huizen, waardoor normale leefgeluiden (muziek, spelende kinderen, etc) kunnen leiden tot woonoverlast. Daarbij is het ook belangrijk dat nieuwe huurders worden gewezen op de huisregels en dat deze zoveel mogelijk in het huurcontract worden vastgelegd. Lange termijn (binnen vier jaar) «

De huurder heeft een verantwoordelijkheid om een geluidsdempende ondervloer aan te brengen in de woning. Verhuurders kunnen de nieuwe huurders op hun verantwoordelijkheid wijzen door bijvoorbeeld een sticker op de vloer te plaatsen waarop de vereisten aan de ondervloer worden uitgelegd. Het kopen van een ondervloer is niet voor iedereen financieel haalbaar. We gaan samen met de woningcorporaties en de particuliere verhuurders onderzoeken of, en hoe wij de minder draagkrachtige huurder hierin tegemoet kunnen komen. De verwachting is dat we in de tweede helft van 2024 een voorstel gereed hebben.

2.4 Informatiegestuurd werken Er wordt op dit moment door de gemeente bijgehouden hoeveel woonoverlastcasussen er bij de gemeente in behandeling zijn, wanneer deze zijn gemeld, wie binnen de gemeente de behandelaar is van de casus, in welke straat de woonoverlast plaatsvindt en het soort woonoverlast dat is gemeld. Deze informatie kunnen we nog effectiever inzetten bij de aanpak van woonoverlast. Middellange termijn (binnen twee jaar) "

De komende jaren gaan we meer informatiegestuurd werken, zodat er kan worden ingespeeld op trends in woonoverlast. Zo kan er bijvoorbeeld in een bepaalde straat of wooncomplex een toename van een bepaald soort woonoverlast worden gesignaleerd, waardoor hier specifiek op kan worden ingezet. Of er kan worden opgemerkt dat in een bepaald type woningen (bijvoorbeeld open portieken) meer overlast voorkomt, zodat hier preventieve maatregelen kunnen worden genomen. Een vernieuwd zaaksysteem voor de registratie en aanpak van woonoverlast dat in 2024 binnen de gemeente wordt opgeleverd, zal hieraan bijdragen.

- 1.1; iai 'a*

"

t.

3. Melden Als er sprake is van woonoverlast die niet zelf of met de hulp van bemiddeling kan worden opgelost, is het belangrijk dat er door de bewoners wordt gemeld bij de gemeente, de verhuurder en bij de politie. Hoe eerder er wordt gemeld, des te effectiever woonoverlast kan worden aangepakt. Bewoners zullen eerder geneigd zijn om te melden als zij er vertrouwen in hebben dat de gemeente hun melding daadkrachtig oppakt. Na een melding wordt door de gemeente een enquête afgenomen. In 2023 heeft 42% van de respondenten aangegeven vertrouwen te hebben in de aanpak van woon­ overlast door de gemeente en is er een lichte groei in het vertrouwen ten opzichte van eerdere jaren te zien. De komende vier jaar gaan we ons inzetten om het percentage melders dat vertrouwen heeft in de aanpak van woonoverlast met ten minste 15 procentpunt te verhogen. Korte termijn a

De woonoverlastmelding wordt door de behandelaar van de melding (gemeente, woningcorporatie of politie) zo spoedig mogelijk, idealiter binnen twee werkdagen, bevestigd aan de melder. Verder wordt binnen twee weken, bij voorkeur telefonisch, met de melder contact opgenomen. Wanneer sprake is van langdurige woonoverlast volgen er updates wanneer dit nodig is, waarbij er in ieder geval één keer in de twee weken wordt gecommuniceerd met de melder of er wordt op verzoek van de melder een andere frequentie afgesproken. Dit vergroot het vertrouwen van de melders in de aanpak, wat ertoe leidt dat de meldings­ bereidheid toeneemt. Alle partners sturen (eventueel steekproefsgewijs) bij het afsluiten van de casus de melder een enquête toe waarin onder andere wordt gevraagd of de melder tevreden is met de aanpak van zijn melding.

