CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007848] Bijlage 5 behorende bij 23bb007841 over Jaarplan 2024 en begroting 2024-2028

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 6 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs28.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

^

De regeling Arbeidsmarkttoelage NPO is verwerkt tot en met 2023. Deze regeling is in 2024 niet verwerkt in de begroting, in afwachting van het besluit van het Ministerie van OCW over het continueren van de bekostiging hiervan. In de nieuwe CAO is aangegeven dat deze doorloopt, maar over de bekostiging moet nog een besluit genomen worden. Voor het begrote resultaat zal dit geen effect hebben.

^

Voor de subsidie basisvaardigheden zijn de toegekende bedragen vanuit de 1e en 2e tranche verwerkt. Een 3e tranche is vanwege de hoge mate van onzekerheid niet opgenomen. Voor de niet-bestede middelen is een bestemmingsreserve gevormd voor inzet in latere jaren.

^

De subsidiegelden Gelijke kansen voor elk talent (ROB) zijn verwerkt conform de afspraken met de gemeente Rotterdam. De beleidswijzigingen voor 2024/2025 zijn na het opstellen van de schoolbegrotingen bekend geworden. De gevolgen hiervan op school- en sectorniveau zijn daarom nog niet verwerkt. Dit zal in de Eerste voort­ gangsrapportage 2024 worden toegepast.

57

^

De inkomsten samenwerkingsverbanden zijn verwerkt op basis van de laatst bekende informatie.

^

Subsidies waarover nog geen zekerheid is dat deze worden toegekend, zijn niet verwerkt in de begroting.

^

Vanaf eind 2022 wordt door gestegen rente over het saldo van schatkistbankieren rente ontvangen. Deze baten zijn opgenomen vanaf 2023. In verband met de onzekerheid over de rentetarieven en het dalen van het saldo als gevolg van de uitgestelde uitgaven voor NPO, is een voorzichtige inschatting gemaakt.

^

De energielasten zijn per locatie berekend op basis van het verbruik en de verwachte tarieven. Over de overige lasten is de inflatie niet meegenomen in de begroting, omdat de compensatie hiervoor in de Rijksbijdragen nog niet bekend is.

^

Centrale kosten - zoals de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB)worden over de sectoren verdeeld volgens een vaste verdeelsleutel.

^ De

financiële

resultaten

van

de

scholen

worden

gemuteerd

op

het

weerstandsvermogen van de individuele scholen. Voor de nog niet bestede middelen NPO en basisvaardigheden worden de resultaten toegevoegd of onttrokken aan de bestemmingsreserves. ^

Conform het vastgestelde beleid hebben scholen een rendement van 1o0o opgenomen in hun begroting als het weerstandsvermogen in de sector lager is dan 80. Als het weerstandsvermogen in de sector en van de scholengroep meer dan 80 is, is de eis gesteld een rendement van minimaal 00 te begroten.

^

Met ingang van 2024 zal de wijziging in de voorziening groot onderhoud in werking treden. Vooruitlopend hierop is in de afgelopen jaren extra gedoteerd aan de voorziening. De begrote dotatie is toereikend in de nieuwe systematiek.

58

In onderstaande tabel is de begroting voor het jaar 2024 opgenomen. Bedragen in 11.000

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Prognose 2023

Begroting 2024

Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten

343.203 16.998 17.108 377.309

329.327 15.877 13.542 358.746

363.120 18.674 17.252 399.045

350.229 19.818 14.325 384.372

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

292.847 7.149 26.918 36.663 363.577

289.761 7.983 30.400 33.576 361.719

323.392 7.687 27.542 37.960 396.581

319.119 8.679 25.687 38.063 391.548

13.732

-2.973

2.465

-7.176

-365

-392

1.605

1.655

Resultaat

13.367

-3.365

4.069

-5.522

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

-16.407 4.459 1.419

-2.785 2.070 -4.080

-3.609 900 1.361

-5.100 12.158 1.536

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten

Toelichting De prognose van het resultaat voor 2023 (na mutatie bestemmingsreserve) is C 5,4 miljoen hoger dan was begroot. De volgende oorzaken liggen hieraan ten grondslag: ^

De energielasten zijn lager door een minder verbruik en lagere tarieven dan verwacht in de begroting.

^

In verband met het verplicht opzeggen van het energiecontract met Gazprom, is voor de extra energielasten in het laatste kwartaal van 2022 een compensatie toegekend.

^

De gestegen rentetarieven over het saldo van schatkistbankieren leiden tot rentebaten.

^

De financiële gevolgen van het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024 zijn verwerkt in de prognose 2023 en de begroting 2024, evenals de verwachte compensatie in de Rijksbijdrage. Dit komt tot uitdrukking in de hogere Rijksbijdrage en hogere personeelslasten.

Het verschil tussen de begroting 2023 en de prognose 2023 wordt nader toegelicht in de Tweede voortgangsrapportage 2023. Het resultaat van de begroting 2024 voor bestemmingsreserve is aanzienlijk negatief, wat voornamelijk veroorzaakt wordt door inzet voor NPO activiteiten. Hiervoor zijn de (incidentele) middelen ontvangen in de voorgaande jaren. Deze kosten worden onttrokken aan de bestemmingsreserve NPO. Voor de subsidie basisvaardigheden zijn

59

de inkomsten in 2024 hoger dan de uitgaven, dit leidt tot een dotatie aan de bestemmingsreserve basisvaardigheden. Door de mutaties op de bestemmingsreserves is het resultaat na bestemmingsreserves ongeveer gelijk aan de prognose 2023 en de realisatie 2022. De oorzaken genoemd bij het resultaat 2023 hebben ook effect op de begroting 2024 (met uitzondering van de compensatie Gazprom). Voor verdere details zie de toelichtingen op de baten en lasten en de toelichting op de meerjarenbegroting en sectorbegrotingen.

60

7.

Meerjarenbegroting 2024-2028 In onderstaande tabel is de meerjarenbegroting 2024-2028 in beeld gebracht: Bedragen in 11.000 Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW

350.229

345.557

346.234

349.793

352.195

Overige overheidsbijdrage

19.818

18.971

18.927

18.904

19.105

Overige baten

14.325

12.802

12.942

13.068

13.299

Totaal Baten

384.372

377.330

378.103

381.764

384.599

Personele lasten

319.119

315.255

314.101

315.415

317.541

Afschrijvingslasten

8.679

9.084

8.967

8.664

8.001

Huisvestingslasten

25.687

25.358

25.359

25.222

25.212

Lasten

Overige materiële lasten

38.063

35.351

34.696

35.038

35.515

Totaal lasten

391.548

385.048

383.122

384.340

386.269

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

-7.176

-7.718

-5.018

-2.576

-1.671

Financiële baten en lasten

1.655

1.711

1.732

1.754

1.775

Resultaat

-5.522

-6.007

-3.286

-822

104

Toevoeging bestemmingsreserve

-5.100

-1.757

0

0

0

Onttrekking bestemmingsreserve

12.158

6.249

3.079

1.765

1.398

Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

1.536

-1.515

-207

943

1.502

Opvallende ontwikkelingen Het resultaat 2025 en 2026 is lager dan waar in een normale situatie op gestuurd wordt. Dit komt door het wegvallen van de incidentele NPO gelden en later basisvaardigheden en het beëindigen per 1-1-2025 van de bijzondere bekostiging Professionalisering en Begeleiding Starters en Schoolleiders in het primair onderwijs. Het is moeilijk de activiteiten en inzet van medewerkers, die bekostigd worden door incidentele middelen, tijdig af te bouwen. Meerjarig wordt een toename van het aantal leerlingen verwacht en een afname van het aantal medewerkers. Dit leidt vanaf 2027 tot positieve resultaten na bestemmingsreserves. Ontwikkeling bestemmingsreserves Vanaf 2019 zijn bestemmingsreserves gevormd, in onderstaande tabel wordt een overzicht van de ontwikkeling hiervan weergegeven:

