[23bb008030] Bijlage behorende bij 23bb008027 over Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6, 7 en 9 november 2023
Tekst van het document
18 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
❖
Het Rijk start het project A27 knooppunt Eemnes - Zeewolde richting een MIRTverkenning zo spoedig mogelijk weer op zodra er voldoende stikstof, financiële en personele ruimte beschikbaar is.
2.
Regio alternatief TB A27/A12 Ring Utrecht ❖ Zoals eerder aan de Tweede Kamer aangegeven kan, indien het regioalternatief gelijkwaardig is, het Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht worden gewijzigd. ❖ Rijk en regio spreken af dat besluitvorming over de activering van het in het kader van de Herprioritering Mobiliteitsfonds gepauzeerde project Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) plaatsvindt in samenhang met besluitvorming over het regioalternatief.
3.
NOVEX-gebieden en Economie NOVEX-gebied Schiphol: luchtruimherziening en 4e naderingspunt Schiphol ❖ Rijk en regionale partijen herbevestigen de eerder gemaakte afspraak, dat bespreekpunten die gaan over de relatie Schiphol (luchtvaart) in relatie met de ruimtelijke ontwikkelingen en leefbaarheidseffecten in de Schipholregio worden besproken in de Bestuurlijke Regie Schiphol. ❖ Het Rijk is voornemens om, zoals in het Bestuurlijk Overleg Luchtvaart van d.d. 19 juni 2023 besproken, de provincies te vragen een gebiedsadvies uit te brengen. In het gebiedsadvies zal de provincie Utrecht in ieder geval het Ruimtelijk Voorstel Provincie Utrecht en de Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden Groene Hart, UtrechtAmersfoort en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (programma NOVEX) meenemen. Adaptief programma (Uitvoeringsagenda NOVEX) en Regionale Investeringsagenda NOVEXgebied Utrecht – Amersfoort ❖ Rijk en regio onderschrijven de methode van adaptief programmeren en regionale investeringsagenda en spreken af dit in 2024 verder inhoudelijk te laden en uit te werken. ❖ Rijk en regio spreken af twee onderzoeken voor de regio Amersfoort op te starten: Het gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone’ en de ‘Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort’. Bij het gebiedsonderzoek zijn de ministeries van BZK, IenW, EZK, LNV en Defensie betrokken.
❖ Rijk en regio spreken af om het adaptief programma te benutten voor trajecten in de breedte van de opgaven uit het ontwikkelperspectief zowel binnen als buiten U Ned, zoals trajecten gericht op de programmering van energienetwerk, bedrijventerreinen en de groenblauwe opgave (Groen Groeit Mee). ❖ Rijk en regio spreken in het kader van het programma Groen in en om de stad af een onderzoek op te starten voor groen/blauw in het Kromme Rijn Linielandschap, aan de oostkant van Utrecht, in samenhang met de toekomstige ontwikkelingen voor natuur en recreatie. Resultaten van dit onderzoek worden zo mogelijk betrokken bij de op te stellen businesscase Groen in en om de Stad. De uitkomsten van deze businesscase worden geagendeerd in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noordwest van 2024. Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied MRA ❖ Rijk en regio bevestigen dat groenblauwe structuren een separaat ontwikkeldoel is en onderzoeken hoe dit beter gepositioneerd kan worden en welke (onderzoeks)maatregelen en structurende keuzes hiervoor moeten worden genomen. ❖ Rijk en regio werken de groen/blauwe maatregelen verder uit voor de Uitvoeringsagenda NOVEX MRA in het BO Leefomgeving Noordwest 2024 om te komen tot concrete afspraken (financiering, uitvoering). ❖ Aan de hand van een redeneerlijn gebaseerd op regionaal en nationaal beleid zal daarbij een keuze worden gemaakt uit deze maatregelen.
❖ Regio en Rijk werken samen aan een voorstel voor pilots in zowel de bestaande bebouwde omgeving als nieuwbouw om tot investeringsmodellen te komen voor klimaatadaptatiemaatregelen in zowel de bestaande bebouwde omgeving als bij nieuwbouw. Hierbij wordt aangesloten bij de regionale en nationale trajecten die al lopen en het Nationaal Deltaprogramma.
19 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
Noodzaak versnelde aanpak netcongestie i.v.m. grote impact op wonen, werken, energietransitie en mobiliteitstransitie ❖ Rijk en regionale partijen in landsdeel Noordwest spreken af om via de provinciale energyboards en eventueel Bestuurlijk Overleg MIEK uitwerking te geven aan de voorstellen uit de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 18 oktober 2023 om de huidige, en vooral ook de vanaf 2026 te verwachten, grote knelpunten op het elektriciteitsnetwerk op te lossen. ❖ Utrecht wil graag zo snel mogelijk aan de slag met onorthodoxe maatregelen in de aanpak van netcongestie. Via de relevante Energyboards treden de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland in overleg met het ministerie van EZK over de mogelijkheden om een pilot met deze maatregelen te starten. Nationaal Programma Ruimte voor Economie ❖ Rijk en regio spreken af dat ze de komende maanden een realistische uitvoeringsagenda voor de NOVEX-gebieden uitwerken en daarin een goede wisselwerking behouden met de verdere inhoudelijke ontwikkeling van het ontwikkelperspectief, inclusief voldoende ruimte voor economie. 4.
Programma Woningbouw en Mobiliteit – Projecten regio Noordwest Ruimtelijke Strategische Verkenning (RSV) Almere Pampus ❖ In het MRA DO Oostflank van 31 maart 2023 is de Propositie Ruimtelijke Strategische Verkenning (RSV) Almere Pampus vastgesteld. Daarmee is draagvlak verkregen voor de gezamenlijke aanpak van gemeente Almere en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) om tot een RSV Almere Pampus te komen en de bekostiging hiervan. De geraamde kosten van € 7 mln. zijn toegezegd door het ministerie van BZK. ❖ De gemeente Almere en het RVB hebben daarna de wijze van samenwerken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) die op 19 juli 2023 is ondertekend. ❖ De uitdaging om dit te realiseren is groot en vraagt van alle partijen urgentie en inzet. RVB en gemeente Almere werken daarbij gelijkwaardig samen; ieder vanuit zijn eigen rol en taak. In het verlengde hiervan is afgesproken dat het ministerie van BZK, als beleidsopdrachtgever, in samenwerking met de overige rijkspartijen actief zal bijdragen. Doel van het RSV is om een goed beeld te krijgen van de ontwikkelkansen van Almere Pampus en de daarvoor benodigde ontsluiting.
❖ Samengevat ligt de focus bij deze overeenkomst op het opstellen van een RSV Almere Pampus dat de afgesproken ambities realiseert, financieel haalbaar is en gereed is voor besluitvorming in zowel de gemeenteraad van Almere als het BO MIRT in het najaar van 2024. Partijen werken daarbij gelijkwaardig samen; ieder vanuit zijn eigen rol en taak. Pakketten maatregelen Ringen Amsterdam en A12 Ring Utrecht ❖ Het beschikbare budget van € 300 mln. (middelen voor de ontsluiting van woningbouwlocaties vanuit het Coalitieakkoord) voor het draaiende houden van de Ringen wordt conform de afspraken uit het BO MIRT 2022 ingezet voor de ringen Amsterdam, Utrecht, Den Haag/Rotterdam en Eindhoven. De inzet kent 5 werksporen: 1. Smart Mobility I/informatie: effectiever informeren van de reiziger pré-trip en on-trip via in-car informatie over met name verkeershinder en routering; 2. Smart Mobility II/Incidentmanagement: verminderen van de effecten van ongeplande verstoringen door een snellere start en afhandeling van incidentmanagement in combinatie met in-car veiligheidswaarschuwingen (preventie, detectie, diagnose, aanrijden, afhandeling); 3. Verkeersmanagement: betere benutting van het bestaande netwerk met behulp van investeringen in verkeersmanagementsystemen; 4.
Kleine infrastructurele maatregelen, zoals buffercapaciteit op-/afritten, betere inrichting van knooppunten en toeritdosering, enerzijds ter vergroting van de effecten van Smart Mobility en Verkeersmanagement en anderzijds ter verbetering van kleine onvolkomenheden in het netwerk; 5. De netwerkoptimalisaties ring Eindhoven, conform het pakket waarover met de regio is besloten in het BO MIRT najaar 2022.
