CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007996] Bijlage behorende bij 23bb008614 over Was-wordt tabel technische aanpassing Subsidieverordening Rotterdam 2014

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het (herziene) voorstel tot vaststelling van de zesde wijziging van de Subsidieverordening Rotterdam 2014.7.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel technische aanpassing Subsidieverordening Rotterdam 2014 Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. eenmalige subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor één of meer prestaties/activiteiten die in beginsel van bepaalde duur zijn; b. jaarlijkse subsidie: subsidie die wordt verstrekt per (kalender/boek)jaar; c. college: het college van burgemeester en wethouders; d.WNT: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector; e. social return: het door de subsidieontvanger leveren van een bijdrage aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; f. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld; g. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Nieuwe tekst Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; eenmalige subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor een of meer activiteiten die van bepaalde duur zijn; Europees steunkader: mededelingen, richtsnoeren, kaderregelingen, besluiten of verordeningen op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld; jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar, boekjaar of schooljaar wordt verstrekt; social return: door de subsidieontvanger leveren van een bijdrage aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

; Artikel 2 (Artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2 Reikwijdte verordening Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies op de programma’s die in de begroting zijn opgenomen.

Nieuwe tekst Artikel 2 Reikwijdte verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Ten aanzien van situaties als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 2a (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2a Subsidiale loonkosten 1.Voor subsidieontvangers waarop de WNT van toepassing is, geldt dat voor zover loonkosten subsidiabel zijn daartoe uitsluitend worden gerekend de loonkosten tot maximaal de hoogte van het bezoldigingsmaximum als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de WNT per persoon per jaar. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de normering bedoeld in het eerste lid.

Nieuwe tekst [Vervalt]

Artikel 6 (Artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt gedaan uiterlijk twaalf weken voor het tijdstip waarop een aanvang met de prestatie(s) of activiteit(en) wordt gemaakt. 3. Het college kan bij nadere regels en in afwijking van het tweede lid een ander tijdstip van en andere termijnen voor het indienen van de aanvraag stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 6 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt gedaan uiterlijk twaalf weken voor het tijdstip waarop een aanvang met de activiteiten wordt gemaakt. 3. Het college kan bij nadere regels en in afwijking van het eerste en tweede lid een ander tijdstip van en andere termijnen voor het indienen van de aanvraag stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 8 (Artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8 Weigeringsgronden Het college kan, naast de in de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen, een aanvraag voor subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

Artikel 8 Weigeringsgronden Het college kan, naast de in de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen, een aanvraag voor subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd geen of

a. voor de prestatie(s)/activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd geen of onvoldoende gelden op de begroting zijn gereserveerd; b. de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de prestatie(s)/activiteit(en) te realiseren; c. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan het beleidsdoel of doel waarvoor de subsidie is bedoeld; d. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de prestatie(s)/activiteit(en) van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de gemeente of haar ingezetenen; e. de aanvrager een zodanige werkwijze toepast of over een zodanige organisatorische en administratieve opzet of over zodanig gekwalificeerde medewerkers beschikt, dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de prestatie(s)/activiteit(en) niet bijdraagt/bijdragen aan verwezenlijking van het beoogd (beleids)doel van de begroting; f.

gegronde reden bestaat om aan te nemen, dat de aanvrager niet de capaciteiten heeft om de prestatie(s)/activiteit(en) naar behoren uit te voeren of de rechtsvorm van de organisatie niet geschikt is om de prestatie(s)/activiteit(en) te verwezenlijken waarvoor subsidie is aangevraagd; g. de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van

b.

c.

d.

e.

f.

g.

h.

onvoldoende gelden op de begroting zijn gereserveerd; de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de activiteiten te realiseren; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan het beleidsdoel of doel waarvoor de subsidie is bedoeld; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de gemeente of haar ingezetenen; de aanvrager een zodanige werkwijze toepast of over een zodanige organisatorische en administratieve opzet of over zodanig gekwalificeerde medewerkers beschikt, dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de activiteiten niet bijdragen aan verwezenlijking van het beoogd (beleids)doel van de begroting; gegronde reden bestaat om aan te nemen, dat de aanvrager niet de capaciteiten heeft om de activiteiten naar behoren uit te voeren of de rechtsvorm van de organisatie niet geschikt is om de activiteiten te verwezenlijken waarvoor subsidie is aangevraagd; de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag

betreffende de werking van de Europese Unie; de aanvrager doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; h. de aanvrager doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; i. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; j. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; k. in de bij de van toepassing zijnde nadere regels bepaalde gevallen.

i.

de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; j. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; k. in de nadere regels specifieke bepalingen hierover zijn opgenomen.

Artikel 9 (Artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 9 Verlening subsidie In het besluit tot subsidieverlening geeft het college vooraf in ieder geval de subsidiabele prestatie(s) en/of de subsidiabele lasten (en de eventueel daarmee gerelateerde baten) van de subsidiabele activiteit(en) aan en voor zover van toepassing wordt hierbij tevens de wijze van bevoorschotting, tussentijdse rapportage(s), verantwoording, controle en vaststelling en de overige voorwaarden en verplichtingen aangegeven.

Artikel 9 Verlening subsidie In de verleningsbeschikking neemt het college in ieder geval de subsidiabele activiteiten op en de in het kader daarvan te verrichten prestaties of subsidiabele lasten en de eventueel daaraan gerelateerde baten. Voor zover van toepassing wordt hierbij tevens de wijze van bevoorschotting, tussentijdse rapportages, verantwoording, controle en vaststelling en de overige voorwaarden en verplichtingen aangegeven.

