[23bb007845] Bijlage 3 behorende bij 23bb007841 over Tweede voortgangsrapportage 2023
Tekst van het document
Tweede voortgangsrapportage 2023
27
de verschillende IDT’s zijn geschreven. De enige uitzondering is het IDT RI&E, deze wordt in september opgestart. In februari 2023 is een kick-off georganiseerd voor de opdrachtnemers. De eerste bijeenkomsten van de IDT’s Werkgeluk, Talentontwikkeling en Sociale Veiligheid staan gepland na de zomervakantie. De overige IDT’s zijn aan de slag met de uitvoering van de doelen. Om verbinding te creëren tussen alle teams en zicht te kunnen houden op de voortgang van de verschillende projecten, organiseren we ‘sprints’. Tijdens de sprint presenteert de opdrachtnemer samen met een IDT-lid de voortgang van het IDT. De eerste sprint bijeenkomst heeft op 16 juni tijdens de plenaire dag plaatsgevonden.
Tweede voortgangsrapportage 2023
28
2.
Financiën 2023 Het financiële beeld over 2023 is als volgt:
Begroting jan aug 2023
Realisatie janaug 2023
Rijksbijdragen Ministerie van OCW
227.737
233.149
329.327
363.120
Overige overheidsbijdragen
10.577
10.928
15.877
18.674
Bedragen x C 1.000
Begroting 2023
Forecast 2023
Baten
Overige baten
9.178
10.084
13.542
17.252
Totaal baten
247.493
254.161
358.746
399.045
Personele lasten
194.558
203.784
289.761
323.392
Huisvestingslasten
20.309
18.132
30.400
27.542
Afschrijvingen
5.244
4.857
7.983
7.687
Overige materiële lasten
22.454
23.437
33.576
37.960
Totaal lasten
242.565
250.210
361.719
396.581
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
4.928
3.951
-2.973
2.465
Financiële baten en lasten
-261
1.361
-392
1.605
Exploitatieresultaat
4.667
5.311
-3.365
4.069
Lasten
Mutatie bestemmingsreserve VO werkdruk 2019
112
112
167
167
Mutatie bestemmingsreserve ICT tempoversnelling
1.268
450
1.902
732
Mutatie bestemmingsreserve NPO
-8.101
-8.927
-2.785
-1.469
0
7
0
-2.140
Totaal mutatie bestemmingsreserves
Mutatie bestemmingsreserve Basisvaardigheden
-6.722
-8.358
-716
-2.709
Resultaat na bestemmingsreserves
-2.055
-3.047
-4.081
1.361
Het verwachte resultaat over 2023 na bestemmingsreserves is C 1,3 miljoen positief. Ten opzichte van de begroting van C 4,1 miljoen negatief, is dit een aanzienlijke verbetering van C 5,4 miljoen. Dit wordt voornamelijk verklaard door: ^
De energielasten zijn lager door minder verbruik en lagere tarieven dan verwacht in de begroting.
^
In verband met het verplicht opzeggen van het energiecontract met Gazprom, wordt voor de extra energielasten in het laatste kwartaal van 2022 een compensatie verwacht.
^
De gestegen rentetarieven over het saldo van schatkistbankieren leiden tot rentebaten.
De baten zijn hoger als gevolg van het onderhandelaarsakkoord CAO 2023-2024, dit resulteert uiteraard ook in hogere personele lasten. Ook de subsidie basisvaardigheden en overige subsidies en de werkdrukmiddelen in het vo leiden tot hogere inkomsten.
Tweede voortgangsrapportage 2023
29
Naast de gevolgen van het onderhandelaarsakkoord zijn de verwachte personele lasten ook hoger door meer inzet van eigen formatie voor activiteiten NPO en basisvaardigheden (met name meer inzet onderwijs ondersteunend personeel). Verder is de uitwerking van de regeling werkdrukmiddelen in het vo verwerkt en de kosten externe inhuur zullen toenemen door de tijdelijke invulling van vacatures en de uitvoering van subsidie activiteiten. De huisvestingslasten zijn lager dan begroot door lagere energielasten, daar tegenover staan wel hogere kosten voor onderhoud en schoonmaak in de laatste maanden van 2023. De overige materiele lasten zijn aanzienlijk hoger dan begroot, dit betreft uitgaven voor de basisvaardigheden (leermiddelen), leerlingenzorg en hogere doorbetaling aan Albeda (ook hogere baten). De bestemmingsreserves ICT tempoversnelling zal in 2023 niet volledig worden ingezet. Een aantal activiteiten is uitgesteld tot 2024. Verwacht wordt dat na 2023 nog C 1,5 miljoen aan de bestemmingsreserve NPO wordt toegevoegd. Omdat in de eerste zeven maanden nog NPOmiddelen zijn ontvangen, zien we in de realisatie en begroting tot en met augustus een hoger bedrag als toevoeging. Vanaf augustus worden er alleen nog kosten gemaakt voor NPO, waardoor het toe te voegen bedrag aan het einde van het jaar lager uit zal vallen.