61

bestemmingsreserves

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

9.057 14.439 23.496

23.496 1.469 24.965

24.965 -12.085 12.880

12.880 -6.182 6.698

6.698 -2.459 4.238

4.238 -1.273 2.965

2.965 -942 2.023

0 -2 -2

-2 2.140 2.138

2.138 5.100 7.239

7.239 1.757 8.996

8.996 -577 8.419

8.419 -475 7.944

7.944 -456 7.488

3.000 -3.000 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

3.000 -1.115 1.885

1.885 -732 1.152

1.152 0 1.152

1.152 0 1.152

1.152 0 1.152

1.152 0 1.152

1.152 0 1.152

709 -341 368

368 -167 201

201 -72 128

128 -67 61

61 -42 19

19 -17 2

2 0 2

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

0 1.769 1.769

1.769 0 1.769

1.769 0 1.769

1.769 0 1.769

1.769 0 1.769

1.769 0 1.769

1.769 0 1.769

Beginsaldo

16.990

28.741

31.450

24.393

19.900

16.822

15.057

Dotatie/vrijval Eindsaldo

11.750 28.741

2.709 31.450

-7.057 24.393

-4.492 19.900

-3.079 16.822

-1.765 15.057

-1.398 13.659

Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Versnellingsprogramma ICT Totaal Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Aanvullende bekostiging vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Strategische opgaves vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Kleine scholen Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Collectieve werdrukmiddelen vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal

Op basis van de huidige planvorming is er in de bestemmingsreserve NPO na 2028 nog C 2,0 miljoen over. Voor de inzet van de middelen basisvaardigheden vindt de planvorming momenteel plaats. Daardoor blijft de bestemmingsreserve een hoog saldo houden. Ook voor het restant van de bestemmingsreserve versnellingsprogramma ICT worden nog concrete plannen opgesteld (AFAS, digitale geletterdheid, e.d.). De bestemmingsreserve werkdrukmiddelen vo is gevormd in 2022. In dat jaar werden deze middelen heel laat in het jaar ontvangen, waardoor inzet op deze middelen niet meer mogelijk was. Vanaf 2023 zijn deze middelen en opgenomen in de reguliere bekostiging en de bijbehorende uitgaven in de lasten.

62

8.

Meerjarige balansprognose Naast de begroting van onze baten en lasten, is ook een prognose gemaakt van de verwachte ontwikkeling van onze balans. Deze is als volgt: Bedragen in 11.000 per 31 december

Activa

Jaarverslag

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

66.685 1.075

76.904 1.053

87.257 1.031

93.532 1.009

99.734 987

104.301 965

107.411 943

180 16.906

17.000

0 13.148

0 14.757

0 14.757

0 14.757

0 14.757

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen l

81.150 l

Totaal activa 1

76.555 l

165.996 l

62.885 l

171.512 l

54.249 l

164.321 l

45.440 l

163.547 l

42.876 l

160.918 l

42.578 l

162.899 l

l 165.689

l

Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves)

60.179

64.249

47.731

41.724

38.436

37.616

37.721

Voorzieningen Langlopende schulden

30.188 16.728

32.324 16.154

45.484 15.513

47.821 14.872

48.798 14.231

51.920 13.590

54.927 12.949

Kortlopende schulden l

58.901 l

Totaal passiva

58.785 l

165.996

55.593 l

171.512

59.130 l

164.321

59.453 l

163.547

59.773 l

160.918

60.092 l

162.899

l 165.689

De meest opvallende ontwikkelingen zijn: ^

De toename van de materiele vaste activa komt door nieuwbouw van scholen en investeringen in ICT en inventaris.

^

De liquide middelen nemen vanaf 2023 af door het wegvallen van de baten van de incidentele middelen (NPO en basisvaardigheden). Vanaf 2023 dalen de liquide middelen door de hogere huisvestingslasten en omdat er nog wel inzet plaatsvindt voor activiteiten NPO activiteiten, maar er geen ontvangsten meer tegenover staan.

^

Het eigen vermogen neemt in 2023 toe door de nog niet bestede middelen NPO en basisvaardigheden. Deze worden gedoteerd aan de bestemmingsreserves en vallen onder het eigen vermogen. In 2024 daalt het eigen vermogen door de extra donatie aan de voorziening groot onderhoud (zie toelichting op voorzieningen). De daling vanaf 2025 komt door de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves.

^

De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is tot 2023 het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar. De voorziening groot onderhoud zal in 2024 worden omgezet naar de componenten methode. De stijging van de voorzieningen in 2024 heeft betrekking op deze omzetting, dit heeft ook effect op het eigen vermogen.

^

De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen voor de nieuwbouw en de uitbreiding in Lansingerland.

^

De verhouding tussen de kortlopende schulden en kortlopende vlottende activa verslechtert a.g.v. de afname van tijdelijke subsidies. Dit zal de komende jaren minder worden aangezien er wel sprake zal zijn van de ontvangst van extra

63

incidentele baten.

Deze zijn door onzekerheid over de omvang nog niet

meegenomen. Verder is er sprake van een kredietlimiet van C 25 mln. zodat er geen zorg is over de opeisbaarheid van kortlopende schulden.

64

9.

Kengetallen De cijfers in de meerjarenbegroting en de balansprognose komen tot uitdrukking in een aantal kengetallen die een beeld geven van de financiële positie van BOOR. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de exploitatie is als volgt: Kengetallen exploitatie

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Rentabiliteit Kosten per leerling totaal

