[23bb007653] Afdoeningsvoorstel toezeggingen 23bb003261, 23bb003262 en 23bb003263 wethouder Kasmi over onderwijsbeleid
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen Said Kasmi Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Gideon Sinke Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie WIOSSAN
Ons kenmerk: M2305-3027 - 23bo007663 Onderwerp: Veegbrief VGR ROB en NPO Datum: 13 november 2023
Beste commissieleden, Op 17 mei jl. heeft uw raad de volgende onderwerpen besproken die mijn portefeuille raken: het Uitvoeringsplan NPRZ (pijler School), de Schouw Dagprogrammering, de Voortgangsrapportages Rotterdams Onderwijsbeleid en het Nationaal Programma Onderwijs. Vanwege de zeer vele (technische) vragen die gesteld zijn tijdens deze behandeling heeft het enige tijd geduurd, voordat zij allen konden worden beantwoord. In deze brief kom ik schriftelijk op de vragen terug (toezegging 23bb003261). Daarnaast heb ik uw raad twee andere toezeggingen gedaan: De wethouder zal de commissie informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de effectiviteit van weekendscholen en talentklassen en nog laten weten in de veegbrief wanneer de onderzoeksresultaten worden verwacht (23bb003262). Eind 2023 verwachten we de uitkomsten van dit onderzoek, en deze resultaten zullen uiteraard ook met uw raad gedeeld worden. De tweede toezegging luidt: de wethouder zal kijken in hoeverre hij een globaal beeld kan geven van de hoeveelheid tijd die besteed wordt aan thema- en projectweken in verhouding tot de basisvaardigheden taal en rekenen (23bb003263). Zoals ik al heb aangegeven aan uw raad tijdens de behandeling op 17 mei jongstleden, is dit onderscheid moeilijk te maken. Daar komt bij dat de gemeente géén rol speelt in de invulling van het curriculum op scholen.
Ik heb onderzocht of ik een globaal beeld kan geven van de hoeveelheid tijd die Rotterdamse scholen besteden aan thema- of projectweken in relatie tot de tijd die ze besteden aan basisvaardigheden. Scholen maken zelf dit specifieke onderscheid niet zichtbaar via hun schoolgidsen of anderszins. Zij verantwoorden richting de onderwijsinspectie hoeveel tijd zij besteden aan de verschillende vakken en aan de verschillende leerdoelen. Er zijn wettelijke uren-normen per (basis)vak waar scholen aan moeten voldoen. De inzet van themaweken kan bijdragen aan het beheersen van vakken en basisvaardigheden: een projectweek is vaak niet relevant voor één vak, maar is vakoverstijgend. Door verschillende vakken samen te voegen, kunnen leerlingen hun kennis vergroten én begrijpen hoe onderwerpen op elkaar inwerken.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/11 13 november 2023 M2305-3027
Het is de verantwoordelijkheid van de scholen en de schoolbesturen om hierin een goede balans te vinden en tot een optimale invulling van de schoolweken te komen. De verhouding tussen project- en themaweken en basisvaardigheden qua tijdsbesteding is dus helaas niet na te gaan, aangezien scholen zelf niet dit onderscheid maken in hun curriculum. Beantwoording vragen De volgende vragen zijn of door uw raad gesteld tijdens de behandeling, of schriftelijk via de griffie. VVD 1. Op bladzijde 8 [van de Voortgangsrapportage Onderwijs] staat dat PLG (professionele leergemeenschappen) onderzocht hebben op welke manier objectieve adviezen in het PO met de juiste plaatsing in VO tot stand komt. Deze worden getoetst in een pilot in het schooljaar 2022-2023. Wanneer worden de bevindingen verwacht? Zijn er al tussentijdse resultaten te melden? De resultaten worden eind 2023 verwacht. Er zijn nog geen tussentijdse resultaten te melden. 2. Op pagina 10 [van de Voortgangsrapportage Onderwijs] in figuur 2 staat de positie van de Rotterdamse leerling in het derde jaar VO tov schooladvies. Het % onbekend is gestegen in 2021-2022 naar 11.6%.
