[23bb007323] Bijlage 4b behorende bij 23bb7325 - DEEL 2 Verdieping Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
Tekst van het document
De Oostflank brengt de stad bij elkaar Gebiedsuitwerking 2040 voor het gebied van Alexander naar Zuidplein
Deel 2: Verdieping
įfjrŗ-
V.
fcž , c»
ttiADiDflb
I.
I
m i' «ff t Studio for New en Realities in opdracht van:
Gemeente Rotterdam
31 oktober 2023
Leeswijzer
Inhoud
Dit document zet de integrale gebiedsuitwerking uiteen voor de verstedelijkingsopgave in de Oostflank - de zone van Alexanderknoop tot aan Zuidplein (voorheen A-Z). Het schetst een verstedelijkingsmodel voor de toekomst van het gebied, met verdeling van programma (wonen, werken en voorzieningen), bredere kwaliteitsmaatregelen en bijbehorende ontwikkelstrategie, in samenhang met de komst van een nieuwe stadsbrug en hoogwaardige tramlijn en lopende gebiedsontwikkelingen. De visie identificeert nieuwe gebiedsontwikkelingen en biedt concrete handvatten voor uitwerking in de volgende stappen. Ook biedt het de basis voor de partiële herziening van de Omgevingsvisie Rotterdam.
1.
Visie 1.1 Opgaven 1.2 Ambities 1.3 Visie in gebiedskeuzes 1.4 Visie in detail
De gebiedsuitwerking bestaat uit vier onderdelen, met een verschillende status en ‘hardheid' van de uitgangspunten. ^
^
De Visie (Hoofdstuk 1) bevat de ambities, uitgangspunten en gebiedskeuzes voor de ontwikkeling van de Oostflank. De Visie vormt de basis voor de herziening van de Omgevingsvisie Rotterdam, die wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast kun je de Visie ook lezen als de samenvatting van de gehele gebiedsuitwerking.
2.Verdieping
2.1 Situatieschets
Wil je meer weten over de onderbouwing van de Visie - lees dan Hoofdstuk 2: Verdieping. Hierin schetsen we de huidige situatie en de voorliggende opgaven, randvoorwaarden en kansen die bepalend zijn als vertrekpunt. Vervolgens ontleden we de visie in drie systeemlagen: landschap, netwerk en programma. Dit vertaalt zich in de strategische agenda voor de Oostflank: programma's en projecten met impact op de hele stad. De Verdieping kun je zien als de toelichting bij de keuzes in de herziening van de omgevingsvisie.
2.2 Uitwerking systeemlagen
6 34
Landschap Netwerk Programma
36 44 54
2.3 Eindbeeld
66 78
2.4 Strategische agenda Bijlage: Verdieping op onderdelen
112
De hoofdstukken 3 en 4 zijn minder definitief en vormen het vertrekpunt voor verdere uitwerking. ^
Wil je zien wat de ontwikkelrichting per deelgebied zou kunnen betekenen? Hoofdstuk 3, Deelgebieden, geeft een aanzet voor de uitwerking van de Visie per deelgebied. Daarbij leggen we de nadruk op (strategische) kwaliteitsverbeteringen in de wijken. We zien dit als ons ‘programma van uitgangspunten' voor de verdere ontwikkeling van het gebied.
3.
Deelgebieden 3.0 Positionering 3.1 Alexanderknoop 3.2 Boszoom, Lage Land en Prinsenland
Ben je benieuwd naar volgende stappen en wanneer de ontwikkelingen gaan spelen- lees dan het Actieplan Dit Hoofdstuk 4 bevat (op hoofdlijnen) de ontwikkelstrategie en fasering van de gebiedsontwikkelingen en kwaliteitsmaatregelen
3.3 Kralingse Zoom 3.4 De Esch 3.5 Stadionpark 3.6 Bloemhof en Hillesluis 3.7 Hart van Zuid
De kaarten in dit document zijn indicatief, de teksten zijn leidend. Alleen de integrale Omgevingsvisiekaart, die ook opgenomen is in de Herziening Omgevingsvisie Oostflank, is planologisch kaderstellend.
4.
Studio for New
Actieplan 4.1 Ontwikkelstrategie Oostflank 4.2 Ontwikkelstrategie deelgebieden
en:
Realities
in opdracht van: Gemeente Rotterdam Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
2
3
We analyseren de huidige situatie in de Oostflank en definiëren de kwaliteiten, uitdagingen en kansen die aan de basis van de gebiedsuitwerking liggen. De strategieën worden uitgewerkt in het ontwikkelraamwerk volgens drie systeemlagen: landschap, netwerk en programma. Dit wordt vervolgens vertaald naar een strategische agenda: programma's en projecten voor de Oostflank met impact op de hele stad.
V
įfc 'kv **
152»
Volgende stap in historische ontwikkeling stad Water en bodem sturend
Sprong over de Maas
Huidige situatie in de Oostflank O
®
o o # J
Hoe zijn bestaande condities bepalend voor de gebiedsuitwerking van de Oostflank? De positie van het gebied in de historische stadsontwikkeling en de conditie van de bestaande woningen, invloeden vanuit milieu en het omgevingsproces brengen belangrijke condities met zich mee om rekening mee te houden voor de toekomstige ontwikkeling.
Als je weet wie je bent en waar je staat, kun je ook beter bepalen wie je in de toekomst wilt zijn. De Oostflank voegt een hoofdstuk toe aan de historische ontwikkeling van de stad aan de Rotte die in 1340 stadsrechten verkreeg en in de 21e eeuw uitgroeit tot een stad aan de Maas met tal van mogelijkheden.
De industrialisatie vanaf midden 19e eeuw vereist naast havens ook spoorlijnen en efficiëntere vaarwegen en maakt van Rotterdam een echte werkstad. Met het 'Rose singelplan' in circa 1854 - met o.a. de Westersingel en Noordsingel - kon de stad schoongespoeld en uitgebreid worden buiten de vesting. Rondom de stad verschijnen stadswijken die een paar bestaande (omliggende oude) kleine nederzettingen opnamen in het stadsweefsel. Begin 1900 ontwikkelt een pril elektrisch tramsysteem. Groei vindt ook plaats op Zuid, waar havenarbeiders uit Brabant, Zeeland en later ook andere delen van Europa neerstreken. Delfshaven ligt inmiddels vrijwel tegen Rotterdam aan en wordt geannexeerd. De aanleg van de Willemsbrug (1878) en naastgelegen spoorbrug zijn de eerste vaste oeververbindingen over de Nieuwe Maas en geven het startschot voor grootschalige verstedelijking op de zuidoever.
a Fragmenten en barrières
[4 Groei en centravorming
Na de Tweede Wereldoorlog wordt het verwoeste Rotterdamse stadshart weer opgebouwd naar modernistische principes uit het plan van Van Traa. De stad wordt groot: Rotterdam breidt verder uit en neemt niet alleen omliggende dorpen in zich op; ook 's Gravenland, Delfshaven en Schiedam maken steeds meer deel uit van één stedelijk lichaam. De naoorlogse uitleg brengt ook diverse suburbane woonwijken met eigen karakters, zoals Lage Land, Kralingen Oost en IJsselmonde. De stad krijgt in deze tijd een modern verkeersstelsel (snelwegen-ruit/trein) en de grootste haven ter wereld die zich steeds meer buiten de stadsgrenzen begeeft. Dit leidt tot een steeds meer gesloten, introvert karakter. De combinatie van snelwegen/spoorlijnen en functiescheiding zorgt voor een 'stad van fragmenten'. De oorspronkelijke directe relatie met het omliggend landschap raakt bovendien steeds meer op de achtergrond.
Na de wederopbouw ondergaat Rotterdam opnieuw een periode van groei. Om iedereen te kunnen huisvesten, verbetert Rotterdam de 19e eeuwse stadwijken fysiek en sociaal, terwijl de stad en buurtemeenten ook buiten de stadsgrenzen verstedelijken. Nieuwe, ruim opgezette woonwijken met veel groen verrijzen in Prins Alexander, IJsselmonde, Barendrecht, Zevenkamp en later Zestienhoven en Terbregge. In 1968 wordt de eerste metrolijn in Rotterdam geopend, tussen Rotterdam Centraal en station Zuidplein. De stad heeft daarmee het oudste en nog steeds grootste metronetwerk van Nederland. Toentertijd werd deze al doorgetrokken tot Ommoord met nog relatief weinig bewoners, waar we nu nog profijt van hebben. Begin jaren '90 was het voortbestaan van de tram onzeker, met de metro als grote concurrent. Inmiddels telt het tramnetwerk in en rondom Rotterdam negen lijnen die dagelijks rijden. De Erasmusbrug versterkt vanaf 1995 de verstedelijking en kansen op Zuid. Steeds meer is daarbij sprake van een centrum op twee oevers.