Artikel 11 (Artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11 Tussentijdse rapportage Bij subsidies vanaf € 100.000 kan het college de verplichting opleggen tot het overleggen van een tussentijdse rapportage omtrent de reeds verrichte subsidiabele prestatie(s)/activiteit(en) en de daaraan verbonden subsidiabele lasten en baten. Een dergelijke tussentijdse rapportage wordt bij een subsidie tot € 500.000 niet vaker dan één keer per jaar gevraagd en bij een subsidie vanaf € 500.000 niet vaker dan twee keer per jaar.

Artikel 11 tussentijdse rapportage 1. Bij subsidies vanaf € 100.000 kan het college de verplichting opleggen tot het aanleveren van een tussentijdse rapportage omtrent de reeds verrichte activiteiten en in het kader daarvan verrichte prestaties of subsidiabele lasten en de eventueel daaraan gerelateerde baten. Een dergelijke tussentijdse rapportage wordt bij een subsidie tot € 500.000 niet vaker dan één keer per jaar gevraagd en bij een subsidie vanaf € 500.000 niet vaker dan twee keer per jaar. 2. Het college kan bij nadere regels of verleningsbeschikking een andere frequentie en een ander grensbedrag voor tussentijdse rapportage opleggen.

Artikel 12 (Artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de prestatie(s)/activiteit(en), waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 3. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

Artikel 13 (Artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13 Verantwoording en vaststelling subsidies tot € 25.000 1. Subsidies tot € 25.000 kunnen door het college: a. direct bij subsidieverlening worden vastgesteld of; b. vastgesteld worden nadat de aanvraag tot vaststelling is ingediend. 2. Bij een vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b verplicht het college de aanvrager om op de door zijn aangegeven wijze aan te tonen dat de subsidiabele prestatie(s)/activiteit(en), is (zijn) verricht en dat is voldaan aan de subsidieverlening verbondenverplichtingen/voorwaarden. 3. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk twaalf weken na het verricht zijn van de prestatie(s)/activiteit(en); b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk twaalf weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 13 Verantwoording en vaststelling subsidies tot € 25.000 1. Subsidies tot € 25.000 kunnen door het college: a. direct bij subsidieverlening worden vastgesteld; of b. vastgesteld worden nadat de aanvraag tot vaststelling is ingediend. 2. Bij een vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, verplicht het college de aanvrager om op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteiten en de prestaties in het kader daarvan zijn verricht dan wel dat de gesubsidieerde baten zijn gemaakt en dat is voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidieverlening. 3. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk twaalf weken na het verricht zijn van de activiteit; b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk twaalf weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 14 (Artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14 Verantwoording en controle subsidies vanaf € 25.000 1. Bij subsidies vanaf € 25.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk twaalf weken na het verricht zijn van de prestatie(s)/activiteit(en); b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk twaalf weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. c. het college kan, in afwijking van de onderdelen a en b, bij nadere regels of bij verleningsbeschikking een ander tijdstip van en andere termijnen voor het indienen van de aanvraag voor vaststelling stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies. 2. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met behulp van een door of namens het college vastgesteld aanvraagformulier en bevat: a. een met het tweede lid, onderdelen b en c, verenigbare inhoudelijke subsidieverantwoording: Hierin wordt de werkelijke realisatie van de subsidiabele meetbare prestatie(s) in overeenstemming met deze verordening en de verleningsbeschikking afgezet tegenover de bij de subsidieverlening overeengekomen prestatie(s). Afwijkingen van meer dan 10% worden hierin naar aard, omvang en beïnvloedbaarheid toegelicht. b.

een met het tweede lid, onderdelen a en c, verenigbare financiële subsidieverantwoording: Hierin worden de werkelijke subsidiabele lasten en de daarmee gerelateerde baten van de subsidiabele activiteit(en) over het gesubsidieerde tijdvak in overeenstemming met deze

Artikel 14 Verantwoording en controle subsidies vanaf € 25.000 1. Bij subsidies vanaf € 25.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk twaalf weken nadat de prestaties in het kader van de gesubsidieerde activiteit zijn verricht; b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 31 maart in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk twaalf weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. Het college kan bij nadere regels of bij verleningsbeschikking een ander tijdstip van en andere termijnen voor het indienen van de aanvraag voor vaststelling opnemen voor daarbij aan te wijzen subsidies. 3. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met behulp van een vastgesteld formulier en bevat in ieder geval: a. een inhoudelijke subsidieverantwoording, waarin de werkelijke realisatie van de subsidiabele activiteiten wordt afgezet tegenover de bij de subsidieverlening vastgestelde activiteiten en waarbij geldt dat afwijkingen van meer dan 10% naar aard en omvang worden toegelicht en verklaard; b.

een financiële subsidieverantwoording, waarin de werkelijke subsidiabele lasten en baten van de subsidiabele activiteiten over het gesubsidieerde tijdvaksubsidietijdvak worden afgezet tegenover de bij de subsidieverlening vastgestelde financiële begroting en waarbij geldt dat afwijkingen van meer dan 10% per begrotingsonderdeel worden toegelicht. Tenzij anders is overeengekomen bevat de financiële subsidieverantwoording geen verrekenbare of compensabele btw als subsidielast;

verordening en de verleningsbeschikking afgezet tegenover de bij de subsidieverlening vastgestelde financiële begroting. Afwijkingen van meer dan 10% per begrotingsonderdeel worden hierin toegelicht.