Wat is de reden dat er een steeds groter percentage onbekend is? Waarom zijn er überhaupt leerlingen onbekend t.a.v advies? Er is een percentage onbekend omdat van deze leerlingen de gegevens niet juist zijn ingevuld door de scholen of omdat zij uit of naar Rotterdam verhuisd zijn, waardoor een link tussen de twee meetmomenten niet te maken is binnen het systeem dat het CBS hanteert. De toename in percentage is het gevolg van een toename van deze redenen. 3. Op bladzijde 11 [van de Voortgangsrapportage Onderwijs] staat een overzicht van op- en afstroom van leerlingen verdeeld over het opleidingsniveau van hun ouders. Wat zijn de redenen dat leerlingen afstromen en naar welke niveaus? Er zijn uiteenlopende redenen voor op- en afstroom. Scholen bekijken zelf waarom leerlingen zijn op- of afgestroomd om zo na te gaan wat de oorzaken zijn, en of aanpassingen in de aanpak nodig zijn. Naast een te hoog of te laag advies of niet de best passende school kunnen ook gebeurtenissen in het leven van een leerling een oorzaak zijn. Denk hierbij aan ziekte, overlijden, scheidingen. 4. De gemeente verleende in 2021-2022 subsidies aan het project de Talentklassen.
Welke scholen betreft dit in Rotterdam? In welke gebieden? Wat is het resultaat van deze talentklassen? In 2021-2022 deden de volgende zes voortgezet onderwijs scholen mee aan de talentenklassen: het Marnix Gymnasium, het Erasmiaans Gymnasium, het Lyceum Kralingen, het Laurens Lyceum en het Melanchthon Schiebroek op noord en het OSG Hugo de Groot op zuid.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/11 13 november 2023 M2305-3027
Zij hebben een aanbod verzorgd voor 120 leerlingen van de volgende basisscholen:
De Erasmus Universiteit doet onderzoek naar de effecten van de talentenklassen. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het najaar van 2023 verwacht. 5. Op bladzijde 21 en 22 [van de Voortgangsrapportage Onderwijs] wordt er gesproken over het aantal kinderen dat thuiszit/ niet naar school gaat. Wat zijn de redenen (oorzaken) dat leerlingen thuiszitten? Welk onderwijsniveau volgen deze leerlingen? Kan er inzicht gegeven worden in gegevens over de gezinssituatie van deze leerlingen? De oorzaken zijn complex en niet eenduidig. Er valt hierbij te denken aan zowel kindgerichte (bijv. gedrag), schoolgerichte (bijv. uitval van bepaalde ondersteuning) als omgevingsfactoren (bijv. stressvolle gebeurtenissen binnen het gezin), maar vaak juist ook een combinatie hiervan. Thuiszitters komen op alle onderwijsniveaus voor. Wel zien we dat thuiszitters relatief vaker voorkomen in het reguliere onderwijs dan in het speciaal onderwijs. Het betreft dan leerlingen die uit het regulier onderwijs komen en een plek in het speciaal onderwijs nodig hebben. Vanwege de wachtlijsten in het speciaal onderwijs, lukt het niet altijd snel een plek te krijgen. Het kan ook zijn dat een leerling naar een ander type onderwijs moet en dat daar geen plek is. Dit kan speciaal onderwijs zijn maar ook regulier.
