[23bb007365] Bijlage behorende bij 23bb007364 over Criminele uitbuiting onder minderjarigen in Rotterdam
Tekst van het document
Daarbij is er behoefte aan een goed verwijssysteem en duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden. Tevens zou er ter preventie van criminele uitbuiting meer geïnvesteerd moeten worden in een duurzame vertrouwensband met kinderen en jongeren in de wijk. Ook hiertoe kan structurele samenwerking een oplossing bieden. Verder worden de kansenongelijkheid en het gebrek aan toekomstperspectief beschreven als uitdagingen in de aanpak van criminele uitbuiting van minderjarigen. De geïnterviewden
| 37
geven aan dat kinderen die in armoede opgroeien te weinig alternatieven ervaren en hierdoor extra kwetsbaar zijn om het slachtoffer te worden van criminele uitbuiting. Zoals eerder genoemd, ligt dit probleem tevens in het gebrek aan rolmodellen in de wijk. Het aanbieden van kansen en toekomstperspectief speelt een rol in het voorkomen van criminele uitbuiting, maar ook in het ondersteunen van slachtoffers die uit de uitbuiting proberen te ontsnappen. De laatste uitdaging die door scholen en stakeholders is geïdentificeerd, is het gebrek aan passende hulpverlening. Slachtoffers van criminele uitbuiting ervaren veel angst om hulp te zoeken. Een vertrouwensrelatie met hulpverleners is belangrijk om deze angsten te doorbreken. Echter blijken hulpinitiatieven beperkt te worden door bezuinigingen op laagdrempelige zorg, lange wachttijden en complexe regelgeving. Om criminele uitbuiting te voorkomen en slachtoffers te helpen, is duurzame hulpverlening nodig die aansluit op de problematiek. Concluderend werd in dit onderzoek de aard, omvang en aanpak van criminele uitbuiting op scholen in Rotterdam onderzocht. Het overkoepelende beeld is dat er grote verschillen bestaan tussen scholen in de mate waarin zij aandacht hebben voor deze problematiek.
Sommige scholen zijn zich nog onvoldoende bewust van de aard en omvang van criminele uitbuiting, en het feit dat deze problematiek op alle scholen voor kan komen. Andere scholen erkennen de problematiek wel, maar ervaren een gebrek aan deskundigheid om structureel aandacht te hebben voor preventie, signalering, en begeleiding van vermoedelijke slachtoffers. Ook zijn er scholen die zich wel bewust zijn van criminele uitbuiting en deze problematiek erkennen. Echter lopen ook deze scholen tegen uitdagingen aan in de aanpak. De grootste uitdagingen die zij ervaren zijn onduidelijkheid in samenwerkingspartners, kansenongelijkheid en armoede, en een gebrek aan passende hulpverlening. Hiermee kan op basis van dit onderzoek gesteld worden dat er in Rotterdam meer aandacht dient te zijn voor structurele en duurzame preventie van en hulpverlening bij criminele uitbuiting.
6. AANBEVELINGEN De bevindingen uit dit onderzoek resulteren in vier aanbevelingen, allen gericht aan de gemeente Rotterdam. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de gemeente Rotterdam deze aanbevelingen niet in alle gevallen op eigen gelegenheid zal kunnen realiseren, maar daarbij sterk afhankelijk is van de bereidheid en inzet van andere stakeholders in de aanpak van criminele uitbuiting van scholieren. Wel dient de gemeente een belangrijke aanjagende, verbindende en faciliterende rol te spelen. Dit geldt in de eerste plaats richting stakeholders binnen de gemeente, maar, gezien eerder onderzoek laat zien dat criminele uitbuiting van minderjarigen niet louter een Rotterdams probleem is77, ligt hier ook een mogelijkheid richting het ministerie van Justitie in Veiligheid als coördinerend ministerie op deze thematiek. Daarnaast is het van belang om te benoemen dat de vier aanbevelingen in samenhang dienen te worden bezien. Criminele uitbuiting is een complex fenomeen en vraagt om die reden dan ook om een meersporenaanpak, waarbij gelijktijdig wordt ingezet op meerdere knelpunten. 1. Stimuleer en faciliteer Rotterdamse onderwijsinstellingen in het vormgeven van een aanpak criminele uitbuiting Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan tussen de positie die scholen innemen ten opzichte van criminele uitbuiting.
Er zijn scholen die op dit moment aandacht hebben voor de problematiek, het bestaan ervan onderkennen en maatregelen nemen om dit tegen te gaan. Dit geldt echter niet voor alle scholen. Zo zijn er ook onderwijsinstellingen die weinig kennis of aandacht voor de problematiek hebben, waardoor signalen van criminele uitbuiting mogelijk niet worden opgemerkt en zijn er scholen die, uit angst voor imagoschade, ervoor kiezen om de problematiek niet te adresseren of zelfs wegkijken. Met name bij deze onderwijsinstellingen ligt een grote kans in het versterken van de aanpak van criminele uitbuiting. Om de rol van scholen in de aanpak van criminele uitbuiting te verbeteren, zijn diverse maatregelen nodig. In de eerste plaats is het versterken van bewustwording en deskundigheidsbevordering binnen scholen essentieel, zowel gericht op het signaleren en delen als op het bespreekbaar maken van vermoedens. De resultaten uit dit onderzoek wijzen hiervoor op het belang van structurele en integrale training aan onderwijsprofessionals over criminele uitbuiting en gerelateerde onderwerpen. Ten
77
CKM (2022) Leerlingalert (2022); Avans Hogeschool (2022).
