CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb008030] Bijlage behorende bij 23bb008027 over Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6, 7 en 9 november 2023

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 6 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken24.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6 , 7 en 9 november 2023

Generieke, nationale afspraken ....................................................................... 2 Regio Noord-Nederland .................................................................................. 6 Regio Zuidwest-Nederland............................................................................ 11 Regio Noordwest-Nederland ......................................................................... 18 Regio Zuid-Nederland .................................................................................. 26 Regio Oost-Nederland.................................................................................. 36 Goederenvervoercorridors ............................................................................ 42

1 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

Generieke, nationale afspraken 1.

Herprioritering Mobiliteitsfonds ❖ Rijk bevestigt de ambitie om de gepauzeerde projecten te herstarten als aan de condities voor voldoende financiële ruimte, stikstofruimte en uitvoeringscapaciteit wordt voldaan. ❖ Rijk en regio werken hier voor het BO MIRT 2024 een gezamenlijke strategie uit. Als onderdeel hiervan wordt verkend waar ruimte kan worden gezocht rond stikstofopgaven en slimme oplossingen met capaciteit uit regio, de markt, of (inhuur door) Rijkswaterstaat. ❖ De projecten en bijbehorende opgaven worden jaarlijks gemonitord en op de BO’s MIRT geagendeerd. ❖ Op korte termijn zijn de resultaten van de doorrekening in het verlengde van de Integrale Mobiliteitsanalyse beschikbaar. De analyse maakt de gevolgen van het pauzeren van aanlegprojecten op de landelijke netwerken inzichtelijk en vormt de basis voor een regiospecifieke inhoudelijke verdieping. Over deze analyse wordt de Kamer naar verwachting in december geïnformeerd. Voorafgaand daaraan bespreekt IenW de analyse met de regio’s. ❖ Rijk en regio werken de verdieping samen uit per MIRT landsdeel om zo tot een landsdekkend beeld te komen.

In de verdieping is aandacht voor: o de vraagstukken per regio op de lange termijn (als de gepauzeerde projecten wel zijn gerealiseerd) en middellange termijn (tijdens de pauzestand) alsmede de conform (MIRT) afspraken doorlopende projecten en maatregelen voor de verbetering van mobiliteit; o impact op de toekomstige bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid; o woningbouw, verstedelijking, economie en op sociaal-maatschappelijk vlak; o de mogelijke oplossingsrichtingen die daarbij horen, passend binnen het brede gedachtegoed van de Mobiliteitsvisie 2050; o financiële kaders (voor het Rijk de resterende projectbudgetten het financiële kader, voor de regio betreft dit de regionale bijdrage aan de gepauzeerde projecten). ❖ De landsdelige verdieping krijgt vorm via een zo eenduidig mogelijke aanpak. Hier wordt een ambtelijke werkgroep “mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken” voor gestart met vertegenwoordigers van Rijk en de vijf MIRT landsdelen. Waar mogelijk worden bestaande rijk-regio structuren (SBAB, Move, U-Ned, SmartwayZ, directeuren overleggen MIRT) benut voor de regionale verdieping. ❖ De resterende rijksmiddelen blijven in beginsel beschikbaar op het Mobiliteitsfonds voor de herstart van het project. ❖ Voor een eventuele inzet van resterende rijksmiddelen voor mitigerende maatregelen bij de projecten ontwikkelt het Rijk een afweegkader.

Het afweegkader bevat in ieder geval criteria alsmorrel ap: o Levert de mitigerende maatregel een significante bijdrage aan de oorspronkelijke opgave van het project? o Is het effect van de maatregel structureel en kosteneffectief? o Draagt de regio zelf bij aan de betreffende maatregel? ❖ Het Rijk betrekt daarbij ook de Mobiliteitsvisie 2050 en de landelijke aanpak Mobiliteitstransitie, de regio haar best practices. ❖ Rijk en regio houden daarbij zeggenschap over hun eigen middelen, conform afspraak op het BO Leefomgeving. ❖ Indien een maatregel voldoet aan het afweegkader, is het aan de regio of het budget van het project daarvoor wordt ingezet. Consequentie is dat minder middelen beschikbaar zijn voor een herstart van het betreffende project.

2.

Herprioritering Mobiliteitsfonds vervolg Rijk-regio proces ❖ Het gezamenlijke Rijk-regio proces voor de herprioritering wordt gecontinueerd zoals dit de afgelopen maanden is ingericht. o eens per kwartaal een bestuurlijk overleg herprioritering (BOH) met alle regio’s; o voorbereiding door een directeurenoverleg herprioritering en;

2 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

een informele bestuurlijke kopgroep zorgt voor de kritische reflectie op proces en samenwerking. De voorbereiding van deze overleggen vindt plaats in de Rijk-regio werkgroepen. Naast die voor mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken is die er ook voor de projecten en instandhouding. Besluitvorming vindt plaats in de Bestuurlijk Overleggen Leefomgeving in het voorjaar en de Bestuurlijk Overleggen MIRT in het najaar. De Kamer wordt vervolgens over de uitkomsten geïnformeerd in de reguliere MIRT-brieven. Voor het spoornetwerk wordt de instandhoudingsopgave in kaart gebracht en gevalideerd. Dat is de basis voor besluitvorming in het voorjaar 2024 over de instandhoudingsbudgetten vanaf 2026. Vervolgens wordt dit met de regio besproken. o

❖

❖

❖

3.

Landelijke aanpak mobiliteitstransitie ❖ Om de bereikbaarheid voor huidige en toekomstige generaties op orde te kunnen houden, onderschrijven Rijk en regio het belang van een gezamenlijke, en op elkaar afgestemde, inzet op het gebied van integraal bereikbaarheidsbeleid. In dit kader hebben Rijk en regio op het BO Leefomgeving van juni 2023 met elkaar afgesproken om in nauwe samenwerking, en met oog voor gebiedspecifieke kenmerken, te komen tot een gezamenlijke landelijke aanpak voor mobiliteitstransitie. De basis hiervoor is de Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050. ❖ Rijk en regio zien dat de gezamenlijke aanpak voor mobiliteitstransitie vaak vraagt om bovenregionale sturing met op elkaar afgestemde landelijke, regionale en lokale activiteiten en een gezamenlijke sturing om een zo groot mogelijke impact te realiseren en mobiliteitstransitie te verankeren. ❖ Het Rijk neemt daarom het initiatief om regie te zetten op zowel inhoud als proces en dit samen met de regio vorm te geven. Dit met oog voor de onderscheiden wederzijdse rollen, taken en verantwoordelijkheden. Daartoe zullen Rijk en regio uiterlijk op het BO MIRT van 2024 een uitgewerkt Plan van Aanpak vaststellen. Op het BO Leefomgeving wordt tussentijds de voortgang en stand van zaken besproken.

❖ De totstandkoming van dit Plan van Aanpak wordt onder regie van het ministerie van IenW opgepakt in samenwerking met het IPO, de VNG en vertegenwoordigers van de regio’s. Het Plan van Aanpak beschrijft hoe Rijk en regio gezamenlijk (gaan) werken aan al lopende projecten en programma’s, te ontwikkelen en te hanteren transitiepaden, principes, sturing, bekostiging, uitgangspunten, kaders en best practices die bijdragen aan efficiënte inzet van middelen en een succesvolle, toekomstbestendige uitvoering van maatregelen. De aanpak bevat in elk geval de volgende onderdelen en acties: o Rijk en regio brengen routes en tussentijdse mijlpalen (bijv. 2025 en 2030) in kaart om zo de verbinding aan te brengen tussen de lange termijn van de Mobiliteitsvisie en de korte termijn van de landelijke aanpak. Daarbij zal ook worden aangegeven op welke wijze rijk en regio’s binnen lopende projecten en (gebieds)programma’s invulling geven aan mobiliteitstransitie. o Rijk en regio komen tot een voorstel voor de sturing van de landelijke aanpak. Dit mede op basis van bestaande afspraken en ervaringen met huidige samenwerkingsverbanden in het kader van de G40, Regionale Mobiliteitsprogramma’s, regionale bereikbaarheidstafels en de gebiedsprogramma’s rondom de grote steden. o Rijk en regio brengen de implicaties (inclusief financiën) gekoppeld aan de uitwerking van de mobiliteitstransitie in beeld.