Ook is het zo dat een groot deel van de leerlingen eerst zorg behoeft en dat de wachttijden in de (jeugd)zorg zorgen voor stagnatie en een kind daardoor in de tussentijd thuis komt te zitten. Thuiszitters komen ook onder alle leeftijden voor. De groep thuiszitters in de vo leeftijd (13 tot en met 17 jaar) is iets groter dan de groep thuiszitters in de po leeftijd ( 5 tot en met 12 jaar). Er is geen generiek gekoppeld overzicht van de gezinssituatie van deze leerlingen. Deze is per casus wel bekend, maar is ook weer heel verschillend. Gezinsfactoren kunnen een rol spelen, maar er blijkt uit wetenschappelijk onderzoek geen directe link tussen een bepaalde gezinssituatie en de thuiszittersproblematiek. 6. Zijn er ook cijfers beschikbaar over de verdere carrièreontwikkeling na school van thuiszitters? Het oplossingspercentage is 83%, deze leerlingen vervolgen na een periode van thuiszitten hun onderwijscarrière. Bij ruim een derde van de leerlingen is eerst een zorgaanbod nodig, voordat de leerlingen kunnen terugkeren naar het onderwijs.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/11 13 november 2023 M2305-3027
7. Op pagina 23 [van de Voortgangsrapportage Onderwijs] staat: er wordt onderzocht waar deze groei in vrijstellingen vandaan komt. Wanneer wordt dat onderzoek afgerond? Waar wordt specifiek naar gekeken? In 2022 zijn de vijf leerrechtpilots geëvalueerd en de evaluatie hierover is gepubliceerd. Kan deze evaluatie met ons gedeeld worden? Het onderzoek naar de groei van vrijstellingen in de G4 wordt uitgevoerd door het Kohnstamm instituut en wordt naar verwachting in mei afgerond. We zullen de uitkomsten daarvan met u delen. De evaluatie van de vijf leerrechtpilots is gepubliceerd, zie: Leerrechtaanpak Rotterdam Verwey-Jonker Instituut 8. Waar worden de onderwijs-zorg arrangementen (OZA) ingezet, op het PO, VO of beiden? Op welke scholen is dit ingezet? Hoe verhoudt deze vorm van zorg zich tot de SZT (schoolzorgteams)? Wat zijn de verschillen? Waar wordt deze vorm van Jeugdhulp ingezet? OZA wordt tot augustus 2022 uitgevoerd in alle vormen van onderwijs. Het is bedoeld voor jeugdigen van 4 tot en met 20 jaar met specifieke ondersteuningsbehoefte om deel te kunnen blijven nemen aan het onderwijs. De meeste ondersteuning wordt geboden op vrijwel alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 (V)SO, praktijkonderwijs (PrO), speciaal basisonderwijs (SBO) en enkele zorgklassen in MBO-11.
Ook in het regulier onderwijs bestaat soms de behoefte aan ondersteuning van leerlingen, naast de ondersteuning die vanuit de school, het schoolmaatschappelijk werk of een schoolzorgteam geboden wordt. Vanaf september 2022 vallen de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en MBO-1 onder de inkoop OZA Specifiek. Voor het regulier (voortgezet) onderwijs geldt tussen september t/m december 2022 een overgangsperiode voor de OZA. Hoe verhoudt deze vorm van zorg zich tot de SZT? Schoolzorgteams zijn beschikbaar gesteld voor scholen in het primair reguliere onderwijs (inclusief speciaal basisonderwijs) met een hoge tot zeer hoge weging. In jeugd gespecialiseerde wijkteammedewerkers werken binnen een schoolzorgteam vanuit de school. Dat doen ze minimaal vier uur per week. Zo zijn zij direct aanspreekbaar voor de zorgprofessionals in de school en voor de ouders die hulp zoeken voor hun kind of situatie. Op dit moment zijn SZT actief op 71 scholen. Voor 42 scholen is er een startmoment gepland. Het target voor 2023 is 120 scholen. Wat zijn de verschillen? Het verschil tussen een schoolzorgteam en OZA: de OZA medewerker is een jeugdhulpverlener van een gecontracteerde aanbieder. Deze komt voor een bepaald kind naar de school en biedt het de ondersteuning die nodig is.