Voor de subsidie basisvaardigheden worden voor 1 oktober de plannen opgesteld. De inkomsten basisvaardigheden in 2023 zijn C 6,3 miljoen. De verwachte kosten zijn C 4,2 miljoen. Het saldo hiervan (C 2,1 miljoen) zal worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve.
2.1.
Algemeen
De forecast 2023 is tot stand gekomen door het samenvoegen van de individuele verwachtingen van de scholen en ABB (Bestuur en BOOR Services). De schoolleiding heeft bij het maken van de forecast rekening gehouden met onder meer de volgende ontwikkelingen, zoals ze op dat moment bekend waren: ^
Ontwikkeling Rijksbijdragen conform de laatst bekende regelingen van OCW, aangevuld met de door po- en vo-raad gecommuniceerde indexaties van de tarieven als gevolg van het onderhandelaarsakkoorden cao’s po en vo 2023-2024.
^
De salarislasten zijn berekend volgens het onderhandelaarsakkoorden voor de cao po en vo 2023-2024 vanaf 1 juli 2023
^
Werkelijke leerlingaantallen in het lopende schooljaar;
^
De inkomsten voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zijn opgenomen tot en met juli 2023, conform de regeling.
^
De regeling arbeidsmarkttoelage NPO is verlengd tot en met december 2023.
^
Voor de subsidie basisvaardigheden zijn de toegekende bedragen vanuit de 1e en 2e tranche verwerkt. De 3e tranche is vanwege de hoge mate van onzekerheid niet opgenomen. Voor de niet bestede middelen is er een bestemmingsreserve gevormd voor inzet in latere jaren.
Tweede voortgangsrapportage 2023
30
^
De inkomsten ROB zijn in 2023 gebaseerd op de beschikking 2022-2023 voor de eerste zeven maanden en de verwachte aanvraag 2023-2024 voor de laatste vijf maanden; Hierin is rekening gehouden met het hogere tarief voor dagprogrammering, de nieuwe regelingen voor Educatief partnerschap (voorheen Medewerker ouderbetrokkenheid) en Lekker fit.
^
Subsidies waarover nog geen zekerheid is dat deze worden toegekend, zijn niet verwerkt in de forecast en begroting.
^
Ontwikkeling van de personele bezetting, hierin is ook de extra inzet voor de uitvoering van NPO, basisvaardigheden, ROB, werkdrukmiddelen in het vo en overige subsidie activiteiten opgenomen.
^
De reiskosten woon-werk zijn opgenomen conform de verruimde regeling (19 ct per km op basis van werkelijk aantal kilometers) voor geheel 2023, in zowel de begroting als de forecast. tot en met 31 juli 2023.
^
Ontwikkeling van de huisvestingslasten, leermiddelen en ICT uitgaven inclusief de uitgaven voor de uitvoering van subsidie activiteiten. Hierbij is rekening gehouden met de door afdeling inkoop voorgestelde inflatiepercentages.
^
De energielasten zijn per locatie berekend op basis van het verbruik en de verwachte tarieven.
•
Vanaf eind 2022 wordt door gestegen rente over het saldo van schatkistbankieren rente ontvangen. Deze baten zijn opgenomen in 2023.
^
Het exploitatieresultaat wordt beïnvloed door baten en lasten waarvoor in eerdere jaren bestemmingsreserves
zijn
gevormd.
In
2022
is
daar
de
bestemmingsreserve
werkdrukmiddelen voor de sector vo bijgekomen. Voor de niet ingezette middelen basisvaardigheden zal in 2023 voor het eerst een bestemmingsreserve worden gevormd. De
verwachte
saldi
baten
en
lasten
worden
gemuteerd
op
de
betreffende
bestemmingsreserve.
2.2.
