[23bb007276] Bijlage 1 behorende bij 23bb007275 over Onderzoeksrapport 'Ik gooi je op Telegram!'
Tekst van het document
Onderzoeksrapport in opdracht van gemeente Rotterdam
‘Ik gooi je op Telegram!’ De rol van meiden bij exposen in Delfshaven
Krista Schram, Marnix Eysink Smeets, Tineke Hendrikse
Omslagontwerp: Karin ter Laak – Off Grid studio
‘Ik gooi je op Telegram!’
‘Ik gooi je op Telegram!’ De rol van meiden bij exposen in Delfshaven Auteurs
Krista Schram, Marnix Eysink Smeets, Tineke Hendrikse
Onderzoekslijn
Publiek Vertrouwen in Veiligheid
Soort object
Onderzoeksrapport in opdracht van gemeente Rotterdam
Datum
10 december 2021
1
‘Ik gooi je op Telegram!’
Met dank aan:
-
Jeroen van den Broek
-
Habtom Ghebresellasie
-
Asena Cakir
2
‘Ik gooi je op Telegram!’
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1. Introductie
5
1.1
Vraagstelling
5
1.2
Onderzoeksmethode
5
1.3
Leeswijzer
6
2. Wat we al weten over exposen
7
2.1
Achtergrond van het fenomeen
7
2.2
Definitie en motieven
7
2.3
Gerelateerde fenomenen
7
2.4
Rollen
8
2.5
Gevolgen en impact van slachtofferschap
8
3. Exposen in Delfshaven
9
3.1
Hoe in Delfshaven wordt exposed
9
3.1.1
Seksueel getinte beelden
9
3.1.2
Beelden van andere vormen van ‘oneerbaar’ gedrag
10
3.1.3
Privégegevens op Telegram
11
3.1.4
Bedreigen met exposen
11
3.2
De rol van meiden
12
3.2.1
Meiden als slachtoffer
12
3.2.2
Meiden als dader
12
3.2.3
Meiden als omstander
13
De gevolgen van exposen
15
3.3.1
Direct slachtofferschap
15
3.3.2
Indirect slachtofferschap
16
3.3
4. Conclusies
18
5. Reflectie
19
6. Aanbevelingen
21
Literatuur
22
Bijlage 1 Overzicht van geïnterviewde professionals
23
3
‘Ik gooi je op Telegram!’
Samenvatting Wijkagenten en jongerenwerkers in de Rotterdamse wijk Delfshaven krijgen in toenemende mate te maken met meiden die slachtoffer (dreigen te) worden van ‘exposen’: het online verspreiden van seksueel getint (beeld)materiaal met het doel iemand reputatieschade toe te brengen (Schram, De Jong, & Eysink Smeets, 2020). Zij hebben ook de indruk dat meiden in hun wijk hiervan niet alleen slachtoffer zijn, maar ook zelf bijdragen aan het exposen van anderen. Om meer zicht te krijgen op deze ontwikkeling heeft de gemeente Rotterdam het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland gevraagd een verkennend onderzoek te doen naar de rollen die meiden tussen 10 en 23 jaar spelen binnen het fenomeen exposen in Delfshaven. Het onderzoek heeft plaatsgevonden binnen het kader van een breder onderzoek naar de rol van meiden in straatcultuur in deze wijk. Om meer inzicht te krijgen in de rollen die meiden spelen, is achtereenvolgens gekeken wat de aard is van de casussen die zich in Delfshaven op het gebied van exposen hebben voorgedaan, op welke manieren meiden bij deze casussen waren betrokken en wat de impact en gevolgen voor meiden waren. Het onderzoek is gestart met een inventarisatie van casussen aan de hand van telefonische gesprekken met zeven wijkagenten en twee jongerenwerkers van Stichting Jongerenwerk op Zuid.
Vervolgens zijn 33 diepte-interviews gehouden met negentien uitvoerend professionals uit het jongerenwerk, het basis- en voortgezet onderwijs, het wijkteam, de politie, het Openbaar Ministerie en met veertien meiden die in Delfshaven wonen. Uit het onderzoek blijkt dat in Delfshaven op verschillende manieren wordt exposed. Bij het merendeel van de gevonden 32 casussen is sprake van het delen van seksueel getinte beelden via sociale media kanalen als Snapchat, Instagram en Telegram. Daarnaast komt naar voren dat meiden in Delfshaven regelmatig worden exposed met gedrag dat binnen hun culturele context als ‘oneerbaar’ worden gezien. Voorbeelden die onder andere genoemd worden, zijn dansfilmpjes en Shisha roken. Ook wordt exposed door naast beelden ook privégegevens te delen. Adressen, telefoonnummers, sociale media-gegevens zijn privégegevens die zonder toestemming online worden geplaatst. Uit de interviews met de meiden blijkt ook dat in Delfshaven veel met exposen wordt gedreigd. ‘Ik gooi je op Telegram’ is er een veelgehoord dreigement. In Delfshaven zien we meiden in de rol van slachtoffer, omstander en/of dader. Meiden exposen ook zelf, vooral om andere meiden naar beneden te halen en daardoor zelf in een positief daglicht (bij jongens) te komen. Daarnaast is het grootste deel van de meiden in dit onderzoek (met regelmaat) getuige van exposen van andere meiden.
Zij gaan daar op verschillende manieren mee om. Opvallend is dat áls zij reageren op dergelijke situaties dat - on- en offline – alleen doen in de richting van slachtoffers (soms steun betuigen, adviseren, maar ook vaak roddelen en pesten) en niet van daders. De schuld van exposen leggen zij veelal neer bij slachtoffers. Het onderzoek laat zien dat slachtoffers te maken krijgen met seksuele intimidatie van jongens uit de buurt en geweld door familieleden. Slachtoffers schamen zich en trekken zich terug uit het sociale verkeer. Daarnaast wordt gemeld dat slachtofferschap in sommige gevallen langdurige, negatieve gevolgen heeft voor het zelfbeeld en zich vertaalt in gedrag dat in overeenstemming is met stempel van ‘hoer’ dat zij hebben gekregen. Professionals signaleren tevens dat de angst voor de gevolgen van slachtofferschap meiden kwetsbaar maakt voor sextortion. Zij komen meiden tegen die gechanteerd worden met seksueel getint beeldmateriaal en seksuele handelingen moeten verrichten om openbaarmaking te voorkomen.
Tot slot, zien we dat – door het regelmatig zien van slachtofferschap om hen heen - veel meiden bang zijn zelf slachtoffer te worden, waardoor zij zich in hun bewegingsvrijheid beperken; door zoveel mogelijk thuis of buiten de wijk te zijn en zich ‘eerbaar’ te gedragen hopen zij de kans op slachtofferschap te minimaliseren Geconcludeerd wordt dat exposen in Delfshaven plaatsvindt binnen een complex systeem van elkaar versterkende en deels overlappende contexten; straat-, wijk- en schaamtecultuur. Daar waar sprake is van een overlap is de kans op verregaande vormen van exposen met verregaande consequenties (en dus verstrekkende schade voor meiden en hun familie) het grootst. Geadviseerd wordt een aanpak in de eerste plaats te richten op meiden die zich in deze overlap bevinden, waarbij aandacht wordt besteed aan het objectieve én het subjectieve veiligheidsprobleem dat rond exposen in Delfshaven is ontstaan. In het onderzoeksrapport is dit advies vertaald in een drietal aanbevelingen.
4
‘Ik gooi je op Telegram!’
1. Introductie Wijkagenten en jongerenwerkers in de Rotterdamse wijk Delfshaven krijgen in toenemende mate te maken met meiden die slachtoffer (dreigen te) worden van ‘exposen’: het online verspreiden van seksueel getint (beeld)materiaal met het doel iemand reputatieschade toe te brengen (Schram, De Jong, & Eysink Smeets, 2020). Zij hebben ook de indruk dat meiden in hun wijk hiervan niet alleen slachtoffer zijn, maar ook zelf bijdragen aan het exposen van anderen. Om meer zicht te krijgen op deze – mogelijk zorgwekkende – ontwikkeling heeft de gemeente Rotterdam het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland gevraagd een verkennend onderzoek te doen. Dit onderzoek zou plaatsvinden binnen een breder onderzoek naar de rol van meiden in straatcultuur in Delfshaven.
1.1
Vraagstelling
De centrale vraag van dit onderzoek is welke rollen meiden van 10 tot 23 jaar spelen binnen het fenomeen exposen in Delfshaven. Deze centrale vraag is uitgewerkt in drie deelvragen: • • •
Wat is de aard van de casussen die zich in Delfshaven op het gebied van exposen hebben voorgedaan? Op welke manieren waren meiden bij deze casussen betrokken? Wat waren de impact en gevolgen van deze casussen voor meiden in Delfshaven?
