CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007315] Bijlage 3a behorende bij 23bb7325 - 311023 Aanvulling ROER Verstedelijking

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen46.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit is in Rotterdam het programma bio­ diversiteit opgezet. Vanuit dit programma is een natuurindicatiekaart opgesteld voor de Gemeente Rotterdam. Deze geeft per deelgebied een indicatie van de biodiversi­ teit. Het aandeel waarnemingen is niet evenredig verdeeld over de stad, waarbij som­ mige stadsdelen veel waarnemingen opleveren, maar enkele anderejuist zeer weinig. Daarom wordt momenteel een stadsbreed meetnet voor monitoring van biodiversiteit uitgezet. Uit de huidige kaart valt op dat in het A-Z gebied Kralingse Plas/Bos en de Boszoom als waarnemingsgebied zeer hoog scoren. De hoge score is ook deels beïn­ vloed door de grotere hoeveelheid data die voor deze gebieden beschikbaar is. Dat geldt ook voor De Esch, het gebied rondom Feyenoord City en IJsselmonde, die op grond van beschikbare waarnemingen eveneens hoog scoren qua biodiversiteitsklasse. Op basis van aanwezige biotopen is een relatief hoge biodiversiteit hier ook zeker realistisch. De wijken Zuidplein, Alexander en Bloemhof Hillesluis scoren laag qua biodiversiteitsklasse, vanwege het zeer beperkte aantal waarnemingen wat hier­ voor gebruikt kon worden. Echter een lage biodiversiteit is hier ook daadwerkelijk te verwachten door het grote areaal aan versteende omgeving en een beperkt groenoppervlak.

De biodiversiteit in en rond Rotterdam staat onder druk. In Nederland als geheel neemt ze al jaren af3. Rotterdam scoort daarbij ver onder het nationaal gemiddelde (Nationale Monitor Duurzame Gemeenten, 2018).

De beoordeling van de staat van de natuur in de referentiesituatie is al met al matig tot negatief. Autonome verstedelijking in de knooppunten leidt tot een toename van de recreatiedruk, met name in de ecologische kerngebieden. Het ontbreekt in A-Z aan goede ecologische verbindingen tussen de kerngebieden. De biodiversiteit is over het algemeen matig.

Biodiversiteitsklasse ■i

Ëtibti

Zeer Laag

CO

Laag

CD

Gemiddeld

SI

Hoog Zeer Hoog

De effecten van de bouwstenen per deelgebied ten opzichte van de referentiesitua­ tie zijn voor natuur vooral negatief voor natuurgebieden en kerngebieden, vanwege toenemende recreatiedruk en stikstofdepositie (zie ook de bijlage met een risicoana­ lyse voor Natura 2000 gebieden). Maar effecten zijn positief als het gaat om toene­ mende ecologische verbondenheid, wat ook goed uitpakt voor biodiversiteit. Als het gaat om verstedelijken in de Boszoom of de Esch zijn de effecten van verstedelijken voor natuur echter hoofdzakeljk negatief. De bouwsteen voor een Bos-as door Bos­ zoom en Lage Land biedt daarentegen een uitgesproken kans voor ecologisch ver­ binden van en voor de biodiversiteit in de betreffende kerngebieden.

Aantal waarnemingen

9 I

41882 85

I Havenbuurten

5.1.4 Landschap en cultureel erfgoed Het plan- en studiegebied A-Z wordt van oudsher gekenmerkt door oude stadswij­ ken (Hart van Zuid, Kralingen), tuindorpen (Bloemhof-Hillesluis), tuinsteden (Lage

Figuur5.8: Biodiversiteitsindicatiekaart 3 Wageningen UR, (2019), Convention on biological diversity. Sixth national report of the kingdom of the Netherlands

Gemeente Rotterdam 40

Land), en wijken van na 1970 (Kralingse Zoom, Feijenoord City). Er zijn bijzondere plekken, zoals de stedelijke subcentra en verkeersknooppunten (-pleinen) in Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Feijenoord City en Hart van Zuid, maar ook het stadspark Kralingse Bos en de rivierparken langs de Nieuwe Maas (de Esch, Eiland van Brienenoord).

Honingerdijk en Nesserdijk (de Esch) en de Dordtsestraatweg (Hart van Zuid). En verspreid in het plangebied liggen historische monumenten, met name in het gebied De Esch (zoals de watertoren en de historische drinkwaterbassins). Het plangebied A-Z heeft over het algemeen redelijk tot hoge archeologische ver­ wachtingen direct onder het maaiveld. Het Lage Land kent zeer hoge archeologische verwachtingen, ook dieper onder maaiveld, evenals Hillesluis.

HISTORISCH LANDSCHAP EN GROEN

M1TVAMO ONfMOOtLANO

CAKUUOI

MtIWOľtf

•AMMC*(CMT AtHMOMUAW

Mtucvocmwa

Figuur 5.10: Archeologische Waarden- en Beleidskaan Rotterdam

I 'T \

t

Samenvattend kunnen de oorspronkelijke, karakteristieke landschappen in A-Z als overwegend positief worden beoordeeld, maar heeft de tand des tijds deze wel op veel plaatsen aangetast en is de huidige situatie overall eerder als redelijk te be­ schouwen. Hetzelfde geldt voor het landschappelijk en archeologisch erfgoed. De staat van het gebouwd erfgoed is over het algemeen nog wel overwegend positief te noemen. Verstedelijking zal in de autonome ontwikkeling vooral in de Kralingse zoom een effect kunnen hebben op het karakteristiek landschap rond de EUR, naar verwachting eerder positief dan negatief (versterking van het Campus landschap). In Hart van Zuid worden meer negatieve effecten verwacht op het landschappelijk erfgoed, maar ook positieve op het gebouwd erfgoed. Al met al is en blijft de alge­ hele staat van het landschap en het cultureel erfgoed in de autonome ontwikkeling voor heel A-Z naar verwachting redelijk, en voor het gebouwd erfgoed overwegend positief.

Figuur 5.9: Historisch landschap en groen, Cultuurhistorische Waardenkaart Rotterdam Vreewijk ten zuiden van Bloemhof-Hillesluis vormt een beschermd stadsgezicht, evenals Kralingen grenzend aan de Kralingse Zoom. Tot de historische infrastructuur behoren onder meer de Kralingse weg en Gravenweg (Kralingse Zoom),

De effecten van de bouwstenen voor verstedelijken zijn wat betreft landschap en cultureel erfgoed met name in de Boszoom en de Esch hoofdzakelijk negatief. Een

Gemeente Rotterdam 41

grotere verstedelijking van de Boszoom betekent een ingrijpende verandering van het groene karakter van dit stedelijk landschap naar een meer bebouwd landschap. Hoewel de barrièrrewerking zou kunnen verminderen betekent verdichting in deze groene zoom, als uitloper van het Kralingse Bos, onmiskenbaar een wijziging van ka­ rakter van het stedelijk landschap. De stad, de bebouwing rukt op richting het Kra­ lingse Bos. Bouwhoogte en zichtlijnen zijn dan van belang om in ogenschouw te ne­ men. De grotere verstedelijking zal een evenredig grotere impact hebben op het bodemarchief. Bij de realisatie van de vergroening en herinrichting kan gepaard gaan met werkzaamheden die de bodem zullen verstoren. Hierdoor zal er een nadelig ef­ fect op de staat van het bodemarchief zijn. Ook in de Esch valt een forse wijziging van het karakteristieke landschap te ver­ wachten. De huidige karakteristiek wordt aangetast. De oeververbinding brengt in­ grepen in de huidige structuur met zich mee. Het natuurlijke karakter van polder de Esch dreigt te worden aangetast, dijkstructuren worden aangetast of verdwijnen. Hiermee ondergaat een oud poldergebied een forse transformatie. Van zeer nega­ tieve impact op het areaal gebouwd erfgoed is de mogelijke verdwijning van een monumentale boerderij.

Zowel stedelijk landschap als gebouwd en aangelegd erf­ goed gaan er in behoud van karakteristiek en cultuurhistorische waarde op achter­ uit. De werkzaamheden voor de afgraving aan de Nesserdijk en de natuurpolder als onderdeel van een nieuw rivier- en getijdepark zullen ook archeologische waarden kunnen verstoren. De mate waarin de dijk en polder worden afgegraven is bepalend voor de mate van bodemverstoring. E1 heeft door het grotere aantal woningen (ook buitendijks) een waarschijnlijk grotere impact op landschap en cultureel erfgoed dan E2. Ook de herinrichting van het rivierpark tot aan de Oude Plantage kan een bedrei­ ging vormen voor archeologische (bekende) waarden.