Het SZT is ingebed in het aanbod van de school, biedt eerstelijnshulp (minder complexe vraagstukken) en schakelt direct met het wijkteam. 9. De IT campus houdt zich bezig met digitalisering in het Rotterdamse PO, VO en SO. Hoeveel scholen, uitgesplitst naar PO, VO en SO hebben al een module IT opgenomen in het curriculum? Op welke manier wordt IT gepromoot op scholen? De IT Campus Rotterdam neemt een centrale rol in bij het promoten van IT op scholen door middel van een proactieve benadering. Als verbindende schakel tussen vraag en 1
Dit zijn extra kleine klassen waar permanent een jeugdhulpmedewerker beschikbaar is.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/11 13 november 2023 M2305-3027
aanbod organiseren ze kennismakingsbijeenkomsten, ontwikkelen ze actieplannen en gebruiken ze o.a. O21 als partner om scholen te ondersteunen bij het integreren van IT in het onderwijs. Dit alles met als doel digitale geletterdheid te bevorderen, digitale vaardigheden te ontwikkelen en leerlingen voor te bereiden op de digitale wereld. Op dit moment hebben onderstaande scholen al gebruik gemaakt van een module IT in het curriculum: PO: 72 scholen VO: 45 scholen SO: 3 scholen 10. JINC bereikt 16.225 PO en VO leerlingen. Begin april 2022 hebben de JINC Techniekdagen plaatsgevonden. Wat is het effect geweest van deze JINC dagen? Hoeveel % van de scholieren heeft hierna voor techniek gekozen? De JINC Techniekdagen zijn een onderdeel van de leerlijn die JINC aanbiedt in Rotterdam-Rijnmond. Hier vallen verschillende projecten onder, zoals Bliksemstage, Sollicitatietraining, Carrière Coach, etc. Allemaal projecten die samen met het Rotterdamse bedrijfsleven worden neergezet. Er worden +/- 16.000 leerlingen in de regio bereikt, daarvan worden er 1900 leerlingen bereikt met de Techniekdagen. De Techniekdagen worden georganiseerd voor basisschoolleerlingen uit groep 7 om kinderen op jonge leeftijd te enthousiasmeren voor techniek en de breedte van de sector te laten zien.
Het JINC impactonderzoek laat zien dat uitsluiting van bepaalde sectoren en beroepen - zo ook de techniek - al op jonge leeftijd plaatsvindt. Om die reden is het belangrijk kinderen al vroeg kennis te laten maken met wat de (technische) arbeidsmarkt te bieden heeft, zodat ze dat later mee kunnen nemen in keuze voor school en carrière. De leerlingen worden vanuit JINC niet gevolgd in hun onderwijscarrière. Er is dus niet te zeggen welke percentage van deze basisschoolleerlingen uiteindelijk een technisch profiel volgt op het voortgezet onderwijs. 11. Kunnen we financiële winst behalen door programma’s als Preventieve Aanpak Terugdringen Schoolziekteverzuim en de onderwijs-zorgarrangementen aan de schoolzorgteams te koppelen? Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven. Als met financiële winst, winst voor de inzet van jeugdhulp wordt bedoeld, wordt de koppeling tussen jeugdhulp en de schoolzorgteams al gemaakt. De schoolzorgteams zijn een schakel richting wijkteams wanneer zorgen bestaan over een kind. Hierdoor wordt de toeleiding naar jeugdhulp eenvoudiger en daarmee toegankelijker. Het is onbekend of dit ook leidt tot een groter beroep op jeugdhulp, hierover zijn nog geen data beschikbaar.