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 38
tweede dienen per onderwijsinstelling duidelijke werkafspraken te worden opgesteld, waarin is vastgelegd op welke wijze binnen scholen met vermoedens van criminele uitbuiting wordt omgegaan en wie hiervoor welke verantwoordelijkheid draagt. Tot slot is het belangrijk dat criminele uitbuiting door scholen wordt erkend en dat de problematiek in, rondom en tussen scholen openlijk bespreekbaar wordt gemaakt. Het is het essentieel dat de scholen in gezamenlijkheid opstaan tegen de problematiek, want alleen dan kan de aanpak effectief bestreden worden. Voor het verbeteren van de aanpak op school dragen Rotterdamse onderwijsinstellingen in de eerste plaats zelf een verantwoordelijkheid, aangezien zij wettelijk verantwoordelijk zijn voor de sociale veiligheid binnen hun school. Bovendien beslissen onderwijsinstellingen zelf op welke wijze zij aandacht aan het onderwerp geven, en welke maatregelen of interventies zij toepassen. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat scholen hierbij diverse uitdagingen ervaren, waarbij zij hulp en ondersteuning nodig hebben. Bovendien toont deze studie dat het vormgeven van een aanpak van criminele uitbuiting ook iets van scholen vraagt dat zij op dit moment niet altijd kunnen bieden. Hierdoor zijn er grote verschillen in de manier waarop onderwijsinstellingen in Rotterdam op dit moment met de problematiek omgaan.
Het is om die reden van belang dat de gemeente Rotterdam, samen met de onderwijsinstellingen, bekijkt wat er nodig is voor het vormgeven van een effectieve aanpak van criminele uitbuiting, hoe in deze behoefte kan worden voorzien en op welke wijze eventuele belemmeringen kunnen worden weggenomen. 2. Ontwikkel een multidisciplinaire visie en aanpak op criminele uitbuiting van scholieren Tegelijkertijd kunnen scholen het niet alleen. De aanpak van criminele uitbuiting vraagt om een overstijgende visie op en aanpak van de problematiek op gemeenteniveau. In de aanpak is het van belang dat er een duurzame en multidisciplinaire aanpak tot stand komt tussen scholen, gemeente en veiligheids- en zorgorganisaties, met daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid en heldere rolverdeling. Binnen deze gezamenlijke aanpak is het stimuleren en vergemakkelijken van informatie-uitwisseling een belangrijk speerpunt. Het wegnemen van barrières in het delen van informatie binnen en tussen organisaties is dan ook van groot belang. Daarom dient een duidelijk verwijssysteem te worden ontwikkeld, zodat helder is op welke wijze en bij welke organisaties scholen met vragen en signalen rondom criminele uitbuiting terecht kunnen en vermoedens hiervan veilig kunnen melden. Scholen dienen daarbij te kunnen vertrouwen op betrokken en
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM
geïnformeerde ketenpartners, en op een gemeente die de gehele keten ondersteunt. Een bijkomend voordeel van een centraal verwijssysteem is dat het ook bijdraagt aan het creëren van beter zicht op de problematiek, waarbij signalen van verschillende instanties gecombineerd kunnen worden. Uitgangspunt van deze multidisciplinaire samenwerking is om zoveel mogelijk aan te sluiten op reeds bestaande initiatieven, maar daarbij wel te verkennen in hoeverre de huidige overlegstructuren en samenwerkingen voldoen aan de behoefte die bij stakeholders bestaan en de complexiteit van de problematiek. Mogelijk vraagt de problematiek om betrokkenheid van andere stakeholders, of om een andere intensiteit of rol van huidige betrokken organisaties. Door aan te sluiten op bestaande initiatieven wordt voorkomen dat opnieuw het wiel wordt uitgevonden. Tot slot dient duurzaamheid een sleutelwoord te zijn in de gezamenlijke aanpak. Dit onderzoek laat zien dat succesverhalen in de aanpak van criminele uitbuiting op dit moment vaak afhankelijk zijn van de inzet en betrokkenheid van individuen en daarmee sterk gebonden zijn aan de personen die het vormgeven. Hoewel natuurlijk prijzenswaardig, is dit ook kwetsbaar indien deze individuen bijvoorbeeld uitstromen naar een andere functie.