o Het ontwikkelen van afweegkaders op het gebied van deelmobiliteit (als onderdeel van het Samenwerkingsprogramma Natuurlijk! Deelmobiliteit) en mobiliteitshubs maakt onderdeel uit van de landelijk aanpak mobiliteitstransitie. In dit kader starten Rijk en regio met een meerjarig, landelijk samenwerkingsprogramma mobiliteitshubs met als doel om systematisch te leren en een samenhangende aanpak op mobiliteitshubs te realiseren. De focus ligt daarbij in eerste instantie op de hubs gefinancierd in het kader van de ontsluiting woningbouw. Het samenwerkingsprogramma is daarnaast gericht op het coördineren van de

3 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

❖

❖

verschillende hubs-initiatieven en op de afstemming met het samenwerkingsprogramma deelmobiliteit. o Daarnaast wordt binnen de landelijke aanpak mobiliteitstransitie ingezet op het ontwikkelen van gezamenlijke uitgangspunten voor gedragsaanpakken en de digitale ontsluiting van datagedreven diensten en toepassingen die bijdragen aan optimalisaties in het mobiliteitssysteem. Dit laatste in verbinding met de separate uitwerking van het Dutch Metropolitan Innovations (DMI) en in samenhang met de afspraken tussen Rijk en G40-gemeenten over de uitwerking van het door de G40 aangeboden ’uitvoeringsprogramma mobiliteitsvernieuwing voor slimme, duurzame verstedelijking’). o IenW onderzoekt tevens samen met de regio, met de ervaringen uit de provincie Zeeland, de mogelijkheden om publiek vervoer landelijk te introduceren. Tevens neemt het Rijk in het kader van de landelijke aanpak mobiliteitstransitie het initiatief om te komen tot een raamwerk voor monitoring en evaluatie van de maatregelen/thema’s om zo meer zicht te krijgen op de (structurele) effecten. Ook de kennis over kansen en effectiviteit, opgedaan in eerdere programma’s, wordt ingezet. De binnen de landelijke aanpak mobiliteitstransitie ontwikkelde principes en uitgangpunten kunnen, waar aan de orde, worden toegepast bij de uitwerking van en besluitvorming over (toekomstige) afspraken tussen Rijk en regio.

Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gemaakte afspraken over de mobiliteitspakketten in het kader van de ontsluiting woningbouw, de opgaven voor de vervoerssector, en bij de besluitvorming over de eventuele alternatieve aanwending van restbudgetten in het kader van de Herprioritering MF.

4.

Programma Woningbouw en Mobiliteit ❖ Rijk en regio stellen vast dat het programma Woningbouw en Mobiliteit, zoals afgesproken in het BO Leefomgeving 2022, BO MIRT 2022 en BO Leefomgeving 2023 op schema ligt. ❖ Conform het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit vindt vanaf 2024 jaarlijks een voortgangsrapportage plaats. Deze maakt zoveel mogelijk gebruik van bestaande informatiestromen. ❖ Rijk en regio stemmen de opzet van de voortgangsrapportage de komende maanden verder af.

5.

Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) ❖ Rijk en regio spreken af de Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) in het vervolg als basis/kapstok te gebruiken voor de nadere uitwerkingen van criteria voor de selectie van fietsprojecten (afweegkader). ❖ Het afweegkader zal door het Rijk gebruikt worden voor de verdeling van de per 2024 beschikbare structurele rijksmiddelen om bij te dragen aan een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes. ❖ Rijk en regio streven naar een eerste besluitvorming in de Bestuurlijke Overleggen MIRT van 2024 op basis van het afweegkader over welke fietsprojecten wel/niet cofinanciering krijgen. ❖ Het Rijk bereidt daarom een traject voor ter waarde van vooralsnog € 18 mln. om in 2024 te investeren in de cofinanciering in doorfietsroutes. ❖ Het is goed om besluitvorming over projecten, vanwege de administratieve lasten, niet ieder jaar voor € 6 mln. te laten plaatsvinden, daarom is het streven iedere drie jaar voor een bedrag van vooralsnog € 18 mln. vanuit het Rijk in doorfietsroutes te investeren. Smart Mobility ❖ Vanuit meerwaarde voor verkeersveiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid en de verplichting via Europese wetgeving is structurele inzet op smart mobility urgent en noodzakelijk voor het rijk, de provincies, gemeentes en waterschappen.

We zitten in een overgangsfase van incidentele financiering naar een noodzaak tot structurele financiering. Het rijk, provincies, gemeentes en waterschappen spreken af: o Dat ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid structureel de benodigde middelen inzet voor beheer en exploitatie vanaf 2025. Voor nieuwe taken en rollen

6.

4 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

treden rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in overleg over de inzet en verdeling van middelen. Op het MF zijn geen vrije middelen. o De ambitie is om dit voorstel uiterlijk in het voorjaar van 2024 gereed te hebben zodat hierover voor wat betreft de middelen voor IenW bij de voorjaarbesluitvorming 2024 definitief besloten kan worden. o Gezamenlijk incidenteel middelen in te zetten voor innovatie en onderzoek vanaf 2025. o Voor overbruggingsjaar 2024 verkennen we de doelmatige inzet van resterende middelen voor Smart Mobility uit de afspraken van het BO MIRT 2022. o Dat bestaande financiële afspraken over hubs en deelmobiliteit hiermee niet worden aangepast of ter discussie gesteld. o Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat organiseert een bestuurlijke bijeenkomst om samen met provincies, gemeenten en waterschappen sturing te geven aan Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). ❖ Bovenstaande afspraken gelden voor de volgende thema’s en om ook in de toekomst op samen te werken: o Verantwoorde Introductie Automatisch Vervoer, zowel ADS (automated driving systems) als ADAS (advanced driver assistence systems); o Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). Het DSM zorgt voor een geordend en samenhangend systeem van landelijke en lokale digitale voorzieningen, standaarden, gegevens, databronnen en afspraken over (gebruik van) mobiliteitsdata.

Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) speelt hierin een faciliterende rol, zowel in het faciliteren van de structurele samenwerking tussen de verschillende overheden alsook in het faciliteren van de samenwerking tussen overheid en markt te faciliteren om tot goede reis-, route- en beleidsinformatie te komen. o Opschalen deelmobiliteit, voor de diverse modaliteiten; o Opschalen mobiliteitshubs om o.a. de ketenverplaatsingen te faciliteren. 7.

1

Milieueffectrapportage ❖ Conform de toezegging aan de Eerste Kamer, is het instrument milieueffectrapportage geagendeerd in de BO’s MIRT 2023.1 ❖ Rijk, waterschappen en regio onderschrijven het belang van de milieueffectrapportage als waardevol instrument in de besluitvorming over ruimtelijke projecten. ❖ Informatiebehoefte op het gebied van milieueffectrapportage kan worden ingebracht bij IenW.

Kamerstuk 34 287, R

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

5

Regio Noord-Nederland 1.

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl: Friese bruggen ❖ Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om eind 2023 voor de 5 Friese bruggen een maatwerkaanpak per brug te hebben. ❖ Het streven is om eind 2023 de verkenning voor Oude Schouw en Uitwellingerga af te ronden met een voorkeursalternatief (draaibrug 7.40m met twee doorvaartopeningen) en deze zo snel als mogelijk te realiseren. ❖ Rijk en regio spreken af om voor beide bruggen scenario’s op te stellen voor het geval de bruggen vooruitlopend op de vervanging verder moeten worden afgeschaald en bespreken deze scenario’s met de Omgeving. ❖ De gemeente Súdwest-Fryslân overweegt het indienen van een financieringsvoorstel voor een aquaduct voor Uitwellingerga. ❖ Indien voor eind 2023 dit financieringsvoorstel door de gemeente wordt ingediend dan maken Rijk en regio afspraken over het vervolgproces. ❖ Het streven is om eind 2023 zicht te hebben op de uitkomst van de onderhandelingen over het financieringsvoorstel en het overdragen van de bruggen Spannenburg, Kootstertille en Schuilenburg aan de provincie Fryslân.

2.