3,5407o ē 12.234

1,0207o ē 12.899

-1,440/0 ē 12.632

-1,590/ ē 12.224

-0,87/ ē 11.957

-0,22/ ē 11.857

0,03/ ē 11.810

Kosten per leerling (s)bao Kosten per leerling vo

ē 9.385 ē 12.620

ē 10.491 ē 13.605

ē 9.624 ē 13.309

ē 9.421 ē 12.802

ē 9.098 ē 12.698

ē 8.966 ē 12.590

ē 8.872 ē 12.574

Kosten per leerling (v)so Aandeel personele lasten

ē 30.774 80,550Zo

ē 32.532 81,550Zo

ē 32.833 81,50/

ē 32.079 81,87/

ē 31.042 81,98/

ē 29.732 82,07/

ē 29.502 82,21/

Aandeel materiële lasten

19,4507o

18,4507o

18,50/

18,13/

18,02/

17,930/

17,79/

De kengetallen over 2023 zijn gebaseerd op de prognose. De rentabiliteit vanaf 2023 wordt sterk beïnvloed door de hogere energielasten en de inzet van de NPO middelen gedurende de verlengde bestedingstermijn. In 2022 wordt de rentabiliteit negatief beïnvloed door het wegvallen van de vordering op OCW in het primair onderwijs en de hogere energielasten, maar ook positief omdat niet het volledige bedrag van de NPO middelen wordt ingezet. De kosten per leerling in 2022 tot en met 2025 zijn hoger door de extra inzet voor NPO en basisvaardigheden, vanaf 2024 dalen ze door de afbouw van de interventies. Het aandeel personele lasten stijgt gedurende de begrotingsjaren, dit komt door het licht dalen van de materiele lasten en het stijgen van de personeelslasten. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de balans is als volgt: Kengetallen balans

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Solvabiliteit 2 ^ rn) 1

54,44/0

56,31/

56,730/

54,750/

54,210/

54,960/

55,920/

Liquiditeit p- 75Vý

166,45/0

159,150/

136,77/

116,70/

101,250/

96,42/

95,410/

29,25/0

33,450/

32,010/

32,150/

31,310/

31,37/

31,84/

15,96/

16,100/

15,280/

13,970/

13,070/

12,730/

12,670/

23,950/

24,200/

24,250/

23,730/

23,070/

23,450/

24,090/

2

Kapitalisatiefactor ^ 35az0)

3

Weerstandsvermogen (tot 2023 > 10%/vanaf 2023 >8%) Weerstandsvermogen + voorzieningen

1.

5

4

De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen plus de voorzieningen en het totale vermogen. De Inspectie hanteert een ondergrens van 30/, daar zit BOOR ruim boven.

2.

Het kengetal voor de liquiditeit wordt berekend door de vlottende activa uit te drukken in een percentage van de kortlopende schulden. Het hoge percentage in 2022 tot en met 2024 wordt verklaard door de ontvangst van de middelen voor NPO en basisvaardigheden, waarvan een deel in latere jaren wordt besteed. Dat is ook een van de redenen dat de liquiditeit vanaf 2024 daalt. In bijlage 1 is een meerjarige

65

liquiditeitsprognose opgenomen waaruit de kasstromen van 3.

BOOR blijken.

De kapitalisatiefactor wordt berekend door het balanstotaal (exclusief gebouwen) te delen door de totale baten. Een te hoge factor zou kunnen impliceren dat het vermogen te groot is ten opzichte van de totale baten. Bij grote onderwijsinstelling­ en - zoals BOOR - zou deze ratio maximaal 350Zo mogen bedragen. Daar blijft BOOR de komende jaren onder.

4.

Het weerstandsvermogen (buffer voor het opvangen van risico’s) wordt berekend door het eigen vermogen te delen door de totale baten. BOOR heeft zichzelf in 2015 een norm van 1007o opgelegd, waarbij achtereenvolgens op sector en op scholengroep gestuurd wordt. Vanaf 2023 is de eigen norm verlaagd naar 807o. Het weerstandsvermogen zal over de begrotingsjaren ruim boven de eigen normering blijven. De sector (s)bao komt vanaf 2026 onder de norm van 807o door de kosten voor activiteiten voor incidentele middelen, welke onttrokken zullen worden aan de bestemmingsreserve

(maakt deel

uit van het weerstandsvermogen).

Deze

ontwikkeling wordt de komende jaren goed gemonitord. In onderstaande grafiek de grafische weergave van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen inclusief bestemmingsreserves.

Ontwikkeling weerstandsvermogen

2022

2023

2024

totaal

— — minimum

2025

2026

2027

2028

De jaartallen geven de stand weer per 31 december van het betreffende jaar 5.

Het weerstandsvermogen en de voorzieningen samen vormen de basis voor de solvabiliteit van BOOR. De lichte fluctuaties die er zijn, zijn een gevolg van de exploitatieresultaten en schommelingen in de voorziening groot onderhoud. De waarde blijft boven de gestelde normen door de hogere voorzieningen.

66

Alle kengetallen laten een gezond beeld zien en blijven boven of onder de door de Inspectie gehanteerde grenzen.

Kapitalìsatiefactor

Solvabiliteit

4096

20^o 2896

im

-------- Score BOOR totaal 2022

2023

2024

2025

Score BOOR totaal

--------G renswaarde

2026

2027

2022

2028

Liquiditeit

2023

2024

2025

2026

Grenswaarde 2027

2028

2027

2028

Weerstandsvermogen 1696

~

1496

5096 Score BOOR totaal 2022

2023

2024

2025

2026

------- G renswaarde 2027

2028

2022

2023

2024

2025

2026

67

10. Ontwikkeling leerlingenaantal De verwachte ontwikkeling van de leerlingenaantallen per sector is als volgt: 2022 Begrotingsjaar 2020 2021 2023 2024 2025 2026 2027 2028 teldatum 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 1-2-2027 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.427 17.023 16.541 17.253 17.202 17.453 17.696 17.915 18.074 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.082 2.134 2.270 2.313 2.376 2.477 2.597 2.627 2.627 Totaal primair onderwijs 19.509 19.157 18.811 19.566 19.578 19.930 20.293 20.542 20.701 teldatum 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 1-10-2026 1-10-2027 Sector voortgezet onderwijs 10.882 10.910 10.907 11.178 11.418 11.569 11.749 11.872 12.007 Totaal 30.391 30.067 29.718 30.744 30.996 31.499 32.042 32.414 32.708

Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel op 1-2-2022 een stijging in het leerlingenaantal gerealiseerd te zijn. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het aantal leerlingen in het primair onderwijs van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien: 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Begrotingsjaar teldatum 1-2-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 1-2-2027 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.345 17.253 17.202 17.453 17.696 17.915 18.074 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.163 2.313 2.376 2.477 2.597 2.627 2.627 Totaal 19.508 19.566 19.578 19.930 20.293 20.542 20.701

Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt heel licht per 1 februari 2023 ten opzichte van 1 februari 2022. Meerjarig wordt een stijging van het leerlingenaantal verwacht in verband

met demografische ontwikkelingen

in

een

aantal wijken.

Het

(v)so

prognosticeert een behoorlijke groei van het aantal leerlingen tot en met 2027, door het wegwerken van de wachtlijsten. Het vo verwacht per 1 oktober 2023 een aanzienlijke stijging, deze groei zet zich de komende jaren door. Deze verwachte stijging meerjarig is een gevolg van de verhoogde interesse in onze scholen en de toestroom van nieuwkomers. In het vo zijn de eerstejaars nieuwkomers in bovenstaande tabel niet opgenomen. Gemiddeld over het jaar 2024 worden 355 eerstejaars nieuwkomers verwacht.