Daarnaast geven betrokkenen in dit onderzoek aan dat er in de afgelopen jaren diverse initiatieven zijn ontwikkeld in Rotterdam die kunnen bijdragen aan het voorkomen dat kwetsbare minderjarigen verstrikt raken in de criminaliteit, en mogelijk slachtoffer van criminele uitbuiting worden, maar dat deze initiatieven door bezuinigingen of wisselingen ook weer zijn stopgezet. Hierdoor zijn opgedane ervaringen en expertise verloren gegaan. Voor een stevig fundament en het daadwerkelijk realiseren van een gezamenlijke aanpak is het daarom van belang dat er een stelselverantwoordelijke wordt aangewezen die toeziet op het realiseren en bestendigen hiervan. 3. Ontwikkel een sluitend hulpaanbod voor jongeren die vastzitten in criminaliteit Het huidige onderzoek laat zien dat het op dit moment in de gemeente Rotterdam nog onvoldoende lukt om kinderen te beschermen tegen mensenhandelaren. Het is om die reden dan ook van belang dat wordt ingezet op een sluitend hulpaanbod rondom criminele uitbuiting. Dit betekent dat allereerst wordt ingezet op het voorkomen van slachtofferschap. Dat vraagt om het vergroten van bewustwording over en weerbaarheid tegen criminele uitbuiting onder scholieren. Het is van belang om al op de basisschool te starten met bewustwording en voorlichting, aangezien uit dit onderzoek blijkt dat criminele uitbuiting
| 39
ook al op basisscholen voorkomt. Ook hierbij geldt dat het de voorkeur heeft om hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande initiatieven en structuren. Ten tweede moet verkend worden op welke wijze het stilzwijgen van leerlingen die reeds vastzitten in een mogelijke situatie van criminele uitbuiting kan worden doorbroken. Dit onderzoek laat immers zien dat slachtoffers niet over hun ervaring durven te praten vanwege bedreigingen vanuit de uitbuiters of angst voor vervolging. Daarnaast blijkt uit eerder onderzoek dat slachtoffers zichzelf ook niet altijd als slachtoffer herkennen, vooral aangezien ze zichzelf ook schuldig maken aan criminaliteit.78 Tegelijkertijd is het naar voren durven treden een belangrijke voorwaarde voor het ontvangen van hulp en bescherming. Tot slot laat het onderzoek zien dat er op dit moment geen adequaat hulpaanbod is voor slachtoffers van criminele uitbuiting die uit de situatie willen stappen. Complexe wet- en regelgeving, lange wachtlijsten, tekorten in de jeugdzorg en wisselingen in hulpverleners en hulpinitiatieven, staan het bieden van passende hulp in de weg. Vragen en uitdagingen rondom het waarborgen van de veiligheid van slachtoffers en hun omgeving spelen daarbij ook een rol.79 Het gevolg hiervan is dat kinderen, ondanks een hulpvraag, verder verstrikt raken of terugvallen in de criminaliteit en criminele uitbuiting.
Voor een sluitend hulpaanbod is het dan ook van belang dat er binnen de gezamenlijke aanpak van criminele uitbuiting een ijzersterk uitstapprogramma wordt ontwikkeld, waarin maatwerk en toekomstperspectief sleutelcomponenten vormen. 4. Investeer in het wegnemen van de voedingsbodem van criminele uitbuiting Tot slot kan in dit onderzoek ook niet voorbij worden gegaan aan de onderliggende factoren die criminele uitbuiting mogelijk maken. De gemeente Rotterdam behoort tot een van de armste gemeenten in Nederland, met bijna één op de zes kinderen die opgroeit in armoede en bijna één op de drie kinderen die opgroeit in een gezin met een lage sociaaleconomische status.80 Stakeholders en scholen in dit onderzoek uiten dan ook een breed gedeelde en urgente zorg over het feit dat de hoge mate van armoede, in combinatie met de daaruit
78
Bos et al. (2016); CKM (2020); (2022)
79
CKM (2022)
80
Zie: Hoeveel gezinnen lopen risico op armoede (cbs) (laatst geraadpleegd 08-05-2023). De gevolgen als je opgroeit met een achterstand (Sint Laurensfonds) (laatst geraadpleegd 08-05-2023).
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 40
voortkomende kansenongelijkheid en het gebrek aan vertrouwen in de overheid, een belangrijke voedingsbodem vormen voor het bestaan van criminele uitbuiting. Hieruit volgt dan ook de aanbeveling dat de aanpak van criminele uitbuiting hand in hand moet gaan met armoedebestrijding en het vergroten van kansen en perspectieven van kinderen die opgroeien in Rotterdam. Dit is een complexe, domein-overstijgende uitdaging, en één van de lange adem, maar wel een noodzakelijke als we willen voorkomen dat jonge kinderen het slachtoffer worden van criminele uitbuiting.