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl: Groningse bruggen ❖ Het Rijk en gemeente Groningen streven ernaar om eind 2023 een gedeeld beeld te hebben over de hoogte en oorzaak van de kostenstijging voor het aanleggen van de Paddepoelsterbrug. ❖ Vervolgens kan vanuit een gezamenlijk inzicht een kostenverdeling worden gemaakt, waarbij de motie van de gemeenteraad van Groningen wordt betrokken. Partijen streven ernaar dit in het voorjaar 2024 te hebben afgerond. ❖ Rijk en de gemeente herbevestigen de afspraak onderzoek te doen naar een alternatieve verbinding tijdens de bouw van de nieuwe Gerrit Krolbrug (waarbij zowel de mogelijkheden van de bouw van een tijdelijke brug als tijdelijke aanpassing van de Busbaanbrug worden onderzocht). ❖ Rijk en de gemeente Groningen herbevestigen de afspraken uit het BO Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl van 13 december 2021 over de prioriteitsvolgorde van de aanpak van bruggen. Bij de begrotingsbehandeling in 2023 zijn daar middelen voor drie Friese bruggen aan toegevoegd. Dit betekent dat de Busbaanbrug in de prioriteitsvolgorde als laatste van de 8 bruggen uit fase 2 wordt aangepakt als er nieuwe middelen beschikbaar zijn voor de Hoofdvaarweg.

3.

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl: sluiscomplex Farmsum ❖ In het kader van het programma Vervanging en Renovatie is door RWS een Regioanalyse voor het Sluiscompex Farmsum uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het vanwege veiligheid noodzakelijk is om op korte termijn enkele zaken op te pakken. Hiervoor wordt een zogenaamde planfasestudie uitgevoerd. ❖ In de planfase wordt onderzoek gedaan naar de technische en functionele aspecten, naar de toekomstbestendigheid, naar welke regionale ontwikkelingen relevant zijn om mee te nemen en of het nodig is om de vervanging naar voren te halen. ❖ Rijk en de provincie Groningen spreken af dat RWS de provincie en de omgeving bij onderdelen van de planfase van sluiscomplex Farmsum betrekt. ❖ Deze planfase wordt naar verwachting in 2025 afgerond waarna het Rijk een besluit neemt over het vervolg.

4.

Start MIRT onderzoek N33 Appingedam – Eemshaven, incl. oeververbinding ❖ Met de kabinetsreactie ‘’Nij Begun’’ stelt het Rijk in totaal € 395 mln. (incl. btw) taakstellend beschikbaar voor de verbreding van de N33 Midden van Zuidbroek –

6 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

❖ ❖

❖

❖

❖ ❖

❖ ❖

5.

2 3

Appingedam (€ 145 mln.) en de verbreding van de N33 Noord van Appingedam – Eemshaven inclusief realisatie van een oeververbinding (€ 250 mln.).2 Rijk en regio constateren dat het borgen van samenhang tussen deze twee projecten en de studie in het kader van vervanging en renovatie van de Eelwerderbrug essentieel is. Partijen zijn het erover eens, dat voor een doorstart van de N33 Midden inzicht in de verkeerskundige aspecten van de N33 Noord, waaronder de relatie hoofdwegennet (HWN) en onderliggend wegennet (OWN) alsook invulling van de oeververbinding (beweegbare brug of een 2 keer 2 rijstroken aquaduct) randvoorwaardelijk is. Rijk en regio besluiten daarom tot het starten van een MIRT-onderzoek voor de N33 Noord incl. oeververbinding en spreken af om zo snel als mogelijk toe te werken naar een doorstart van de N33 Midden. Binnen het MIRT-onderzoek wordt in ieder geval onderzoek gedaan naar de opgave, de ruimtelijke economische ontwikkeling, meerdere alternatieven en oplossingen alsook verkeerskundige inzichten, relatie HWN/OWN, inzicht in de totale kosten alsook de kosten voor een aquaduct en een beweegbare brug, samenhang met de Eelwerderbrug alsook andere infrastructuur (o.a. buisleidingen).

Daarnaast zal het MIRT-onderzoek ook ingaan op de stikstofopgave, duurzaamheidskansen, maatschappelijke kosten/baten, het principe bodem en water sturend, kansen en risico’s inclusief het in beeld brengen van versnellingsopties voor het vervolg. Partijen spreken af dat waar mogelijk de verkregen informatie en inzichten uit het MIRTonderzoek benut zullen worden in de vervolgfase(n). Rijk en regio maken nog nadere afspraken over de governance, invulling van de projectorganisatie, planning, fasering en participatie. Deze vormen onderdeel van een gezamenlijk op te stellen plan van aanpak. Partijen streven ernaar het plan van aanpak uiterlijk het eerste kwartaal van 2024 vast te stellen. Hiertoe maken partijen mensen en middelen vrij. De studiekosten voor het MIRT-onderzoek worden door het Rijk bekostigd. Het MIRT-onderzoek dient te resulteren in het opleveren van een rapport alsook de benodigde beslisinformatie, zodat partijen tijdens het BO MIRT van 2025 een startbeslissing kunnen nemen.

Spoorknooppunt Zwolle – Meppel ❖ Rijk en regio erkennen het belang en de urgentie van de aanpak van het spoorknooppunt Zwolle – Meppel, en erkennen dat de bij amendement in 2023 beschikbaar gestelde € 35 mln. incl. btw niet voldoende is om alle door de regio gewenste maatregelen voor de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel aan te pakken, in het bijzonder met betrekking tot de overwegen. ❖ Afgesproken is dat ProRail in een brede verkenning de versnellingsmogelijkheden inzichtelijk maakt en in beeld brengt wat al op korte termijn zou kunnen worden gedaan om de robuustheid van het netwerk te verbeteren. ❖ In opdracht van het Rijk brengt ProRail ook in kaart wat nodig is voor het laten rijden van een 3e en 4e intercity om invulling te geven aan de onlangs aangenomen motie Van der Graaf c.s.3 ❖ Onderzocht wordt onder andere of de 3e en 4e intercity’s technisch en qua infrastructuur inpasbaar zijn. ❖ Rijk en regio spreken af in het eerste kwartaal van 2024 door te spreken over de onderzoeken en de mogelijke inpassing van de 3e en 4e intercity’s. Besluitvorming is voorbehouden aan het volgende kabinet.

❖ In het kader van de nieuwe Hoofdrailnetconcessie zegt het Rijk toe dat de doelen uit de ontwerpconcessie over de voorwaarden die betrekking hebben op: ‘de frequentie en het afstemmen van het volume op de vervoervraag door de concessiehouder’ voorafgaand aan gunning wordt besproken met de regio.

Kamerstuk 35 561, nr. 17 Kamerstuk 29 984, nr. 1162

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

7

6.

MIRT-onderzoek HRMK-brug ❖ Rijk en regio nemen kennis van de conclusies van het voorbereidend onderzoek naar vervanging van de HRMK-spoorbrug. ❖ Rijk en regio spreken af aanvullend en verdiepend onderzoek te doen naar vervanging van de HRMK-spoorbrug door een spooraquaduct, alvorens een startbeslissing te kunnen nemen. ❖ Rijk en regio spreken een verdeelsleutel af voor de kosten van het aanvullende en verdiepende onderzoek naar analogie van de momenteel gereserveerde budgetten bij Rijk en regio, waarbij het Rijk 75% en de regio 25% voor haar rekening neemt. ❖ Op basis van de uitkomsten van het verdiepend onderzoek worden er in het BO MIRT 2024 nadere afspraken gemaakt over het al dan niet nemen van een startbeslissing.

7.

Regionaal grensoverschrijdend spoor: Emmen – Rheine ❖ Het Rijk en de provincie Drenthe onderschrijven de ambitie tot realisatie van een reizigersdienst tussen Coevorden en Neuenhaus, zoals afgesproken in het BO MIRT van 2020 en de internationale intentieverklaring die op 26 september 2022 is ondertekend. ❖ Rijk en provincie concluderen dat de kosten van het project hoger uitvallen dan destijds voorzien. ❖ Rijk en provincie spreken af de gestegen kosten in beeld te brengen en zetten zich in voor een gezamenlijke oplossing voor eind 2023.

8.