Tabel 5.5: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied; uitgangspunt is de wordtcase per categorie

Positieve effecten zijn te verwachten voor het karakteristieke landschap in Lage Land. De ingrepen ter verbetering van het groen en openbare ruimte kunnen verster­ kend werken op de huidige stedelijke en landschappelijke kwaliteiten. Of dat daad­ werkelijk het geval is hangt af van de mate van respect voor de bestaande structuren en de mate van versterking hiervan. Het algemene beeld voor de rest van A-Z is wat betreft landschap en cultureel erfgoed voornamelijk neutraal tot licht negatief.

Feyenoord City

landschap en bodem

water

ō "1 J(0 o

natuur

erfgoed

1*

■M

5 co

ci ® o a) to

ra E Ş

deelgebied Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom

© © ©

Kralingse Zoom

De Esch

Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid

© © © ©

îc E0)

S B O9- ^ i/l o

g- co :tí

© © © © ©

© © © © © © ©

5.1.5 Overzicht In onderstaande tabellen is de beschrijving in de voorgaande paragrafen vertaald in een beoordeling. De linkertabel bevat de beoordeling van de referentiesituatie. In de rechtertabel is aangegeven wat het effect is van de bouwstenen ten opzichte van de referentiesituatie.

Gemeente Rotterdam 42

5.2. Veilige gezonde fysieke leefomgeving

bouw­ steen

chemische kwal iteit

fysische kw aliteit

grondwater, hemelwa ­ ter en afvalwater

oppervlaktewater (sys­ teem en kwaliteit)

gebieden

biodiversiteit en ver ­

bondenheid

landschap

gebouwd erfgoed en ar ­ cheologie

Tabel 5.6: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesituatie)____________________________________________________________________________ landschap en water natuur erfgoed bodem

AK1

++

-

-

-

-

±

±

±

AK2

+

-

-

-

-

±

±

±

LL 1

±

-

-

-

--

+

+

±

LL 2

+

-

--

-

--

++

+

±

BZ 1

±

±

-

±

-

+

-

±

BZ 2

+

-

--

-

--

--

-

-

KZ

±

-

-

-

--

+

±

±

E1

++

--

--

-

--

-

--

--

E2

+

-

--

-

-

±

--

-

FC Ba­ sis

+

±

--

-

±

+

±

±

FC Plus

+

±

--

-

±

++

±

±

Bloemhof/Hillesluis

B/H

+

±

±

+

±

+

±

±

Hart van Zuid

HvZ

±

±

±

±

±

±

±

±

deelgebied Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom

Kralingse Zoom

De Esch

Feyenoord City

5.2.1 Geluid Bij dit aspect wordt gekeken naar het aantal geluidgehinderden en naar de beschik­ baarheid en bereikbaarheid van relatief stille en groene gebieden (zoals parken en singels) vanuit de woningen. Hierbij is een afstand van 300 meter loopafstand aan­ gehouden. De indicator 'geluidhinder' is in de huidige situatie beoordeeld op basis van de hui­ dige geluidbelasting en aantal geluidgehinderden. In de huidige situatie bevinden zich in A-Z diverse geluidbronnen. De belangrijkste geluidbronnen zijn het spoor, snelwegen (A16 en A20), hoofdontsluitingswegen, scheepvaart (o.a. nestgeluid) en industrie/bedrijvigheid. De geluidbelasting verschilt aanzienlijk per deelgebied. Met name in Alexanderknoop, Boszoom, Feyenoord City en Hart van Zuid is sprake van een hoge geluidbelasting. In Alexanderknoop is dit het geval vanwege de bedrijvig­ heid, A20, de Hoofdweg en het spoor. Feyenoord City kent meerdere geluidbronnen zoals industrie, een voetbalstadion, scheepvaart en drukke wegen waaronder de Stadionweg en Olympiaweg. Hart van Zuid heeft onder andere te maken met geluid afkomstig van het winkelcentrum, Ahoy, het ziekenhuis, bedrijvigheid en drukke we­ gen zoals de Strevelsweg. Het deelgebied Boszoom is een relatief smalle strook en wordt gedomineerd door het geluid van de A16. Deze gebieden krijgen daarom in de huidige situatie een negatieve score.

De overige deelgebieden bevatten ook geluid­ bronnen, maar zijn relatief stiller ten opzichte van de hiervoor beschreven deelgebie­ den. In de referentiesituatie blijft geluidhinder een belangrijk aandachtspunt. Van belang hierbij is dat door de autonome ontwikkelingen het aantal inwoners en (po­ tentieel) geluidgehinderden toeneemt, terwijl anderzijds er ontwikkelingen (zoals ten aanzien van de mobiliteit) zijn die kunnen bijdragen aan het verminderen van de geluidemissie. In figuur 5.11 is aangegeven in hoeverre er op loopafstand (300 meter) toegang is tot parken en singels in A-Z. De witte vlekken binnen de rood omrande ontwikkelvelden tonen voor welke delen de loopafstand tot dit groen groter is dan 300 meter. Te zien is dat de Boszoom op zichzelf als groengebied wordt beschouwd en daarom zeer po­ sitief scoort. In grote delen van Alexanderknoop en Kralingse Zoom is geen toegang tot groene gebieden op 300 meter loopafstand. Ook in delen van de Esch, Feyenoord City en Hart van Zuid ontbreekt het aan toegang tot groen op 300 meter loopafstand. Deze deelgebieden scoren negatief. In Het Lage Land en Bloemhof ã Hillesluis is op de meeste plekken toegang tot groen. Echter zijn er ook binnen deze gebieden plek­ ken waar geen toegang is tot groen op 300 meter loopafstand.

Gemeente Rotterdam 43

Geluidhinder Op basis van expertjudgment is ingeschat in hoeverre de verdichting A-Z leidt tot een toe- of afname van het aantal geluidgehinderden. Ten behoeve van deze beoor­ deling zijn ook geluidcontouren berekend. Hierbij zijn de verkeersgegevens gebruikt van het (uiteindeljke) integrale voorkeursalternatief. Deze aanpak is mogeljk omdat uit de verkeersanalyses blijkt dat de verschillen tussen de twee alternatieven, als het gaat om de verkeersintensiteiten op de A16 en het onderliggend wegennet, gering zijn. Dat heeft als gevolg dat ook ten aanzien van de bronsterkte van het wegverkeerslawaai de verschillen tussen de twee alternatieven onderling en met het uitein­ deljke voorkeursalternatief, gering zijn. Geluidcontouren zijn berekend voor wegverkeerslawaai (figuur 5.12), spoorweglawaai (figuur 5.13), tramverkeer (figuur 5.14) en gecumuleerd weg, tram en spoor (figuur 5.16). Naast deze bronnen is bij de beoor­ deling ook geluid van industrie, overige bedrijvigheid (zijnde niet gesitueerd op een gezoneerd industrieterrein) en nestgeluid van aangemeerde schepen betrokken.

V/

Uit de afbeeldingen blijkt dat geluid van wegverkeer, en vooral van de snelwegen en de hoofdontsluitingswegen, de belangrijkste veroorzaker van hinder is. Uit de con­ tourenkaarten blijkt overigens dat afscherming (door wallen of schermen, maar ook door bebouwing) de blootstelling aan geluid kan beperkingen. Nabij de spoorlijnen (alleen van belang bij Alexanderknoop en Feyenoord City) is ook spoorweglawaai re­ levant. De bijdrage van de tram is relatief klein. In de referentie en bij de twee alternatieven wordt uitgegaan van de mobiliteitstransitie. Dit betekent dat de trends in de stedeljke mobiliteit van de afgelopenjaren doorzetten (minder met auto reizen en veel meer met de fiets, te voet en het open­ baar vervoer). Voor de referentiesituatie wordt ervanuit gegaan dat de gemeente dit met flankerend beleid stimuleert (uitbreiding betaald parkeren, lagere parkeernormen, stimuleren deelauto's, werkgeversaanpak en herinrichting van openbare ruimte). Dit is meegenomen in het verkeersmodel. In figuur 5.16 zijn de contouren van gecumuleerde geluid geprojecteerd op de bouw­ vlakken van de referentiesituatie en de twee alternatieven.

