[23bb007314] Bijlage 2 behorende bij 23bb7325 - Nota van Beantwoording zienswijzenprocedure Partiele herziening Omgevingsvisie Rotterdam
Tekst van het document
In de huidige Rotterdamse Omgevingsvisie staat dat er naar een ander gebruik van de volkstuinen gekeken wordt. Er zijn geen uitspraken opgenomen over behoud van alle volkstuinen. De Oostflankzone is in de huidige Omgevingsvisie al aangewezen als verstedelijkingsgebied. Met het vaststellen van de Omgevingsvisie is ook afgesproken dat de visie geactualiseerd wordt als dat nodig is door ontwikkelingen in de stad.
û
Q
Door de verdere plannen voor verstedelijking, de stadsbrug en nieuwe openbaar vervoer in de Oostflank is een actualisatie nodig. Bij deze partiële herziening van de Omgevingsvisie wordt besloten om op termijn twee volkstuincomplexen op te heffen ten behoeve van verstedelijking. Voor de overige volkstuinen in de stad blijft de ambitie om te kijken naar ander of breder gebruik overeind. Afgelopen jaren is zowel voor de oeververbinding als voor de ontwikkeling van de Oostflank een uitgebreid participatieproces georganiseerd. Zie ook hoofdstuk 3 van de Nota voor beantwoording van zienswijzen over dit onderwerp. Bewoners, bedrijven en andere betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om mee te denken en/of kennis te nemen van de plannen. De stelling dat niet wordt voldaan aan het Verdrag van Aarhus herkennen wij dus niet. Het staat eenieder vrij om op de momenten dat dat kan in beroep te gaan en een procedure te voeren. Deze zienswijze is voor kennisgeving aangenomen. *) Zienswijze 110 wordt ondersteund door indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287 **) Zienswijze 192 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 195
4.
M.e.r.-procedure
117 Iemand maakt bezwaar tegen het feit dat er een besluit genomen wordt, voordat onderzoek is afgerond met een m.e.r.-procedure. De m.e.r.-procedure wordt pas uitgevoerd in de fase van ontwerp naar definitieve herziening Omgevingsvisie. Hij vindt dat te laat. De veronderstelling dat de m.e.r.-procedure pas is uitgevoerd in de fase van ontwerp naar definitieve herziening van de Omgevingsvisie is niet correct. Ter onderbouwing van de ontwerp-partiele herziening hebben wij twee milieuonderzoeken uitgevoerd. In het MER MIRT-verkenning zijn de verschillende alternatieven voor een nieuwe oeververbinding en HOV-lijn beoordeeld op milieu- en omgevingseffecten. In de Aanvulling ROER (Rotterdamse OmgevingsEffect Rapportage) zijn de milieu- en omgevingseffecten van de verstedelijking in de Oostflank beoordeeld. Over beide onderzoeken hebben wij advies gevraagd aan de onafhankelijke, landelijke Commissie voor de milieueffectrapportage. Op basis van het advies van de commissie m.e.r. hebben we beide milieuonderzoeken aangevuld. Het MER MIRT met een Addendum MER MIRT, Stadsbrug en de Aanvulling ROER met een Addendum Aanvulling ROER: Kwaliteit Leefomgeving.
28
^—
—^
De uitgevoerde milieuonderzoeken zijn op hoofdlijnen, passend bij de aard van de Omgevingsvisie. In de verdere uitwerking van de plannen zal gedetailleerder milieuonderzoek worden gedaan en waar nodig (in ieder geval voor de stadsbrug en HOV-lijn) opnieuw een m.e.r.-procedure worden doorlopen.
5.
Uitkomsten Aanvulling ROER
97, 110*), 152, 168, 232, 240, 253 Meerdere mensen benadrukken dat op basis van het ROER alleen maar geconcludeerd kan worden dat de plannen een sterk negatief effect op de kwaliteit van de woonomgeving hebben. En dat deze niet worden gecompenseerd door andere positieve effecten. Iemand anders vindt dat het criterium voor een nieuwe verbinding tussen deze twee wijken 'geen vervuilende uitstoot' moet hebben. Hij wijst er daarbij op dat de totaalscore van het voorkeursalternatief op het aspect 'gezonde leefomgeving' zeer negatief is. In een ander zienswijze staat dat het belangrijk is dat de gemeente groenwaarden, bodem en water sturend beleid, duurzaamheid, veiligheid van de nautische infrastructuur en een regionale aanpak centraal stelt bij het zoeken naar de juiste uitkomst.
In de Aanvulling ROER hebben we verschillende varianten voor de ontwikkeling van de Oostflank beoordeeld op milieu- en omgevingseffecten. Op basis van dat onderzoek hebben we het plan aangescherpt
û
Q
en een voorkeursmodel ontwikkeld. Vervolgens hebben we ook van dit voorkeursmodel de effecten in beeld gebracht. Een korte samenvatting van deze effecten: " Ontwikkeling van de Oostflank scoort (zeer) positief op effecten op het gebied van wonen, economie, bereikbaarheid en welzijn. " De ontwikkeling heeft negatieve effecten op het gebied van geluid en externe veiligheid. Dit is inherent aan de keuze voor verdichting in de bestaande stad: er komen meer mensen te wonen in milieubelaste zones (langs snelwegen en spoorlijnen) en in kwetsbare gebieden. De Aanvulling ROER geeft randvoorwaarden mee voor verdere uitwerking om te zorgen dat de risico's op het gebied van geluid en externe veiligheid beperkt blijven. " Belangrijk aandachtspunt zijn de keuzes ten aanzien van water, bodem en natuur, mede ingegeven door de recente landelijke richtlijn 'water en bodem sturend'. Verstedelijking biedt een kans om op het gebied van water, bodem en natuur kwaliteitsmaatregelen toe te voegen, zoals een nieuw rivierpark, vergroening in de wijken en klimaatadaptief bouwen, om de verslechterende situatie voor water en bodem te mitigeren. Hiermee kan de situatie voor bodem, water en natuur licht verbeteren ten opzichte van de autonome ontwikkeling, maar dat vraagt wel om investeringen.
Stichting Cralingheroort vraagt zich af of een bestuursorgaan de gezondheid en het welzijn van burgers in de ene wijk mag aantasten, om burgers in een andere wijk zich verder te laten ontplooien.
We streven ernaar om de gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving voor iedereen te verbeteren. In de definitieve herziening van de Omgevingsvisie hebben we daarom een extra gebiedskeuze opgenomen: 'investeren in de kwaliteit van de leefomgeving'. Het waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving vraagt gerichte aandacht in de uitwerking van de plannen. Een verdichtende stad biedt allerlei kansen voor verbeteren van leefomgevingskwaliteit voor bestaande en nieuwe woningen, maar op bepaalde plekken kan de kwaliteit ook onder druk staan. Dit vraagt om een breed pakket aan maatregelen. Eventuele lokale verslechtering op bepaalde aspecten, zoals bijvoorbeeld luchtkwaliteit of geluid, vraagt om extra verbetering op andere punten, bijvoorbeeld in parken en groen, aanbod en nabijheid van voorzieningen of een beter geïsoleerde woning. Uiteraard blijven we wel binnen de wettelijke grenswaarden en/of normen. Maatregelen worden op gebiedsniveau afgewogen, waarbij rekening wordt gehouden met de aandachtspunten die in de Aanvulling ROER zijn geformuleerd. *) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
29
^—
—^
Iemand anders zegt dat de keus voor de huidige invulling van de planning moeilijk te begrijpen is, als je uitgaat van 'verbindend groen', 'bodem en water sturend', 'behouden sportvoorzieningen' en 'efficiënt mobiliteitssysteem'.
We vinden het jammer dat de indiener van de zienswijze de gebiedskeuzes onvoldoende terugziet in de plannen. Wij denken dat we met het voorliggende plan een goede balans hebben gevonden tussen alle functies.
6.
Effecten nautiek in de ROER
304 Het Havenbedrijf Rotterdam benadrukt het belang van het vlot en veilig passeren van de stadsbrug door schepen. Het Havenbedrijf vraagt om het ROER en de Omgevingsvisie op dit punt aan te vullen. Ook vraagt hij om in de Omgevingsvisie zoveel mogelijk vrijheidsgraden te behouden in het ontwerp.