Daarnaast is de aanname dat de Preventieve Aanpak Terugdringen Schoolziekteverzuim (PATS) ervoor zorgt dat we aanstaande thuiszitters vroegtijdig signaleren en daarmee voorkomen dat ze uitvallen in het onderwijs. Daardoor worden (hogere) kosten voor eventueel zorgaanbod of trajecten om hen weer terug te begeleiden naar het onderwijs, voorkomen. De onderwijszorgarrangementen zijn beschikbaar in het (voortgezet) speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en MBO-1. Deze arrangementen kunnen dus niet worden gekoppeld aan de schoolzorgteams of PATS-aanpak. 12. Kan de wethouder het overzicht geven van waarom kinderen niet naar school gaan en kan hij ons vertellen om welke leeftijden en onderwijsniveau dit nu het meeste voorkomt? Zie de beantwoording van vragen 5 en 6.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/11 13 november 2023 M2305-3027
13. Kan de wethouder vertellen hoeveel studenten er de komende jaren gaan uitstromen vanuit de schoolbanken naar de IT- en technieksector en in hoeverre deze uitstroom voldoet aan de vraag naar personeel in deze sectoren? Het aantal Rotterdamse studenten in de techniek-, industrie- en bouwkundeopleidingen voor 2021/2022 betreft: WO: 1528 studenten HBO: 1658 studenten MBO: 4156 studenten Het is belangrijk op te merken dat deze cijfers de huidige instroom van studenten weergeven en niet rechtstreeks de verwachte uitstroom naar de IT- en technieksector in de komende jaren vertegenwoordigen. We kunnen wel een indicatie geven van het aantal studenten dat de komende drie jaar na hun diplomajaar in totaal uitstroomt uit IT- en techniekopleidingen naar de arbeidsmarkt. Dit zijn er 2.100 vanuit IT-opleidingen en 4.700 vanuit techniekopleidingen. Om nauwkeurige voorspellingen te doen over de toekomstige uitstroom, zouden we gegevens nodig hebben van meerdere academische jaren en moeten we rekening houden met verschillende factoren zoals demografische trends, onderwijsbeleid en de vraag naar personeel in de IT- en technieksector. Hier hebben we op dit moment geen inzicht in. 14. Op welke manier wordt IT gepromoot op scholen? Zie beantwoording vragen 9 en 10. 15.
Hebben we in kaart welke barrières er zijn om IT en programmeren op scholen aan te bieden? Gebrek aan kennis en faciliteiten zijn terugkerende problemen. Juist om die reden ondersteunt de gemeente-initiatieven zoals de IT Campus om scholen op die manier te helpen in het aanbieden van dergelijke modules en vakken. 16. Kan de wethouder aangeven hoe groot de groep is van mensen die zich op latere leeftijd wil om- of bijscholen? Het is lastig om precies aan te geven hoe groot de groep is van mensen die zich op latere leeftijd willen om- of bijscholen, omdat dit een dynamische en fluctuerende situatie is. Binnen de gemeente worden meerdere instrumenten ingezet om dit in kaart te brengen en om te voorzien in de behoeften van deze groep. Dit valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van wethouder Versnel. Een van de instrumenten is het Leerwerkloket, dat advies en informatie biedt over leren en werken. Hoewel deze loketten waardevolle gegevens verzamelen, dekken ze niet noodzakelijkerwijs de volledige doelgroep van mensen die zich op latere leeftijd willen bijscholen. Daarnaast hebben wij ook het Rotterdams Scholingsfonds waarin per 2023, 272 (73% van het totaal 374) scholingsvouchers zijn verstrekt aan burgers ouder dan 30 jaar. Ter info: de maximumleeftijd om gebruik te kunnen maken van studiefinanciering is 30 jaar.
Hoewel dit een indicatie geeft van interesse in bijscholing, is het niet noodzakelijkerwijs representatief voor de gehele doelgroep.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/11 13 november 2023 M2305-3027
De vraag naar bijscholing en omscholing is afhankelijk van verschillende factoren, zoals economische omstandigheden, beschikbare opleidingen en individuele behoeften. Daarom is het moeilijk om exacte cijfers te geven over de omvang van deze groep. 17. Voor welke doelgroep is het scholingsfonds? Hoeveel vouchers waren er beschikbaar? Het Rotterdams Scholingsfonds (portefeuille van wethouder Versnel) is bedoeld voor inwoners van de Gemeente Rotterdam die ouder zijn dan 18 jaar maar nog geen AOW ontvangen. Daarnaast kunnen schoolverlaters in de regio Rijnmond extra financiële ondersteuning ontvangen. In 2022 heeft het Rotterdams Scholingsfonds 982 scholingsadviezen gegeven en 663 vouchers verstrekt. Er is geen vast maximumaantal vouchers beschikbaar, maar er geldt een subsidieplafond dat wordt vastgesteld in de subsidieregeling. Voor 2023 bedraagt dit subsidieplafond 2 miljoen euro 18. Welke gesprekken worden er nu gevoerd om ervoor te zorgen dat zij zich kunnen omscholen of bijscholen buiten werktijden om? Kan dit bijvoorbeeld via een BBLopleiding? Scholing in de avonduren is nu al mogelijk. Rotterdammers kunnen kiezen uit erkende opleidingen bij publieke en private opleiders. Het vinden van de passende scholing is altijd maatwerk. Hierbij wordt gekeken naar de privé- en werkomstandigheden van het individu en op basis daarvan wordt gekeken welke vorm van scholing het beste past.