Stille Groengebieden LĴ •v.' Ontwikkŕlveíden I .į -ril

Singels Rotterdamse Still

a iOũm loopafstand tot groen Figuur 5.11: Stille groengebieden in A-Z

Gemeente Rotterdam 44

WA ļįļįŜ'ĮļjřN

wmmP' x Ktaltngtr Plat

twn

aan ĴįŞįŠļ1

:Àf Ŭ ■MM - mrtfflļ. üujf nrein rn'! - f»'i

ĩm'fí:

, iï.*ĮĞïJČ

X^nŕifvt ff - lUiļ,

■JBEaïi ^ PWrw

iJJĒi

•ViŕKUř Aiaat

Kriii

Krin

ŴiÜįiįjM

N/11

ľSw

’

n7frBolnes

Bolnes

ÊPiìP Km

:ä

Geluidcontouren wegverkeerslawaai 50 tot 55 dB 55 tot 60 dB 60 tot 65 dB 65 dB en hoger

Figuur 5.13: Geluidcontouren spoorlawaai (bron: Movares)

Figuur 5.12: Geluidcontouren wegverkeerslawaai (bron: Movares)

Gemeente Rotterdam 45

3Ş''\\\įí« *

yļţfó ~.(W

^0-įoí

Klíl/llIJM’ Pil

,o.~-ŗ

MS

ZM wym

.VtŕllUř Mil ft»

Krin

Krin

N/K

N/11

mm íţśr?

Boln«*

Bolnet

Geluidcontouren tramverkeerslawaai

\ftiixu

Geluidcontouren cumulatie

50 tot 55 dB

50 tot 55 dB

55 tot 60 dB

55 tot 60 dB

60 tot 65 dB

60 tot 65 dB

65 dB en hoger

65 dB of meer

Figuur 5.14: Geluidcontouren tramverskeerslawaai (bron: Movares)

Figuur 5.15: Geluidcontouren gecumuleerd (bron: Movares)

Gemeente Rotterdam 46

De grootste toename van geluidhinder treedt op bij de bouwstenen in de Alexanderknoop en Kralingse Zoom. In beide alternatieven wordt daar een groot aantal wonin­ gen toegevoegd. Bij de Alexanderknoop gaat het om geluid van zowel trein als weg­ verkeer (A20,A16, Hoofdweg en Prins Alexanderlaan). In dit deelgebied geldt voor de beide alternatieven (bouwstenen AK1 en AK2) dat de kans op geluidhinder vooral zal toenemen als in de zone tussen de spoorlijn en de snelweg woningen worden toe­ gevoegd. Bij de Kralingse Zoom (bouwsteen AK1 in beide alternatieven) zijn de A16, Kralingseplein en de Abram van Rijckevorselweg de belangrijke geluidbronnen voor woningen die in dit deelgebied worden toegevoegd. De Abram van Rijckevorselweg is ook voor de bouwsteen E1 (alternatief Concentreren) een bron van geluidhinder. In het alternatief Spreiden is ook bij de bouwsteen in de Boszoom tussen A16 aan de ene kant (momenteel (nog) zonder geluidschermen) en het wegverkeer en de tram langs de Boszoom aan de andere kant de kans op het toenemen van het aantal geluidgehinderden groot. De beoordeling van deze bouwsteen (BZ2 in alternatief Spreiden) is negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De twee bouwstenen in Feyenoord City liggen in de invloedsfeer van de spoorlijn en de Stadionweg, maar hebben een relatief rustige kant langs de Nieuwe Maas.

Wel moet rekening worden gehouden met geluidhinder van de aanwezige bedrijven. Bij het alternatief Concentreren (bouwsteen FCPlus) worden veel woningen toege­ voegd (waardoor de hinder kan toenemen)./ Dit wordt (door overkapping van een deel van de spoorlijn) deels teruggedrongen. Daarvan profiteren ook de bestaande aangrenzende woonwijken. Bij het alternatief Spreiden (FCBasis) worden minder woningen toegevoegd, maar ook geen afschermende maatregelen genomen. Ook in de Esch is de geluidbelasting hoog. Dit komt met name door de A16, Abram van Rijckevorselweg, Kralingse Zoom en de nieuwe oeververbinding. In de Esch is ten opzichte van Kralingse Zoom en Alexanderknoop wel meer ruimte om de be­ oogde verdichting akoestisch slim in te passen. Al met al kan worden vastgesteld dat geluidhinder een belangrijk issue is bij beide alternatieven. In vrijwel elk deelgebied speelt geluid een belangrijke rol. De beoor­ deling van de bouwstenen waar veel woningen worden toegevoegd nabij hoofdinfra­ structuur (spoorweg en snelweg) is zeer negatief. Deze bouwstenen (in de deelge­ bieden Alexanderknoop en Kralingse Zoom) zijn in beide alternatieven aanwezig.

Gemeente Rotterdam 47

Figuur 5.16: Geluidcontouren (gecumuleerd) gerelateerd aan de deelgebieden. Links referen­ tie, midden alternatief Spreiden en rechts alternatief Concentreren (bron contouren: Movares) Referentiemodel 2030

Concentratiemodel 2040

Spreid Ings model 2040

VERSTEKLUK1NC

VtflSIHDSLUKINQ

erdlċhtlhg

Vartpeneelde pla anniilliMigen

«44

VWdlclning Indegetň KOMJIAI

flCBULKrfflfKlultNCIWEM

iblr.smle

•Ŵï«*

n Alexander knoop

■pR

WAim'ltľ LAKD5DIÄP EN OPDMWCMW

VíitxwdiMftìn «LľlńTIEFLAŕ Alexanderkn

Alexanderknoop 11)118 omklem Iţxŗ.vLrurU-ļuir

Gplï- ::ŕlA*liirļi.C')íll ĉ LtUdlJr.llkíLJ' Lţ^dde spo»ldn

Bo sloom

Kralingse Zoom/EUR

Boszoom

Het Lage Landļ

7/iC

Boszoom

Het Lage Landļ

Kralingse ZoomíUR

KralIngseZoom/EUR

De Esch

De Esch

Het Lage Landļ

fc*-KJ

i’.m

Bloemhof StHIllesiuIs'

ïhof 6 Hlllesluisl

Bloemhof a Hitlesluis

ŜĴlď Hart van Zuid

Feyenoord Cit;

Hart van Zuid

Feyenoord Cityļ

mik

Gemeente Rotterdam 48

worden overschreden. Het is daarom van belang dat de luchtkwaliteit verder wordt verbeterd door de emissies te verminderen en de luchtkwaliteit te blijven monitoren.

Stille gebieden Voor de (bereikbaarheid van) stille gebieden is de beoordeling van de beide alterna­ tieven positief. Beide alternatieven gaan uit van het toevoegen van groen en van maatregelen die leiden tot een betere bereikbaarheid van de groene en stille gebie­ den. Op de zuidoever profiteren ook de bestaande woonwijken daarvan.

Geur De geurcontour van AWZI Kralingseveer overlapt voor een klein deel met de be­ oogde verdichting in het concentratiemodel langs de Autolettestraat. Bij de exacte situering van de beoogde verdichting dient met deze geurcontour rekening te wor­ den gehouden. Verder vormt het thema geur geen belemmering voor de beoogde verdichting in A-Z.

5.2.2 Luchtkwaliteit Stikstofoxiden en fijn stof Maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de componenten stik­ stofoxiden en fijn stof (PM10, PM2,5).

5.2.3 Veiligheid Externe veiligheid De ambitie van Rotterdam voor externe veiligheid is 'zoveel als mogelijk voorkomen dat bewoners worden blootgesteld aan risico's van externe veiligheid en het beper­ ken van de gevolgen van een incident. Deze ambitie is gebruikt bij de beoordeling van de bouwstenen en de alternatieven. Bij de beoordeling is gekeken naar de lig­ ging van de bouwstenen binnen aandachtsgebieden en de impact op het groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Wat betreft aandachtsgebieden is met name gekeken naar brand- en explosieaandachtsgebieden. Binnen deze aandachts­ gebieden zijn mogelijk extra maatregelen nodig vanwege een brand of explosie. Daarnaast kan een ruimtelijke ontwikkeling binnen een brand- en aandachtsgebied een relevant effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. De kans dat een ruim­ telijke ontwikkeling binnen een gifwolkaandachtsgebied ligt is veel groter, gelet op de omvang van deze aandachtsgebieden. Daarnaast zijn standaardeisen in het Bouwbesluit opgenomen om de impact van een mogelijke gifwolk te reduceren.

In de huidige situatie wordt in heel A-Z voldaan aan de huidige EU-grenswaarden. Echter ook onder de EU-grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. Mede vanwege deze gezondheidseffecten worden de EU-grenswaarden waarschijnlijk in 2030 aangescherpt. In de nabijheid van drukke wegen, zoals hoofdontsluitingswegen, snelwegen en smalle en drukke straten in stedelijk gebied kunnen gezondheids­ risico's aanwezig zijn. In A-Z liggen diverse drukke hoofdontsluitingswegen en snel­ wegen (A16 en A20). In de huidige situatie is al een behoorlijk aantal mensen aanwe­ zig die worden blootgesteld aan verontreinigde lucht. Toch is de beoordeling van de huidige situatie neutraal omdat de vigerende wettelijke normen niet worden over­ schreden. De verwachting is dat in de toekomstige situatie (de referentie voor deze Aanvulling ROER) de luchtkwaliteit zal verbeteren als gevolg van het schoner wor­ den van auto's, een groter aandeel schone verplaatsingen en een daling van de achtergrondconcentraties. Daartegenover staat dat meer woningen worden toege­ voegd, ook in de nabijheid van drukke wegen. Hierdoor kan het aantal blootgestelden toenemen.