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Groningen – Assen ❖ Rijk en regio hebben het ontwikkelperspectief Groningen – Assen besproken en voorzien dat het ontwikkelperspectief in de eerstvolgende stuurgroep Groningen-Assen ter definitieve instemming wordt geagendeerd. Provincies en gemeenten leggen het ontwikkelperspectief desgewenst daaraan voorafgaand ter instemming voor aan hun colleges. Na instemming dragen partijen zorg voor het informeren van raden en staten. ❖ Rijk en regio nemen kennis van de in de stuurgroep Groningen – Assen van 20 oktober 2023 gemaakte afspraak dat in het proces van toewerken naar de uitvoeringsagenda voor het NOVEX-gebied wordt bezien in hoeverre ruimtelijke voorstellen en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke arrangementen tussen provincie en Rijk aanleiding geven voor actualisatie van het ontwikkelperspectief.

9.

Programma Veilig, Slim en Duurzaam: Noord-Nederland ❖ Rijk en regio investeren € 5 mln. incl. btw voor 2024 in het integrale maatregelenpakket in het kader van het programma Veilig, Slim en Duurzaam. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 2,5 mln. incl. btw (ontvanger: RGA). Hiermee geven rijk en regio invulling aan de reservering die zij op het BO MIRT van 2022 gemaakt hebben. o Rijk en regio werken samen aan de stakeholdersaanpak (onderwijs-, werkgevers- en hinderaanpak) t.b.v. het verlichten van de hyperspits door samenwerking met onderwijsinstellingen, onder andere door inzet op e-learning, spreiden van onderwijstijden en slim roosteren. Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (in het kader van het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit) en op rustigere tijden te reizen door meer thuiswerken en beter spreiden van reizen over de dag en over de week en door gebruik te maken van deelmobiliteit. Rijk en regio reserveren € 3.690.780 incl. btw in de stakeholdersaanpak. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1.845.390 incl. btw (voor maatregelen provincies Drenthe, Fryslân, Groningen Bereikbaar, Campus Groningen en gemeente Achterkarspelen (namens ANNO-gemeenten).

o Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om 100.000 extra forenzen op de fiets te krijgen. Rijk en regio reserveren € 661.870 incl. btw (voor de provincies Drenthe, Fryslân, Groningen) voor fietsstimulering. Het Rijk draagt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 330.935 incl. btw.

8 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

Rijk en regio investeren € 381.150 incl. btw voor de logistieke aanpak. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 190.575 incl. btw. (voor provincies Groningen, Drenthe, Fryslân en gemeente Leeuwarden) o Rijk en regio investeren € 266.200 incl. btw voor deelmobiliteit in Noord Nederland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 133.100 incl. btw (voor de provincies Groningen, Drenthe, Fryslân). Rijk en regio spreken af dat er minimaal eens per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren. o

❖

4

10.

Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: A28 afrit 37 De Punt ❖ Het Rijk heeft kennisgenomen van het verzoek van de provincie Drenthe om de beschikbaar gestelde € 3 mln. (incl. btw) voor aanpak van het knelpunt A28, afrit 37 De Punt anders te besteden. Partijen zijn hiertoe in overleg getreden. ❖ Partijen spreken gezamenlijk af dat deze middelen besteed zullen worden aan de uitvoering van maatregelen die bijdragen aan doorstroming of verbetering van verkeersveiligheid op het raakvlak van het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet. Dat de regio hetzelfde bedrag beschikbaar stelt als cofinanciering en de maatregelen snel uitvoerbaar zijn. ❖ Op basis hiervan spreken partijen af in totaal € 6 mln. (incl. btw), waarvan € 3 mln. (incl. btw) rijksbijdrage, aan te wenden aan de volgende drie maatregelen: o Rotonde westelijke kruising A28 aansluiting 37 en de Groningerstraat; o Rotondes bij de kruisingen A28 aansluiting 29 en de N855; o Rotonde zuidelijke kruising A37 aansluiting 4 en de N376. ❖ De provincie Drenthe draagt zorg voor de uitvoering van de maatregelen. Naar verwachting zijn de maatregelen eind 2025 gereed.

11.

Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: A28 afrit 38 Haren ❖ Rijk en regio constateren dat het gezamenlijke budget van € 2 mln. onvoldoende is om een toekomst vaste oplossing te realiseren bij het knelpunt A28 afrit 38 Haren. ❖ Partijen hebben andere alternatieve knelpunten in beeld gebracht op het raakvlak van het hoofdwegennet en onderliggend wegennet. Gelet op de beschikbare middelen en tijdige realisatie lijkt de aanpak van zowel de noordelijke als de zuidelijke afrit op de A7 afrit 34 Leek het meest kansrijk. ❖ De provincie Groningen neemt het voortouw om partijen waaronder de gemeente Westerkwartier en Rijkswaterstaat te betrekken bij de verdere uitwerkingen van de plannen voor het knelpunt A7 afrit 34. ❖ Rijk en de provincie Groningen spreken af om uiterlijk tijdens het BO MIRT van 2024 tot definitieve afspraken te komen over de inzet van de taakstellende rijksbijdrage van € 1 mln. (incl. btw). De regio stelt voor de aanpak van dit knelpunt minimaal dezelfde omvang cofinanciering beschikbaar. ❖ Rijk, provincie en de gemeente Groningen spreken af om met elkaar in overleg te treden om andere kansrijke en toekomstvaste maatregelen in beeld te brengen voor de aanpak van knelpunt A28 afrit 38 Haren.

12.

Ontsluiting Groningen Airport Eelde ❖ Bij de vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2023 is het amendement van de leden Koerhuis en Van der Molen aangenomen en is taakstellend € 6,5 mln. incl. btw beschikbaar voor de ontsluiting van Groningen Airport Eelde.4 ❖ Rijk en de provincie Drenthe zijn in overleg getreden over de beschikbaar gestelde € 6,5 mln. (incl. btw) voor de realisatie van weginfrastructuur rondom Groningen Airport Eelde. ❖ Het budget voorziet in de aanleg van een verkeersveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo en een verkeersveilige aansluiting op de Burgemeester J.G. Legroweg door middel van een rotonde.

Kamerstuk 36 200-A, nr. 54

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

9

❖

De provincie Drenthe ziet toe op de uitwerking van de plannen waaronder een doelmatige besteding van de taakstellende Rijksbijdrage. De verwachting is dat rond de zomer van 2024 de plannen verder zijn uitgewerkt, op basis waarvan partijen verdere afspraken kunnen maken tijdens het BO MIRT van 2024.

13.

A28 Amersfoort – Zwolle – Hoogeveen pakket Rijksmaatregelen ❖ In het BO MIRT 2020 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over een maatregelenpakket voor verbetering van de verkeersveiligheid en daarmee ook de doorstroming op de A28 Amersfoort – Zwolle en Zwolle – Hoogeveen. ❖ Door capaciteitstekort bij RWS is het projectteam pas onlangs gestart met de uitwerking van de Rijksmaatregelen, gebruik makend van door de provincie Drenthe aangeboden personele capaciteit tegen vergoeding van de kosten. ❖ Door de opgetreden vertraging in de uitwerking van de maatregelen wordt in het vierde kwartaal van 2026 gestart met de realisatie.

14.

Station Groningen Suiker ❖ In het BO MIRT 2022 is door het Rijk vanuit het Programma Woningbouw en Mobiliteit een maximum van € 88,6 mln. incl. btw gereserveerd voor de BOV- en investeringskosten voor de realisatie van Station Suiker en de benodigde spoormaatregelen. ❖ De regio draagt als initiatiefnemer € 43,1 mln. excl. btw bij. ❖ De regio heeft ProRail opdracht gegeven een projectplan op te stellen voor een verkenning. ❖ Rijk en regio zijn in gesprek om nadere afspraken te maken over de governance en het dagelijks opdrachtgeverschap van ProRail voor de verkenningsfase. ❖ De kosten van de verkenning neemt het Rijk voor haar rekening en deze zullen worden bekostigd uit de gereserveerde € 88,6 mln. De kosten zullen op een later moment worden verrekend met de regio. Hierbij wordt een verdeelsleutel naar analogie van de momenteel gereserveerde budgetten aangehouden.

15.