Een vlot en veilige doorvaart voor scheepvaart is een vastgesteld uitgangspunt voor de nieuwe stadsbrug. Dit is ook al zodanig vastgelegd in de bestuurlijke afspraken, zoals gemaakt in het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2022 en in de herziening van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een plan op hoofdlijnen. Hiermee bieden we voldoende vrijheidsgraden om het ontwerp in de volgende fase verder uit te werken.
7.
Milieueffecten van sluiten volkstuinen
59, 122, 300 Meerdere mensen vragen of de milieugevolgen van het sluiten van volkstuinen wel goed onderzocht is. Men is van mening dat bij zo'n ingrijpend besluit de natuurwaarden van volkstuinen benoemd en gekwantificeerd moeten worden. De Omgevingsvisie is een plan op hoofdlijnen, gericht op de lange termijn. Ter onderbouwing van de keuzes hebben we de milieu- en omgevingseffecten op hoofdlijnen onderzocht. Hier is ook gekeken naar de natuurwaarden van de volkstuinen. Wij denken dat stedelijke verdichting goed kan samengaan met het verrijken van natuur- en bodemleven. Daarom hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd voor groen en water, we noemen dat gebiedskeuzes. Deze gebiedskeuzes moeten worden gebruikt bij uitwerking van de verstedelijkingsplannen. In de volgende fase werken we de plannen verder uit. Dan onderzoeken we ook de natuurwaarden van de volkstuinen op een gedetailleerder niveau en kijken we of dit door nieuw groen op andere plekken voldoende gecompenseerd wordt.
30
8.
Aanpak onderzoek
48, 51, 52, 61, 97, 110*), 124, 161, 168, 178 Meerdere mensen vragen om op basis van het advies van de DCMR (meer) onderzoek te doen naar metro en/of tunnel en de modaliteiten openbaar vervoer, tram en metro uit de 6 resterende alternatieven. Een indiener constateert dat het voorkeursalternatief voor de oeververbinding en het verstedelijkingsmodel tegelijkertijd worden vastgelegd in de Omgevingsvisie. Dit is ongewenst, omdat onvolkomenheden of lacunes in het ene project leiden onvermijdelijk tot onvolkomenheden en lacunes in het andere, en omgekeerd. Iemand constateert dat er geen sprake is van integraal besluit MIRT en verstedelijking, maar van een volgordelijk besluit: eerst neemt het BO-MIRT het besluit dat de Oeververbinding een brugmet-tram moet worden, wat vervolgens als uitgangspunt genomen is om er de verstedelijking op af te stemmen. Dit wijkt af van wat daarover eerder is gepubliceerd. Iemand is van mening dat door de brug voorwaardelijk te stellen voor de woningen, de gemeente de situatie creëert dat die brug er koste wat kost moet komen, terwijl de oeververbinding niet deugdelijk is onderzocht.
In de aanvulling ROER is de uitkomst van de MIRT-verkenning, waarvoor een m.e.r.-procedure is doorlopen, als een gegeven beschouwd. In de
m.e.r.-procedure van de MIRT-verkenning zijn voor een groot aantal aspecten de effecten bepaald, waaronder verstedelijking en milieu. De samenhang tussen deze MER MIRT-verkenning en Aanvulling ROER staan in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD staan ook de twee m.e.r.-procedures die horen bij deze partiële herziening van de Omgevingsvisie. In de MIRT-verkenning zijn 6 alternatieven op dezelfde manier onderzocht; drie met een tunnel en drie met een brug als oeververbinding. Er is onderzoek gedaan of de alternatieven helpen om de doelstellingen te realiseren en wat de effecten op de leefomgeving zijn. Los van de nieuwe woningen is de brug belangrijk voor een betere ontsluiting van Rotterdam-Zuid en de ontlasting van bestaande OV-knooppunten, zoals Beurs. Tegelijkertijd zorgt de brug met bijbehorende OV-verbinding tussen Zuidplein en Kralingse Zoom voor een betere ontsluiting van een gebied op de noordoever dat nu een nog relatief lage dichtheid kent. Hierdoor ontstaat er de mogelijkheid om op de noordoever ook woningen te bouwen. Het Rijk betaalt mee aan de brug onder de voorwaarde dat de gemeente zich inspant om in de Oostflank woningen te realiseren. De keuze voor de oeververbinding is een keuze genomen op basis van bestuurlijke afwegingen. Bij deze afwegingen zijn de uitkomsten van de Aanvulling ROER en MER MIRT-verkenning meegewogen.
*) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
31
9.
DCMR advies: algemene opmerkingen
51, 52, 59, 61, 64, 84, 97, 110*), 121, 136, 161, 171**), 178, 179, 187, 256, 200, 266, 289 Meerdere mensen reageren op het advies van de DCMR en sluiten zich aan bij de conclusies en aanbevelingen. De keus voor een brug vindt men onvoldoende gemotiveerd. De onderzoeken naar luchtkwaliteit en geluid worden te kwalitatief en ontoereikend gevonden voor dit besluitvormingsniveau. De vraag is om de aanbevelingen, op- en aanmerkingen en conclusies van de DCMR op te volgen. Men vindt dat er nu geen besluit genomen mag worden over de Omgevingsvisie Oostflank, omdat er onduidelijkheden en tekortkomingen in het ontwerp zitten. Er worden veel te snel stappen gezet zonder juiste inschatting van de gevolgen en de risico's. Men vindt dat het doorschuiven van onderzoek naar de inpasbaarheid van een brug naar de planuitwerkingsfase en naar ruimtelijke vervolgbesluitvorming, een inhoudelijk en bestuurlijk- procesmatig risico is. Men ziet ook juridische risico's bij de planologische procedures. Op basis van het advies van de DCMR verwacht iemand grote vertragingen door inspraakprocedures. Een ander noemt de onduidelijkheid over de inpassing van een brug en wat de gevolgen voor de nautische veiligheid, het (deels of helemaal) verdwijnen
û
Q
van de natuur in Polder De Esch en gebrek aan compensatiemogelijkheden en de mogelijke afbraak van woningen en rijksmonumenten in Polder De Esch. Ook sluit iemand zich aan bij de conclusie van de DCMR dat nu nog onvoldoende duidelijk is of compensatiemaatregelen kunnen worden getroffen.
*) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287 **) Zienswijze 171 wordt ondersteund door de indiener van zienwijze 256, 178, 195
De DCMR heeft de ontwerp-partiële herziening Omgevingsvisie voorzien van een zeer uitgebreid advies. We waarderen de kritische blik van de DCMR als adviseur in dit complexe besluitvormingsproces. We herkennen de geschetste risico's, al hebben die ten dele betrekking op onderwerpen die verder gaan dan een beoordeling van het milieuonderzoek op juistheid en volledigheid en de doorwerking daarvan in de ontwerppartiële herziening van de Omgevingsvisie. Wij zijn van mening dat verdere aanvullingen in de milieu- en omgevingseffectrapportages niet per se leiden tot inperking van de geschetste risico's. Op basis van het advies van de DCMR en de Commissie m.e.r. en de opmerkingen in de zienswijzen hebben we twee aanvullingen gemaakt op de milieu- en omgevingseffectrapportages. In het Addendum MER MIRT-verkenning: Stadsbrug geven we een nadere toelichting op de wenselijkheid, haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de stadsbrug. In het Addendum Aanvulling ROER: Kwaliteit Leefomgeving gaan we nader in op de thema geluid en luchtkwaliteit.