In de huidige situatie bevinden zich in A-Z diverse risicobronnen, waaronder risico­ volle bedrijven (met name LPG-tankstations), hogedruk aardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, weg en water, zie figuur ev 1. De gasleiding bij Feyenoord City in figuur 1 is inmiddels buiten gebruik.

In vergelijking met de referentiesituatie worden in de alternatieven Spreiden en Concentreren meer woningen toegevoegd. Omdat meer mensen worden blootge­ steld aan luchtverontreiniging is de beoordeling negatief ten opzichte van de refe­ rentiesituatie. Dit speelt vooral in de deelgebieden Alexanderknoop (AK1, AK2), Bos­ zoom (BZ1), Kralingse Zoom/Eur (AK1) en Feyenoord City (met name FCPlus, in min­ dere mate ook FCBasis). Voor het aspect luchtkwaliteit is de nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit (met een sterke aanscherping van de normen voor stikstofoxiden en fijn stof) een belangrijk aandachtspunt. Het risico is aanwezig dat lokaal deze aangescherpte normen

Gemeente Rotterdam 49

groepsrisico wordt in Alexanderknoop de oriëntatiewaarde (landelijke richtwaarde voor het groepsrisico) overschreden. De overschrijding wordt veroorzaakt door de hoge personendichtheid in combinatie met transport van gevaarlijke stoffen over de snelweg en een hogedruk aardgasleiding. In A-Z bevinden zich ook twee tankstati­ ons waar in de huidige situatie de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Het gaat om het LPG-tankstation aan de Abram van Rjckevorselweg 75 (deelgebied Kralingse Zoom/Eur) en het LPG-tankstation aan de Stadionweg 48 (deelgebied Feyenoord City. In en nabij Hart van Zuid zijn geen risicobronnen aanwezig. In de referentiesituatie worden woningen toegevoegd in de deelgebieden Alexan­ derknoop, Kralingse Zoom, Feyenoord City en Hart van Zuid. Voor de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom en Feyenoord City resulteert dit in een toename van het groepsrisico. Voor Hart van Zuid speelt dat niet omdat daar geen relevante risicobronnen aanwezig zijn. Voor Het Lage Land geldt dat de kleine toename van het aantal woningen in de referentiesituatie in combinatie met de plaats waar de wo­ ningen worden gerealiseerd naar verwachting geen relevante invloed heeft op het groepsrisico. Samenvattend kan worden gesteld dat de deelgebieden Alexander­ knoop, Kralingse Zoom en Feyenoord City negatief worden beoordeeld voor het as­ pect externe veiligheid.

ide Noorden

's Gravenland

Capellea/d IJssel

De twee alternatieven hebben als gevolg dat meer mensen (dan in de referentiesitu­ atie) worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico's. De toename van het groepsrisico is het grootst bij de bouwstenen AK1, AK2, KZ, FCBasis en FCPlus. Bij deze bouwstenen worden relatief veel woningen toegevoegd in gebieden waar ri­ sico's voor externe veiligheid aanwezig zijn, vooral gerelateerd aan het transport van gevaarlijke stoffen. Ook bij de bouwsteen BZ2 is dat het geval, maar is het aantal wo­ ningen dat wordt toegevoegd wat kleiner dan bij de knopen. Bij de bouwsteen E1 wordt een fors aantal woningen toegevoegd, die deels relatief dicht bij de A16 zijn gesitueerd. De A16 is één van de risicobronnen in het gebied vanwege het transport van gevaarlijke stoffen. De twee bouwstenen in deelgebied Feyenoord City hebben een negatief effect op het groepsrisico. Bij FC Basis gaat het vooral om het toevoe­ gen van woningen in de nabijheid van risicobronnen (met name het vervoer van ge­ vaarlijke stoffen over het spoor). Bij FCPlus is het aantal toegevoegde woningen veel groter, maar wordt de kans op een calamiteit verkleind door de overkapping van een deel van de spoorlijn (mits robuust genoeg). De twee bouwstenen in het Lage Land hebben een negatief effect op het groepsrisico als gevolg van het toevoegen van wo­ ningen.

Het effect voor dit deelgebied is relatief beperkt doordat de woningen op enige afstand van de belangrijke risicobronnen (spoor en A16/A20) zijn gesitueerd.

Inrichtingen

U BEVİ a.

LPG

4

overig

Water

\

RE**5" /S.

sUNct -

a.

TL

:aì

Buisleidingen

w

Figuur 5.17:. Risicobronnen A-Z. (bron: Signaleringskaart, 2023)

Er zijn in A-Z geen situaties waarbij (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare loca­ ties gevestigd zijn binnen de aanwezige PR10-6 contouren. Ten aanzien van het

Geconcludeerd wordt dat in zowel de referentiesituatie als de twee alternatieven meer mensen worden blootgesteld aan risico's van externe veiligheid. Tevens wordt

Gemeente Rotterdam 50

bij veel ontwikkelingen de afstand tussen risicobron en risico-ontvanger kleiner. In de alternatieven zal het aantal blootgestelden ten opzichte van de referentiesituatie verder toenemen. De toename van het groepsrisico is het grootst bij alternatief Con­ centreren omdat hier meer woningen worden toegevoegd in gebieden waar risico's voor externe veiligheid aanwezig zijn. De bouwsteen BZ2 van alternatief Spreiden heeft een grotere impact op de externe veiligheid dan de bouwsteen BZ1 van alter­ natief Concentreren.

Het grootste deel van de Rotterdamse primaire waterkeringen voldoet in de huidige situatie aan de wettelijke veiligheidseisen. De veiligheidseisen (overstromingskansnormen) bieden de wettelijke normen voor de benodigde veiligheid, gegeven de mo­ gelijke gevolgen. Dit zal in de toekomst het geval blijven. Er moeten wel voldoende mogelijkheden blijven voor de primaire keringen. Enkele dijkvakken langs de noordoever van de Nieuwe Maas voldoen niet aan de wetteljk gestelde eisen (nabij Maasboulevard/Boompjes en nabij Parksluizen). De Waterschappen nemen de benodigde voorbereidingen om de dijken in de toekomst te versterken. De status van de afgekeurde dijkvakken is geen acuut waterveiligheidsprobleem. Over de regionale waterkeringen zijn geen zorgen bekend. De laagst gelegen buitendijkse stedelijke kades van Rotterdam overstromen 10-15 keer per jaar. Zoals bijvoorbeeld bij het Bolwerk onder de Willemsbrug of bij de parkeerplaats Nautilus. Een overstroming van de laagste kades leidt in principe niet tot economi­ sche schade, er staan waarschuwingsborden en de kans op een slachtoffer is nihil. Eens in de 2 tot 10jaar is er sprake van echt wateroverlast met mogeljk economi­ sche schade tot gevolg door overstroming van de buitendijkse gebieden. Water komt in kelders van de laagstgelegen panden en wegen raken onbegaanbaar.

In de toe­ komst neemt de kans op hoogwater langzaam toe door zeespiegelstijging (de water­ hoogte stijgt) en buitendijkse bodemdaling (gebieden zakken als de buitenruimte niet wordt opgehoogd). Hierdoor zullen de kades van de buitendijkse gebieden va­ ker overstromen en dijken worden dan zwaarder belast. Om de kans niet toe te laten nemen, zijn maatregelen nodig. Buitendijks zijn maatregelen bijvoorbeeld ’hoog ge­ noeg' of 'adaptief' bouwen, binnendijks spreken we veelal van een dijkversterking als maatregel. Zeespiegelstijging komt door klimaatverandering. De snelheid waarin dit gebeurt, kent een onzekerheidsmarge. Het Deltaprogramma gebruikt daarom de klimaatscenario's van het KNMI om met deze onzekerheid om te kunnen gaan in be­ leid. » De landelijke en provinciale dijkversterkingen die het Rotterdamse binnendijks gebied beschermen houden rekening met het extremere W+ scenario. Bij dijk­ versterkingen wordt veelal 50jaar vooruitgekeken. Dit W+ scenario verwacht een stijging van de zeespiegel tussen de 40-85 cm in 2100 t.o.v. 1990, op basis van KNMI2014. » Het Rotterdamse uitgiftepeilen beleid adviseert een uitgiftepeil gebaseerd op een iets minder hoge waterstand die ééns in de 1000jaar kan voorkomen in het jaar 2100, bij het meer gematigde G+ scenario, eveneens gebaseerd op KNMI2014. Dit scenario verwacht een toename van de zeespiegel tussen de 35­ 60 cm in 2100 t.o.v.