c. indien van toepassing, de onderstaande accountants-producten zoals nader beschreven in het subsidiecontroleprotocol, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van een accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: 1°. een assurancerapport met beperkte mate van zekerheid aangaande Tenzij anders is overeengekomen de inhoudelijke subsidieverantwoording bevat de financiële bij een verleende subsidie vanaf €50.000 subsidieverantwoording geen tot €200.000 die op basis van verrekenbare en/of compensabele prestatierealisatie wordt vastgesteld; BTW als subsidielast. 2°. een assurancerapport met c. voor zover van toepassing ten redelijke mate van zekerheid aangaande minste één van de onderstaande de inhoudelijke subsidieverantwoording accountants producten zoals nader bij een verleende subsidie vanaf aangegeven in het protocol, bedoeld €200.000 die op basis van in artikel 3, vierde lid van een prestatierealisatie wordt vastgesteld; accountant als bedoeld in artikel 393 3°. een beoordelingsverklaring Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: aangaande de financiële c1.

een assurancerapport met beperkte subsidieverantwoording bij een mate van zekerheid aangaande de verleende subsidie vanaf €50.000 tot inhoudelijke subsidieverantwoording bij €200.000 die op basis van de een verleende subsidie vanaf € 50.000 tot € gerealiseerde lasten en de daaraan 200.000 die op basis van prestatierealisatie gerelateerde baten van de subsidiabele wordt vastgesteld; activiteiten wordt vastgesteld; c2. een assurancerapport met redelijke 4°. een controleverklaring aangaande mate van zekerheid aangaande de de financiële subsidieverantwoording bij inhoudelijke subsidieverantwoording bij een verleende subsidie vanaf €200.000 een verleende subsidie vanaf € 200.000 die die op basis van de gerealiseerde lasten op basis van prestatierealisatie wordt en de daaraan gerelateerde baten van de vastgesteld; subsidiabele activiteiten wordt c3. een beoordelingverklaring aangaande vastgesteld; de financiële subsidieverantwoording bij 5°. een assurancerapport met een verleende subsidie vanaf € 50.000 tot € beperkte mate van zekerheid aangaande 200.000 die op basis van de gerealiseerde de inhoudelijke subsidieverantwoording lasten (en de daarmee gerelateerde baten) en een beoordelingsverklaring van de subsidiabele activiteit(en) wordt aangaande de financiële vastgesteld; of subsidieverantwoording bij een c4.

een controleverklaring aangaande de verleende subsidie vanaf € 50.000 tot € financiële subsidieverantwoording bij een 200.000 die op basis van verleende subsidie vanaf € 200.000 die op prestatierealisatie en op lasten en basis van de gerealiseerde lasten (en de daaraan gerelateerde baten van de daarmee gerelateerde baten) van de subsidiabele activiteiten wordt subsidiabele activiteit(en) wordt vastgesteld; vastgesteld. 6°. een assurancerapport met redelijke mate van zekerheid aangaande 3. Het college kan vooraf bij de verlening de inhoudelijke subsidieverantwoording bepalen dat ook andere dan de in het en een controleverklaring aangaande de tweede lid onder a, b en c bedoelde financiële subsidieverantwoording bij gegevens en bescheiden die voor de een verleende subsidie vanaf € 200.000 subsidievaststelling van belang zijn,

aanvullend worden overgelegd. Indien daartoe besloten wordt, dienen deze verenigbaar te zijn met de in het tweede lid, onderdelen a, b en c, gevraagde verantwoordingen of opgaven. 4. Indien de verleende subsidie minder bedraagt dan € 50.000 bepaalt het college in de verleningsbeschikking de vervangende controlemethodiek. 5. Het college kan in bijzondere gevallen vooraf bij de verlening (gedeeltelijke) ontheffing verlenen aan de in het tweede lid, onderdeel d opgenomen verplichting om per geval ten minste een accountantsproduct bij te voegen bij de aanvraag tot vaststelling van een verleende subsidie vanaf € 50.000. 6. De subsidieontvanger zorgt dat de door hem ingeschakelde accountant bij het onderzoek en het opstellen van in het tweede lid, onderdeel d gevraagde accountantsproduct(en) zich houdt aan hetgeen is vermeld in het protocol, bedoeld in artikel 3, vierde lid, tenzij sprake is van subsidieverstrekking op basis van een specifieke rijksregeling of een Europese regeling waarvoor andere vereisten kunnen gelden. Dit protocol maakt onderdeel uit van de subsidieverleningbeschikking.

die op basis van prestatielasten en op lasten en daaraan gerelateerde baten van de subsidiabele activiteiten wordt vastgesteld. 4. Het college kan vooraf bij de verlening bepalen dat ook andere gegevens en bescheiden die voor de subsidievaststelling van belang zijn, worden ingediend. Indien daartoe wordt besloten, zijn deze gegevens en bescheiden verenigbaar met de in het derde lid gevraagde verantwoordingen of opgaven. 5. Indien de verleende subsidie minder bedraagt dan € 50.000 bepaalt het college in de verleningsbeschikking de vervangende controlemethodiek. 6. De subsidieontvanger zorgt dat de door hem ingeschakelde accountant bij het onderzoek en het opstellen van in het derde lid, onderdeel c, gevraagde accountantsproducten zich houdt aan het subsidiecontroleprotocol, bedoeld in artikel 3, vierde lid, tenzij sprake is van subsidieverstrekking op basis van een specifieke rijksregeling of een Europese regeling waarvoor andere vereisten gelden. 7. Het college kan in bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de in het derde lid, onderdeel c, opgenomen verplichting om per geval een accountantsproduct bij te voegen bij de aanvraag tot vaststelling van een verleende subsidie vanaf € 50.000.