1.2
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is gestart met een inventarisatie van casussen, aan de hand van telefonische gesprekken met (7) wijkagenten en (2) jongerenwerkers van Stichting JoZ. Vervolgens zijn 33 diepteinterviews1 gehouden met: • 19 uitvoerend professionals uit het jongerenwerk, het basis- en voortgezet onderwijs, het wijkteam, de politie en het Openbaar Ministerie. • 14 meiden tussen de 12 en 23 jaar uit Delfshaven waarvan twee aangaven zelf slachtoffer te zijn geweest van exposen. Jongerenwerkers van Stichting JoZ hebben in eerste instantie tien meiden aangeleverd die bereid waren een interview te geven over straatcultuur en exposen; negen van Marokkaanse en één van Turkse afkomst. Omdat deze groep geen representatieve afspiegeling was van de wijk heeft Stichting JoZ na overleg met de opdrachtgever nogmaals een uitvraag gedaan wat resulteerde in vier extra respondenten van Kaapverdische, Caraïbische, Ecuadoraanse en Nigeriaans – Nederlandse afkomst. Dit heeft geleid tot een grotere diversiteit in respondenten, maar desalniettemin is nog steeds geen sprake van een representatieve afspiegeling van de wijk. Met de oververtegenwoordiging van Marokkaanse meiden2 zoomt dit verkennende onderzoek naar verwachting meer dan gemiddeld in op een groep waar de problemen meer dan gemiddeld groot zijn.
Eerder onderzoek (Schram et al., 2020, Nhass, 2019) heeft immers laten zien dat de gevolgen en de impact van exposen voor meiden uit een schaamtecultuur, vanwege specifieke opvattingen over seks en seksueel geladen gedrag van vrouwen, vaak ernstiger en langduriger zijn dan voor anderen. De opdracht tot het onderzoek werd gegeven in oktober 2020, het veldwerk vond plaats tussen 1 maart en 1 juli 2021.
1
Onderzoekers van Hogeschool Inholland hebben de interviews met professionals en een interview met één meisje afgenomen. De andere 13 meiden zijn
geïnterviewd door een onderzoeker van Stichting JoZ. 2
In 2021 is bijna 24% van de jongeren in de leeftijdsgroep 10-19 van Marokkaanse afkomst. Binnen deze leeftijdscategorie vormen zij in Delfshaven de
grootste etnische groep. In de leeftijdscategorie 20-24 is hun aandeel kleiner (11%). Bron: Allecijfers.nl, https://allecijfers.nl/wijk/delfshavenrotterdam/#leeftijdsgroepen
5
‘Ik gooi je op Telegram!’
1.3
Leeswijzer
Allereerst schetsen we in hoofdstuk 2 wat uit de literatuur al bekend is over exposen. In hoofdstuk 3 schetsen we de bevindingen van het veldwerk, waaruit we hoofdstuk 4 conclusies trekken en de onderzoeksvragen beantwoorden. In hoofdstuk 5 (‘reflectie’) kijken we met wat grotere afstand naar de onderzoeksresultaten en plaatsen we deze nog eens in een bredere context. In hoofdstuk 6 bespreken we wat één en ander kan betekenen voor de aanpak van exposen in Delfshaven.
6
‘Ik gooi je op Telegram!’
2. Wat we al weten over exposen 2.1
Achtergrond van het fenomeen
Onderzoek laat zien dat de vorming van (sociale) identiteit en de seksuele ontwikkeling van jongeren zich in het huidige online tijdperk deels afspeelt op het internet (Beyens & Eggermont, 2014). Deze digitale ontwikkeling uit zich onder andere in sexting, wat een samenvoeging is van de Engelse woorden sex (seks) en texting (berichten sturen). Sexting is het vrijwillig maken en versturen van seksueel getinte berichten (NSCR, 2020). Nhass (2019) laat zien dat Marokkaanse – Islamitische moeders sexting per definitie een vorm van grensoverschrijdend gedrag vinden. Kleijer (2018) beargumenteert daarentegen dat sexting in het online tijdperk als normaal en gezond kan worden beschouwd. Sexting kan volgens die opvatting pas worden gezien als seksueel overschrijdend gedrag wanneer het niet (meer) gebeurt onder de voorwaarden van positieve seksuele interactie: wederzijdse instemming, vrijwilligheid en gelijkwaardigheid. Als aan die voorwaarden niet is voldaan, wordt het risico op exposen groter (De Graaf, Van den Borne, Nikkelen, Twisk & Meijer, 2017; Anastassiou, 2017). Bij exposen wordt de (beeld)informatie met derden gedeeld (Nhass, 2019).
2.2
Definitie en motieven
Exposen is een breed begrip waar geen wetenschappelijke consensus over bestaat (Moors & Verweij, z.d.), maar exposen verwijst naar ‘ontmaskeren’ en/of ‘blootstellen’. Deze term wordt gebruikt om de verschillende manieren te beschrijven waarop mensen (reputatie)schade ten aanzien van hun omgeving kunnen worden aangedaan door (beeld)informatie van derden te delen (Nhass, 2019). Het gaat hier vaak om seksueel getint materiaal, maar wat als seksueel geladen wordt beschouwd hangt af van de culturele context (Jansen, 2015). Ook andere gedragingen zoals roken, zonder hoofddoek of straat lopen of een nachtclub bezoeken kunnen als compromitterend worden gezien. Voorbeelden daarvan kwamen we eerder tegen in ons onderzoek naar de impact van exposen voor jonge vrouwen van Marokkaanse, Turkse en Hindoestaanse komaf in het hbo. In datzelfde onderzoek zagen we echter ook dat beelden lang niet altijd worden gedeeld uit kwaadwillendheid, maar ook voor de lol, uit verveling of om stoer te doen binnen vriendengroepen. 3 Volgens Naezer en Van Oosterhout (2019) delen jongeren seksueel getint materiaal ook om een ingang te vinden om over seks te praten en om vriendschappen te versterken vanuit het idee ‘sharing is caring’.
2.3
Gerelateerde fenomenen
Seksueel getinte (beeld)informatie kan gebruikt worden om iemand te pesten of te chanteren (NSCR, 2020). Wraakporno is een vorm van exposen die vaak wordt gepleegd door ex-partners die ten tijde van de relatie seksueel getint beeldmateriaal hebben ontvangen. Ze verspreiden het materiaal als wraak voor het verbreken van de relatie en met het doel het slachtoffer publiekelijk te schande te maken of te vernederen (Europees Instituut voor gendergelijkheid, 2017). Naast het beeldmateriaal kunnen ook weblinks naar online profielen van het slachtoffer en persoonsgegevens zoals de naam, het adres en het telefoonnummer van de afgebeelde persoon worden gedeeld (Thompson & Morrison, 2013). Seksueel getint beeldmateriaal kan ook worden gebruikt als chantagemiddel (Römkens et al., 2017; Wolak & Finkelhor, Walsh & Treitman, 2018). Bij sextortion, ook wel seksuele afpersing, gaat het om situaties waarbij daders dreigen seksueel getint beeldmateriaal te verspreiden. Daarmee proberen ze slachtoffers te dwingen aanvullend beeldmateriaal te maken, seksuele handelingen te verrichten of aan andere eisen tegemoet te komen. Een onderscheid kan gemaakt worden tussen seksuele
3
Zie ook YousTube (NOS, 2017), Je scoort er credits mee.
7
‘Ik gooi je op Telegram!’ sextortion, waarbij de afperser meer seksueel getint beeldmateriaal, seksueel contact etc. wil, en financiële sextortion, waarbij de afperser geld eist (EOKM, 2019; Europol, 2017).
2.4
Rollen
Er zijn geen exacte cijfers gevonden over de prevalentie van exposen en de mate waarin jongeren slachtoffer worden. Het surveyonderzoek van De Graaf et al. (2017) naar online seksuele gedrag van jongeren laat zien dat het in 2017 maar weinig voorkwam dat seksueel getinte beelden gedeeld werden met anderen: 2% van de jongens en 1% van de meisjes gaf aan dat het hen dat weleens was overkomen. Dergelijke cijfers zijn over daderschap niet bekend. In ons kwalitatieve onderzoek naar exposen in het hbo (Schram et al., 2020) zagen we wel dat (mee)doen aan het verspreiden van naaktbeelden relatief ‘mainstream’ is. In dat onderzoek gaven meerdere studenten aan zelf naaktbeelden te hebben doorgestuurd, overigens zonder zich op dat moment bewust te zijn van de mogelijke consequenties van dat doorsturen voor de afgebeelde persoon. Uit datzelfde onderzoek kwam ook naar voren dat bijna alle 82 studenten als omstanders betrokken zijn geweest bij exposen van andere jongeren in hun omgeving. Opvallend is dat zij de schuld van slachtofferschap vooral bij het slachtoffer leggen. Slachtoffers worden afgeschilderd als ‘dom’ en ‘naïef’ omdat ze naaktbeelden van zichzelf hebben gedeeld, terwijl zij beter hadden moeten weten. Zij hadden zich immers bewust moeten zijn van de risico’s die sexting met zich meebrengt. Geïnterviewde experts waarschuwen dat dit mechanisme van ‘victim blaming’ gevaarlijk is.