Toelichting op realisatie januari tot en met augustus
Het gerealiseerde exploitatieresultaat tot en met augustus is C 5,3 miljoen positief. Begroot was C 4,7 miljoen, een verschil van C 0,6 miljoen. Zowel de gerealiseerde baten als lasten wijken enorm af van de begrote baten en lasten. De totale baten zijn C 6,7 miljoen hoger. Dit betreft de indexatie voor materiele lasten, werkdrukmiddelen vo, basisvaardigheden, nieuwkomersbekostiging, inkomsten voor OSR en diverse overige subsidies. De financiële gevolgen van het onderhandelaarsakkoord zijn nog niet verwerkt in de realisatie. De personele lasten zijn C 9,2 miljoen hoger. Dit betreft voornamelijk externe inhuur (C 6,6 miljoen).
Daarnaast ook hogere formatieve inzet en overige personele lasten.
De
huisvestingslasten zijn C 2,2 miljoen lager, de energielasten zijn C 3,2 miljoen lager, onderhoudskosten en schoonmaak zijn C 1 miljoen hoger. De afschrijvingen C 0,4 miljoen lager (uitgestelde investeringen).
Tweede voortgangsrapportage 2023
31
De overige lasten zijn C 1 miljoen hoger. Dit betreft leermiddelen en diverse andere kostenposten. De rentebaten schatkistbankieren waren niet begroot, en al wel verwerkt in de realisatie (1,6 miljoen). Na verwerking van de mutaties in de bestemmingsreserves van C 8,3 miljoen is het resultaat C 3,0 miljoen negatief. Dit is C 1,0 miljoen lager dan is begroot.
2.3.
Toelichting op de forecast 2023
De baten in de forecast zijn per saldo C 40,2 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting zijn: ^
De reguliere bekostiging is C 18,1 miljoen hoger ter compensatie van de gestegen loonkosten in het onderhandelaarsakkoord en voor gestegen materiele lasten.
^
De overige Rijksbijdragen zijn C 15,6 miljoen hoger. Dit betreft met name de bekostiging nieuwkomers, werkdrukmiddelen en strategisch personeelsbeleid in de sector vo, de verlengde regeling arbeidsmarkttoelage NPO, de subsidie basisvaardigheden in alle sectoren, overige subsidies en inkomsten samenwerkingsverbanden.
^
De gemeentelijke bijdragen zijn C 2,8 miljoen hoger. Dit betreft inkomsten ROB (dagprogrammering, Educatief partnerschap en Lekker Fit met ingang van schooljaar 2023-2024) en huisvestingssubsidie.
^
De overige baten zijn C 3,7 miljoen hoger. Hieronder is onder andere de eenmalige compensatie van Gazprom opgenomen (C 1,1 miljoen). Daarnaast zijn de inkomsten detachering, Anders Organiseren, ouderbijdrage en diverse andere kleinere opbrengsten hoger.
De lasten in de forecast zijn per saldo C 34,9 miljoen hoger dan in de begroting. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting zijn: ^
De personele lasten zijn C 33,6 miljoen hoger. Dit betreft voor C 17,9 miljoen lonen en salarissen (onderhandelaarsakkoord 2023-2024) en meer inzet onderwijsondersteunend personeel voor de uitvoering van de activiteiten vanuit de incidentele middelen . De kosten externe inhuur zijn C 12,4 miljoen hoger. Grotendeels ( C 10,1 miljoen) betreft dit inhuur voor tijdelijke invulling van vacatures en ziektevervanging. Voor NPO, basisvaardigheden en ROB wordt C 2,1 meer inhuur verwacht. De overige personele lasten zijn C 3,3 miljoen hoger.
Dit
betreft
onder
andere
kosten
voor
nascholing,
werving,
arbo
en
werkdrukverlichting in de sector vo. ^
De huisvestingslasten zijn C 2,9 miljoen lager. De kosten voor energie zijn C 4,4 miljoen lager als gevolg lagere tarieven en minder verbruik.
De onderhoudskosten en
schoonmaakkosten zijn C 1,5 miljoen hoger. ^
De afschrijvingen zijn C 0,3 miljoen lager als gevolg van uitgestelde investeringen.
^
De overige materiele lasten zijn C 4,4 miljoen hoger. Het grootste deel betreft de kosten voor leermiddelen (C 2,1 miljoen, deels bekostigd vanuit de incidentele middelen) en leerling gerelateerde kosten (C 1,0 miljoen, schoolreizen, zorg en ondersteuning)
Tweede voortgangsrapportage 2023
32
Daarnaast is de doorbetaling aan Albeda hoger dan begroot (C 0,7 miljoen). Het overige verschil (C 0,6 miljoen) betreft de prijsstijgingen van diverse lasten. De financiële baten en lasten zijn ca. C 2 miljoen positiever dan begroot als gevolg van de positieve ontwikkeling van de rente op het schatkistbankieren.
2.4.
