CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007448] Bijlage 3 behorende bij 23bb7444 - Gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van de wijziging van de concept-najaarsrapportage Recreatieschap Rottemeren.5.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren

De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Rotterdam, Lansingerland en Zuidplas, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

Gelezen: Het voorstel van het Algemeen Bestuur tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren;

De eensluidende besluiten van de raden van de gemeenten Rotterdam, Lansingerland en Zuidplas waarbij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, toestemming is gegeven voor de voorliggende wijziging;

De besluiten tot uittreding uit de gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland d.d. 11 november 2015 en 9 november 2016 en de mededeling van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland dat zij op strategisch niveau betrokken zullen blijven bij het natuur- en recreatiebeheer;

Gelet op:

De Wet gemeenschappelijke regelingen; De Gemeentewet,

Besluiten:

Versie 18 mei 2017

2 de Gemeenschappelijke Regeling voor het recreatiegebied Rottemeren d.d. 1 januari 1990, laatstelijk gewijzigd op 24 december 2015 te wijzigen, zodat de gemeenschappelijke regeling van een gemengde regeling waaraan zowel de raden als de colleges deelnamen wordt gewijzigd naar een regeling waaraan de colleges deelnemen, en waarvan de tekst als volgt komt te luiden:

I. Begripsbepalingen.

Artikel 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren; b. recreatieschap: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; c. deelnemer: een aan de regeling deelnemend college, als bedoeld in artikel 2 van de regeling; d. deelnemende gemeente: de gemeente waarvan het college deelneemt aan deze regeling; e. gebied: het gebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling behorende en daartoe gewaarmerkte kaart; f. terreinbeherende organisatie: organisatie die zich ontfermt over het dagelijks beheer van het landschap; g. gebiedsverordening: de verordening zoals deze door elk van de raden van de deelnemende gemeenten voor het gebied is vastgesteld; h. Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

II. Naam, belang en taakstelling.

Artikel 2. 1.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Rotterdam, Lansingerland en Zuidplas vormen een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Recreatieschap Rottemeren, dat is gevestigd op het vestigingsadres van de gemeente Rotterdam.

2.

Het recreatieschap behartigt voor de deelnemers binnen het gebied in onderlinge samenhang de navolgende belangen:

3.

a.

de belangen van de openluchtrecreatie;

b.

de belangen van de natuurbescherming;

c.

het bewaren en bevorderen van het natuur en landschapsschoon.

Het recreatieschap oefent, ter realisering van de door hem te behartigen belangen binnen het gebied, de volgende taken uit: a.

Beheer van en onderhoud aan roerende en onroerende zaken;

Versie 18 mei 2017

3 b.

Het inzetten en aansturen van derden, waaronder terreinbeherende organisaties, ten behoeve van de uitvoering van de taken van de regeling;

c.

Het uitvoeren van toezicht en handhaving op basis van de gemeentelijke gebiedsverordeningen zoals zij gelden binnen het gebied;

d.

Het uitvoeren van lokaal beleid;

e.

Het vormen en uitvoeren van beleid voor het recreatieschap binnen de daarvoor door de raden van de deelnemende gemeenten gestelde kaders;

f.

Het ondersteunen van de deelnemers bij het voorbereiden en vormen van beleid, regelgeving en programma’s die verband houden met de door het recreatieschap te behartigen belangen;

g.

Het verlenen van vergunningen, ontheffingen en subsidies, waarbij leges kunnen worden geheven;

h.

Het uitvoeren van feitelijke werkzaamheden ter uitvoering van gemeentelijke verplichtingen op basis van de Wegenwet;

i.

Het in dienst hebben van ambtenaren of werknemers naar burgerlijk recht.

4. Over de door de raden vast te stellen kaders en regelgeving vindt tussen de deelnemers periodieke afstemming plaats.

III. Algemene Bepalingen.

Artikel 3. Bevoegdheden 1.

2.

3.

4.

5.