20
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
Het aantal en soort mobiliteitsmaatregelen verschilt per ring, de regionale verdeling van de gelden in het BO MIRT 2022 blijft het uitgangspunt. ❖ De werksporen 1. t/m 4. worden in de komende maanden met de regio (regionale overheden, regionale wegbeheerders) nader ingevuld en uitgewerkt. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het basiskwaliteitsniveau (BKN). Het doel is om te komen tot een pakket van afspraken tijdens het BO Leefomgeving van medio 2024 over de realisatie van concrete maatregelen, passend binnen deze werksporen en de beschikbare capaciteit van Rijkswaterstaat. ❖ De werksporen 1, 2 en 3 kennen een aanzienlijke landelijke component (veel investeringen in Smart Mobility en Verkeersmanagement dienen landelijk plaats te vinden, ook als regionale effecten worden beoogd), aangevuld met regionale componenten. De invulling van werkspoor 4 is enerzijds afhankelijk van de invulling van de andere werksporen en anderzijds van de lokale situatie. ❖ Vooral voor de werksporen 1 en 2 geldt dat ingezet moet worden op intensivering van de publiek-private samenwerking met onder meer de dienstverleners op het gebied van mobiliteit.
Vooral voor werkspoor 3 geldt dat ingezet moet worden op intensivering van de publiek-publieke samenwerking (vooral tussen de wegbeheerders), onder meer om te komen tot optimalisatie van de verkeersbegeleiding over de netwerken (landelijk, regionaal en lokaal) met behulp van regelscenario’s en de daarvoor benodigde afspraken, data-uitwisseling en investeringen in Verkeersmanagementsystemen. 5.
NOVEX-gebied MRA/Programma SBaB Ruimtelijk economische aanpak Almere/Oostflank ❖ Rijk en regio spreken af voor de langjarige Rijk-regio samenwerking op de Ruimtelijk Economische Aanpak Almere/Oostflank de volgende gremia te benutten: o Voor de triple helix-samenwerking op de Groeiagenda Tech & Transitie het periodieke Rijk-regio overleg van de Regio Deal Nieuw Land, waarbij naast sturing op de uitvoering van de Regio Deal dit overleg ook de aanvraag via de departementale route voor de volgende ronde van het Groeifonds voorbereidt. o Voor Rijk-regiosamenwerking inzake bedrijventerreinen het Rijk-regio overleg NOVEX MRA en het Programma Ruimte voor Economie. o Voor Rijk-regiosamenwerking inzake de huisvesting van rijksinstellingen het Bestuurlijk Overleg Rijk-regio Strategische Agenda Flevoland. ❖ De resultaten van de Ruimtelijk Economische Aanpak Almere/Oostflank zullen als onderdeel van integrale verstedelijking verder aan bod komen in de rijk-regio samenwerking in Programma Almere 2.0 en NOVEX MRA. Ook wordt verbinding gelegd met de Strategische Innovatie Agenda MRA en de Strategische Agenda Flevoland.
Meerjarenprogramma Mobiliteitsgedrag SBaB 2024-2030 ❖ Op basis van de in de Programmaraad gemaakte afspraken in het kader van het Meerjarenprogramma Mobiliteitsgedrag SBaB 2024-2030 samen met andere partners zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en vervoerbedrijven invulling te geven aan gedragsprincipes van het MTB. Met als doel het optimaal en duurzaam benutten van het hele mobiliteitssysteem, het afremmen van de mobiliteitsgroei (o.a. thuiswerken) en het spreiden van de mobiliteit over de tijd (spitsmijden) en over de verschillende modaliteiten via een doelgroepenaanpak, waaronder een werkgeversaanpak; ❖ Daarbij maximaal € 2,7 mln. ter beschikking te stellen voor de uitvoering van activiteiten in 2024. Dit bedrag bestaat uit een maximale Rijksbijdrage van € 1,35 mln. en een maximale regiobijdrage van € 1,35 mln. Alle bedragen zijn incl. btw, zowel van het Rijk, als de regio. ❖ De Programmaraad SBaB te mandateren voor de daadwerkelijke toekenning van middelen naar projecten en start uitvoering. Dit op basis van overeenstemming tussen Rijk en regio over het door het betreffende project opgesteld Plan van Aanpak en definitieve opdracht voor gedragsmaatregelen in 2024.
21 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
6.
NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort/Programma U Ned Kortetermijnaanpak/Goedopweg ❖ Het Rijk draagt voor de Kortetermijnaanpak (Goedopweg) U Ned in het jaar 2025 maximaal € 2,4 mln. incl. btw bij, op basis van een gelijke financiële bijdrage vanuit de regio (verdeelsleutel van 50/50). Dit onder voorbehoud van akkoord van raden en staten. ❖ Rijk en regio streven ernaar om uiterlijk bij het BO MIRT 2024 vervolgafspraken over Goedopweg te maken voor de periode tot en met 2030. Ontwikkelperspectief ‘Gezond groeien in nabijheid’ ❖ Rijk en regio onderschrijven het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort “Gezond groeien in nabijheid” als basis voor verdere uitvoering. MIRT-verkenning OV en Wonen ❖ Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van de MIRT-verkenning OV & Wonen en spreken af toe te werken naar een voorkeursbesluit voor de MIRT-verkenning OV & Wonen. MIRT-onderzoek A12 in samenhang met Rijnenburg ❖ Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van het MIRT-onderzoek A12 in samenhang met Rijnenburg en spreken af toe te werken naar structurerende keuzes op het BO MIRT van 2024.
Regiopoorten ❖ Rijk en regio agenderen in 2024 een Ontwikkelstrategie Regiopoorten – regiopoorten zijn locaties welke opgenomen zijn in het Ontwikkelperspectief ‘Gezond groeien in nabijheid’ op basis waarvan verdere afspraken en vervolgstappen worden gemaakt ten aanzien van verstedelijking, inclusief bijbehorende condities en randvoorwaarden. Regionale parkeerhubs ❖ Rijk en regio besluiten in het programma U Ned in 2024 te komen tot een voorstel voor circa 2 uitgewerkte regionale parkeerhubs per snelwegcorridor voor het NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort. Aanpak 2030 ❖ Rijk en regio spreken af dat het de inzet is om op het BO MIRT 2024 over de meest effectieve maatregelen van ‘aanpak 2030’ - kleinschalige multimodale mobiliteitsmaatregelen - afspraken te maken.
7.
NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Food Valley ❖ Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley, vastgesteld op het BO NOVEX ANF op 28 september jl., ligt nu en de komende weken voor bij de betrokken colleges. Rijk en regio spreken af dat dit de basis is voor verdere uitwerking naar een completere versie in 2024. Specifiek de transitie voor het landelijk gebied en natuurherstel zal de komende periode (op basis van onder andere structurerende keuzes van VLGG en UPLG) nog verder worden uitgewerkt. Hierbij wordt ook gekeken naar de keuzes die gemaakt moeten worden om de groen/blauwe verbindingen tussen stad en land te versterken ten behoeve van recreatie en klimaatadaptatie. Op het BO Leefomgeving van 2024 bespreken we de voortgang. Hierbij is het belangrijk om de wisselwerking en onderlinge afhankelijkheden tussen opgaven en keuzes in het landelijk gebied en verstedelijking (inclusief o.a. de programma’s Ruimte voor economie en Ruimte voor Defensie) te benoemen. ❖ Rijk en regio spreken af dat ze de komende maanden de uitvoeringsagenda verder uitwerken (en daarmee input leveren voor het opstellen van het ruimtelijk arrangement tussen Rijk en provincies) en daarin een goede wisselwerking behouden met de verdere inhoudelijke ontwikkeling van het ontwikkelperspectief. Daarvoor wordt het BO Leefomgeving in 2024 benut.
22 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
8.
NOVEX-gebied Regio Zwolle ❖ In 2022 hebben Rijk en regio ingestemd met de koers en ontwikkelprincipes van de verstedelijkingsstrategie “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta”. Afgesproken is deze verstedelijkingsstrategie te hanteren als richtinggevend kader voor de integrale verstedelijkingsopgave van de regio Zwolle tot 2040. De strategie borgt dat de opgave van ten minste 50.000 nieuwe woningen tot 2040 integraal wordt opgepakt met de randvoorwaardelijke opgaven voor klimaatadaptatie, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en leefbaarheid. ❖ In het NOVEX-gebied regio Zwolle bouwen Rijk en regio in 2023 en de jaren erna voort op de uitwerking van de regionale sponsstrategie, de mobiliteitsstrategie, Stedelijk Zwolle, de stationsomgevingen middelgrote kernen. ❖ De Ruimtelijk-Economische Bouwsteen Regio Zwolle is eind 2023 gereed voor besluitvorming in de regio en vormt samen met de Verstedelijkingsstrategie (aangevuld met mogelijke dilemma’s voor de toekomst) het Ontwikkelperspectief voor de regio Zwolle tot 2040.