32
^—
—^
10. DCMR-advies: onderdeel geluid, luchtkwaliteit, milieugehinderden
11. DCRM-advies: onderdeel bodem en water
61, 71, 80, 102, 107, 110*), 121, 161, 168, 178, 232, 271
178, 232
Meerdere mensen sluiten zich aan bij de opmerking van de DCMR dat de uitgevoerde onderzoeken naar luchtkwaliteit en geluid ontoereikend zijn. De vraag is om eerst verder onderzoek te doen en daarna een besluit te nemen. Iemand verwijst naar recent DCMRonderzoek waaruit zou blijken dat het nog niet goed gesteld staat met de doorberekening van geluid- en luchtkwaliteit, specifiek in het BKOgebied. Iemand anders stelt dat het feit dat het aantal milieugehinderden zal toenemen, in strijd is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
We delen het advies van de DCRM dat leefbaarheid en gezondheid belangrijke thema's zijn en dat op deze thema's een nadere duiding nodig was. Daarom hebben we een Addendum Kwaliteit Leefomgeving gemaakt bij de Aanvulling ROER. In dit Addendum wordt een nadere uitwerking gemaakt van de thema's geluid en luchtkwaliteit. Daarnaast nemen we in de definitieve herziening van de Omgevingsvisie een extra gebiedskeuze op: 'investeren in de kwaliteit van de leefomgeving'. Tot slot bieden monitoring en evaluatie van de kwaliteit van de leefomgeving kansen om gaandeweg bij te sturen als dat nodig is. *) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
Iemand is het eens met het advies en conclusies van de DCMR dat er voor de woningbouw geen derde alternatief is ontwikkeld dat bodem en water sturend is en rekening houdt met wateroverlast, bodemdaling en de gevolgen van klimaatverandering. Een ander wil graag een plan of alternatief zien dat bodem en water sturend is, en rekening houdt met de huidige wateroverlast, bodemdaling en de gevolgen van klimaatverandering.
Wij onderschrijven het belang van bodem en water als sturend element. In de Aanvulling ROER hebben we twee aparte varianten 'bodem en water sturend' onderzocht. Op basis daarvan hebben we de plannen aangescherpt. We zien de voorgenomen ontwikkeling van de Oostflank als kans om de (deels al bestaande) opgaven op het gebied van bodem en water aan te pakken. In de partiële herziening Omgevingsvisie en de gebiedsuitwerking Oostflank krijgt het thema bodem en water een stevige plek. Dit doen we door een aparte gebiedskeuze 'bodem en water sturend' (gebiedskeuze 2) en via maatregelen op het gebied van klimaatadaptief ontwikkelen, groen en water. Met deze uitgangspunten leggen we een goede basis voor de verdere uitwerking in deelgebieden en gebiedsontwikkelingen, waarin dit thema blijvend aandacht krijgt.
33
Hoofdstuk 3. Participatie 1. Welke partijen hebben geparticipeerd?
2.
78*)
10, 21, 26, 28, 29, 33, 35, 36, 44, 49, 51, 52, 55, 62, 71, 73, 74, 76, 79, 80, 81, 91, 97, 119, 121, 122, 125, 126, 129, 136, 140, 143, 153, 156, 159, 166, 168, 174, 177, 181, 184, 187, 189, 191, 200, 204, 205, 210, 222, 226, 229, 234, 239, 240, 241, 246, 253, 254, 272, 275, 279, 283, 286, 289, 303, 309
Met welke overheidsorganen, bedrijven en kennisinstellingen heeft de gemeente samengewerkt voor de Omgevingsvisie?
Voor deze partiële herziening van de Omgevingsvisie is input van veel verschillende partijen gebruikt, zowel institutionele partijen (zoals het Rijk en ProRail), bedrijven, bewoners(organisaties) en wijkraden. De omgeving is in de afgelopen jaren op meerdere momenten betrokken. In de Omgevingsrapportage staat meer over het omgevingsproces voor de Oostflank. *) Zienswijze 78 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 176
Verzoek om op de hoogte houden
Veel mensen willen op de hoogte gehouden worden over het verdere verloop van de procedure.
We houden alle belanghebbenden en indieners van zienswijzen op de hoogte van het vervolgproces en belangrijke stappen om de herziening van de Omgevingsvisie Oostflank vast te stellen. Dit doen we via e-mail en we zetten belangrijke informatie op de website van de gemeente Rotterdam (www.rotterdam.nl/oostflank).
Verzoek om samen te werken in het vervolgproces 10, 73, 82, 84, 89, 92, 99**), 111, 212, 133, 145, 149, 151, 153, 171***), 198, 199, 222, 235, 239, 244, 248, 258, 266, 283, 285, 286, 300, 304, 305 Meerdere organisaties, bewoners en ondernemers willen graag in het vervolgproces betrokken worden of samen werken met de gemeente.
We bedanken iedereen die mee wil denken in de volgende fase. Ook dan werken we graag samen met bewoners en gebruikers die het gebied goed kennen. De plannen worden per deelgebied of project uitgewerkt. Wanneer welk gebied of project start, is in grote lijnen bekend en vastgelegd in deel 4 van de Gebiedsuitwerking Oostflank. Hiernaast is een korte samenvatting opgenomen. Deze planning staat nog niet vast en kan veranderen. Op het moment dat we aan de slag gaan met ontwikkelingen in een gebied bekijken we welke communicatiemiddelen het meest geschikt zijn om **) Zienswijze 99 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 94 ***) Zienswijze 171 wordt ondersteund door de indieners van zienwijzen 256, 178, 195
34
bewoners en gebruikers te informeren. We werken hierin samen met de wijkraden en bewonersorganisatie en gebruiken wijknieuwsbrieven, social mediakanalen, de stadskrant, de gemeentelijke website en/of projectwebsites. Gebied/project
Indicatie planning
Alexanderknoop
2023-2040
Boszoom - Lage Land
2035-2040
Brainpark I
Ontwikkeling is reeds gestart
Kralingse Zoom
2030-2040
De Esch
2024-2040
Stadsbrug
2024-2028 planning en studiefase
Stadionpark
Ontwikkeling is reeds gestart
Bloemhof
Doorlopend
Hillesluis
Doorlopend
Hart van Zuid
Ontwikkeling is reeds gestart
4.
Betrokkenheid vervolguitwerking
82, 99*), 144, 145, 149, 151, 187, 198, 199, 222, 304, 305 Een aantal organisaties en bedrijven, zoals ProRail, Evides, Stedin, TenneT, GGD, het Havenbedrijf en het Ministerie van Defensie, willen graag betrokken worden bij de verdere uitwerking.
We bedanken iedereen die mee wil denken in de volgende fase. Ook dan werken we graag samen met bedrijven, organisaties, bewoners en gebruikers die het gebied goed kennen. Een deel van de bedrijven en organisaties is betrokken bij de gebiedsontwikkelingen. Een ander deel is lid van de gesprekstafel(s) die worden georganiseerd in de planning- en studiefase van stadsbrug, HOV-verbinding en station Stadionpark of (beoogd) lid van de Omgevingstafel Oostflank. *) Zienswijze 99 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 94
5.
Visie op participatie
78, 180 Iemand vraagt of de wethouder kan aangeven wat zijn persoonlijke visie op participatie van bewoners is en welke functie die volgens hem heeft voor de kwaliteit van de besluitvorming. Is het iets waar de wethouder met hart en ziel achter staat of eerder een vervelend obstakel dat nu eenmaal, om een of andere reden, in de wet staat en zo snel mogelijk doorgeworsteld moet worden? Iemand vraagt naar de visie op participatie van bewoners. Een ander vindt het ongepast om al 'jij en jouwend' bewoners op te roepen 'hun mening' te geven in de Stadskrant.
We maken de stad samen - de gemeente doet dit niet alleen. We hebben de verschillende (maatschappelijke) partijen, medeoverheden, kennisinstellingen, bewoners en ondernemers nodig. We geloven dat participatie tot betere plannen leidt, onder andere omdat bewoners hun buurt en wijk als geen ander kennen. Rotterdam wil bewoners betrekken bij grote en kleine plannen. Dat doen we op verschillende manieren. Met programma's als Wijk aan Zet en Betrokken Stad, via de wijkraden, de wijkhubs of bijvoorbeeld online op mijnrotterdam.nl. Meer informatie over participatie in Rotterdam staat op Meedenken en meedoen | Rotterdam.nl.