68

11. Toelichting baten De geraamde baten bestaan uit diverse onderdelen. In onderstaande tabel zijn deze onderdelen weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in 11.000

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Rijksbijdragen Ministerie van OCW Rijksbijdrage personeel Vereenvoudigde bekostiging po Vereenvoudigde bekostiging vo Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Rijksbijdrage materieel Overige subsidies OCW Basisvaardigheden Rijksbijdrage Personeels- en arbeidsmarktbeleid

225.035

Ontvangen doorbetalingen rijksbijdragen SWV

182.967 93.017 20.458

201.303 103.254

29.211

30.430 11.289

5.347

3.674

3.953

343.203

329.327

350.229

Subsidie ROB Gemeentelijke bijdragen overig

13.296 898

13.488 762

16.302 1.614

Gemeentelijke bijdragen - Huisvesting

1.563

1.179

1.257

Overige

1.241

449

645

Totaal overige overheidsbijdragen

16.998

15.878

19.818

Ouderbijdragen Doorberekende salarissen aan derden Verhuur lokaliteiten Overige bijdragen

8.070 466 1.062 7.510

7.819 523 758 4.442

8.703 371 778 4.473

Totaal overige baten

17.108

13.542

14.325

Totaal Baten

377.309

358.747

384.372

Totaal rijksbijdragen

31.201 18.409 40.495 5 22.712

Overige overheidsbijdragen

Overige baten

Rijksbijdragen De rijksbijdragen 2024 voor het voortgezet onderwijs zijn berekend op basis van het verwachte leerlingenaantal per 1 oktober 2023 en voor het primair onderwijs op basis van het gerealiseerde leerlingenaantal op 1

februari 2023.

Door middel van

scenarioberekeningen in de begrotingstool kan worden vastgesteld of fluctuaties in het geprognosticeerde leerlingaantal, kunnen worden opgevangen binnen de begroting. Vanaf 2023 zijn voor alle sectoren de personele -, materiele - en leermiddelenbekostiging samengevoegd in de vereenvoudigde sectorbekostiging. In de begroting 2023 zijn de NPO middelen lager door het stoppen van deze incidentele subsidie. Door de toekenning

69

van de subsidie basisvaardigheden en de verhoging van de reguliere bekostiging in verband met het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024, komen de totale baten voor 2024 weer op het niveau van 2022. In de Overige subsidies OCW gaat het vooral om de geoormerkte en niet-geoormerkte subsidies, de bekostiging voor lwoo- en pro leerlingen, nieuwkomers en asielzoekers. De toekenning van de NPO-arbeidsmarkttoelage is nog niet opgenomen in 2024. Personeel- en arbeidsmarktbeleid is door invoering van de vereenvoudigde bekostiging po niet meer apart zichtbaar. Dit is vanaf 2023 opgenomen in de vereenvoudigde bekostiging po. De bijdrage vanuit de samenwerkingsverbanden is in 2024 enigszins hoger dan de begroting 2023, door het hogere leerlingenaantal. De verlaging ten opzichte van 2022 komt door het vervallen van de groeiregeling voor het (v)so in verband met de invoering van de vereenvoudigde bekostiging en de hiermee verschuivende teldatum naar 1 februari. Overige overheidsbijdragen De Subsidie Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) is gebaseerd op toekenningen door de gemeente Rotterdam. De verdeling van de beschikbare middelen voor alle scholen in Rotterdam vindt grotendeels plaats op basis van de leerlingaantallen.

De hogere baten in 2024 komen door de opname in ROB van Lekker Fit en de subsidie Educatief partnerschap (ter vervanging van de regeling medewerker ouderbetrokkenheid) Overige baten De

overige

baten

worden

gevormd

door

diverse

bijdragen,

variërend

van

ouderbijdragen, de opbrengst van diverse schoolprojecten tot de opbrengst van kantines.

70

12. Toelichting lasten De begrote lasten worden in de tabel hierna weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in 11.000

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Personele lasten Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overige personele lasten

255.468 1.474 24.365 11.540

260.636 1.159 17.276 10.690

283.831 1.325 21.529 12.434

Totaal personele lasten

292.847

289.761

319.119

7.149

7.983

8.679

Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige huisvestingslasten

1.404 13.109 5.150 6.520 273 462

1.743 8.254 13.394 6.335 272 401

1.705 8.730 6.992 7.506 320 434

Totaal huisvestingslasten

26.918

30.399

25.687

Administratie en beheerlasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige instellingslasten

12.271 9.412 14.980

13.186 8.302 12.087

12.726 10.024 15.313

Totaal overige materiële lasten

36.663

33.575

38.063

Totaal lasten

363.577

361.718

391.548

Afschrijvingen Huisvestingslasten

Overige materiële lasten

Personele lasten De in de meerjarenbegroting 2024-2028 opgenomen personele lasten zijn afgeleid van de formatieplannen voor de komende (school)jaren. Bij het bepalen van de formatie is, naast de onderwijsinhoudelijke afwegingen, rekening gehouden met de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de verwachte financiële ontwikkelingen binnen de sectoren en scholen. In de raming zijn ook de voorzienbare mutaties, zoals uitstroom, wijzigingen in werktijdfactor en periodieken meegenomen. De kosten voor lonen en salarissen in 2024 zijn gebaseerd op de afspraken in het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024, dit verklaard de sterke stijging bij lonen en salarissen. De formatieve kosten voor uitvoer van de activiteiten voor NPO en

71

basisvaardigheden. De NPO-arbeidsmarkttoelage is vanaf 2024 niet in de lasten opgenomen. Onderstaand een overzicht van de formatie in fte’s: realisatie 2022 1.418

begroting 2023 1.377

begroting 2024 1.401

Begroting 2025 1.341

Begroting 2026 1.294

Begroting 2027 1.279

Begroting 2028 1.272

vo

1.047

1.042

1.054

1.056

1.055

1.055

1.059

(v)so

597

619

654

654

653

651

649

ABB

110

118

118

118

118

118

118

Participatiebanen

21

23

31

31

31

31

31

3.193

3.179

3.257

3.199

3.151

3.133

3.128

Formatie in fte's (s)bao

Totaal

De formatie ABB voor 2024 is vooralsnog gelijk gehouden aan de formatie van 2023. Aan de hand van een producten en dienstencatalogus (PDC) vindt een discussie plaats met de sectoren over de dienstverlening en de bestuurlijke rol van BOOR services. Ook zal vanuit de besturingsfilosofie bekeken worden waar optimalisatie kan plaatsvinden. Dit leidt mogelijk tot een ander inzicht over de wenselijke formatie. Eventuele wijzigingen vanuit de besturingsfilosofie en afstemming over de PDC zullen in de volgende kaderbrief worden verwerkt. In het (s)bao stijgt de formatie 2024 door hogere inzet voor NPO en basisvaardig-heden. De daling vanaf 2025 is een gevolg van het beëindigen van de activiteiten voor NPO en de ontoereikende bekostiging. De formatie in de sector vo blijft nagenoeg gelijk. De benodigde formatie om de leerlingengroei op te vangen, is nu al aanwezig vanuit NPO bekostiging. Bij het (v)so groeit de formatie door de leerlingengroei in 2024. Vanaf 2025 is formatie uitbreiding niet nodig door efficiënte indeling van de groepen. In het (v)so blijkt de realisatie van de formatie vaak lager dan begroot, omdat het niet lukt om vacatures op te vullen. Dit kan leiden tot verhoging van de inhuur van extern personeel. De lasten voor personeel niet in loondienst zijn geraamd aan de hand van de individuele beoordelingen van de schooldirecties voor extra inzet.

