CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb008505] Raadsvoorstel over zienswijze inzake wijziging regeling GR Nieuw Reijerwaard

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR).2.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Stadsontwikkeling Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Robert Simons Van: Silvia van Klaveren Telefoon: 14 010 Ons kenmerk: M2311-3574 - 23b0009183 Bijlage(n): 1

Aan de gemeenteraad

Onderwerp: zienswijze inzake wijziging regeling GR Datum: B&W12 december 2023

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: Akkoord gaan om geen zienswijze in te dienen op de voorgenomen statutenwijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR). Waarom dit voorstel? /Waarom nu voorgelegd? Op 10 mei 2022 heeft het college besloten om geen zienswijze te schrijven op de wijziging van de wet gemeenschappelijke regeling. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: 1. Het "Ruimtelijk Plan regio Rotterdam 2020" (RR2020) is door Provinciale Staten van Zuid-Holland op 12 oktober 2005 vastgesteld als streekplan. Op 9 november 2005 is het RR2020 door de regioraad van de stadsregio Rotterdam als regionaal structuurplan vastgesteld. Binnen het RR2020 is Nieuw Reijerwaard aangeduid als nieuw te ontwikkelen bedrijfsterrein. 2. Het collegebesluit van 24 maart 2009 "Grondverwerving voor de realisatie van het toekomstig bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard te Ridderkerk". 3. Het raadsbesluit van 13 mei 2009 "Grondverwerving voor de realisatie van het toekomstig bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard te Ridderkerk". 4. De bestuurlijke overeenkomst tussen rijk, provincie, gemeenten Ridderkerk, Barendrecht en Rotterdam van 11 november 2009 met betrekking tot het beschikbaar stellen van subsidie ten behoeve van de ontwikkeling Nieuw Reijerwaard. 5.

De bestuurlijke overeenkomst op hoofdlijnen van 1 maart 2010 tussen de drie gemeenten Ridderkerk, Barendrecht en Rotterdam waarin afspraken zijn vastgelegd met betrekking tot een sluitende grondexploitatie, risicoverdeling tussen de drie gemeenten en de bestemming, het etiket, van het bedrijventerrein. 6. Procesafspraken Nieuw Reijerwaard van 13 mei 2011 tussen de drie gemeenten Ridderkerk, Barendrecht en Rotterdam, stadsregio Rotterdam en de provincie Zuid-Holland waarin afspraken zijn vastgelegd om te komen tot een gemeenschappelijke regeling. 7. Het raadsvoorstel van 24 november 2011"Oprichten gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard (GR Nieuw Reijerwaard)".

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/7 12 december 2023 M2311-3574

8.

9. 10.

Het raadsvoorstel van 3 oktober 2013 inzake eerste wijziging gemeenschappelijke regeling, waarbij de artikelen 10 en 15 met betrekking tot de stemverhouding zijn gewijzigd. Het raadsvoorstel van 9 juli 2015 inzake de 2° wijziging gemeenschappelijke regeling als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het raadsvoorstel van 14 januari 2020 inzake de 3°wijziging gemeenschappelijke regeling.

Toelichting: Uw raad wordt door het Dagelijks Bestuur van de GRNR verzocht om een zienswijze te geven op de voorgenomen wijzigingen in de statuten van de GRNR. Deze brief, inclusief bijlagen, hebt u op 5 oktober 2023 ontvangen en is geregistreerd onder BB-nummer 23bb006651. Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling de GRNR geeft inzage in de voorgestelde wijzing van haar statuten naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr). Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen (GR-en) geimplementeerd te worden. Ook de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) moet worden gewijzigd.· Ter voorbereiding van de wijziging Gemeenschappelijk Regeling heeft het dagelijks bestuur en algemeen bestuur zich laten adviseren door externe adviseurs. Gewijzigde procedure totstandkoming GR-wijziging Een eerste belangrijke wijziging ziet op het proces tot de totstandkoming van een GRwijziging. Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept gewijzigde regeling te vragen aan de raden. Nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in de concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het wijzigen van de GR. Deze procedurewijziging heeft overigens voor GRNR geen gevolgen.