1990. Dit beleid geldt voor nieuwbouw. Verwacht wordt dat het uitgiftepeilenbeleid in 2023/2024 wordt herzien als gevolg van nieuwe cij­ fers over zeespiegelstijging die het KNMI in oktober 2023 publiceert.

Waterveiligheid Het stedeljke deel van Rotterdam ligt voor het grootste deel onder de zeespiegel en is daarom kwetsbaar voor hoogwater op de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg. Het gebied wordt door een systeem van waterkeringen (dijken, dammen, duinen en stormvloedkeringen) beschermd tegen hoogwater vanaf zee en rivieren. Binnendijks gebied wordt beschermd door de primaire waterkeringen langs de grote rivieren en ligt veelal onder NAP. In het binnendijkse gebied is de kans op overstromen heel klein vanwege sterke en hoge waterkeringen, maar kunnen de gevolgen bij doorbraak groot zijn.

* Waterkering *

Diepe polders (tot -Gm+NAP)

*

Buitendijks gebied

*

Polder de Esch

™

Hoog

H

Laag

HiwMiM Primaire kermg

Figuur 5.18: Buitendijks gebied

Gemeente Rotterdam 51

De groei van de stad zorgt ervoor dat de gevolgen van een overstroming gaan toe­ nemen, zowel binnen- als buitendijks. Als een overstroming plaats vindt dan 1. Neemt het aantal mogeljke slachtoffers toe als er meer mensen gaan wonen, 2. Neemt de economische schade toe als er meer waarde in het gebied komt, 3. Neemt de maatschappelijke ontwrichting toe.

maatschappelijke ontwrichting neemt toe, maar niet significant omdat er al heel veel staat in het gebied. Om dijkversterking ook in de toekomst mogeljk te maken is het advies om een ruimte-reservering langs de waterkeringen aan te houden (een dijk wordt dan niet alleen hoger, maar vooral ook breder). Het is de inschatting dat de normering van de primaire waterkeringen deze toename in gevolgen voor de autonome ontwikkeling nog kan opvangen tot 2040. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat in A-Z de afgekeurde dijken bij de Maasboulevard, Boom­ pjes en De Esch worden versterkt door het waterschap. Om dijkversterking ook in de toekomst mogelijk te maken is het advies om een ruimte-reservering langs de water­ keringen aan te houden (een dijk wordt dan niet alleen hoger, maar vooral ook bre­ der).

Overstromingsrisico’s binnendijks

*

Afgekeurde primaire waterkeringen bij Maasboulevard. Boompjes

*

Alexanderknoop, Lage Land en

Overstromingsrisico s buitendijks

Boszoom liggen gem. op 6 meter onder NAP (gevolgen van...) *

Overige gebieden liggen rond NAP,

voorliggende Nesserdijk met toekomstbestendig

lokaal veel variatie

Grotere kans voor delen van De Esch, Eiland van Brienenoord en Feijenoord City (lage voordijk. lage kades) ------- I WÒW rv»m MO »f»r pMM — II VcttMt Mn -- III Vfetxart M"

vrmp'rpuaŵ

M nKÇe*h

rv Wdom -ocri»' m* o IV VC*30*« nM Mn onöKfrtn» "

IV VcMocc wh ntt Mn Pnirarv wŵr ooníet»

J___________________________ţļQŢQM 6*12*2032

VoortMttprMtntati*

4

Figuur 5.19: overstromingsrisico's binnendijks

De staat van de waterveiligheid binnendijks is in de referentiesituatie overwegend positief. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de autonome ontwikkeling » Tot een beperkte toename van de kans op een overstroming door zeespiegel­ stijging in de toekomst en bodemdaling, » Tot een beperkte toename van de gevolgen. De autonome ontwikkeling leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastruc­ tuur. De omvang van een dijkdoorbraak in schade, slachtoffers en

5-12-2022

Figuur 5.20: Overstromingsrisico s buitendijks

Gemeente Rotterdam 52

De staat van de waterveiligheid buitendijks is in de referentiesituatie matig. Ten op­ zichte van de huidige situatie leidt de autonome ontwikkeling: » Tot een toename van de kans op een overstroming buitendijks door zeespiegel­ stijging in de toekomst en bodemdaling, De sluitfrequentie van de Maeslantkering (bij 3.00m+NAP bij Rotterdam) zal bijvoorbeeld toenemen van grofweg ééns in de 10jaar in 2021 naar eens in de 5jaar in 2040 (Deltares, 2018).De au­ tonome ontwikkeling leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur. De gevolgen nemen toe. Ook het programma en bezoekersaantallen in de kwetsbare polder van De Esch kan toenemen (pro­ gramma Rivieroevers). » Specifiek voor A-Z geldt dat de Nesserdjk (die polder De Esch beschermt) geen wetteljke norm heeft waaraan deze moet voldoen, het is een zogenaamde 'ove­ rige' kering. De dijk wordt alleen beheerd in de huidige status en zal daardoor door de tijd zwakker worden. Het officieel buitendijkse gebied bij polder De Esch krijgt daarmee een grotere kans om te overstromen ten gevolge van een dijkdoorbraak. Er kunnen dan in het natuurgebied snel flinke waterdieptes ont­ staan met kans op slachtoffers.

»

Rotterdam gebiedsgerichte adaptatiestrategieën voor buitendijkse gebieden kan inzetten, » In combinatie met een uitgiftepeilen beleid buitendijks. Echter, het gedeeltelijk afgraven van de natuurpolder en de Nesserdjk heeft zeer grote gevolgen voor de waterveiligheid. Er zijn compenserende en aanvullende versterkingsmaatregelen nodig bij en aan de primaire waterkering op noord. Op basis van de analyse van de kansen en gevolgen vanuit het perspectief van de waterveiligheid kan een aantal randvoorwaarden voor de verstedelijking worden be­ noemd. Deze zijn weergegeven in tabel 5.7. Tabel 5.7: Randvoorwaarden en type maatregelen voor verstedelijking vanuit waterveiligheid, waterrobuust en klimaatbestendig bouwen______________________________________________ Waterdeelgebieden veiligAlexanderknoop, Lage Kralingse Zoom, De Esch, Fejjenoord heid Bloemhof-Hillesluis city Land,Boszoom

Laag 1: p re v e n tie

De bouwstenen leiden in A-Z tot hoofdzakelijk negatieve effecten voor verstedelij­ ken binnendijks. Ten opzichte van de referentiesituatie leidt het niet tot een toe­ name van de kans op een overstroming, wel tot een toename van de mogeljke ge­ volgen. Deze keuze leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer be­ bouwing en infrastructuur achter de dijk. De omvang van een dijkdoorbraak in schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting neemt toe. Het is de inschat­ ting dat de norm van de primaire waterkeringen de risico's dan niet meer kan opvan­ gen en dat dit zal leiden tot een strengere norm voor kerende dijken en kades. » Een deel van de verstedelijking is op Zuid, dit deel van de stad ligt relatief wat hoger en op steviger grond, en is daardoor wat minder kwetsbaar. » Noord omvat zowel ondiepe als diepe polders op relatieve slappe grond, die al kwetsbaar zijn voor bodemdaling en gevolgen van een overstroming. Gevolgen nemen toe en dit vraagt ook om maatregelen bij de verdere planuitwerking en een inspanning t.a.v. evacuatieplannen.

» Extra versterking aan of bįj primaire waterke­ ring bij afgraven Nesserdijk; » Ruimte reserveren voor mogelijke versterking van primaire waterke­ ringen in de toekomst » Aandacht voor veilig­ heid van de dijk indien Nieuwe Oeververbin­ ding de primaire water­ keringen op noord of zuid raakt.

Ten opzichte van de referentiesituatie leiden de bouwstenen voor verstedelijken buitendijks niet tot een toename van de kans op een overstroming, Wel tot een toe­ name van de gevolgen. Het leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur. De omvang van een overstroming buitendijks in schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting neemt toe. Het is de inschat­ ting dat we dit met de huidige koers en maatregelen die we nemen, deels kunnen op­ vangen omdat:

Gemeente Rotterdam 53

Beperkt en aangepast bouwen: gericht op verticale evacuatie in hoogbouw en/of voldoende shelters in directe nabijheid van (bestaande) woningen.

c 0 0 ü) 0 L. -M (ü 0

Aangepast bouwen: verticale evacuatie in meerlaagse bouw.