Het zou de drempel voor slachtoffers om hulp te vragen, verhogen. Zij roepen op de focus in het maatschappelijk debat en in de aanpak te verleggen naar de verantwoordelijkheid en strafbaarheid van daders.
2.5
Gevolgen en impact van slachtofferschap
De gevolgen van exposen kunnen voor slachtoffers groot zijn. De hbo-studenten in ons kwalitatieve onderzoek (Schram et al., 2020) illustreren aan de hand van tal van voorbeelden hoe slachtoffers worden gepest en buitengesloten, psychische klachten ontwikkelen en vaak lange tijd nodig hebben om te herstellen van een beschadigd zelfbeeld en beschadigd vertrouwen in anderen. Herstel is bovendien lastig, omdat onzekerheid blijft bestaan over de naaktbeelden. Materiaal kan immers jaren later weer online opduiken en dan weer opnieuw gevolgen hebben. Vrouwelijke studenten van Marokkaanse en Turkse komaf stellen in hetzelfde onderzoek dat de impact voor hen uiteenlopende gedaanten heeft en langdurig of zelfs permanent is. Exposed worden tast de eer van een vrouw en haar familie zodanig aan dat het de kans op het vinden van een respectabele huwelijkspartner ernstig verkleint. Op de kortere termijn kan slachtofferschap vooral leiden tot schaamte en vrijheidsbeperkende maatregelen thuis, waardoor activiteiten buitenshuis niet langer mogelijk zijn. Vrouwelijke studenten die broers hebben, wijzen ook op het risico van eerwraak.
8
‘Ik gooi je op Telegram!’
3. Exposen in Delfshaven Alle professionals die wij spraken zeggen zich zorgen te maken over exposen. De situaties waarmee ze te maken krijgen zijn talrijk en uiteenlopend. Van verspreid beeldmateriaal waarop seksuele handelingen worden verricht tot - in de ogen van professionals - onschuldige foto’s of filmpjes van meiden zonder hoofddoek, die binnen de familie en omgeving van het meisje tot veel commotie leiden. Uit onze eerste inventarisatie en de daaropvolgende interviews zijn in totaal 32 casussen van exposen naar voren gekomen die zich in recente jaren hebben afgespeeld rond meiden in Delfshaven. We beschrijven de manieren waarop meiden in deze cassusen zijn exposed (par. 3.1), de rollen die meiden daarbij hebben gespeeld (paragraaf 3.2.) en de impact en gevolgen die exposen voor meiden heeft (gehad) (paragraaf 3.3.)
3.1
Hoe in Delfshaven wordt exposed
De aard van de casussen die wij in Delfshaven optekenden is divers: variërend van het verspreiden van seksueel getinte beelden of beelden van ander ‘oneerbaar’ gedrag tot ‘exposen’ van privégegevens op Telegram. Daarnaast worden meiden op verschillende manieren met exposen bedreigd. In het onderstaande gaan we op elk van deze verschijningsvormen nader in.
3.1.1
Seksueel getinte beelden
In het merendeel van de casussen (20) gaat het om seksueel getinte beelden, waarin een meisje naakt te zien is of seksuele handelingen verricht. Die beelden zijn in sommige gevallen door haarzelf gemaakt en met een ander gedeeld. Sommige professionals merken dat meisjes zich soms door jongens onder druk gezet voelen om aan sexting te doen: “Een meisje van 11 jaar van Turkse afkomst was actief op internet. Ze kreeg veel aandacht van jongens en ze vond het lastig om ‘nee’ te zeggen. Ze stuurde toen over de app foto’s van haarzelf in ondergoed en van haar borsten.“ (Professional) De aard van de beelden varieert. Opvallend is dat het in enkele gevallen om heel jonge meisjes gaat: ‘Ze was héél jong. Ze was toen 12 ofzo. Foto’s van haar in d’r onderbroek. Waren helemaal niet zo heftig.’ (Jongedame, 18 jaar) ‘Het waren filmpjes waarin ze naakt zat te dansen, te vingeren enzo. Ze was 13, maar het waren heftige filmpjes. Ze konden zo van Pornhub komen.’ (Jongedame, 18 jaar) Professionals en meiden zeggen dat voor het verspreiden van dergelijk materiaal vooral applicaties als Snapchat, Instagram en Telegram worden gebruikt: “Het gebeurt dat meiden die onderling ruzie hebben foto’s van elkaar verspreiden, voornamelijk via Snapchat en Instagram.
Maar het komt ook voor dat meiden foto’s van anderen lekken in de klassen-app.” (Professional) Soms wordt een nepprofiel op Instagram aangemaakt waarop beelden inclusief naam en telefoonnummer van een meisje worden gepubliceerd: “Er was een Insta-account, het was een ouder account. Toen hebben ze de naam veranderd en haar video’s en foto’s erop gegooid. Haar telefoonnummer, adres. Het waren naaktfoto’s voornamelijk.” (Jongedame, 16 jaar) 9
‘Ik gooi je op Telegram!’
Soms wordt een meisje met seksueel getinte beelden in diskrediet gebracht, zonder dat het om naaktbeelden van haarzelf gaat. Haar hoofd is dan bijvoorbeeld digitaal geplakt op een naakt lichaam van een andere vrouw. Of er is een naaktfoto geplaatst van een vrouw die op haar lijkt maar dan met háár gegevens erbij. Hoewel er dan strikt genomen geen sprake is van exposen – er is immers geen seksueel getinte afbeelding van het meisje zelf openbaar gemaakt – wordt dit vanwege de effecten wel als zodanig door meiden gezien en ervaren: “Ik werd wel een keer exposed met een foto van een meisje met blonde krullen. God mag weten wie dat was. Ik heb gewoon bruin haar. Maar mijn naam en telefoonnummer werd er gewoon bij geflikkerd.” (Jongedame, 20 jaar) Opvallend is dat een aantal meiden aangeeft dat zij de wachtwoorden van hun social media-accounts delen met vriendinnen zoals ook blijkt uit wat een dialoog tussen twee vriendinnen: “R1: Volgens mij hebben jullie mijn wachtwoorden wel toch? R2: Ja, klopt. R1: Ja. Ik deel alles. Ik heb niks te verbergen, dat is het.” (Jongedame, 19 jaar) Meiden leggen uit dat het een teken is van vriendschap en onderling vertrouwen. Maar dat vertrouwen wordt soms misbruikt wanneer er ruzie is.