GRNR is een gemengde regeling waarbij zowel de raden als colleges van burgemeester en wethouders (hierna: colleges) als burgemeesters deelnemer zijn. Dit betekent dat de raden, tezamen met de colleges en de burgemeesters besluiten tot wijziging van de GR zodat de wetgever het niet noodzakelijk heeft geacht verplicht een zienswijze te laten geven door de raden op de conceptregeling. In het geval de raden - om Welke reden dan ook - zouden uittreden uit GRNR, dan is het vragen van een zienswijze op toekomstige wijzigingsvoorstellen van de GRNR wel verplicht. Keuzes voor in de GRNR Hierna worden de voorstellen toegelicht. Na de toelichting volgt vetgedrukt het voorstellen die door het DB en AB zijn aangeboden en in de voorgestelde aangepaste regeling kunnen worden opgenomen. Termijnen begrotingscyclus (artikelen 31 en 32) Wat betreft de gewijzigde termijnen geldt dat deze vanaf 1 juli 2022 in werking zijn getreden. De termijnen zoals in de GRNR zijn opgenomen worden hierop aangepast. Omdat het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Op dit moment zijn in artikel 31 en 32 van de GRNR de 'oude' termijnen opgenomen in de begrotingscyclus, daarom is het goed om na te denken over de wijze waarop de termijnen in de GRNR opgenomen kunnen worden.

Blad:

3/7

Datum:

12 december 2023

Ons kenmerk:

M2311-3574

Er kan voor gekozen worden om andere termijn in de GRNR op te nemen, bijvoorbeeld vanwege de P&C-cyclus van de verschillende gemeenten of omdat er regionale afspraken over zijn gemaakt. Ats hiervoor gekozen wordt dan laat dit onverlet dat de uiterste wettelijke termijnen hoe dan ook gelden, dus afwijkende termijnen moeten in ieder geval passen binnen de uiterste wettelijke termijnen. Afwijkende termijnen hoeven dus niet in de GR te worden vastgelegd, maar als deze in de GR worden vastgelegd dan dient iedere deelnemer zich daar ook aan te houden. Afwijkende termijnen kunnen daarmee als zogenoemde 'stok achter de deur' worden gebruikt. In dit kader wordt voor de volledigheid nog opgemerkt dat, als er zienswijzen worden ingediend voor de ontwerpbegroting, het dagelijks bestuur daarop richting de raden inhoudelijk reageert voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt. Artikel 31 GRNR, vierde lid, is daarop aangepast. Voorstel uit het advies: Aangesloten wordtbijde huidige tekst van degemeenschappelijke regeling waarin de uiterste termijnen worden genoemd. Nu in degewijzigde Wgr deze termijn zijn gewijzigd, zullen deze termijnen worden verwerkt in de GRNR.

Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur (artikelen 6,14, 21 en 24) Volgens artikel 10, vijfde lid, Wgr moet in een GR worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen in een GR. Er zijn een aantal verplichte besluiten waarvoor zienswijze gegeven 1 moet worden • Naast deze wettelijk verplichte zienswijze-procedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Het ligt voor de hand te kiezen om ingrijpende besluiten of besluiten met een (grote) financiële consequentie voor zienswijze aan de raden voor te leggen. Oftewel, besluiten die de kaderstellende, controlerende en budgettaire bevoegdheden van de raden raken. Te denken valt bijvoorbeeld aan algemeen verbindende voorschriften, al dan niet financieel, de vaststelling van meerjarenbeleidsplannen of het instellen van bestuurscommissies. Voor GRNR geldt dat sprake is van een openbaar lichaam waar de raden, evenals de colleges en burgemeesters deelnemen aan de regeling. Dit betekent dat de raden rechtstreeks invloed hebben op besluitvorming in het AB en dat de noodzaak juist daardoor minder of zelfs niet aanwezig is om bestuursbesluiten voor zienswijze aan de raden te laten voorleggen.

