[23bb007332] Bijlage 1 behorende bij 23bb7331 - Jaarplan 2024 en Begroting 2024-2028
Tekst van het document
Het verschil tussen de begroting 2023 en de prognose 2023 wordt nader toegelicht in de Tweede voortgangsrapportage 2023. Het resultaat van de begroting 2024 voor bestemmingsreserve is aanzienlijk negatief, wat voornamelijk veroorzaakt wordt door inzet voor NPO activiteiten. Hiervoor zijn de (incidentele) middelen ontvangen in de voorgaande jaren. Deze kosten worden onttrokken aan de bestemmingsreserve NPO. Voor de subsidie basisvaardigheden zijn
59
de inkomsten in 2024 hoger dan de uitgaven, dit leidt tot een dotatie aan de bestemmingsreserve basisvaardigheden. Door de mutaties op de bestemmingsreserves is het resultaat na bestemmingsreserves ongeveer gelijk aan de prognose 2023 en de realisatie 2022. De oorzaken genoemd bij het resultaat 2023 hebben ook effect op de begroting 2024 (met uitzondering van de compensatie Gazprom). Voor verdere details zie de toelichtingen op de baten en lasten en de toelichting op de meerjarenbegroting en sectorbegrotingen.
60
7.
Meerjarenbegroting 2024-2028 In onderstaande tabel is de meerjarenbegroting 2024-2028 in beeld gebracht: Bedragen in € 1.000
Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
2024
2025
2026
2027
2028
350.229 19.818 14.325 384.372
345.557 18.971 12.802 377.330
346.234 18.927 12.942 378.103
349.793 18.904 13.068 381.764
352.195 19.105 13.299 384.599
319.119 8.679 25.687 38.063 391.548
315.255 9.084 25.358 35.351 385.048
314.101 8.967 25.359 34.696 383.122
315.415 8.664 25.222 35.038 384.340
317.541 8.001 25.212 35.515 386.269
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
-7.176
-7.718
-5.018
-2.576
-1.671
Financiële baten en lasten
1.655
1.711
1.732
1.754
1.775
Resultaat
-5.522
-6.007
-3.286
-822
104
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
-5.100 12.158
-1.757 6.249
0 3.079
0 1.765
0 1.398
Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
1.536
-1.515
-207
943
1.502
Lasten Personele lasten Afschrijvingslasten Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
Opvallende ontwikkelingen Het resultaat 2025 en 2026 is lager dan waar in een normale situatie op gestuurd wordt. Dit komt door het wegvallen van de incidentele NPO gelden en later basisvaardigheden en het beëindigen per 1-1-2025 van de bijzondere bekostiging Professionalisering en Begeleiding Starters en Schoolleiders in het primair onderwijs. Het is moeilijk de activiteiten en inzet van medewerkers, die bekostigd worden door incidentele middelen, tijdig af te bouwen. Meerjarig wordt een toename van het aantal leerlingen verwacht en een afname van het aantal medewerkers. Dit leidt vanaf 2027 tot positieve resultaten na bestemmingsreserves. Ontwikkeling bestemmingsreserves Vanaf 2019 zijn bestemmingsreserves gevormd, in onderstaande tabel wordt een overzicht van de ontwikkeling hiervan weergegeven:
61
bestemmingsreserves
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
9.057 14.439 23.496
23.496 1.469 24.965
24.965 -12.085 12.880
12.880 -6.182 6.698
6.698 -2.459 4.238
4.238 -1.273 2.965
2.965 -942 2.023
0 -2 -2
-2 2.140 2.138
2.138 5.100 7.239
7.239 1.757 8.996
8.996 -577 8.419
8.419 -475 7.944
7.944 -456 7.488
3.000 -3.000 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
3.000 -1.115 1.885
1.885 -732 1.152
1.152 0 1.152
1.152 0 1.152
1.152 0 1.152
1.152 0 1.152
1.152 0 1.152
709 -341 368
368 -167 201
201 -72 128
128 -67 61
61 -42 19
19 -17 2
2 0 2
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
0 1.769 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
16.990 11.750 28.741
28.741 2.709 31.450
31.450 -7.057 24.393
24.393 -4.492 19.900
19.900 -3.079 16.822
16.822 -1.765 15.057
15.057 -1.398 13.659
Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Versnellingsprogramma ICT Totaal Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Aanvullende bekostiging vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Strategische opgaves vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Kleine scholen Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Collectieve werdrukmiddelen vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Totaal Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Op basis van de huidige planvorming is er in de bestemmingsreserve NPO na 2028 nog € 2,0 miljoen over. Voor de inzet van de middelen basisvaardigheden vindt de planvorming momenteel plaats. Daardoor blijft de bestemmingsreserve een hoog saldo houden. Ook voor het restant van de bestemmingsreserve versnellingsprogramma ICT worden nog concrete plannen opgesteld (AFAS, digitale geletterdheid, e.d.). De bestemmingsreserve werkdrukmiddelen vo is gevormd in 2022. In dat jaar werden deze middelen heel laat in het jaar ontvangen, waardoor inzet op deze middelen niet meer mogelijk was. Vanaf 2023 zijn deze middelen en opgenomen in de reguliere bekostiging en de bijbehorende uitgaven in de lasten.
62
8.
Meerjarige balansprognose Naast de begroting van onze baten en lasten, is ook een prognose gemaakt van de verwachte ontwikkeling van onze balans. Deze is als volgt: Bedragen in € 1.000 per 31 december
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Jaarverslag 2022
Prognose 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
66.685 1.075
76.904 1.053
87.257 1.031
93.532 1.009
99.734 987
104.301 965
107.411 943
Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen
180 16.906 81.150
17.000 76.555
0 13.148 62.885
0 14.757 54.249
0 14.757 45.440
0 14.757 42.876
0 14.757 42.578
Totaal activa
165.996
171.512
164.321
163.547
160.918
162.899
165.689
2022 60.179 30.188 16.728 58.901
2023 64.249 32.324 16.154 58.785
2024 47.731 45.484 15.513 55.593
2025 41.724 47.821 14.872 59.130
2026 38.436 48.798 14.231 59.453
2027 37.616 51.920 13.590 59.773
2028 37.721 54.927 12.949 60.092
165.996
171.512
164.321
163.547
160.918
162.899
165.689
Passiva Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves) Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva
De meest opvallende ontwikkelingen zijn: •
De toename van de materiele vaste activa komt door nieuwbouw van scholen en investeringen in ICT en inventaris.
