[23bb007728] Afschrift brief gezamenlijke schoolbesturen met reactie op Nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid (NROB)
Tekst van het document
Wethouder S. Kasmi Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM S.Kasmi@rotterdam.nl
Rotterdam, 15 november 2023
Betreft: Nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid (NROB)
Geachte wethouder Kasmi, beste Said,
Vorige week heeft u het Nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid (NROB) gepresenteerd. Het NROB staat voor meer investeren in de ontwikkeling van het jonge kind, goede onderwijskwaliteit, betere aansluiting tussen onderwijs, preventie en jeugdhulp en een bestendige aanpak van het aanhoudende personeelstekort. Ambities die alle schoolbesturen met u delen en waar wij onze schouders onder willen (blijven) zetten.
Op verschillende momenten hebben wij als gezamenlijke besturen in de aanloop naar de totstandkoming van het NROB gelegenheid gehad om mee te denken en input te leveren. Zoals gezegd delen wij de ambities en de keuze voor de speerpunten. Bij de verdere uitwerking van die speerpunten en de financiële vertaling daarvan hebben we aangegeven dat we betreuren dat de overigens terechte - aandacht voor het jonge kind en de investering om het doelgroepbereik van peuters te vergroten, ten koste gaat van de beschikbaarheid van de kwaliteitsontwikkelbudgetten voor de scholen.
De afgelopen jaren hebben de scholen in Rotterdam, mede ondersteund door gemeentelijke middelen (het schoolontwikkelbudget) jaar na jaar gewerkt aan steeds betere onderwijsresultaten voor hun leerlingen. De gemiddelde schoolweging van de scholen in Rotterdam (een maat die de uitgangspositie van de leerlingen weergeeft gelet op achtergrondkenmerken van de gezinssituatie) is het hoogst van de G4 en daarmee van heel Nederland. Dat betekent dat de omstandigheden waarin de Rotterdamse scholen hun prestaties leveren het meest uitdagend is. Het gemeentelijk schoolontwikkelbudget is een steun in de rug voor de scholen om tegen de achtergrond van deze verzwarende omstandigheden toch zo goed mogelijke onderwijskwaliteit te kunnen leveren. Het schoolontwikkelbudget levert daarmee een bijdrage aan het bestrijden van kansenongelijkheid.
Dit werd heel zichtbaar in de bijzondere periode van de coronapandemie. Landelijk onderzoek wees uit dat de gevolgen van de lock downs vooral neersloegen op scholen waar veel kinderen uit gezinnen met sociaal economische achterstanden samenkomen. In Rotterdam is dit zoals gezegd het vaakst van heel Nederland aan de orde. De Rotterdamse scholen hebben in die periode veel veerkracht laten zien en zijn erin geslaagd de achterstanden van leerlingen niet teveel te laten oplopen en zijn aantoonbaar succesvol geweest in het herstel van de leerprestaties op taal en rekenen. De ondersteuning van de gemeente door middel van de schoolontwikkelbudgetten in combinatie met activiteiten in de schil om de school zijn daarbij randvoorwaardelijk geweest.
Wij worden door een verschuiving van de gemeentelijke middelen naar de kinderopvangorganisaties nu geconfronteerd met een verlaging van de schoolontwikkelbudgetten met ongeveer 23%. Dat is een forse verlaging en wij vrezen dat daarmee de continuïteit in de succesvolle aanpak van de afgelopen jaren, leidend tot betere onderwijsresultaten en daarmee tot een verkleining van de kansenongelijkheid in gevaar komt. Wij vragen nogmaals uw aandacht hiervoor omdat wij denken dat door verschuivingen binnen het budget mogelijk meer ruimte zou ontstaan voor verhoging van het schoolontwikkelbudget. Bij de bespreking van de concept subsidie regeling wordt aangegeven dat er geen ruimte is om hierover in gesprek te gaan. Dat is de reden waarom wij ons tot u wenden, met het verzoek om hier nog eens serieus naar te kijken. We zijn er met u van overtuigd dat de extra inzet op de ontwikkeling van jonge kinderen zal kunnen leiden tot betere onderwijsprestaties van Rotterdamse leerlingen. Wij vinden het echter niet verstandig om nu al de succesvolle inzet van de kwaliteitsmiddelen af te bouwen terwijl de effecten van de grotere focus op het jonge kind pas op zijn vroegst over twee tot vier jaar effect kan hebben.
Graag zouden we met u in gesprek gaan om te bezien of binnen de kaders van het NROB mogelijkheden zijn om de middelen evenwichtiger in te zetten en daarmee recht te doen aan de eerder behaalde resultaten en de noodzaak tot behoud daarvan.
Met vriendelijke groet,
Diane Middelkoop, Voorzitter college van bestuur
Jasmijn Kester, Voorzitter college van bestuur
Renata Voss,
Ton Groot Zwaaftink,
Voorzitter college van bestuur Voorzitter college van bestuur