[23bb007307] Bijlage 5 behorende bij 23bb007299 over Beantwoording vragen RvW van Van de Peppel over Festivals tijdens het broedseizoen
Tekst van het document
Toezegging 23bb003278: De wethouder verzoeken de volgende vragen te beantwoorden en deze te betrekken bij de bespreking van de evaluatie Evenementenseizoen 2022. RvW van Van de Peppel over Festivals tijdens het broedseizoen (23bb003001)
Vraag 1: Is het organiseren van festivals in parken tijdens het broedseizoen juridisch verdedigbaar? Zo ja, waaruit blijkt dat? En welke rol speelt het begrip van ‘voorwaardelijke opzet’ hierin? Antwoord: De Wet natuurbescherming (Wnb) (artikel 1.11, lid 1) schrijft voor dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Evenementen zijn niet uitgesloten en worden beoordeeld als iedere andere activiteit. De zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer een evenement gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, de organisator zich voorafgaand op de hoogte moet stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het handelen. Dit is ook van toepassing gedurende het broedseizoen. In de Wnb zijn verschillende verbodsbepalingen opgenomen, waaronder bijvoorbeeld het verbod om van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen indien de storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5 Wnb). Hierbij dient onder opzet ook voorwaardelijke opzet te worden verstaan, dus dat bewust de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat de beschermde vogels worden verstoord.
Het is aan de organisator om te onderzoeken of er een ontheffing Wnb nodig is en, indien nodig, om deze te verkrijgen. Voor ontheffingverlening en toezicht en handhaving op grond van de Wnb is het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag (voor ontheffingverlening gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden en voor toezicht en handhaving gemandateerd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid) Het is aan het bevoegd gezag, in dit geval de provincie, om te beoordelen of er al dan niet sprake is van een overtreding van de Wnb (waaronder mede de beoordeling of sprake is van voorwaardelijke opzet). Vraag 2: Hoe kunnen wij controleren dat de gemeente Rotterdam zich bij het vergunnen van festivals in parken aan de Wet natuurbescherming houdt? Antwoord: De Wnb maakt geen onderdeel uit van het beoordelingskader in de APV voor het verlenen van evenementenvergunningen. De toezicht en handhaving van de Wnb in Rotterdam ligt bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 3: Hanteert u ecologisch advies bij het vaststellen van de jaarlijkse kalender voor B- en C evenementen? Zo ja, hoe wendt u dit advies doorgaans aan? Antwoord: In de kalenderprocedure wordt alleen nog bij nieuwe initiatieven in parken waarvoor geen locatieprofiel bestaat een stadsecoloog gevraagd om de mate van geschiktheid van een locatie en de gewenste periode te beoordelen in relatie tot de aanvraag. Deze beoordeling is
zwaarwegend met het oog op het kunnen verkrijgen van een plek op het B/C evenementenoverzicht. Zoals gesteld in het antwoord op vraag 1 is het vervolgens aan organisatoren van evenementen om onderzoek te doen naar de effecten van het evenement op flora en fauna. Vraag 4: Wint u periodiek ecologisch advies in over de aanwezige fauna op beoogde evenementenlocaties, dus locaties waarvoor een evenementenprofiel is opgesteld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet u ermee? Antwoord: Nee. In maart 2020 zijn locatieprofielen vastgesteld waarin natuurwaarden worden benoemd op basis van de bij de gemeente aanwezige kennis, bijvoorbeeld de aanwezigheid van vleermuizen. Ecologisch advies wordt niet periodiek ingewonnen omdat de omstandigheden en effecten ten aanzien van flora en fauna in de parken gedurende het seizoen en per evenement erg veranderlijk kunnen zijn. De wettelijke zorgplicht ligt bij de organisatoren van de evenementen. Organisatoren moeten zich ervan vergewissen dat zij voldoende zorg in acht nemen ten aanzien van de aanwezige natuurwaarden. De organisatoren moeten zich houden aan de Wnb. Vraag 5: Consulteert u een stadsecoloog bij het toetsen van een daadwerkelijke vergunningsaanvraag voor de organisatie van een grootschalig evenement in parken? Zo ja, hoe worden adviezen doorgaans verankerd in de voorwaarden van de vergunning, indien verleend.
Antwoord: Nee, zie het antwoord op vraag 2.