•
De liquide middelen nemen vanaf 2023 af door het wegvallen van de baten van de incidentele middelen (NPO en basisvaardigheden). Vanaf 2023 dalen de liquide middelen door de hogere huisvestingslasten en omdat er nog wel inzet plaatsvindt voor activiteiten NPO activiteiten, maar er geen ontvangsten meer tegenover staan.
•
Het eigen vermogen neemt in 2023 toe door de nog niet bestede middelen NPO en basisvaardigheden. Deze worden gedoteerd aan de bestemmingsreserves en vallen onder het eigen vermogen. In 2024 daalt het eigen vermogen door de extra donatie aan de voorziening groot onderhoud (zie toelichting op voorzieningen). De daling vanaf 2025 komt door de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves.
•
De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is tot 2023 het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar. De voorziening groot onderhoud zal in 2024 worden omgezet naar de componenten methode. De stijging van de voorzieningen in 2024 heeft betrekking op deze omzetting, dit heeft ook effect op het eigen vermogen.
•
De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen voor de nieuwbouw en de uitbreiding in Lansingerland.
•
De verhouding tussen de kortlopende schulden en kortlopende vlottende activa verslechtert a.g.v. de afname van tijdelijke subsidies. Dit zal de komende jaren minder worden aangezien er wel sprake zal zijn van de ontvangst van extra
63
incidentele baten. Deze zijn door onzekerheid over de omvang nog niet meegenomen. Verder is er sprake van een kredietlimiet van € 25 mln. zodat er geen zorg is over de opeisbaarheid van kortlopende schulden.
64
9.
Kengetallen De cijfers in de meerjarenbegroting en de balansprognose komen tot uitdrukking in een aantal kengetallen die een beeld geven van de financiële positie van BOOR. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de exploitatie is als volgt: Kengetallen exploitatie Rentabiliteit Kosten per leerling totaal Kosten per leerling (s)bao Kosten per leerling vo Kosten per leerling (v)so Aandeel personele lasten Aandeel materiële lasten
2022 3,54% € 12.234 € 9.385 € 12.620 € 30.774 80,55% 19,45%
2023 1,02% € 12.899 € 10.491 € 13.605 € 32.532 81,55% 18,45%
2024 -1,44% € 12.632 € 9.624 € 13.309 € 32.833 81,50% 18,50%
2025 -1,59% € 12.224 € 9.421 € 12.802 € 32.079 81,87% 18,13%
2026 -0,87% € 11.957 € 9.098 € 12.698 € 31.042 81,98% 18,02%
2027 -0,22% € 11.857 € 8.966 € 12.590 € 29.732 82,07% 17,93%
2028 0,03% € 11.810 € 8.872 € 12.574 € 29.502 82,21% 17,79%
De kengetallen over 2023 zijn gebaseerd op de prognose. De rentabiliteit vanaf 2023 wordt sterk beïnvloed door de hogere energielasten en de inzet van de NPO middelen gedurende de verlengde bestedingstermijn. In 2022 wordt de rentabiliteit negatief beïnvloed door het wegvallen van de vordering op OCW in het primair onderwijs en de hogere energielasten, maar ook positief omdat niet het volledige bedrag van de NPO middelen wordt ingezet. De kosten per leerling in 2022 tot en met 2025 zijn hoger door de extra inzet voor NPO en basisvaardigheden, vanaf 2024 dalen ze door de afbouw van de interventies. Het aandeel personele lasten stijgt gedurende de begrotingsjaren, dit komt door het licht dalen van de materiele lasten en het stijgen van de personeelslasten. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de balans is als volgt: Kengetallen balans Solvabiliteit 2 (> 30%) ¹ Liquiditeit (> 75%)
²
Kapitalisatiefactor (< 35%)
³
Weerstandsvermogen (tot 2023 > 10%/vanaf 2023 >8%) Weerstandsvermogen + voorzieningen
⁵
⁴
2022 54,44%
2023 56,31%
2024 56,73%
2025 54,75%
2026 54,21%
2027 54,96%
2028 55,92%
166,45%
159,15%
136,77%
116,70%
101,25%
96,42%
95,41%
29,25%
33,45%
32,01%
32,15%
31,31%
31,37%
31,84%
15,96%
16,10%
15,28%
13,97%
13,07%
12,73%
12,67%
23,95%
24,20%
24,25%
23,73%
23,07%
23,45%
24,09%
1. De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen plus de voorzieningen en het totale vermogen. De Inspectie hanteert een ondergrens van 30%, daar zit BOOR ruim boven. 2. Het kengetal voor de liquiditeit wordt berekend door de vlottende activa uit te drukken in een percentage van de kortlopende schulden. Het hoge percentage in 2022 tot en met 2024 wordt verklaard door de ontvangst van de middelen voor NPO en basisvaardigheden, waarvan een deel in latere jaren wordt besteed. Dat is ook een van de redenen dat de liquiditeit vanaf 2024 daalt. In bijlage 1 is een meerjarige
65
liquiditeitsprognose opgenomen waaruit de kasstromen van BOOR blijken. 3. De kapitalisatiefactor wordt berekend door het balanstotaal (exclusief gebouwen) te delen door de totale baten. Een te hoge factor zou kunnen impliceren dat het vermogen te groot is ten opzichte van de totale baten. Bij grote onderwijsinstellingen – zoals BOOR – zou deze ratio maximaal 35% mogen bedragen. Daar blijft BOOR de komende jaren onder. 4. Het weerstandsvermogen (buffer voor het opvangen van risico’s) wordt berekend door het eigen vermogen te delen door de totale baten. BOOR heeft zichzelf in 2015 een norm van 10% opgelegd, waarbij achtereenvolgens op sector en op scholengroep gestuurd wordt. Vanaf 2023 is de eigen norm verlaagd naar 8%. Het weerstandsvermogen zal over de begrotingsjaren ruim boven de eigen normering blijven. De sector (s)bao komt vanaf 2026 onder de norm van 8% door de kosten voor activiteiten voor incidentele middelen, welke onttrokken zullen worden aan de bestemmingsreserve (maakt deel uit van het weerstandsvermogen). Deze ontwikkeling wordt de komende jaren goed gemonitord. In onderstaande grafiek de grafische weergave van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen inclusief bestemmingsreserves.