NOVEX-gebied Regio Zwolle ❖ In 2022 hebben Rijk en regio ingestemd met de koers en ontwikkelprincipes van de verstedelijkingsstrategie “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta”. Afgesproken is deze verstedelijkingsstrategie te hanteren als richtinggevend kader voor de integrale verstedelijkingsopgave van de regio Zwolle tot 2040. De strategie borgt dat de opgave van ten minste 50.000 nieuwe woningen tot 2040 integraal wordt opgepakt met de rand voorwaardelijke opgaven voor klimaatadaptatie, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en leefbaarheid. ❖ In het NOVEX-gebied regio Zwolle bouwen Rijk en regio in 2023 en de jaren erna voort op de uitwerking van de regionale sponsstrategie, de mobiliteitsstrategie, Stedelijk Zwolle, de stationsomgevingen middelgrote kernen. ❖ De Ruimtelijk-Economische Bouwsteen Regio Zwolle is eind 2023 gereed voor besluitvorming in de regio en vormt samen met de Verstedelijkingsstrategie (aangevuld met mogelijke dilemma’s voor de toekomst) het Ontwikkelperspectief voor de Regio Zwolle tot 2040.

10 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

Regio Zuidwest-Nederland 1.

Herprioritering Mobiliteitsfonds – Projecten regio Zuidwest A4 Haaglanden – N14 ❖ Partijen erkennen het nationale en regionale belang van het project A4 Haaglanden – N14, spreken af dat het project gehandhaafd blijft in het MIRT-overzicht en zullen in 2024 met elkaar in gesprek gaan over wat er nodig is voor het herstarten van het project (in elk geval stikstofruimte, budget en personele capaciteit bij Rijkswaterstaat) en wat partijen hiervoor zullen ondernemen. ❖ Het feit dat de provincie momenteel de N211 verbreedt naar 2x3 rijstroken, terwijl de verbreding van de A4 ter plaatse wordt gepauzeerd, maakt dat partijen – op grond van de eerder gemaakte afspraken over deze aansluiting en in lijn met het Bestuursakkoord van 2012 – in gesprek treden over de vraag welke maatregelen getroffen moeten worden om de verkeersdoorstroming op de N211, de A4 en de aansluiting van de N211 op de A4 (Harnaschknoop) te waarborgen. Partijen realiseren zich daarbij dat budget, stikstofruimte en personele capaciteit bij Rijkswaterstaat beperkende factoren zijn. ❖ Rijk en regio zullen in de eerste helft van 2024 afspraken maken over de hoogte van het restbudget A4 Haaglanden – N14 en de aanwending daarvan voor mitigerende maatregelen op basis van een afweegkader. Daarbij zullen ook de thema’s sluipverkeer en mobiliteitstransitie betrokken worden.

❖ In relatie tot mobiliteitstransitie spreken partijen af dat de plannen op en rond de Oude Lijn (vallend onder MoVe) onverminderd doorgang zullen vinden, omdat de Oude Lijn in dezelfde corridor ligt als de gepauzeerde A4 Haaglanden – N14. A15 Papendrecht – Gorinchem ❖ Partijen – de minister van IenW en de gedeputeerde van Zuid-Holland, mede namens de gemeenten grenzend aan het tracé en waterschap Rivierenland – spreken in het kader van het door de minister genomen besluit tot het tijdelijk ‘pauzeren’ van de MIRTverkenning A15 Papendrecht – Gorinchem (A15 PaGo) het volgende af: ❖ Partijen erkennen het nationale en regionale (waaronder de Drechtsteden, Alblasserwaard, Gorinchem en de wijde omgeving daarvan) belang van de A15, beseffen dat de regionale bereikbaarheid, gezondheidssituatie, economie, werkgelegenheid, maatschappelijke voorzieningen en sociale verbanden verstrengeld zijn met deze levensader en zijn ervan doordrongen, dat de A15 een onmisbare corridorsfunctie vervult door de directe verbinding tussen de Rotterdamse en het Duitse (en Europese) achterland. De MIRT-verkenning A15 PaGo blijft gehandhaafd in het MIRT-overzicht.

❖ Partijen concluderen op basis van de uitkomsten van de MIRT-verkenning tot op heden, dat er sprake zal zijn van negatieve effecten, als extra capaciteit op de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem wordt toegevoegd zonder maatregelen te nemen aan knooppunt Gorinchem. Partijen concluderen tevens dat deze negatieve effecten tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht. Hiervoor is echter aanvullend onderzoek nodig. Knooppunt Gorinchem wordt om die reden toegevoegd aan het projectgebied van de MIRT-verkenning A15 PaGo. ❖ Partijen zijn van mening dat zij in voldoende mate zijn meegenomen in de resultaten onderliggende onderzoeken, die tot nu toe in het kader van de MIRT-verkenning zijn uitgevoerd, waaronder ook de haalbaarheidsonderzoeken naar de N216, het Kanaal van Steenenhoek en de zuidelijke ligging bij Hardinxveld-Giessendam, alsmede het aanvullend onderzoek naar het knooppunt Gorinchem. De uitkomsten van deze onderzoeken zullen bij de toekomstige herstart van de MIRT-verkenning A15 PaGo dienen als vertrekpunt.

❖ Partijen spreken – onder voorbehoud van uitkomsten van toekomstig onderzoek bij herstart van de MIRT-verkenning – op basis van de huidige inzichten uit de MIRTverkenning A15 PaGo een bestuurlijke voorkeur uit voor het volgende tracé: verbreding van het tracé naar 2x3 rijstroken met vluchtstroken, in combinatie met het realiseren van een weefvak (in beide richtingen) tussen Papendrecht en Sliedrecht en nog nader te bepalen maatregelen aan knooppunt Gorinchem, eventueel aangevuld maatregelen op het vlak van Smart Mobility en/of Mobiliteitsmanagement (variant 3++). Deze bestuurlijke

11 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

❖

❖

❖

❖

❖

afspraken kunnen worden aangevuld met nog nader te bepalen maatregelen ten behoeve van besluitvorming in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 2024 op het gebied van Smart Mobility, Verkeersmanagement en/of Mobiliteitsmanagement, binnen de budgettaire kaders (het deel van het restbudget dat kan worden ingezet hiervoor). Partijen realiseren zich daarbij dat er geen sprake is van een voorkeursbeslissing in de zin van de Tracéwet (na het doorlopen van de voorgeschreven inspraakprocedure), maar dat er sprake is van een bestuurlijke voorkeur, omdat er niet voldoende budget en stikstofruimte beschikbaar is om de voorkeursbeslissing te kunnen nemen en de MIRTplanuitwerking te starten. Partijen – de minister van IenW en de gedeputeerde van Zuid-Holland, mede namens de gemeenten grenzend aan het tracé – zijn voornemens om op basis van de bovenbeschreven bestuurlijke afspraken de benodigde ruimte voor de ingrepen aan A15 als uitgangspunt te nemen voor verdere planvorming. Partijen zullen op korte termijn overleg voeren over de mogelijkheden hiertoe en zullen op basis daarvan afspraken maken over het vrij houden van de waarschijnlijk benodigde ruimte voor de A15, waaronder de maximale duur van de ruimtereservering.

Partijen hebben de ambitie dat deze bestuurlijke voorkeur voor variant 3++ zoals hiervoor genoemd niet wordt belemmerd door realisatie van de opgaven voor vervanging en renovatie zoals hierna genoemd. Partijen realiseren zich dat het Kanaal van Steenenhoek een dwangpunt is dat bij elk alternatief opgelost moet worden, omdat voor de realisatie van de 3e rijstrook in de A15 ter plaatste dit kanaal zal moeten worden versmald. Het Kanaal van Steenenhoek is het meest benedenstrooms gelegen gedeelte van het Lingesysteem. Door de versmalling ontstaat een wateraanvoer- en waterafvoerprobleem, als gevolg van de verbreding van de A15. Tegelijkertijd is er sprake van een opgave bij het waterschap Rivierenland als het gaat om de waterafvoer in het gehele Lingesysteem voor de toekomst. Hier zal bij voorkeur voorafgaand aan de herstart van de MIRT-verkenning A15 PapendrechtGorinchem aanvullend onderzoek naar moeten plaatsvinden. Enerzijds om te voorkomen dat dit onderzoek de planning van deze MIRT-verkenning na het herstarten gaat beïnvloeden. Anderzijds om de informatie te vergaren om de opgaven te combineren en het kunnen overeenkomen van een billijke kostenverdeling tussen IenW en het waterschap als de opgaven gecombineerd kunnen worden.