«

Er wordt een communicatieplan gemaakt om het melden van woonoverlast bij de Rotterdammers opnieuw onder de aandacht te brengen. Melden moet zo laagdrempelig en eenvoudig mogelijk worden gemaakt. Er zal specifiek worden ingezet op communicatie in wijken en complexen waar naar verwachting veel woonoverlast plaatsvindt, maar relatief weinig wordt gemeld. Een voorbeeld hiervan is het gebrek aan meldingen vanuit seniorencomplexen waar woonoverlast is. Verder zal er aandacht worden besteed aan anonieme melders en bewoners die niet durven te melden uit angst voor de reactie van de overlastgever.

wam .tļļi.

4. Aanpakken De aanpak van woonoverlast kent een escalatieladder die begint bij het aanspreken van de overlast­ gever door de melder. Dit kan eventueel met hulp van de Advieslijn Woonoverlast Rotterdam, buurtbemiddeling, mediation of de Regelrechter. Als dit niet tot afname van woonoverlast leidt, kan in het casusoverleg worden besloten dat zwaardere instrumenten moeten worden ingezet zoals het plaatsen van geluidsmeters en het opleggen van een privaatrechtelijke of bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing aan de bewoner en/of de verhuurder (bijvoorbeeld een verbod op het hebben van een hond of een verbod om te drummen na 22.00 uur). Bij zeer ernstige woonoverlast kan worden overgegaan tot een tijdelijke uithuisplaatsing, een tijdelijke woningsluiting, het intrekken van een (kamer)verhuurvergunning, het civielrechtelijk ontbinden van de huurovereenkomst door de verhuurder en (vrijwillige) plaatsing in de Skaeve Huse. De instrumenten binnen deze escalatieladder zijn belangrijk en hebben zich bewezen in de aanpak tegen woonoverlast.

4.1 Stoplichtmodel en de Wet bestuurlijke maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) In de aanpak van overlast in de wijk Kralingen wordt gebruik gemaakt van een stoplichtmodel. Het stoplichtmodel is een manier om de escalatieladder beter te communiceren naar de overlastgever. Bij de kleur groen is er een beperkt aantal keer gemeld bij de gemeente en de politie en wordt er een overlastdossier aangemaakt, bij de kleur geel houdt de overlast aan en wordt er vaker gemeld, bij de kleur oranje is er sprake van ernstige woonoverlast en bij de kleur rood is er sprake van zeer ernstige woonoverlast waarbij ook zware instrumenten uit de escalatieladder kunnen worden ingezet. Het stoplichtmodel maakt de overlast inzichtelijker, zorgt voor een betere dossieropbouw voor de inzet van instrumenten uit de escalatieladder en de meldingsbereidheid onder omwonenden neemt toe. Het stoplichtmodel werkt. Sinds de invoering van het stoplichtmodel in 2022 is er een dalende trend in de wijk Kralingen van het aantal overlastmeldingen.

Praktijksituatie

Een adres, waar zes studenten wonen, geeft al jaren bij tijd en wijle overlast. Hier is door politie en gemeente flink op ingezet. De pandeigenaar is meerdere malen aangeschreven, maar er kwam geen reactie. In februari 2022 is een formele laatste waarschuwing afgegeven aan de bewoners. Het uitreiken van deze laatste waarschuwing ging met veel weerstand gepaard (stoplichtkleur: oranje). Kort hierna kwam de pandeigenaar op de lijn om zaken over de vergunning met de gemeente te bespreken. Hierbij bleek dat hij niet op de hoogte was van de brieven over de overlast die afkomstig was uit dit pand. Alle brieven, onder andere de laatste waarschuwing, werden alsnog gedeeld. Daarna was het een tijd stil. In juni 2023 ging het helemaal mis. Omwonenden ontvingen een briefje waarin een afscheidsdiner met

wat muziek werd aangekondigd. Daar stond een telefoonnummer bij dat men kon bellen als er sprake was van overlast. De 'wat muziek' bleek een dj te zijn die op het dakterras harde housemuziek draaide wat door heel Kralingen te horen was. Het vermelde telefoonnummer was niet bereikbaar of bellers werden afgescheept. De politie is die dag tot tweemaal toe op dit adres geweest en heeft de tweede keer een proces-verbaal opgemaakt van overlast. Door dit afscheidsdiner steeg het adres naar de kleur rood waarop voor de gemeente de maat vol was. De gemeente heeft een bestuurlijke gedrags­ aanwijzing aan de bewoners van dit pand opgelegd voor een periode van twaalf maanden. Sindsdien is het stil, maar deze situatie wordt streng gemonitord door politie en gemeente.