De jaartallen geven de stand weer per 31 december van het betreffende jaar
5. Het weerstandsvermogen en de voorzieningen samen vormen de basis voor de solvabiliteit van BOOR. De lichte fluctuaties die er zijn, zijn een gevolg van de exploitatieresultaten en schommelingen in de voorziening groot onderhoud. De waarde blijft boven de gestelde normen door de hogere voorzieningen.
66
Alle kengetallen laten een gezond beeld zien en blijven boven of onder de door de Inspectie gehanteerde grenzen.
67
10. Ontwikkeling leerlingenaantal De verwachte ontwikkeling van de leerlingenaantallen per sector is als volgt: Begrotingsjaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 teldatum 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 1-2-2027 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.427 17.023 16.541 17.253 17.202 17.453 17.696 17.915 18.074 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.082 2.134 2.270 2.313 2.376 2.477 2.597 2.627 2.627 Totaal primair onderwijs 19.509 19.157 18.811 19.566 19.578 19.930 20.293 20.542 20.701 teldatum 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 1-10-2026 1-10-2027 Sector voortgezet onderwijs 10.882 10.910 10.907 11.178 11.418 11.569 11.749 11.872 12.007 Totaal 30.391 30.067 29.718 30.744 30.996 31.499 32.042 32.414 32.708
Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel op 1-2-2022 een stijging in het leerlingenaantal gerealiseerd te zijn. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het aantal leerlingen in het primair onderwijs van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien: Begrotingsjaar 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 teldatum 1-2-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 1-2-2027 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.345 17.253 17.202 17.453 17.696 17.915 18.074 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.163 2.313 2.376 2.477 2.597 2.627 2.627 Totaal 19.508 19.566 19.578 19.930 20.293 20.542 20.701
Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt heel licht per 1 februari 2023 ten opzichte van 1 februari 2022. Meerjarig wordt een stijging van het leerlingenaantal verwacht in verband met demografische ontwikkelingen in een aantal wijken. Het (v)so prognosticeert een behoorlijke groei van het aantal leerlingen tot en met 2027, door het wegwerken van de wachtlijsten. Het vo verwacht per 1 oktober 2023 een aanzienlijke stijging, deze groei zet zich de komende jaren door. Deze verwachte stijging meerjarig is een gevolg van de verhoogde interesse in onze scholen en de toestroom van nieuwkomers. In het vo zijn de eerstejaars nieuwkomers in bovenstaande tabel niet opgenomen. Gemiddeld over het jaar 2024 worden 355 eerstejaars nieuwkomers verwacht.
68
11. Toelichting baten De geraamde baten bestaan uit diverse onderdelen. In onderstaande tabel zijn deze onderdelen weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in € 1.000
Omschrijving Rijksbijdragen Ministerie van OCW Rijksbijdrage personeel Vereenvoudigde bekostiging po Vereenvoudigde bekostiging vo Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Rijksbijdrage materieel Overige subsidies OCW Basisvaardigheden Rijksbijdrage Personeels- en arbeidsmarktbeleid Ontvangen doorbetalingen rijksbijdragen SWV Totaal rijksbijdragen
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
225.035
31.201 18.409 40.495 5 22.712 5.347 343.203
182.967 93.017 20.458
201.303 103.254
29.211
30.430 11.289
3.674 329.327
3.953 350.229
Overige overheidsbijdragen Subsidie ROB Gemeentelijke bijdragen overig Gemeentelijke bijdragen – Huisvesting Overige Totaal overige overheidsbijdragen
13.296 898 1.563 1.241 16.998
13.488 762 1.179 449 15.878
16.302 1.614 1.257 645 19.818
Overige baten Ouderbijdragen Doorberekende salarissen aan derden Verhuur lokaliteiten Overige bijdragen Totaal overige baten
8.070 466 1.062 7.510 17.108
7.819 523 758 4.442 13.542
8.703 371 778 4.473 14.325
Totaal Baten
377.309
358.747
384.372
Rijksbijdragen De rijksbijdragen 2024 voor het voortgezet onderwijs zijn berekend op basis van het verwachte leerlingenaantal per 1 oktober 2023 en voor het primair onderwijs op basis van het gerealiseerde leerlingenaantal op 1 februari 2023. Door middel van scenarioberekeningen in de begrotingstool kan worden vastgesteld of fluctuaties in het geprognosticeerde leerlingaantal, kunnen worden opgevangen binnen de begroting. Vanaf 2023 zijn voor alle sectoren de personele -, materiele - en leermiddelenbekostiging samengevoegd in de vereenvoudigde sectorbekostiging. In de begroting 2023 zijn de NPO middelen lager door het stoppen van deze incidentele subsidie. Door de toekenning
69
van de subsidie basisvaardigheden en de verhoging van de reguliere bekostiging in verband met het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024, komen de totale baten voor 2024 weer op het niveau van 2022. In de Overige subsidies OCW gaat het vooral om de geoormerkte en niet-geoormerkte subsidies, de bekostiging voor lwoo- en pro leerlingen, nieuwkomers en asielzoekers. De toekenning van de NPO-arbeidsmarkttoelage is nog niet opgenomen in 2024. Personeel- en arbeidsmarktbeleid is door invoering van de vereenvoudigde bekostiging po niet meer apart zichtbaar. Dit is vanaf 2023 opgenomen in de vereenvoudigde bekostiging po. De bijdrage vanuit de samenwerkingsverbanden is in 2024 enigszins hoger dan de begroting 2023, door het hogere leerlingenaantal. De verlaging ten opzichte van 2022 komt door het vervallen van de groeiregeling voor het (v)so in verband met de invoering van de vereenvoudigde bekostiging en de hiermee verschuivende teldatum naar 1 februari. Overige overheidsbijdragen De Subsidie Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) is gebaseerd op toekenningen door de gemeente Rotterdam. De verdeling van de beschikbare middelen voor alle scholen in Rotterdam vindt grotendeels plaats op basis van de leerlingaantallen.
De hogere baten in 2024 komen door de opname in ROB van Lekker Fit en de subsidie Educatief partnerschap (ter vervanging van de regeling medewerker ouderbetrokkenheid) Overige baten De overige baten worden gevormd door diverse bijdragen, variërend van ouderbijdragen, de opbrengst van diverse schoolprojecten tot de opbrengst van kantines.