"V -v*'' .
De stad is voor velen een thuishaven, waar mensen en ondernemingen aan blijven bouwen. Het verder bouwen aan de stad vergt telkens de ambitie om met nieuwe ingrepen bij te dragen aan de kwaliteit van het stedelijk landschap, een plek van leven van Rotterdammers en gebruikers van deze stad. De Oostflank groeit voort op de ingezette beweging in het verleden en benut de karakteristieken van de plekken en creëert ruimte voor hergebruik en transformatie. Zo verweven we verleden, heden en toekomst met elkaar.
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
De omgang met water en bodem is altijd sterk bepalend geweest in de ontwikkeling van het Rotterdamse stadconcept. Drassige veen- en deltalandschappen werden mettertijd droger gemaakt en de stad aan de Rotte had een directe en vanzelfsprekende relatie met het landschap. De stedenbouwkundige opzet werd bovendien door het onderliggend landschap bepaald. Rotterdam is lange tijd innig verbonden met de ontwikkeling van de havens en de Maas die de groeirichting steeds meer bepaalde. De ooit natuurlijke ondiepe getijderivier Maas werd steeds geschikter gemaakt voor de economische functies als scheepvaart. De Nieuwe Waterweg getuigt ervan. In de afgelopen decennia is een omslag gaande. De Maas ontwikkelt zich steeds meer als een grootschalig getijdenpark. Zo zijn water en bodem al eeuwenlang sturend tot vandaag de dag.
Weet wie je bent
' .ŕ: : 'd
6
s
O:
7
Stedelijke en regionale positionering Oostflank Ongedeelde stad, sterke centra en vitale stadswijken
Rotterdam is vandaag de dag met buurgemeenten zoals Schiedam, Spijkenisse, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Albrandswaard en Lansingerland aaneengegroeid tot één grootstedelijk gebied: een metropoolstad die op meerdere - weliswaar soms nog prille - centra leunt. Dankzij de uitstekende verbindingen (waaronder een HSL) en kennisclusters heeft de Rotterdamse agglomeratie een onlosmakelijk sterke positie in de Randstadmetropool.
de stad langs de Oude Lijn, de centrale as van Leiden tot Dordrecht. De ontwikkelstrategie Oostflank bouwt voort op de groeipotentie binnen de stad gekoppeld aan goed openbaar vervoer en meervoudig ruimtegebruik. De inzet is om de stad, die na de wereldoorlog steeds meer uiteenviel in fragmenten en barrières, te herstellen naar een ongedeelde stad. De eens prille OV-haltes, maken daarbij plaats voor meerdere sterke centra en de rivier de Maas zal zich met haar rivierparken steeds meer gedragen als een rivier met grote landschappelijke bijdrage en refereert op een nieuwe manier aan de natuurlijke getijdenrivier die de Maas ooit was.
De volgende groeifase van de stad vindt niet als vanouds plaats aan vooral de randen buiten de stad, maar binnen de bestaande stad. In de afgelopen decennia verstevigde
Oostflank ligt op een schakelpunt tussen verschillende stadsdelen, maar heeft ook een belangrijke positie in de regio en Randstad.
Andersom kunnen mensen die nu in de bestaande wijken wonen nog veel beter worden verbonden met de regio; dat geldt vooral in wijken met een matige OV-bereikbaarheid, zoals (delen van) Bloemhof, Hillesluis, Prinsenland en Lage Land. Met bereikbaarheidsingrepen worden zij sterker onderdeel van de Randstad.
... \
,#^llUllľ iiHinm»1
KlMllllflIllll!
8
Utrecht
Den Haag
Rotterdam
Oostflank
Positie Oostflank in de Randstad
Verder komen in het gebied verschillende groengebieden en landschappen bij elkaar met een betekenis voor Rotterdam en omliggende steden. De Rotte, het Kralingse Bos, het Schollebos, de Maas met haar oevers, de IJssel en het Zuiderpark worden met elkaar verbonden door robuuste groenblauwe structuren. Dit betekent aantrekkelijkere wandel- en fietsroutes voor inwoners van Rotterdam en omstreken, maar ook betere ecologische verbindingen waar planten en dieren van profiteren en meer plekken om verkoeling te vinden tijdens hete zomers. Tegelijkertijd versterken we het watersysteem, zodat we beter bestand zijn tegen de toename van hevige regenval.
Alexander
Binnenstad
Schiedam Centrum
Kop van Zuid/Rijnhaven M4H
Cultuurcampus Stadionpark/Feyenoord City
Zuidplein
De Oostflank vormt de (zuid)oostelijke entree van de stad voor wie met het OV of met de auto Rotterdam binnenkomt. Rotterdam krijgt aan deze kant een vernieuwde uitstraling waarmee het zich aan bezoekers en passanten presenteert, en versterkt de overstap tussen modaliteiten richting het centrum en de regio. We bieden er moderne, gemengde woon-werkmilieus aan die schaars zijn in onze regio. Tegelijkertijd gaan we op een vernieuwende, eigentijdse manier om met klimaatadaptatie en energietransitie, waardoor Oostflank een voorbeeld kan zijn voor andere binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen in Rotterdam, maar ook in de rest van het land en daarbuiten. Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
Amsterdam
Het diverse pakket aan grootstedelijke voorzieningen dat in de knopen aanwezig is, is van belang voor het meedoen in de Randstad en daarbuiten. De Erasmus Universiteit Rotterdam, Ahoy, Feyenoord: allemaal functies met een uitstraling en betekenis (ver) buiten onze stadsgrenzen. Dat geldt ook voor de kantoormilieus en winkelcentra Alexandrium en Zuidplein waar mensen vanuit de gehele regio op af komen. Betere bereikbaarheid, een aantrekkelijkere omgeving en toevoegen van aanvullende functies kunnen deze Rotterdamse voorzieningenmilieus verder versterken. De agglomeratiekracht - de mate waarin gebieden profiteren van nabijheid van mensen, voorzieningen en werkgelegenheid- van onze regio wordt vergroot; daarmee is wat we in deze zone doen van strategische economische waarde.
Programmatische centra (interactiemilieus) op stadsschaal
*
Huidige centra Toekomstige centra Spoorlijn met treinstations
© t
9
)
Oostflank gebied
Huidige waarden, identiteiten en uitdagingen als startpunt
Het begint bij de bestaande stad De verdere ontwikkeling van Rotterdam begint altijd bij de bestaande stad, met haar verhaal, kwaliteiten en cultureel erfgoed voorop. Bij nieuwe ontwikkelingen nemen we de karakteristieken van de plek als uitgangspunt, zo verbinden we verleden, heden en toekomst. Als het nodig is, geven we het bestaande een nieuwe betekenis. Met de ontwikkeling van de Oostflank laat Rotterdam zich zien als stad met lef en ruimte voor ontwikkeling, op verschillende manieren. Het is hierbij cruciaal om de bestaande wijken en inwoners mee te nemen in die ontwikkeling. De huidige waarden, identiteiten én uitdagingen van de deelgebieden zijn het startpunt van iedere ontwikkeling: we bouwen nadrukkelijk voort op dat wat er al is.
OMMOORD
woonwijk ŕ. grote kantoren volkstuinen
bedrijvigheid
winkelcentrum ALEXANDERKNOOP
a,"'
naoorlogse woonwijk
m v
groen
LAGE LAND
open
-
woonwijk
volkstuinenl winkelcentrum
1 polderstructuur plas
In de Oostflank betekent dit aandacht voor de vele diverse groen- en natuurgebieden, zoals het Zuiderpark, Varkenoordse Park, Polder De Esch, de Oude Plantage en het Kralingse Bos. Aandacht voor de aanwezigheid en toegankelijkheid van de vele sportvoorzieningen en de verenigingscultuur. Voor de monumenten en beschermde gebieden en een herinterpretatie van de historische polderstructuur in Lage Land en Prinsenland. Aandacht voor de historische stadswijken op Zuid, en voor de sociale structuren daar. En voor de eigenheid van de centra: dynamiek en reuring rond Zuidplein, sport en ontspanning rond Feyenoord City, onderwijs en innovatie rond Kralingse Zoom, en retail en kantoren bij Rotterdam Alexander - plus het ruimtelijk DNA dat daarbij hoort.