E 0

0 ■M

E

Laag 3:

b e h e e rm a a tre -

3 L. C\İ ü) 0 0 —1 Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

» Buitendijks het uitgiftepeilen beleid toepassen i.c.m. gebiedsgerichte adaptatiestrategie voor hoogwater (kades ophogen, aangepast bouwen (dryproof of wet-proof, enz.). » Rekening houden met de nieuwste inzichten KNMI. » Bij instandhouden polder De Esch en bij plaatsen brugpijlers aandacht voor beschermings-niveau van de Nesserdijk. Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

E

4

» -12

B Levensverwachting totaal [aantal járen] [2016] m Levensverwachting in goede ervaren gezondheid, vanaf geboorte [aantal járen] [2016] Figuur 5.21: Levensverwachting totaal respectievelijk in goede gezondheid (verschil ten op­ zichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

5.2.4 Gezond gedrag In het ROER is een beschrijving opgenomen van de gezondheidssituatie in Rotter­ dam en de relatie met omgevingsfactoren (de fysieke omgeving. Het overall- beeld is dat de levensverwachting in Nederland stijgt, maar dat Rotterdam in vergelijking met de rest van het land achterblijft en dat de verschillen binnen de stad groot zijn. Rotterdammers zijn ongezonder vergeleken met de rest van Nederland. Binnen de stad bestaan daarnaast grote gezondheidsverschillen. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn opleiding, inkomen en werk (verschil ca. 3jaar levensverwachting), on­ gezond gedrag (roken alleen al ca. 1,2jaar verschil in levensverwachting), luchtver­ ontreiniging (ca. 0,5jaar verschil) en minder groen in de omgeving (ca. 0,3 tot 0,6 jaar). Voor aantallenjaren gezonde levensverwachting zijn deze verschillen nog gro­ ter (Rotterdam, 2019). Dit speelt binnen Rotterdam als geheel, maar komt ook binnen het plangebied van A-Z tot uiting (figuur 5.21). Het percentage volwassenen met overgewicht is bijvoorbeeld 65^) in Bloemhof, tegenover Kralingen waar 25^j van de volwassenen kampt met overgewicht (figuur 5.22).

m Heeft ernstig overgewicht (obesitas), 18 jaar en ouder, vrouwen [96] [2020]

m Heeft ernstig overgewicht (obesitas), 18 jaar en ouder, mannen [96] [2020] Figuur 5.22 Aandeel mannen en vrouwen met obesitas (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

Gemeente Rotterdam 54

Gezond gedrag is een indicator in het aspect gezonde leefomgeving. Hieronder val­ len de parameters voldoende beweging, gezonde voedselomgeving, mentale ge­ zondheid en rookvrije generatie. Bij deze parameters speelt de fysieke buitenruimte een rol, maar dit is niet de enige factor van belang. Ook persoonlijke gedragsfactoren hebben een duidelijke invloed op deze parameters.

groen te realiseren en de bereikbaarheid van groene (en stille) plekken te verbete­ ren. Dat fungeert ook als uitnodiging om te bewegen. Bij alternatief Spreiden is van belang dat door de ontwikkeling van de Boszoom en de Bos-as de relatie tussen Het Lage Land en het Kralingse Bos (en verder naar het centrum) aantrekkelijker wordt gemaakt.

In het kader van deze Aanvulling ROER is voor dit aspect alleen gekeken naar de pa­ rameters Voldoende beweging en Mentale gezondheid. Gezien de inhoud van de al­ ternatieven is er voor gekozen de parameters Gezonde Voedselomgeving en Rook­ vrije generatie niet te behandelen.

De beoordeling van de beide alternatieven is positief. Mentale gezondheid Mentale gezondheid is (naar verwachting) te verbeteren via gezond fysiek gedrag, maar ook door verbetering van de sociaal-economische omstandigheden. De woon­ omgeving speelt - als daarvoor dejuiste de omstandigheden aanwezig zijn - een rol bij stressverwerking en tot rust kunnen komen. Meer zekerheid over werk en inko­ men kan bijdragen aan het voorkomen en verminderen van onzekerheid en stress, en daardoor goed zijn voor de mentale gezondheid.

Voldoende beweging Gegevens over voldoende beweging zijn niet beschikbaar op het niveau van de deel­ gebieden van A-Z. De gegevens voor de wat grotere gebieden in het plangebied la­ ten zien dat er (vergeleken met de rest van Rotterdam) relatief weinig wordt bewo­ gen (figuur 5.23). Alleen in het gebied Kralingen-Crooswjk ligt het aandeel van de inwoners dat voldoet aan de beweegrichtljn hoger dan het Rotterdamse gemid­ delde.

E

In Rotterdam heeft 10,4' van de 19 t/m 64-jarigen een hoog risico op een depressie of een angststoornis. Onder ouderen (65jaar en ouder) ligt dit op 8,0'. Dit is hoger dan in de rest van de Rjnmondregio (hier is dit respectievelijk 8,9 en 6,3'). Het ri­ sico verschilt per wijk, waarbij met name inwoners in Fejenoord een hoog risico heb­ ben op psychische problematiek. In Rotterdam gaf in 2016 14' van de inwoners van 19jaar en ouder aan zich ernstig eenzaam te voelen, ten opzichte van 12' in de rest van de regio Rijnmond. Dit percentage is gestegen ten opzichte van dejaren ervoor (8' in 2008, 14' in 2012). Eenzaamheid komt hierbij onder ouderen als onder vol­ wassenen (19 t/m 64jaar) ongeveer evenveel voor. Wel zijn er verschillen tussen wij­ ken. Met name in Feyenoord, IJsselmonde en Charlois komt eenzaamheid veel voor.

1096

ro ■o

De relatie tussen de buitenruimte en de mentale gezondheid is niet scherp in beeld. In ieder geval kan de buitenruimte zo worden ingericht dat deze zo min mogelijk stress oplevert en geen belemmering vormt om aan activiteiten deel te nemen die een positief effect hebben op de mentale gezondheid. Hieronder vallen onder andere een buitenruimte met voldoende groen, een goede toegankelijkheid, voldoende rust, een goede sociale cohesie en het stimuleren van meer bewegen. Gekeken naar de bovenliggende indicatoren, worden deze voor het grootste deel als redelijk beoor­ deeld. Wat hierbij opvalt is dat de probleemgebieden voor deze indicatoren zich alle­ maal opstapelen in dezelfde delen van de stad. De stadswijken Zuid, West en Cen­ trum scoren negatiever als het gaat om groen, een goede toegankelijkheid, de balans tussen rust en reuring, de mate van sociale samenhang en hoe uitnodigend deze ge­ bieden zijn om te bewegen. Dit zijn ook de gebieden waar problematiek op het ge­ bied van mentale gezondheid zich het meeste voordoet. In de afgelopenjaren is het

O)

» -1596 ■ Voldoet aan de beweegrichtlijn 2017,18 jaaren ouder [96] [2020] « Voldoet aan de beweegrichtlijn 2017, 65 jaaren ouder [96] [2020]

Figuur 5.23 Aandeel van de inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

Beide alternatieven bevatten maatregelen om meer te bewegen. Er wordt meer inge­ zet op de fiets voor verplaatsingen en er worden maatregelen opgenomen om meer

Gemeente Rotterdam 55

aantal mensen met een depressie of angststoornis toegenomen. Ook het aantal men­ sen dat zich ernstig eenzaam voelt is de laatstejaren gestegen. Naast de fysieke bui­ tenruimte is ook de sociaal-economische context van belang. Hierbij gaat het bij­ voorbeeld om de beschikbaarheid en bereikbaarheid van passende werkgelegen­ heid.

5.2.5 Overzicht In onderstaande tabellen zijn de beoordelingen van de referentiesituatie en het ef­ fect van de bouwstenen weergegeven Tabel 5.8: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied

Gegevens over de mentale gezondheid zijn voor de afzonderlijke deelgebieden van A-Z niet beschikbaar. Voor wat grotere gebieden is het beeld dat binnen A-Z vooral op de linkeroever (Feyenoord, Charlois, IJsselmonde) het aandeel van de bewoners dat zegt gelukkig te zijn lager is dan het gemiddelde van Rotterdam (figuur 5.24).

geluid

lucht

veiligheid

deelgebied Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom m Is tamelijk of heel gelukkig, 18tAn 64jaar [96] [2020]

0 0 0 0 0 0 0

Kralingse Zoom

B Is tamelijk of heel gelukkig, 65jaar en ouder [96] [2020]

Figuur 5.24 Aandeel van de inwoners dat zich tamelijk of heel gelukkig voelt (verschil ten op­ zichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

De Esch

De ruimtelijke en economische factoren die van belang kunnen zijn voor de mentale gezondheid worden door de voorgenomen ontwikkeling positief beïnvloed, maar er zijn ook bedreigingen. In beide alternatieven neemt het aantal inwoners toe (en daarmee ook de kans op negatieve interacties tussen inwoners en gevoelens van on­ veiligheid). Daartegen staan echter ontwikkelingen die positief inwerken op de men­ tale gezondheid. Het gaat daarbij om de sterke verbetering van de economische om­ geving (meer en beter bereikbare passende werkgelegenheid), verbeteringen van de woonomgeving en meer en beter bereikbare groene en stille gebieden.