9.
Derde perron Amsterdam Zuid ❖ Rijk, gemeente en vervoerregio hebben sinds het BO MIRT 2022 samen met ProRail en het NS-concern gewerkt aan afronding van de voorkeursbeslissing derde perron Amsterdam Zuid. Deze beslissing is door alle partijen samen opgesteld. ❖ De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de voorkeursbeslissing derde perron Amsterdam Zuid vastgesteld. ❖ De gemeente Amsterdam en de Vervoerregio Amsterdam streven ernaar nog in november op bestuurlijk niveau hun instemming met deze beslissing te betuigen. ❖ Prorail zal nog in 2023 opdracht verleend worden de volgende MIRT-fase, de planning- en studiefase, uit te voeren. Voor deze fase stellen de overheden € 22 mln. (prijspeil 2023, incl. btw) beschikbaar. De planning is dat in 2027 samen met het programma Zuidasdok afspraken gemaakt kunnen worden over inpassing van het project derde perron in de bouwstroom van Zuidasdok.
10.
OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer ❖ Rijk en regio constateren dat: o partijen in het BO MIRT Noordwest 2022 afspraken hebben gemaakt over het investeringspakket projecten Zuidasdok, Noord/Zuidlijn (OVAH), knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, derde perron Amsterdam Zuid, metroringlijn Amsterdam; o partijen beogen in 2025 een voorkeursbeslissing voor de OV-verbinding AmsterdamHaarlemmermeer (OVAH) te nemen; o de MIRT spelregels voorschrijven dat een planuitwerking enkel kan starten met voldoende zicht op financiering (van de Voorkeursbeslissing); o er sprake is van uitnames in verband met de Rijksbrede opgave en het project ZuidasDok, en de aanname is dat het project in de MIRT-verkenning zich ook nog nader ontvouwt; o de bewindspersonen van IenW gaan over de MIRT spelregels, en voorafgaand aan de voorkeursbeslissing, nu voorzien in 2025, bepalen of zij daarvan af willen wijken. ❖ Rijk en regio spreken af dat zij in gesprek blijven hoe om te gaan met het proces richting een voorkeursbeslissing in 2025 om ervoor te zorgen dat zij tijdig gezamenlijk duidelijkheid hebben over de volgende MIRT stap en hoe daarmee om te gaan. Dit gesprek zal spelen na de installatie van nieuwe bewindspersonen.
11.
Samenhang spoorprojecten ruit Amsterdam ❖ Rijk en regio constateren dat een aantal ontwikkelingen, zoals kostenstijgingen voor projecten, financiële opgaven bij het Rijk, achterblijvende reizigersgroei en personeelstekorten, de (tijdige) uitvoering van projecten onder druk zet. ❖ Voor het tijdig kunnen uitbreiden van de dienstregeling, waaronder de PHS-afspraken vragen drie hoofdrisico’s de aandacht: 1. Er is sprake van grote prijs- en markteffecten die onder andere veroorzaakt worden door tekorten aan personeel, materiaal en materieel bij NS, ProRail en/of bij
23
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
aannemers. De komende periode wordt een tijd van financiële krapte voorzien, die al zichtbaar is geworden in de Rijksbrede financiële opgave die is grotendeels gedekt met een uitname uit de budgetreservering voor de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer (OVAH / “doortrekken Noord/Zuidlijn”). 2. De risico’s op vertraging van projecten blijven aan de orde en worden vergroot door de financiële krapte. Tegelijk is sprake van achterblijvende reizigersgroei. Enerzijds geeft dit het risico dat wanneer de infrastructuur gereed is, de vervoerder alsnog geen extra treinen rijdt en de afgesproken productstap dus vertraagt. Anderzijds betekent die achterblijvende reizigersgroei dat er minder druk kan zitten op de oplevering van een enkele infrastructurele maatregelen als de productstap uitgesteld wordt, dit geldt voor de meeste maatregelen niet. 3. Inhoudelijk blijft de complexiteit van de opgaven op Amsterdam Centraal en in de hele regio onverminderd groot. De werkzaamheden voor de instandhouding en uitbreiding van de functionaliteit zijn voorzien terwijl de dagelijkse operatie doorgaat. Dit vraagt veel van vervoerders, beheerders en aannemers, maar betekent ook voor de reizigers dat zij met forse hinder rekening moeten houden. 12.
Programma Hoogfrequent Spoor Alkmaar – Amsterdam, spoorwegovergang Beverwijkerstraatweg Castricum ❖ Rijk en regio spreken af om gezamenlijk de spoorwegovergang Beverwijksestraatweg Castricum op termijn ongelijkvloers te maken, wanneer hiervoor voldoende juridisch en financieel perspectief is. In de tussentijd wordt Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) ingevoerd met een alternatief dienstregeling model. Dit wordt beschreven in het Tracébesluit PHS Alkmaar – Amsterdam. ❖ Rijk en regio constateren dat het niet gelukt is om voldoende maatregelen te vinden die extra treinen over de huidige gelijkvloerse spoorwegovergang mogelijk maken met voldoende veiligheidsgaranties. Voor een ongelijkvloerse oplossing zijn eerste ontwerpen gemaakt die maatschappelijk gevoelig liggen. Verder zijn de kostenramingen voor nu te hoog en zijn de varianten binnen de huidige context van het stikstofdossier niet uitvoerbaar.
13.
Spoorcorridor Utrecht – Foodvalley – Arnhem ❖ Rijk en regio zullen het MIRT-onderzoek corridor Utrecht – Foodvalley – Arnhem zo spoedig mogelijk opstarten, waarbij het door de provincies Gelderland en Utrecht en de rijksoverheid gezamenlijk opstellen van een Plan van Aanpak in lijn met de BO MIRTafspraak 2022 de eerste stap is.
14.
Bus Breda Gorinchem Utrecht ❖ Rijk en Regio constateren dat er nog altijd een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitssprong op de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht. Daarmee bevestigen Rijk en regio de ingezette koers voor zowel de ‘hink’ (korte termijn tijdens werkzaamheden A27), de ‘stap’ (middellange termijn; na afronding van de werkzaamheden A27) als de ‘sprong’ (lange termijn; richting 2040). De uitwerking is ingewikkelder dan gedacht en besluitvorming wordt voorzien bij het BO MIRT 2024. ❖ In de uitwerking wordt onderzocht hoe met een adaptieve ontwikkelstrategie de ambities in tijd en regionale samenhang financierbaar en programmeerbaar zijn. Dit resulteert mogelijk ook in het naar voren trekken van een aantal maatregelen zoals bijvoorbeeld de hub langs de A2 bij Vianen. ❖ Rijk en Regio stellen vast dat er nog geen zicht is op de impact van de werkzaamheden A27 op het huidige OV. Dit inzicht wordt de komende periode verwacht; waarna de Taskforce Minder Hinder OV op de A27 zal bekijken of aanvullende maatregelen ten gunste van het OV nodig en mogelijk zijn.
24 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
15.
Merwedekanaal Utrecht, Vaartsche Rijn en Catharijnesingel-Zuid ❖ Rijk, gemeente Utrecht en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden spreken af: ❖ Het gezamenlijke traject voort te zetten om te komen tot een overeenkomst over de overdracht van het eigendom, onderhoud en beheer van het Merwedekanaal, haar oevers en aangrenzende Rijkseigendommen binnen de gemeente Utrecht en de overdracht van het beheer van Vaartsche Rijn en Catharijnesingel-Zuid van het Rijk naar de gemeente en het waterschap. Uitgangspunt van de overdracht is dat deze plaats vindt in de huidige staat tegen een daarvoor nog vast te stellen overdrachtsvergoeding ter compensatie van het noodzakelijke en toekomstige onderhoud en de waarde van de over te dragen gronden en een vergoeding voor de over te dragen gebruiksrechten. ❖ Voor het bepalen van de overdrachtsvergoeding uit te gaan van de landelijk hiervoor vastgestelde methodes voor Brokx-nat, Brokx-droog en overige gronden met commerciële bestemming. ❖ Zich gezamenlijk in te spannen om conform het afgesproken stappenplan uiterlijk bij het BO MIRT 2024 te komen tot een afgewogen besluit over de overdracht van het Merwedekanaal, Vaartsche Rijn en Catharijnesingel-Zuid.