70
12. Toelichting lasten De begrote lasten worden in de tabel hierna weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in € 1.000
Omschrijving Personele lasten Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overige personele lasten Totaal personele lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
255.468 1.474 24.365 11.540 292.847
260.636 1.159 17.276 10.690 289.761
283.831 1.325 21.529 12.434 319.119
Afschrijvingen
7.149
7.983
8.679
Huisvestingslasten Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten
1.404 13.109 5.150 6.520 273 462 26.918
1.743 8.254 13.394 6.335 272 401 30.399
1.705 8.730 6.992 7.506 320 434 25.687
Overige materiële lasten Administratie en beheerlasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige instellingslasten Totaal overige materiële lasten
12.271 9.412 14.980 36.663
13.186 8.302 12.087 33.575
12.726 10.024 15.313 38.063
Totaal lasten
363.577
361.718
391.548
Personele lasten De in de meerjarenbegroting 2024-2028 opgenomen personele lasten zijn afgeleid van de formatieplannen voor de komende (school)jaren. Bij het bepalen van de formatie is, naast de onderwijsinhoudelijke afwegingen, rekening gehouden met de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de verwachte financiële ontwikkelingen binnen de sectoren en scholen. In de raming zijn ook de voorzienbare mutaties, zoals uitstroom, wijzigingen in werktijdfactor en periodieken meegenomen. De kosten voor lonen en salarissen in 2024 zijn gebaseerd op de afspraken in het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024, dit verklaard de sterke stijging bij lonen en salarissen. De formatieve kosten voor uitvoer van de activiteiten voor NPO en
71
basisvaardigheden. De NPO-arbeidsmarkttoelage is vanaf 2024 niet in de lasten opgenomen. Onderstaand een overzicht van de formatie in fte’s: Formatie in fte's (s)bao vo (v)so ABB Participatiebanen Totaal
realisatie 2022 1.418 1.047 597 110 21 3.193
begroting 2023 1.377 1.042 619 118 23 3.179
begroting 2024 1.401 1.054 654 118 31 3.257
Begroting 2025 1.341 1.056 654 118 31 3.199
Begroting 2026 1.294 1.055 653 118 31 3.151
Begroting 2027 1.279 1.055 651 118 31 3.133
Begroting 2028 1.272 1.059 649 118 31 3.128
De formatie ABB voor 2024 is vooralsnog gelijk gehouden aan de formatie van 2023. Aan de hand van een producten en dienstencatalogus (PDC) vindt een discussie plaats met de sectoren over de dienstverlening en de bestuurlijke rol van BOOR services. Ook zal vanuit de besturingsfilosofie bekeken worden waar optimalisatie kan plaatsvinden. Dit leidt mogelijk tot een ander inzicht over de wenselijke formatie. Eventuele wijzigingen vanuit de besturingsfilosofie en afstemming over de PDC zullen in de volgende kaderbrief worden verwerkt. In het (s)bao stijgt de formatie 2024 door hogere inzet voor NPO en basisvaardig-heden. De daling vanaf 2025 is een gevolg van het beëindigen van de activiteiten voor NPO en de ontoereikende bekostiging. De formatie in de sector vo blijft nagenoeg gelijk. De benodigde formatie om de leerlingengroei op te vangen, is nu al aanwezig vanuit NPO bekostiging. Bij het (v)so groeit de formatie door de leerlingengroei in 2024. Vanaf 2025 is formatie uitbreiding niet nodig door efficiënte indeling van de groepen. In het (v)so blijkt de realisatie van de formatie vaak lager dan begroot, omdat het niet lukt om vacatures op te vullen. Dit kan leiden tot verhoging van de inhuur van extern personeel. De lasten voor personeel niet in loondienst zijn geraamd aan de hand van de individuele beoordelingen van de schooldirecties voor extra inzet.
Hierbij wordt rekening gehouden met de extra inzetverplichtingen vanwege gesubsidieerde activiteiten en de verwachte extra inhuur van interim medewerkers en inhuur van leerkrachten in 2024. De kosten voor inhuur dalen vanaf 2025 door minder inzet voor NPO en het opnemen van vacatures ter vervanging van inhuur voor reguliere activiteiten. Onderstaand een nadere specificatie van de bedragen die we in de meerjarenbegroting hebben voorzien voor externe inhuur van leerkrachten, directeuren en onderwijsondersteuners, inclusief de inhuur voor activiteiten voor het inlopen van leerachterstanden. Indien door het lerarentekort blijkt dat de activiteiten voor NPO niet met (tijdelijke) eigen medewerkers kunnen worden uitgevoerd, zullen de kosten van inhuur stijgen.
72
Bedragen in € 1.000
Realisatie Externe inhuur 2022 sector (S)BAO 10.834 sector (V)SO 4.758 sector VO 6.930 ABB 1.843 TOTAAL 24.365
Begroting 2023 7.198 3.763 5.666 650 17.276
Begroting 2024 10.315 4.555 5.751 910 21.529
Begroting 2025 9.767 4.172 3.024 880 17.842
Begroting 2026 9.200 4.196 2.629 900 16.925
Begroting 2027 9.092 4.185 2.629 964 16.869
Begroting 2028 8.960 4.252 2.629 960 16.801
Bij de sector (s)bao zijn de bovenschoolse kosten voor de basisvaardigheden als inhuur derden opgenomen in de jaren 2023, 2024 en 2025. Tevens is de instroom van reguliere zij-instroom verminderd, waardoor een verschuiving heeft plaatsgevonden van intern medewerkers naar externe medewerkers van Echt Onderwijs. Na afronding van de opleiding komen deze medewerkers in dienst van BOOR. In de sectoren vo en (v)so is de inhuur in 2023 hoger in verband met het niet kunnen invullen van vacatures. Afschrijvingen De afschrijvingslasten stijgen door investeringen in nieuwbouw en/of renovatie van meerdere onderwijslocaties. Ook investeringen in ICT leiden tot extra afschrijvingskosten. Huisvestingslasten De onderhoudskosten over 2022 zijn hoger door een extra dotatie die is gedaan aan de onderhoudsvoorziening, vooruitlopend op de invoering van de wijziging inzake de voorziening onderhoud. De energielasten zijn in de begroting 2023 verhoogd in verband met de bij het opstellen verwachte sterk stijgende energieprijzen. Door effectief inkopen zijn de verwachte energielasten in de begroting 2024 beduidend lager dan in de begroting 2023, maar wel nog hoger dan de realisatie 2022. De schoonmaakkosten zijn in 2024 ruim hoger dan in 2023, door indexatie van de contracttarieven.