35
Samen aan de stad werken, kan zorgen voor kansen en energie. Maar als gemeente worstelen we hier soms ook mee. Bijvoorbeeld als het gaat om een urgent vraagstuk zoals woningnood, dat vraagt om tempo én moeilijke ingrijpende keuzes. Het is niet altijd makkelijk om de verschillende belangen af te wegen. Er zijn altijd mensen die geraakt worden door de moeilijke keuzes. We vinden het belangrijk dat we altijd duidelijk zijn of de omgeving kan meedoen, meebeslissen, meedenken of mee-weten. In de beginfase van de plannen voor de Oostflank was er meer ruimte voor meedenken dan tegen het einde. We hebben kritiek en bijval gekregen over de manier waarop de participatie is verlopen. Wie wil dat er nog een keer gekeken wordt naar de mate van participatie, kan hiervoor een klacht of melding indienen bij de gemeente Rotterdam. Dit kan door te bellen met 14-010 of via de website Tweede beoordeling participatie | Rotterdam.nl . In onze communicatie gebruiken we 'u' of 'je', afhankelijk van de doelgroep. We proberen Rotterdammers op een goede manier en in begrijpelijke taal aan te spreken. De ene keer is een meer formele stijl beter, een andere keer gebruiken we 'je' en 'jouw'.
û
Q
6.
Er wordt niet geluisterd
34, 35, 38, 48, 62, 78, 81, 95, 97, 103, 105, 107, 110*), 114, 117, 119, 121, 124, 136, 155,156, 163, 166, 169, 171**), 172, 178, 180, 181, 187, 189, 200, 203, 204, 211, 214, 222, 226, 235, 240, 244, 253, 263, 268, 287, 306, WR1, WR3
Veel mensen geven aan dat er wel wordt gevraagd om een mening te geven, maar dat er al van alles is besloten. Ze geven aan geen of weinig vertrouwen te hebben dat participatie serieus wordt genomen of dat er iets mee wordt gedaan. Meerdere mensen geven aan dat de gemeente Rotterdam een bedenkelijke reputatie heeft als het gaat om wérkelijk luisteren en invloed geven aan haar burgers. Een aantal mensen vraagt of participatie een 'wassen neus' is. Iemand geeft aan dat het plan voor de Oostflank voelt alsof 'er vanuit een arrogante hoogte een prestigieus plan is bedacht dat door de Rotterdamse strot wordt gedouwd'. Meerdere mensen geven aan dat er niet is geluisterd naar de meerderheid van de participanten. Sommigen vinden dat de participatie voor de oeververbinding volledig mislukt is, omdat het besluit voor een brug vroegtijdig is genomen. Voor een aantal mensen kwamen de plannen als verrassing. Hierdoor is het vertrouwen van burgers in het politieke proces geschaad. Iemand vindt het een gemiste kans dat participanten niet bij het afwegen van de criteria
voor besluitvorming zijn betrokken. Iemand vraagt of de gemeente na kennisname van alle bezwaren en waarschuwingen achter de plannen blijft staan. Een ander vindt dat de politiek willens en wetens het woongenoot van bewoners van De Esch (en het Rivium) aantast en dat dit het vertrouwen in de politiek aantast. Het Buurtcollectief De Esch vindt dat de gemeente zich er vaak 'makkelijk' vanaf maakt met een procedurele reactie. *) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287 **) Zienswijze 171 wordt ondersteund door de indieners van zienwijzen 256, 178, 195
In de zienswijzen maar ook eerder al in gesprekken komt naar voren dat het vertrouwen in participatie een flinke deuk heeft opgelopen. We kunnen ons dat voorstellen en hopen dat vertrouwen weer op te bouwen door voortdurend in gesprek te blijven met onze omgeving, te luisteren en te laten zien wat we met zorgen, suggesties en klachten doen. De kritiek gaat bij MIRT-verkenning Oeververbindingen met name op de timing én de aard van de keuze voor een brug. Voor de participatie voor de Oostflank horen we vooral dat er meer inspraak en langere tijd voor meedenken gewenst was. Daarnaast is er veel kritiek op het feit dat een groot deel van de participanten een andere mening heeft die niet is overgenomen in de plannen. Soms maken
36
^—
—^
wij toch een keuze die niet voor iedereen - of zelfs de meerderheid in een bepaald gebied - wenselijk is. Omdat de belangen van woningzoekenden botsen met die van volkstuinbezitters of de leden van sportverenigingen. Of omdat we vinden dat een ingreep voor de stad als geheel het beste is, ondanks dat het op specifieke locaties minder fijn uitpakt. Participatie is wat ons betreft niet hetzelfde als overnemen wat een (groot) deel van de (direct) betrokkenen wil. Dat betekent niet dat uw mening niet telt. De verschillende geluiden en meningen moeten helder zijn voordat het college en de gemeenteraad besluiten nemen. Voor de Oostflank hebben deze geluiden en meningen verwoord in de Omgevingsrapportage, voor de stadsbrug in het Integraal Participatierapport .(oeververbindingen.nl). De Omgevingsvisie is een document op hoofdlijnen en geeft richting voor de lange termijn (2040). Daarmee ontkomen we er niet aan dat we in een aantal gevallen een procedurele reactie moeten geven; zaken worden dan in een later stadium verder uitgewerkt. De kritische punten uit de zienswijzen nemen we mee naar de volgende fase, waarin plannen worden uitgewerkt en de omgeving opnieuw betrokken wordt. Voordat we aan de slag gaan met de participatie hiervoor, praten we ook met mensen die een kritische zienswijze over participatie hebben ingediend, om hiervan te leren en te kijken wat we anders kunnen doen.
7.
Onduidelijk waarop inspraak mogelijk is
156 Stichting Groenwaarde geeft aan dat gezien het debacle rondom besluitvorming bij de oeververbinding het nu opnieuw onduidelijk is waarop participatie in de zienswijze-periode kan plaatsvinden.
De partiële herziening van de Omgevingsvisie is het formele besluit om de plannen voor de Oostflank en het voorkeursalternatief voor de stadsbrug, hoogwaardige OV-lijn en station Stadionpark vast te leggen. Afgelopen jaren hebben we vanuit de ontwikkeling van de Oostflank en vanuit de MIRT-verkenning allerlei vormen van participatie en gesprek met betrokkenen georganiseerd. De zienswijze procedure is de laatste stap in de participatie. De mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze op de herziening van de zienswijze is een wettelijke mogelijkheid die geldt voor het hele document en op alle keuzes. Door het indienen van een zienswijze konden belanghebbenden schríftelijk hun mening geven op de partiële herziening van de Omgevingsvisie Oostflank. De gemeenteraad krijgt inzage in alle zienswijzen en weegt deze mee in haar besluit.
8. Werken aan herstel van vertrouwen 78*), 136, 166, 200, 222, 283, 286, 287, 306, WR1 Meerdere mensen geven aan dat er stappen nodig zijn om het vertrouwen te stellen. Welke aanpassing van management kan aan tijdige toepassing van vernieuwde methodiek en herstel van de dialoog met de omgeving bijdragen? Iemand vraagt of de wethouder bereid is om in de definitieve versie van de Omgevingsvisie expliciet aan te geven waar en hoe de wensen en voorstellen van de bewoners meegenomen zijn en waarom andere voorstellen verworpen zijn.
Op dit moment worden er veel gesprekken gevoerd met wijkraden en bewonersverenigingen over het herstel van vertrouwen, commitment voor de volgende fase en ruimte en spelregels voor participatie. De kritische punten uit de zienswijzen nemen we mee naar de volgende fase, waarin plannen worden uitgewerkt en de omgeving opnieuw betrokken wordt. Voordat we aan de slag gaan met de participatie hiervoor, praten we ook met mensen die een kritische zienswijze over participatie hebben ingediend, om hiervan te leren en te kijken wat we anders kunnen doen. In de Omgevingsrapportage voor de Oostflank geven we aan op welke onderdelen we voorstellen van de bewoners wel en niet hebben overgenomen. *) Zienswijze 78 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 176
û
Q
37
^—
—^
9.
Specifieke zorgen of vragen van groepen over participatie Buurtcollectief De Esch
240 Buurtcollectief De Esch noemt dat de kernwaarde 'we doen het samen' in de praktijk niet gebeurt. Ze vindt dat de gemeentelijke informatievoorziening onvoldoende is; een deel van de inwoners op de informatiebijeenkomsten is niet of slechts gedeeltelijk op de hoogte van de plannen. Ook geeft het Buurtcollectief aan dat het vertrouwen in de gemeente beschadigd is.