Stedenbouwkundig kent het gebied op plekken een sterk repetitief karakter, sterke functiescheiding en wordt het gedomineerd door infrastructuur. De zone voelt mede hierdoor niet als goed ingebed onderdeel van de stad - het karakter en aansluiting op de omgeving is redelijk zwak. Tegelijkertijd zijn er veel kwaliteiten en karakteristieken die we (beter) kunnen benutten. De lagen die er al zijn en waren, ze vertellen een verhaal en hebben betekenis. Ze geven karakter en de eigenheid aan een plek.
: sport
groen įļ
strand
De Oostflank kan momenteel beschouwd worden als een ‘collectie' van losse fragmenten met verschil in identiteiten en functioneren. De wijken op Zuid zijn grotendeels vooroorlogs, met historische stadsstraten en bebouwing en een sterke relatie tot de (historische) haven. Ten noorden van de rivier vind je veelal naoorlogse uitleggebieden rondom de snelweg, met de karakteristieken die daarbij horen: goed ontsloten, groen en ruim, goed georganiseerd, maar ook op sommige plekken eentonig, sociaal onveilig en verouderd.
sport
PRINSENLAND
recreatie
bos
groen
z
1
kleinschalige woonwijk
water kantoren
SBBB
infrastructuur
groen kleinschalige woonwijk
historisch kantoren
campi
' groen
0
kleinschalige woonwijk
h,oger..
onderwijs
9tQn mu»1
rust
woningen woningen
sport
''o. i'-i-iil
duurzaamheid nutsvoor zieningen
historisch volkstuinen 'V, leisure natuurpolder woningen
rivier
AFRIKAANDERWIJK
onderwijs bedrijvigheid
BLOEMHOF
HILLESLUIS
TARWEWIJK
" woonwijk
historisch 111111111111 .ţHll»»»
ļ
winkels i
groen
winkels-*'"'1^
park leisure sport
stadion sport groen
woonbuurt jeugdcultuur
o entertainment
leisure STADIONPARK
horeca
zorg
10
ruimte
verenigingen ļ leisure
voorzieningen
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
i leisure "iľl'i.'.ii'. ......ŵ-""
infrastructuur
'S GRAVENLAND
Situatieschets
Sociaaleconomische omstandigheden Leefbaarheid en ongelijkheid De sociaaleconomische positie van Rotterdammers verschilt zeer sterk. Tussen wijken van Rotterdam zijn die verschillen aanwijsbaar. Allerlei factoren zorgen voor de clustering van ongelijkheid. Denk daarbij aan de woningvoorraad, de kansen op werk, de leefbaarheid van wijk. Het gaat echter niet alleen om heel concrete factoren die uitmaken waar men sociaaleconomisch staat, maar bijvoorbeeld ook om het sociale netwerk van mensen.
Een cruciaal onderdeel van de ontwikkeling van de Oostflank is het bijdragen aan de sociaaleconomische situatie van het gebied. Een sterke en aantrekkelijke stad biedt mensen een goede woon-, werk-, sociale en financiële situatie, als basis voor een goede mentale en fysieke gezondheid. Daarom is het nodig om de huidige situatie te begrijpen, om kwaliteiten te versterken en zwakten te verbeteren en rekening te houden met de grote sociaalmaatschappelijke transities die zich nu voordoen. Hieronder volgt een overzicht van de meest in het oog springende kwesties, met daarbij de kanttekening dat hierbij niet volledig recht gedaan kan worden aan de complexiteit van de onderliggende factoren en dynamiek. ■4M i Ss#*» *ìý5űfB*ţ\
ļuieiwëų
iPriroariíaiKÍ
Situatieschets Oostflank De Leefbaarometer laat zien dat de fysieke achterstanden in de woningvoorraad in specifieke delen van de Oostflank - ten opzichte van het Nederlands gemiddelde - veelal samenhangen met slechtere scores ten aanzien van sociale samenhang en overlast I onveiligheid. Dit is zichtbaar in Lage Land Oost, delen van Prinsenland, De Esch West en Hillesluis en Bloemhof. In andere delen van de Oostflank gaat het op dit gebied juist goed, zoals in De Veranda en Lage Land West. Het beeld in 2022 is dat - ten opzichte van het gemiddelde in Rotterdam - de beleefde fysieke problematiek zich met name op Zuid concentreert, waarbij de wijken Bloemhof en Hillesluis onder het gemiddelde van Rotterdam liggen. De wijken op de noordoever scoren juist veelal positief ten opzichte van het Rotterdamse gemiddelde.
Voor individuele sociaaleconomische verschillen is de maatschappelijke welvaartsmeting een goede indicator. Rotterdam scoort daarin als geheel laag, maar de verschillen per wijk zijn aanzienlijk. De leefbaarheid wordt goed uitgedrukt in de Leefbaarometer van het Ministerie van BZK, die informatie geeft over de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen van de mensen in buurten en wijken. Vijf factoren geven hier inzicht in: fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang, en overlast en (on)veiligheid. De Leefbaarometer laat zien dat er in Rotterdam gebieden zijn waar de leefbaarheid structureel onder druk staat. Dit heeft meerdere maatschappelijke oorzaken en uit zich o.a. in een slechte staat van woningen, verwaarloosde buitenruimte, criminaliteit, onvoldoende sociale veiligheid, gebrek aan bereikbaarheid en beperkte toegang tot onderwijs, banen en (maatschappelijke) voorzieningen.
In Kralingen Oost en 's Gravenland zien we de hoogste gemiddelde inkomens per huishouden in Rotterdam. In deze gebieden zien we bijvoorbeeld ook het hoogste aandeel zelfstandig ondernemers. Als het gaat om bezit zijn gemiddelde WOZ-waarden het laagst in Bloemhof en Hillesluis en daarna in het Lage Land. Als het om de economische situatie van mensen gaat, valt op dat op Zuid het aandeel werklozen groter is, de gemiddelde inkomens per huishouden (zeer) laag zijn en de bereikbaarheid van banen met het openbaar vervoer over het algemeen minder goed is dan op de noordoever. Dit laatste geldt ook voor delen van de Esch, het Lage Land en Prinsenland.
Rċvitim\
«ŕfeuwe Wij
Leefbaarometerklasse, Schaalafhankelijk, 2020 Gemeentegrenzen 2020
gîí®*® ií'020",'
‘uiöple'
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
12
H Zeer onvoldoende O Ruim onvoldoende O Onvoldoende O Zwak O Voldoende ū Ruim voldoende H Goed I Zeer goed I Uitstekend
Met OVbereikbare banen in 30 minuten, per buurt
SMIU Wrjk - r
43*36*. ïsTua tï?w*, #10ļĘ’
13
Het CBS laat zien dat er in Zuid veel praktische en/of laaggeschoolden wonen, terwijl theoretisch geschoolden meer in Kralingen-Oost en 's Gravenland woonachtig zijn. Daarnaast laat onder andere ‘Gezondheid in Kaart' van de GGD Rotterdam-Rijnmond zien we dat zowel de lichamelijke als geestelijke gezondheid van mensen in de wijken op Zuid er slechter voor staat dan in de wijken op de Noordoever. Ook wordt de woonomgeving als minder gezond ervaren.
vervolgens de kans om te stijgen op de maatschappelijke ladder. Dit noemen we ook wel de ‘roltrapfunctie' van de stad (zie bijvoorbeeld de publicatie ‘De stad: magneet, roltrap en spons' van het PBL). Ondanks deze functie in het ‘ecosysteem' van de stad, spelen er zoals geschetst wel een aantal problemen die verbetering verdienen of vereisen, om deze kwetsbare wijken niet door de ‘ondergrens' te laten zakken om leefbaar te blijven.
Hoewel de meer kwetsbare wijken in de Oostflank overall lager scoren op leefbaarheid en dat gerichte aandacht nodig heeft, hebben deze wijken ook een belangrijke functie in de stad. Er zijn vaak nog betaalbare woningen te vinden, waar nieuwkomers binnenstromen die op zoek zijn naar de mogelijkheden die de stad biedt. Onderwijs en werk bieden
Wat betekent dit? Het is cruciaal dat we onze sociale en fysieke inzet in de Oostflank optimaal op elkaar afstemmen; het één kan niet los gezien worden van het ander. Hoewel de kwaliteit van de fysieke leefomgeving niet één-op-één gekoppeld kan worden aan de sociale en economische situatie, kunnen ruimtelijke
condities wel degelijk sterke basisvoorwaarden bieden. Met de ontwikkelvisie voor de het gebied werken we actief aan het versterken en meer nabijheid van economische, maatschappelijke en culturele voorzieningen, betere bereikbaarheid van banen, een gezonde leefomgeving, ontmoetingsplekken in gebouwen en in de openbare ruimte. Het is aannemelijk dat deze condities zullen helpen om sociale netwerken te verstevigen, gezond gedrag zoals meer bewegen - mogelijk te maken of mensen ondersteunen in hun persoonlijke ontwikkeling.