In artikel 33, lid 6, GRNR over het aantrekken van een geldlening onder garantiestelling van de deelnemers is deze zieriswijzeprocedure ingebouwd. Voorstel uit het advies: De GR is op ditmoment uitvoerendbezig met het exploiteren van hetgebied. Naast de verplichte onderdelen van deplanning- en controlcyclus nemen de besturengeen besluiten waarover de raden in de ontwerpfase een zienswijze naar voren zouden moeten kunnen brengen en die expliciet in de GRNRgenoemdzouden moeten worden. Van belang is dat de raden rechtstreeks invloedkunnen uitoefenen op de besluitvorming in hetalgemeen bestuur, omdatzijdeelnemerzijn. Daarnaast hangt deze keuze mede samen methet feit dat de raden en colleges van de drie deelnemende gemeenten ook op andere manieren regelmatig van voldoende informatie worden voorzien. Laat onverlet dat hetniet expliciet opnemen van deze 1

Denk aan de zienswijze op de begroting en de zienswijze op het oprichten van en deelnemen in een privaatrechtelijke rechtspersoon door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/7 12 december 2023 M2311-3574

mogelijkheid onverlet laat, dat, als het nodig is, een voorgenomen besluit aan de raden en colleges gestuurdkan worden zienswijzen. Evaluatie van de GRNR (artikel 36) In artikel 11a van de Wgr is opgenomen dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling moet bevatten. Uit de toelichting op de wetswijzing volgt dat verplicht is om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie, maar dat dit ook mag betekenen dat wordt opgenomen dat er geen verplichte evaluatie plaats zal vinden. Wordt er niet geëvalueerd dan wordt dat opgenomen in de GR en hoeven er geen verdere keuzes gemaakt te worden. Wordt ervoor gekozen om wel te evalueren dan is het ook goed om na te denken over de frequentie en de termijn van de evaluatie. Bijvoorbeeld minstens eens per zes jaar of elke vier jaar. Ook kan er iets worden opgenomen over het moment. Zo is het bijvoorbeeld aan te raden om de evaluatie niet vlakbij of rondom raadsverkiezingen te laten plaatsvinden omdat dan de evaluatie mogelijk niet de aandacht krijgt of het momentum mee heeft om het een nuttige evaluatie te laten zijn. Overigens kan de keuze voor het moment van de evaluatie ook buiten de GR gelaten worden om niet 'vast te liggen'. Hoe specifieker in de GR wordt opgenomen hoe met de evaluatie om te gaan, hoe 'vaster' dit ligt en hoe minder flexibiliteit er is daarvan af te wijken.

Tot slot is het ook goed om bij voorbaat na te denken over wát het onderwerp van de evaluatie dient te zijn. Op dit moment is in artikel 36 GRNR een evaluatiebepaling opgenomen. Hierin is opgenomen dat alleen in het geval daar door één van de deelnemende raden om wordt verzocht, er geëvalueerd wordt. Daarnaast is in het tweede lid van dit artikel opgenomen op welke onderwerpen onder meer geëvalueerd kan worden. In artikel 39 GRNR staat dat er een evaluatie plaatsvindt in 2020, maar verder is er geen vaste termijn opgenomen waarbinnen in ieder geval geëvalueerd wordt. Alhoewel de evaluatiebepaling van artikel 36 GRNR voldoet aan de minimale eisen die de Wgr stelt, kan het noodzakelijke traject om de GRNR te herzien aanleiding geven de evaluatiebepaling in de GRNR te herzien. Voorstel uit het advies: Er is in 2020 een evaluatie geweest. De GRNR heeft een looptijd tot in principe 2029, Artikel36 van de regeling, waarin de evaluatie isgeregeld, geeft al de mogelijkheid om tussentijds te evalueren. Dit artikel hoeft nietgewijzigd te worden.