9

Korte termijn «

We gaan het stoplichtmodel breder inzetten in Rotterdam. In de eerste helft van 2024 willen we het stoplichtmodel gaan toepassen in een aantal straten waar naar verwachting veel woonoverlast plaatsvindt. Om tot een aantal concrete straten te komen, zullen we onder andere in gesprek gaan met de wijkraden.

Middellange termijn «

Daarnaast wordt er onderzocht of het stoplichtmodel op de middellange termijn kan worden toegepast in de straten die zijn aangewezen op grond van artikel 10 van de Wbmgp. Deze straten zijn aangewezen omdat hier leefbaarheidsproblemen zijn ten gevolge van overlastgevend en crimineel gedrag. Het gevolg van deze aanwijzing is dat een nieuwe huurder in één van deze straten een huisvestingsvergunning aan moet vragen, waarna er door de gemeente op basis van politiegegevens wordt onderzocht of er sprake is van gedragingen in het verleden die tot toename van overlast of criminaliteit kunnen leiden in de omgeving van de woning. Als dat het geval is, wordt er een negatieve woonverklaring afgegeven die leidt tot het weigeren van een huisvestingsvergunning. Deze screening van nieuwe huurders is een laatste hulpmiddel. In aanvulling hierop moeten andere minder ingrijpende maatregelen worden genomen om de leefbaarheid te verbeteren. De inzet van het stoplichtmodel in deze straten lijkt een goede manier om de leefbaarheid in deze straten te verbeteren. Door het stoplichtmodel wordt woonoverlast inzichtelijker in kaart gebracht en intensiever gemonitord, waardoor makkelijker een dossier kan worden opgebouwd en op basis daarvan maatregelen kunnen worden genomen. Daarnaast is het de verwachting dat de meldingsbereidheid toeneemt wanneer het stoplichtmodel wordt ingezet.

De ervaring leert namelijk dat woonoverlast in de screeningsstraten niet altijd wordt gemeld. Door communicatie over, en de inzet van het stoplichtmodel is het aannemelijk dat het vertrouwen van bewoners groeit in de aanpak van woonoverlast. Ook is de screening van nieuwe huurders niet volledig sluitend: de screening is niet toegepast op bewoners die er al langere tijd wonen, en er zijn geen politiegegevens beschikbaar van mensen die zich van buiten Nederland vestigen in deze straten. De screeningsstraten worden iedere vier jaar geëvalueerd, wat tot een nieuw voorstel met straten leidt. Eind 2024 wordt op basis van een evaluatie en analyse een nieuw voorstel aan de gemeenteraad toegezonden. Om deze reden willen we in de eerste helft van 2025 starten met het toepassen van het stoplichtmodel op de eerste (nieuw aangewezen) straten op basis van de Wbmgp. Zodra we beginnen met het toepassen van het stoplichtmodel wordt een nulmeting uitgevoerd in de desbetreffende straten, zodat kan worden vastgesteld of de meldingsbereidheid van de bewoners toeneemt en wat het effect is van de inzet van het stoplichtmodel.

Korte termijn a

Daarnaast gaan we meer gebruik maken van het afgeven van woonverklaringen onder voorwaarden. Met een woonverklaring onder voorwaarden kan maatwerk worden geleverd bij nieuwe huurders waarbij uit de politiegegevens overlastgevende of criminele activiteiten bekend zijn, maar die niet ernstig genoeg zijn om een negatieve woonverklaring af te geven. Een voorbeeld van een voorwaarde is dat de nieuwe huurder maar één hond mag houden. Bij het overtreden van de voorwaarde(n) kan direct een bestuurlijke boete van C435 worden opgelegd.