Artikel 15 (Artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15 Vaststelling subsidies 4. Het college kan bij nadere regels andere termijnen stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 15 Vaststelling subsidies 4. Het college kan op verzoek van de subsidieontvanger eenmaal uitstel verlenen voor het aanleveren van gegevens voor de aanvraag tot subsidievaststelling, waarbij het college een termijn aangeeft voor aanlevering. Wanneer de stukken voor de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen deze termijn zijn ingediend, gaat het college zes weken na een eenmalig

rappel over tot ambtshalve vaststelling. 5. Het college kan bij nadere regels andere termijnen stellen voor daarbij aan te wijzen subsidies. Artikel 19 ( Artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 19 Overgangsbepalingen

Artikel 19 Overgangsrecht

Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór 1 januari 2014 worden behandeld volgens de bepalingen van de Subsidieverordening Rotterdam 2005.

Op aanvragen om subsidie die voor 1 januari 2024 zijn ingediend en op subsidies die voor die datum zijn verleend of verstrekt blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor 1 januari 2024.

De Artikelsgewijze toelichting van de TOELICHTING BIJ DE SUBSIDIEVERORDENING ROTTERDAM 2014 wordt als volgt gewijzigd: De toelichting op artikel 2 (Artikel II, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2 Reikwijdte verordening

Artikel 2 Reikwijdte verordening

In dit artikel wordt aangegeven dat de subsidieverstrekking door het college wordt beperkt tot de subsidiëring van de door de raad aangegeven programma(beleids)doelen, zoals deze zijn opgenomen in de programmabegroting van de raad, en deze subsidiering volgens de in deze subsidieverordening opgenomen kaders verloopt. Het college besluit tot subsidiering binnen de door de raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de programmabegroting en deze subsidieverordening. Dit betekent dat het college geen subsidies kan verlenen die niet overeenstemmen met de door de raad vastgestelde programma(beleids)doelen en deze subsidieverordening.

In dit artikel wordt aangegeven dat de subsidieverstrekking door het college wordt beperkt tot de subsidiëring van de door de raad aangegeven (beleids)doelen, zoals deze zijn opgenomen in de begroting van de raad, en deze subsidiering volgens de in deze subsidieverordening opgenomen kaders verloopt. Het college besluit tot subsidiering binnen de door de raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de begroting en deze subsidieverordening. Dit betekent dat het college geen subsidies kan verlenen die niet overeenstemmen met de door de raad vastgestelde (beleids)doelen en deze subsidieverordening. De verordening levert geen inhoudelijke criteria voor verlening of vaststelling. De grondslag en beoordeling voor de verlening van incidentele subsidies of begrotingssubsidies kunnen beleidsnotities of programma’s op de begroting zijn. De grondslag voor subsidiering bij wettelijk voorschrift is een door het college vastgestelde

subsidieregeling. Het college heeft de mogelijkheid om in situaties als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de SVR 2014 geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren. De toelichting op artikel 2a (Artikel II, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2a Subsidiabele loonkosten

[vervalt]

Vanuit een oogpunt van een doelmatige besteding van overheidsmiddelen zijn loonkosten boven de norm zoals bedoeld in de WNTniet subsidiabel. De ontheffing maakt het mogelijk om hiervan af te wijken. Dit zal slechts bij hoge uitzondering het geval zijn en uit de aard van de bevoegdheid zal het goed gemotiveerd moeten worden, mede met het oog op de rechtsgelijkheid ten aanzien van andere subsidieontvangers. Na de toelichting op artikel 3 (Artikel II, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt de volgende tekst ingevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 3a Europese regelgeving/Staatssteun Om subsidies onder een Europees staatssteunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de SVR 2014, of dat subsidiebeschikkingen worden aangevuld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader.

De toelichting op artikel 10 (Artikel II, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 10 Betaling en bevoorschotting

Artikel 10 Betaling en bevoorschotting

Voorschotten worden automatisch (ambtshalve) verleend volgens het in de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve gegeven op het moment van de verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten van prestaties of uitgaven te overleggen. Dit leidt tot administratieve lastenbesparingen bij zowel de subsidieontvanger als de gemeente. Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te subsidiëren activiteit is er voor gekozen om de termijnen, waarop de (automatische) bevoorschotting plaats vindt, niet in deze verordening te noemen. Het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten worden in verleningsbeschikking vermeld. De subsidieontvanger is volgens artikel 12 verplicht te melden, indien er omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende en achteraf vast te stellen subsidiebedrag. Indien nodig kan de subsidieverstrekker vervolgens door een wijziging van de verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten aanpassen. Na vaststelling van de subsidie wordt het resterende bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd met de verleende voorschotten) uitgekeerd aan de subsidieontvanger.