Hierbij wordt rekening gehouden met de extra inzetverplichtingen vanwege gesubsidieerde activiteiten en de verwachte extra inhuur van interim medewerkers en inhuur van leerkrachten in 2024. De kosten voor inhuur dalen vanaf 2025 door minder inzet voor NPO en het opnemen van vacatures ter vervanging van inhuur voor reguliere activiteiten. Onderstaand een nadere specificatie van de bedragen die we in de meerjarenbegroting hebben

voorzien

voor

externe

inhuur

van

leerkrachten,

directeuren

en

onderwijsondersteuners, inclusief de inhuur voor activiteiten voor het inlopen van leerachterstanden. Indien door het lerarentekort blijkt dat de activiteiten voor NPO niet met (tijdelijke) eigen medewerkers kunnen worden uitgevoerd, zullen de kosten van inhuur stijgen.

72

Bedragen in 11.000

Externe inhuur sector (S)BAO sector (V)SO sector VO ABB TOTAAL

Realisatie 2022 10.834 4.758 6.930 1.843 24.365

Begroting 2023 7.198 3.763 5.666 650 17.276

Begroting 2024 10.315 4.555 5.751 910 21.529

Begroting 2025 9.767 4.172 3.024 880 17.842

Begroting 2026 9.200 4.196 2.629 900 16.925

Begroting 2027 9.092 4.185 2.629 964 16.869

Begroting 2028 8.960 4.252 2.629 960 16.801

Bij de sector (s)bao zijn de bovenschoolse kosten voor de basisvaardigheden als inhuur derden opgenomen in de jaren 2023, 2024 en 2025. Tevens is de instroom van reguliere zij-instroom verminderd, waardoor een verschuiving heeft plaatsgevonden van intern medewerkers naar externe medewerkers van Echt Onderwijs. Na afronding van de opleiding komen deze medewerkers in dienst van BOOR. In de sectoren vo en (v)so is de inhuur in 2023 hoger in verband met het niet kunnen invullen van vacatures. Afschrijvingen De afschrijvingslasten stijgen door investeringen in nieuwbouw en/of renovatie van meerdere onderwijslocaties. Ook investeringen in ICT leiden tot extra afschrijvings­ kosten. Huisvestingslasten De onderhoudskosten over 2022 zijn hoger door een extra dotatie die is gedaan aan de onderhoudsvoorziening, vooruitlopend op de invoering van de wijziging inzake de voorziening onderhoud. De energielasten zijn in de begroting 2023 verhoogd in verband met de bij het opstellen verwachte sterk stijgende energieprijzen. Door effectief inkopen zijn de verwachte energielasten in de begroting 2024 beduidend lager dan in de begroting 2023, maar wel nog hoger dan de realisatie 2022. De schoonmaakkosten zijn in 2024 ruim hoger dan in 2023, door indexatie van de contracttarieven.

Overige materiële lasten Bij inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn verwachte kosten opgenomen voor basisvaardigheden, dit verklaart de hogere kosten. In de overige instellingslasten in de begroting 2024 zijn extra uitgaven opgenomen voor OSR (gerelateerd aan hogere Rijksbijdrage), doorbetaling aan Albeda en leerling activiteiten (gerelateerd aan hogere ouderbijdrage. Toelichting financiële baten en lasten De saldi van de financiële baten en lasten bestaan uit opbrengst op uitstaande gelden en uit rentelasten voor opgenomen leningen.

73

Bedragen in 11.000

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Financiële baten Financiële lasten

45 -410

46 -437

2071 -416

Totaal financiële baten en lasten

-365

-392

1655

De rentebaten betreft de rente op het saldo schatkistbankieren. De hoge liquide middelen zorgen de komende jaren voor extra rentebaten op het schatkistbankieren. Bij de schatkist is deze rente aanzienlijk hoger dan bij reguliere banken. De financiële lasten hebben betrekking op de rente op de leningen voor de gebouwen in de gemeente Lansingerland. Door aflossingen op deze lening worden de rentelasten lager.

74

13. Begroting per sector De begroting 2024 geeft het volgende beeld per sector: Bedragen in 11.000

Omschrijving Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal Baten

(S)BAO

VO

(V)SO

ABB'

Totaal

143.482 13.486 4.456 161.425

135.698 3.999 8.484 148.181

70.836 1.878 1.253 73.967

213 455 130 798

350.229 19.818 14.324 384.371

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

130.755 3.813 12.854 18.619 166.041

110.334 3.309 8.414 26.706 148.763

62.604 1.296 3.959 8.084 75.943

15.424 262 458 -15.347 798

319.117 8.679 25.686 38.062 391.545

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

-4.616

-582

-1.975

0

-7.174

866 0 866

793 -416 377

412 0 412

0 0 0

2.071 -416 1.655

-3.750 -874 7.085 2.461

-206 -2.918 4.139 1.015

-1.563 -1.308 933 -1.938

0

-5.519 -5.100 12.158 1.538

Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

0 0

Het percentage ABB ten opzichte van de baten exclusief basisvaardigheden in 2024 voldoet aan de afspraken uit de kaderbrief. Begroting (speciaal) basisonderwijs De meerjarenbegroting van het (speciaal) basisonderwijs is als volgt:

75

Bedragen in 11.000 Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW

147.375

141.401

143.482

140.260

138.455

139.685

140.611

Overige overheidsbijdrage

10.624

10.280

13.486

13.196

13.196

13.196

13.196

Overige baten

6.708

4.166

4.456

3.604

3.582

3.607

3.607

Totaal Baten

164.707

155.848

161.425

157.059

155.233

156.488

157.413

Personele lasten

124.427

121.186

130.755

127.805

125.161

125.138

125.713

Afschrijvingen

3.062

3.569

3.813

3.912

3.897

3.796

3.498

Huisvestingslasten

13.283

14.596

12.854

12.540

12.515

12.534

12.509

Lasten

Overige materiële lasten

18.990

17.128

18.619

17.810

17.215

17.200

17.228

Totaal lasten

159.762

156.479

166.041

162.067

158.787

158.668

158.948

4.945

-631

-4.616

-5.008

-3.555

-2.180

-1.535

Financiële baten

0

0

866

866

866

866

866

Financiële lasten

10

0

0

0

0

0

0

Totaal financiële baten en lasten

-10

0

866

866

866

866

866

-2.689

-1.314

-669

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten

Resultaat

4.935

-631

-3.750

-4.142

Toevoeging bestemmingsreserve

-7.799

-2.118

-874

-352

Onttrekking bestemmingsreserve

2.699

1.314

7.085

3.706

1.097

446

197

Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

-165

-1.435

2.461

-787

-1.592

-868

-472

Toelichting Het resultaat voor bestemmingsreserve is vanaf 2024 negatief, dit komt door de uitvoering van activiteiten voor NPO en basisvaardigheden. Deze kosten worden in mindering gebracht op de gevormde bestemmingsreserves, waardoor het resultaat na bestemmingsreserves in 2024 positief is en vanaf 2025 negatief. Dit komt met name door het wegvallen van incidentele middelen en het niet volledig kunnen aanpassen van de hiermee samenhangende kosten (vooral formatie). Ook de ontoereikendheid van de reguliere bekostiging en het wegvallen van de bijzondere bekostiging Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders vanaf 2025 speelt hierin een rol. De personele lasten stijgen in 2024 door het afgesloten onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024. Dit wordt gecompenseerd via de Rijksbekostiging, maar door het wegvallen van de NPO middelen vanaf 2024 en de basisvaardigheden vanaf 2026, is er in de eerste jaren een daling van de bekostiging waarneembaar. Vanaf 2026 wordt door het stijgende leerlingenaantal een enigszins hogere Rijksbijdrage verwacht. In de overige materiele lasten zijn de verwachte kosten voor een deel van de activiteiten voor basisvaardigheden opgenomen in de jaren 2024 en 2025. Hierdoor daalt dit vanaf 2026 weer tot het normale niveau. Het verloop van de bestemmingsreserves is als volgt:

76

Bedragen in C 1.000

bestemmingsreserves NPO

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2.814 7.669 10.483

10.483 1.572 12.055

12.055 -7.085 4.970

4.970 -3.706 1.263

1.263 -933 330

330 -386 -56

-56 -157 -212

0 -2 -2

-2 225 223

223 874 1.097

1.097 352 1.449

1.449 -164 1.285

1.285 -60 1.225

1.225 -40 1.185

Beginsaldo

1.935

0

0

0

0

0

0

Dotatie/vrijval Eindsaldo

-1.935 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

2.075 -761 1.314

1.314 -392 922

922 0 922

922 0 922

922 0 922

922 0 922

922 0 922

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

7.048 4.971 12.019

12.019 1.405 13.424

13.424 -6.211 7.213

7.213 -3.355 3.858

3.858 -1.097 2.761

2.761 -446 2.315

2.315 -197 2.118

Beginsaldo Dotati e/vrijval Eindsaldo

Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Veranderende bekostiging

Versnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Kleine scholen Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal (s)bao Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

De bestemmingsreserve NPO wordt tot en met 2028 nagenoeg volledig benut. Voor basisvaardigheden worden de plannen nog grotendeels opgesteld, de kosten zijn nog niet

volledig

opgenomen

in

de

begroting.

Het

resterend

saldo

voor

het

versnellingsprogramma ICT is bestemd voor technische doorontwikkeling van AFAS, digitale geletterdheid van het personeel, e.d..

77

Begroting voortgezet onderwijs De begroting van het voortgezet onderwijs is als volgt: Bedragen in C 1.000

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten

Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten

132.406 3.944 8.118

122.754 3.905 7.686

135.698 3.999 8.484

133.583 4.040 7.990

133.300 3.996 8.168

134.640 3.962 8.278

136.117 4.164 8.509

Totaal Baten

144.468

134.345

148.181

145.613

145.463

146.881

148.789

Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten

102.326 2.696 8.806 23.855

99.886 3.079 10.640 22.428

110.334 3.309 8.414 26.706

109.237 3.351 8.401 25.180

109.957 3.241 8.426 25.284

110.904 3.111 8.270 25.639

111.989 2.910 8.285 26.098

Totaal lasten

137.683

136.033

148.763

146.169

146.908

147.924

149.283

6.785

-1.688

-582

-556

-1.445

-1.044

-494

Financiële baten Financiële lasten

45 -410

46 -437

793 -416

827 -394

827 -373

827 -351

827 -330

Totaal financiële baten en lasten

-365

-392

377

433

454

476

497

Resultaat

6.420

-2.080

-206

-123

-990

-568

3

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-6.736 341

-796 167

-2.918 4.139

-1.400 2.150

1.982

1.319

1.201

25

-2.709

1.015

627

992

751

1.204

Lasten

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten

Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

Toelichting Het resultaat voor bestemmingsreserve toont vanaf 2024 een (klein) negatief saldo, dit komt door de uitvoering van activiteiten voor NPO en basisvaardigheden. Deze kosten worden in mindering gebracht op de gevormde bestemmingsreserves, waardoor het resultaat na bestemmingsreserves meerjarig positief is. De sector verwacht een groei van het aantal leerlingen, waardoor de baten jaarlijks toenemen. Hierdoor kan het personeel dat in 2024 t/m 2026 vanuit incidentele middelen wordt bekostigd, vanaf 2027 worden ingezet op reguliere onderwijstaken. De baten in 2024 wijken sterk af van de begroting 2023. Dit betreft de compensatie van het onderhandelaarsakkoord, de werkdrukmiddelen, meer nieuwkomersbekostiging en de inkomsten voor basisvaardigheden. De baten 2025 dalen door het wegvallen van de middelen basisvaardigheden en overige incidentele subsidies. ^

De overige materiele lasten in de begroting 2024 zijn hoger dan in 2023 door gestegen prijzen, hogere doorbetaling aan Albeda, leerling gerelateerde kosten en ICT. Vanaf 2025 dalen de kosten in verband met het beëindigen van het programma Sterk Techniek Onderwijs.

^

De ontwikkeling van de bestemmingsreserve is weergegeven in onderstaande tabel:

78

Bedragen in C 1.000

bestemmingsreserves

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

NPO Beginsaldo

5.386

10.303

10.601

6.534

4.451

2.925

Dotatie/vrijval

4.917

297

-4.067

-2.083

-1.526

-887

2.038 -786

Eindsaldo

10.303

10.601

6.534

4.451

2.925

2.038

1.252

0 0 0

0

1.695

4.613

6.013

5.600

5.184

1.695 1.695

2.918 4.613

1.400 6.013

-413 5.600

-415 5.184

-415 4.769

Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Aanvullende bekostiging vo Beginsaldo

709

368

201

128

61

19

Dotatie/vrijval

-341

-167

-72

-67

-42

-17

Eindsaldo

368

201

128

61

19

2

2 0 2

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000 1.769

Strategische opgaves vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Collectieve werdrukmiddelen vo

0

1.769

1.769

1.769

1.769

1.769

Dotatie/vrijval

1.769

0

0

0

0

0

0

Eindsaldo

1.769

1.769

1.769

1.769

1.769

1.769

1.769

Beginsaldo Dotatie/vrijval

7.095 6.346

13.441 1.824

15.265 -1.221

14.044 -750

13.295 -1.982

11.312 -1.319

9.994 -1.201

Eindsaldo

13.441

15.265

14.044

13.295

11.312

9.994

8.793

Beginsaldo

Totaal vo

In de bestemmingsreserve NPO zit aan het eind van de begrotingsperiode nog C 1,2 miljoen. Voor basisvaardigheden worden de plannen nog grotendeels opgesteld, de kosten zijn nog niet volledig opgenomen in de begroting. De aanvullende bekostiging (werkdruk) wordt tot en met 2027 volledig ingezet. Voor de bestemmingsreserve strategische opgaves vo zijn nog geen plannen gemaakt. De bestemmingsreserve collectieve werkdrukmiddelen betreft de middelen die eind 2022 toegekend zijn. Hiervoor was het niet meer mogelijk om deze in te zetten. In 2023 en verder zijn deze middelen opgenomen in de rijksbijdrage en de bijbehorende activiteiten in de lasten.