16.
Klimaatbestendige regio Amsterdam-Rijnkanaal – Noordzeekanaal ❖ Rijk en regio spreken af voor de governance van een klimaatbestendige regio AmsterdamRijnkanaal – Noordzeekanaal (ARK/NZK) op directeurenniveau het “afstemmingsnetwerk Centraal Holland" te gebruiken. Zo leggen Rijk en regio op het schaalniveau van ARK/NZK de juiste koppeling tussen de al beschikbare informatie over de werking van het watersysteem van ARK/NZK en de strategische, ruimtelijke of technische vraagstukken vanuit de bestaande besluitvormingsgremia en ruimtelijke processen.
17.
Dom-tot-Dam doorfietsroute ❖ Rijk en regio spreken, conform de toezegging van de staatssecretaris van IenW in het Commissiedebat MIRT van 5 juli 2023, af, dat op basis van een nadere uitwerking van het plan eind 2024 een besluit wordt genomen over het al dan niet realiseren van de Domtot-Dam doorfietsroute.
25 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
Regio Zuid-Nederland 1.
Brainport Eindhoven Multimodale Knoop ❖ Met de afspraken voor de Ruimtelijke Schaalsprong voor de Brainport in het BO MIRT van 2022 erkent het Rijk de unieke positie van de Brainportregio in Nederland. ❖ Dit onder meer door de substantiële bijdragen van private partijen aan die ruimtelijke schaalsprong, zowel voor extra woningbouw als een brede inzet op mobiliteit. ❖ Sinds het BO MIRT 2022 is door de regio en het Rijk overleg gevoerd over de gemaakte afspraken in het BO, specifiek ten aanzien van het in het BO MIRT 2022 beschreven bedrag van € 48 mln. voor de Multimodale Knoop. Die Multimodale Knoop is onderdeel van de MIRT-verkenning OV Knoop Brainport, waarin ook het verbeteren van de spoorse opgave wordt onderzocht. In het gevoerde overleg is duidelijk geworden dat private en publieke partijen in de regio een extra stap van het Rijk verwachten. ❖ IenW zal het verzoek van de regio om € 48 mln. bij te dragen nadrukkelijk onderdeel uit laten maken van de begrotingsvoorbereiding 2025. MIRT-verkenning OV Knoop Brainportregio ❖ Om de mobiliteitsgroei in het OV in de Brainportregio op te vangen zijn vorig jaar middelen vrijgemaakt voor de MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven. ❖ Rijk en regio hebben het plan van aanpak voor de MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven gezamenlijk vastgesteld. De uitvoering van de MIRT-verkenning is daarmee gestart.
Programmafonds Brainport Eindhoven ❖ Rijk en regio hebben de afgelopen maanden gewerkt aan de uitwerking van de BO MIRT afspraak uit 2022 over het programmafonds Eindhoven. De regio heeft parallel daaraan gewerkt aan het beschikbaar krijgen van de toegezegde private bijdragen. ❖ Voor het programmafonds Eindhoven is een notitie opgesteld waarin de uitwerking van de financiële afspraken en de doorwerking van het Plan van Aanpak Beheersing Programma Woningbouw en Mobiliteit staan beschreven. ❖ Rijk en regio spreken af de notitie over het programmafonds dit jaar af te ronden en aansluitend bestuurlijk afspraken met elkaar te maken over het programmafonds. Mobiliteitstransitie ❖ De afspraken in het kader van de mobiliteitstransitie uit de Brainportdeal worden voortgezet en verbreed naar de hele regio als uitwerking van samenhangende gebiedsgerichte meerjarige mobiliteitspakketten op basis van de ontwerpprincipes en uitgangspunten die zijn afgesproken in het Ontwikkelperspectief NOVEX stedelijk Brabant. Dit pakket wordt in 2024 geagendeerd op het BO MIRT (voor de verbreding van de A67 Leenderheide-Geldrop (zuid) heeft IenW € 24 mln. restbudget op de begroting staan). ❖ Voor het mobiliteitstransitiepakket worden stappen gezet in de voorbereiding en realisatie van fietsinfrastructuur, locatiekeuzes, eigenaarschap en ontsluiting van de hubs.
Er zijn diverse interventies ingezet om het gebruik van de fiets en OV te stimuleren via werkgevers. ❖ Op een drietal trajecten wordt gestart met het mogelijk maken van Bus op de Vluchtstrook. Een definitief ontwerp voor de kleine inframaatregelen op de A2/N2 en A50 wordt voorbereid. IenW, Rijkswaterstaat en de regio zijn in gesprek over de prioriteit die nodig is in de werkplanning, om uitvoering te geven aan de uitrol van ‘Bus op Vluchtstrook’ die de verkeersdrukte naar de campus van ASML zal verminderen. Vanuit IenW wordt hiervoor een separate opdrachtbrief aan Rijkswaterstaat verstrekt. HOV4 ❖ De raad van Eindhoven en het college van Veldhoven hebben het voorkeurstracé vastgesteld voor HOV4. Medio 2024 volgt er een inpassingsbesluit en een Voorlopig Ontwerp. Voor de studie naar de gebiedsvisie HOV4 vindt een gezamenlijke verkenning
26 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
plaats. Op basis van de resultaten van de studie wordt het participatietraject met de omgeving en belanghebbenden gestart. Tangent Brainportlijn ❖ De ontwerpstudie voor de Tangent Brainportlijn is afgerond. De aanbevelingen uit ontwerpstudie kunnen meegenomen worden in Netwerkstrategie Brainport Eindhoven (HWN/OWN), InnovA58 Tilburg – Eindhoven, de mobiliteitshubs en de planuitwerking HOV4. De ontwerpstudie is tevens basis voor een schetsontwerp van de infrastructuur (tracé) voor de tangent. Netwerkstrategie HWN/OWN ❖ De actualisatie van de netwerkstrategie Brainport HWN/OWN is gestart en de resultaten eind 2023 worden opgeleverd. Een besluit wordt voorbereid voor het BO MIRT 2024. Woningbouw Fellenoord ❖ De gemeente Eindhoven dient de aanvraag voor de regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur voor Fellenoord uiterlijk 10 december in. ❖ Voor de eerste ontwikkelende partijen zijn clusterpaspoorten uitgewerkt en deze worden de komende maanden vastgesteld. Werving van een directeur en leden RvC voor de entiteit gebiedsontwikkeling wordt momenteel afgerond. Helmond ❖ Voor het Ontwikkelplan Helmond Centrum+ (verstedelijkingsakkoord) wordt op basis van de uitkomsten het concept Ontwikkelperspectief met de partners toegewerkt naar (proces)afspraken in 2024.
❖ Zoals afgesproken in het Verstedelijkingsakkoord SGE stelt Helmond samen met Rijk (BZK, IenW) en in samenspraak met de provincie een visie en ontwikkelplan Helmond Centrum+ op om Helmond Centrum te ontwikkelen tot een natuurinclusief, klimaatadaptief, energieneutraal, bruisend en waar mogelijk gemengd centrummilieu, inclusief een aantrekkelijk voorzieningenniveau, een stedelijk werkmilieu (economische toplocatie) en een impuls te voorzien op sociaal gebied om de leefbaarheid te verbeteren en sociale tweedeling tegen te gaan. ❖ Voor het opstellen van de visie en ontwikkelplan Helmond Centrum+ zegt het ministerie van BZK een eenmalige bijdrage toe van € 100.000 (incl. btw). ❖ Voor de Zuidelijke ontsluiting Helmond vindt een update plaats van eerder onderzoek. ❖ Er wordt toegewerkt naar besluitvorming in 2024 over een maatregelenpakket Mobiliteitstransitie Helmond, oplossingsrichtingen en aanbevelingen voor lokale en provinciale wegen zoals N612, aansluiting Rochadeweg, N279, Houtsdonktracé, Kasteeltraverse, N270. Onderzoekskosten ❖ Op het BO MIRT van 2020 hebben Rijk (IenW en BZK), provincie Noord-Brabant en Eindhoven afgesproken om voor de uitwerkingen van het in 2020 opgeleverde MIRTonderzoek gezamenlijk € 3 mln. beschikbaar te stellen. ❖ Het Rijk draagt 33,3% van de kosten met een maximum van € 1 mln. (incl. btw). ❖ De IenW bijdrage is vastgesteld op €1.016.542 incl. btw.