Met de algemene formulering van dit artikel is de mogelijkheid open gelaten om, zonder dat daartoe wijziging van deze lokale verordening noodzakelijk is, recht te doen aan de wijziging van de landelijke voorschotregeling, die beslag heeft gekregen et de invoering van de vierde tranche Awb. Indien in de verleningsbeschikking niet anders is bepaald, vindt betaling van het voorschot binnen zes weken na verzending

Voorschotten worden automatisch (ambtshalve) verleend volgens het in de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve gegeven op het moment van de verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen. Dit leidt tot administratieve lastenbesparingen bij zowel de subsidieontvanger als de gemeente. Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te subsidiëren activiteit is er voor gekozen om de termijnen, waarop de (automatische) bevoorschotting plaats vindt, niet in deze verordening te noemen. Het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten worden in verleningsbeschikking vermeld. De subsidieontvanger is volgens artikel 12 verplicht te melden, indien er omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende en achteraf vast te stellen subsidiebedrag. Indien nodig kan de subsidieverstrekker vervolgens door een wijziging van de verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten aanpassen. Na vaststelling van de subsidie wordt het resterende bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd met de verleende voorschotten) uitgekeerd aan de subsidieontvanger.

Met de algemene formulering van dit artikel is de mogelijkheid open gelaten om, zonder dat daartoe wijziging van deze lokale verordening noodzakelijk is, recht te doen aan de wijziging van de landelijke voorschotregeling, die beslag heeft gekregen et de invoering van de vierde tranche Awb. Indien in de verleningsbeschikking niet anders is bepaald, vindt betaling van het voorschot binnen zes weken na verzending van de verleningsbeschikking plaats. Zie artikel 4:87, lid 1, Awb.

van de verleningsbeschikking plaats. Zie artikel 4:87, lid 1, Awb.

De toelichting op artikel 11 (Artikel II, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11 Tussentijdse rapportage

Artikel 11 Tussentijdse rapportage

In het kader van het terugdringen van de administratieve lasten is ervoor gekozen om slechts aan subsidies van meer dan € 100.000 de mogelijkheid te verbinden om jaarlijks een tussentijdse rapportage te vragen. Het college moet vooraf bepalen welke vereisten worden gesteld aan de tussentijdse, inhoudelijke en financiële verantwoording, bij voorkeur door middel van standaardformulieren. Het ligt voor de hand dat dit regime in ieder geval lichter is dan het regime wat is opgesteld voor de eindverantwoording. Bij subsidies vanaf € 500.000 mag maximaal twee maal per jaar een rapportage worden gevraagd.

In het kader van het terugdringen van de administratieve lasten is ervoor gekozen om slechts aan subsidies van meer dan € 100.000 de mogelijkheid te verbinden om jaarlijks een tussentijdse rapportage te vragen. Het college moet vooraf bepalen welke vereisten worden gesteld aan de tussentijdse, inhoudelijke en financiële verantwoording, bij voorkeur door middel van standaardformulieren. Het ligt voor de hand dat de eisen die worden gesteld aan de tussentijdse rapportage lichter zijn dan de eisen die worden gesteld aan de eindverantwoording. Bij subsidies vanaf € 500.000 mag maximaal tweemaal per jaar een rapportage worden gevraagd. Deze bevoegdheid is niet bedoeld om tot volgende uitbetaling van voorschotten over te gaan. Daarvoor geldt de regeling van artikel 10. Deze bevoegdheid is ook niet bedoeld om rapportages op te vragen die voortvloeien uit andere wetgeving. Lid 2 geeft het college toch de mogelijkheid om een afwijkende frequentie tussentijdse rapportageverplichtingen op te leggen bedoeld voor uitzonderlijke en bijzondere situaties.

De toelichting op artikel 12 (Artikel II, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Het eerste lid bevat de verplichting voor de subsidieaanvrager om mee te werken aan

Het eerste lid bevat de verplichting voor de subsidieaanvrager om mee te werken aan een onderzoek ten aanzien van de

een onderzoek ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten/prestaties en de daaraan verbonden subsidiabele lasten en baten. Hierbij kan gedacht worden aan een steekproefsgewijze controle wanneer er sprake is van directe vaststelling van een subsidie. De subsidieontvanger overlegt daarbij onverwijld de gevraagde bewijsstukken. In het tweede lid is een meldingsplicht opgenomen. Deze meldingsplicht is bedoeld als tegenhanger van het geven van meer vertrouwen. Zo is de subsidieontvanger verplicht tijdig (zonder nodeloos tijdsverloop) te melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit/prestatie niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of niet, niet tijdig of niet geheel volgens alle daaraan verbonden voorwaarden/verplichtingen zal worden verricht. Vanuit een oogpunt van administratieve lasten geldt de meldplicht bij afwijkingen van meer dan 10% in aard, aantal of bedrag. De meldingsplicht biedt mogelijkheden voor nadere afspraken over het aanpassen van de voorwaarden/verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van meer tijd voor de uitvoering van de activiteiten. Als deze meldingsverplichting niet wordt nageleefd, dan kan de subsidie (onder meer) om die reden lager worden vastgesteld (zie ook artikel 4:46 eerste lid onder b, Awb).