Allereerst willen we het Buurtcollectief bedanken voor hun actieve rol in het informeren van bewoners over de plannen en hen te helpen in het zienswijzen proces. Door de komst van de stadsbrug en het verkeer dat gebruik gaat maken van de brug, verandert De Esch. Voor de aanleg van de brug moet een deel van de oever bij De Esch afgegraven worden. Dit heeft te maken met het veilig en vlot passeren van de brug door de scheepvaart. Dit zijn heftige ingrepen met veel impact. We begrijpen dat dit voor bewoners - die in veel gevallen bewust kozen voor de rust van de wijk - heel vervelend en ingewikkeld is. Velen vinden dat alle nadelen van de plannen in hun wijk terecht komen.
mee naar de volgende fase, waarin plannen worden uitgewerkt en de omgeving opnieuw betrokken wordt. We zoeken daarbij naar een manier om tegemoet te komen aan de zorgen en wensen van bewoners. We blijven hierover graag in gesprek met het Buurt-collectief en hopen op verdere goede samenwerking, bijvoorbeeld tijdens het ontwikkelen van het Ambitiedocument voor De Esch. Om zoveel mogelijk Rotterdammers te bereiken over de plannen, stonden er advertenties in huis-aan-huis bladen, en waren er berichten over de ontwerpplannen in de Staatscourant, op ruimtelijkeplannen.nl, in wijknieuwsbrieven en op sociale media. We weten dat de berichten in de wijknieuwsbrieven zeer goed zijn gelezen en ook de berichten op social media hebben veel mensen (152.000 unieke bezoekers) bereikt. In overleg met de betrokken wijkraden en bewonersorganisaties organiseerden we in de periode dat de herziening Omgevingsvisie ter inzage lag 4 informatiebijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten werden de plannen toegelicht en bezoekers attent gemaakt op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Verder waren we bij enkele door andere georganiseerde bijeenkomsten, zoals het Bloemhof Festival en een overleg van de wijkraad Bloemhof.
Benut bestaande coalitie in De Esch 226, 261 De coalitie van woningbouwcorporatie en ontwikkelaars roept op om de bestaande samenwerking in De Esch te benutten en als uitgangspunt te nemen bij de participatie rondom de planvorming.
We gaan de komende tijd in gesprek met een vertegenwoordiging van de coalitie van woningbouwcorporaties en ontwikkelaars om met elkaar te onderzoeken hoe we hier gezamenlijk vorm aan kunnen geven.
Volkstuinvereniging Kweeklust 171*) Volkstuinvereniging Kweeklust geeft aan dat de puzzel voor inpassing op het Toepad nog niet af is. We willen graag in overleg.
Wij hebben inmiddels met u gesproken over uw alternatieve voorstel. Wij blijven graag in overleg met u over een goede overgangs- en compensatieregeling. *) Zienswijze 171 wordt ondersteund door de indieners van zienwijzen 256, 178, 195
We hebben zowel intern als met kritische indieners van zienswijzen het participatieproces voor De Esch geëvalueerd. De uitkomsten hiervan nemen we
û
Q
38
^—
—^
Volkstuinvereniging Nut en Genoegen 178 Volkstuinvereniging Nut en Genoegen geeft aan het gevoel in herhaling te vallen. Wij mogen meepraten en meeschrijven, maar daar lijkt het bij te blijven.
We snappen dat het frustrerend is als u het gevoel krijgt dat er niet geluisterd wordt. We nemen deze kritiek ter harte. In (formele) reacties of omgevingsrapportages laten we als gemeente zien wat we met de opbrengst uit de participatie hebben gedaan.
Reactie op het participatieproces door wijkraden
De wijkraad Bloemhof geeft aan dat participatieen informatievoorziening onder de maat was, vanwege de opzet van de bijeenkomsten.
We herkennen de zorgen van de wijkraden. Op de korte termijn organiseren kort na verschijnen van de Nota van Beantwoording spreekuren waarin indieners van zienswijzen de mogelijkheid een toelichting te krijgen en vragen te stellen. Ook worden bewoners via de wijknieuwsbrieven en social media kanalen op de hoogte gebracht van de wijzigingen. Op dit moment voeren we veel gesprekken om te leren van de afgelopen fase en lessen te trekken voor het vervolg.
AVVN Samen natuurlijk tuinieren 195
WR0, WR1, WR 3, WR4 Wijkraad Kralingen geeft aan dat vertrouwen in elkaar een voorwaarde is om bewoners meer bij het maken van de stad te betrekken. Neem de bewoners - hun expertise en creativiteit - serieus en gebruik die in de verdere uitwerking van de plannen. Wijkraad Lage Land geeft aan dat de Omgevingsrapportages goed beeld geven van het uitgebreide participatietraject, maar roept op om meerdere informatiebijeenkomsten in het gebied te organiseren waarin we bewoners meer worden genomen met de plannen. Wijkraad Vreewijk geeft aan dat de fundamentele zorgen en vragen onbeantwoord bleven en roept de gemeente op deze zorgen serieus te nemen.
û
Q
AVVN Samen natuurlijk tuineren geeft aan dat er niet is geluisterd naar de zorgen van de volkstuinverenigingen in het gesprek met wethouder Zeegers. De brief om het bestuurlijk voornemen te bevestigen lag al klaar, denken zij. Zij vinden dat geen participatie!
Wij begrijpen dat het voorstel om volkstuincomplexen op te heffen of te verkleinen pijnlijk is. Volkstuinen zijn van waarde voor de stad en voor de gebruikers, zoals in verschillende nationale en internationale onderzoeken is aangetoond. Ze hebben landschappelijke en groene waarde. De tuinen zijn belangrijk voor de biodiversiteit en - als onderdeel van grotere structuren - voor de ecologische netwerken. Volkstuinen hebben een sociale
functie, bieden ruimte voor gezond gedrag en ruimte voor waterberging bij hevige regenbuien. Desondanks vinden we het vanwege de woningnood in Rotterdam gerechtvaardigd om enkele (van de 44) volkstuincomplexen op te heffen zodat er ruimte komt om woningen te bouwen. We hebben een grote opgave als stad - we staan voor de uitdaging 70.000 woningen te bouwen voor 2040. Woningen die hard nodig zijn voor ontzettend veel mensen die geen passende woning kunnen vinden. In de brief die na het bezoek van wethouder Zeegers aan de volkstuinverenigingen is gestuurd, werd deze afweging door de wethouder toegelicht. Er was nog geen sprake van een collegebesluit, maar tijdens het gesprek hebben we duidelijk aangegeven dat er sprake was van een bestuurlijk voornemen.
Uitnodiging voor bezoek 84, 111, 244, 239, 286 Meerdere mensen nodigen de gemeente uit om te komen kijken op onze volkstuin. Zij geven aan 'wij laten u graag u dit mooie natuurgebied zien!'
Dank voor de uitnodiging. Verschillende medewerkers van de gemeente en bestuurders zijn meermaals bij de verschillende volkstuinen op bezoek geweest. We herkennen dus zeker de mooie natuur en de rijke biodiversiteit die u beschrijft. De keuze voor opheffing vinden wij ook een pijnlijke.
39
^—
—^
Dienstreis naar oplossingen met veerponten in Amsterdam
Betrokkenheid bewoners Drinkwaterweg 73, 128, 136
uitwerking van de plannen. Op dit moment zijn er nog geen nadere vragen aan MARIN gesteld.
180 Comité Bres nodigt wethouder Karremans uit voor een dienstreis om de oplossing met veerponten in Amsterdam te kijken.
Wethouder Karremans heeft deze uitnodiging eerder van u ontvangen. De oplossing voor veerponten is in de MIRT-verkenning besproken, en is niet als alternatief onderzocht. Dit heeft er onder meer mee te maken dat we inzetten op een goede OV-verbinding tussen Zuidplein en Kralingse Zoom met voldoende capaciteit waarvoor een vaste oeververbinding nodig is. We zullen daarom niet op uw uitnodiging ingaan.
Hoogbouw in De Esch 287 Iemand vindt een maquette voor hoogbouw in De Esch broddelwerk.
Wij vermoeden dat u doelt op de maquette die is gemaakt door private initiatiefnemers uit Kralingen en De Esch. Deze maquette is geen initiatief of eigendom van de gemeente en is geen weerspiegeling van de plannen zoals nu worden vastgelegd in de partiële herziening Omgevingsvisie.