❖ Rijk en regio spreken af dat: o IenW haar bijdrage middels de SPUK-regeling aan de gemeente Eindhoven zal uitkeren in 2024. o De provincie Noord-Brabant de overige bedragen via het Regio Mobiliteitsprogramma verrekent. o Rijk en regio bij het BO MIRT in 2024 nadere afspraken maken over de kosten en de verdeling hiervan voor de onderzoeken die plaatsvinden na het BO MIRT 2022.
27 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
2.
Programma SmartwayZ.NL Strategische heroriëntatie SmartwayZ ❖ Rijk en regio herbevestigen het door de Programmaraad SmartwayZ.nl op 5 oktober 2023 genomen besluit om het proces van heroriëntatie af te ronden. ❖ Rijk en regio bevestigen de koers dat SmartwayZ.nl de integrale tafel is voor het strategisch gesprek over bereikbaarheid in Zuid Nederland. Daarnaast werkt SmartwayZ.nl aan een multimodale agenda en werken Rijk en regio toe naar een nieuw werkprogramma 2024-2027 ter besluitvorming in de programmaraad december. ❖ Voor het jaarplan 2024 kan gebruik gemaakt worden van het beschikbare restbudget in het programma SmartwayZ.nl. Besluitvorming over scope, inrichting en benodigde financiering van het programma zal plaatsvinden najaar 2024. Multimodale agenda ❖ Rijk en regio spreken af om gezamenlijk een gebiedsgerichte multimodale agenda te ontwikkelen voor Zuid-Nederland. Deze agenda moet leiden tot een gedeeld beeld tussen Rijk en regio over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en (gefaseerde) aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid gericht op het bevorderen van de brede welvaart. ❖ De multimodale agenda zal voortbouwen op de Mobiliteitsvisie 2050, de NOVEX-aanpak met multimodale pakketten, het ruimtelijke voorstel van beide provincies en de contourennotitie nota ruimte van het Rijk.
❖ De multimodale agenda is het uitgangspunt voor het vinden van bereikbaarheidsoplossingen in samenhang met de ruimtelijke strategie in Zuid-Nederland. Het streven is om tijdens het BO MIRT van 2024 besluiten te nemen over een adaptief ontwikkelpad inclusief eerste maatregelen. ❖ Rijk en regio hanteren de multimodale agenda voor Zuid-Nederland als leidraad voor het gesprek in de programmaraad SmartwayZ.nl. Het is daarmee een hulpmiddel bij het afwegen en prioriteren/faseren van toekomstige (ruimtelijke) en bereikbaarheidskeuzes op verschillende schaalniveaus. ❖ De agenda heeft de volgende contouren: o impact op brede welvaart: bereikbaarheid, leefomgeving, gezondheid, veiligheid; o focus op samenhang ruimtelijke strategie, verstedelijking en bereikbaarheid; o aandacht voor de gevolgen voor de bereikbaarheid als gevolg van het pauzeren grote infraprojecten (uitkomst impactanalyse) en een verdiepende gebiedsanalyse naar effecten op landsdeel, op corridorniveau en op het niveau van de subregio’s; o aandacht voor alle modaliteiten in hun onderlinge samenhang (op basis van actualisatie van bestaande bouwstenen als TBOV en TBF); o aandacht voor het versnellen van de mobiliteitstransitie en nieuwe vormen van (duurzame) mobiliteit, slimme oplossingen, flankerende maatregelen (bijv.
parkeerbeleid, fiscaliteit) en innovaties; o het geografisch gebied Zuid-Nederland met aandacht voor grensoverschrijdende verbindingen; o tijdshorizon 2025-2040; o verbindingen leggen met NOVEX stedelijk Brabant/NOVEX Zuid-Limburg, goederenvervoercorridors, lopende MIRT projecten/studies van Rijk en regio, TEN-T en kansen verkennen naar Europese middelen en private bijdragen. Financiële afspraken 2023 ❖ In de programmaraad SmartwayZ van 2 maart 2023 is afgesproken dat IenW een bijdrage aan het programma SmartwayZ overmaakt aan de provincie Noord-Brabant van totaal € 7.128.999 excl. btw, bestaande uit de volgende componenten: o werkbudget programma SmartwayZ.NL 2023 à € 800.000 excl. btw; o restant Smart Mobility à € 5.855.445 excl. btw; o restant de Run à € 473.554 excl. btw. ❖ De middelen door IenW excl. btw worden overgemaakt naar de provincie Noord-Brabant als penvoerder van het programma. De btw wordt door IenW in het btwcompensatiefonds gestort.
28
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
❖ Na vaststelling in het BO MIRT 2023 IenW de bijdrage vervolgens zal overmaken via een regeling die momenteel door IenW wordt opgesteld en waarmee bijdragen, gemaakt via afspraken in het BO(L) MIRT, aan andere overheden kunnen worden overgeboekt. 3.
Mobiliteitstransitie – Afspraken Zuid-Nederland Stedelijke Regio Breda – Tilburg ❖ Rijk, provincie Noord-Brabant en de stedelijke regio Breda-Tilburg werken met elkaar verder aan een afgerond Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket SRBT, ter vaststelling in het BO MIRT 2024. ❖ Rijk, provincie Noord-Brabant en de stedelijke regio zijn voornemens met elkaar nadere afspraken voor uitvoering van een aantal no-regret maatregelen te maken. Een van de mogelijke financieringsbronnen is de inzet van de restbudgetten van de verbredingen van de A58 (Tilburg – Breda en Sint Annabosch – Galder. IenW heeft voor beide samen € 14 mln. restbudget op de begroting staan, alsmede € 8 mln. voor innovaties in Innova58). Daarbij geldt als voorwaarde dat inzet van deze restbudgetten een directe relatie moet hebben met de opgave van deze beide projecten. ❖ Rijk, provincie en regio spreken af dat voor het uitvoeren van eventuele aanvullende onderzoeken een Plan van Aanpak (PvA) wordt opgesteld dat ter goedkeuring aan de betrokken partijen wordt voorgelegd. Het is de intentie de met dit PvA samenhangende financiën worden voor 50% door het Rijk en 50% door de regio (provincie Noord-Brabant en gemeenten Breda en Tilburg) bekostigd. Dit hangt echter af van het beschikbaar zijn van financiële middelen bij elk van de partijen.
❖ Rijk en regio hebben in het BO MIRT najaar 2022 afgesproken om voor de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) een Multimodaal Mobiliteitsplan op te stellen, waarbij het ministerie van IenW, de provincie Noord-Brabant, de gemeenten Breda en Tilburg en de regio's West-Brabant en Hart van Brabant betrokken zijn. ❖ Ook is in BO MIRT 2022 afgesproken om in de Programmaraad SmartwayZ.NL nadere afspraken te maken over de onderzoekskosten voor het pakket waarbij uitgangspunt is dat rijk en regionale partners deze kosten gezamenlijk dragen. ❖ In de programmaraad SmartwayZ.NL d.d. maart 2023 is besloten om de onderzoekskosten dat 50% door het Rijk te laten betalen en 50% door de regio (provincie en gemeenten Breda en Tilburg). ❖ Rijk en regio spreken af dat het Rijk dat Tilburg en Breda bij het Rijk in het kader van de regeling Specifieke Uitkering “BO MIRT” voor de in 2023 doorlopen eerste onderzoeksfase een gezamenlijke aanvraag indienen voor een bijdrage van € 134.000 (excl. btw). Breed Mobiliteitspakket A2 (Programma A2 Deil – Vught) ❖ Rijk en regio stellen vast dat het samenstellen van het Breed Mobiliteitspakket A2 -DeilVught door de herprioritering mobiliteitsfonds een vervolgstap behoeft.