Let wel: elke afwijking van (bijvoorbeeld) de activiteiten, prestaties of kosten kan sowieso leiden tot een lagere subsidievaststelling, ongeacht het percentage (zie bijvoorbeeld ook de andere in artikel 4:46 lid 2 Awb genoemde gronden). De meldingsplicht van 10% of hogere afwijkingen vormt een aparte verplichting die hier volledig los van staat. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, een reden zijn om met toepassing van artikel 4:49 Awb de subsidievaststelling in te trekken, omdat de ontvanger wist of behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het gehele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de

gesubsidieerde activiteiten/prestaties en de daaraan verbonden subsidiabele lasten en baten. Hierbij kan gedacht worden aan een steekproefsgewijze controle wanneer er sprake is van directe vaststelling van een subsidie. De subsidieontvanger overlegt daarbij onverwijld de gevraagde bewijsstukken. Artikel 12 heeft betrekking op verplichtingen die de subsidieontvanger moet naleven als er al een verleningsbeschikking is. De vraag naar nadere informatie en onderzoek kan geen betrekking hebben op een aanvraag voor verlening, want dat recht om informatie op te vragen vloeit impliciet voort uit het kunnen beoordelen van een aanvraag aan de hand van de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen. Die voorwaarden zijn geregeld in de subsidieregeling of het beleidsprogramma. In beginsel worden informatieverplichtingen opgenomen in de verleningsbeschikking, ook bij directe vaststelling. Alleen wanneer sprake is van een situatie bedoeld in artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht, kan buiten de verplichtingen in de verleningsbeschikking aanvullende informatie opgevraagd worden of medewerking aan onderzoeken worden verlangd. In het tweede lid is een meldingsplicht opgenomen. Deze meldingsplicht is bedoeld als tegenhanger van het geven van meer vertrouwen.

Zo is de subsidieontvanger verplicht om, gedurende de looptijd van de subsidie, te melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit/prestatie niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of niet, niet tijdig of niet geheel volgens alle daaraan verbonden voorwaarden/verplichtingen zal worden verricht. Vanuit een oogpunt van administratieve lasten geldt de meldplicht bij afwijkingen van meer dan 10% in aard, aantal of bedrag. De meldingsplicht biedt mogelijkheden voor nadere afspraken over het aanpassen van de voorwaarden/verplichtingen,

ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de onderhavige subsidieverordening. Het derde lid regelt dat de subsidieontvanger het college zo spoedig mogelijk op de hoogte brengt van de (voorgenomen) rechtshandelingen die van invloed kunnen zijn op de aanwending van subsidiegelden.

bijvoorbeeld het geven van meer tijd voor de uitvoering van de activiteiten. Als deze meldingsverplichting niet wordt nageleefd, dan kan de subsidie (onder meer) om die reden lager worden vastgesteld (zie ook artikel 4:46 eerste lid onder b, Awb). Let wel: elke afwijking van (bijvoorbeeld) de activiteiten, prestaties of kosten kan sowieso leiden tot een lagere subsidievaststelling, ongeacht het percentage (zie bijvoorbeeld ook de andere in artikel 4:46 lid 2 Awb genoemde gronden). De meldingsplicht van 10% of hogere afwijkingen vormt een aparte verplichting die hier volledig los van staat. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, een reden zijn om met toepassing van artikel 4:49 Awb de subsidievaststelling in te trekken, omdat de ontvanger wist of behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het gehele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de onderhavige subsidieverordening. Het derde lid regelt dat de subsidieontvanger het college zo spoedig mogelijk op de hoogte brengt van de (voorgenomen) rechtshandelingen die van invloed kunnen zijn op de aanwending van subsidiegelden.

De toelichting op artikel 14 (Artikel II, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14 Verantwoording en controle subsidies vanaf € 25.000 In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidieaanvrager de aan hem verleende subsidie vanaf € 25.000 aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 9, wordt de wijze van verantwoording en controle al bij het besluit tot verlening van

Artikel 14 Verantwoording en controle subsidies vanaf € 25.000 In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidieaanvrager de aan hem verleende subsidie vanaf € 25.000 aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 9, wordt de wijze van verantwoording en controle al bij het

de subsidie aan de ontvanger bekend gemaakt.

besluit tot verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend gemaakt.

In het eerste lid is geregeld wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen eenmalige en jaarlijkse subsidies. Indien het subsidietijdvak van een jaarlijkse subsidie niet synchroon loopt met een kalenderjaar (bijvoorbeeld een schooljaar of een ander gebroken boekjaar), dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk twaalf weken na afloop van dit subsidietijdvak bij het college te worden ingediend.

In het eerste lid is geregeld wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen eenmalige en jaarlijkse subsidies. Indien het subsidietijdvak van een jaarlijkse subsidie niet synchroon loopt met een kalenderjaar (bijvoorbeeld een schooljaar of een ander gebroken boekjaar), dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk twaalf weken na afloop van dit subsidietijdvak bij het college te worden ingediend.

In het tweede lid is beschreven dat de aanvraag tot subsidievaststelling met behulp van een door of namens het college vastgesteld aanvraagformulier moet worden ingediend. Deze aanvraag bevat:

In het derde lid is beschreven dat de aanvraag tot subsidievaststelling met behulp van een door of namens het college vastgesteld formulier moet worden ingediend. Deze bevat:

a) de totale subsidieverantwoording en b) de per onderdeel van deze totale subsidieverantwoording gevraagde accountantsproducten en c) een opgave bezoldiging bij de subsidieontvangers die vallen onder de WNT. De totale subsidieverantwoording bestaat uit de volgende verplichte onderdelen:

De verantwoordingsvoorwaarden waaraan de inhoudelijke respectievelijk financiële

  

Inhoudelijke verantwoording Financiële verantwoording De in de verleningsbeschikking gevraagde accountantsproducten bij een subsidieverlening vanaf € 50.000.