Feyenoord City

0 0

0 0 0 0

Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid

Gemeente Rotterdam 56

5.3. Woonomgeving

lu c h tk w a lite it

externe v e ilig h e id

w a te rv e ilig h e id

gezond gedrag

AK1

--

±

-

--

±

+

AK2

--

±

-

--

±

+

LL 1

-

+

±

-

-

±

LL 2

-

+

-

-

-

+

BZ 1

-

+

±

-

±

±

BZ 2

--

+

-

--

-

+

KZ

--

±

-

--

±

+

E1

--

±

-

-

-

+

E2

-

±

±

±

±

+

FC Ba­ sis

--

±

-

--

±

+

FC Plus

-

+

-

--

±

+

Bloemhof/Hillesluis

B/H

±

+

±

±

±

±

Hart van Zuid

HvZ

-

±

-

±

±

±

deelgebied

Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom

Kralingse Zoom

S tille gebieden

bouw­ steen

G eluidgehinderden

Tabel 5.9: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesituatie)______________________________________________________________ ge­ zond veiligheid ge­ geluid lucht drag

5.3.1 Wonen Kwaliteit van de woningen De kwaliteit van de woningvoorraad van de woningen in de zone die binnen de afba­ kening van A tot Z ligt verschilt nogal. In wijken als Het Lage Land en Kralingen-Oost is het risico op funderingsherstel klein en is de energetische kwaliteit over het alge­ meen redelijk. In de wijken Bloemhof en Hillesluis zijn de woningen echter over het algemeen van mindere kwaliteit. Het risico op funderingsherstel is een stuk groter, en de energetische kwaliteit van de woningen is minder goed. Er is hier de afgelopen jaren al geïnvesteerd om de kwaliteit van de woningen te verbeteren, maar veel wo­ ningen zijn nog steeds in matige staat. In de referentiesituatie worden er in de zone A tot Z ongeveer 6.000 nieuwe wonin­ gen bjgebouwd. Dat betekent niet automatisch dat de kwaliteit van bestaande wo­ ningen erop vooruitgaat. Wel neemt het aandeel woningen van goede kwaliteit toe in de zone, omdat de nieuwe woningen met alle huidige eisen en bouwmethoden van goede kwaliteit zullen zijn. Dit geldt in de referentiesituatie vooral voor de gebieden Alexanderknoop, Het Lage Land, Kralingse Zoom, Feyenoord City en Hart van Zuid. In de andere deelgebieden wordt niet tot nauwelijks verdicht. Ook wordt de aanpak van de bestaande wijken, met bijvoorbeeld het voortzetten van NPRZ, doorgezet. Daardoor zal ook de kwaliteit van bestaande woningen verder verbeteren.

In het alternatief Spreiden worden extra woningen ten opzichte van de referentiesi­ tuatie toegevoegd (grofweg 20.000 bovenop de referentiesituatie), maar minder dan in het alternatief Concentreren. Dat betekent dat het aandeel nieuwe, en daarmee goede woningen, omhoog gaat. Daarmee verbetert de situatie voor de kwaliteit van de woningvoorraad. In de deelgebieden waar flink verstedelijkt wordt zal dat sterker gelden dan in de gebieden waar minder wordt toegevoegd. Voor Bloemhof en Hil­ lesluis geldt dat er wel iets wordt toegevoegd, maar het effect van die 300 woningen is beperkt. In Hart van Zuid worden geen woningen meer bovenop de referentiesitu­ atie gebouwd, dus ten opzichte van de referentiesituatie vindt hier geen verbetering plaats. In Feyenoord City (FCBasis) worden echter wel flinke aantallen nieuwe wo­ ningen toegevoegd, waardoor meer bewoners van de omliggende kwetsbare wijken de kans krijgen om naar een kwalitatief betere woning door te verhuizen. De situatie op Zuid zal - gezien de huidige kwetsbare voorraad - meer verbeteren dan op de noordoever, waar de woningen in de wijken die binnen A tot Z vallen of daaraan grenzen al beter van kwaliteit zijn.

De Esch

Feyenoord City

Gemeente Rotterdam 57

In De Esch (E2) worden in alternatief Spreiden zo'n 650 woningen toegevoegd, waardoor de situatie iets verbeterd. Bij Kralingse Zoom (KZ), de Alexanderknoop (AK2) en ook de Boszoom (BZ2) worden forse woningaantallen toegevoegd. De situ­ atie kwaliteit van woningen verbetert daarmee vooral voor de omliggende wijken, want in de wijken zelf zijn op dit moment slechts weinig woningen te vinden. In Het Lage Land (LL2) wordt ook verdicht, en wordt de woningvoorraad dus kwalitatief iets beter.

vergrijzing - en de beschikbaarheid van (bereikbare) werkgelegenheid. Over het ge­ heel zal dat betekenen dat in de referentiesituatie de woningvoorraad in beter in ba­ lans zal komen. Zowel op de noord- als de zuidoever zal dit het geval zijn. In de deel­ gebieden waar meer woningen worden toegevoegd, is de kans groter om wijken in balans te brengen. Dat geldt in de referentiesituatie voornamelijk voor Feyenoord City, Hart van Zuid, Kralingse Zoom en de Alexanderknoop. Ook de omliggende wij­ ken profiteren hiervan. Het is van belang dat bij de (planning van) de verdeling reke­ ning wordt gehouden met de demografische ontwikkelingen en sociaal-economische ontwikkelingen, zodat ook in de toekomst de woningvoorraad in balans blijft.

In het alternatief Concentreren komt er een flink aantal woningen bij: zo'n 28.000 bovenop de referentie. Dat betekent dat het aandeel nieuwe, en daarmee goede wo­ ningen, sterk omhoog gaat. Daarmee verbetert de situatie voor de kwaliteit van de woningvoorraad. In de deelgebieden waar flink verstedelijkt wordt (Feyenoord City, De Esch, Kralingse Zoom, Alexanderknoop) zal dat sterker gelden dan in de gebieden waar minder wordt toegevoegd. Ook voor alternatief Concentreren betekent dit dat de relatieve kwaliteitsverbetering van de voorraad op Zuid sterker is dan op Noord, omdat de wijken op Noord al een relatief betere kwaliteit van woningen kennen. In de deelgebieden Feyenoord City, Kralingse Zoom en de Alexanderknoop worden er zeer forse woningaantallen toegevoegd, wat de kwaliteit van de voorraad ten goede komt. Deze gebieden kennen echter in de huidige situatie niet zoveel woningen, dus de verbetering ten opzichte van de huidige situatie geldt vooral voor de omliggende wijken. In dit alternatief wordt de Boszoom (BZ1) niet bebouwd, en ook in Hart van Zuid worden geen woningen toegevoegd. In Bloemhof en Hillesluis en in iets grotere mate in Het Lage Land wordt enigszins verdicht, waardoor de situatie zeer licht ver­ betert. In De Esch (E1) komen er grofweg 5.000 nieuwe woningen bij, waardoor de gemiddelde kwaliteit van de woningen sterk verbetert.

■ sociaal basis ■ sociaal plus B middelduur H hoger en top

2.000

Balans in woonsegmenten In een aantal deelgebieden is al een (groot) aantal woningen aanwezig, in enkele deelgebieden (Boszoom, Kralingse Zoom, Alexanderknoop) nog niet of nauwelijks. De meest recente geverifieerde cijfers over de verdeling van de huidige woningen over de woonsegmenten is weergegeven in figuur 5.24. Op zuid is het aandeel Soci­ aal basis erg hoog en het aandeel Sociaal plus en Middelduur laag; het hoger- en top­ segment ontbreekt. In de wijken op de noordoever is er een minder ongeljke verde­ ling over de segmenten.