û
Q
Ga het gesprek aan met bewoners van de Drinkwaterweg. Meerdere mensen vragen hierom. Zij vinden dat ze nu te dwingend worden geïnformeerd. Dat is niet hoe ze met de gemeente om willen gaan.
De uitnodiging om in gesprek te gaan met de bewoners aan de Drinkwaterweg hebben we aangenomen.
*) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
Betrokkenheid bewoners Koningslaan 153 Iemand geeft aan dat het meenemen van bewoners op de Koningslaan te beperkt was. Ook was het te kort dag om tot goede organisatie te komen om een goede zienswijze in te dienen.
Cralingheroort 110*) De Stichting Cralingheroort is van mening dat niet alleen de projectorganisatie, maar ook andere belanghebbenden betrokken hadden moeten worden bij de onderzoeksvragen die dit jaar aan MARIN zijn gesteld.
We hebben de stichting Cralingheroort uitgenodigd om deel te nemen aan de Omgevingstafel voor de stadsbrug, HOV en station Stadionpark, voor de volgende fase (planning- en studiefase). De Omgevingstafel heeft een adviserende rol in de planning- en studiefase van de stadsbrug, OV-lijn en station Stadionpark. Aan de Omgevingstafel worden verschillende belangen vertegenwoordigd. Cralingheroort kan hier vanuit het belang van de bewoners van De Esch adviseren over de verdere
In 2021 en 2022 hebben we actief gezocht naar deelnemers voor de participatie. Hierin hebben we gebiedscommissies/wijkraden, maatschappelijke organisaties, verenigingen en betrokken bewoners actief benaderd. Omdat er nog geen plannen lagen, was het soms best zoeken naar bereidheid om deel te nemen aan de sessies. De groep eerder betrokkenen hebben we regelmatig geïnformeerd over de stand van zaken en bijeenkomsten. In 2023 hebben we direct geraakte stakeholders, zoals sport- en volkstuinverenigingen actief geïnformeerd. Dit hebben we niet specifiek gedaan voor de bewoners langs het beoogde tramtracé. Dit heeft er deels mee te maken dat het tracé voor deze nieuwe HOV-lijn niet vastligt en meer onderzoek vraagt. Achteraf gezien was het netjes geweest hier al in eerder stadium actiever contact over te zoeken. Inmiddels is ook in de stukken voor de herziening van de Omgevingsvisie duidelijker
40
^—
—^
aangegeven dat het doortrekken van de HOV-lijn naar Alexander in de Omgevingsvisie nog verder onderzocht moet worden voordat er keuzes worden gemaakt. We hebben de bewoners van de Koningslaan uitgenodigd om in gesprek te gaan en afspraken te maken over de verdere betrokkenheid.
Bloemhof 302 Corporatie Woonstad houdt een pleidooi om huidige bewoners en buurten als uitgangspunt te nemen. De gemeente zou regie moeten nemen om samen met bewoners, wijkraad, corporaties en andere partners problemen en oplossingen te definiëren. Gebruik de gezamenlijke ontwerpkracht. Specifiek voor Bloemhof-Zuid is het verzoek een gezamenlijke probleemdefinitie op te stellen, als basis voor een gezamenlijke toekomstvisie en stappenplan. Voorstel om voor Bloemhof-Zuid een designstudio in te zetten, waarin in een gestructureerde maar flexibele omgeving alle deelnemers kunnen experimenteren en innovatieve ideeën verkennen.
Wij kunnen ons goed vinden in het pleidooi van Woonstad. We streven ernaar om de Oostflank te ontwikkelen volgens het principe van 'goede groei'. We vinden het belangrijk om verder te bouwen op de karakteristieken en het DNA van de bestaande stad als identiteitsdragers van de toekomst. Daarnaast gaan we uit van 'samen stad maken': met bewoners,
gebruikers en ontwikkelaars geven we invulling aan de ontwikkeling van de stad. Bij de ontwikkeling van de visie voor de Oostflank hebben we dit ingevuld met onze omgevingsaanpak in verschillende fases. In de omgevingsrapportage staat een uitgebreid verslag van alle georganiseerde bijeenkomsten. We hebben onder andere gebruik gemaakt van een spelsimulatie (serious game) om samen met bewoners en gebruikers het gesprek te voeren over verstedelijking en investeringen in de kwaliteit van de leefomgeving. Ook in de volgende fases zullen we actief op zoek gaan naar manieren om met de wijkraden, bewoners en partners te komen tot een goede uitwerking van de plannen.
Creatieve ideeën hoe het anders kan 124, 130, 136, 166, 222, 226, 235, 250, 266, 286, 287, 300 Meerdere mensen stellen voor bewoners een Omgevingsvisie te laten maken met steun van ambtenaren. Kralingen aan de Maas geeft aan bewoners en lokale organisaties een grote stem in de toekomstplannen van de stad te geven. Deze tijd vraagt om nieuwe structuren: hoe inspirerend om dáármee mét de bewoners de ontwikkelingen in de stad aan te gaan! Ik verzoek u op grond van het bovenstaande om nieuwe burgerinspraak te organiseren, waar burgerprofessionals - betrokken bewoners die hun buurt door en door kennen - de wijk vormgeven.
Een aantal mensen zou het een goed idee vinden een Raad van Tegenspraak te installeren.
We hebben veel waardering voor de ideeën en suggesties in de zienswijzen. Een aantal van de aangedragen punten zien we terug in de uitgangspunten van het participatiebeleid van de gemeente (zie Meedenken en meedoen | Rotterdam. nl) en ook in de aanpak voor de Oostflank en de MIRT-verkenning Oeververbindingen. Zowel voor de Oostflank als voor de MIRT-verkenning Oeververbindingen hebben we verschillende vormen van participatie ingezet om tot het goede gesprek te komen en kennis en ervaring van bewoners en gebruikers in het gebied te benutten. Bij de MIRT-verkenning Oeververbinding zaten bijvoorbeeld 'burger-professionals' aan tafel in verschillende expertgroepen. Het participatieproces voor de partiële herziening van de Omgevingsvisie wordt met deze Nota van Beantwoording en de besluitvorming in de gemeenteraad afgerond. In de volgende fase worden de verschillende plannen uit de Omgevingsvisie uitgewerkt. Dat doen we per deelgebied of project en samen met de omgeving. Er is dan volop ruimte voor participatie. In welke vorm en of er meegedacht of meebeslist kan worden, is nog niet bekend.
41
^—
—^
Hoofdstuk 4. Waarom verstedelijken in de stad en de Oostflank? 1. We kiezen voor goede groei 34, 46, 47, 78*), 79, 107, 112, 163, 178, 216, 250, 287, 302 Veel mensen vragen zich af wat goede groei inhoudt; waarom er in de Oostflank zoveel woningen moeten komen en wat dit doet met de leefbaarheid. Ook is men van mening dat de Omgevingsvisie te veel op economisch belang is gebaseerd. In sommige zienswijzen wordt erop gewezen dat het belangrijk is nieuwe ontwikkelingen aan te sluiten bij de bestaande buurten met hun sociale structuren zodat nieuwe buurten niet op zichzelf staan. Een aantal indieners is van mening dat er in deze Omgevingsvisie te veel nadruk ligt op woningen en te weinig op groen. De grote behoefte aan woningen moet uiteindelijk niet de kwaliteit en de leefbaarheid van de nieuw te bouwen woningen en hun omgeving volledig tenietdoen. *) Zienswijze 78 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 176
Goede groei wordt in de vastgestelde Rotterdamse Omgevingsvisie omschreven en is in de herziening Oostflank verder uitgewerkt. Er staat: "Verdichting als motor voor een sterke wijk, stad en regio. Verdichten met oog voor de identiteit van de wijken, voortbouwend op bestaande kwaliteiten. Dat is goede groei! Voor goede groei stellen we de drie ambities centraal: ongedeelde stad, sterke centra, en vitale stadswijken. De drie ambities helpen ons bij meerdere transities en grote veranderingen waar we voor staan: die van energie, grondstoffen, klimaat, mobiliteit en zorg. Zo bouwen we aan een meer inclusieve stad. Ontwikkelingen voldoen vanzelfsprekend aan hoge standaarden op het gebied van milieu, voorzieningenstructuur en leefomgevingskwaliteit.