10

4.2 Wijkteam en zorgpartijen Complexe woonoverlast wordt besproken in casusoverleggen, waar medewerkers van de woning­ corporaties, de politie en de gemeente aan deelnemen. De ervaring uit deze casusoverleggen leert dat bij het grootste gedeelte van complexe woonoverlast psychische problematiek bij de overlastgever een rol speelt.

Praktijksituatie

Een bewoner veroorzaakt sinds meerdere jaren ernstig woonoverlast. De overlastgever vertoont verward gedrag en uit zich dan dreigend en agressief richting zijn buren. De politie, gemeente en de verhuurder van de woning ontvangen dan veel meldingen over de veroorzaakte woonoverlast. Vanwege de ernstige en terugkerende overlast wordt de casus vaak besproken in het casusoverleg. Door een wisseling van zorgpartijen en behandelaars/begeleiders zijn zij niet altijd (op tijd) op de hoogte van de ernst van de veroorzaakte overlast en het gedrag van de overlastgever. Meestal is er sprake van escalatie voordat de zorg op de hoogte is van de ernst van de situatie. De zorg wordt dan benaderd door medewerkers van de gemeente en de politie. Een structureel en frequent overleg met betrokken zorgpartijen, zoals tussen de partijen in het casusoverleg, ontbreekt. Inzet vanuit de zorg op

overlastgever loopt hierdoor achter op de feiten en niet synchroon met de inzet van andere betrokken partijen. Hoewel al snel duidelijk is dat overlastgever niet zelfstandig kan wonen en een (intensieve) behandeling nodig heeft, is de overlast voor de omgeving dermate geëscaleerd dat het wachten op een (mogelijke) oplossing vanuit de zorg niet meer verantwoord is. Met inzet van betrokken partijen wordt besloten tot een juridische procedure waarbij het huurcontract door de rechter wordt ontbonden en de overlastgever zijn woning verliest. Na een langdurige periode, waarbij omwonenden ernstig overlast hebben ervaren en intensieve inzet door betrokken partijen, is de casus "opgelost" middels ontruiming van de woning, waarbij de overlastgever (na eerst op straat te zijn beland) pas na veel moeite is terecht gekomen in een opvanglocatie met de nodige begeleiding.

Korte termijn «

Het betrekken van het wijkteam en de zorgpartijen in de aanpak van woonoverlast is nodig voor een advies over het handelingsperspectief van de overlastgever. Een overlastgever kan bijvoorbeeld door psychische problematiek niet in staat zijn om zijn of haar gedrag aan te passen wanneer een gedragsaanwijzing zou worden opgelegd. Het wijkteam en de zorgpartijen zijn ook nodig om gezamenlijk tot afspraken te komen om de veroorzaakte overlast te beperken en te voorkomen dat zwaardere instrumenten, zoals een tijdelijke uithuisplaatsing of ontbinding van een huurcontract, moeten worden ingezet. Andersom is het voor de wijkteammedewerker en de zorgpartij ook nuttig om te weten dat een cliënt overlast veroorzaakt en dat er instrumenten uit de escalatieladder kunnen worden ingezet. Hierop kunnen zij de begeleiding en behandeling van de overlastgever aanpassen. Om deze reden gaan we in 2024 regelen dat, wanneer het casusoverleg dit in gezamenlijkheid heeft besloten, de verantwoordelijke zorgpartij zal worden uitgenodigd voor het casusoverleg. In het verlengde hiervan is het de ambitie om de relevante zorgpartijen in 2024 als samenwerkingspartner te laten toetreden tot het Regionaal convenant aanpak complexe woonoverlast om zo de gegevensdeling in te regelen.

We streven ernaar dat in 2024 in ieder geval de vier grootste zorgaanbieders binnen Rotterdam toetreden tot het convenant en het casusoverleg.

11

Gemeente Rotterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e260d8e0-59a1-4301-a9d5-575c6ac98171