[23bb007764] Bijlage behorende bij inspreker A. Roeloffzen
Tekst van het document
Inspraakreactie VTV-visie Cie SWCS, woensdag 15 november 2023 Geachte wethouders en commissieleden, Ik ben Anton Roeloffzen, bodemkundige en plantenecoloog, secretaris van volkstuinvereniging De Tochten in Zevenkamp en bestuurslid van de Stichting Platform Rotterdamse Volkstuinen. Ik heb zelf een nutstuin en kweek daarop zeldzame bomen en struiken. Hoewel volkstuinpark De Tochten en het hiernaast liggende volkstuinpark De Boerderij nog niet zijn bedreigd – maar hoe lang nog? - trek ik mij het lot aan de te sluiten volkstuinparken. Dit vanuit de zorg om tuinders, stadsnatuur en stedelijke klimaat. Volkstuinparken zouden te extensief worden benut, maar dat is niet waar. Ze worden niet alleen door tuinders gebruikt. Op volkstuinpark De Tochten zijn sinds de oprichting in 1986 wandelaars welkom en stellen wij ruimtes in ons verenigingsgebouw beschikbaar voor verenigingen, waarvoor elders ook geen plaats meer is: 2 zangkoren, een Yogaclub, volgende week de intocht van Sinterklaas en we huisvesten dan het stemlokaal. En de Veteranenclub Rotterdam, naarstig op zoek naar een ruimte, heeft ons ook benaderd. Daarnaast zijn volkstuinparken het woongebied van veel dieren en planten. Ook deze hebben steeds minder leefruimte in een steeds vollere stad. In 2014 heb ik een onderzoek gedaan op mijn volkstuinpark naar de aanwezige planten.
In de jaren erna ben ik ook gaan bijhouden welke dagvlinders en libellen er voorkomen. En zover mijn kennis reikt, vogels. De natuurlijke rijkdom is enorm. In de vruchtbare humeuze kleibodem zit net zoveel bodemleven als erboven: - Bacteriën, schimmels en paddenstoelen; - Nematoden en het beerdiertje; - Grond-, compost-, en pendelaarwormen; - Duizend- en miljoenpoten; - Springstaarten en bodemspinnen - Keverlarven en slakken. Niet voor niets wordt de bodem het “poor mans forest” genoemd. Ik heb 6 soorten dagvlinders gezien. Daarmee gaat het slecht in de steeds meer versteende stad: - Klein en groot koolwitje; - Dagpauwoog, atalanta en kleine vos; - Boomblauwtje. Ik heb 8 soorten libelles gezien en dat zouden er meer moeten zijn:
-
Lantaarn en kleine roodoogjuffer; Variabele waterjuffer; Gewone oeverlibel; Vroege, bruine en blauwe glazenmaker, en de paardenbijter.
Ik heb geen onderzoek gedaan naar amfibieën, maar waarschijnlijk anwezig: - Bruine, groene en poelkikker; - Gewone pad; - Kleine watersalamander. Mijn vogelwaarnemingen zijn met zekerheid onvolledig: - Zanglijster en merel; - Staart-, kool- en pimpelmees en de zwartkop; - Gaai, houtduif en Turkse tortel; - Buizerd en op de eigen tuin – heel bijzonder – de Ransuil; - Wilde-, sier- en soepeend; - Grauwe-, boeren- en soepgans. De soepeend/gans zijn kruisingen van de wilde en gefokte witte vogels. Ook de lijst aan zoogdieren is met zekerheid onvolledig: - Woelrat en helaas ook de zwarte rat; - In mijn composthoop de veldmuis; - Akkerspitsmuis; - Mol en egel; - Huis/zwerfkatten en hond; En de mens, want ook wij zijn zoogdieren! En dan is er de ongelooflijke diversiteit en bomen, struiken en andere planten. In totaal maar liefst 1048 soorten, rassen en variëteiten. Een groot stadspark als het Kralingsebos of het Zuiderpark bevat er hoogstens 400. - 331 boom- en struiksoorten, waaronder bijzondere/zeldzame: Osagedoorn, Chinese iep, Cryptomeria, Ginkgo, Watercypres, mandenwilgen en bijzondere fruitrassen: nashi-peer, zwarte moerbei, kroosjes, mispel, kruisbes, tayberry, jostabes, gojibes; - 111 soorten en rassen groentes en tuinkruiden, die vaak alleen nog op volkstuinen worden geteeld, zoals maschua, olijfkomkommer, tong-ho, kruidafrikaan, bergbonenkruid, bladmosterd.
- 549 wilde en sierplanten in allerlei kleuren en vormen, waardoor jaarrond nectar beschikbaar is voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten; - 33 soorten wilde en siergrassen; - 26 vooral moerasplanten en ook wat waterplanten. Citizen-science geeft een beeld van de aanwezige planten en dieren op volkstuinparken. Ook die verlangen naar bestaanszekerheid.