Meiden plaatsen dan belastende content op het account van de ander of halen er pikante privé- beelden vanaf en verspreiden die vervolgens online: “Een meisje ging het account van een ander meisje in op Instagram. En ze zag in haar dm allemaal beelden van dat meisje in haar BH, en toen ging ze dat ook laten zien aan de jongens.” (Jongedame, 19 jaar) Sommigen zeggen juist dat ze wachtwoorden om die reden níet delen met vriendinnen, maar bijvoorbeeld wel met familieleden: “Ik zie wel dat mijn zusje soms op mijn account kijkt wat ik allemaal heb gezegd. Bij mij thuis zijn we heel open, iedereen weet elkaars wachtwoord. En we zitten wel eens op elkaars telefoon. Ze zitten dan niet per se mijn berichtjes te lezen, maar we gebruiken elkaars telefoon. Maar met vriendinnen heb ik dat niet, zelfs mijn beste vriendinnen en ik hebben elkaars wachtwoorden niet.” ( Jongedame,19 jaar)
3.1.2
Beelden van andere vormen van ‘oneerbaar’ gedrag
Uit gesprekken met meiden en professionals komt naar voren dat meiden in Delfshaven regelmatig worden exposed met gedrag dat binnen hun culturele context als ‘oneerbaar’ wordt gezien. Zes van de casussen in het onderzoek hadden hierop betrekking. Soms gaat het om beelden die slachtoffers zelf hebben gemaakt en verspreid. In andere gevallen gaat het om beelden die anderen hebben gemaakt. Vaak worden dergelijke beelden dan eerst uit de context gehaald en vervolgens verspreid in exposegroepen; groepen in Telegram waarin vrouwen ‘ontmaskerd’ worden omdat ze ‘kech’ (hoer) zouden zijn. Meiden geven daarvan concrete voorbeelden: “Ik ben toen exposed met een dansfilmpje. Ik was 15 ofzo. Het was in een heel bekende expose-groep. Iedereen werd daar gewoon opgeflikkerd… Nee, ik was niet aan het twerken, maar aan het buikdansen. Ik had gewoon kleren aan. Dat was ‘t. Het was een filmpje dat ikzelf had geplaatst (op social media, red.)” (Jongedame, 20 jaar)
10
‘Ik gooi je op Telegram!’ “Er was een meisje met hoofddoek van m’n school. Ze ging Shisha roken. Ze maakte een video van zichzelf … En zo werd ze op Telegram gegooid met haar Snap- en Insta-naam erbij.” (Jongedame, 15 jaar) Een professional vertelt dat ze zich er soms over verbaast hoe belastend sommige - in haar ogen ‘normale’- foto’s kunnen zijn: “Een meisje kwam daar mij toe met foto’s van haarzelf met een jongen in een auto. Ze werd ermee onder druk gezet door een andere jongen. Mijn eerste reactie was: ‘Wat is hier nou erg aan!’. Pas later begreep ik wat zo’n foto binnen de culturele context en het gezin van het meisje betekent.” (Professional)
3.1.3
Privégegevens op Telegram
Een derde manier van exposen - waarover vooral meiden zelf vertellen - is het plaatsen van privégegevens zoals naam, adres en telefoonnummer in Expose-groepen op Telegram. Hiervan zijn we zes casussen tegengekomen; “Zo’n nummer ging haar elke keer bellen en toen zei mijn vriendin van “Waarom ga je elke keer bellen, wie ben jij?”. Toen werd die persoon ineens boos en zei “Ja ik ga je op Telegram zetten”. Mijn vriendin dacht dat ze ‘Instagram’ bedoelde, maar toen kwamen er ineens allemaal mannen in haar WhatsApp.” (Jongedame, 12 jaar) “Er was een meisje met hoofddoek van mijn school. Dat meisje ging shisha roken. En dat was ook op school. En die video heeft ze van zichzelf gemaakt op Snap. Die heeft ze naar iemand gestuurd. En toen werd er een video van de video gemaakt met een andere telefoon en toen werd het helemaal geschoven zodat het niet leek alsof het van een andere telefoon is gemaakt en zo werd ze dan op Telegram gegooid met haar Snapchat en Insta naam.” (Jongedame, 15 jaar) “Het was een meid, hartstikke leuke meid, had een relatie dit dat. Op een gegeven moment was hij vreemdgegaan en om hem terug te pakken was zij ook vreemdgegaan. Maar ja, ze hadden natuurlijk allemaal vieze dingen op elkaar: foto’s, filmpjes. Toen was hij erachter gekomen en het eerste dat hij doet, is in de Telegramapp al die foto’s en video’s gooien.
Dus wat gebeurt er; die foto’s en die video’s gaan bijna viraal. Ze worden gewoon zo vaak op een dag gedeeld dat zij in één keer allemaal appjes krijgt, haar familie krijgt alles toegestuurd. Dan denk ik: je maakt iemand he-le-maal kapot. Helemaal kapot. Want ze is daarna goed depressief geworden, maar ja.” (Jongedame, 22 jaar)
3.1.4
Bedreigen met exposen
Opvallend is dat volgens meiden in Delfshaven veel met exposen wordt gedreigd. Dat gebeurt met seksueel getint materiaal én met beelden waarop andere vormen van gedrag zijn vastgelegd die volgens bepaalde opvattingen niet door de beugel kunnen. Maar ook zonder belastend materiaal werpen jongeren elkaar het dreigement ‘Ik gooi je op Telegram’ toe: “Maar meestal ook als je ruzie met ze hebt, dan is het gelijk van ‘ja ik gooi je op Telegram’. En dan maakt het dus niet uit of je ooit een foto naar diegene hebt gestuurd, maar gewoon je telefoonnummer kan dan al in die groep gegooid worden.” (Jongedame, 12 jaar) Professionals horen we niet specifiek over het dreigement ‘Ik gooi je op Telegram’. Wel zien ze dat belastend materiaal wordt gebruikt om controle over een meisje uit te oefenen: 11
‘Ik gooi je op Telegram!’
“Ze was gefotografeerd met een jongen. Een andere jongen zei vervolgens: ‘Je vertelt het je ouders of anders doe ik het.’” (Professional)
3.2
De rol van meiden
Uit de interviews met meiden en professionals komt naar voren dat meiden in Delfshaven zowel als slachtoffers, daders en omstanders betrokken zijn bij exposen. We gaan op elk van die rollen nader in.
3.2.1
Meiden als slachtoffer
Van de geïnterviewde meiden geven twee meiden aan daadwerkelijk zelf slachtoffer te zijn geweest van exposen. Verder noemden 10 van de 14 geïnterviewde meiden (vaak meerdere) voorbeelden van meiden uit hun naaste omgeving die slachtoffer zijn geweest van exposen. De twee meiden die zelf slachtoffer zijn geweest, vertellen hierover: ‘‘Je hebt nu een app Telegram. Dat is een app waarop wordt exposed. Ik ben daar ook al tig keer op gegooid. … Je wordt er gewoon op gegooid. Kijk bij mij werden gewone foto’s, of mijn Instagram met foto’s werden daarop gegooid. Gewoon normale foto’s.” (Jongedame, 20 jaar) “Dat had ik wel een keertje op Snap. Iemand ging mij de hele tijd toevoegen via “Zoeken”. Daarna vroeg ik aan hem van ‘Waarom voeg je mij toe?’ En toen zei hij van ‘Je bent exposed op Telegram!’.” (Jongedame, 12 jaar) “R: Bij mij werd er heel vaak gezegd: “voeg haar toe,” “bel haar ze is goedkoop”, of “als je een pijpbeurt wil, moet je haar bellen”. I: En wat gebeurt er vervolgens dan? Dan staat je telefoon roodgloeiend? Vertel eens: hoe gaat dat? R: Vroeger, toen ik vaak werd exposed, gebruikte ik een los simkaartje. Op een gegeven moment had ik elke maand een nieuw nummer. I: Maar dan weet je dus ook.. R: …dat het binnen mijn kringen is geweest. En dat is ook iets… ik heb een hele erge afkeer naar vrouwen toe. I: Dus je weet bijna zeker dat het door vrouwen komt.
R: Ja, 100%.” (Jongedame, 20 jaar)
3.2.2
Meiden als dader
Meiden vertellen dat de rol van meiden bij exposen groot is: “Ik denk dat de meeste meiden die zijn geëxposeerd dat dat door meiden komt.” (Jongedame, 15 jaar) “Je moet zelfs uitkijken naar wat je naar meisjes stuurt.” (Jongedame, 15 jaar) “Ik heb die app niet eens Telegram. Ik heb er een keer opgezeten om te kijken wat er allemaal werd gezegd. En toen ben ik erachter gekomen dat niet alleen heren exposen maar ook vrouwen. En toen dacht ik; oké wat is dit? Ik schrok echt.” (Jongedame, 20 jaar) De meiden vertellen dat de werkwijze en motieven van meiden verschillend zijn ten opzichte van de werkwijze en motieven van jongens:
12
‘Ik gooi je op Telegram!’ “Mannen doen het in je gezicht, vrouwen doen het achter je rug om. Dat is echt vies gewoon. Echt oprecht vies.” (Jongedame, 16 jaar) “Bij jongens is het meer van, haha, ik heb die naaktfoto’s gefixt en ga die doorsturen. En bij meisjes is het meer van kijk aawh wat er gebeurd is of de andere in een slecht daglicht zetten. En bij jongens willen ze zelf goed lijken. Dat willen ze liever dan iemand slecht doen lijken, snap je.” (Jongedame, 18 jaar) ‘Je hebt ook sommige meisjes dat ze elkaar gewoon omlaaghalen zonder reden. Ze voelen zich stoer ofzo, en dan gaan ze een beetje proberen meiden omlaag te halen.’ (Jongedame, 12 jaar) Eén meisje vertelt dat zij een jongen uit wraak heeft exposed, omdat zij ontdekte een (seksuele) relatie te hebben met een man die ook een gezin en andere buitenechtelijke relaties had: “Dus ik zag zo’n topic voorbijkomen in een Facebookgroep waarin ik zat, ik dacht: hup mijn verhaaltje er ook bij, expose the shit, bewijzen erbij. Want we gaan daar niet over liegen natuurlijk. Dus de appgesprekken, de foto’s, dit en dat, dat ‘ie toch in mijn bed ligt. Want mensen zeggen heel makkelijk: is niet waar. Nou hier is een foto, ontken maar dat het waar is.