- naast de ruimtelijke en programmatische ingrepen - actief aan de zachte kant ondersteuning te bieden om letterlijk te bouwen aan een omgeving waarin voor iedereen kansen zijn voor wonen, werken, onderwijs, zorg, sociaal netwerk en een kwalitatieve omgeving om in te leven.
De ruimtelijke situatie zal het mogelijk maken meer banen gemakkelijker te bereiken. Maar voor mensen is meer nodig dan het verbeteren van de ruimtelijke situatie. Met het Programma Sociaal (zie Deel 2: Verdieping) beogen we om
ir. \
■Ķ r
;r«össs; "m
ĩ
şMrtfflf MļSŕ.lA\
-
-
v
1
' .vw ;-íM ^ :] ď •v 0 . ' . \
—Vff-į/1
'*Vt ĥ\
C' * i
Corporatiebezit en particulier eigendom per blok LEGENDA
Peiljaar 2019
Corporatiebezit t.o.v. particulier eigendom 1 t/m 259b corporatiebezit 26 t/m 509b corporatiebezit 51 t/m 759b corporatiebezit
I_ļ 75 t/m 999b corporatiebezit H 1009b corporatiebezit 1009b particulier eigendom
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
14
Legenda
Vooral de wijken Bloemhof en Hillesluis kennen een groot aandeel corporatiebezit, terwijl dit aandeel in sommige wijken op de noordoever juist heel erg laag is. Het is de uitdaging om in deze wijken meer balans in de woningvoorraad te krijgen.
WOZ waarde < 150.000 IB 150.000 - 250.000 250.000 - 350.000 350.000 - 500.000 » 500.000 Woningbestand 2022 op BAG-pandmveau
15
Kwaliteiten en publieke trekkers
Bestaande stedelijke bestemmingen Daarnaast zijn er op het stadsdeel- en wijkniveau een aantal functies en bestemmingen met betekenis voor de buurten, zoals diverse sportlocaties, zorglocaties (eerstelijn, ouderen), kindlocaties (basisonderwijs en kinderopvang), ontmoetingsplekken, buurtwinkelcentra en groengebieden/ volkstuinen.
De Oostflank heeft een aantal heldere ankers die ook op de schaal van de stad en in sommige gevallen ook de regio van betekenis zijn. Deze stedelijke ankers zijn voornamelijk geconcentreerd rond de knooppunten Alexander (retail, kantoren en MBO-onderwijs), Zuidplein (retail, onderwijs, zorg en entertainment) en Kralingse Zoom (hoger onderwijs en kantoren). Stadionpark is nu nog geen OVknooppunt, maar kent wel een aantal belangrijke stedelijke bestemmingen met natuurlijk De Kuip, de Sportcampus en Topsportcentrum en een leisurecluster op de Veranda.
Landschap en openbare ruimte H Groengebieden Sport ŕsŕísŕ: Volkstuinen Groene lanen en straten I I Water Singel iniiiiMi Dijken Overstromingsrisico buitendijks
Rottemeren Kwaliteiten in de Oostflank
Programma Knoopmillieus Kwalitatieve winkelstraten CCS De belangrijkste functies 9 Wijkcentrum Beschermde stadsgezichten Historisch waardevolle (dijk)linten O Rijksmonumenten © Gemeentelijke monumenten
Rotterdam Alexander Volkstuinen
Stedelijk netwerk Boulevards © Treinstation O Metrostation P+R locatie
Kralingse Bos
Winkelcentrum Lage Land Volkstuinen
Kralingse Plas
I
—j
Hoofdweg Prinsenpark
Alexandrium
Golfbaan Kralingen
Ziekenhuis
Sport
Stadion Excelsior
Nieuwe Maas
Volkstuinen
-O
Oude Plantage
Joodse Begraafplaats
DWL-terrein Brainparken
Polder de Esch
Eiland van Brienenoord Rivier
Natuur
Boulevard Zuid
De Kuip en Topsportcentrum
Zuidplein
Zuidplein
Park De Twee Heuvels
De Kuip en Topsportcentrum
Stedelijke bestemmingen in de Oostflank
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
\
Zuiderpark
16
17
Klimaatopgaven, bodem, bouwkundige staat en energieklasse
Bouwtechnische opgaven in de wijken Gebieden in de Oostflank waar meervoudige problematiek speelt (voor specificatie per thema, zie de volgende pagina)
De huidige (bouwtechnische) staat van de gebouwvoorraad is een cruciaal onderdeel van de bestaande stad. Gezond wonen en een klimaatneutrale en veerkrachtige gebouwde omgeving zijn uitgangspunten voor een toekomstbestendige stad. Het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad vergt een gebundelde aanpak. Technisch op orde brengen van de woningvoorraad, funderingsherstel in relatie tot bodemdalingproblematiek, klimaatadaptatie, verduurzaming en aardgasvrij maken van woningen, maar ook een gevarieerd aanbod in woningtypen en prijssegmenten en verbeteren van de leefkwaliteit door goede voorzieningen en een aantrekkelijke buitenruimte zijn onder meer opgaven waar de stad voor staat.
De gemeente levert als toezichthouder op de basiskwaliteit van de bestaande woningvoorraad en als partner in stadsvernieuwingsoperaties in toenemende mate een bijdrage aan de toekomstbestendige stad. We streven ernaar dat de particuliere woningvoorraad minimaal voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit Bestaande Bouw. In een deel van de woningvoorraad is de basiskwaliteit nu niet op orde en is actie van (verenigingen van) eigenaren noodzakelijk. Bovendien is de basiskwaliteit van nu het achterstallig onderhoud van morgen. De technische eisen die aan de bestaande woningvoorraad worden gesteld nemen de komende jaren toe. Om de bestaande voorraad toekomstbestendig te maken en spijtvrij te kunnen investeren is het noodzakelijk om onderhoud en verduurzaming in samenhang aan te pakken. Doel is uiteindelijk vitale wijken met een gezonde, veilige en aantrekkelijke woningvoorraad en een fijne woonomgeving voor huidige en toekomstige bewoners.
We richten ons daarbij allereerst op de focuswijken voor stedelijke vernieuwing in het NPRZ-gebied. Hier heeft de overheid een actieve rol omdat de stapeling van opgaven in de woningvoorraad de mogelijkheden van de eigenaren overstijgt. Samen met partners als de woningcorporaties werken we aan de leefbaarheid en veerkracht van wijken. Concreet willen we het volgende bereiken: ^ een toekomstbestendige woningvoorraad; ^ wijken die aantrekkelijk zijn voor diverse doelgroepen met woningen in alle prijssegmenten; ^ een goed gefundeerde woningvoorraad waarvan de basiskwaliteit op orde is.
De kwaliteit van de bestaande voorraad in Oostflank is divers. Sommige woningen of buurten zijn vitaal en toekomstbestendig, andere woningen of buurten hebben veel aandacht nodig. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad verschilt niet alleen per plek. Ook de onderwerpen die de voorraad kwetsbaar maken verschillen. Onderwerpen die samenhangen met kwetsbaarheid van bestaande woningen in Oostflank zijn talrijk, maar in elk geval overstromingsgevoeligheden in zowel binnen- als buitendijks gebied, snelle bodemdaling, kwelproblemen, funderingsrisico bij panden met houten paalfunderingen en niet onderheide panden, woningen die niet energiezuinig zijn (met kritische energielabels), ‘passendheid' van woontypes bij de doelgroep en de bouwkundige staat van panden. Bij een stapeling van deze problemen, neemt de kwetsbare situatie toe.
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
Daarnaast zijn in het kader van de verduurzaming van VvE's, het isoleren en aardgasvrij maken van bestaande woningvoorraad diverse aanpakken in uitvoering die stadsbrede focus hebben.