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM
BIBLIOGRAFIE • Avans Hogeschool – Expertisecentrum Veiligheid (2022). Criminele uitbuiting onder scholieren en studenten in Zeeland. Een onderzoek in het voortgezet onderwijs en Middelbaar beroepsonderwijs. Avans Hogeschool. • Bos, K. Loyens, V. Nagy & Oude Breuil, B. (2016). Uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht. • Bureau Beke (2022). Do or Don’t. Kennissynthese ingroeimechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren in de georganiseerde criminaliteit. Arnhem: Bureau Beke. • Bureau Beke. (2021). Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag. Een onderzoek naar aard, omvang, voedingsbodems en preventie. Arnhem: Bureau Beke. • Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (2020). Dader of slachtoffer? Criminele uitbuiting; een verkenning onder scholen. Den Haag: CKM. • Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (2021). Het misdrijf voorbij. Een verkenning naar criminele uitbuiting in Rotterdam. Capelle aan den IJssel: CKM. • Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (2022). Kijken ogen. Een landelijke verkenning naar criminele uitbuiting (middel)grote gemeenten in Nederland. Capelle aan den IJssel: CKM.
met andere in dertien
• De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, PO-raad, VOraad, de Algemene Onderwijsbond en de FNV O&O, CNV Onderwijs, de Federatie van Onderwijsvakorganisaties en de Algemene Vereniging Schoolleiders (2022). Onderwijsakkoord. Samen voor het beste onderwijs. •L eerlingalert (2022). Criminelen ronselen jongeren. • Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2018). Slachtoffermonitor mensenhandel 2013-2017. Den Haag: Nationaal Rapporteur. • Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2019). Slachtoffermonitor mensenhandel 2014-2018. Den Haag: Nationaal Rapporteur.
| 41
• Onderwijsraad (2021). Tijd voor focus. Den Haag: Onderwijsraad. •O penbaar Ministerie (2022). Openbaar Ministerie Jaarbericht 2021. • Nationale Politie (2021). Dealers in de dop. Amsterdam: Politie. • Üstüner, A., De Winter, M., Smulders, I., Jansen, J. & E. Kolthoff (2022). Criminele uitbuiting onder scholieren in Zeeland. Avans Hogeschool. • Villacampa, N., & Torres, N. (2017). Human trafficking for criminal exploitation. The failure to identify victims. European Journal on Criminal Policy and Research, 23, 393–408. • Wetenschappelijk onderzoek- en Documentatiecentrum (2021). Monitor Jeugdcriminaliteit 2020. Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de eerste twee decennia van deze eeuw. Cahier 2019-9. Den Haag: Openbaar Ministerie.
BIJLAGE A. VRAGENLIJST SCHOLEN ROTTERDAM Geachte heer / mevrouw, Uit onderzoek blijkt dat ruim de helft van de middelbare scholen in Nederland zich zorgen maakt dat leerlingen op hun instelling worden geronseld door criminelen (CKM, 2020). De gemeente Rotterdam deelt deze zorgen en wil samen met professionals zoals u ervoor zorgen dat criminele uitbuiting van minderjarigen in de toekomst vaker kan worden voorkomen, slachtoffers tijdig worden gesignaleerd en beter worden beschermd. Daarom doet het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel onderzoek naar de ervaringen van professionals werkzaam in het basis- en middelbaaronderwijs met criminele uitbuiting van leerlingen. Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel waarbij een slachtoffer door iemand anders wordt gedwongen tot het plegen van criminele feiten. Het kan bijvoorbeeld gaan om jongeren die drugs moeten dealen, overvallen moeten plegen of moeten stelen. Het geld dat daarmee wordt verdiend gaat grotendeels naar de uitbuiter. Voor het onderzoek willen we u graag vragen om een vragenlijst in te vullen. Als onderwijsprofessional staat u midden in de samenleving; dichtbij leerlingen en daarmee mogelijk ook dichtbij de problematiek. Uw deelname is van groot belang, ook wanneer u geen ervaring heeft met criminele uitbuiting.
De vragenlijst gaat in op uw ervaringen met leerlingen die te maken hebben (gehad) met criminele uitbuiting. Alle gegevens worden anoniem verwerkt en na publicatie vernietigd. Uw antwoorden zullen in het onderzoeksrapport op geen manier herleidbaar zijn naar individuele personen, scholen of onderwijsinstellingen. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 10 minuten. Invullen kan zowel via de computer, telefoon als tablet. Om door te gaan naar de vragenlijst klikt u op de onderstaande link. We willen u alvast hartelijk bedanken voor uw deelname. 1. Waar staat uw school/onderwijsinstelling a. In Rotterdam Noord b. In IJsselmonde, Prins Alexander, Hillegersberg, Schiebroek of Overschie c. In Charlois, Feijenoord, Hoogvliet, Hoek van Holland, Pernis of Rozenburg d. In Kralingen-Crooswijk, Centrum of Delfshaven e. Anders, namelijk ...