❖ Rijk en regio spreken af in het BO MIRT 2024 deze vervolgstappen te zetten en afspraken te maken over uitvoering en financiering van diverse maatregelen (voor de A2 Deil – Vught heeft IenW € 122 mln. restbudget op de begroting staan). Multimodaal Mobiliteitspakket Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch ❖ Rijk en regio stellen vast dat de voortgang van het multimodaal mobiliteitspakket voor de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch op schema ligt. ❖ Rijk en regio spreken af in het BO MIRT 2024 vervolgstappen te zetten en afspraken te maken over uitvoering en financiering van diverse maatregelen. ❖ Voor de maatregelen in dit multimodale mobiliteitspakket geldt dat de mobiliteitseffecten toekomstvast zijn en dat maatregelen aanvullend en waar mogelijk versterkend zijn op de maatregelen voor de ontsluiting van de grootschalige woningbouwlocaties. Het samenhangend mobiliteitspakket richt zich op: o Het accommoderen van de verstedelijkingsopgave van de stedelijke regio ’sHertogenbosch door onder meer het creëren van meer nabijheid en daardoor het verminderen van vraag naar mobiliteit.
29 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
Het versnellen van de mobiliteitstransitie door onder meer het stimuleren en realiseren van ruimte-efficiënte en duurzame vervoerswijzen (lopen, fietsen, deelmobiliteit en flexibel vervoer), het realiseren van een schaalsprong in het openbaar vervoersysteem (spoor, BRT/HOV) en het fietssysteem, het autoluwer maken van stadcentra en het verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie). o Het verminderen van bijvoorbeeld de gevolgen van het tijdelijk aanhouden van de A2 Deil – Vught door middel van bijvoorbeeld benuttingsmaatregelen, herinrichting, verkeersmaatregelen en geleidingsmaatregelen. Binnen dit mobiliteitspakket maken regio en Rijk gezamenlijk afwegingen over welke mobiliteitsprojecten het meest bijdragen aan Brede Welvaartsdoelen. Hiermee wordt aangesloten bij de verstedelijkingsopgave ’s-Hertogenbosch NOVEX Stedelijk Brabant. Het multimodale mobiliteitspakket is een uitwerking van het ruimtelijk voorstel Brabant als opmaat naar de Nota Ruimte en faciliteert de Regionale Woondeal. Het pakket is naar verwachting medio 2024 gereed. o
❖ ❖ ❖ ❖ 4.
Woon- en leefbaarheidsopgave Limburg in aanloop richting het ruimtelijk voorstel ❖ Rijk en regio maken de procesafspraak om samen de mogelijkheden van een Grootschalige Woningbouw Locatie Limburg rondom de OV knooppunten (IC) te onderzoeken en uit te werken en de uitkomsten te bespreken tijdens het BO Leefomgeving 2024 en te bepalen hoe deze in te bedden in het Ruimtelijk Arrangement en het traject herijking Woondeals.
5.
Programma Veilig, Slim en Duurzaam 2024 – Afspraken Zuid-Nederland Afspraken Brabant ❖ Rijk en regio reserveren € 640.000 incl. btw voor de werkgeversaanpak welke als onderdeel van de doelgroepenbenadering zal worden uitgevoerd in 2024 in Brabant. ❖ Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 320.000 incl. btw (ontvanger provincie Noord-Brabant). Voorwaarden hierbij zijn dat conform de BO MIRTafspraak uit 2022 de werkgeversaanpak als integraal onderdeel van de bredere doelgroepenbenadering wordt meegenomen en dat de provincie een plan van aanpak opstelt. Het plan van aanpak gaat in op het doelbereik, te ondernemen activiteiten, en monitoring van de effecten en moet uiterlijk 1 maart 2024 worden ingediend bij het Rijk. Indien het plan niet op die datum is aangeleverd vervalt de reservering van de middelen. Op het DO MIRT (na de deadline van 1 maart 2024) wordt het plan van aanpak ter vaststelling voorgelegd. Op basis van het vastgestelde plan van aanpak worden de middelen omgezet in een toekenning. De afspraak werkgeversbenadering uit de BO MIRT afspraken 2019 heeft nog te specificeren onbestede gelden. Deze onbestede gelden moeten worden meegenomen in het plan van aanpak. Afspraken Limburg ❖ Rijk en regio zetten de reservering voor het uitvoeringsplan 2024 in totaal € 3 mln. incl. btw om in een definitieve toezegging.
Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1,5 mln. incl. btw (ontvanger: provincie Limburg). Hiermee geven rijk en regio invulling aan de reservering die zij op het BO MIRT van 2022 gemaakt hebben. o Rijk en regio werken samen aan de werkgeversaanpak. Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (in het kader van het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit) en op rustigere tijden te reizen door meer thuiswerken en beter spreiden van reizen over de dag en over de week. Rijk en regio investeren € 1,5 mln. incl. btw in de werkgeversaanpak. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 750.000 incl. btw. o Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om 100.000 extra forenzen op de fiets te krijgen. Rijk en regio investeren € 650.000 incl. btw voor fietsstimulering. Het Rijk draagt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 325.000 incl. btw.
30 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
o o
o
o
o
6.
7.
8.
Rijk en regio investeren € 400.000 incl. btw voor de logistieke aanpak. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 200.000 incl. btw. Rijk en regio investeren € 150.000 incl. btw voor deelmobiliteit in Limburg. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 75.000 incl. btw. Voorwaarde hierbij is dat de opgedane kennis en documentatie beschikbaar gesteld worden aan het samenwerkingsprogramma deelmobiliteit. Rijk en regio investeren € 300.000 aan programmasturing en monitoring en evaluatie. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 150.000 incl. btw. Voorwaarde hierbij is dat er per kwartaal een gesprek plaatsvindt om de voortgang (inhoud, proces en financiën) van de afspraken en uit te voeren maatregelen te monitoren. Rijk en regio investeren € 178.736 incl. btw voor de onderwijsaanpak. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 89.368 incl. btw. Van de Rijksbijdrage wordt € 89.368 gefinancierd uit onbestede gelden van de BO MIRTafspraak uit 2020 over de onderwijsaanpak. De BO MIRT-afspraak uit 2020 is daarmee volledig ingevuld. De afspraak digitalisering overheden uit de BO MIRT-afspraken 2019 en 2020 heeft nog onbestede gelden. Voor deze onbestede gelden zal er uiterlijk 1 maart 2024 een plan van aanpak worden ingediend.
Op het eerstvolgende DO MIRT Rijk - regio (eerste kwartaal van 2024) wordt het plan van aanpak ter accordering voorgelegd.
MIRT-verkenning A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven ❖ Rijk en regio hebben in een MIRT-verkenning de voorkeursbeslissing A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven uitgewerkt. Op 26 oktober 2023 heeft de minister de OntwerpStructuurvisie A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven met achterliggende documenten vastgesteld waarin deze voorkeursbeslissing is opgenomen. ❖ Het Rijk heeft bij de start van de verkenning, in 2020, € 75 mln. gereserveerd. Tijdens de MIRT-verkenning is voor het voorkeursalternatief een financiële raming opgesteld. Op basis van deze raming heeft Rijk vanuit de Woningbouwmiddelen uit het regeerakkoord Rutte III een aanvullend bedrag van € 360 mln. toegevoegd aan het projectbudget. De totale kosten voor het Rijk bedragen € 435 mln. ❖ De regio heeft parallel aan de MIRT-verkenning een strategische agenda met een mobiliteitsaanpak voor de A50 corridor Nijmegen – Eindhoven opgesteld. De regio heeft voor deze agenda een budget van € 34 mln. gereserveerd. Ontsluiting Maastricht Aken Airport ❖ Bij de vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2023 is het amendement van de leden Koerhuis en Van der Molen aangenomen en is taakstellend € 3,5 mln. incl. btw beschikbaar voor de ontsluiting van Maastricht Aachen Airport.5 ❖ Rijk en de provincie Limburg zijn in overleg getreden over de beschikbaar gestelde € 3,5 mln.
voor de realisatie van weginfrastructuur rondom Maastricht Aachen Airport. Het budget voorziet in de aanpak van de verkeersonveilige en onoverzichtelijke situatie voor de passagiersterminal, de parkeerterreinen, het hotel en vier MKB-bedrijven aan de Vliegveldweg. ❖ De provincie Limburg ziet toe op de uitwerking van de plannen waaronder een doelmatige besteding van de taakstellende Rijksbijdrage. ❖ Het Rijk stemt in met het plan van aanpak voor de ontsluiting van MAA. De bijdrage wordt begin 2024 uitgekeerd aan de provincie Limburg. Brug Itteren ❖ In lijn met de afspraak uit het BO Leefomgeving van juni 2023 en recente overleggen maken Rijk en regio de procesafspraak om in gesprek te blijven over de uitwerking van de renovatie van de brug. Hierbij betrekken Rijk en regio ook de mogelijkheden van de Connecting Europe Facility (CEF). ❖ Rijkswaterstaat is momenteel nog bezig met een nadere uitwerking waarbij ook diverse zaken in de bestaande uitvoeringsovereenkomst worden meegenomen. Pas na uitwerking
5 Kamerstuk 36 200-A, nr. 54
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
31
hiervan, en dit besproken te hebben met de regio, volgt een definitief besluit over de scope van het project. 9.