18
19
De nieuwe ontwikkelingen in de Oostflank gaan samen
Toekomstbestendige woningvoorraad De Rotterdamse aanpak van de particuliere voorraad is gericht op het wegwerken van achterstanden en het creëren van een toekomstbestendige woningvoorraad. Een woningvoorraad die aantrekkelijk is voor de huidige bewoners en voor sociale stijgers zodat zij in buurten kunnen blijven wonen.
Stadsbreed: ^ We zetten in op goed verhuurderschap. ^ We stimuleren eigenaren stappen te zetten in verduurzaming van hun vastgoed. ^ We hebben een stadsbrede aanpak gericht op funderingsherstel in gebieden waar veel houten paalfunderingen voorkomen. ^ De vitaliteit van de woningvoorraad kan niet los worden gezien van de stedelijke systemen waarin de woningen gelegen zijn. Ook Oostflank doet systeembijdragen die aan verbetering van de vitaliteit van de bestaande voorraad bijdraagt: ^ We doen in Oostflank klimaatingrepen die meer robuustheid en adaptiviteit brengen in het voorkomen van of de omgang met eventuele overstromingen. ^ We werken vanuit water en bodem sturend als het gaat om planontwikkeling ontwikkellocaties Oostflank. Dit werkt door in de vitaliteit van de bestaande buurten. ^ We voegen woningtypes toe passend bij de doelgroepen
NPRZ-gebieden op Zuid: ^ We stimuleren en begeleiden eigenaren met de aanpak van achterstallig onderhoud en het op orde krijgen van VvE-beheer. ^ We voeren een ingrijpende aanpak uit waarbij woningdifferentiatie en het toekomstbestendig maken van bestaande voorraad hand in hand gaan. ^ We stimuleren woningdifferentiatie met een subsidieregeling samenvoegen en vergroten voor woningen in een aantal wijken op Zuid.
Water I klimaatopgave Overstromingsrisico binnen- en buitendijks Overstromingsgevoeligheid van het pand (blue labelpanden)
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
+ Bodemdaling Kwel Zettingssnelheid
20
met een stadsbrede aanpak om de bestaande wijken en woningvoorraad klaar te stomen voor de toekomst.
Woningen met grote isolatie-opgave Kritische energieklassen (D,E,F,G)
Bouwkundige staat Asbestverdachte situatie gebouwen
Fundering Funderingsrisico
21
Condities
Milieu- en omgevingsinvloeden Bij de te maken keuzes over ‘de juiste functie op de juiste plek’ spelen milieu- en omgevingseffecten een belangrijke rol. In een verder verdichtende en ‘compacte stad’ is het wenselijk om stedelijke functies te concentreren binnen de bestaande stad, zodat we de landschappen rondom de stad open en groen kunnen houden. De uitdaging is om de diverse functies te combineren tot een stad waar een kwalitatief goed en gezond woon- en leefklimaat wordt gecreëerd. Er zijn verschillende ontwerpprincipes en aandachtspunten voor het vervolg die hier invulling aan kunnen geven. Eén van de hoofdprincipes is dat we op een brede manier naar leefomgevingskwaliteit kijken. Zo kan een eventuele lokale verslechtering op bepaalde aspecten, zoals bijvoorbeeld luchtkwaliteit of geluid, vragen om extra verbetering op andere punten, bijvoorbeeld in parken en groen, aanbod en nabijheid van voorzieningen of een beter geïsoleerde woning.
^
^ ^
Geluid Geluidscontour infrastructuur Ĺ____ j Standaardwaarde (rijkswegen 50dB, spoorwegen 55dB) í........ 3 Grenswaarde (rijkswegen 65dB, spoorwegen 70dB) Geluidaandachtsgebied Bestaande geluidsschermen
-
Klimaat .......... Dijken Water Overstromingsrisico buitendijks © Overstromingsrisico lage polder Hoofdontsluiting nationaal/regionaal Spoorweg met station
EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's voor mensen als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen en gebruik ervan bij bedrijven. In de huidige situatie bevinden zich in de Oostflank diverse risicobronnen, waaronder risicovolle bedrijven (met name LPG-tankstations), hogedruk aardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, weg en water.
GELUID In een groot deel van de Oostflank is er sprake van geluidsoverlast door wegverkeer. Het lawaai van het wegverkeer over de A16 en A20 en van doorgaande wegen zoals de Hoofdweg, Abram van Rijckevorselweg en de Strevelsweg geven hoge geluidsbelastingen op naastliggende woningen. Daarnaast zorgen de spoorlijnen (Oude Lijn in Feijenoord/ IJsselmonde en Goudse Lijn in Alexander) en de metrobaan op maaiveld in Alexander voor extra geluidsbelasting in het gebied.
Onderscheid wordt gemaakt in plaatsgebonden risico (PR 10 6) en groepsrisico. Binnen de plaatsgebonden risicocontour met een kans van 1 op de miljoen (PR10-6 risicocontour) mogen geen (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties worden gerealiseerd. Echter, de contouren van de hierboven genoemde bronnen zijn zo klein dat hiermee rekening kan worden gehouden in de geplande ontwikkelingen.
Hoe gaan we hier mee om? Binnen de Oostflank zijn er vrijwel geen ontwikkellocaties beschikbaar, waar geen sprake is van geluidsoverlast. Om de gewenste woningen te kunnen realiseren in een aantrekkelijk en gezond woonklimaat nemen we een aantal maatregelen bij bouwen op geluidsbelaste locaties: ^ Op de locaties waar de milieubelasting het allerhoogst is, zoals bij de Autostrada in de Esch en tussen het spoor en de A20 in de Alexanderknoop, kiezen we voor andere functies dan wonen. Op deze plekken ligt de focus op sportvoorzieningen en bedrijvigheid. ^ Realiseren van geluidwering langs de snelwegen en spoorlijnen. Dit kan via een geluidsscherm of door te zoneren met een geluidwerende wand van bijvoorbeeld kantoor- of werkgebouwen; ^ Door het realiseren van deze geluidwering bij de nieuwbouwlocaties ontstaat ook (extra) geluidwering voor achterliggende bestaande woon- of groengebieden,
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
waardoor het leefklimaat daar verbetert. Door middel van maatregelen aan de bebouwing zorgen dat er een aangenaam, geluidsluw binnenklimaat ontstaat, indien nodig door te werken met dove gevels. Zorgen dat alle woningen een geluidsluwe zijde en geluidsluwe buitenruimte kennen. Waar mogelijk en relevant zorgen voor stil asfalt om de geluidsoverlast van stedelijke wegen te verminderen. In de Oostflank is dit nog in beperkte mate aanwezig. De huidige norm is 53 dB voor snelweg en 63 dB voor stedelijke wegen. In de stroken langs dit soort wegen meer woningen bouwen levert direct meer geluidsgehinderden op, zeker als de bouwhoogte boven de hoogte van geluidsschermen uitkomt.
Externe veiligheid è Brandandachtgebied: 30m grens langs transportroutes en Maas oever Explosie: Grootste 200m zone Gifwolk: 1,5km grens langs transportroutes —O— Explosie: Buisleidingen
Wel hebben de keuzes in de gebiedsuitwerking Oostflank tot gevolg dat er meer mensen komen te wonen in de invloedsgebieden langs de snelweg en en het spoor. Als gevolg van deze keuze neemt het groepsrisico toe en daarmee het aantal mensen dat potentieel komt te overlijden in geval van een (ernstig) ongeval met gevaarlijke stoffen. Bij de verdere uitwerking van de (nieuwe) gebiedsontwikkelingen zal het bestuur een afweging moeten maken of deze stijging van het groepsrisico op deze locatie acceptabel is. Hoe gaan we hier mee om? Binnen de abstractie en het schaalniveau van de gebiedsuitwerking Oostflank 2040 is er een beperkt aantal maatregelen dat we kunnen nemen om het externe veiligheidsrisico te verkleinen. Belangrijkste strategie is om zoveel mogelijk afstand te houden tot de risicobron, met name voor zeer kwetsbare gebouwen. Dit zijn functies
22
23
—
waarin mensen verblijven die beperkt zelfredzaam zijn, zoals een ziekenhuis, kinderdagverblijf of basisschool. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vindt een zeer kwetsbaar gebouw binnen het brandaandachtsgebied van een transportroute (30 meter) ongewenst. Daarnaast heeft het de voorkeur om hogere personendichtheden op zo'n groot mogelijke afstand van de risicobron te positioneren. Verder is het mogelijk om slim functies te positioneren. Een niet-kwetsbaar gebouw zoals een parkeergarage kan bijvoorbeeld als afscherming dienen voor achtergelegen kwetsbare gebouwen zoals woningen.
drukke wegen wonen. Het is daarom van groot belang dat de luchtkwaliteit verder wordt verbeterd en daarmee bijdraagt aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het gaat immers om de gezondheid van inwoners. Luchtkwaliteit is geen individuele keuze, omdat luchtkwaliteit zich niets aantrekt van grenzen. Voor zowel fijnstof als stikstofdioxide geldt dat het halen van de WHO-advieswaarden en de nieuwe grenswaarde niet mogelijk is met alleen Rotterdams beleid. Voor fijnstof geldt dat ruim 800Zo van de optredende concentraties afkomstig is van buiten de regio, voor NO2 is dit circa 4007o. In de huidige situatie is het beleid gericht op het verder terugdringen van luchtverontreiniging, waardoor de luchtkwaliteit blijvend voldoet aan de huidige wettelijke Europese grenswaarde. Rotterdam voldoet op dit moment aan de huidige EU-grenswaarde voor luchtkwaliteit voor NO2 en PM. Voor fijn stof (PM2,5) wordt nog niet overal voldaan aan de WHO advieswaarden uit 2005, maar deze advieswaarden zijn niet bindend.