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 42
2. Binnen welke vorm van onderwijs bent u werkzaam? a. Primair onderwijs: regulier basisonderwijs b. Primair onderwijs: speciaal basisonderwijs (sbo) c. Primair onderwijs: speciaal onderwijs (so) d. Primair onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs (vso) e. Voortgezet onderwijs: praktijk onderwijs f. Voortgezet onderwijs: uitsluitend vmbo g. Voortgezet onderwijs: combinatie van vmbo, havo of vwo h. Anders, namelijk ... 3. In welke functie bent u werkzaam? a. Schoolleider b. Intern begeleider c. Coördinator onderbouw d. Coördinator bovenbouw e. Conciërge f. Leerkracht g. Anders, namelijk ... 4. Hoeveel jaar bent u werkzaam in uw huidige functie? a. 0 t/m 1 jaar b. 2 t/m 5 jaar c. 6 t/m 10 jaar d. 11 jaar of langer 5. Heeft u in de afgelopen twee jaar wel eens een vermoeden gehad of heeft u op dit moment het vermoeden dat een leerling op de school waar u werkt mogelijk slachtoffer is (geweest) van criminele uitbuiting? a. Ja, op de school waar ik werk zijn op dit moment zorgen over een of meerdere leerlingen b. Ja, op de school waar ik werk zijn in het verleden weleens zorgen geweest over een of meerdere leerlingen c. Ja, op dit moment zijn er zorgen over een of meerdere leerlingen en in het verleden zijn weleens zorgen geweest over een of meerdere leerlingen d.
Nee, op de school waar ik werk zijn in de afgelopen twee jaar geen zorgen geweest over criminele uitbuiting van leerlingen
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM
6. Hoe vaak heeft u in de afgelopen twee jaar vermoedens gehad dat leerlingen slachtoffers zijn of waren van criminele uitbuiting? a. Dagelijks / voortdurend b. Wekelijks / meerdere keren per maand c. Een keer per maand d. Enkele keren per jaar e. Een keer per jaar of minder f. Nooit g. Dat weet ik niet 7. Over hoeveel leerlingen zijn er op de school waar u werkt in de afgelopen twee jaar vermoedens geweest dat zij slachtoffer zijn of waren van criminele uitbuiting? a. 1 leerling b. 2 - 5 leerlingen c. 6 - 10 leerlingen d. 11 - 20 leerlingen e. 21 of meer leerlingen f. Dat weet ik niet 8.Over hoeveel leerlingen zijn er op de school waar u werkt op dit moment vermoedens dat zij slachtoffer zijn van criminele uitbuiting? [open vraag] 9. Tot welk geslacht behoren de (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting op de school waar u werkt? Het zijn uitsluitend jongens Het zijn voornamelijk jongens Het zijn net zo vaak jongens als meiden Het zijn voornamelijk meiden Het zijn uitsluitend meiden Dat weet ik niet 10. Tot welke leeftijdscategorieën behoren de (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting op de school waar u werkt? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk. a. Jonger dan 10 jaar b. 10 tot en met 12 jaar c. 13 tot en met 15 jaar d. 16 of 17 jaar e. 18 jaar of ouder f. Dat weet ik niet
| 43
11. Tot welke leeftijdscategorie behoren de (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting op de school waar u werkt het vaakst? a. Jonger dan 10 jaar b. 10 tot en met 12 jaar c. 13 tot en met 15 jaar d. 16 of 17 jaar e. 18 jaar of ouder f. Dat weet ik niet 12. Zijn de vermoedelijke slachtoffers van criminele uitbuiting op de school waar u werkt de afgelopen twee jaar jonger geworden? a. (Vermoedelijke) slachtoffers zijn jonger dan twee jaar geleden b. De leeftijd van (vermoedelijke) slachtoffers is ongeveer gelijk gebleven c. (Vermoedelijke) slachtoffers zijn ouder dan een twee jaar geleden d. Dat weet ik niet 13. Welke vormen van gedwongen criminaliteit waren in de afgelopen twee jaar van toepassing bij de (vermoedelijke) slachtoffers met wie u op de school waar u werkt in aanraking bent gekomen? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk. a. Het gedwongen vervaardigen, vervoeren of verhandelen van drugs b. Het gedwongen uithalen van drugs uit de Rotterdamse haven c. Het gedwongen plegen van diefstal, inbreken of zakkenrollen d. Het gedwongen plegen van overvallen e. Het gedwongen plegen van geweld f. Gedwongen geld witwassen of ingezet als geldezel: iemand die gedwongen wordt om zijn of haar bankrekening te gebruiken voor criminele activiteiten g.
Ingezet als katvanger: iemand die gedwongen wordt om bijvoorbeeld een voertuig of bedrijf op zijn of haar naam te zetten om criminelen buiten het zicht van autoriteiten te houden h. Het onder dwang kopen van een product op afbetaling / afsluiten van telefoonabonnementen i. Gedwongen ronselen van andere meiden of jongens voor de prostitutie j. Dat weet ik niet k. Anders, namelijk ...