79

Begroting (voortgezet) speciaal onderwijs De begroting van het (voortgezet) speciaal onderwijs is als volgt: Bedragen in 11.000 Realisatie 2022

Omschrijving

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten

Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten

63.026 1.916 2.228

65.172 1.396 1.540

70.836 1.878 1.253

71.607 1.280 1.178

74.429 1.280 1.163

75.418 1.290 1.153

75.418 1.290 1.153

Totaal Baten

67.171

68.108

73.967

74.066

76.872

77.861

77.861

Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten

52.833 1.143 4.522 7.174

55.884 1.049 4.718 7.112

62.604 1.296 3.959 8.084

62.800 1.559 3.959 7.902

63.485 1.545 3.959 7.902

63.828 1.524 3.959 7.902

64.235 1.407 3.959 7.902

Totaal lasten

65.672

68.762

75.943

76.219

76.891

77.213

77.503

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

1.498

-654

-1.975

-2.154

-19

648

358

Financiële baten Financiële lasten

0 7

0 0

412 0

412 0

412 0

412 0

412 0

Totaal financiële baten en lasten

-7

0

412

412

412

412

412

393

1.060

770

Lasten

Financiële baten en lasten

Resultaat

1.491

-654

-1.563

-1.742

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-1.862 1.420

687

-1.308 933

-6 393

0

0

0

Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

1.049

33

-1.938

-1.354

393

1.060

770

In de jaren 2024 en 2025 verwacht de sector (v)so negatieve resultaten. Dit komt door de

sterke

groei

van

het

aantal

leerlingen.

Dit

is

een

gevolg

van

de

bekostigingssystematiek. De groei stopt vanaf 2026 en is er geen sprake meer van voorfinanciering. Dit heeft het gevolg dat de resultaten positief worden, mede omdat de personele inzet voor NPO overgaat naar reguliere formatie. De personele lasten stijgen in

2024,

ten

opzichte

van

de

begroting

2023,

door

het

afgesloten

onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024. De afschrijvingslasten stijgen in 2024 en 2025 door investeringen in gerenoveerde of nieuwe locaties. Momenteel wordt er kritisch gekeken naar de betaalbaarheid van gewijzigde wensen en de wijze van indexatie van de inrichting van nieuwbouwprojecten, zoals bij de nieuwbouw van het ROeR. De financiële impact hiervan zal meegenomen worden in de eerste voortgangsrapportage 2024. De overige materiele lasten in 2024 stijgen door inflatie en leerling gerelateerde kosten.

80

De ontwikkeling van de bestemmingsreserves is als volgt: Bedragen in C 1.000

bestemmingsreserves

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval

865 1.862

2.727 -400

2.327 -933

1.394 -393

1.001 0

1.001 0

1.001 0

Eindsaldo

2.727

2.327

1.394

1.001

1.001

1.001

1.001

0 0 0

0 221 221

221 1.308 1.529

1.529 6 1.534

1.534 0 1.534

1.534 0 1.534

1.534 0 1.534

1.065 -1.065 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

925 -355 571

571 -340 230

230 0 230

230 0 230

230 0 230

230 0 230

230 0 230

2.855 443 3.298

3.298 -520 2.778

2.778 375 3.153

3.153 -388 2.765

2.765 0 2.765

2.765 0 2.765

2.765 0 2.765

Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

IVersnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal (v)so Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

De middelen van de bestemmingsreserve NPO worden na 2025 vooralsnog niet benut, de

plannen

hiervoor moeten

nog worden

gemaakt.

Dit geldt ook voor de

basisvaardigheden. Het resterend saldo voor het versnellingsprogramma ICT is bestemd voor technische doorontwikkeling van AFAS, digitale geletterdheid van het personeel, e.d.

81

Begroting administratie, beheer en bestuur (ABB) De begroting van de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB) is als volgt: Bedragen in 11.000 Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten

Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten

-36 514 316

0 295 150

213 455 130

108 455 30

50 455 30

50 455 30

50 455 30

Totaal Baten

794

445

798

593

535

535

535

13.340 248 307 1.591 -15.197

12.805 285 446 2.799 -15.890

15.424 262 458 2.405 -17.752

15.413 263 458 2.211 -17.752

15.498 284 458 2.047 -17.752

15.546 234 458 2.049 -17.752

15.604 186 458 2.039 -17.752

Totaal lasten

290

445

798

593

535

535

535

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

504

0

0

0

0

0

0

Financiële baten Financiële lasten

0 -8

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Totaal financiële baten en lasten

-8

0

0

0

0

0

0

496

0

0

0

0

0

0

9

30

0

0

0

0

0

505

30

0

0

0

0

0

Lasten

Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Doorberekening sectoren

Financiële baten en lasten

Resultaat

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

Toelichting ^

De diensten zijn toegelicht in de kaderbrief.. De verdeling van de kosten over de sectoren vindt plaats o.b.v. de specifieke inzet voor de betreffende sector.

^

De kosten van administratie, beheer en bestuur (ABB) bestaan uit de kosten van het bestuur van de stichting en van BOOR Services. Ook de kosten voor de uitvoering van de participatiewet zijn hierin opgenomen. BOOR Services ondersteunt het bestuur en de scholen. Onder de kosten ABB is een budget opgenomen voor bestuurlijke initiatieven. Dit zijn initiatieven die een strategisch belang dienen van het openbaar onderwijs en bij individuele scholen zonder inzet van extra geld niet van de grond komen. Het college van bestuur besluit in samenspraak met de sectoren tot een bestuurlijk initiatief. Het budget hiervan is ten opzichte van 2023 gelijk gebleven

^

De stijging van de personele lasten in de begroting 2024 ten opzichte van 2023 komt door de stijging van de loonkosten als gevolg van het onderhandelaars­ akkoord cao 2023-2024 CAO. Ook is er een stijging conform de besluitvorming van het aantal participatiebanen. Ook is er een tijdelijke uitbreiding van de formatie opgenomen om de basisdienstverlening verder op orde te brengen en is in de begroting rekening gehouden met de overname van taken die in 2023 bovenschools waren opgenomen.

82

14. Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering. Externe ontwikkelingen Twee externe factoren hebben grote impact op ons overall risicoprofiel: ^

De eerste factor betreft een toename van gezinnen met geldzorgen en armoede. De huidige situatie in Oekraïne gaat gepaard met een grote vluchtelingenstroom en zorgt voor een hoge inflatie (CPB 2022: +10,0%, 2023: +3,9%, 2024: +3,8%). Ondanks genomen maatregelen van de overheid is bestaanszekerheid een belangrijk aandachtspunt geworden. Zo heeft 1 op de 5 gezinnen in Rotterdam te maken met armoede, waarbij de armoede in bepaalde wijken nóg hoger is. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.

^

De tweede onzekere factor betreft de ontwikkeling rondom het coronavirus. Alhoewel de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht zijn, is corona nog niet weg. We hebben afgelopen jaren ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn.