De bevoegdheden die aan het recreatieschap worden overgedragen berusten bij het algemeen bestuur, tenzij in deze regeling anders wordt bepaald. Het algemeen bestuur kan, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen en kan daarbij beperkingen stellen. De in de gebiedsverordeningen aan de colleges toegekende bevoegdheden, met inbegrip van de bevoegdheid tot de aanwijzing van toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht, alsmede de collegebevoegdheden als bedoeld in artikel 125 Gemeentwet ten aanzien van toezicht en handhaving worden voor wat betreft de behartiging van de belangen en taken van het recreatieschap overgedragen aan het algemeen bestuur. De in de subsidieverordeningen van de deelnemende gemeenten aan de colleges toegekende bevoegdheden worden voor wat betreft de behartiging van de belangen en taken van het recreatieschap overgedragen aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur kan binnen door hem te bepalen grenzen volmacht en mandaat verlenen aan een of meer ambtenaren van de gemeenten van de deelnemende colleges voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke handelingen.

Het dagelijks bestuur houdt een openbaar toegankelijk register bij van gebiedsverordeningen en subsidieverordeningen van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten als bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede van de bevoegdheden uit deze verordeningen die krachtens deze regeling zijn overgedragen aan het algemeen bestuur.

Versie 18 mei 2017

4

Artikel 4. Organen 1.

Het recreatieschap kent de organen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.

2.

Het algemeen en het dagelijks bestuur kunnen adviescommissies en bestuurscommissies instellen als bedoeld in de artikelen 20 en 21 op de in die artikelen aangegeven wijze.

IV. Algemeen Bestuur.

Artikel 5. 1.

Het algemeen bestuur wordt gevormd door zes leden, door elk van de deelnemers twee uit hun midden aan te wijzen personen, de voorzitter inbegrepen.

2.

De leden en de plaatsvervangende leden mogen niet in dienst van het recreatieschap werkzaam zijn.

3.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De voorzitter van het algemeen bestuur is de voorzitter van het recreatieschap.

4.

De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor de zittingsperiode van de raden.

5.

De colleges besluiten in een van hun eerste vergaderingen van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur.

6.

Een lid kan te allen tijde door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen, danwel zelf ontslag nemen. Het college wijst in zijn eerstvolgende vergadering, nadat zijn plaats door ontslag of anderszins is opengevallen, een nieuw lid aan.

7.

Het college dat een lid van het algemeen bestuur benoemt, kan een plaatsvervangend lid benoemen, dat het door hem benoemde lid in geval van ontstentenis of verhindering vervangt. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel, alsmede artikel 9 is ten aanzien van een plaatsvervangend lid van overeenkomstige toepassing.

8.

De besluiten tot benoeming of ontslag van leden van het algemeen bestuur worden in afschrift aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur gezonden.

9.

Het algemeen bestuur heeft de bevoegdheid anderen uit te nodigen als adviseur aan de vergadering deel te nemen. Het algemeen bestuur regelt deze bevoegdheid nader in het reglement van orde als bedoeld in artikel 8.

Versie 18 mei 2017

5 Artikel 6 1.

2.

3.

De deelnemers plegen tijdig overleg met het dagelijks bestuur over de bij hen in voorbereiding zijnde besluiten waarvan de kennisneming voor de uitoefening van de bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van belang is. Dit overleg wordt voorbereid door de vaste adviescommissie als bedoeld in artikel 20. De deelnemers geven aan het dagelijks bestuur terstond kennis van de hunnerzijds genomen besluiten waarvan de kennisneming voor de uitoefening van de bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van belang is. Onder besluiten als bedoeld in het eerste en het tweede lid worden in ieder geval gerekend besluiten genomen ingevolge de wetten die het omgevingsrecht betreffen, voor zover betrekking hebbend op het gebied.

Artikel 7. 1. 2.