Daarnaast zijn er verschillende vormen van hybride onderwijs beschikbaar. Een concreet voorbeeld is het Flexibele Leertraject van het Albeda College. Binnen dit traject hebben studenten de mogelijkheid om te kiezen tussen online lessen en klassikale lessen. Hierdoor kunnen ze hun onderwijservaring aanpassen aan hun persoonlijke voorkeuren en omstandigheden. Een ander voorbeeld is het Hybride Leren-programma van Zadkine. Binnen dit programma kunnen studenten zowel online als klassikale lessen en stages volgen. Deze flexibiliteit stelt hen in staat om hun leerproces op een evenwichtige manier vorm te geven en optimaal gebruik te maken van verschillende leermogelijkheden. Deze hybride onderwijsvormen bieden studenten de mogelijkheid om zelf te bepalen welke leermethode het beste bij hen past, rekening houdend met factoren zoals hun leerstijl, persoonlijke omstandigheden en individuele behoeften. BBL (beroepsbegeleidende leerweg) is ook een optie. Dit is een combinatie van werken en leren, waarbij je werkt bij een erkend leerbedrijf en één of twee dagen per week naar school gaat. Het leerbedrijf moet dit dan mogelijk maken. DENK 19. Over Dagprogrammering: Bereik op vo is 15 tot 20% in plaats van de beoogde 30%.
Wat kan het college doen om meer jongeren en ouders te bereiken met Dagprogrammering? Met de vo-scholen die Dagprogrammering aanbieden zijn we continu in gesprek over hoe we meer leerlingen kunnen bereiken met Dagprogrammering. Daarbij zijn scholen op zoek naar de juiste balans tussen motiveren en verplichten. Zij leren hierbij ook van elkaars goede voorbeelden en geleerde lessen. Aanpassingen die scholen al hebben gedaan om het bereik te vergroten zijn bijvoorbeeld: meer Dagprogrammeringslessen als (verplicht) onderdeel onder schooltijd aanbieden in plaats van aan het eind van de dag. Leerlingen
Blad: Datum: Ons kenmerk:
8/11 13 november 2023 M2305-3027
actiever bevragen over welk lessenaanbod zij willen en die lessen meenemen in de programmering voor het nieuwe schooljaar. 20. Talentklassen hebben te weinig plek, en Dagprogrammering meer (zie vraag 19), hoe kunnen we dit beter in balans brengen? Dagprogrammering en Talentklassen zijn twee verschillende interventies met verschillende doelgroepen en doelstellingen. Dagprogrammering richt zich op alle leerlingen op Dagprogrammeringsscholen en Talentklassen op leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, maar ook specifieke ondersteuning om te kunnen slagen. Het aantal plekken dat beschikbaar is bij de Talentenklassen is afhankelijk van het aantal voscholen dat het programma kan verzorgen. Het aantal deelnemende vo-scholen in schooljaar 2020-2021 (zie vraag 4) kon 120 leerlingen uit het po een programma bieden. 21. Waarom is het Veilige School certificaat vrijblijvend? Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in de school. De Onderwijsinspectie ziet hierop toe. In Rotterdam ondersteunen we de scholen bij het opzetten van hun eigen veiligheidsbeleid aan de hand van de Veilig op School audits. Dit is een vrijblijvend aanbod van de gemeente Rotterdam en scholen kunnen hier vrijwillig gebruik van maken. D66 22.