De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer van 2022 nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in schakelschool "De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo. We bereiden ons voor op een verdere toename van Oekraïense leerlingen in 2024.

^

Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden om in voorkomende gevallen veilig en verantwoord onderwijs te blijven geven. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk wordt voorkomen.

^

We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken. De hulp van BOOR-scholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen signaleren de problematiek waar mogelijk en zoeken tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Ondersteuning kan bestaan uit het beheersen van de schoolkosten, ontbijtspullen op school of initiatieven als een ruilkast of kledingbank. Bij stimuleren kan gedacht worden aan het bevorderen van een gezonde leefstijl, zoals een gezond

83

ontbijt en schoolfruit. Basis voor ons handelen vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn. ^

Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen. Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk.

Onderwijskwaliteit Op het gebied van onderwijs zien we de volgende risico’s en onzekerheden. ^

De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaalemotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025.

^

Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen.

De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.

^

Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld voor de individuele scholen, waarin vooral activiteiten zijn opgenomen die door álle scholen binnen BOOR of door BOOR-scholen in de directe omgeving kunnen worden uitgevoerd. In alle gevallen gaat het hier om activiteiten rondom taal en rekenen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar zijn gesteld.

84

Personeel Op het gebied van personeel zien we de volgende risico’s en onzekerheden: ^

Allereerst blijft het personeelstekort een grote zorg. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders (steeds meer) gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar en zet de onderwijskwaliteit onder druk. Positieve ontwikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen rondom het project ‘Anders Organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Ook BOOR ziet zich genoodzaakt nog veelvuldig gebruik te maken van externe inhuur om de continuïteit van het onderwijs te kunnen borgen.

^

We zijn content met het recent afgesloten onderhandelaarsakkoord voor de CAO 2023/2024.

De afspraken

maken

het werken in

het funderend onderwijs

aantrekkelijker. In het onderhandelaarsakkoord is een voorschot genomen op verwachte loonindexatie door het Rijk in 2024. Formeel is hiertoe nog niet besloten en derhalve als onzekerheid in de risicoparagraaf opgenomen. ^

Daarnaast hebben we nog steeds te maken meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel

op

scholen

met

een

complexe

leerlingpopulatie

ontvangt een

arbeidsmarkttoeslag. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. ^

Het 12-mnd voortschrijdend ziekteverzuim bevindt zich met 6,40Zo (2022: 6,507o) boven de interne BOORnorm van 6,007o. Het verhoogde ziekteverzuim is ook landelijk zichtbaar. Corona heeft de afgelopen jaren een grote impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op.

BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en expertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Voor de aanpak van het lerarentekort ontvangen de G5-steden ook vanaf 2024 nog extra middelen.

85

^

Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs in 2023/2024.

^

Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.

^

Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;

^

Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;

^

Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.

^

Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;

^

Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.

^

Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.

Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico’s en onzekerheden: ^

de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen laten een vertekend zien door allerlei ontvangen incidentele subsidies voor het funderend onderwijs. Dit biedt weliswaar een oplossing voor de korte termijn, maar is niet structureel van aard. Daarnaast brengt het een veelvoud aan regels en bestedingsvoorschriften met zich mee. Exclusief de incidentele middelen zien we dat de structurele bekostiging van het funderend onderwijs volstrekt ontoereikend is. Dit wordt in de meerjarenplanning zichtbaar vanaf 2025, nadat enkele grote incidentele subsidies zijn geëindigd. Voor het funderend onderwijs achten wij het van essentieel belang dat een volgend kabinet wél kiest voor structurele financiering. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt in het basisonderwijs versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor in 2022 ontstond, is ten laste gegaan van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen. Ook de financiële effecten van het nieuwe ROB zijn meerjarig zichtbaar.

^

De ontoereikende van de bekostiging voor onderwijshuisvesting. Er liggen voor de komende jaren grote opgaven op het gebied van verbetering van de luchtkwaliteit

86

(ventilatie-investeringen)

en

verduurzaming.

Naast

de

hieraan

verbonden

investeringen is de bekostiging voor onderwijshuisvesting ontoereikend om de panden duurzaam in stand te houden; de investeringen over de levensduur van een pand uitgesmeerd. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten van BOOR-scholen in Rotterdam. Dit neemt niet weg dat een groot deel van onze scholen de komende jaren worden geconfronteerd met hoge kosten van onderhoud. ^

De financiële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud. De regeling is inmiddels definitief en wordt per 1-1-2024 van kracht. Voor 2023 wordt nog gebruik gemaakt van de overgangsregeling (RJO artikel 4 lid 1). In 2024 zullen we (aanvullend aan de additionele dotaties van in de voorbije jaren) een extra dotatie van ca. C 11 miljoen moeten doen aan de onderhoudsvoorziening ten laste van het weerstandsvermogen. Dit is in de (meerjarige) balansprognose verwerkt.

^

Onze scholen werden in het najaar van 2022 geconfronteerd met een substantiële stijging van de energiekosten, mede doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken en op de top van de markt nieuwe contracten moesten worden afgesloten. In 2023 zijn de energieprijzen enigszins ‘genormaliseerd’, met dien verstande dat de inkoopprijs nog altijd hoger is dan in 2022. Tegelijkertijd heeft actieve sturing op klimaatbeheersing op de scholen in 2023 geresulteerd in een aanzienlijke energiebesparing. Het risicoprofiel kon dan ook neerwaarts worden bijgesteld. Ons energiebewustzijn willen we in 2024 continueren.

^

Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert.

De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure opgestart namens de 230 schoolbesturen. Deze procedure loopt nog.

^

Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU. EZK heeft inmiddels compensatie toegezegd voor de financiële nadelen vanwege opzegging gascontract met Gazprom dat leidt tot een compensatie over 2022 van ca. C 1,1 miljoen.

^

Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.

^

Opstellen meerjarig klimaatbeheersings- en ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan). Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor

87

bestaande bouw. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 400Zo. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed

(op

natuurlijke wijze)

geventileerd.

Dit wordt ook

gemonitord

met

klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geïnvesteerd in ventilatie. ^

Het ICT versnellingsprogramma is in 2023 afgerond: iedere school beschikt ultimo 2023 over een goede en veilige ICT infrastructuur. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over hoe we ICT willen

inzetten

in

het

onderwijs

met

een

sterkere

nadruk

op

het

onderwijskundig/didactisch vlak. ^

Vanaf 2022 wordt geïnvesteerd in de verdere doorontwikkeling van de sturing op de bedrijfsvoering en heeft geresulteerd in een gedragen besturingsfilosofie en herijking van de Visie en harmonisatie bedrijfsvoering. Voor de harmonisatie en verdere doorontwikkeling is voor de komende jaren een uitvoeringsagenda opgesteld. De bedrijfsvoering wordt georganiseerd met oog voor de eigenheid en kracht van iedere sector.

^

In overleg met de sectoren wordt een plan uitgewerkt hoe met mogelijke mee- en tegenvallers omgegaan zal worden.

88

Bijlage 1. Meerjarige liquiditeitsprognose Omschrijving Baten

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Rijksbijdragen ministerie OCW Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f016afae-6e93-4d99-bdbb-32ea25c5b07e