Overige materiële lasten Bij inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn verwachte kosten opgenomen voor basisvaardigheden, dit verklaart de hogere kosten. In de overige instellingslasten in de begroting 2024 zijn extra uitgaven opgenomen voor OSR (gerelateerd aan hogere Rijksbijdrage), doorbetaling aan Albeda en leerling activiteiten (gerelateerd aan hogere ouderbijdrage. Toelichting financiële baten en lasten De saldi van de financiële baten en lasten bestaan uit opbrengst op uitstaande gelden en uit rentelasten voor opgenomen leningen.
73
Bedragen in € 1.000
Omschrijving Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
Realisatie 2022 45 -410 -365
Begroting 2023 46 -437 -392
Begroting 2024 2071 -416 1655
De rentebaten betreft de rente op het saldo schatkistbankieren. De hoge liquide middelen zorgen de komende jaren voor extra rentebaten op het schatkistbankieren. Bij de schatkist is deze rente aanzienlijk hoger dan bij reguliere banken. De financiële lasten hebben betrekking op de rente op de leningen voor de gebouwen in de gemeente Lansingerland. Door aflossingen op deze lening worden de rentelasten lager.
74
13. Begroting per sector De begroting 2024 geeft het volgende beeld per sector: Bedragen in € 1.000
Omschrijving Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal Baten Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
(S)BAO
VO
(V)SO
ABB¹
Totaal
143.482 13.486 4.456 161.425
135.698 3.999 8.484 148.181
70.836 1.878 1.253 73.967
213 455 130 798
350.229 19.818 14.324 384.371
130.755 3.813 12.854 18.619 166.041
110.334 3.309 8.414 26.706 148.763
62.604 1.296 3.959 8.084 75.943
15.424 262 458 -15.347 798
319.117 8.679 25.686 38.062 391.545
-4.616
-582
-1.975
0
-7.174
866 0 866
793 -416 377
412 0 412
0 0 0
2.071 -416 1.655
-3.750 -874 7.085 2.461
-206 -2.918 4.139 1.015
-1.563 -1.308 933 -1.938
0
-5.519 -5.100 12.158 1.538
0 0
Het percentage ABB ten opzichte van de baten exclusief basisvaardigheden in 2024 voldoet aan de afspraken uit de kaderbrief. Begroting (speciaal) basisonderwijs De meerjarenbegroting van het (speciaal) basisonderwijs is als volgt:
75
Bedragen in € 1.000 Omschrijving
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
147.375 10.624 6.708 164.707
141.401 10.280 4.166 155.848
143.482 13.486 4.456 161.425
140.260 13.196 3.604 157.059
138.455 13.196 3.582 155.233
139.685 13.196 3.607 156.488
140.611 13.196 3.607 157.413
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
124.427 3.062 13.283 18.990 159.762
121.186 3.569 14.596 17.128 156.479
130.755 3.813 12.854 18.619 166.041
127.805 3.912 12.540 17.810 162.067
125.161 3.897 12.515 17.215 158.787
125.138 3.796 12.534 17.200 158.668
125.713 3.498 12.509 17.228 158.948
4.945
-631
-4.616
-5.008
-3.555
-2.180
-1.535
0 10 -10
0 0 0
866 0 866
866 0 866
866 0 866
866 0 866
866 0 866
4.935 -7.799 2.699 -165
-631 -2.118 1.314 -1.435
-3.750 -874 7.085 2.461
-4.142 -352 3.706 -787
-2.689
-1.314
-669
1.097 -1.592
446 -868
197 -472
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
Toelichting Het resultaat voor bestemmingsreserve is vanaf 2024 negatief, dit komt door de uitvoering van activiteiten voor NPO en basisvaardigheden. Deze kosten worden in mindering gebracht op de gevormde bestemmingsreserves, waardoor het resultaat na bestemmingsreserves in 2024 positief is en vanaf 2025 negatief. Dit komt met name door het wegvallen van incidentele middelen en het niet volledig kunnen aanpassen van de hiermee samenhangende kosten (vooral formatie). Ook de ontoereikendheid van de reguliere bekostiging en het wegvallen van de bijzondere bekostiging Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders vanaf 2025 speelt hierin een rol. De personele lasten stijgen in 2024 door het afgesloten onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024. Dit wordt gecompenseerd via de Rijksbekostiging, maar door het wegvallen van de NPO middelen vanaf 2024 en de basisvaardigheden vanaf 2026, is er in de eerste jaren een daling van de bekostiging waarneembaar. Vanaf 2026 wordt door het stijgende leerlingenaantal een enigszins hogere Rijksbijdrage verwacht. In de overige materiele lasten zijn de verwachte kosten voor een deel van de activiteiten voor basisvaardigheden opgenomen in de jaren 2024 en 2025. Hierdoor daalt dit vanaf 2026 weer tot het normale niveau. Het verloop van de bestemmingsreserves is als volgt:
76
Bedragen in € 1.000
bestemmingsreserves
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
2.814 7.669 10.483
10.483 1.572 12.055
12.055 -7.085 4.970
4.970 -3.706 1.263
1.263 -933 330
330 -386 -56
-56 -157 -212
0 -2 -2
-2 225 223
223 874 1.097
1.097 352 1.449
1.449 -164 1.285
1.285 -60 1.225
1.225 -40 1.185
1.935 -1.935 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
2.075 -761 1.314
1.314 -392 922
922 0 922
922 0 922
922 0 922
922 0 922
922 0 922
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
224 0 224
7.048 4.971 12.019
12.019 1.405 13.424
13.424 -6.211 7.213
7.213 -3.355 3.858
3.858 -1.097 2.761
2.761 -446 2.315
2.315 -197 2.118
Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Versnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Kleine scholen Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Totaal (s)bao Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
De bestemmingsreserve NPO wordt tot en met 2028 nagenoeg volledig benut. Voor basisvaardigheden worden de plannen nog grotendeels opgesteld, de kosten zijn nog niet volledig opgenomen in de begroting. Het resterend saldo voor het versnellingsprogramma ICT is bestemd voor technische doorontwikkeling van AFAS, digitale geletterdheid van het personeel, e.d..