Voor een goede groei van de Oostflank: * Bouwen we verder op de karakteristieken en het DNA van de bestaande stad als Identiteitsdragers van de toekomst. * Ontwikkelen we vanuit 2 perspectieven: wat levert het op voor de stad en wat levert het op voor de Rotterdammer? * Gaan verdichting (bouwen van meer woningen) en verbeteren van de bereikbaarheid altijd hand in hand met voorzieningen en verbetering van de openbare ruimte en/of leefkwaliteit. Waar we verdichten, versterken we de stad. We proberen Rotterdam op een gebalanceerde manier te laten groeien. Niet het economisch belang staat voorop, maar juist het algemeen belang (zoals in de Donut-economie). In onze ogen is het ontwikkelen van een visie voor een groot deel een vraagstuk van meerdere doelen in balans brengen, en niet het kiezen van één leidend thema. Er is niet alleen aandacht nodig voor thema's zoals bodem en water sturend, ook moeten we oog hebben voor voldoende woningen, bereikbaarheid voor mensen die dat nodig hebben en
42
economische kracht van onze stad en regio. Het maken van een visie is dan ook het zoeken naar de balans tussen al deze belangen en soms afgewogen keuzes maken, als niet alles tegelijk op dezelfde plek kan. Wij denken dat stedelijke verdichting goed kan samengaan met vergroening en met het verrijken van natuur en bodemleven. Daarom is er een aantal gebiedskeuzes gemaakt op het gebied van groen en water. Deze gebiedskeuzes zijn leidend voor de verdere uitwerking. In de herziening Omgevingsvisie wordt voorgesteld om groen toe te voegen op meerdere schaalniveaus. Hierin worden ook de natuurwaarden die verloren gaan door het opheffen van volkstuinen meegenomen.
Honingerdijk-Oostzeedijk 46 Iemand verzoekt Goede Groei concreet te maken met een duidelijk programma van eisen voor de Oostflank, specifiek in relatie tot leefkwaliteit omliggende buurten als Honingerdijk-Oostzeedijk.
De Honingerdijk-Oostzeedijk bevindt zich net op de grens van het plangebied van de Oostflank. We proberen de buurten die grenzen aan het plangebied zo goed mogelijk mee te laten profiteren van de ontwikkelingen.
û
Q
Voor de buurt Honingerdijk-Oostzeedijk gaat het dan om: " Een betere oversteek voor langzaam verkeer tussen de Honingerdijk, Abram van Rijckevorselweg en de Burgemeester Oudlaan. " De aanleg van een rivierpark tussen de Oude Plantage en Polder De Esch, inclusief een verbetering van het huidige park van de Oude Plantage. Voor nadere toelichting van de plannen voor de Oude Plantage verwijzen wij naar Oude Plantage | Rotterdam.nl. " Betere bereikbaarheid van de buurt door de komst van de nieuwe brug en hoogwaardige OV-lijn, waarbij we bij het uitwerken van de plannen opletten dat er geen nieuwe barrières komen.
Wijkvisie Kralingen-Oost 107, 306 De Bewonersorganisatie Kralingen-Oost hanteert de BKO-Wijkvisie Kralingen-Oost, 2022-2032 'Kralingen Van Bos tot Maas' als uitgangspunt voor hun zienswijze. De BKO-wijkvisie geeft het toetsingskader om plannen te beoordelen en is geschreven vanuit een drietal kaders: 1. Ruimtelijke ordening, waarbij de verdergaande verstedelijking wordt getoetst aan verdere verbinding tussen deelgebieden, groei van voorzieningen voor onderwijs, sport, cultuur en zorg en investeren in de leefkwaliteit.
2. Stedenbouw/wonen, waarbij verdichting van bebouwing in nu bestaande groengebieden onwenselijk is gebleken vanuit het karakteristieke van onze wijk. KralingenOost is een karakteristieke wijk met een historische uitstraling, grotendeels beschermd stadsgezicht. Kralingen-Oost is een diverse stadskern in het groen, met het Kralingse Bos op loopafstand, dat ook meer dan genoeg biedt om te werken, sporten en studeren. 3. Verkeer/milieu, waarbij de oeververbinding een toename van onveilige infrastructuur, verkeersintensiteit en doorstroomgebied voor de Kralingse Zoom betekent, die in volledige tegenspraak is met de door ons betitelde 'groene verbinding' en die milieutechnische aspecten verergert zoals fijnstof, lawaai en vermindering van groen.
Wij begrijpen de uitgangspunten uit de wijkvisie van de BKO. We houden daarom rekening met het historische karakter van Kralingen-Oost, maar willen wel bouwen rond de OV-knoop Kralingse Zoom, onder andere op de Brainparken. Ook herkennen we de zorgen over verkeersveiligheid en toenemend autoverkeer door de komst van de nieuwe stadsbrug. Daarom hebben we aandacht voor de veiligheid en oversteekbaarheid van belangrijke infrastructuren en houden hier rekening mee in de uitwerking van de plannen.
43
^—
—^
2.
Waarom meer woningen in de stad?
47, 70, 110*), 112, 178, 190, 211, 236, 239 Meerdere mensen vragen zich af of er geen alternatieven zijn voor de woningbouw in de stad. Zijn er geen betere alternatieven, bijvoorbeeld het verplaatsen van een bedrijventerrein? Waarom moeten er in de stad meer woningen worden gebouwd dan in het buitengebied.
Rotterdam bouwt niet alleen in de Oostflank. Zo wordt er veel gebouwd in de binnenstad en transformeren oude havengebieden zoals Merwe-Vierhavens in nieuwe stadsdelen. Buiten de stad wordt beperkt gebouwd, zoals in de Zuidplaspolder. *) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
Uit onderzoek blijkt dat er in de periode tot 2040 ongeveer 70.000 extra woningen nodig zijn. Dit zijn woningen voor Rotterdammers. Maar ook voor veel mensen die in Rotterdam willen wonen, maar geen plek kunnen vinden. Voor die groepen willen we bouwen. Klik hier voor meer informatie. Bouwen in de stad is naar onze overtuiging de meest duurzame keuze, omdat we daarmee de groene gebieden rondom de stad kunnen behouden. Ook kan je zo de voorzieningen en de kwaliteit van de stad het beste benutten. Door de kortere afstanden tussen wonen, werken en voorzieningen in de stad zullen bovendien meer mensen gebruik maken van openbaar vervoer of andere duurzame vormen van vervoer. Door buiten de stad te bouwen, kan er juist meer autoverkeer komen in de wijken en op de (snel)wegen, en daarmee meer vervuiling en overlast.
44
3.
Waarom meer woningen in de Oostflank?
23, 35, 40, 47, 56, 59, 61, 64, 70, 83, 95, 110*), 121, 166, 204, 244, WR0 Waarom moet er in de Oostflank verstedelijkt worden en moet alles wijken voor woningbouw? Meerdere mensen maakt zich zorgen dat verdere verstedelijking ten koste gaat van prettig wonen. Meerdere mensen hebben er begrip voor dat er nieuwe huizen komen om de woningnood op te lossen, maar het lijkt erop dat op ieder vrij plekje woningen worden gebouwd en dat groen, het natuurgebied De Esch, sportvelden en volkstuinen verloren gaan. Kijk niet alleen naar de Oostflank, maar ook naar andere plekken in de stad. Natuurlijk moet niet 'alles' wijken voor woningen. Zo blijft in het gebied het areaal voor sport behouden en gaat de verstedelijking nauwelijks ten koste van openbaar groen. Daarnaast voegen we veel groen toe, komen er nieuwe voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid. Met de Omgevingsvisie werken we aan 'goede groei' van de Oostflank en Rotterdam. We proberen de stad op een gebalanceerde manier te laten groeien. Niet het economisch belang staat voorop, maar juist het algemeen belang.