Is het mogelijk om een routekaart te ontwikkelen voor de scholen waarin alle mogelijke samenwerkingspartners staan, en die toe te voegen aan het nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid? Onze accountmanagers vanuit de gemeente Rotterdam wijzen scholen op mogelijke samenwerkingspartners. Daarnaast wordt er vanuit de schil om de school als collegetarget verder gewerkt aan een vaste constellatie van samenwerkingspartners die om de school staan. Scholen een volledig overzicht geven van alle mogelijke samenwerkingspartners is qua personele inzet onuitvoerbaar. Scholen werken ook samen met organisaties de alleen actief zijn in bepaalde wijken, dus een overzicht zou niet relevant zijn voor alle scholen. Daarnaast heeft elke school andere samenwerkingsbehoeften waar de accountmanagers over kunnen adviseren. 23. Zijn er concrete cijfers over studieplekken in de stad? Kunnen we dat ook inzichtelijk maken voor de studenten? Er zijn geen specifieke cijfers. De schatting is dat er ongeveer 11.000 studieplekken zijn in openbare locaties en op onderwijsinstellingen zelf. Het bekend maken van deze plekken is in eerste instantie aan de onderwijsinstellingen zelf omdat studenten het liefst in hun eigen school of instelling studeren. Onderwijsinstellingen communiceren hierover met hun studenten. 24.
Hoe worden de gesprekken gevoerd over segregatie en de rechten en plichten daaromtrent? In algemene zin wordt dit gesprek gevoerd in het kader van het jaarlijkse verplichte gesprek over het terugdringen van segregatie. Daarnaast zijn er gesprekken met de schoolbesturen gevoerd over het onderzoek naar het aanmeldbeleid van basisscholen (21bb004565) dat uw raad in april 2023 heeft ontvangen. 25. Heeft de wethouder zicht op het aantal studenten met een bi-culturele achtergrond die doorstromen naar een universitaire studie? Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal bi-culturele studenten dat doorstroomt naar een universitaire studie in Rotterdam. De gemeente heeft geen database van scholieren of studenten en verzamelt deze data niet.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
9/11 13 november 2023 M2305-3027
26. Heeft de wethouder in beeld hoeveel leerbedrijven er zijn? Is de wethouder bekend met signalen van deze leerbedrijven zoals geschetst in het rapport van de Universiteit van Wageningen? In Rotterdam zelf zijn er momenteel 9029 actieve leerbedrijven, waarvan 5487 officieel erkend zijn. In de bredere regio Rijnmond zijn deze aantallen respectievelijk ongeveer 18.000 en 11.250. Voor meer gedetailleerde informatie over deze leerbedrijven kunt u terecht op de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB): www.s-bb.nl. Voor alle kwesties met betrekking tot deze leerbedrijven is het SBB samen met de onderwijsinstellingen primair verantwoordelijk. Zij hebben ook beleid opgesteld om met de genoemde signalen om te gaan. 27. Hoeveel trajecten leven lang leren zijn er? Het aantal trajecten voor een leven lang leren is afhankelijk van de diverse opleidings- en cursusmogelijkheden die beschikbaar zijn voor mensen in onze regio. Deze trajecten omvatten alle vormen van educatie die individuen kunnen volgen om zich voor te bereiden op werk, hun carrière voort te zetten en zich aan te passen aan veranderingen in de arbeidsmarkt. Denk hierbij aan opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger beroepsonderwijs (hbo), evenals andere (particuliere) educatieve programma's.
Helaas kunnen we op dit moment geen exact aantal trajecten noemen, omdat dit afhangt van verschillende factoren, zoals het aanbod van onderwijsinstellingen en de deelname van individuen aan deze trajecten. Het zou vereisen dat we specifieke gegevens hebben over de huidige deelname aan opleidingen en cursussen in onze regio, en deze gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. Het belangrijke punt is dat een leven lang leren een breed scala aan mogelijkheden biedt voor voortdurende ontwikkeling en groei in de loopbaan, maar het exacte aantal trajecten kan variëren en is niet direct meetbaar zonder gedetailleerde gegevens. PvdA 28. Overweegt de wethouder het project de Talentklassen uit te breiden? De EUR doet onderzoek naar de effectiviteit van Talentklassen. Ik wacht deze uitkomsten af voordat ik overweeg om dit programma uit te breiden. Volt 29. Kunt u meer inzicht geven in de ontwikkeling van Kindcentra? Er is een subsidie om een Kindcentrum te beginnen, is daar al gebruik van gemaakt? Er is inmiddels één aanvraag binnen. Een reden voor de tot nu toe weinige aanvragen kan zijn dat de regeling pas recent is vastgesteld. We hebben deze regeling wel bekend gemaakt bij de relevante onderwijssectoren. 30. De mate van burgerschapskennis verschilt per leerling.