Het algemeen bestuur heeft alle bevoegdheden die het bij of krachtens de Wgr en deze regeling toekomt. Aan het algemeen bestuur behoort in ieder geval: a. het nemen van besluiten op grond van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 3, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van de taken, als bedoeld in artikel 2; b. het voorstaan van de belangen van het recreatieschap bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het recreatieschap van belang is; c. het inschakelen van een terreinbeherende organisatie voor de uitvoering van taken van het recreatieschap alsmede het bepalen van de wijze waarop deze taken aan de terreinbeherende organisatie worden opgedragen; d. het besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen; e. het doen van beroep op ambtelijke bijstand van een of meer van de deelnemers; f. het vaststellen en wijzigen van de begroting; g. het vaststellen en wijzigen van de meerjarenbegroting; h. het vaststellen en wijzigen van de personeelsformatie; i. het vaststellen van de rekening; j. het vaststellen van de interne beleidsmatige kaders van het recreatieschap.

Artikel 8. 1.

2. 3. 4. 5.

Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur zulks nodig oordeelt, danwel drie van de leden het schriftelijk, met opgave van redenen, verlangen. De vergaderingen van het algemeen bestuur worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten wanneer ten minste eenvijfde deel van de aanwezige leden dit vordert of de voorzitter het nodig oordeelt. Daarna beslist de vergadering of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd. Over de punten in besloten vergadering behandeld kan in die vergaderingen ook een besluit worden genomen.

Versie 18 mei 2017

6 6. 7. 8.

Het algemeen bestuur mag niet beraadslagen, besluiten of stemmen, indien niet minstens de helft van het aantal leden, tegenwoordig is. Over de begroting, begrotingswijzigingen en over de rekening kan het algemeen bestuur niet beraadslagen noch een besluit nemen dan in een openbare vergadering. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van de bepalingen van deze gemeenschappelijke regeling, een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers.

Artikel 9. De leden, plaatsvervangende leden en adviseurs van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben, indien het algemeen bestuur dit bepaalt, recht op vergoeding van reiskosten, naar een tarief dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.

Artikel 10. 1.

2.

3.

Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden en de colleges alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. Het reglement van orde van het desbetreffende bestuur regelt de wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het orgaan dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd, op een wijze die door dit college is bepaald, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat college is bepaald.

Artikel 11. 1.

Het algemeen bestuur brengt jaarlijks vóór 1 juli verslag uit van de werkzaamheden van het recreatieschap over het afgelopen jaar.

2.

Dit verslag wordt in ieder geval toegezonden aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

Artikel 12 Alle stukken die uitgaan van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de voorzitter en de secretaris als bedoeld in artikel 19 ondertekend.

V. Dagelijks bestuur.

Artikel 13.

Versie 18 mei 2017

7 1.

Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te weten: a. één van de leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van de gemeente Rotterdam; b. één van de leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van de gemeente Lansingerland; c. één van de leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van de gemeente Zuidplas.

2.

De voorzitter van het dagelijks bestuur is de voorzitter van het algemeen bestuur.

3.

Het dagelijks bestuur heeft het recht personen c.q. instanties aan te wijzen en toe te laten tot zijn vergaderingen als adviseur, al dan niet uitsluitend voor een bepaald onderwerpen/of bepaalde tijd. Het dagelijks bestuur kan deze aanwijzing te allen tijde intrekken. Het dagelijks bestuur regelt deze bevoegdheid nader in het reglement van orde.

4.

Zodra een lid ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt deze tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

Artikel 14. 1. 2.

3.

De leden van het dagelijks bestuur zijn, te zamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Zij verstrekken te zamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door het algemeen bestuur danwel een of meer leden daarvan hetzij mondeling in een vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd en wel door: a. mondelinge beantwoording van de gestelde vragen in dezelfde vergadering van het algemeen bestuur; b. toezending van bepaalde aangewezen stukken binnen drie weken na ontvangst van het verzoek daartoe; c. schriftelijke beantwoording van de gestelde vragen binnen zes weken na ontvangst daarvan.

Artikel 15. Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze gemeenschappelijke regeling een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Dit reglement wordt aan het algemeen bestuur ter kennis gebracht.

Versie 18 mei 2017

8 Artikel 16. 1. 2. 3.

4.