Daarnaast zijn er diverse maatregelen mogelijk in de nadere uitwerking van de ontwikkellocaties: ^ Bij de uitwerking van de nieuwe gebiedsontwikkelingen zorgen we dat kwetsbare objecten zover mogelijk van de bron gelegen zijn. ^ Ontwerp bouwwerken zodanig dat zij bestand zijn tegen een incident van buitenaf (brand, explosie of gifwolk). Indien wordt voldaan aan het Bouwbesluit, worden binnen een gifwolkaandachtsgebied voldoende maatregelen genomen voor dit scenario. ^ Richt het bouwwerk en de omgeving zodanig in dat aanwezigen van de bron af kunnen vluchten. ^ Plaats voldoende blusmiddelen en zorg voor een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Naar verwachting zal in het jaar 2030 niet overal worden voldaan aan de aangescherpte EU-grenswaarde, maar dat kan op dit moment nog niet met zekerheid gezegd worden. In deze gebiedsuitwerking doen we voorstellen voor nieuwe woningbouw op kwetsbare plekken, zoals in de buurt van snelwegen. De kans bestaat dat er als gevolg van de ontwikkelingen meer mensen worden blootgesteld aan luchtverontreiniging. Hoe groot de luchtverontreiniging zal zijn is, afhankelijk van de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in de komende jaren. Het is daarom van belang de luchtkwaliteit te blijven monitoren en blijvend in te zetten op vermindering van de uitstoot van de industrie en op verschoning van het verkeer.
Tot slot geven we een aanbeveling mee voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door dit gebied en daarmee de risico's te verminderen. In de lobby richting Rijk en bij landelijke studies naar de routering van goederenvervoer aandringen op alternatieve routes voor goederenvervoer over het spoor, die het dichtbebouwde stedelijk gebied zoveel mogelijk ontzien. Dit biedt tevens meer ruimte voor het gebruik van het spoor voor intensiveren van het personenvervoer (Verkenning Oude Lijn).
Hoe gaan we hier mee om? ^ Maximaal inzetten op vermindering van industrie-uitstoot en verdere verschoning en elektrificering van verkeer. ^ Bij de planning van nieuwe functies houden we zoveel mogelijk afstand tot de bron (wegverkeer en scheepvaart), met name voor de (zeer) kwetsbare groep als kinderen. ^ In onze mobiliteitsstrategie zetten we in op het stimuleren van fietsen, lopen en OV-gebruik. Nieuwe ontwikkelingen realiseren we dichtbij hoogwaardig openbaar vervoer. Hierdoor hoeven we bij nieuwbouw minder parkeerplaatsen realiseren. ^ Zorg voor een goede doorstroming van de lucht. Voorkom straatcanyons (smalle straten met hoge bebouwing of andere obstakels zoals dicht op elkaar geplante bomen langs wegen die belemmerend zijn voor verspreiding van uitlaatgassen.
LUCHTKWALITEIT In Nederland is de regelgeving voor luchtkwaliteit gebaseerd op de Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit. De World Health Organization (WHO) heeft in 2021 de advieswaarden luchtkwaliteit aangescherpt op basis van wetenschappelijk bewijs dat luchtverontreiniging de gezondheid schade toebrengt bij lagere concentraties dan de WHOadvieswaarden van 2005. De nieuwe aangescherpte WHOadvieswaarden laten daarmee zien dat er nog aanzienlijke gezondheidswinst te behalen is. De WHO-advieswaarden zijn niet juridisch bindend. Eind oktober 2022 heeft de Europese Commissie een nieuw voorstel gepresenteerd om de grenswaarden voor luchtkwaliteit aan te scherpen, hierbij hebben de WHO-advieswaarden van 2021 als uitgangspunt gediend. De voorgestelde grenswaarden, die gaan gelden in 2030 vragen om een significante daling van de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof.
WATERVEILIGHEID Binnen de Oostflank hebben we zowel te maken met binnendijkse als buitendijkse gebieden. Beide soorten gebieden kennen andere risico's ten aanzien van waterveiligheid en vragen om een andere aanpak.
De omgevingsvisie zet in op een goede groei van Rotterdam en een compacte stad. Relatief veel bouwprojecten liggen in de binnenstad waardoor er meer mensen in de nabijheid van Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
24
enkele (monumentale) gebouwen daarin, wordt beschermd tegen overstroming door de Nesserdijk. Deze dijk is op zichzelf al een historisch en bijzonder stukje dijk in Rotterdam. Ze wordt beschouwd als een ‘overige waterkering', zonder beschermingsnorm of wettelijke status, en wordt alleen regulier beheerd. Bij de uitwerking van de nieuwe stadsbrug en/of het rivierpark op de Noordoever is speciaal aandacht nodig voor deze waterkering en de beschermende werking in relatie tot de primaire dijk.
Binnendijkse gebieden Het grootste deel van de Rotterdamse primaire waterkeringen voldoet in de huidige situatie aan de wettelijke veiligheidseisen. De veiligheidseisen (overstromingskansnormen) bieden de wettelijke normen voor de benodigde veiligheid, gegeven de mogelijke gevolgen. Enkele dijkvakken langs de noordoever van de Nieuwe Maas voldoen niet aan de wettelijk gestelde eisen (nabij Maasboulevard/ Boompjes en nabij Parksluizen). De Waterschappen nemen de benodigde voorbereidingen om de dijken in de toekomst te versterken. Voldoende ruimtereservering is belangrijk. De status van de afgekeurde dijkvakken is geen acuut waterveiligheidsprobleem.
Op Rotterdam Zuid zijn kades bij IJsselmonde, ter hoogte van het Eiland van Brienenoord, in de huidige situatie al kwetsbaar voor hoogwater. Bij verstedelijking van buitendijkse gebieden als FC Waterkant en de Veranda zal versterking van kades en aanvullende maatregelen nodig zijn. Ook hier kan een gebiedsgerichte adaptatiestrategie en borging van uitgiftepeilen in een bestemmings- of omgevingsplan behulpzaam zijn. Aanleg of versterking van strekdammen, buitendijkse getijdeparken op zuid en op noord bieden een kans om meer ruimte te geven aan (peilveranderingen in) de rivier en aan de natuur, en daarmee tegelijkertijd de kans op een overstroming verder te beperken.
In de deelgebieden Alexanderknoop, Lage Land en Boszoom is er sprake van relatief diep gelegen polders. Deze diep gelegen polders geven bij een hoog verstedelijkingsniveau een grote toename van de gevolgen van een overstroming. Zeker op lange termijn, in combinatie met klimaatverandering en een toenemende bodemdaling, moerasvorming en verzilting binnendijks (zie overige deelstudies in het kader van omgevingskwaliteit). Dit leidt tot discussie over het wel of niet (aangepast) bouwen, of bouwen onder strengere randvoorwaarden, in met name de zeer lage polders. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voldoende bovenliggende, droge verdiepingen, een dakraam of een evacuatieshelter. Momenteel een hot topic in het nationaal debat. Zie ook het Advies van de Commissie voor de m.e.r. hierover. Een integrale aanpak van bodem, water, natuur en landschap, zowel bij verstedelijking als bij vergroening (klimaatadaptief bouwen) biedt kansen voor goede groei of soms een noodzakelijke begrenzing van de groei.