De verantwoordingsvoorwaarden waaraan de inhoudelijke respectievelijk financiële subsidieverantwoording – als onderdeel van de totale subsidieverantwoording – dient te voldoen zijn in het derde lid onderdeel a respectievelijk b beschreven. Verder worden onder onderdeel c van het derde lid de vereiste accountantsproducten aangaande de onderdelen van de totale subsidieverantwoording bij verleende subsidies vanaf € 50.000 beschreven. Als een subsidie afgerekend wordt op basis van de werkelijke prestaties respectievelijk de werkelijke subsidiabele lasten (en de eventueel daaraan gerelateerde baten) van subsidiabele activiteiten, wordt een accountantsproduct over de inhoudelijke subsidieverantwoording respectievelijk

subsidieverantwoording – als onderdeel van de totale subsidieverantwoording – dient te voldoen zijn in het tweede lid onderdeel a respectievelijk b beschreven. Verder worden onder onderdeel d van het tweede lid de vereiste accountantsproducten aangaande de onderdelen van de totale subsidieverantwoording bij verleende subsidies vanaf € 50.000 beschreven. Als een subsidie afgerekend wordt op basis van de werkelijke prestaties respectievelijk de werkelijke subsidiabele lasten (en de daarmee gerelateerde baten) van subsidiabele activiteiten, wordt een accountantsproduct over de inhoudelijke subsidieverantwoording respectievelijk de financiële subsidieverantwoording opgevraagd. Bij subsidies vanaf € 200.000 worden ‘zware’ accountantproducten opgevraagd, aangezien bij grotere subsidiebedragen logischerwijze ook meer zekerheid wordt verlangd. In principe wordt met de verleningsbeschikking slechts één accountantproduct opgevraagd: of over de inhoudelijke of over de financiële subsidieverantwoording. Alleen in de gevallen dat afgerekend wordt op basis van zowel prestaties als op basis van de subsidiabele lasten (en de daarmee gerelateerde baten) van subsidiabele activiteiten, kunnen twee accountantsproducten worden opgevraagd: namelijk een accountantsproduct over de financiële subsidieverantwoording en een accountantsproduct over de inhoudelijke.

Gezien de systematiek van de verordening en de hiermee gemoeide accountantskosten wordt aangeraden hier slechts bij uitzondering gebruik van te maken. Bovenstaande geldt eveneens voor de in het vijfde lid opgenomen (gedeeltelijke) ontheffingsmogelijkheid. Wanneer op eenvoudige wijze is vast te stellen dat de aanvrager aan de subsidievoorwaarden en verplichtingen heeft voldaan, kan bepaald worden dat er geen accountantsproduct

de financiële subsidieverantwoording opgevraagd. Bij subsidies vanaf € 200.000 worden ‘zware’ accountantsproducten opgevraagd, aangezien bij grotere subsidiebedragen logischerwijze ook meer zekerheid wordt verlangd. In principe wordt met de verleningsbeschikking slechts één accountantsproduct opgevraagd: of over de inhoudelijke of over de financiële subsidieverantwoording. Alleen in de gevallen dat afgerekend wordt op basis van zowel prestaties als op basis van de subsidiabele lasten en de eventueel daaraan gerelateerde baten van subsidiabele activiteiten, moet de accountant zowel de prestaties als de lasten en eventuele baten controleren. Dit kan op twee manieren: 1. met twee accountantsproducten: namelijk een accountantsproduct over de financiële subsidieverantwoording en een accountantsproduct over de inhoudelijke subsidieverantwoording. 2. Via de nieuwe manier die met de wijziging van het subsidiecontroleprotocol in 2021 mogelijk is gemaakt: namelijk een accountantsproduct over de inhoudelijke subsidie-verantwoording aangevuld met financiële indicatoren. Gezien de systematiek van de verordening en de hiermee gemoeide accountantskosten wordt aangeraden slechts bij uitzondering subsidie op zowel prestaties als op lasten te verlenen.

In lid 5 staat dat bij subsidies vanaf € 25.000 tot € 50.000 het college vooraf in de verleningsbeschikking de vervangende controlemethodiek bepaalt die in plaats komt van de bovengenoemde accountantsonderzoeken. Het gaat dus niet om een vervangende manier van verantwoorden, ook bij deze subsidies is artikel 14 derde lid a en b van toepassing. Dit lid houdt in dat voor

nodig is. Wanneer van een ontheffing gebruik wordt gemaakt, dient de gebruikmaking van deze ontheffingsmogelijkheid en de motivering daarvan vooraf duidelijk in de verleningsbeschikking kenbaar te worden gemaakt. Ook wanneer vooraf duidelijk is dat de bezoldigingsnorm van de WNT niet overschreden wordt kan vooraf ontheffing verleend worden van de opgave bezoldiging. Bij subsidies vanaf € 25.000 tot € 50.000 bepaalt het college vooraf in de verleningsbeschikking de vervangende controlemethodiek die in plaats komt van de bovengenoemde accountantsonderzoeken.

subsidies tussen de € 25.000 en de € 50.000 een andere wijze van controle wordt voorgeschreven om een bepaalde mate van zekerheid te krijgen over de juistheid van de verantwoordingen (omdat er in dit geval geen accountantsproduct beschikbaar is als houvast). Dat kunnen bijvoorbeeld facturen en betaalbewijzen zijn. Bovenstaande geldt eveneens voor de in het zevende lid opgenomen (gedeeltelijke) ontheffingsmogelijkheid. Wanneer op eenvoudige wijze is vast te stellen dat de aanvrager aan de subsidievoorwaarden en verplichtingen heeft voldaan, kan bepaald worden dat er geen accountantsproduct nodig is. Wanneer van een ontheffing gebruik wordt gemaakt, dient de gebruikmaking van deze ontheffingsmogelijkheid en de motivering daarvan vooraf duidelijk in de verleningsbeschikking kenbaar te worden gemaakt.