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 44
14. Welke vorm van gedwongen criminaliteit was in de afgelopen twee jaar het vaakst van toepassing bij de (vermoedelijke) slachtoffers met wie u op de school waar u werkt in aanraking bent gekomen? a. Het gedwongen vervaardigen, vervoeren of verhandelen van drugs b. Het gedwongen uithalen van drugs uit de Rotterdamse haven c. Het gedwongen plegen van diefstal, inbreken of zakkenrollen d. Het gedwongen plegen van overvallen e. Het gedwongen plegen van geweld f. Gedwongen geld witwassen of ingezet als geldezel: iemand die gedwongen wordt om zijn of haar bankrekening te gebruiken voor criminele activiteiten g. Ingezet als katvanger: iemand die gedwongen wordt om bijvoorbeeld een voertuig of bedrijf op zijn of haar naam te zetten om criminelen buiten het zicht van autoriteiten te houden h. Het onder dwang kopen van een product op afbetaling / afsluiten van telefoonabonnementen i. Gedwongen ronselen van andere meiden of jongens voor de prostitutie j. Dat weet ik niet k. Anders, namelijk ... 15. Op welke manier werden de (vermoedelijke) slachtoffers, met wie u in de afgelopen twee jaar op de school waar u werkt in aanraking bent gekomen, in de criminaliteit gedwongen? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk. a. Door middel van (dreiging met) fysiek geweld richting het (vermoedelijke) slachtoffer en/ of de sociale omgeving zoals familie of vrienden b.
Door misbruik te maken van de kwetsbare positie van het (vermoedelijke) slachtoffer, omdat hij of zij een licht verstandelijke beperking heeft c. Door misbruik te maken van de kwetsbare positie van het (vermoedelijke) slachtoffer, vanwege zijn of haar jonge leeftijd d. Door middel van chantage met naaktbeelden/ expliciet beeldmateriaal van het (vermoedelijke) slachtoffer e. Door middel van chantage met opgebouwde schulden die het (vermoedelijke) slachtoffer moet afbetalen aan zijn of haar uitbuiter f. Door te dreigen om de politie of iemand anders te vertellen over de criminele feiten die het (vermoedelijke) slachtoffer heeft gepleegd g. Door te dreigen het (vermoedelijke) slachtoffer uit huis te zetten, indien hij/zij inwonend is bij de uitbuiter h. Dat weet ik niet i. Anders, namelijk ...
16. Op welke locaties werden de (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting, met wie u in de afgelopen twee jaar op de school waar u werkt in aanraking bent gekomen, geronseld? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk a. Op of rondom een school of onderwijsinstelling b. Op straat of op openbare hangplekken c. Online, via bijvoorbeeld Instagram, Snapchat, Facebook, TikTok of andere sociale media d. In buurthuizen e. In horecagelegenheden, coffeeshops of shisha lounges f. In of rondom zorginstellingen of begeleid wonen locaties g. Op sportclubs- of verenigingen h. In asielzoekerscentra i. Thuis of in de familiekring j. Dat weet ik niet k. Anders, namelijk... 17. Heeft u een vermoeden over wie de mogelijke plegers zijn bij de vermoedens van criminele uitbuiting? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk. a. Pleger en slachtoffer zijn/waren beide leerlingen op de school waar ik werkzaam ben b. Pleger en slachtoffer kennen elkaar vanuit de wijk c. Pleger is familielid van het slachtoffer d. Pleger en slachtoffer hebben een romantische relatie e. Pleger en slachtoffer zijn vrienden of behoren tot dezelfde vriendengroep f. Pleger en slachtoffer kennen elkaar via sociale media g. Pleger en slachtoffer zijn volledig onbekenden van elkaar h. Ik heb een vermoeden wie de mogelijke pleger is, maar weet niet waar pleger en slachtoffer elkaar van kennen i.
Ik weet niet wie de mogelijke pleger is j. Anders, namelijk ... 18. Wordt er op dit moment binnen uw school, aan de leerlingen zelf, voorlichting gegeven specifiek gericht op criminele uitbuiting? a. Ja, incidentele voorlichting aan leerlingen b. Ja, structurele voorlichting aan leerlingen c. Nee, op dit moment wordt er geen voorlichting gegeven aan leerlingen specifiek gericht op criminele uitbuiting d. Dat weet ik niet
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM
19. Worden medewerkers binnen uw school getraind op het herkennen van signalen van mensenhandel? a. Ja, medewerkers volgen incidenteel een training over het herkennen van signalen van mensenhandel b. Ja, medewerkers worden structureel / herhaaldelijk getraind op het herkennen van signalen van mensenhandel c. Nee, op dit moment volgen medewerkers geen training over het herkennen van signalen van mensenhandel d. Dat weet ik niet 20. Is er in deze training ook specifiek aandacht voor het onderwerp criminele uitbuiting? a. Ja b. Nee c. Dat weet ik niet 21. Bestaan er binnen uw school specifieke afspraken over hoe om te gaan met geconstateerde vermoedens van criminele uitbuiting van leerlingen? a. Ja b. Nee c. Dat weet ik niet 22. Heeft u in de afgelopen twee jaar weleens contact opgenomen met iemand van een andere organisatie, of met iemand binnen uw school, naar aanleiding van vermoedens van criminele uitbuiting van leerlingen? Het invullen van meerdere antwoorden is mogelijk. a. Nee b. Vermoedens over gedwongen criminaliteit heb ik concreet vastgelegd, bijvoorbeeld in een dossier over de betrokken leerling of leerlingen c. Ja, signalen heb ik weleens met een collega besproken d. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met de politie e. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met het wijkteam f. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met jongerenwerk g.