Ik kraste mijn eigen hoofd dan weg op zo’n foto.” (Jongedame, 22 jaar) Eén professional zegt een meisje uit Delfshaven te zijn tegengekomen dat jongens afperst met seksueel getinte informatie: “…Ze wekte dan de indruk seksuele interesse te hebben in die jongens en kreeg ze zover seksueel getinte informatie te sturen via WhatsApp. Ze dreigde die informatie online openbaar te maken. Jongens voelden zich in het nauw gedreven en kochten zichzelf uit. “ (Professional)
3.2.3
Meiden als omstander
De rol van omstander komen we het meest tegen in interviews met meiden. Zo’n tweederde van de meiden (10 op de 14) van hen geeft aan (regelmatig) getuige te zijn van situaties waarin meiden uit de wijk of van school worden exposed. De manier waarop meiden daarop reageren is uiteenlopend en afhankelijk van de situatie. Aspecten die volgens meiden een rol spelen zijn de relatie die ze hebben met het slachtoffer, de vorm van exposen en de manier waarop zij tegen exposen in het algemeen aankijken. Uit interviews die zijn afgenomen met meerdere meiden tegelijk blijkt uit hun interactie dat ze verschillend denken over hoe een omstander hoort te reageren op situatie waarin wordt exposed: Interviewer: “En wat vinden jullie daarvan? Vinden jullie dat haar schuld of stom van de jongen die de foto’s heeft verspreid, vinden jullie het zielig voor het meisje?” Respondent 1: “Ik vind het zielig voor haar, en ik vind het stom van die jongen zelf, en stom van…” Respondent 2: “… van haar…” Respondent 1: “Nee tuurlijk niet, van mensen…” Respondent 2: “Jawel jawel, het is ook haar fout snapje…” Respondent 1: “Nee, tuurlijk niet.” Respondent 2: “Jawel, zij heeft die foto gemaakt en ook van die jongen die het heeft verspreid.” Respondent 1: “Nee absoluut niet haar fout, ben je gek ofzo.
Als ik foto stuur is het omdat ik jou vertrouw dan ga je dat toch niet doorsturen.” Respondent 2: “Dat is wel waar.” 13
‘Ik gooi je op Telegram!’ Respondent 1: “Dat is absoluut niet haar fout, echt niet. … Zij was echt jong ook nog.’ Respondent 2: “Dat was echt haar fout hoor, sorry hoor” Respondent 1: “De filmpjes waren wel heftiger, maar ook niet haar fout.” Respondent 2: “Sorry hoor echt wel.” (Respondent 1: Jongedame, 18 jaar en Respondent 2: Jongedame, 18 jaar) Een aantal meiden geeft aan dat exposen aan de orde van de dag is en dat ze er niets mee te maken willen hebben: “Meestal sturen ze die dingen niet naar mij, want ze weten dat ik daar niet van ben.” (Jongedame, 15 jaar) “Ik heb bewust afstand genomen van Facebook enzo, want op een gegeven moment wordt het gewoon super deprimerend. Ook voor mij als toeschouwer. Dat ik echt weer denk van: deze mensen maken elkaar nu alweer zwart, voor wat? Niemand wordt er een beter persoon van.” (Jongedame, 22 jaar) Andere meiden geven aan het slachtoffer te waarschuwen, adviseren of hulp aanbieden als ze haar kennen: “Meestal voeg ik dan dat meisje toe (op sociale media, red.) en dan zeg ik van “ja, je moet ze niet accepteren, want dan zullen ze je uitschelden” enzo.” (Jongedame, 12 jaar) “Dus ik ging naar haar toe met van: ‘Weet je dat dit is gebeurd?!’ ‘Ja, ik weet het.’ ‘Als er iets is wat ik voor je kan doen, dan moet je het zeggen.
Als je wilt praten, ik ben er voor je.’’ (Jongedame, 16 jaar) In het algemeen vinden veel meiden dat het slachtoffer zelf schuld heeft aan wat haar is overkomen: “Ik zeg eerlijk, ik ben sowieso tegen exposen. Maar ik vind wel dat jij er zelf voor hebt gezorgd dat jij exposed wordt. Als jij geen dingen stuurt naar een jongen dan wordt je ook niet exposed. … Tuurlijk die persoon die het exposed, het is sowieso zijn fout. Maar meiden zijn gewoon te naïef. “ (Jongedame, 20 jaar) “Ik vind dat die jongen dat niet hoort te doen, het is laf, je maakt iemands leven kapot. Maar ik denk dat het meisje ook dubbel moet nadenken.” (Jongedame, 15 jaar) Met het fenomeen dat meiden vaak de schuld krijgen van wat hen is overkomen, wordt er ook navenant veel over hen geroddeld; “Interviewer: En wat voor een reacties komen er op zo’n exposen…? Respondent: Gatverdamme, dit dat dit. Meestal maken ze haar niet direct uit voor hoer. Maar wel treiteren. Bijvoorbeeld: als ze er is dan heel hard praten, ‘dat is toch zij? Van die video…’ “ (Jongedame, 15 jaar) “’Nee dat meisje deed gewoon normaal op school. Maar ze zeiden kijk kijk kijk daar is ***.
Ze zeiden: ‘Kijk daar hoe ze loopt.’”(Jongedame, 15 jaar) Eén van de meiden die zelf slachtoffer is geweest, ziet dat meiden met dit gedrag het probleem zelf in stand houden: “Respondent: ‘Als het een vriendin is zal ze je steunen, zo niet, zegt ze je bent echt dom geweest.’ Interviewer: ‘Zijn er ook meiden die jou op de hoogte brengen?’
14
‘Ik gooi je op Telegram!’ Respondent: ‘Ja, maar dat gebeurt meer op een manier van: je bent erop gegooid. Snap je. Dom van je. Je wordt niet geholpen. Snap je. Ze helpen meer mee aan het probleem, want beter iemand anders dan zij zelf, denken ze.” (Jongedame, 20 jaar) Opvallend is dat er geen voorbeelden naar voren zijn gebracht waarin meiden die andere meiden exposen aanspreken op hun gedrag. Er is wel één meisje dat vertelt een ander meisje te hebben aangesproken toen ze voornemens was een meisje te exposen: “Ik had ook een meisje bij mij in de klas die zei; ‘Wollah als ze stoer doet gaat ze zien ik heb echt video’s van haar.’ Toen zei ik tegen haar: ‘Zo kan je echt niet zijn mensen enzo. Ik hoop echt dat je karma krijgt en zelf wordt geëxposed.’” (Jongedame, 15 jaar)
3.3
De gevolgen van exposen
Meiden en professionals in Delfshaven schetsen aan de hand van concrete casussen welke gevolgen slachtoffers van exposen ervaren en welke impact dat op hen heeft (gehad). Uit de interviews blijkt ook dat de ernst van de gevolgen die ze bij anderen zien meiden angst inboezemt en dat die angst op zichzelf ook weer eigen gevolgen heeft. In deze paragraaf maken we daarom onderscheid tussen direct en indirect slachtofferschap van exposen.
3.3.1
Direct slachtofferschap
Meiden en professionals zeggen dat meiden die exposed zijn te maken krijgen met seksuele intimidatie: “De foto werd verder verspreid. Het meisje stond machteloos en durfde niet voor zichzelf op te komen. Jongens maakten er gebruik van. Ze werd seksueel geïntimideerd, maar durfde er niet tegenin te gaan.” (Professional) “Ze zeiden: ‘Ja ik ga je op Telegram zetten’. … En toen kwamen er ineens allemaal mannen in haar WhatsApp.” (Jongedame, 12 jaar) “Bij mij werd er heel vaak gezegd: ‘Ja voeg haar toe’. Bij mij werd er gewoon gezegd, bel haar ze is goedkoop. Of als je een pijpbeurt wil moet je haar bellen.” (Jongedame, 20 jaar) Ook krijgen sommige slachtoffers te maken met geweld door familieleden, omdat ze de reputatie van de familie hebben geschaad; “Ik weet nog was een hele rustige dame. Maar ze kreeg gewoon klappen op het schoolplein. En dat was dan weer de broer, die wil zich zo opstellen naar de andere gasten in de wijk van mijn zusje kan dit niet flikken. Het is echt zielig.” (Jongedame, 20 jaar) “Ik heb geprobeerd te helpen in deze zaak, maar moeder heeft haar verzocht zich er vooral niet mee te bemoeien. Ik weet dat er vervolgens wel rake klappen zijn uitgedeeld door vader.” (Professional) Overigens vertelt een meisje dat zelf slachtoffer is geweest dat ze is gesteund door haar moeder en niet voor andere familieleden heeft hoeven vrezen: “Het heeft heel erg veel impact.