77
Begroting voortgezet onderwijs De begroting van het voortgezet onderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000
Omschrijving
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
132.406 3.944 8.118 144.468
122.754 3.905 7.686 134.345
135.698 3.999 8.484 148.181
133.583 4.040 7.990 145.613
133.300 3.996 8.168 145.463
134.640 3.962 8.278 146.881
136.117 4.164 8.509 148.789
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
102.326 2.696 8.806 23.855 137.683
99.886 3.079 10.640 22.428 136.033
110.334 3.309 8.414 26.706 148.763
109.237 3.351 8.401 25.180 146.169
109.957 3.241 8.426 25.284 146.908
110.904 3.111 8.270 25.639 147.924
111.989 2.910 8.285 26.098 149.283
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
6.785
-1.688
-582
-556
-1.445
-1.044
-494
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
45 -410 -365
46 -437 -392
793 -416 377
827 -394 433
827 -373 454
827 -351 476
827 -330 497
Resultaat
6.420
-2.080
-206
-123
-990
-568
3
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
-6.736 341 25
-796 167 -2.709
-2.918 4.139 1.015
-1.400 2.150 627
1.982 992
1.319 751
1.201 1.204
Toelichting Het resultaat voor bestemmingsreserve toont vanaf 2024 een (klein) negatief saldo, dit komt door de uitvoering van activiteiten voor NPO en basisvaardigheden. Deze kosten worden in mindering gebracht op de gevormde bestemmingsreserves, waardoor het resultaat na bestemmingsreserves meerjarig positief is. De sector verwacht een groei van het aantal leerlingen, waardoor de baten jaarlijks toenemen. Hierdoor kan het personeel dat in 2024 t/m 2026 vanuit incidentele middelen wordt bekostigd, vanaf 2027 worden ingezet op reguliere onderwijstaken. De baten in 2024 wijken sterk af van de begroting 2023. Dit betreft de compensatie van het onderhandelaarsakkoord, de werkdrukmiddelen, meer nieuwkomersbekostiging en de inkomsten voor basisvaardigheden. De baten 2025 dalen door het wegvallen van de middelen basisvaardigheden en overige incidentele subsidies. •
De overige materiele lasten in de begroting 2024 zijn hoger dan in 2023 door gestegen prijzen, hogere doorbetaling aan Albeda, leerling gerelateerde kosten en ICT. Vanaf 2025 dalen de kosten in verband met het beëindigen van het programma Sterk Techniek Onderwijs.
•
De ontwikkeling van de bestemmingsreserve is weergegeven in onderstaande tabel:
78
Bedragen in € 1.000
bestemmingsreserves
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
5.386 4.917 10.303
10.303 297 10.601
10.601 -4.067 6.534
6.534 -2.083 4.451
4.451 -1.526 2.925
2.925 -887 2.038
2.038 -786 1.252
0 0 0
0 1.695 1.695
1.695 2.918 4.613
4.613 1.400 6.013
6.013 -413 5.600
5.600 -415 5.184
5.184 -415 4.769
709 -341 368
368 -167 201
201 -72 128
128 -67 61
61 -42 19
19 -17 2
2 0 2
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
1.000 0 1.000
0 1.769 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
1.769 0 1.769
7.095 6.346 13.441
13.441 1.824 15.265
15.265 -1.221 14.044
14.044 -750 13.295
13.295 -1.982 11.312
11.312 -1.319 9.994
9.994 -1.201 8.793
Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Aanvullende bekostiging vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Strategische opgaves vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Collectieve werdrukmiddelen vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Totaal vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
In de bestemmingsreserve NPO zit aan het eind van de begrotingsperiode nog € 1,2 miljoen. Voor basisvaardigheden worden de plannen nog grotendeels opgesteld, de kosten zijn nog niet volledig opgenomen in de begroting. De aanvullende bekostiging (werkdruk) wordt tot en met 2027 volledig ingezet. Voor de bestemmingsreserve strategische opgaves vo zijn nog geen plannen gemaakt. De bestemmingsreserve collectieve werkdrukmiddelen betreft de middelen die eind 2022 toegekend zijn. Hiervoor was het niet meer mogelijk om deze in te zetten. In 2023 en verder zijn deze middelen opgenomen in de rijksbijdrage en de bijbehorende activiteiten in de lasten.
79
Begroting (voortgezet) speciaal onderwijs De begroting van het (voortgezet) speciaal onderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
63.026 1.916 2.228 67.171
65.172 1.396 1.540 68.108
70.836 1.878 1.253 73.967
71.607 1.280 1.178 74.066
74.429 1.280 1.163 76.872
75.418 1.290 1.153 77.861
75.418 1.290 1.153 77.861
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
52.833 1.143 4.522 7.174 65.672
55.884 1.049 4.718 7.112 68.762
62.604 1.296 3.959 8.084 75.943
62.800 1.559 3.959 7.902 76.219
63.485 1.545 3.959 7.902 76.891
63.828 1.524 3.959 7.902 77.213
64.235 1.407 3.959 7.902 77.503
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
1.498
-654
-1.975
-2.154
-19
648
358
0 7 -7
0 0 0
412 0 412
412 0 412
412 0 412
412 0 412
412 0 412
1.491 -1.862 1.420 1.049
-654
-1.563 -1.308 933 -1.938
-1.742 -6 393 -1.354
393
1.060
770
0 393
0 1.060
0 770
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
687 33
In de jaren 2024 en 2025 verwacht de sector (v)so negatieve resultaten. Dit komt door de sterke groei van het aantal leerlingen. Dit is een gevolg van de bekostigingssystematiek. De groei stopt vanaf 2026 en is er geen sprake meer van voorfinanciering. Dit heeft het gevolg dat de resultaten positief worden, mede omdat de personele inzet voor NPO overgaat naar reguliere formatie. De personele lasten stijgen in 2024, ten opzichte van de begroting 2023, door het afgesloten onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024. De afschrijvingslasten stijgen in 2024 en 2025 door investeringen in gerenoveerde of nieuwe locaties. Momenteel wordt er kritisch gekeken naar de betaalbaarheid van gewijzigde wensen en de wijze van indexatie van de inrichting van nieuwbouwprojecten, zoals bij de nieuwbouw van het ROeR. De financiële impact hiervan zal meegenomen worden in de eerste voortgangsrapportage 2024. De overige materiele lasten in 2024 stijgen door inflatie en leerling gerelateerde kosten.