Ja, ik heb weleens contact opgenomen met Veilig Thuis h. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met een leerplichtambtenaar i. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met een zorgcoördinator mensenhandel j. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met een hulpverlener of zorginstelling k. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met het Zorg- en Veiligheidshuis l. Ja, ik heb weleens contact opgenomen met een aandachtsfunctionaris mensenhandel binnen de gemeente m. Anders, namelijk ...
| 45
23. Is er vanuit de school waar u werkzaam bent in de afgelopen twee jaar melding gedaan van (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting? a. Ja, een of meer (vermoedelijke) slachtoffers zijn gemeld bij ... b. Nee c. Dat weet ik niet 24.Wat zou er nodig zijn om de aanpak van criminele uitbuiting van minderjarigen te versterken, waar zou u als onderwijsprofessional mee geholpen zijn? [open vraag] 25. Ten slotte volgen 9 stellingen met betrekking tot criminele uitbuiting. Kunt u telkens aangeven in hoeverre u het eens bent met de volgende stellingen. 1. Ik ben mij in de afgelopen twee jaar meer zorgen gaan maken over criminele uitbuiting van leerlingen a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 2. Ik heb in de afgelopen twee jaar een toename gezien in het aantal leerlingen dat vermoedelijk slachtoffer is van criminele uitbuiting a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 3. De criminelen die leerlingen dwingen tot het plegen van criminaliteit in het gebied waar ik werk zijn goed georganiseerde (jeugd)netwerken a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 46
4.Ik denk een slachtoffer van criminele uitbuiting onder leerlingen te kunnen herkennen a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 5. Ik vind het belangrijk dat criminele uitbuiting meer aandacht krijgt op school a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 6. Op de school waar ik werk worden voldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat leerlingen worden geronseld door criminelen a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 7. Ik weet precies wat ik moet doen wanneer ik vermoed dat een leerling slachtoffer is van criminele uitbuiting a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens 8. Op onze school zijn duidelijke afspraken over hoe om te gaan met signalen van criminele uitbuiting a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens
9. Door de coronamaatregelen heb ik de afgelopen twee jaar minder goed zicht gehad op criminele uitbuiting van leerlingen a. Helemaal oneens b. Oneens c. Niet eens en ook niet oneens d. Eens e. Helemaal eens Naar aanleiding van deze vragenlijst zouden we graag nog interviews houden met onderwijsprofessionals over hun ervaringen met criminele uitbuiting. De interviews zullen ongeveer 45 minuten duren en ook alle gegevens uit de interviews zullen anoniem worden verwerkt. Indien u hieraan mee wilt werken, kunt u hier uw emailadres invullen en dan zullen wij spoedig contact met u opnemen. Heeft u nog opmerkingen naar aanleiding van deze vragenlijst?
BIJLAGE B. TOPICLIJST INTERVIEWS
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM
| 47
ONDERWIJSINSTELLINGEN
1. Introductie • Beknopte toelichting op het onderzoek. • Meenemen in de structuur van het interview. • Voorstellen: functie uitvragen en relatie tot criminele uitbuiting 2. Signalen en vermoedens van criminele uitbuiting • In hoeverre zien jullie signalen criminele uitbuiting van minderjarigen op onderwijsinstellingen in Rotterdam? • Heeft u het idee dat criminele uitbuiting onder scholieren in de laatste jaren is toegenomen of afgenomen? Waarom? Hoe groot is het probleem denkt u? • Heeft u zelf wel eens te maken gehad met personeel dat in de afgelopen twee jaar te maken heeft gehad met criminele uitbuiting onder hun scholieren? • Met welke vormen van criminele uitbuiting heeft het personeel te maken gehad? • Hoe vaak denkt u dat criminele uitbuiting voorkomt binnen uw school/scholen en wat vindt u hiervan? • Heeft u inzicht in de mogelijke knelpunten die ervaren worden door onderwijzend en ondersteunend personeel in het signaleren van criminele uitbuiting onder scholieren/ studenten? ( • Welke kansen of uitdagingen ervaart u in de signalering van criminele uitbuiting? Hoe zouden deze volgens u kunnen worden weggenomen? • Speelt criminele uitbuiting ook op andere onderwijsinstellingen in Rotterdam Op welke wijze staan scholen met elkaar hierover in contact? Is dit een onderwerp dat wordt besproken? 3.
Slachtoffers en daders • Kunt u mij iets vertellen over de mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting op onderwijsinstellingen? • Heeft u een beeld van de mogelijke daders van criminele uitbuiting? Wat is de relatie ten opzichte van slachtoffers? • Hoe worden slachtoffers van criminele uitbuiting geronseld? 4. Preventie • Op welke manier wordt er op uw school aandacht besteed aan het thema criminele uitbuiting? • Welke rol speelt het onderwijs op dit moment bij het tegengaan van criminele uitbuiting? Wat is hiervoor nodig?