Hoe gaan we hier mee om? Het overstromingsrisico wordt bepaald door de kans maal de gevolgen van een overstroming. Algemeen kan gesteld worden dat bij verdere verstedelijking in de Oostflank alleen de omvang van de gevolgen wijzigt voor de fysieke omgeving en mensen (binnen of buiten de dijken). Los daarvan is er wel een toenemende kans op overstromingen, maar alleen als gevolg van klimaatverandering: die is in 2040 nog relatief beperkt, zowel in de autonome situatie als in de situatie mét een ontwikkeling á la de Oostflank.
Buitendijkse gebieden De laagst gelegen buitendijkse stedelijke kades van Rotterdam overstromen 10-15 keer per jaar. Zoals bijvoorbeeld bij de parkeerplaats Nautilus. Een overstroming van de laagste kades leidt in principe niet tot economische schade, er staan waarschuwingsborden en de kans op een slachtoffer is nihil. Eens in de 2 tot 10 jaar is er sprake van echt wateroverlast met mogelijk economische schade tot gevolg door overstroming van de buitendijkse gebieden. Water komt in kelders van de laagstgelegen panden en wegen raken onbegaanbaar. Om de overstromingsrisico's te beheersen hanteert de gemeente het uitgiftepeilenbeleid buitendijks. Dit is gemeentelijk beleid voor nieuwbouw, dus niet juridisch bindend voor private ontwikkelaars.
Om het overstromingsrisico beheersbaar te houden, gaan we uit van de volgende inzet: * We houden rekening met eventuele aanpassing van de waterveiligheidsnorm van de waterkeringen met als gevolg meer benodigde ruimte voor en integratie van dijken in de stad. ^ Buitendijks is de gewenste minimale maaiveldhoogte voor nieuwe buitendijkse ontwikkelingen momenteel vastgesteld op 3.60 meter boven NAP (3.60ITI+NAP). Voor nieuwe, vitale functies of voorzieningen is dat uitgiftepeil 3.90t^NAP. FC Waterkant gaat naar 4.10t^NAP. We borgen deze uitgiftepeilen in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke documenten, m.n. in het bestemmings- of omgevingsplan. * Bij ontwikkelingen in buitendijks maken we per gebied een gebiedsgerichte adaptatiestrategie en we maken hierover afspraken in overeenkomsten met private partijen. ^ Verstedelijking in de laaggelegen gebieden kan alleen op een klimaatadapatieve manier, met voldoende ruimte voor water en groen (zie ook hoofdstuk 3.3 over water). ^ Specifieke aandacht voor (voorkomen van) kwetsbaarheid van ‘vitale functies' die bij uitval tot maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden (elektriciteitsvoorziening, ziekenhuizen, gemalen, hoofdontsluitingswegen, enzovoort).
Een deel van de woonwijk De Esch ligt buitendijks en met name de westkant van de wijk ligt redelijk laag. Dit gebied wordt steeds kwetsbaarder door klimaatverandering. De gevolgen van een overstroming nemen verder toe bij verstedelijking. Een gebiedsgerichte adaptatiestrategie en borging van uitgiftepeilen in een bestemmings- of omgevingsplan is dan noodzakelijk. Speciaal aandachtspunt is de buitendijkse natuurpolder De Esch. Deze polder (en
25
Huidige situatie en opgaven
ALEXANDERKNOOP
Karakterisering deelgebieden
BOSZOOM, LAGE LAND EN PRINSENLAND
De Oostflank bestaat uit zeven deelgebieden, elk met zijn eigen opgaven en kansen. Samen met het bestaande eigen karakter van iedere wijk liggen deze ten grondslag aan de kaders voor gebiedsontwikkeling in de toekomst.
KRALINGSE ZOOM
DE ESCH
BLOEMHOF EN HILLESLUIS
HART VAN ZUID
Alexanderknoop
Boszoom De randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een stedelijk centrum zijn in de Alexanderknoop goed op orde, maar er is wel wat te doen. Zo voldoet de kantorenvoorraad niet meer aan de eisen van vandaag de dag, terwijl het vastgoed technisch nog jaren mee kan. De openbare ruimte is onaantrekkelijk en wordt volledig gedomineerd door infrastructuur. Er zijn maar weinig woningen in de knoop en van de huidige topfunctie (het detailhandelscluster) is het, met de trend van online winkelen, hoogst onzeker of die de komende jaren op een gezonde manier in deze omvang/ vorm kan blijven voortbestaan.
«.«ü.i
Tot slot staat de Alexanderknoop onder zware milieudruk. Zowel geluidsoverlast als externe veiligheid van spoor, wegen en leidingen zorgen ervoor dat kwetsbare functies, zoals woningen, niet op alle plekken en niet zonder aanvullende maatregelen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast ligt de knoop in één van de diepste polders van Nederland, waardoor de wateropgave altijd van belang zal blijven.
De Alexanderknoop is binnen Rotterdam de tweede grootste kantoorlocatie, na de binnenstad. De Alexanderknoop is een belangrijk knooppunt en één van de best bereikbare plekken van de stad. Het gebied bevindt zich met een intercitystation aan de binnenring van de Randstad en is daarmee qua bereikbaarheid vergelijkbaar met Sloterdijk in Amsterdam. Op dit moment is, naast de kantoren, detailhandel de grote trekker van het gebied. De Woonmall trekt bezoekers vanuit de hele regio. Winkelcentrum Alexandrium (belangrijke sociale en economische functie) en onderwijsinstellingen Zadkine en Albeda vormen een drijvende kracht en brengen levendigheid in het gebied. In de westelijke hoek zit daarnaast veel bedrijvigheid. Alexander is een gebied met typische jaren zeventig en tachtig stedenbouw, een inmiddels gewaardeerde die “Post 65” wordt genoemd.
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
Lage Land en Prinsenland
Opgaven ^ De Alexanderknoop is niet 'van de buurt': er is brede behoefte aan meer levendigheid én meer leefbaarheid. Ook is er vraag naar buurt/gebiedsgerichte voorzieningen. ^ Aanbod stedelijke voorzieningen is wat schaars en eentonig: potentie voor meer diversiteit, horeca, cultuur en onderwijs ^ Creëren van de 'stad op ooghoogte' met aandacht voor interactie en ontmoeting. ^ De auto domineert in het gebied: meer ruimte creëren voor voetgangers, fietsers en een beloopbaar gebied. 26
TM *
ĩOà k ^i
A
Het gebied rond de Boszoom, tussen het Kralingse Bos en de A16, heeft met diverse sportverenigingen en een groot volkstuinencomplex veel waarde als plek om te sporten, ontspannen en ontmoeten.
Lage Land en Prinsenland zijn tuinsteden in Noord, waar het vooral draait om prettig wonen. De groene, ruime opzet van de wijken en de kleinschalige sport- en spelvoorzieningen midden in de wijk zorgen voor een hoge waardering en woontevredenheid, waardoor bewoners er lang blijven wonen.
Tegelijkertijd is het een relatief geïsoleerd en introvert gebied met extensief gebruikte functies met weinig afwisseling, waar niemand woont en iedereen op bezoek is. Daarnaast ligt het gebied in één van de diepste polders van Nederland, waardoor de wateropgave altijd van belang zal blijven.
Winkelcentrum Lage Land is het lokale hart en fungeert als centrale ontmoetingsplek in de wijk. Ook het Prinsenpark, als een van de weinige grote publieke groengebieden in de wijk, is hooggewaardeerd door de buurt. Ook dit gebied ligt in één van de diepste polders van Nederland, waardoor de wateropgave altijd van belang zal blijven.
Opgaven * Door de geïsoleerde ligging, eenzijdige functies en weinig publieke openstelling, laat de sociale veiligheid te wensen over, zeker in de avonduren. ^ Het gebied kent veel barrières, natuurlijk door de snelweg A16, maar ook de hekken van de verschillende sportcomplexen zorgen dat het gebied voor langzaam verkeer alleen te doorkruisen is via de hoofd(auto)routes. ^ Ook de langgerekte Golfbaan Kralingen langs het Kralingse Bos vormt een barrière voor de toegang tot het Kralingse Bos vanuit Lage Land.