Het dagelijks bestuur mag niet beraadslagen of besluiten indien niet minimaal twee leden tegenwoordig zijn. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Indien het bij het eerste lid vereiste aantal leden niet is opgekomen, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. Tot deze vergadering worden de leden schriftelijk opgeroepen onder vermelding van dezelfde als bij de eerste vergadering te behandelen zaken. In deze vergadering wordt over de in de oproepingsbriefjes vermelde zaken een besluit genomen door de aanwezige leden of het aanwezige lid.

Artikel 17. 1.

Het dagelijks bestuur heeft tot taak: a. het voorbereiden van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht; b. het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur; c. het afkondigen van besluiten waarvan de afkondiging bij de wet, bij deze gemeenschappelijke regeling of bij besluit van het algemeen bestuur is voorgeschreven; d. het desgevraagd dienen van bericht en raad over alle zaken het recreatieschap betreffende aan de departementen van algemeen bestuur en aan de deelnemers, tenzij zulks bepaaldelijk van het algemeen bestuur wordt verlangd; e. het beheren van de inkomsten en uitgaven, voor zover dit niet bij of krachtens deze gemeenschappelijke regeling aan anderen is opgedragen; f. de dagelijkse zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; g. het toezicht op het beheer en onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen; h. het vaststellen van de voorwaarden van aanbesteding of uitvoering van de werken en leverantiën welker vaststelling het algemeen bestuur niet aan zich heeft gehouden; i. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en bezit; j.

te besluiten namens het recreatieschap rechtsgedingen, bezwaar- of administratief beroepprocedures te voeren of voorbereidingshandelingen daartoe te verrichten; i. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het recreatieschap te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a Wgr; k. het houden van gedurig toezicht op alles wat het recreatieschap aangaat; l. de zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden;

Versie 18 mei 2017

9 m. ambtenaren te benoemen, schorsen en ontslaan en zorg te dragen voor de aanstelling of indienstneming, de schorsing en het ontslag van het overige personeel in dienst en tijdelijke dienst of op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, voor zover het algemeen bestuur zich deze bevoegdheid niet heeft voorbehouden. 2.

Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk vastgestelde reglementen, nadere regels of andere regelingen hoe genaamd ook ter kennisname aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

VI. De voorzitter.

Artikel 18. 1. 2. 3.

De voorzitter vertegenwoordigt het recreatieschap in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging buiten rechte aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt één van de door het algemeen bestuur aangewezen plaatsvervangend voorzitters als zodanig op.

VII De secretaris. Artikel 19. 1.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter worden bijgestaan door een secretaris, aan welke functionaris in de vergaderingen van het algemeen bestuur en die van het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt.

2.

Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris en kan een instructie voor de secretaris opstellen. Bij afwezigheid of ontstentenis wordt de secretaris vervangen op een door het algemeen bestuur te bepalen wijze.

3.

De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij.

4.

Het algemeen bestuur kan bepalen, dat de dagelijkse leiding van het recreatieschap berust bij de secretaris.

5.

De secretaris kan in dienst zijn van het recreatieschap, of als (on)bezoldigd ambtenaar bij het recreatieschap worden aangesteld.

VIII Commissies Artikel 20. 1. 2.

Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen. Het regelt de bevoegdheden en de samenstelling daarvan. Vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden worden op voorstel van het dagelijks bestuur of de voorzitter door het algemeen bestuur ingesteld.

Versie 18 mei 2017

10 3. 4.

Andere, niet permanente, commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur of de voorzitter zelf ingesteld. Het algemeen bestuur stelt in ieder geval een vaste adviescommissie in voor de periodieke afstemming op het gebied van de beleidsterreinen van de taken en de kaderstelling als bedoeld in artikel 2, vierde lid. In deze adviescommissie neemt van elke deelnemer in ieder geval één ambtelijk vertegenwoordiger plaats, met de mogelijkheid van uitbreiding.

Artikel 21 1.

2.

3.