• Welke rol spelen ouders op dit moment bij het tegengaan van criminele uitbuiting, en in het bijzonder ouders van kinderen die kwetsbaar zijn of al uitgebuit worden. Hoe kunnen wij hen bij de problematiek betrekken? • Wat zou u als school nodig hebben om de preventie van criminele uitbuiting/ weerbaarheid leerlingen te versterken? • Welke kansen, uitdagingen of knelpunten ervaart u in de preventie van criminele uitbuiting? 5. Huidige aanpak • Kunt u uitleggen op welke manier de aanpak van criminele uitbuiting onderdeel is van het beleid binnen de school. • In hoeverre zijn er werkafspraken over criminele uitbuiting? • Bij wie kunnen signalen intern worden gemeld? Kunt u vertellen hoe dit proces er precies uit ziet? • Kunt u iets vertellen over de meldingen die zijn gedaan bij de vermoedens van criminele uitbuiting? • Welke kansen liggen er nog in het versterken van de uitvoering van de aanpak? • Welke kansen ervaart u in de aanpak van criminele uitbuiting? 6. Samenwerking • In hoeverre wordt er in de aanpak samengewerkt met ketenpartners? Met welke organisaties? • In hoeverre is de samenwerking veranderd in de afgelopen jaren? • Welke organisaties of partijen zijn onmisbaar in de samenwerking? Hoe ziet hun rol eruit? • Welke organisaties of partijen mist u nog? Welke rol zouden zij kunnen bekleden? • Wat os de rol van de gemeente hierbij?
BIJLAGE C. TOPICLIJST INTERVIEWS EXTERNE
CRIMINELE UITBUITING ONDER MINDERJARIGEN IN ROTTERDAM | 48
STAKEHOLDERS
1. Introductie • Beknopte toelichting op het onderzoek. • Meenemen in de structuur van het interview. • Voorstellen: functie uitvragen en relatie tot criminele uitbuiting 2. Signalen en vermoedens van criminele uitbuiting • In hoeverre zien jullie signalen criminele uitbuiting van minderjarigen op onderwijsinstellingen in Rotterdam? • Wat zijn de signalen van criminele uitbuiting die u waarneemt op scholen? • Heeft u het idee dat criminele uitbuiting onder scholieren in de laatste jaren is toegenomen of afgenomen? Waarom? Hoe groot is het probleem denkt u? • Heeft u in de afgelopen twee jaar te maken gehad met criminele uitbuiting onder scholieren? • Met welke vormen van criminele uitbuiting hebben scholen te maken? • Heeft u inzicht in de mogelijke knelpunten die ervaren worden scholen in het signaleren van criminele uitbuiting onder scholieren? • Welke kansen of uitdagingen ziet u in de signalering van criminele uitbuiting? Hoe zouden deze volgens u kunnen worden weggenomen? • Heeft u het idee dat er kennis over criminele uitbuiting wordt uitgewisseld tussen scholen op dit thema? Heeft u zicht op hoe scholen met elkaar hierover in contact staan? • Ziet u een verschil in de signalering en aanpak tussen vsgo en regulier onderwijs? 3.
Slachtoffers en daders • Kunt u mij iets vertellen over de mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting op onderwijsinstellingen? • Heeft u een beeld van de mogelijke daders van criminele uitbuiting? Wat is de relatie ten opzichte van slachtoffers? • Hoe worden slachtoffers van criminele uitbuiting geronseld? 4. Preventie • Welke rol speelt het onderwijs op dit moment bij het tegengaan van criminele uitbuiting? • Op welke manier wordt er op scholen aandacht besteed aan het thema criminele uitbuiting? • Welke kansen, uitdagingen of knelpunten ziet u in de preventie van criminele uitbuiting op scholen? Hoe zouden deze volgens u kunnen worden weggenomen?
5. Huidige aanpak van criminele uitbuiting • In hoeverre denkt u dat er zicht is op mogelijke slachtoffers? • Op welke wijze worden jullie betrokken bij scholen? Hoe verloopt dat contact? • In hoeverre zijn er werkafspraken tussen jullie en onderwijsinstellingen? • Krijgen jullie wel eens meldingen die zijn gedaan bij de vermoedens van criminele uitbuiting? Hoe zien deze eruit? Wat is uw rol bij deze meldingen? • Wat hebben jullie nodig om je werk goed te kunnen doen? 6. Samenwerking • Hoe ziet volgens jullie een goede aanpak eruit? Wat is hiervoor nodig? • Welke kansen liggen er nog in het versterken van de uitvoering van de aanpak? • Welke uitdagingen ervaart u in de aanpak van criminele uitbuiting? Hoe zouden deze volgens u weggenomen kunnen worden? • In hoeverre is de samenwerking veranderd in de afgelopen jaren? • Welke organisaties of partijen zijn onmisbaar in de samenwerking? Hoe ziet hun rol eruit? • Welke organisaties of partijen mist u nog? Welke rol zouden zij kunnen bekleden? • Welke uitdagingen, knelpunten en kansen ervaart u als het gaat om de samenwerking met ketenpartners? Hoe zouden deze volgens u weggenomen kunnen worden? Wie of wat is hiervoor nodig? • Wat is de rol van de gemeente?