Opgaven ^ De sociale samenhang in Lage Land en Prinsenland is beperkt: veel blijft 'achter de voordeur' ^ Bewoners in de wijken ‘vergrijzen', de woningen en voorzieningen in de wijk sluiten hier nog niet goed op aan ^ Er ligt een grote opgave om de energetische staat van de bestaande woningvoorraad te verbeteren. ^ Kleine buurt- en winkelcentra staan onder druk. 27
Kralingse Zoom 7 EUR
Stadionpark
De
' -
- r* V
u**iW5r
'Ï
ry-
na mť pws? 5Ş«* 'ŵe? Het gebied rond Kralingse Zoom is een belangrijke plek voor hoger onderwijs, kantoren én als regionaal vervoersknooppunt met metro- en busstation en een goed functionerende P&R.
Opgaven ^ De verschillende gebieden zijn gescheiden door (grootschalige) infrastructuur en hebben weinig relatie met elkaar - deze dienen beter met elkaar verbonden te worden. ^ Sommige delen van het gebied zijn monofunctioneel en kennen weinig functiemenging. Op grote delen van de dag zijn deze gebieden hierdoor verlaten en ongebruikt. ^ De kwaliteit van de stad ‘op ooghoogte' is ondermaats: open en intereactieve plinten, gemengde buurten met adressen aan de straat, aantrekkelijke openbare ruimte, passende programmering et cetera zijn nodig.
Direct naast kantorenpark Brainpark ligt de campus Woudestein waar de Erasmus Universiteit en de Hogeschool Rotterdam zijn gevestigd. Deze functies hebben een groot, landelijk verzorgingsgebied. Ook is voetbalvereniging Excelsior een aanzienlijke speler in het gebied. Het gebied is, door zijn ligging aan de A16, per auto uitstekend bereikbaar. Een echt stedelijk milieu ontbreekt, maar de masterplannen voor de Erasmus Universiteit en Brainpark I dienen als aanjagers van de verdere ontwikkeling tot een aantrekkelijke gemengde buurt. Het aangrenzende Kralingen-Oost is een buurt met veel dynamiek en betrokken bewoners, die zich hard maken voor de kwaliteiten van de buurt: groen, historisch en fijne winkelstraten.
Stadionpark heeft veel gezichten: langs de rivier grootschalige woonblokken, groothandels en bouwmarkten, entertainment en natuurlijk landelijke trekkers De Kuip en het Topsportcentrum. Op andere plekken is juist ruimte voor sport en ontspanning, zoals op de Sportcampus, Eiland van Brienenoord, in het Mallegatspark en in Park de Twee Heuvels.
Open verkavelingen, zichtlijnen, menselijke maat, maar ook stevige woonblokken en hogere gestapelde bouw. Prachtig gelegen aan de Maas biedt de wijk rust, (groen) ruimte en recreatie: het heeft een belangrijke functie als ‘buiten' voor Rotterdammers. Het gebied herbergt bijzondere plekken, zoals het oudste stadspark de Oude Plantage, de natuurpolder De Esch met monumentale gebouwen en het erfgoed van het Waterleidingterrein, Roeivereniging Nautilus en de Joodse Begraafplaats. De dorpse kleinschaligheid is momenteel een nadeel voor het draagvlak voor voorzieningen.
Met de ontwikkeling van Feyenoord City wordt het profiel van gemengd woon-werk-sportgebied versterkt met een groot aantal nieuwe woningen en een sterk stedelijk centrum voor sport en leisure - ook zonder het nieuwe stadion. Samen met de regio en het Rijk zetten we in op de komst van een station Stadionpark aan de spoorlijn Leiden-Dordrecht, waardoor het gebied permanent wordt verbonden met de rest van Zuid-Holland. Het functieprofiel van het gebied blijft sterk gericht op recreatie en (top)sport.
Opgaven • De nieuwe stadsbrug en tram brengen een grote inpassingsopgave met zich mee. ^ De openbare ruimte wordt voor een groot deel gedomineerd door geparkeerde auto's. De relatie met de rivier kan sterk verbeterd. ^ Bewoners in deze buurt ‘vergrijzen', maar er is onvoldoende woningaanbod om ouderen te laten doorstromen naar nieuwe geschikte woningen. ^ Het draagvlak voor de voorzieningen staat onder druk en dient versterkt te worden. ^ Een groot deel van de woonwijk ligt buitendijks. Uitdaging om voor de toekomst de waterveiligheid en toekomstbestendigheid van de dijken te borgen.
Het gebied functioneert op dit moment nog niet optimaal. Het gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van allemaal monofunctionele ‘eilanden' die ieder voor zich relatief goed functioneren, maar onderling weinig samenhang vertonen. Ook de verbindingen en openbare ruimte tussen die deelgebieden zijn van onvoldoende kwaliteit. Dit geldt ook voor de routes tussen het metrostation Kralingse Zoom en de campus Woudestein. De monofunctionaliteit van het gebied weerspiegelt zich ook in de bijna volledige afwezigheid van woningen en voorzieningen. Ook dit gebied staat onder druk van geluidsoverlast en externe veiligheid, als gevolg van de A16. Slimme oplossingen zijn nodig om de realisatie van woningen en andere kwetsbare functies hier mogelijk te maken.
Gebiedsuitwerking Oostflank 2040
De Esch is een stukje dorp midden in de stad. Je vindt er dorpse stedelijkheid, zoals een betrokken groep bewoners het noemt.
28
Opgaven ^ Overbruggen van de barrières van spoor en autoweg, en creëren meer samenhang tussen de verschillende delen van Stadionpark ^ Vergroenen stenige rivieroever, met plek voor recreatie ^ Realiseren van gedifferentieerd woningaanbod in alle prijssegmenten om zo een gemengde buurt te ontwikkelen - inclusief voldoende bijbehorende voorzieningen. ^ Versterken wandel-, fiets- en OV-verbindingen. ^ Creëren van de 'stad op ooghoogte' met aandacht voor interactie en ontmoeting.
29
Bloemhof en Hillesluis
Hart van Zuid «ĵpít-V'iÄļL
, įŗ.
...
ttmäfi m ^771 o i •J.Mİ
Ai, íi'H
■įfe-Zīi
t.
Diversiteit en saamhorigheid van bewoners vormen de grote kracht van Bloemhof en Hillesluis: in culturen en leefstijlen, en ook in winkelaanbod en de grote hoeveelheid initiatieven.
Opgaven ^ Vergroenen van de wijk op een klimaatadaptieve manier, om hittestress tegen te gaan en waterberging beter op te lossen. ^ Samen met ondernemers investeren in Boulevard Zuid als hart van de wijk, met meer menging van winkels, wonen en recreatie ^ Investeren in voorzieningen voor jongeren: ruimte om elkaar te ontmoeten, te sporten en te studeren ^ Behouden en realiseren van betaalbare woningen én bedrijfsruimte, met voorrang voor jongeren uit de wijk ^ Verzekeren dat Hillesluis sociaal en economisch meeprofiteert van het nieuwe station, de nieuwe tramlijn en de grote gebiedsontwikkelingen in de omgeving, bijvoorbeeld door het matchen van banen en stages. ^ Sterke ruimtelijke verbinding creëren tussen Bloemhof, Hillesluis, Stadionpark en de rivier. ^ Uitwerken integrale strategie voor technisch verouderde woningvoorraad (met name in Bloemhof), met koppeling aan de uitrol van aardgasvrij, klimaatadaptatie en de aanpak van riolering en buitenruimte.
Boulevard Zuid vormt het sociaal en economisch hart, dat ruimte geeft aan ondernemerschap en een diversiteit in winkels, horeca en voorzieningen laat zien. Tegelijkertijd hebben de wijken een impuls nodig. Er is sprake van een eenzijdige woningvoorraad en er ligt een grote opgave als het gaat om de sociaaleconomische situatie. In een deel van de buurten zien we een problematische combinatie van bodemdaling, fluctuaties grondwaterpeil, slechte bouwkundige staat en onvoldoende fundering. Samen met de opgaven op het gebied van de energietransitie en de klimaatverandering vraagt dit om een gecombineerde aanpak van de bestaande woningvoorraad. De straat is in deze wijken een ontmoetingsplek voor iedereen, maar met name voor jongeren. Een derde van de bewoners is jonger dan 23 jaar, en de jeugdcultuur speelt hier daarom een belangrijke rol. Sociale ontmoetingsplekken als het Varkenoordsepark, taekwondovereniging Abdel Kwan en de Essalam Moskee zijn van groot belang. De kwaliteit van de openbare ruimte laat echter wel wat te wensen over. Vergroening kan een grote bijdrage leveren, zowel voor de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte als voor de veerkracht van de wijken in het licht van extreme hitte of neerslag.