Participatie van inwoners en belanghebbenden (artikel 15) Volgens artikel 10 lid 7 Wgr wordt in een gemeenschappelijke regeling opgenomen op welke wijze de ingezetenen (van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het originele wetsvoorstel liet de ruimte om per gemeenschappelijke regeling een afweging te maken of er mogelijkheden voor participatie van inwoners en belanghebbenden in worden opgenomen. Echter, in het aangenomen amendement van Bromet is opgenomen dat het niet mogelijk is in een gemeenschappelijke regeling op te nemen dat geen ruimte wordt gegeven voor participatie. Er moet, met andere woorden, in elke gemeenschappelijke regeling een minimale variant van participatie worden opgenomen. Voor de GRNR geldt dat zowel raden, colleges als burgemeesters deelnemen aan de regeling. Hoewel niet klip en klaar uit artikel 6 van de GRNR blijkt of sprake is van delegatie of mandaat van bevoegdheden door de deelnemende bestuursorganen, lijkt de tekst aan te geven dat alle bevoegdheden van regelingen en bestuur ten behoeve van de taken aan de GRNR zijn overgedragen/gedelegeerd.

Blad: Datum:

Ons kenmerk:

5/7 12december 2023 M2311-3574

Wel blijkt bijvoorbeeld uit artikel 5, lid 1 onder a GRNR dat ook het middel van onteigening kan worden ingezet om aan· de doelen en het belang van de GRNR te voldoen. Dit betekent dat sprake kan zijn van de inzet van ingrijpende besluiten. Er dient daarom nagedacht te worden over de wijze waarop participatie wordt opgenomen in de gemeenschappelijke regeling zodat inwoners en belanghebbendén op effectieve wijze kunnen participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid op grond van de regeling GRNR. Zijn de bevoegdheden gedelegeerd, dan kan het AB zelf een participatieverordening maken, waarin de mogelijkheden en vormen van participatie worden ingevuld. Denk daarbij bijvoorbeeld aan participatie via de elektronische weg naar aanleiding van voorgenomen besluiteri over de voorbereiding, vaststelling of uitvoering van beleid die bij de publicatie van vergaderagenda's van AB of DB openbaar worden gemaakt. Het is ook mogelijk dat het bestuur per voorgenomen besluit bepaalt of, en zo ja, hoe er geparticipeerd wordt. Voorstel uit het advies: De besluitvorming van de besturen ziet vooral op de direct belanghebbenden. Die worden dan ook altijdin de ontwikkelings- en exploitatiefase bijde voorbereiding betrokken. De GRNRmaaktgeen nieuwbeleid, maar voert vooral uit.

De besluitvorming die thans nogplaatsvi ndt, dient derhalve maatwerk te zijn gericht op de bedrijven die zich op het bedrijventerrein wensen te vestigen. Reden om de voorgenomen besluitvorming van de besturen op elektronische wijze kenbaar te maken en daarop van tevoren al aan te geven of, en zoja hoe, via de weg van het elektronisch verkeer ingezetenen en belanghebbenden in de gelegenheid te stellen

te reageren. De Wet open overheidbepaalt dat het algemeen bestuur de vergaderstukken en de verslagen openbaarmaakt en het dagelijks bestuur de agenda's en besluitenlijsten. Deze bepalingen zijn nog niet in werkinggetreden, maar met het oog op eventuele participatie, zal wel naarde bedoeling ervan gehandeld worden. Daardoor kan door het bestuur van de GRNRmaatwerk worden verricht op hetgebied vanparticipatie Voorwaarden en gevolgen uittreding uit GRNR (artikel 41) Alhoewel in alle gemeenschappelijke regelingen (voor onbepaalde tijd) bepalingen zijn opgenomen over de wijze waarop deelnemers kunnen uittreden, is het sinds de wetswijziging van 1 juli 2022 verplicht om deze bepalingen te be- en herzien vanuit het oogpunt van de deelnemers. Uit de bepaling moet duidelijk worden welke gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent dat in de GRNR moet worden opgenomen op welke wijze wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. Op dit moment is in artikel 37 van de GRNR opgenomen dat uittreding uit de regeling niet mogelijk is, omdat uittreding alleen door middel van opheffing van de regeling mogelijk is.