10.
11.
12.
Transferknooppunt Maastricht ❖ Vanwege de extra woningbouw rond het station Maastricht delen Rijk, gemeente Maastricht en provincie Limburg (hierna: regio) de ambitie voor het oplossen van het transferknelpunt bij station Maastricht en leggen hierbij de relatie met ‘stad en spoor’. Dit conform MIRT afspraken 2020 en 2022. ❖ Rijk en regio nemen kennis van de tussenresultaten van ProRail waarbij diverse oplossingsrichtingen zijn verkend met een bandbreedte van € 69 tot 125 mln. voor de transferopgave en € 28 tot 231 mln. voor de interwijkverbinding. De bedragen zijn incl. btw en prijspeil 2023. ❖ Op basis van de tussenresultaten lijkt een befietsbare interwijkverbinding in het verlengde van de Sint Maartenslaan op dit moment niet haalbaar vanwege de hoge kosten en slechte inpasbaarheid. ❖ Daarom besluiten Rijk en regio om nader te verdiepen op een mogelijke gecombineerde stations- en interwijkverbinding ter hoogte van het stationsgebouw, alsmede op een reizigerstunnel zonder formele interwijkverbinding en een nulplusvariant voor het oplossen van het transferknelpunt. ❖ Ook vragen Rijk en regio aan ProRail om in kaart te brengen wanneer groot onderhoud c.q. vervangingsinvestering van de Passerelle in de meerjarenplanning is voorzien.
❖ In het derde kwartaal van 2024 zullen de verschillende uitgewerkte varianten tegen elkaar worden afgewogen op basis van onder andere nut, noodzaak, betaalbaarheid en faseerbaarheid en bezien Rijk en regio de mogelijke vervolgstappen. Heerlen – West ❖ Rijk en de provincie Limburg concluderen de noodzakelijkheid van het aanpassen emplacement Heerlen West voor een efficiënte dienstregeling en voortbouwend op de spoorverdubbeling Heerlen Landgraaf. ❖ De kosten voor het emplacement aanpassen bedragen maximaal € 3,25 mln. (excl. btw, prijspeil 2021). Rijk en regio spreken af respectievelijk 43% en 57% te financieren. De overgebleven middelen van de spoorverdubbeling Heerlen – Landgraaf wenden Rijk en regio aan voor de benutting. ❖ Het Rijk financiert beheer, onderhoud en vervangingskosten. ❖ De provincie Limburg is opdrachtgever van de infrawerken en stuurt aan op realisatie. De gestreefde opleverdatum is 2026. Maaslijn ❖ Rijk en regio benadrukken het belang van het opwaarderen van de Maaslijn. ❖ Eind oktober heeft ProRail de realisatiewerkzaamheden gegund aan een aannemer. Daarmee is een belangrijke stap gezet voor de oplevering van de maatregelen uiterlijk 2027. ❖ De provincie Limburg heeft de wens geuit om het project Maaslijn in zijn geheel over te dragen aan het Rijk.
Rijk en Provincie Limburg spreken af om te verkennen of en hoe organisatie, aansturing en financiële afspraken van het project Maaslijn opnieuw kunnen worden vormgegeven en wat dit mogelijk betekent voor bestaande afspraken. Sluis II Wilhelminakanaal ❖ Rijk en regio onderschrijven dat Sluis II een randvoorwaarde is voor de verdere ontwikkelingen van multimodaal bovengemiddeld knooppunt Tilburg, zoals dat gezamenlijk aan de hand van het binnen het BO MIRT GVC vastgestelde realisatiepact verder zal worden ontwikkeld. ❖ In lijn met afspraken uit het BO Leefomgeving 2023 wordt daarom onverminderd verder gewerkt richting uitvoering van Sluis II. Hiervoor wordt komende periode aan 3 pijlers gewerkt: o Stikstof: de verwachting is dat het project zonder Wnb-vergunning worden gerealiseerd. Hierdoor is de uitvoerbaarheid van het Ontwerp-Projectplan Waterwet
32 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
13.
14.
voldoende zeker gesteld en kan het Ontwerp-Projectplan nog dit jaar gepubliceerd worden. o Financiën: er wordt een CEF-aanvraag voorbereid en ingediend bij Europa voor de realisatiefase. Daarnaast wordt er in verband met de gestegen bouwkosten door emissiearm bouwen een beroep gedaan op de SEB-regeling van Rijkswaterstaat. Op basis van duidelijkheid over deze additionele dekking in combinatie met een actualisering van de raming, spannen partijen zich in om -zo nodig- aanvullend krediet beschikbaar te stellen. o Capaciteit: partijen spannen zich in dat er vanaf Q1 2024 voldoende capaciteit beschikbaar is om het projectteam te laten doorstarten, conform eerdere afspraken over capaciteitsverdeling tussen partijen ❖ Vanuit het belang van de ontwikkeling van bovengemiddeld knooppunt Tilburg spant IenW zich op verzoek van de regionale partijen in om de rijksbijdrage voor de ontwikkeling van het Wilhelminakanaal tussen Sluis III en de Haven van Loven € 4,75 mln. (incl. btw) ook voor de periode na 2024 te blijven reserveren. OV-verbinding Breda – Gorinchem – Utrecht ❖ Rijk en Regio constateren dat er nog altijd een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitssprong op de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht.
Daarmee bevestigen Rijk en regio de ingezette koers voor zowel de ‘hink’ (korte termijn tijdens werkzaamheden A27), de ‘stap’ (middellange termijn; na afronding van de werkzaamheden A27) als de ‘sprong’ (lange termijn; richting 2040). De uitwerking is ingewikkelder dan gedacht en besluitvorming wordt voorzien bij het BO MIRT 2024. ❖ In de uitwerking wordt onderzocht hoe met een adaptieve ontwikkelstrategie de ambities in tijd en regionale samenhang financierbaar en programmeerbaar zijn. Dit resulteert mogelijk ook in het naar voren trekken van een aantal maatregelen zoals bijvoorbeeld de hub langs de A2 bij Vianen. ❖ Rijk en regio stellen vast dat er nog geen zicht is op de impact van de werkzaamheden A27 op het huidige OV. Dit inzicht wordt de komende periode verwacht; waarna de Taskforce Minder Hinder OV op de A27 zal bekijken of aanvullende maatregelen ten gunste van het OV nodig en mogelijk zijn. Roosendaal – Antwerpen ❖ IenW (hierna Rijk), regio West-Brabant, provincie Noord-Brabant en gemeente Roosendaal (hierna regio) zetten zich in lijn met de afspraak uit het BO MIRT 2022 in om de grensoverschrijdende en gebiedsgerichte aanpak voor Roosendaal – Antwerpen de komende periode nader te concretiseren.
Hierbij worden in de komende periode de volgende stappen gezet: o Het verkennend onderzoek naar mogelijke varianten tot frequentieverhoging en/of versnelling van de internationale treinverbinding Roosendaal – Antwerpen leidt in het voorjaar 2024 tot eerste resultaten en een voorstel voor vervolgstappen. o Rijk en regio hebben de ambitie om de verbinding tussen Zeeland en Noord-Brabant via station Roosendaal te verbeteren en voorjaar 2024 meer duidelijkheid te hebben over de mogelijkheden en randvoorwaarden. Samen met de provincie Zeeland wordt met de betrokken partijen bezien op welke wijze de spoorse verbetering gerealiseerd kan worden. o Daarnaast wordt het in 2023 vastgestelde Handelingsperspectief voor spoorknoop Roosendaal de komende periode uitgewerkt door de regio en spoorpartners. Het Handelingsperspectief is gericht op een kwaliteitssprong voor station en stationsomgeving Roosendaal. o In samenhang met de realisatie van de 3.000 woningen in Roosendaal, zoals voorzien in de regionale Woondeal West-Brabant West, wordt gewerkt aan beleid en maatregelen gericht op het stimuleren van OV-gebruik. Daarmee zal de verstedelijkingsopgave mede bijdragen aan een toenemend reizigerspotentieel en kan daarmee het gebruik van de spoorverbinding(en) verder stimuleren.