Prinsenland

Het Lage Land

Kraligen Oost

De Esch

Bloemhof

Hillesluis

Figuur 5.25: Verdeling van de huidige woningvoorraad over de woonsegmenten

In de referentiesituatie zullen er flink wat woningen bijkomen volgens de verdeling 25-40-20-15 (25% sociale huur, 40% middenhuur, 20% duurder en 15% topsegment). Deze voorraad kan nog gespecifieerd worden per ontwikkeling. In sommige wijken kan het wenselijk zijn om meer sociale of betaalbare woningen toe te voegen, in an­ dere wijken kan het wenselijk zijn omjuist duurdere woningen toe te voegen. Er is daarbij een relatie met de demografische ontwikkelingen - zoals het risico op

Omdat de prijzen de afgelopenjaren sterk gestegen zijn en de bouwkosten zijn toe­ genomen, zal het de aankomendejaren de uitdaging zijn om betaalbare woningen toe te voegen om de woningmarkt in balans te houden. De beide alternatieven voor A - Z kunnen hieraan bijdragen, omdat woningen in bestaande wijken die uit balans

Gemeente Rotterdam 58

zijn of dreigen te raken worden toegevoegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor een wijk als Kralingen-Oost, waar met de verdichting in de Kralingse Zoom, de Brainparken en Excelsior kansen liggen om ook betaalbare woningen toe te voegen. De bouwsteen KZ zit in beide alternatieven. In Bloemhof en Hillesluis kan lichte verdichting in com­ binatie met de aanpak van NPRZ zorgen voor een betere balans in de voorraad. Ook dit is onderdeel van beide alternatieven. Daarbij zorgen nieuwe woningen in het naastgelegen deelgebied Feyenoord City ervoor dat de balans kan verbeteren. Bouwsteen FC Basis (alternatief Spreiden) biedt daartoe kansen met een beperkte toevoeging van woningen. Bij de bouwsteen FCPlus worden veel meer woningen toegevoegd. Dit kan - door het grotere aantal -een positief effect hebben op de ba­ lans in de woningvoorraad, maar er is ook een risico dat bouwen in hoge dichtheden ten koste gaat van bepaalde woonsegmenten. Dit geldt ook voor de bouwstenen E1 en AK1 die onderdeel zijn van alternatief Concentreren.

A-Z ten zuiden van Maas is de groei van het aantal en aandeel ouderen bovengemid­ deld hoog. Er is een bovengemiddelde groei in wijken als Bloemhof en Hillesluis, ter­ wijl erjuist in Het Lage Land niet zo'n sterke groei plaatsvindt. In de wijken waar de woningen niet geschikt zjn voor ouderen neemt de vraagjuist sterker toe dan in de wijken waarjuist veel geschikte woningen voor ouderen zjn. Het toevoegen van wo­ ningen aan de voorraad én de upgrade van bestaande woningen kan bijdragen aan het verminderen van de onbalans tussen vraag en aanbod. In alternatief Spreiden worden meer woningen gebouwd dan in de referentiesituatie. Dit betekent dat er meer kans is op het realiseren van geschikte woningen voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Dit betekent een flinke vooruitgang, vooral op Zuid, waar de voorraad steeds meer uit verhouding dreigt te raken. Dit geldt voor Bloemhof en Hillesluis met een beperkte toevoeging, en het geldt zeker voor Feyenoord City (bouwsteen FCBasis) Daarnaast biedt alternatief Spreiden een grotere kans om (in aantallen) een grotere diversiteit aan woningen te realiseren dan in de referentiesituatie. Zo kunnen ruimere woningen voor gezinnen gebouwd wor­ den, waar in de stad veel behoefte aan is. Ook worden meer centrumstedelijke woon­ milieus aangeboden op de knopen. Tegeljkertjd vraagt het voldoende sturing op woonproducten.

Dit is iets waar in het vervolgproces rekening mee gehouden dient te worden.

De relatief kleine toevoegingen in Het Lage Land (bouwstenen LL1 en LL2) en in de Boszoom (BZ2) bieden kansen voor het verbeteren van de balans in de woonsegmenten. Alternatief Concentreren kan leiden tot relatief meer hoogbouw en kleinere wonin­ gen, terwijl alternatief Spreiden meer kans biedt om verschillende woonmilieus en woonsegmenten aan te bieden (maar wel in kleinere aantallen). In beide alternatie­ ven is het betaalbaar houden van de woningvoorraad een grote uitdaging de komendejaren. Zeker het middensegment verdient hierbij aandacht.

In het alternatief Concentreren worden fors meer woningen gebouwd dan in de refe­ rentiesituatie. Dit betekent dat er meer kans is op het realiseren van geschikte wo­ ningen voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Dit is een flinke vooruitgang, vooral op Zuid, waar de voorraad steeds meer uit verhouding dreigt te raken. Dit geldt enigszins voor Bloemhof en Hillesluis met een beperkte toevoeging, en zeker voor Feyenoord City (bouwsteen FCPlus). Het grotere aandeel nieuw toegevoegde woningen leidt voor bepaalde doelgroepen tot meer kansen voor een geschikte wo­ ning. Voor gezinnen is echter de verwachting dat dit alternatief verhoudingsgewijs minder nieuwe woningen zal opleveren, gezien de hoge dichtheden die gerealiseerd worden en de daardoor (per woning) kleinere beschikbare ruimte. Wel worden in al­ ternatief Concentreren meer centrumstedeljke milieus aangeboden. Het goed laten aansluiten van vraag en aanbod vraagt voldoende sturing op woonproducten. Dit is iets waar in het vervolgproces rekening mee gehouden dient te worden.

Toekomstbestendigheid Met name voor de doelgroepenjongeren en ouderen is te weinig aanbod van ge­ schikte woningen op dejuiste plek. In Rotterdam zjn nu in theorie wel voldoende geschikte woningen voor ouderen . Deze zjn echter niet altijd voor ouderen beschik­ baar, betaalbaar of niet meer geschikt als ouderen hulp of zorg nodig hebben. Daar­ naast staan ze niet altijd op de gewenste locatie (bij voorzieningen) of voldoen ze niet meer aan de woonwensen van de ouderen.Het aantal woningen dat geschikt is voor ouderen is hoog in wijken als Het Lage Land en Kralingen-Oost, terwijl dat in Bloemhof en Hillesluis veel minder het geval is. Door voor ouderen geschikte woningen worden ouderen verleid om uit een reguliere eengezinswoning te verhuizen. Door gericht voor studenten te bouwen worden zj verleid te kiezen voor de echte studentenwoningen, in plaats van het delen van een grotere reguliere woning. Op deze manier komen eengezinswoningen vrj voor ge­ zinnen. Het aantal huishoudens met ouderen zal toenemen door de vergrijzing. Tot 2035 komen er in heel Rotterdam naar schatting 28.000 huishoudens van ouderen bij. Dat is een groei van 40^j ten opzichte van 2016. In het centrum en de wijken van

Gemeente Rotterdam 59

verkeersroutes); daardoor blijft de situatie grofweg gelijk. Bij de Kralingse Zoom worden veel ingrepen gepleegd in de openbare ruimte, waardoor de kwaliteit sterk verbetert. Ook wordt er verdicht waardoor de druk toeneemt, maar per saldo verbe­ tert de situatie. In De Esch wordt in alternatief Spreiden licht verdicht en wordt een deel van de polder De Esch afgegraven. De polder wordt wel heringericht tot rivierpark en verbonden met de Oude Plantage. De Abram van Rjckevorselweg wordt her­ ingericht. Per saldo wordt de situatie iets minder positief, voornamelijk door het deels afgraven van de polder. Voor alternatief Concentreren worden dezelfde open­ bare ruimte ingrepen gedaan als in de Spreiden, er wordt echter zeer fors meer ver­ dicht. Dit zet de openbare ruimte onder druk, en krijgt daardoor een flink negatieve score. Bij Feyenoord City wordt fors verdicht, maar ook wordt er een nieuw rivierpark aangelegd. Ook de verbindingen tussen Hillesluis en het rivierpark worden ver­ beterd. In het alternatief Spreiden wordt iets minder verdicht dan in het alternatief Concentreren, wordt nog veel forser ingegrepen in de openbare ruimte, met onder andere een park als overkluizing van het spoor. Hierdoor zal voor dit deelgebied de situatie in beide alternatieven verbeteren, met positieve uitstralingseffecten voor achterliggende wijken als Bloemhof en Hillesluis.

In Bloemhof en Hillesluis zelf ko­ men er beperkt woningen bij en worden de Strevelsweg, Riederlaan, Groene Hilledjk en Bejerlandselaan aangepakt, waardoor de situatie licht verbetert. In Hart van Zuid wordt de Strevelsweg aangepakt, maar dat heeft een minimaal effect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=463e6c6e-e909-4c96-9033-8b77cee2384f