80
De ontwikkeling van de bestemmingsreserves is als volgt: Bedragen in € 1.000
bestemmingsreserves
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
865 1.862 2.727
2.727 -400 2.327
2.327 -933 1.394
1.394 -393 1.001
1.001 0 1.001
1.001 0 1.001
1.001 0 1.001
0 0 0
0 221 221
221 1.308 1.529
1.529 6 1.534
1.534 0 1.534
1.534 0 1.534
1.534 0 1.534
1.065 -1.065 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
925 -355 571
571 -340 230
230 0 230
230 0 230
230 0 230
230 0 230
230 0 230
2.855 443 3.298
3.298 -520 2.778
2.778 375 3.153
3.153 -388 2.765
2.765 0 2.765
2.765 0 2.765
2.765 0 2.765
Basisvaardigheden Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Versnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
Totaal (v)so Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo
De middelen van de bestemmingsreserve NPO worden na 2025 vooralsnog niet benut, de plannen hiervoor moeten nog worden gemaakt. Dit geldt ook voor de basisvaardigheden. Het resterend saldo voor het versnellingsprogramma ICT is bestemd voor technische doorontwikkeling van AFAS, digitale geletterdheid van het personeel, e.d.
81
Begroting administratie, beheer en bestuur (ABB) De begroting van de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB) is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Doorberekening sectoren Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-36 514 316 794
0 295 150 445
213 455 130 798
108 455 30 593
50 455 30 535
50 455 30 535
50 455 30 535
13.340 248 307 1.591 -15.197 290
12.805 285 446 2.799 -15.890 445
15.424 262 458 2.405 -17.752 798
15.413 263 458 2.211 -17.752 593
15.498 284 458 2.047 -17.752 535
15.546 234 458 2.049 -17.752 535
15.604 186 458 2.039 -17.752 535
504
0
0
0
0
0
0
0 -8 -8
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
496
0
0
0
0
0
0
9 505
30 30
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Toelichting •
De diensten zijn toegelicht in de kaderbrief.. De verdeling van de kosten over de sectoren vindt plaats o.b.v. de specifieke inzet voor de betreffende sector.
•
De kosten van administratie, beheer en bestuur (ABB) bestaan uit de kosten van het bestuur van de stichting en van BOOR Services. Ook de kosten voor de uitvoering van de participatiewet zijn hierin opgenomen. BOOR Services ondersteunt het bestuur en de scholen. Onder de kosten ABB is een budget opgenomen voor bestuurlijke initiatieven. Dit zijn initiatieven die een strategisch belang dienen van het openbaar onderwijs en bij individuele scholen zonder inzet van extra geld niet van de grond komen. Het college van bestuur besluit in samenspraak met de sectoren tot een bestuurlijk initiatief. Het budget hiervan is ten opzichte van 2023 gelijk gebleven
•
De stijging van de personele lasten in de begroting 2024 ten opzichte van 2023 komt door de stijging van de loonkosten als gevolg van het onderhandelaarsakkoord cao 2023-2024 CAO. Ook is er een stijging conform de besluitvorming van het aantal participatiebanen. Ook is er een tijdelijke uitbreiding van de formatie opgenomen om de basisdienstverlening verder op orde te brengen en is in de begroting rekening gehouden met de overname van taken die in 2023 bovenschools waren opgenomen.
82
14. Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering. Externe ontwikkelingen Twee externe factoren hebben grote impact op ons overall risicoprofiel: •
De eerste factor betreft een toename van gezinnen met geldzorgen en armoede. De huidige situatie in Oekraïne gaat gepaard met een grote vluchtelingenstroom en zorgt voor een hoge inflatie (CPB 2022: +10,0%, 2023: +3,9%, 2024: +3,8%). Ondanks genomen maatregelen van de overheid is bestaanszekerheid een belangrijk aandachtspunt geworden. Zo heeft 1 op de 5 gezinnen in Rotterdam te maken met armoede, waarbij de armoede in bepaalde wijken nóg hoger is. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.
•
De tweede onzekere factor betreft de ontwikkeling rondom het coronavirus. Alhoewel de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht zijn, is corona nog niet weg. We hebben afgelopen jaren ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer van 2022 nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in schakelschool “De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo. We bereiden ons voor op een verdere toename van Oekraïense leerlingen in 2024.
•
Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden om in voorkomende gevallen veilig en verantwoord onderwijs te blijven geven. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk wordt voorkomen.
•
We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken. De hulp van BOOR-scholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen signaleren de problematiek waar mogelijk en zoeken tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Ondersteuning kan bestaan uit het beheersen van de schoolkosten, ontbijtspullen op school of initiatieven als een ruilkast of kledingbank. Bij stimuleren kan gedacht worden aan het bevorderen van een gezonde leefstijl, zoals een gezond
83
ontbijt en schoolfruit. Basis voor ons handelen vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn. •
Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen. Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk.
Onderwijskwaliteit Op het gebied van onderwijs zien we de volgende risico’s en onzekerheden. •
De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaalemotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025.
•
Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.
•
Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld voor de individuele scholen, waarin vooral activiteiten zijn opgenomen die door álle scholen binnen BOOR of door BOOR-scholen in de directe omgeving kunnen worden uitgevoerd. In alle gevallen gaat het hier om activiteiten rondom taal en rekenen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar zijn gesteld.
84
Personeel Op het gebied van personeel zien we de volgende risico’s en onzekerheden: •
Allereerst blijft het personeelstekort een grote zorg. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders (steeds meer) gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar en zet de onderwijskwaliteit onder druk. Positieve ontwikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen rondom het project ‘Anders Organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Ook BOOR ziet zich genoodzaakt nog veelvuldig gebruik te maken van externe inhuur om de continuïteit van het onderwijs te kunnen borgen.
•
We zijn content met het recent afgesloten onderhandelaarsakkoord voor de CAO 2023/2024. De afspraken maken het werken in het funderend onderwijs aantrekkelijker. In het onderhandelaarsakkoord is een voorschot genomen op verwachte loonindexatie door het Rijk in 2024. Formeel is hiertoe nog niet besloten en derhalve als onzekerheid in de risicoparagraaf opgenomen.