Het algemeen bestuur kan bestuurscommissies met het oog op de behartiging van een bepaald belang instellen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling van deze commissies. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan een bestuurscommissie overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Voordat het algemeen bestuur overgaat tot het instellen van een bestuurscommissie worden de raden in de gelegenheid gesteld daarover hun wensen en bedenkingen naar voren te brengen.

IX Regelingen en beleid. Artikel 22. 1.

De deelnemers spannen zich in om te bewerkstelligen dat de raden van de deelnemende gemeenten voor het gebied zoveel mogelijk eensluidende bepalingen en beleid vaststellen.

2.

Het algemeen bestuur kan de raden verzoeken om door hem in concept opgestelde bepalingen of beleid vast te stellen.

3.

De deelnemers informeren het dagelijks bestuur zo spoedig mogelijk over ieder voornemen van hun de raden inzake het vaststellen van bepalingen en beleid voor het gebied.

X Besluitvorming, stemverhoudingen

Artikel 23 1. 2. 3.

Zowel in het algemeen bestuur als in het dagelijks bestuur heeft ieder lid één stem. Tenzij anders in deze regeling bepaald, besluiten het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur door middel van consensus. Indien de deelnemers ten aanzien van een te nemen besluit in een vergadering niet tot consensus kunnen komen, wordt door de voorzitter van het betreffende bestuur een volgende vergadering belegd waarin opnieuw over het onderwerp wordt beraadslaagd. Alleen indien de deelnemers opnieuw geen consensus bereiken, kan ten aanzien van de volgende onderwerpen met een twee derde meerderheid en met inachtneming van het volgende besloten worden:

Versie 18 mei 2017

11 a. Ten aanzien van de begroting, en wijzigingen daarop, waarbij in ieder geval de vertegenwoordiger(s) van Rotterdam voor moet(en) stemmen; b. Ten aanzien van beslissingen die raken aan de eigendomsrechten van de roeibaan Willem-Alexanderbaan, waarbij in ieder geval de vertegenwoordiger van Rotterdam voor moet stemmen; c. Ten aanzien van beslissingen omtrent een bepaald gebied, de veiligheid en de ruimtelijke ordening daarvan, waarbij in ieder geval de vertegenwoordiger(s) van de gemeente wier grondgebied het betreft voor moet(en) stemmen.

XI. Financiële bepalingen. Artikel 24. 1.

De huishouding van het recreatieschap wordt, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, ingericht als die van een tak van dienst in de zin van de gemeente, voor zover het betreft: a. het doen van betalingen; b. de financiële administratie, de begroting en de rekening daaronder begrepen; c. het doen van overschrijvingen tussen uitgaafposten en van de begroting en d. de deugdelijkverklaring van de rekeningcijfers.

Artikel 25. 1.

2.

3. 4.

Het algemeen bestuur stelt een financiële regeling vast waarin nader uitwerking kan worden gegeven aan de verdeling van baten en lasten met inachtneming van de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 29. Met betrekking tot het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het recreatieschap als mede de controle met betrekking tot de laatste twee onderwerpen zijn in elk geval de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Met inachtneming van het bepaalde in het voorgaande artikel stelt het algemeen bestuur regels met betrekking tot het financieel beheer vast. Deze regels voorzien in ieder geval in: a. de wijze waarop de betalingen en ontvangsten geschieden; b. de inrichting van de financiële administratie; c. interne externe controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; d. de verzekering van gelden; e. de belegging van overtollige kasgelden.

Artikel 26. Het boekjaar van het recreatieschap is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 27. Jaarlijks stelt het algemeen bestuur met inachtneming van het bepaalde in artikel 28 een begroting op vergezeld van een financieel vijfjarenplan. Het eerste jaar van het

Versie 18 mei 2017

12 vijfjarenplan is gelijk aan de begroting. De cijfers van de overige jaren geven de maximum in die jaren te besteden gelden zonder prijsindexatie aan.

Artikel 28 1.

2.

3.

4. 5. 6.

7.

8.