Ontwikkeling leerlingaantallen
2023
teldatum
2023
1-2-2022 realisatie
2024
1-2-2022 begroot
1-2-2023 realisatie
Sector (speciaal) basisonderwijs
17.253
17.290
Sector (voortgezet) speciaal onderwijs
2.313
2.311
17.202 2.376
Totaal primair onderwijs
19.566
19.601
19.578
2023
2023
2024
1-10-2022 realisatie
1-10-2022 begroting
1-10-2023 begroting’
Sector voortgezet onderwijs* Totaal
30.744
30.801
30.996
* leerlingaantallen uit meerjarenbegroting 2024-2028 ** exclusief 1e jaars nieuwkomers
In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingaantal per sector opgenomen. Voor het primair onderwijs is de teldatum 1 februari, voor het voortgezet onderwijs is dit 1 oktober. De gerealiseerde leerlingaantallen zijn verwerkt in de forecast 2023. Door de geringe verschillen tussen de begrote en gerealiseerde aantallen is het effect op de bekostiging minimaal.
Tweede voortgangsrapportage 2023
33
3.
Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering. Externe ontwikkelingen Twee externe factoren hebben grote impact op ons overall risicoprofiel: ^
De eerste factor betreft een toename van gezinnen met geldzorgen en armoede. De huidige situatie in Oekraïne gaat gepaard met een grote vluchtelingenstroom en zorgt voor een hoge inflatie (CPB 2022: +10,0%, 2023: +3,9%, 2024: +3,8%). Ondanks genomen maatregelen van de overheid is bestaanszekerheid een belangrijk aandachtspunt geworden. Zo heeft 1 op de 5 gezinnen in Rotterdam te maken met armoede, waarbij de armoede in bepaalde wijken nóg hoger is. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.
^
De tweede onzekere factor betreft de ontwikkeling rondom het coronavirus. Alhoewel de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht zijn, is corona nog niet weg. We hebben afgelopen jaren ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: >
BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer van 2022 nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in schakelschool "De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo. We bereiden ons voor op een verdere toename van Oekraïense leerlingen in 2024.
> Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden om in voorkomende gevallen veilig en verantwoord onderwijs te blijven geven. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk wordt voorkomen. > We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken. De hulp van BOOR-scholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen signaleren de problematiek waar mogelijk en zoeken tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Ondersteuning kan bestaan uit het beheersen van de schoolkosten, ontbijtspullen op school of initiatieven als een ruilkast of kledingbank. Bij stimuleren kan gedacht worden aan het bevorderen van een gezonde leefstijl, zoals een gezond ontbijt en schoolfruit. Basis voor ons handelen vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn. Tweede voortgangsrapportage 2023
34
> Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen. Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk. Onderwijskwaliteit Op het gebied van onderwijs zien we de volgende risico’s en onzekerheden. ^
De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaalemotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025.
^
Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: >
Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.
>
Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld voor de individuele scholen, waarin vooral activiteiten zijn opgenomen die door álle scholen binnen BOOR of door BOOR-scholen in de directe omgeving kunnen worden uitgevoerd. In alle gevallen gaat het hier om activiteiten rondom taal en rekenen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar zijn gesteld.
Tweede voortgangsrapportage 2023
35
Personeel Op het gebied van personeel zien we de volgende risico’s en onzekerheden: ^
Allereerst blijft het personeelstekort een grote zorg. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders (steeds meer) gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar en zet de onderwijskwaliteit onder druk. Positieve ontwikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen rondom het project ‘Anders Organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Ook BOOR ziet zich genoodzaakt nog veelvuldig gebruik te maken van externe inhuur om de continuïteit van het onderwijs te kunnen borgen.
^
We zijn content met het recent afgesloten onderhandelaarsakkoord voor de CAO 2023/2024.
De
afspraken
maken
het werken
in
het funderend
onderwijs
aantrekkelijker. In het onderhandelaarsakkoord is een voorschot genomen op verwachte loonindexatie door het Rijk in 2024. Formeel is hiertoe nog niet besloten en derhalve als onzekerheid in de risicoparagraaf opgenomen. ^
Daarnaast hebben we nog steeds te maken meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel
op
scholen
met
een
complexe
leerlingpopulatie
ontvangt
een
arbeidsmarkttoeslag. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. ^
Het 12-mnd voortschrijdend ziekteverzuim bevindt zich met 6,407o (2022: 6,507o) boven de interne BOORnorm van 6,007o. Het verhoogde ziekteverzuim is ook landelijk zichtbaar. Corona heeft de afgelopen jaren een grote impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op.
BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve
maatregelen zijn
onder andere
getroffen om
het restrisico
binnen
de
beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: > Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en expertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Voor de aanpak van het lerarentekort ontvangen de G5-steden ook vanaf 2024 nog extra middelen. >
Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs in 2023/2024.
Tweede voortgangsrapportage 2023
36
>
Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.
>
Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;
>
Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;
>
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.
>
Leiderschapsontwikkeling.
Uitvoering
leiderschapstrajecten,
interne en
externe
opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn; >
Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
>
Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.
Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico’s en onzekerheden: o
de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen laten een vertekend zien door allerlei ontvangen incidentele subsidies voor het funderend onderwijs. Dit biedt weliswaar een oplossing voor de korte termijn, maar is niet structureel
van
aard.
Daarnaast
brengt
het
een
veelvoud
aan
regels
en
bestedingsvoorschriften met zich mee. Exclusief de incidentele middelen zien we dat de structurele bekostiging van het funderend onderwijs volstrekt ontoereikend is. Dit wordt in de meerjarenplanning zichtbaar vanaf 2025, nadat enkele grote incidentele subsidies zijn geëindigd. Voor het funderend onderwijs achten wij het van essentieel belang dat een volgend kabinet wél kiest voor structurele financiering. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt in het basisonderwijs versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor in 2022 ontstond, is ten laste gegaan van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen. Ook de financiële effecten van het nieuwe ROB zijn meerjarig zichtbaar. o
De ontoereikende van de bekostiging voor onderwijshuisvesting. Er liggen voor de komende jaren grote opgaven op het gebied van verbetering van de luchtkwaliteit (ventilatie-investeringen) en verduurzaming. Naast de hieraan verbonden investeringen is de bekostiging voor onderwijshuisvesting ontoereikend om de panden duurzaam in stand te houden; de investeringen over de levensduur van een pand uitgesmeerd. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten van BOOR-scholen in Rotterdam. Dit neemt niet weg dat een groot deel van onze scholen de komende jaren worden geconfronteerd met hoge kosten van onderhoud.
Tweede voortgangsrapportage 2023
37
o
De financiële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud. De regeling is inmiddels definitief en wordt per 1-1-2024 van kracht. Voor 2023 wordt nog gebruik gemaakt van de overgangsregeling (RJO artikel 4 lid 1). In 2024 zullen we (aanvullend aan de additionele dotaties van in de voorbije jaren) een extra dotatie van ca. C
11
miljoen
moeten doen aan de onderhoudsvoorziening ten laste van het
weerstandsvermogen. Dit is in de (meerjarige) balansprognose verwerkt. o
Onze scholen werden in het najaar van 2022 geconfronteerd met een substantiële stijging van de energiekosten, mede doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken en op de top van de markt nieuwe contracten moesten worden afgesloten. In 2023 zijn de energieprijzen enigszins ‘genormaliseerd’, met dien verstande dat de inkoopprijs nog altijd hoger is dan in 2022. Tegelijkertijd heeft actieve sturing op klimaatbeheersing op de scholen in 2023 geresulteerd in een aanzienlijke energiebesparing. Het risicoprofiel kon dan ook neerwaarts worden bijgesteld. Ons energiebewustzijn willen we in 2024 continueren.
o
Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^
Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure opgestart namens de 230 schoolbesturen. Deze procedure loopt nog.
^
Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU. EZK heeft inmiddels compensatie toegezegd voor de financiële nadelen vanwege opzegging gascontract met Gazprom dat leidt tot een compensatie over 2022 van ca. C 1,1 miljoen.
^
Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.
^
Opstellen meerjarig ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan). Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie.
Die
ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 400Zo. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk Tweede voortgangsrapportage 2023
38
worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geïnvesteerd in ventilatie. ^
Het ICT versnellingsprogramma is in 2023 afgerond: iedere school beschikt ultimo 2023 over een goede en veilige ICT infrastructuur. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over hoe we ICT willen inzetten in het onderwijs met een sterkere nadruk op het onderwijskundig/didactisch vlak.
^
Vanaf 2022 wordt geïnvesteerd in de verdere doorontwikkeling van de sturing op de bedrijfsvoering en heeft geresulteerd in een gedragen besturingsfilosofie en herijking van de Visie en harmonisatie bedrijfsvoering. Voor de harmonisatie en verdere doorontwikkeling is voor de komende jaren een uitvoeringsagenda opgesteld. De bedrijfsvoering wordt georganiseerd met oog voor de eigenheid en kracht van iedere sector.
Tweede voortgangsrapportage 2023
39