Het waterschap zal dit onderzoek in de komende jaren gaan uitvoeren en zal hiervoor de benodigde personele capaciteit ter beschikking stellen (inclusief externe inhuur). De minister van IenW zal de externe onderzoekskosten (inhuur adviesbureaus) dragen tot een maximum van € 2 mln. De gedeputeerde van Zuid-Holland zal het provincieaandeel van € 28 mln. van de totale regionale bijdrage van € 30 mln., zoals verwoord in de BO MIRT afspraak van 7 december 2017, niet inzetten voor mitigerende maatregelen en behoudt zich tevens de mogelijkheid voor deze middelen anders in te zetten, om te voorkomen dat gelden op de plank blijven liggen die mogelijk elders wel effect kunnen resulteren in permanente oplossingen. De minister van IenW zal van het restbudget van € 104 mln. (beschreven in de Kamerbrief ‘Herprioritering Mobiliteitsfonds/MIRT’ van 19 september 2023) in principe € 88 mln. aanwenden voor het toekomstvast realiseren van de opgaven op het gebied van vervanging en renovatie op het tracé, die deel uitmaakten van de scope van de MIRTverkenning A15 Papendrecht – Gorinchem. Het resterende bedrag van in principe € 16 mln. kan worden aangewend voor mitigerende maatregelen met het doel de bereikbaarheid en verkeersdoorstroming op peil te houden aan de hand van een afweegkader en een groslijst.

Over de inhoudelijke invulling hiervan maken partijen nadere afspraken aan de hand van de groslijst die provincie en regiopartijen hebben opgesteld. Partijen erkennen dat hiermee niet voldoende impact zal kunnen worden gegenereerd om de bereikbaarheid en verkeersdoorstroming op peil te houden. Mede in het licht van de zeer forse filedruk die, vanwege de renovatie van de Van Brienenoordbrug in de A16, op korte termijn voor de gehele regio dreigt te ontstaan, spreken partijen af om, aan de hand van de groslijst die provincie en regiopartijen hebben opgesteld, een aanvullend pakket samen te stellen, waarvan naar oordeel van partijen een substantieel effect op bereikbaarheid en de verkeersdoorstroming mag worden verwacht. Het nieuwe kabinet

12

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

zal moeten besluiten over enerzijds de verdeling van het restbudget van € 104 mln. en anderzijds het aanvullende pakket. 2.

Zuid-Holland Bereikbaar ❖ Rijk en regio spreken af dat alle bij Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB) betrokken partijen zich inspannen om de financiële problematiek van Zuid-Holland voor het jaar 2024 (zo veel als mogelijk) éénmalig gezamenlijk op te lossen. ❖ Het Rijk reserveert hiervoor maximaal € 1 mln. incl. btw, onder de voorwaarde van een financiële bijdrage vanuit de regio conform de voor de budgetten van 2024 overeengekomen verdelingsafspraken. ❖ Definitieve vaststelling van de omvang van het voor 2024 extra bij te passen bedrag alsmede de verdeling hiervan over de betrokken partijen vindt plaats in de bestuurlijk Stuurgroep ZHB van 16 november 2023. ❖ Rijk en regio zullen in 2024 het functioneren van ZHB evalueren. Daarbij wordt ook de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken en de mate waarin invulling kan worden gegeven aan detachering vanuit de samenwerkende moederorganisaties bezien. Op basis hiervan maken Rijk en regio op het BO MIRT van 2024 nadere afspraken over (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar vanaf 1 januari 2025.

3.

Midden-Zeelandroute ❖ Het Rijk neemt interdepartementaal (BZK, EZK, LNV en IenW) deel aan de scenariostudie ‘Toekomstvisie Midden-Zeelandroute’ en het vervolg erop. De resultaten van deze studies worden geagendeerd voor het BO MIRT 2024 ter besluitvorming over het vervolgtraject. Afhankelijk van de resultaten kan het starten van een MIRT-onderzoek een optie zijn.

4.

Bereikbaarheid Zuidwest Walcheren Vlissingen (A58 – N288 Sloeweg) ❖ Rijk en regio bespreken de resultaten van de studie naar de bereikbaarheidsopgave Zuidwest Walcheren Vlissingen (A58 – N288 Sloeweg) eerst in het DO MIRT van 2024 en daarna in het BO MIRT van 2024.

5.

Gezamenlijke hinderaanpak Zeeland ❖ Rijk en regio spannen zich het komende jaar in om tot een concreet voorstel te komen voor de inrichting van de gezamenlijke regionale hinderaanpak, passend bij de regionale vervangings- en renovatieopgave aan de hoofd(vaar)wegeninfrastructuur in en rondom Zeeland en bespreken de resultaten op het BO MIRT 2024.

6.

A20 Nieuwerkerk aan den IJssel – Knooppunt Gouwe ❖ De minister van IenW en de gedeputeerde van Zuid-Holland spreken af dat zij in gesprek treden zodra de eerste resultaten van het stikstofonderzoek voor de A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Knooppunt Gouwe (de benodigde stikstofruimte voor dit project en het verkrijgen daarvan) beschikbaar zijn. ❖ Partijen spreken af dat zij onder andere op basis van de definitieve resultaten van het stikstofonderzoek, de benodigde stikstofreductie voor natuurverbetering en het verkrijgen van de benodigde stikstofruimte voor andere urgente opgaven in Zuid-Holland (waaronder de PAS-melders) bespreken vanuit ieders bevoegdheden en plichten. In de afweging worden ook de projecteffecten op het onderliggend wegennet (o.a. N219/N457) meegenomen.

7.

Programma Woningbouw en Mobiliteit – Projecten regio Zuidwest ❖ Rijk en regio stellen vast dat de MIRT-verkenning Oude Lijn, MIRT-project Stadsbrug Rotterdam, MIRT-project CID Binckhorst, de regionale planuitwerking RandstadRail Metronet en de regionale verkenning Bus Rapid Transit Leiden-Zoetermeer op schema liggen. ❖ Rijk en regio stellen vast dat ze samen moeten blijven werken aan deze complexe opgave met de wederkerigheid tussen de bouw van de grootschalige NOVEX woningbouwlocaties

13 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

in bestaande leefomgeving en de schaalsprong in mobiliteit om de bereikbaarheid van de nieuwe en bestaande locaties op orde te houden.

8.

9.

NOVEX Zuidelijke Randstad ❖ Rijk en regio nemen kennis van de tussenversie van het ontwikkelperspectief NOVEX Zuidelijke Randstad, dat uitwerking geeft aan de opgave om te komen tot een toekomstbestendige ontwikkeling van de Zuidelijke Randstad als metropool. Deze ontwikkeling is gericht op het maken van een kwaliteitssprong voor het gebied, waarbij groei wordt benut om binnenstedelijk een kwaliteitssprong te maken. Deze tussenversie omvat een aanzet tot gezamenlijke opgaven voor de volgende thema’s: o leefbare woonmilieus; o duurzaam bereikbaar; o groen in en om de stad; o toekomstbestendige economie; o energietransitie; o klimaatadaptatie. ❖ Rijk en regio spreken af dat zij toewerken naar een vastgesteld ontwikkelperspectief met een bijbehorende uitvoeringsagenda bij het BOL 2024, en dat zij in de vervolguitwerking naar het definitieve ontwikkelperspectief de onderwerpen gezondheid, groen in en om de stad en economie nog verder uitwerken en een (stevigere) plek geven in het ontwikkelperspectief. NOVEX Rotterdamse Haven ❖ De in NOVEX-verband samenwerkende partijen spreken af: ❖ Samen te blijven optrekken om de transitie van de Rotterdamse haven vorm te geven, met elk een eigen verantwoordelijkheid en eigen sturingsinstrumenten.