9. 10. 11. 12.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting, voorzien van een toelichting, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. In de ontwerp begroting wordt als uitgaven plafond aangehouden het voor dat jaar in het laatst vastgestelde vijfjarenplan opgenomen bedrag aan uitgaven. De ontwerp begroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijging, tussen welke en de behandeling van de ontwerp begroting ten minste veertien dagen moeten verlopen, geschiedt openbare kennisgeving. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. De begroting wordt door het algemeen bestuur uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, vastgesteld. Binnen twee weken na vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. Na vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Indien de begroting geheel overeenkomstig het in lid 1 genoemde ontwerp is vastgesteld, kan worden volstaan met de mededeling hiervan aan de deelnemers. Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, tenzij het dagelijks bestuur op grond van het achtste lid besloten heeft een begrotingswijziging niet voor zienswijze aan de deelnemers aan te bieden. Het totaal van de begroting vormt het autorisatieniveau voor begrotingswijzigingen. Indien noodzakelijk vinden begrotingswijzigingen plaats bij voorjaarsnota en/of najaarsnota. Het dagelijks bestuur biedt voorgenomen begrotingswijzigingen voor een zienswijze aan aan de deelnemers. Het dagelijks bestuur kan hiervan afzien als: Het totaal aan (budget)mutaties minder dan 5% van de totale begrotingsomvang (baten) bedraagt en; De wijziging(en) het totaal van de begrote lasten niet te boven gaan of waar deze de begrote lasten wel te boven gaan er in financiële dekking is voorzien door: Extra opdracht(en) van een individuele deelnemer en bijbehorende financiële dekking; Overige taken, zoals wettelijke taken waar extra bijdragen van derden/deelnemers tegenover staan.

Artikel 29. Financiering 1.

In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage iedere deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken en de organisatiekosten daarvan. De gemeente

Versie 18 mei 2017

13

2.

3.

Rotterdam draagt 91% van de kosten aan het recreatieschap, de gemeente Lansingerland 5% en de gemeente Zuidplas 4%. Het bestuur bepaalt op basis van de begroting jaarlijks het voorschot voor de taakuitvoering en de organisatie van het recreatieschap dat het recreatieschap van iedere deelnemer dient te ontvangen. De deelnemers betalen de voorschotten in 12 maandelijkse termijnen aan het recreatieschap. Het bestuur brengt het eerste maandelijkse voorschot jaarlijks voor het begin van ieder kalenderjaar bij de deelnemers in rekening. De deelnemers zullen er steeds voor zorgdragen dat het recreatieschap over voldoende middelen beschikt om tijdig aan haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 30. Rekening en jaarverslag 1.

2.

3. 4.

5.

6.

Het algemeen bestuur legt over elk kalenderjaar verantwoording af over de inkomsten en de uitgaven onder overlegging van de daarop betrekking hebbende bescheiden. Hij voegt daarbij het verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door een niet in dienst van het recreatieschap of een van de deelnemers staande, door het algemeen bestuur aan te wijzen deskundige. Zodra de stukken aan het algemeen bestuur zijn aangeboden, worden zij algemeen verkrijgbaar gesteld tegen betaling van de kosten. Van de verkrijgbaarstelling vindt openbare kennisgeving plaats. De bedragen welke betrekking hebben op de voor economische exploitatie gebruikte goederen worden in de begroting en rekening afzonderlijk vermeld. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening en het concept jaarverslag, alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor 15 april aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag voor 1 juli vast. De vaststelling van de rekening strekt het algemeen bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. Na de vaststelling van de rekening wordt een exemplaar aan elk der deelnemers gezonden, vergezeld van de balans en het verslag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Het dagelijks bestuur zendt binnen twee weken na de vaststelling, doch voor 15 juli de vastgestelde jaarrekening en het jaarverslag aan gedeputeerde staten.

Artikel 31. 1.

2.

3.