Hoe kunnen we dit stimuleren? Komt er nog een conferentie burgerschap dit jaar? Waar kunnen we de resultaten van beleidsevaluatie van het burgerschapsmanifest vinden? Burgerschapsonderwijs is in principe de verantwoordelijkheid van de scholen zelf. Zij bepalen ook het curriculum daaromtrent. Scholen kunnen via een subsidieregeling in het ROB 2018-2023 extra activiteiten ontplooien voor hun leerlingen en/of leerkrachten professionaliseren. Dit bedrag wordt ieder jaar vrijwel uitgegeven. Er komt geen conferentie Burgerschap dit jaar. De resultaten van de beleidsevaluatie van het burgerschapsmanifest zullen naar verwachting in Q3 2023 aan uw raad worden toegezonden.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
10/11 13 november 2023 M2305-3027
31. Waarom wordt er weinig gebruikt gemaakt van het stimuleringsaanbod in NPRZ wijken? De regeling is en werd gecommuniceerd met alle scholen in Rotterdam Zuid. Redenen waarom er weinig gebruik wordt gemaakt van de regeling is omdat we van scholen te horen krijgen dat door de werkdruk van leraren er moet worden geprioriteerd en de prioriteit ligt bij reguliere (kern)vakken. 32. Wat gebeurt er om techniek op jonge leeftijd te stimuleren? Zie beantwoording van vragen 9 en 10. 33. JINC is op dit moment twee dagen. Kan dat langer/uitgebreider? Het uitbreiden van de huidige periode van twee dagen is momenteel niet haalbaar vanwege complexe planning en logistieke uitdagingen, waaronder het afstemmen van schema's tussen scholen en externe organisaties, het regelen van transport, en het waarborgen van beschikbaarheid van docenten en begeleiders. Bovendien kan een langere periode te belastend zijn voor zowel leerlingen als (externe) professionals vanwege hun andere verplichtingen en het lerarentekort. Groen Links 34. Hoeveel scholen gaan meedoen aan het onderzoek van de EUR over gezonde schoolontbijten? Er doen 5 scholen mee aan het onderzoek van de EUR. 35. We hebben vernomen dat in de pilot ontbijt op scholen in Delfshaven voornamelijk boterhammen met pindakaas en chocopasta worden aangeboden.
Is er ook groente en fruit? De ontbijten die worden aangeboden zijn inclusief een stuk fruit en boterhammen met kaas. 36. Lerarentekort neemt toe, wat zijn de plannen? In het nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid (ROB) zal ik u meenemen in de nieuwe beleidsindicatoren en maatregelen betreffende het personeelstekort in het Rotterdamse onderwijs. CDA 37. Kan de wethouder een overzicht geven van internationale organisaties en/of netwerken waar de gemeente Rotterdam lid van is? Zoals ik al in de commissievergadering heb aangegeven, is de gemeente Rotterdam onderdeel van veel internationale netwerken en zogeheten “city-to-city” netwerken, en onderschrijft het college ook het belang van deze netwerken. Voorbeelden van deze netwerken zijn: Comité van de Regio’s, Eurocities, Champion Mayors, U20, C40, Connecting Delta Cities, ICLEI, ISWA, Metrix, Polis, Walk21 the Global Walking Network, WHO European Healthy Cities Network, Rainbow Cities Network, Strong Cities Network. Een volledige lijst is te vinden in het Beleidskader Rotterdam International 2021-2025 (23bb00266).
Blad: Datum: Ons kenmerk:
11/11 13 november 2023 M2305-3027
Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en vraag uw raad hierbij de drie toezeggingen als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,
Said Kasmi Wethouder Onderwijs, Cultuur, Evenementen