CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007657] Afdoeningsvoorstel wethouder Struijvenberg toezegging 23bb004654 over procederen tegen de Rotterdammer

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 7 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Organisatie780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurs- en Concernondersteuning Financiën en Organisatie, Dienstverlening, Grote Projecten Maarten Struijvenberg Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: L.A. Bouter Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid

Ons kenmerk: M2307-132 en 23bb004654 23bo008635 Onderwerp: Procederen tegen de Rotterdammer Datum: 13 november 2023

Geachte commissieleden, De Rijksoverheid heeft eind vorig jaar de Factsheet 2022-5: Bestuursorganen in hoger Beroep gepubliceerd. Hierin is het aantal zaken, gronden en uitkomsten in geschillen tussen bestuursorganen en burgers onderzocht. Hieruit blijkt dat van de zaken waar de gemeente Rotterdam in hoger beroep voor is gegaan, voor bijna de helft (47%) over het socialezekerheidsrecht gaat. Van alle onderzochte bestuursorganen (van ministeries tot de belastingdienst en gemeenten) is het aandeel ongegronde hoger beroepen bij onze gemeente het grootst. Het lid Maassen (D66) heeft via een Regeling van Werkzaamheden vragen gesteld over deze constateringen. De vragen worden hieronder beantwoord. Vragen: 1. Waarom gaat de gemeente voornamelijk in hoger beroep over zaken rondom sociale zekerheid, terwijl we de armste stad van Nederland zijn? In 2021 zijn ruim 13.000 bezwaren ingediend tegen besluiten van de gemeente Rotterdam. 1.345 keer gingen burgers in beroep bij de rechter tegen de beslissing op bezwaar. De gemeente is in 82% van de gevallen in het gelijk gesteld door de bestuursrechter. Tot slot gingen burgers zo’n 350 keer in hoger beroep tegen de uitspraak van de bestuursrechter. De gemeente is zelf, in 2021, 8 keer in hoger beroep gegaan. In de helft van deze zaken is de gemeente Rotterdam in het gelijk gesteld. Van deze 8 zaken ging 1 zaak over het sociale domein.

In deze zaak is de gemeente in het gelijk is gesteld. De andere zaken hadden betrekking op besluiten van de burgemeester en omgevingsvergunningen. Hieruit volgt dat de gemeente zelf sporadisch in hoger beroep gaat en dan met name op het gebied van omgevingsvergunningen. Hoger beroep instellen op het gebied van sociale zekerheid is eerder uitzondering dan regel. 2. Hoe kan het dat we de meeste ongegronde hoger beroepen tellen van alle onderzochte bestuursorganen? Wodc heeft alleen uitspraken onderzocht die gepubliceerd zijn op rechtspraak.nl. Op rechtspraak.nl worden niet alle uitspraken gepubliceerd. Door Wodc zijn geen cijfers bij Juridische Diensten – de afdeling die belast is met de behandeling van deze procedures opgevraagd. Volgens de gegevens van Juridische Diensten zijn er in 2021 8 uitspraken gedaan waarvan de helft ongegrond is.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/2 13 november 2023 M2308-2479

3. Wat zijn de kosten van al deze hoger beroepen en wanneer wordt besloten hiertoe over te gaan? Als hoger beroep wordt ingesteld is griffierecht verschuldigd. Dit bedrag is afhankelijk van rechtsgebied en varieert van € 136,-- tot € 274,--. Als de procedure ongegrond en de gemeente geen gelijk heeft gekregen, betaald de gemeente (als er een gemachtigde is) nog de proceskosten tussen de € 837,-- en € 1.674, -- (tarief 1 januari 2023). Onderstaand wordt aangegeven wanneer wij over gaan tot hoger beroep 4. Waarom procederen we voornamelijk tegen onze eigen burgers en hoe past dit bij een betrouwbare overheid? In algemene zin geldt dat bewoners de grootste groep zijn waar de gemeente een juridische relatie mee heeft. Daaruit vloeit voort dat het grootste aantal zaken bij de rechter burgers betreft. Het besluit om in hoger beroep te gaan wordt in de gemeente Rotterdam niet lichtvaardig genomen. Vanuit Juridische Diensten wordt altijd afgestemd met het desbetreffende cluster. De voornaamste beweegredenen zijn: het krijgen van meer juridische zekerheid, het afwenden van de negatieve gevolgen van de uitspraak, en de opvattingen over het gebruik van dit rechtsmiddel. Wat betreft juridische zekerheid kan worden gedacht aan de ervaren noodzaak om nieuwe jurisprudentie te ontwikkelen of een gezaghebbende uitleg van wet- en regelgeving te krijgen.

Als een uitspraak voldoende juridische zekerheid biedt zal (meestal) niet in hoger beroep worden gaan. In voorkomende gevallen zal toch geprocedeerd worden als de consequenties voor het beleid en de uitvoering groot zijn. Bij de overweging om in hoger beroep te gaan wordt de menselijke maat toegepast. De gevolgen voor de burger worden altijd meegewogen, en de gemeente ziet eerder af van het instellen van hoger beroep als de belangen voor de burger (te) groot zijn. Dit blijkt dan ook uit bovenstaande uiteenzetting van de feiten over 2021. In dit jaar is de gemeente eenmalig in hoger beroep gegaan binnen het sociale domein. Het beeld dat de gemeente veelvuldig procedeert tegen haar eigen burgers binnen het sociale domein is abuis. Ik ga ervan uit u voldoende te hebben geïnformeerd en stel voor de toezegging met nummer 23bb004654 hiermee als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,

Maarten Struijvenberg Wethouder Financiën, Organisatie, Dienstverlening en Grote Projecten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e5b9923c-2968-4846-95d9-7ac58fe32f1f