De druk op de woningmarkt van Rotterdam neemt al jaren toe. Dat komt onder andere doordat heel veel mensen die in Rotterdam werken er ook graag willen wonen. De ruimte in de stad is beperkt, daarom bouwen we in steeds hogere dichtheden met relatief minder grondgebonden woningen. Zo komen we tegemoet aan de behoefte aan woningen, terwijl we de open ruimte rondom de stad proberen vrij te houden. Rotterdam bouwt niet alleen in de Oostflank. In de binnenstad wordt flink gebouwd en we transformeren oude havengebieden zoals MerweVierhavens in nieuwe stadsdelen.
wat niet voor iedereen wenselijk is. In deze herziening van de Omgevingsvisie doen we op hoofdlijnen uitspraken over locaties en aantallen voor nieuwe woningen. De exacte invulling wordt in de volgende fase, de planning en studiefase uitgewerkt. Een zorgvuldige analyse van bestaande kwaliteiten is hierbij essentieel, net zoals het betrekken van de mensen in de wijken waar het om gaat.
*) Zienswijze 110 wordt ondersteund door de indieners van zienswijzen 172, 237, 117, 124, 161, 168, 178, 209, 234, 237, 264, 287
De nieuwe brug en de komst van 30.000 woningen, voorzieningen en banen bieden kansen. Verdichting als motor voor een sterke wijk, stad en regio. Maar wel bouwen met oog voor de identiteit van de wijken, voortbouwend op bestaande kwaliteiten. We zoeken naar manieren om functies te combineren, maar soms kan niet alles tegelijk op dezelfde plek. Dan moeten er keuzes gemaakt worden, die we niet uit de weg gaan. Keuzes die pijnlijk kunnen zijn als het over jouw sportclub of volkstuin gaat. Verdichting binnen de bestaande stad gaat zorgen voor veranderingen in de leefomgeving. Meer woningen betekent dat mensen die nu niet of met veel moeite een huis vinden, straks wel een geschikte woning kunnen krijgen. Meer woningen betekent ook meer draagvlak voor voorzieningen zoals winkels en scholen. Tegelijkertijd komen er meer mensen in hetzelfde gebied,
45
Herzie de Omgevingsvisie ook voor de Westflank 101, Wijkraad Het Lage Land-Prinsenland en 's-Gravenland WR0 Iemand vraagt om ook aan de slag te gaan met de Westflank. De prognoses die de gemeente hanteert voor de groei van het aantal Rotterdammers blijken in de praktijk structureel te laag. Rotterdam is populair! Gevraagd wordt daarom om naast het verhogen van de bouwambitie in de Oostflank, in de tweede helft van dit jaar te starten met een partiële herziening van de Omgevingsvisie Rotterdam voor de Westflank. Kijk niet alleen naar de Oostflank, maar ook naar andere plekken in de stad.
We delen de visie om in te zetten op binnenstedelijk bouwen. De bouwopgave van Rotterdam tot 2040 bedraagt maar liefst 70.000 woningen. Om dat aantal te halen zijn veel meer locaties nodig dan de Oostflank alleen. Andere plekken zijn de binnenstad, De Rijnhaven en locaties aan de Oude Lijn, de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht. Hiertoe behoren onder andere de Van Nelleknoop en Merwe-Vierhavens (M4H) in Rotterdam-West. Voor deze gebieden lopen aparte planprocessen, die op dit moment geen partiële herziening van de Omgevingsvisie vragen. De herziening voor de Oostflank was nodig omdat hier systeemkeuzes op de schaal van de hele stad worden gemaakt die om verankering vragen in de Omgevingsvisie.
Positief over woningbouw 2, 308 Meerdere mensen vinden dat er een recht bestaat op huisvesting en dat huisvesting een maatschappelijk belang is. Zij kunnen ermee instemmen om nu volkstuinen weg te halen en daar huizen te bouwen.
Hartelijk dank voor uw reactie en het onderschrijven van de opgave om te zorgen voor voldoende woningen voor onze inwoners. Helaas is het binnen de beschikbare ruimte niet mogelijk om alle ambities te realiseren én alle huidige functies te behouden. Op een aantal plekken stellen we stevige keuzes voor. Keuzes met effect op de huidige bewoners en gebruikers. Toch stellen we u voor deze keuzes te maken, omdat we denken dat het voor de stad en het gebied als geheel op lange termijn de beste keuze is. We zijn blij dat u deze afweging kunt begrijpen, ondanks dat het voor u als volkstuinbezitter wellicht nadelig uitpakt.
Behoud van landschap rondom de stad en samenhang met ontwikkelingen van buurgemeenten 23, 138, 145, 247 Hoe zorgt Rotterdam ervoor dat aanpalende gemeenten zoals Capelle aan den IJssel, Berkel en Bleiswijk met een eigen beleid ook hun verantwoordelijkheid nemen? Ook zijn meerdere mensen geïnteresseerd in de samenhang van programmering van buurgemeentes en samenwerking met deze buurgemeentes.
De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het woonprogramma in de hele provincie. Zij bepaalt of steden en dorpen kunnen uitbreiden en bewaakt de onderlinge samenhang. Zie Regionale Realisatieagenda's Wonen - Provincie Zuid-Holland. Rotterdam kan geen uitspraken doen over concrete vastgoedontwikkelingen in omliggende gemeenten. Wel overleggen we regelmatig met onze buurgemeenten over de effecten van de ontwikkelingen van de Oostflank en de ontwikkelingen bij de buurgemeenten (bijvoorbeeld Rivium in Capelle aan den IJssel). Er is aandacht voor het behoud van groen rondom de stad. Ook verkeerseffecten worden gezamenlijk bekeken, om eventuele nieuwe knelpunten samen op te lossen.
46
4.
Gebiedsspecifieke vragen Meerdere mensen vragen toelichting en argumenten voor ontwikkelingen binnen specifieke gebieden of voorzieningen in de Oostflank. Deze worden hieronder behandeld.
Impuls voor Zuid 137*) Iemand geeft aan dat een impuls voor Zuid verder gaat dan het bereikbaar maken van voorzieningen op de noordoever.
Wij zijn het eens dat voor het ontwikkelen van Rotterdam-Zuid meer nodig is dan een oeververbinding en/of OV-verbinding. De gemeente Rotterdam werkt met een aantal partijen al jaren aan het verbeteren van Rotterdam-Zuid, met speciale aandacht voor woonkwaliteit, opleidingsniveau en arbeidsparticipatie. Zie bijvoorbeeld www.nprz.nl/. Investeringen in de fysieke leefomgeving, ook op het gebied van voorzieningen, worden onder andere zichtbaar rond Zuidplein. Hier dragen een nieuw theater, een nieuw zwembad en een nieuw busstation bij aan Zuidplein als het hart van Zuid. In Stadionpark is afgelopen jaren al volop geïnvesteerd in sportaccommodaties. Dit gebied zal zich komende jaren nog verder ontwikkelen. En enige tijd geleden is het oude Zuiderziekenhuis verbouwd tot het eerste
categoriale gymnasium van Zuid. In de Rijnhaven wordt een park met strand gerealiseerd. Deze opsomming is niet compleet, maar laat wel zien dat er door vele partijen volop wordt geïnvesteerd in Rotterdam-Zuid. De nieuwe multimodale stadsbrug (voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer, en (beperkt) auto) tussen IJsselmonde en Kralingen zorgt ervoor dat circa 10.000 banen binnen 45 minuten bereikbaar zijn vanuit de focuswijken van Rotterdam-Zuid. Hierdoor worden de kansen voor Rotterdammers vergroot. Behalve banen, worden ook onderwijsplekken en voorzieningen beter bereikbaar. *) Zienswijze 137 wordt ondersteund door de indiener van zienswijze 148
Bouwen langs het spoor 82 ProRail vraagt om rekening te houden met schaduwwerking op panden van ProRail.
In de volgende fase werken we de exacte locaties waar woningen komen verder uit. Nu is op de kaart alleen nog in hoofdlijnen (vlekken) aangegeven waar we verwachten woningen te bouwen. De exacte locaties waar gebouwd gaat worden, moeten nog verder worden uitgewerkt. Die uitwerking vindt niet plaats voor de hele Oostflank, maar per deelgebied. Wensen van ProRail met betrekking tot bezonning en schaduwwerking zullen in de vervolgfase worden meegenomen. ProRail is ook betrokken bij de planvorming in de vervolgfase.