33 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
15.
MIRT onderzoek Alem – Sint Andries ❖ Rijk en regio nemen kennis van de onderzoeksresultaten ‘IRM pilot Alem – Sint Andries’. Het onderzoek brengt de potenties voor het voetlicht die er in het gebied zijn voor het ontwikkelen van riviernatuur, voor zandwinning en voor het verbeteren van de Maasafvoercapaciteit. Dit biedt mogelijkheden voor behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en recreatie. Het belang van een integrale gebiedsgerichte aanpak wordt door partijen onderschreven. ❖ Rijk en regionale partners waaronder de provincie Gelderland, de gemeente Maasdriel, de waterschappen Rivierenland en Aa en Maas, en Rijkswaterstaat werken toe naar vervolgafspraken in 2024. Vervolgafspraken worden bezien in samenhang met IRM en PAGW. De route voor besluitvorming en het leveren van uitvoeringscapaciteit door de partners maken deel uit van deze afspraken.
16.
Venlo Integraal ❖ Over het Realisatiepact Venlo zijn afspraken gemaakt in het BO MIRT Goederenvervoercorridor. ❖ In aanvulling hierop kijken Rijk en regio uit naar het resultaat van de ProRail-Verkenning ‘Venlo Integraal Toekomstvast’. Deze is gepland begin 2024. Onderdeel van de verkenning is onder andere de vervanging van de spanningssluis waarvoor in het kader van ‘Toekomstvast spoor Zuidoost Nederland’ in het BO MIRT 2020 € 25 mln. is vrijgemaakt en de 740 wachtsporen voor goederentreinen. Een raakvlak van de verkenning is de infrawerken die nodig zijn voor de treinverbinding Eindhoven – Düsseldorf, waaronder een perronuitbreiding op Venlo.
17.
A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken ❖ Rijk en provincie Limburg veronderstellen thans op basis van de ingeschatte deposities in de N2000 gebieden die naar verwachting geraakt worden reële mogelijkheden voor verkrijgen en inzetten van stikstofruimte ten behoeve van het project A67/A73 knooppunt Zaarderheiken. ❖ Rijkswaterstaat werkt aan programmering van het totale werkpakket op basis van de gemaakte schuif van aanleg naar instandhouding, waarbij eerste prioriteit ligt bij de productieverhoging op instandhouding tot het gewenste niveau. ❖ Rijkwaterstaat kijkt daarbij tegelijkertijd hoe en wanneer dit project in de programmering ingepland kan worden. Bij de volgorde zal de mate van kansrijkheid worden betrokken dat voldoende stikstofruimte daadwerkelijk kan worden ingezet ten behoeve van het project. Deze eerste stap zal de komende maanden voor de 8 (kansrijke) projecten verder worden uitgewerkt. ❖ Het streven is hier voor het einde van 2023 duidelijkheid over te hebben, maar in elk geval voor het BO Leefomgeving van 2024. ❖ Zodra de duidelijkheid er is over de beschikbare maakcapaciteit vanuit Rijkswaterstaat voor dit project, verkent de regio haar mogelijkheden om aan die capaciteit bij te dragen VDL Nedcar ❖ In het BO MIRT 2022 is de door IenW toegezegde financiële bijdrage in het BO MIRT 2020 van € 5 mln. (incl.
btw) als bijdrage aan de aanpassing van de infrastructuur bij VDL verlengd tot eind 2023. ❖ Onder dezelfde voorwaarden van het BO MIRT 2020 wordt ingestemd met een termijnverlenging van twee jaar van deze IenW bijdrage van € 5 mln. (incl. btw) tot einde 2025. NOVEX-gebied Stedelijk Brabant ❖ Rijk en regio zullen samen een realistische uitvoeringsagenda voor NOVEX Stedelijk Brabant opstellen conform de in de toelichting geschetste indeling, waarbij een goede wisselwerking behouden wordt met de lopende nationale programma’s, waaronder het Nationaal Programma Ruimte voor Economie.
18.
19.
34 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
20.
NOVEX-gebied Zuid Limburg ❖ Voor het ontwikkelperspectief NOVEX Zuid-Limburg zijn drie themalijnen benoemd. Voor deze drie themalijnen vinden verkennende inventarisaties plaats. Rijk en regio stellen vast dat: 1. Op themalijn “groen/blauwe opgaven” de uitwerking thans ter hand wordt genomen. 2. Op de themalijn “Verstedelijkingsopgave in relatie tot mobiliteitsknooppunten” progressie is geboekt en wordt onder meer via de Aanpak Limburgse woonopgave een belangrijke stap gezet. 3. Op de themalijn “Circulaire economie” meer nodig is. Geconcludeerd is dat een overkoepelende ruimtelijke strategie voor circulaire economie voor Limburg ontbreekt. Hoe dit wordt opgepakt wordt de komende tijd verder uitgewerkt. De aandacht bij de uitwerking hierbij ligt om enerzijds het ruimtelijk voorstel de juiste scherpte te kunnen geven (regionale pendant). Maar anderzijds zal ook gekeken worden naar de (inter)nationale pendant voor wat betreft barrières.
21.
NOVEX-gebied de Peel ❖ De staatssecretaris van Defensie heeft inmiddels overleg gevoerd met de regio. De staatsecretaris is voornemens het besluit over reactivering van vliegbasis de peel onderdeel te maken van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD), dat op haar beurt onderdeel gaat uitmaken van de nieuwe Nota Ruimte. Oeffelt ❖ Partijen onderstrepen nut en noodzaak van het hoogwaterveiligheidsproject ‘Ruimte voor de Maas bij Oeffelt’. ❖ Partijen hebben hun inhoudelijke voorkeur uitgesproken voor de voorkeursvariant (versoberd tot één doorstroomopening, met behoud van ruimtelijke inpassing), in de wetenschap dat de financiering nog niet rond is. ❖ Partijen streven ernaar op korte termijn te komen tot afspraken over scope en financiële dekking, risicoverdeling in de realisatiefase en beheer en onderhoud van het toekomstige nieuwe deel uiterwaard en nieuwe brugdeel en deze vast te leggen in een realisatieovereenkomst. ❖ Rijk en regio bevestigen dat zij het reeds toegezegde budget beschikbaar houden voor het project tot en met een realisatiebesluit in uiterlijk najaar 2024.
22.
35 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2023
Regio Oost-Nederland 1.
Herprioritering Mobiliteitsfonds – Projecten regio Oost Aanpak verkeersveiligheid knooppunt A1/A30 Barneveld ❖ De verkeersveiligheid binnen de aansluiting A1/A30 is ondermaats; het Rijk onderzoekt daarom samen met de regio welke maatregelen er vooruitlopend op planuitwerking en realisatie van het project A1/A30 Barneveld op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Focus ligt daarbij op de verbindingsboog van de A1 vanuit Amersfoort naar de A30 richting Ede. ❖ Het Rijk neemt het initiatief voor dit onderzoek. Rijk en regio treden in overleg over de resultaten, de haalbaarheid en maakbaarheid en de mogelijke inzet van het restbudget voor de A1/A30 van het Rijk en de regionale bijdrage voor de A1/A30. ❖ Planning onderzoek: oktober 2023 – april 2024 ❖ Het Rijk start het project A1/A30 Barneveld zo snel als mogelijk weer op zodra er voldoende stikstof-, financiële en personele ruimte beschikbaar is. N35 Wijthmen-Nijverdal ❖ Rijk en regio constateren dat er door de Tweede Kamer twee moties zijn ingediend die vragen om te onderzoeken welke maatregelen wel mogelijk zijn én vragen om het vertrouwen te herstellen. Daarnaast constateren Rijk en regio dat de oorspronkelijke bijdrage (€ 100 mln.) van de provincie gebaseerd is op een 50/50 financiële dekking en op de realisatie van zogenaamde BO MIRT alternatief.