In artikel 39 van GR is vervolgens geregeld onder welke voorwaarden de GRNR kan worden opgeheven. In het derde lid van artikel 39 is bepaald dat het algemeen bestuur een liquidatieplan opstelt. Hierbij kan niet worden afgeweken van de wijze waarop verdeeld wordt (waarbij de verdeling per gemeente van artikel 33, vijfde lid als uitgangspunt wordt genomen). De vraag is of op deze wijze het voor elke deelnemer volledig inzichtelijk/duidelijk is wat de gevolgen zijn van de opheffing en daarmee ook uittreding voor het vermogen van GRNR en het vermogen van de deelnemers. Dat betekent dat op dit moment de GRNR mogelijk voldoet aan de minimale eisen die de Wgr stelt aan uittredingsbepalingen. Het is mogelijk om afwijkende bepalingen op te gaan nemen in de GRNR als dat wenselijk is, maar verplicht is het niet.

Blad:

Datum: Ons kenmerk:

6/7

12 december 2023 M2311-3574

Voorstel uithet advies: Zoals hiervooraangegeven, is uittreding alleen mogelijk door opheffing. In artikel39 is de opheffinggeregeld HetAlgemeen Bestuurbesluit dan tot liquidatie en stelt daarvoor de nodig regels. De risicoverdeling van de deelnemers bijde verdeling van een batig ofnadelig saldo staat echter vast {zie artikel33 lid5). Hetsaldo wordt onder elke deelnemers verdeeldop basis van de verdeling van een derdeper deelnemer. Daarmee is voor elke deelnemer voldoende duidelijk wat de gevolgen zijn bijuittreding/opheffing. Het huidige artikelbehoeft daaromgeen wijziging. Actieve informatieplicht door bestuur Sinds 1 juli 2022 moet ook in gemeenschappelijke regelingen opgenomen worden op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling worden verstrekt aan de raden van gemeenten waarvan de colleges deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling. Dit is bepaald in artikel 17 van de gewijzigde Wgr. De ratio van dit artikel is dat alle deelnemende bestuursorganen in een gelijke informatiepositie verkeren. Dat betekent dat door GRNR beslist moet worden op welke wijze dit gebeurt en dit dient in de regeling te worden opgenomen. Op dit moment is in de GRNR in artikel 22 de actieve informatieplicht al opgenomen. Deze voldoet aan de minimale variant die de Wgr voor schrijft.

Dat betekent dat alleen in het geval een meer uitgebreide regeling wenselijk is, op dit punt de GRNR gewijzigd dient te worden. Voorstel uit hetadvies: Artikel22 {Externe werking, bestuursorganen)geeft reeds aan dat de besturen aan de raden, gevraagden ongevraagdalle inlichtingen verschaffen vooreenjuiste beoordeling van het doorhet bestuurgevoerde en te voeren beleid De besturen zorgen er voor dat alle deelnemers in eengelijke informatiepositie verkeren. Dit artikel is dus al overeenkomstig de gewijzigde Wgr en hoeft nietgewijzigd te worden. Overig wijzigingen Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de wijziging van de Wgr, is het voorstel om ook artikel 35 over de Archiefzorg aangepast in lijn met de Archiefwetgeving. Tenslotte is het voorstel om de uitgewerkte overgangsbepalingen in artikel 42 (oud) van de GRNR te schrappen.

Financiële en juridische consequenties/aspecten: erende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Rotterdam, e secret is,

De burgemeester,

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/7 12 december 2023 M2311-3574

Ontwerpbesluit

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders. van 12 december 2023, besluit: Af te zien van het indienen van zienswijzen op de voorgenomen wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) van 4 oktober 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van DATUM De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=16f07840-bc1d-46e3-aa30-d33fa28bfe09