De toelichting op artikel 15 (Artikel II, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15 Vaststelling subsidies

Artikel 15 Vaststelling subsidies

In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college na ontvangst van een volledige en juiste aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vaststelt. In het tweede lid is bepaald dat het college deze termijn met ten hoogste twaalf weken kan verlengen.

In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college na ontvangst van een volledige en juiste aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vaststelt. In het tweede lid is bepaald dat het college deze termijn met ten hoogste twaalf weken kan verlengen.

Het derde lid bepaalt dat indien de hier bedoelde aanvraag niet voor het in de artikelen 13 en 14 genoemde tijdstip is ontvangen, het college de subsidie binnen zes weken na een eenmalig rappel ambtshalve vaststelt.

Het derde lid bepaalt dat indien de hier bedoelde aanvraag niet voor het in de artikelen 13 en 14 genoemde tijdstip is ontvangen, het college de subsidie binnen zes weken na een eenmalig rappel ambtshalve vaststelt. In het vierde lid is bepaald dat het college op verzoek van de subsidieontvanger één keer uitstel van aanlevering kan verlenen, waarbij een nieuwe termijn wordt gesteld. Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet op

De subsidievaststelling vindt plaats op de wijze zoals die in de verleningsbeschikking (artikel 9) is bepaald. Dat kan zijn op basis van:

 

de werkelijke realisatie van de subsidiabele meetbare prestaties, de werkelijke subsidiabele lasten (en de daarmee gerelateerde baten) van de subsidiabele activiteiten, of beide.

Als daar aanleiding toe is kan het college bij nadere regels besluiten af te wijken van de in dit artikel gesteld termijnen (vierde lid).

de nieuw afgesproken datum is ingediend, volgt een eenmalig rappel. Als de subsidieontvanger zes weken na het versturen van het rappel geen verantwoording heeft ingediend, gaat het college over tot ambtshalve vaststelling. De subsidievaststelling vindt plaats op de wijze zoals die in de verleningsbeschikking (artikel 9) is bepaald. Dat kan zijn op basis van:  

de werkelijke realisatie van de subsidiabele meetbare prestaties, de werkelijke subsidiabele lasten (en de daaraan gerelateerde baten) van de subsidiabele activiteiten, of beide.

Als daar aanleiding toe is kan het college bij nadere regels besluiten af te wijken van de in dit artikel gesteld termijnen (vierde lid).

De toelichting op artikel 17 (Artikel II, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17 Hardheidsclausule Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college om bij nadere regeling te bepalen dat zij van concreet bepaalde onderdelen of artikelen kan afwijken van de subsidieregeling indien toepassing van die artikelen of onderdelen, naar het oordeel van het college, voor een subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zouden zijn tot de met de regeling te dienen belangen.

Artikel 17 Hardheidsclausule Artikel 17 is geen generieke hardheidsclausule. Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college om in nadere regels te bepalen dat zij concreet van bepaalde onderdelen of artikelen van de subsidieverordening kan afwijken. Afwijken kan alleen als de toepassing van die artikelen of onderdelen, naar het oordeel van het college, voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zouden zijn tot de met de subsidieregeling te dienen belangen

De bevoegdheid kan alleen toegepast worden als sprake is van: -

-bijzondere omstandigheden; onevenredige gevolgen, en -gevolgen die onevenredig zijn in relatie met de doelen, die door deze verordening worden gediend.

De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot bijzondere gevallen. De toepassing en motivering

De bevoegdheid kan alleen toegepast worden als sprake is van: -

bijzondere omstandigheden; onevenredige gevolgen, en gevolgen die onevenredig zijn in relatie met de doelen, die door deze verordening worden gediend.

daarvan dient duidelijk uit de betreffende subsidiebeschikking en het onderliggend subsidiedossier te blijken.

De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot bijzondere gevallen. De toepassing en motivering daarvan dient duidelijk uit de betreffende subsidiebeschikking en het onderliggend subsidiedossier te blijken.

De toelichting op artikel 19 (Artikel II, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 19 Overgangsbepalingen Wanneer de subsidieaanvraag voor 1 januari 2014 wordt ingediend wordt ook de aanvraag om vaststelling behandeld volgens de Subsidieverordening Rotterdam 2005. Dat geeft rechtszekerheid voor de aanvragers.

Artikel 19 Overgangsrecht Wanneer de subsidieaanvraag voor 1 januari 2024 wordt ingediend wordt ook de vaststelling behandeld volgens het recht zoals dat luidde voor die datum. Dat geeft rechtszekerheid voor de aanvragers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a417d7cd-a4cc-4cb2-a530-8b6b99a6d620