❖ Het ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Rotterdamse haven eind 2023/begin 2024 door de partners in het NOVEX-gebied vast te laten stellen als richtinggevend voor de verdere uitwerking in een uitvoerings- en investeringsagenda. ❖ Het in 2023 ingerichte strategisch omgevingsmanagement, om omgevingspartijen (gemeenten, maar ook het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) zo goed mogelijk te betrekken, en in 2024 voort te zetten. ❖ Het ontwikkelperspectief in enkele vervolgtrajecten verder uit te werken zoals onder andere: o Een uitwerking van de benodigde fysieke- en milieuruimte en anderzijds de sturing op het gebruik van deze schaarse (milieu)ruimte tegen de achtergrond van de beperkt beschikbare ruimte in de Rotterdamse haven en de ruimtevraag die de transitie vraagt. o De ammoniakketen (transport, opslag, overslag, kraken) in relatie tot veiligheid, stikstofdeposities, en andere ruimtevragende opgaven zoals de woningbouw. o Een gebiedsgerichte oplossing voor de stikstofproblematiek die momenteel een knelpunt vormt voor de versnelling van de transitie van de haven. o Een oplossing voor de netcongestie in de haven, wat nu een rem zet op de verduurzaming van industrie en logistiek. o De relatie tussen een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de (milieu)ruimte voor de haven.

❖ De partners in het NOVEX gebied brengen de komende periode gezamenlijk de financiële gevolgen van het ontwikkelperspectief in beeld om te komen tot een juiste balans in de opgaven van het NOVEX gebied. Dit zal de basis vormen voor de investeringsagenda die voor het NOVEX-gebied zal worden opgesteld.

14 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

10.

Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland ❖ Per 1 januari 2024 start Zeeland met de voorbereiding van een pilot publiek vervoer in Zeeland die volledig operationeel wordt op 15 december 2024. De basis hiervoor zijn de Regionale Mobiliteitsstrategie en het implementatieplan publiek vervoer Zeeland. ❖ Vanwege de landelijke reikwijdte investeert IenW € 6 mln. incl. btw in een systeem om publiek vervoer in Zeeland én landelijk mogelijke te maken. Zeeland investeert hiernaast minimaal hetzelfde bedrag in publiek vervoer.

11.

Rotonde N57 – Gapingseweg Serooskerke ❖ RWS Zee en Delta voert samen met de regio een herijking uit van het in 2018 uitgevoerde onderzoek op basis van huidige intensiteiten en raming op basis van huidige prijspeil. De uitkomsten daarvan worden door Rijk en regio besproken. Vervolgafspraken worden voorgelegd in het DO MIRT van 2024.

12.

Voorne-Putten en Havens ❖ Tijdens het BO MIRT 2022 zijn afspraken gemaakt tussen Rijk en regio over realisatie van 14 maatregelen op en om Voorne-Putten Haven Rotterdam, waarbij de financiering grofweg gelijkelijk verdeeld is tussen Rijk en regio. ❖ Regio is druk doende de gemaakte afspraken na te komen, zowel qua financiering als qua realisatie. ❖ Aan Rijkszijde is vooralsnog geen zicht op financiering en (stikstof)capaciteit en daarmee realisatie. ❖ Partijen wijzen nogmaals op de onderzochte en bewezen verkeersdruk van en naar het gebied. De omvangrijke VenR-opgave in de regio zorgt nu reeds voor een zware verkeersdruk in het gebied en de naderende openstelling van de Blankenburgverbinding zal de druk op het netwerk in dit gebied verhogen. ❖ Daarom wordt door alle partijen opnieuw gewezen op de urgentie van uitvoering van het bewezen kosten- en resultaat-efficiënte maatregelenpakket. ❖ Partijen blijven de voortgang monitoren. Maatregel

1. Aanpassen Harmsenknoop met tapersamenvoeging A15 2. Verbreding N57 tot aan Nieuweweg 3. Rotonde N57/Nieuweweg ongelijkvloers (incl. extra poot kruising N57/Nieuweweg) 4. Bypass rotonde N57/N497 5. Kruispunt N218/N494 aanpassen 6. Hartelkruis 2 rijstroken richting A15 Botlek-tunnel 7. Kruispunt Hartelweg/N218 extra opstelstroken 8. Doortrekken fietsroute langs Hartelweg (incl. fietsbrug) 9. Groene Kruisweg richting Spijkenisse 3 rijstroken 10. Opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis Zuidland - Spijkenisse 10. Opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis Zuidland - Spijkenisse

Ingeschatte kosten (prijspeil 2020) € 12 mln.

Verantwoordelijke partij(en) voor financiering

€ 28,1 mln. € 22,7 mln. € 0,4 mln. € 8 mln.1 € 1,5 mln.

Rijk Rijk, gem. Hellevoetsluis,2 gem. Brielle,2 (waterschap) Rijk PZH PZH

€ 9,3 mln.

PZH

€ 9,6 mln.1

MRDH, gem. Nissewaard, PZH PZH

€ 1,7 mln. € 8 mln.

€ 8 mln.

Rijk

MRDH, PZH, gem. Nissewaard, gem. Hellevoetsluis,2 (waterschap) MRDH, PZH, gem. Nissewaard, gem. Hellevoetsluis,2 (waterschap)

15 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

11. (Studie naar) rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/Brielle Maasvlakte 12. Extra vrijliggende busbanen Spijkenisse 13. Studie naar verbetering OV tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam (i.r.t. concessie)

€ 13 mln.

beperkt i.r.t. infrakosten

MRDH, (HbR)

14. Studie naar buslijn via Blankenburgtunnel (pilot, i.r.t. concessie)

beperkt i.r.t. infrakosten € 115 mln.

MRDH, (HbR)

Totaal

13.

€ 0,7 mln.

MRDH, gem. Hellevoetsluis,2 gem. Brielle,2 gem. Westvoorne,2 (waterschap) MRDH, gem. Nissewaard

1 Dimensionering/invulling afhankelijk van nader onderzoek 2 De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn op 1-1-2023 gefuseerd tot de gemeente Voorne-aan-Zee Draaiend houden ringen Rotterdam/Den Haag ❖ Het beschikbare budget van € 300 mln. (middelen voor de ontsluiting van woningbouwlocaties vanuit het Coalitieakkoord) voor het draaiende houden van de ringen wordt conform de afspraken BO’s MIRT najaar 2022 ingezet voor de ringen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam/Den Haag en Eindhoven. De inzet kent 5 werksporen: 1. Smart Mobility I/informatie: effectiever informeren van de reiziger pré-trip en on-trip via in-car informatie over met name verkeershinder en routering; 2. Smart Mobility II/Incidentmanagement: verminderen van de effecten van ongeplande verstoringen door een snellere start en afhandeling van incidentmanagement in combinatie met in-car veiligheidswaarschuwingen (preventie, detectie, diagnose, aanrijden, afhandeling); 3. Verkeersmanagement: betere benutting van het bestaande netwerk met behulp van investeringen in verkeersmanagementsystemen; 4. Kleine infrastructurele maatregelen, zoals buffercapaciteit op-/afritten, betere inrichting van knooppunten en toeritdosering, enerzijds ter vergroting van de effecten van Smart Mobility en Verkeersmanagement en anderzijds ter verbetering van kleine onvolkomenheden in het netwerk; 5.

De netwerkoptimalisaties ring Eindhoven, conform het pakket waarover met de regio is besloten in het BO MIRT najaar 2022. ❖ Het aantal en soort maatregelen kan verschillen per ring, de regionale verdeling van de gelden in de BO’s MIRT najaar 2022 blijft het uitgangspunt. ❖ De werksporen 1 t/m 4 worden in de komende maanden met de regio (regionale overheden, regionale wegbeheerders) nader ingevuld en uitgewerkt. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het basiskwaliteitsniveau (BKN). Het doel is om te komen tot een pakket van afspraken tijdens het BO Leefomgeving van medio 2024 over de realisatie van concrete maatregelen, passend binnen deze werksporen en de beschikbare capaciteit van RWS. ❖ De werksporen 1, 2 en 3 kennen een aanzienlijke landelijke component (veel investeringen in Smart Mobility en Verkeersmanagement dienen landelijk plaats te vinden, ook als regionale effecten worden beoogd), aangevuld met regionale componenten. De invulling van werkspoor 4 is enerzijds afhankelijk van de invulling van de andere werksporen en anderzijds van de lokale situatie. ❖ Vooral voor de werksporen 1 en 2 geldt dat ingezet moet worden op intensivering van de publiek-private samenwerking met onder meer de dienstverleners op het gebied van mobiliteit.