Vooral als je een Marokkaanse dame bent. Want je bent ook hartstikke bang dat een familielid dit ziet. Gelukkig heb ik alles verteld tegen mijn moeder. In het begin vond ik dat wel heel moeilijk, maar daarna dacht ik: ‘Ik kan het maar beter zelf zeggen dan dat er iemand bij haar aan de deur klopt.’ En toen zei ik: ‘Ja Ma, dit is er gebeurd 15
‘Ik gooi je op Telegram!’ en ik weet niet waar het vandaan komt…’ En ze heeft me heel erg geadviseerd en geholpen.” (Jongedame, 20 jaar) Professionals merken dat de angst dat seksueel getinte beelden worden verspreid meiden vatbaar maakt voor sextortion: “Soms gaan ze over tot afpersen. Dan wordt gezegd: ‘Kom me pijpen of anders stuur ik het naar je moeder’. Het zijn vaak volstrekt onbekende jongens die via via aan bepaalde content zijn gekomen om zo meiden af te persen voor geld of seks.” (Professional) Medewerkers van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) zien in hun werkpraktijk dat meiden met seksueel beeldmateriaal worden gechanteerd en zo in de prostitutie worden gebracht: “We kwamen een Turks meisje tegen van 16 jaar. Ze had seks gehad met een jongen. Dat was opgenomen en werd vervolgens als pressiemiddel gebruikt. Ze kreeg ingeprent dat ze toch niks meer waard was. In het gesprek dat we met haar hadden, gaf ze aan dat ze ermee door wilde gaan. Ze deed het voor geld, het is makkelijk verdienen.” (Professional)4 Een aantal van de professionals geeft verder aan dat slachtofferschap van exposen vooral een grote impact heeft op het zelfbeeld. Eenmaal exposed gaan sommige meiden zich gedragen naar het stempel van ‘hoer’ dat zij daardoor hebben gekregen. Zijn gaan bijvoorbeeld meer aan sexting en seks doen met meerdere jongens.
Volgens medewerkers van AVIM en Stichting Jongerenwerk op Zuid is dat gedrag mede te verklaren door de reactie van sommige ouders, die hun dochter nadat ze exposed zijn ‘vogelvrij’ verklaren. Ze bekommeren zich niet meer om haar vanuit de gedachte ‘Ze is toch al verpest'. Van meiden horen we vooral dat slachtofferschap tot veel schaamte leidt waardoor ze tijdelijk niet naar school of naar buiten gaan. Uiteindelijk zien zij vooral dat het de slachtoffers die zij kennen uiteindelijk gesteund worden door hun ouders en hun normale leven weer oppakken. Hoe langdurig en zwaar het proces kan zijn om de schaamte te overwinnen en het leven op te pakken kunnen we afleiden uit een interview met een slachtoffer dat we helaas niet mogen gebruiken voor deze rapportage. Zij is te bang dat eventuele citaten uit haar verhaal naar haar te herleiden zijn en zij in de wijk opnieuw onderwerp van gesprek wordt.
3.3.2
Indirect slachtofferschap
Professionals merken dat de angst slachtoffer te worden van exposen in Delfshaven groot is. Niet alleen onder meiden zelf, maar ook onder ouders: “Er is veel schaamte in de Islamitische cultuur en dan is een dochter die exposed wordt het ergste wat je als familie kan overkomen. Twee jaar geleden zijn twee meisjes van onze school exposed. Andere ouders waren geschokt en bang. Dan zeggen ze ‘We houden onze dochters vanaf nu thuis!’ De vraag die leeft is hoe je je eigen kinderen kan beschermen tegen zoiets? Moet ik haar thuishouden? Maar je wil haar ook vrijheid geven. Ga ik de wijk uit? … Er zijn veel vragen bij ouders.” (Professional) Van meiden zelf horen we ook dat de angst voor slachtofferschap hen beperkt in hun bewegingsvrijheid:
4
Deze casus gaat (waarschijnlijk) niet over een meisje uit Delfshaven. AVIM heeft regio Rijnmond als werkgebied. Het bleek niet mogelijk casussen op
adres- / wijkniveau uit het registratiesysteem te filteren.
16
‘Ik gooi je op Telegram!’ “…Hij (haar vader, red.) zegt wel tegen mij: ‘Ik vertrouw jou maar wanneer je dat vertrouwen misbruikt en wanneer ik achter iets kom dan is het echt wel een probleem en dan ga ik je nooit meer vertrouwen van mijn leven. En dan heb je echt veel minder vrijheid.’ Misschien ook omdat mijn ouders mij zo hebben opgevoed. Dat ik gewoon bang ben voor mezelf dat ik die vertrouwen niet wil verpesten. Misschien dat ik daarom wat rustiger aandoe.” (Jongedame, 15 jaar)
17
‘Ik gooi je op Telegram!’
4.
Conclusies
In dit onderzoek – en binnen deze specifieke doelgroep - lagen de concrete voorbeelden van exposen relatief ‘voor het oprapen’. In de 32 verzamelde casussen ging het in zo’n twee-derde van de verzamelde gevallen om verspreiding van seksueel getint materiaal. Daarbij valt op dat meiden in Delfshaven relatief vaak intentioneel worden exposed: met het uitdrukkelijk doel hen te vernederen en reputatieschade toe te brengen. Verder zien we dat meiden in Delfshaven ook risico lopen om slachtoffer te worden als zij niet aan (vrijwillige) sexting doen. In een aantal casussen zien we dat beelden zonder medeweten van de afgebeelde personen gemaakt, gemanipuleerd of van social media-accounts zijn gehaald. Voorts blijkt dat binnen de Marokkaanse gemeenschap in Delfshaven beelden worden verspreid van een breed scala aan niet-seksuele gedragingen (zoals we ook zagen in ons onderzoek onder hbo-studenten). Zoals het zonder hoofddoek op straat lopen, omgaan met jongens en shisha roken. Ook worden privégegevens zónder belastende beelden in Expose-groepen op Telegram geplaatst. ‘Ik gooi je op Telegram’ is bovendien een veelgehoorde bedreiging in Delfshaven. Dat laatste zijn we in eerder onderzoek niet tegengekomen (deelvraag 1). Wij zien in Delfshaven meiden in de rol van slachtoffer, omstander en/of dader.
Meiden exposen ook zelf, vooral om andere meiden naar beneden te halen en daardoor zelf in een positief daglicht (bij jongens) te komen. Opvallend is dat meiden met kwade bedoelingen zich soms makkelijk toegang kunnen verschaffen tot de social media-accounts van andere meiden, omdat het onderling uitwisselen van wachtwoorden volgens sommigen in Delfshaven gebruikelijk is. Het delen van wachtwoorden met vriendinnen zou een teken zijn van onderling vertrouwen en vriendschap. Bij ruzie kan dat vertrouwen eenvoudig worden misbruikt. Verder is het grootste deel van de meiden in dit onderzoek (met regelmaat) getuige van exposen van andere meiden. Zij gaan daar op verschillende manieren mee om. Opvallend is dat áls zij reageren op dergelijke situaties dat - on- en offline – alleen doen in de richting van slachtoffers (soms steun betuigen, adviseren, maar ook vaak roddelen en pesten) en niet van daders. De schuld van exposen leggen zij veelal neer bij slachtoffers (deelvraag 2).
Slachtoffers krijgen te maken met seksuele intimidatie van jongens uit de buurt en geweld door familieleden. Slachtoffers schamen zich en trekken zich terug uit het sociale verkeer. Daarnaast wordt gemeld dat slachtofferschap in sommige gevallen langdurige, negatieve gevolgen heeft voor het zelfbeeld en zich vertaalt in gedrag dat in overeenstemming is met stempel van ‘hoer’ dat zij hebben gekregen. Professionals signaleren tevens dat de angst voor de gevolgen van slachtofferschap meiden kwetsbaar maakt voor sextortion. Zij komen meiden tegen die gechanteerd worden met seksueel getint beeldmateriaal en seksuele handelingen moeten verrichten om openbaarmaking te voorkomen. Tot slot, zien we dat – door het regelmatig zien van slachtofferschap om hen heen - veel meiden bang zijn zelf slachtoffer te worden, waardoor zij zich in hun bewegingsvrijheid beperken; door zoveel mogelijk thuis of buiten de wijk te zijn en zich ‘eerbaar’ te gedragen hopen zij de kans op slachtofferschap te minimaliseren (deelvraag 3). Al met al levert dit eerste, verkennende onderzoek aanwijzingen op dat het fenomeen van exposen onder de onderzochte meiden uit Delfshaven relatief wijdverbreid is en uiteenlopende gezichten kent. Meiden zijn slachtoffer, maar vervullen ook een rol in het fenomeen als dader en/of omstander.