Een nadelig saldo van de rekening van baten en lasten van het recreatieschap wordt gebracht ten laste van de de gemeente Rotterdam voor 91%, de gemeenten Lansingerland voor 5% en de gemeente Zuidplas voor 4% over hen te verdelen. In de financiële regeling wordt bepaald op welke wijze met een batig saldo van de in het eerste lid bedoelde rekening wordt omgegaan. Tevens wordt daarin bepaald op welke wijze met reserves wordt omgegaan. Wanneer de begroting een over de deelnemers om te slaan tekort aanwijst, zal de in de begroting geraamde bijdrage door de deelnemers bij wijze van voorschot worden voldaan in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste op 1 februari en de tweede op 1 augustus van het desbetreffende begrotingsjaar vervalt.

Versie 18 mei 2017

14

XII Archief. Artikel 32. De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften, voor zover betrekking hebbend op de archiefbescheiden van de deelnemers, zijn van overeenkomstige toepassing op het recreatieschap.

XIII Toetreding, wijziging, uittreding en opheffing. Artikel 33. Toetreding van een nieuwe deelnemer kan plaatsvinden bij daartoe strekkende unanieme besluiten van alle deelnemers, na daartoe verkregen toestemming van hun raden.

Artikel 34. De gemeenschappelijke regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende unanieme besluiten van de deelnemers, na daartoe verkregen toestemming van hun raden.

Artikel 35. 1.

2. 3. 4.

5.

De colleges hebben na daartoe verkregen toestemming van hun raden de mogelijkheid uit de regeling te treden bij daartoe strekkend besluit, dat binnen twee weken nadat het is genomen aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. Aan de uittreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden, waaronder financiële, worden verbonden. Ten aanzien van de voorwaarden beslist het algemeen bestuur bij unanimiteit. De uittreding als bedoeld in het eerste lid heeft plaats op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin de uittredende deelnemer het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt aan het algemeen bestuur. De overblijvende deelnemers voorzien vervolgens in de nodige wijzigingen van deze regeling.

Artikel 36. 1. 2. 3.

De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij besluit van ten minste tweederde van de deelnemers, na daartoe verkregen toestemming van hun raden. Het besluit tot opheffing regelt tevens de gevolgen daarvan voor de deelnemers. Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, is hij belast met de liquidatie van het recreatieschap.

Versie 18 mei 2017

15 XIV Slot en overgangsbepalingen. Artikel 37. 1.

Indien tussen een of meer van de deelnemers een geschil met betrekking tot deze regeling ontstaat is artikel 28 van de wet van toepassing. Alvorens een geschil aan gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland wordt voorgelegd treden de deelnemers met elkaar in overleg om te bezien of zij het geschil in onderling overleg kunnen beslechten.

2.

De deelnemers overleggen op welke wijze dit overleg op dat moment passend vorm kan worden gegeven.

Artikel 38. In de gevallen waarin noch deze regeling en evenmin de Wet of de Gemeentewet voorzien, beslist het algemeen bestuur.

Artikel 39. 1. 2. 3. 4.

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. De regeling wordt door het college van Rotterdam bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant. De regeling treedt in werking op 1 januari 2018. Op het moment van inwerkingtreding van deze regeling komt de gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren zoals deze per 24 december 2015 in werking is getreden te vervallen.

Artikel 40. De eerste benoeming van de leden van het algemeen bestuur en van de leden van het dagelijks bestuur heeft plaats met ingang van de dag waarop deze gemeenschappelijke regeling in werking zal zijn getreden.

Artikel 41. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling voor het recreatiegebied Rottemeren.

Versie 18 mei 2017

16 Aldus vastgesteld te:

Rotterdam,

B&W van de gemeente Rotterdam

de secretaris

de burgemeester

datum:

Lansingerland,

B&W van de gemeente Lansingerland

de secretaris

de burgemeester

datum:

Zuidplas,

B&W van de gemeente Zuidplas

de secretaris datum:

Kaart als bedoeld in artikel 1 sub d. pm

Versie 18 mei 2017

de burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6c4f1179-613e-4f59-a936-6641af655595