•
Daarnaast hebben we nog steeds te maken meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangt een arbeidsmarkttoeslag. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd.
•
Het 12-mnd voortschrijdend ziekteverzuim bevindt zich met 6,4% (2022: 6,5%) boven de interne BOORnorm van 6,0%. Het verhoogde ziekteverzuim is ook landelijk zichtbaar. Corona heeft de afgelopen jaren een grote impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op.
BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en expertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Voor de aanpak van het lerarentekort ontvangen de G5-steden ook vanaf 2024 nog extra middelen.
85
•
Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs in 2023/2024.
•
Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.
•
Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;
•
Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;
•
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.
•
Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;
•
Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
•
Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.
Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico’s en onzekerheden: •
de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen laten een vertekend zien door allerlei ontvangen incidentele subsidies voor het funderend onderwijs. Dit biedt weliswaar een oplossing voor de korte termijn, maar is niet structureel van aard. Daarnaast brengt het een veelvoud aan regels en bestedingsvoorschriften met zich mee. Exclusief de incidentele middelen zien we dat de structurele bekostiging van het funderend onderwijs volstrekt ontoereikend is. Dit wordt in de meerjarenplanning zichtbaar vanaf 2025, nadat enkele grote incidentele subsidies zijn geëindigd. Voor het funderend onderwijs achten wij het van essentieel belang dat een volgend kabinet wél kiest voor structurele financiering. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt in het basisonderwijs versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor in 2022 ontstond, is ten laste gegaan van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen. Ook de financiële effecten van het nieuwe ROB zijn meerjarig zichtbaar.
•
De ontoereikende van de bekostiging voor onderwijshuisvesting. Er liggen voor de komende jaren grote opgaven op het gebied van verbetering van de luchtkwaliteit
86
(ventilatie-investeringen) en verduurzaming. Naast de hieraan verbonden investeringen is de bekostiging voor onderwijshuisvesting ontoereikend om de panden duurzaam in stand te houden; de investeringen over de levensduur van een pand uitgesmeerd. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten van BOOR-scholen in Rotterdam. Dit neemt niet weg dat een groot deel van onze scholen de komende jaren worden geconfronteerd met hoge kosten van onderhoud. •
De financiële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud. De regeling is inmiddels definitief en wordt per 1-1-2024 van kracht. Voor 2023 wordt nog gebruik gemaakt van de overgangsregeling (RJO artikel 4 lid 1). In 2024 zullen we (aanvullend aan de additionele dotaties van in de voorbije jaren) een extra dotatie van ca. € 11 miljoen moeten doen aan de onderhoudsvoorziening ten laste van het weerstandsvermogen. Dit is in de (meerjarige) balansprognose verwerkt.
•
Onze scholen werden in het najaar van 2022 geconfronteerd met een substantiële stijging van de energiekosten, mede doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken en op de top van de markt nieuwe contracten moesten worden afgesloten. In 2023 zijn de energieprijzen enigszins ‘genormaliseerd’, met dien verstande dat de inkoopprijs nog altijd hoger is dan in 2022. Tegelijkertijd heeft actieve sturing op klimaatbeheersing op de scholen in 2023 geresulteerd in een aanzienlijke energiebesparing. Het risicoprofiel kon dan ook neerwaarts worden bijgesteld. Ons energiebewustzijn willen we in 2024 continueren.
•
Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure opgestart namens de 230 schoolbesturen. Deze procedure loopt nog.
•
Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU. EZK heeft inmiddels compensatie toegezegd voor de financiële nadelen vanwege opzegging gascontract met Gazprom dat leidt tot een compensatie over 2022 van ca. € 1,1 miljoen.
•
Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.
•
Opstellen meerjarig klimaatbeheersings- en ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan). Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor
87
bestaande bouw. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geïnvesteerd in ventilatie. •
Het ICT versnellingsprogramma is in 2023 afgerond: iedere school beschikt ultimo 2023 over een goede en veilige ICT infrastructuur. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over hoe we ICT willen inzetten in het onderwijs met een sterkere nadruk op het onderwijskundig/didactisch vlak.
•
Vanaf 2022 wordt geïnvesteerd in de verdere doorontwikkeling van de sturing op de bedrijfsvoering en heeft geresulteerd in een gedragen besturingsfilosofie en herijking van de Visie en harmonisatie bedrijfsvoering. Voor de harmonisatie en verdere doorontwikkeling is voor de komende jaren een uitvoeringsagenda opgesteld. De bedrijfsvoering wordt georganiseerd met oog voor de eigenheid en kracht van iedere sector.
•
In overleg met de sectoren wordt een plan uitgewerkt hoe met mogelijke mee- en tegenvallers omgegaan zal worden.
88
Bijlage 1. Meerjarige liquiditeitsprognose Omschrijving Baten Rijksbijdragen ministerie OCW Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten
2023
2024
2025
2026
2027
2028
366.286.337 15.292.694 36.866.506
347.874.098 18.733.486 14.863.863
345.557.173 18.971.108 14.723.427
346.234.059 18.926.938 14.863.863
349.793.102 18.903.519 14.989.201
352.195.365 19.104.792 15.220.184
418.445.537
381.471.448
379.251.708
380.024.860
383.685.823
386.520.341
Lasten Personele uitgaven Groot onderhoud Overige kosten Totaal lasten
277.894.563 5.649.320 87.556.971
300.718.152 4.642.732 66.256.360
301.792.657 4.670.455 67.032.453
300.718.152 6.029.653 66.276.360
301.908.661 3.884.828 66.585.277
303.934.246 4.000.000 67.131.449
371.100.854
371.617.244
373.495.565
373.024.165
372.378.765
375.065.695
Operationele kasstroom
47.344.683
9.854.204
5.756.143
7.000.696
11.307.058
11.454.647
Financieringskasstroom
-567.644
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
Investeringskasstroom
-51.371.567
-22.884.059
-13.750.267
-15.168.872
-13.230.708
-11.110.790
Kasstroom
-4.594.528
-13.670.835
-8.635.104
-8.809.156
-2.564.631
-297.123
Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen
81.149.868 76.555.340
76.555.340 62.884.506
62.884.506 54.249.402
54.249.402 45.440.246
45.440.246 42.875.615
42.875.615 42.578.492
89