De impact is aanzienlijk, niet alleen bij meiden die direct slachtoffer zijn geworden, maar ook bij meiden die – doordat zij slachtofferschap om zich heen zien - bang zijn zelf slachtoffer te worden. Opvallend genoeg houden (ook) meiden zelf die angst in stand houden door zelf andere meiden te (bedreigen met) exposen en slachtoffers te vernederen.
18
‘Ik gooi je op Telegram!’
5. Reflectie Dit onderzoek vond plaats binnen de context van een breder onderzoek naar de rol van meiden in de straatcultuur in Delfshaven. Wanneer wij de bevindingen afzetten tegen ons eerdere onderzoek naar meiden heeft het er alle schijn van dat die straatcultuur zich ook op het vlak van exposen laat gelden. In vergelijking met ons eerdere onderzoek onder meiden in het hbo bijvoorbeeld komt een ‘harder’ beeld op, met exposen dat vaker gedreven wordt door malicieuze intenties. Onder hbo-meiden zagen we bijvoorbeeld dat het exposen vaker voortkwam uit minder kwaadwillende motieven, zoals verveling, lol maken of domweg niet goed nadenken. Ook zien we in dit onderzoek een prominentere rol van meiden als dader. De bevinding dat meiden in Delfshaven andere meiden exposen met het doel hen te vernederen en zelf in een positief daglicht (bij jongens) te komen, doet sterk denken aan het beklimmen van de ‘apenrots’ die volgens criminoloog Van den Broek (2021) zo kenmerkend is voor straatcultuur. Professionals en meiden wijzen er echter op dat ook de wijkcultuur mede verklaart waarom exposen in Delfshaven zo sterk en vilein aanwezig is. Gesteld wordt dat binnen de wijk – en de Marokkaanse gemeenschap in het bijzonder – de sociale controle sterk is en dat er conservatieve opvattingen heersen over hoe meiden zich horen te gedragen.
Daarmee moet ook de schaamtecultuur die in delen van de wijkbevolking een sterke rol speelt in het beschouwen van de bevindingen worden betrokken. Binnen deze context lijkt het erop dat exposen wordt gebruikt als een onlinemiddel om sociale controle uit te oefenen op meiden in de wijk en hun gedrag te reguleren. Het onderzoek laat zien dat niet alleen jongens, maar ook meiden zelf daaraan meedoen. Uit gesprekken met professionals en meiden hebben we de indruk gekregen dat daarmee in Delfshaven een dynamiek tussen jongeren is ontstaan die wordt gekenmerkt door wederzijds wantrouwen en sociale onveiligheid. Het lijkt plausibel te veronderstellen dat deze dynamiek het scherpst is waar straatcultuur, wijkcultuur en schaamtecultuur elkaar overlappen. En dat in die overlap waarschijnlijk de meest schrijnende gevallen van exposen kunnen worden gevonden. Door de oogharen naar de bevindingen kijkend, en afgaand op wat respondenten ons in de marge van de interviews vertelden, lijkt het erop dat volwassenen in Delfshaven nog geen modus hebben gevonden om effectief in deze dynamiek in te grijpen. We kregen de indruk dat onder professionals enige handelingsverlegenheid heerst, deels doordat exposen zich online en daarmee buiten hun gezichtsveld en comfort zone afspeelt, en deels vanwege de culturele gevoeligheden rond seks en seksueel gedrag van meiden.
Eerder onderzoek (Onderzoekscommissie ‘Liberiaans gezin’, 2008) laat echter zien dat ingrijpen en grenzen stellen belangrijk zijn om te voorkomen dat gedrag van jongeren verder ontspoort. Dat is nog eens extra van belang wanneer - zoals bij exposen - sprake is van strafbaar gedrag. Professionals verwachten dat ook ouders een rol (gaan) spelen bij de aanpak van exposen. In de hierboven geschetste culturen nemen ouders alleen een precaire positie binnen het vraagstuk in. Zij zijn daarin immers niet alleen betrokken als opvoeders, maar ook als (potentiële) slachtoffers die - net als hun dochters en zonen - vrezen voor gezichtsverlies en sociale uitsluiting. Daadkrachtig optreden veronderstelt dat ouders culturele normen en waarden rond seks en seksueel gedrag van meiden loslaten en de angst voor reacties uit hun omgeving trotseren. Zo’n ingrijpende (cultuur)verandering kan niet van buiten worden opgelegd, maar moet vanuit de (leden van de) gemeenschap zelf komen. De opdracht die de (lokale) overheid zich kan stellen, is de voorwaarden te creëren waaronder zo’n cultuurverandering gemakkelijker kan plaatsvinden.
Om dat optimaal te kunnen doen is het niet alleen zinvol de problematiek van exposen in Delfshaven te bezien in de context van de - hierboven beschreven - overlappende (sub)culturen te zien is, maar ook door de bril van het complexe samenstel van angsten en onzekerheden dat uit het onderzoek naar voren komt. De angst van het slachtoffer voor sociale afkeuring, uitsluiting en het beschamen van de familie-eer. De angst van andere meiden om zelf slachtoffer te worden. De angst van familieleden dat hun dochter of nicht hen te schande maakt. De angst of onzekerheid van professionals om een faux pas te maken in een zo complexe materie. Het zijn angsten en onzekerheden die elkaar (kunnen) versterken, zeker ook omdat individuen op heel verschillende manieren kiezen om te copen om de stress die deze angsten en onzekerheden geven het hoofd te kunnen bieden.Victim blaming is zo’n 19
‘Ik gooi je op Telegram!’ manier van copen die wij ook in dit onderzoek weer veel tegenkwamen. Geweld is een andere vorm: zoals in de vorm van geweld door familieleden, maar eigenlijk kan ook het exposen door meiden zelf – om te zorgen dat je zélf geen slachtoffer wordt – als een vorm van geweld worden gezien. Sociale terugtrekking is ook zo’n copingmechanisme, net als denial: doen alsof het probleem er niet is, omdat het als te complex wordt ervaren om adequaat mee om te gaan en je zo voorkomt dat je fouten maakt. Het probleem is: al deze vormen van coping zijn maladaptief, zoals het in de stress-wetenschappen wordt genoemd: zij onderdrukken de stress wellicht tijdelijk, maar verminderen deze niet. Integendeel. Daarvoor zijn andere strategieën nodig: ofwel in de vorm van het daadwerkelijk verminderen van mate waarin het probleem voorkomt ofwel door het oordeel te veranderen over slachtofferschap van exposen. Wie daar dan dieper naar kijkt, ziet dat in beide strategieën sociale steun een belangrijk ingrediënt is om dat te bereiken. Maar in de overlap van de drie hierboven geschetste (sub)culturen ontbreekt veelal juist dat cruciale ingrediënt. Het helpt daarmee om door een systemische bril naar het fenomeen van het exposen van meiden in Delfshaven te kijken.
Waarbij dus sprake is van een naar, relatief vaak voorkomend en – inmiddels – zelfs strafbaar gesteld fenomeen dat het zeker verdient om aangepakt, teruggedrongen en voorkomen te worden. Maar waarbij quick wins lastig te vinden zijn, omdat de overlap van meerdere (sub)culturen een rijke voedingsbodem vormt en het probleem voortgedreven wordt door een samenstel van – elkaar versterkende - angsten en onzekerheden. Dat betekent niet dat het probleem niet aangepakt kan worden. Het zal alleen een lange adem vragen, gecombineerd met een grote precisie in kijken en doen. Topsport. Maar wie wil dat ook de meiden uit Delfshaven zich in vrijheid en veiligheid kunnen ontplooien heeft geen andere keus.
20
‘Ik gooi je op Telegram!’