Vooral voor werkspoor 3 geldt dat ingezet moet worden op intensivering van de publiek-publieke samenwerking (vooral tussen de wegbeheerders), onder meer om te komen tot optimalisatie van de verkeersbegeleiding over de netwerken (landelijk, regionaal en lokaal) met behulp van regelscenario’s en de daarvoor benodigde afspraken, data-uitwisseling en investeringen in Verkeersmanagementsystemen.

16 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

14.

OV-verbinding Breda – Gorinchem – Utrecht ❖ Rijk en regio constateren dat er nog altijd een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitssprong op de OV-verbinding Breda – Gorinchem – Utrecht. Daarmee bevestigen Rijk en regio de ingezette koers voor zowel de ‘hink’ (korte termijn tijdens werkzaamheden A27), de ‘stap’ (middellange termijn; na afronding van de werkzaamheden A27) als de ‘sprong’ (lange termijn; richting 2040). De uitwerking is ingewikkelder dan gedacht en besluitvorming wordt voorzien bij het BO MIRT 2024. ❖ In de uitwerking wordt onderzocht hoe met een adaptieve ontwikkelstrategie de ambities in tijd en regionale samenhang financierbaar en programmeerbaar zijn. Dit resulteert mogelijk ook in het naar voren trekken van een aantal maatregelen zoals bijvoorbeeld de hub langs de A2 bij Vianen. ❖ Rijk en regio stellen vast dat er nog geen zicht is op de impact van de werkzaamheden A27 op het huidige OV. Dit inzicht wordt de komende periode verwacht; waarna de Taskforce Minder Hinder OV op de A27 zal bekijken of aanvullende maatregelen ten gunste van het OV nodig en mogelijk zijn.

15.

Bodegravenboog ❖ in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die oproept om een bod van de regio voor de Bodegravenboog (het volledig maken van de aansluiting A12/N11) serieus te bezien en in overleg met de provincie en gemeente een routekaart op te stellen om binnen drie jaar een veilige ongelijkvloerse fietsoversteek over of onder de op- en afritten van de N11 bij Bodegraven te realiseren. ❖ Rijk en regio erkennen het belang van een goede verkeersdoorstroming op de A12, de N11 en de aansluiting A12/N11 en erkennen tevens dat de financiële middelen voor het realiseren van de Bodegravenboog bij beiden ontbreken. ❖ Rijk en regio spreken af dat de provincie, met betrokkenheid van IenW, het gewenste wegontwerp van de aansluiting (eindbeeld) zal laten ontwikkelen. De betrokkenheid van IenW betreft met name het toetsen van het wegontwerp en de kostenraming. Op basis van het eindbeeld kan de provincie een veilige fietsverbinding/-oversteek ter plaatse laten ontwerpen, passend binnen dit eindbeeld. A4 Burgerveen – N14 Fietsroute ❖ In het BO MIRT 2022 is in het kader van maatregelen Fiets A4 Burgerveen door het Rijk € 2,67 mln. incl. btw toegekend. De regionale inzet is € 6,46 mln. incl. btw. ❖ De start van een deel van de werkzaamheden is uitgesteld naar 2026.

❖ Rijk en regio dienen op het BO MIRT 2025 de afspraak uit het BO MIRT 2022 te herbevestigen in verband met de gestelde termijn van de aanvraag voor middelen vanuit het Rijk op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023-2027. ❖ Afgezien van de langere looptijd van de uitvoering en betaling verandert de afspraak uit 2022 niet.

16.

17 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023

Regio Noordwest-Nederland 1.

Herprioritering Mobiliteitsfonds – Projecten regio Noordwest A28/A1 knooppunt Hoevelaken ❖ Rijk en regio herbevestigen de urgentie van een snelle realisatie van het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken en het belang voor de landelijke en regionale bereikbaarheid, conform de afspraken uit de bestuursovereenkomst, de aanvullend gemaakte bestuurlijke afspraken in de regio Amersfoort en het Ontwerptracébesluit. ❖ Het Rijk start het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken zo snel mogelijk weer op, gegeven de prioriteit van dit project, zodra er voldoende stikstof-, financiële en personele ruimte voor dit project beschikbaar is. ❖ Het Rijk blijft gedurende de pauzestand van het project A28/A1 Knooppunt Hoevelaken verantwoordelijk voor het nakomen van de wettelijke verplichtingen (bijvoorbeeld geluidsscherm Baanweg te Terschuur) en de instandhouding van het hoofdwegennet binnen het projectgebied A28/A1 Knooppunt Hoevelaken (bijvoorbeeld vervanging Arkervaartbrug en kunstwerk A1/Amersfoortsestraat). Het Rijk hanteert als uitgangspunt bij instandhoudings- en vernieuwingsmaatregelen dat deze zoveel als mogelijk conform het Ontwerptracébesluit A28/A1 knooppunt Hoevelaken toekomstvast worden gerealiseerd en onderzoekt met de regio of er meekoppelkansen zijn. ❖ Rijk en regio treden op korte termijn in overleg over de hoogte van het restbudget van het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken.

❖ De bereikbaarheid, de leefbaarheid en de woningbouwopgave in de regio Amersfoort staat zodanig onder druk dat Rijk en regio zich samen inspannen om te onderzoeken welke maatregelen er vooruitlopend op de realisatie van het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken gerealiseerd kunnen worden. In het BO MIRT 2024 wordt het resultaat van dit onderzoek in samenhang met de U Ned Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 ter besluitvorming voorgelegd. ❖ Rijk en regio stemmen deze maatregelen concreet af op de mobiliteitsmaatregelen ten behoeve van het realiseren van de woningbouwopgave in de Woondeal regio Amersfoort (waaronder kern Hoevelaken) en NOVEX Spoor- en A1-zone. ❖ Rijk en regio spreken af om in de komende periode de ontwikkelingen op het gebied van de woningbouw en mobiliteit (auto, OV en fiets) in de regio actief te monitoren en indien nodig maatregelen te definiëren ten dienste van de opgave op bereikbaarheid, leefbaarheid en woningbouw. De rapportages worden jaarlijks gedeeld met de bestuurlijke partners voorafgaand aan het BO MIRT. ❖ Rijk en regio treden in overleg over het uitvoeren van de maatregelen, de monitoring en de mogelijke inzet van het restbudget voor het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken van het Rijk en de regionale bijdrage en maken hierover uiterlijk in het BO MIRT 2024 afspraken.

In het BO MIRT 2022 is de afspraak gemaakt dat in de U Nedprogrammalijnen Kortetermijnaanpak en Aanpak 2030 No Regret-maatregelen worden gedefinieerd. De afspraken in het BO MIRT 2024 worden afgestemd met de uitkomsten van deze U Ned-studies. A27 knooppunt Eemnes-Zeewolde ❖ Rijk en regio herbevestigen dat het traject A27 Eemnes – Zeewolde in de komende periode en vanaf 2030 een belangrijk mobiliteitsknelpunt vormt mede door de ruimtelijke (waaronder woningbouw) en economische ontwikkelingen in Flevoland. De dorpskernen Blaricum, Eemnes, Laren en Huizen ondervinden hiervan hinder door sluipverkeer. ❖ Rijk en regio spreken af om in de komende jaren de ontwikkelingen op het gebied van economie en woningbouw en (auto)mobiliteit in en vanuit Almere en Flevoland te blijven volgen. Dit gebeurt via de afgesproken monitor (binnen het MIRT-proces) die in 2024 op het BO MIRT terugkomt en uitgangspunten en mogelijkheden te bespreken van een toekomstige MIRT-verkenning A27 knooppunt Eemnes – Zeewolde en andere oplossingen voor de bereikbaarheidsopgave in Flevoland en ondervonden hinder in Noord-Holland. De staat van onderhoud van de Stichtse bruggen is op dit moment niet urgent in het kader van het programma vervanging en renovatie en wordt gemonitord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e315d33e-a56c-4f9a-af91-9156d2c9e9d7