6. Aanbevelingen Uit ons onderzoek is gebleken dat exposen in Delfshaven plaatsvindt binnen een complex systeem van elkaar versterkende en deels overlappende contexten; straat-, wijk- en schaamtecultuur. Daar waar sprake is van een overlap is de kans op verregaande vormen van exposen met verregaande consequenties (en dus verstrekkende schade voor meiden en hun familie) het grootst. We adviseren een aanpak in de eerste plaats te richten op meiden die zich in deze overlap bevinden, waarbij aandacht wordt besteed aan het objectieve én het subjectieve veiligheidsprobleem dat rond exposen in Delfshaven is ontstaan. We komen tot de volgende aanbevelingen:
1. Zorg voor een duidelijke normstelling Een duidelijke normstelling biedt professionals een handvat om duidelijke grenzen aan het exposegedrag van jongeren te stellen en het patroon van ‘victim blaming’ te doorbreken. De uit te dragen norm ligt besloten in de wet. Sinds 1 januari 2020 is een nieuw wetsartikel (139h Sr) van kracht dat wraakporno strafbaar stelt. Daarin staat dat een persoon strafbaar is wanneer deze een afbeelding van seksuele aard openbaar maakt, terwijl hij of zij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn. Verschillende methoden kunnen worden toegepast om de norm te (be)vestigen. We adviseren gebruik te maken van bestaande interventies en de ervaringen die daarmee zijn opgedaan.5
2. Werk aan een klimaat waarin het risico op (online) seksueel overschrijdend gedrag afneemt Seksuele opvoeding of een gebrek daaraan is een belangrijke voorspeller van seksueel gedrag van jongeren (De Graaf, Van den Borne, Nikkelen & Meijer, 2017). Binnen de Marokkaanse gemeenschap in Delfshaven vinden ouders het lastig om over seksualiteit te praten. We raden aan te onderzoeken hoe binnen de kaders van hun cultuur en geloof aan jongeren en ouders voorlichting kan worden gegeven over seksualiteit en seksuele opvoeding. In navolging van Nhass (2019) adviseren we daarbij een geestelijk verzorger te betrekken als de juiste expertise bij organisaties in de wijk niet voor handen is. Belangrijk is ook voorlichting te geven op locaties waarmee de doelgroep vertrouwd is. Als geloof belangrijk wordt gevonden, kan de moskee een geschikte ontmoetingsplek zijn.
3. Help meiden en ouders weerbaarder te worden tegen exposen In Nederland zijn allerlei trainingen ontwikkeld die erop gericht zijn meiden seksueel weerbaarder te maken met het doel slachtofferschap van (online) grensoverschrijdend gedrag te voorkomen (zie NSCR, 2020). Dergelijke trainingen kunnen ook in Delfshaven nuttig zijn. Om het gevoel van weerbaarheid te vergroten, is het echter ook van belang dat meiden (en ouders) zich gesteund weten mochten zij onverhoopt toch slachtoffer worden. Geadviseerd wordt een hulpverleningsaanbod te ontwikkelen dat erop gericht is de schade voor slachtoffers van exposen te beperken en in Delfshaven een pilot te starten waarmee dat aanbod in de praktijk wordt getest.
5
In Denemarken zijn bijvoorbeeld rond één casus alle jongeren opgespoord en voor de rechter gebracht die hadden meegedaan aan het verspreiden van
beeldmateriaal van een (minderjarig) meisje. Ervaringen in Denemarken laten zien dat zo’n actie bewustwording op gang kan brengen. Zie: https://decorrespondent.nl/8431/een-seksfilmpje-doorsturen-is-niet-onschuldig-dus-komen-1-004-deense-jongeren-voor-de-rechter/32480614583897df1bb02 . Daarnaast geeft het rapport ‘Het fenomeen online seksueel geweld. Een literatuuronderzoek naar de kennis over omvang, aard en aanpak’ van het NSCR (2020) een overzicht van toegepaste interventies waaronder een HALT-afdoening voor daders van exposen en een interventie waarin jongeren leren over de gevolgen en strafbaarheid van het doorsturen van seksueel getinte beelden en hoe ze kunnen handelen als ze daarmee in aanraking komen.
21
‘Ik gooi je op Telegram!’
Literatuur Anastassiou, A. (2017). Sexting and young people: A review of the qualitative literature. Qualitative Report, 22(8), 2231–2239 Beyens, I., & Eggermont, S. (2014). Prevalence and Predictors of Text-Based and Visually Explicit Cybersex among Adolescents. Young, 22(1), 43–65. https://doi.org/10.1177/0973258613512923 Broek, J.B.A. van den (nog te verschijnen), “Strijders”: Een verkennend onderzoek naar de rol van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven Europees Instituut voor gendergelijkheid (2017). Cybergeweld tegen vrouwen en meisjes. Geraadpleegd online op 5-10-2021 van: https://eige.europa.eu/sites/default/files/documents/ti_pubpdf_mh0417543nln_pdfweb_201710261640 03.pdf Europol (2017) Online Sexual Coercion and Extortion as a Form of Crime Affecting Children. Den Haag: Europol. EOKM (2019). Jaarverslag 2018: Expertisebureau online kindermisbruik. Geraadpleegd op 5-10-2021 van: https://www.eokm.nl/wp-content/uploads/2019/04/Jaarverslag-2018-EOKM.pdf Eysink Smeets, M. & S. Meier (2013) CCV Dossier Veiligheidsbeleving, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Utrecht Graaf, H. de, Van den Borne, M., Nikkelen, S., Twisk, D. & Meijer, S. (2017). Seks onder je 25e: seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2017. Uitgeverij Eburon.
Geraadpleegd op 15 maart 2019, van https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2021/09/Onderzoeksboek-Seks-onder-je-25e2017.pdf Janssen, J. (2015). De stekker eruit? Over de relatie tussen cybercrime en geweld in afhankelijkheidsrelaties. Proces, 94(5), 318-328. doi: 10.5553/PROCES/016500762015094005006 Kleijer, J. (2018, 11 september). Naaktselfie sturen is normaal. Stop met shamen van sexting. NRC. Geraadpleegd op 5-10-2021, van: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/11/politie-stop-met-shamen-vansexting-a1616089 Moors, J. A., & Verweij, A. C. (nog te verschijnen). Ontmaskering: een literatuuronderzoek naar het fenomeen ‘exposen’. Politie en Wetenschap, Den Haag Naezer, M., & van Oosterhout, L. (2019). Sharing is caring? Jongeren, sexting en de ongewenste verspreiding van sexy beeldmateriaal. Geraadpleegd op 5-10-2021 van: https://www.marijkenaezer.nl/sharingiscaring/ Nhass, H. (2019). Niet jouw schuld! Geraadpleegd op 5-10-2021 van: https://www.kis.nl/publicatie/nietjouw-schuld NSCR (2020). Het fenomeen online seksueel geweld: een literatuuronderzoek naar de kennis over omvang, aard en aanpak. Geraadpleegd op 5-10-2021 van: https://www.stoppestennu.nl/sites/default/files/uploads/het-fenomeen-online-seksueel-geweld.pdf Onderzoekscommissie ‘Liberiaans gezin’ (2008). Racistische overlast in Waspik: Analyse van de aanpak en lessen voor gemeenten.
G en G Uitgevrij, Utrecht Römkens, R., Mejdoubi, J., & De Jong, T. (2017). Factsheet online seksuele intimidatie. Geraadpleegd op 5 oktober 2021 van: https://prod-cdn.atria.nl/wp-content/uploads/2017/07/04143841/factsheetcybergeweld-onlineversiedef.pdf Schram, K., de Jong, M., & Eysink Smeets, M. (2020). Exposen exposed: de gevolgen van online slutshaming voor jonge vrouwen met een migratieachtergrond in het hoger beroepsonderwijs. Geraadpleegd op 5-10-2021 van: https://www.inholland.nl/onderzoek/publicaties/exposen-exposed Thompson, M.P., & Morrison, D.J. (2013). Prospective predictors of technology-based sexual coercion by college males. Psychology of violence, 3(3), 233-246. Wolak, J., Finkelhor, D., Walsh, W., & Treitman , L. (2018). Sextortion of Minors: Characteristics and Dynamics. The Journal of Adolescent Health, 62(1), 72–79. Geraadpleegd van https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29055647 22
‘Ik gooi je op Telegram!’
Bijlage 1 Overzicht van geïnterviewde professionals -
Wijkagenten (2) Jeugd coördinator politie Jeugdofficieren van Justitie (2) Jongerenwerkers van Stichting Jongerenwerk op Zuid (4) Medewerkers Wijkteam (2) Jongerencoach WMO-Radar Zorg coördinator Design College Activiteitenbegeleider Duimdrop Medewerker Ouderbetrokkenheid Valentijnschool Schoolmaatschappelijk werker Emmaus School Jeugdhandhaver Generalisten tactische opsporing van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (2)