CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007115] Bijlage 2 behorende bij 23bb7113 - Participatieverslag Woonvisie

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 19 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderliggende stukken bij de Technische sessie11.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Participatieverslag. Rotterdamse Woonvisie.

Oktober 2023

Inhoudsopgave Introductie

1

Activiteiten

3

1. Belangengesprekken

3

2. Oplossingsgerichte dialoogtafels

4

3. Bewonersvragenlijst

18

4. Kinderraad

21

5. Jongeren

22

6. De Rotterdamse Wijkraden

23

7. Andere participatietrajecten met link naar wonen:

25

8. Uitkomsten stakeholderpeilingen

26

Dankwoord

30

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

De Rotterdamse Woonvisie

Introductie

De Woonvisie bestaat uit twee componenten; een strategische koers tot 2040 en concrete maatregelen voor de komende 5 jaar. We streven naar een visie waarin alle Rotterdammers zich herkennen en waarin ook oplossingen en ideeën van de Rotterdammers terug te zien zijn. Om de vele stemmen van de stad in de visie een plek te geven, zijn we met de stad in gesprek gegaan. Dat hebben we op verschillende manieren aangepakt in de periode van maart 2023 tot oktober 2023.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

1

Verslag van participatie over de Woonvisie: Hoe hebben mensen meegedacht?

Gesprekken met de rotterdammers van nu en van de toekomst Daarnaast hebben we meerdere instrumenten ingezet om Rotterdammers mee te laten denken over het wonen in Rotterdam. Zoals:

Oplossingsgerichte dialoogtafels

§

Een middag met de kinderraadsleden over de wensen van toekomstige generaties

We hebben niet alle Rotterdammers individueel gesproken, maar hebben via

§

Het vragenspel ‘De Middenweg’ met jongerenplatform Roffa Takkies en AIR; een gesprek tussen Rotterdamse jongeren en professionals over wonen in Rotterdam

gesprekken zoveel mogelijk de onderliggende belangen die Rotterdammers hebben met betrekking tot wonen in kaart gebracht. Op basis van deze gesprekken hebben we

§

Online en straatenquête onder alle Rotterdammers (met ruim 1.500 reacties)

personen uitgenodigd die met elkaar aan zogeheten ‘dialoogtafels’ aan oplossingen

Bijeenkomsten met de wijkraden over adviezen van huidige bewoners

hebben gewerkt. Deze personen verschillen in leeftijd, afkomst, opleidingsniveau en

§

beroep, maar ze delen allemaal een diepgaande betrokkenheid bij onze stad.

Op deze manier hebben de meningen en adviezen van de mensen in de wijken en van

Ze vertegenwoordigen de belangen van bijvoorbeeld senioren, jongeren, studenten,

toekomstige woningzoekenden kunnen horen. Daarnaast zijn specifiek professionele

organisaties voor kwetsbare doelgroepen, huurders in de sociale huursector, huurders

partijen geraadpleegd om mee te denken zoals Platform Ontwikkelen Rotterdam (POR),

in de vrije sector, particuliere verhuurders, woningcorporaties, projectontwikkelaars,

de Rotterdamse woningcorporaties en huurdersorganisaties.

bewonersgroepen en particuliere woningeigenaren. Dit heeft geresulteerd in 56 deelnemers aan vijf tafels over verschillende thema’s. Als bijlage bij het

Wat doen we met al deze input?

participatieverslag is een uitgebreider verslag toegevoegd.

De uitkomsten van deze gesprekken hebben mede richting gegeven aan de inhoud van de Rotterdamse Woonvisie. Daarnaast blijft het niet bij het doorlopen participatietraject, maar willen wij in continue dialoog met de stad blijven.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

2

1. Belangengesprekken Er wonen meer dan 600.000 mensen in Rotterdam. Hoe betrek je zo’n groot aantal mensen bij het schrijven van een woonvisie? De gemeente Rotterdam streeft naar een visie waarin alle Rotterdammers zich kunnen herkennen en waarin tevens oplossingen en ideeën van Rotterdammers worden geïntegreerd.

Aandacht voor belangen Hoe hebben we dit aangepakt? Allereerst hebben we verschillende belangengroepen

Activiteiten

geïdentificeerd die diverse belangen hebben met betrekking tot wonen in Rotterdam. Deze groepen omvatten senioren, jongeren, studenten, organisaties voor kwetsbare doelgroepen, huurders in de sociale huursector, huurders in de vrije sector, particuliere verhuurders, woningcorporaties, projectontwikkelaars, bewonersgroepen en particuliere woningeigenaren. Ruim 30 organisaties en in totaal 80 individuen zijn vervolgens uitgenodigd voor een belangengesprek. In deze gesprekken hebben we in individuele gesprekken besproken wat partijen belangrijk vinden voor een nieuwe Woonvisie.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

3

2. Oplossingsgerichte dialoogtafels Dialoogtafels: in ontwerp Met behulp van de inzichten uit de belangengesprekken zijn dialoogtafels opgezet. Dialoogtafels zijn bijeenkomsten waarbij diverse belanghebbenden met zwaarwegende belangen met betrekking tot een specifiek onderwerp rondom wonen samenkomen om

Belangenvertegenwoordiger

Stad in de Maak

Het aantal tafels

GOH

Om ervoor te zorgen dat de uitkomsten van de tafels e ectief kunnen worden

De Brug (Havensteder)

in de toekomstige Woonvisie. De pijler ‘Meer en betaalbaar wonen’ is opgesplitst in ‘bestaande voorraad’ en ‘nieuwbouw’, omdat er specifieke vraagstukken spelen binnen deze onderwerpen. Zodoende waren er in totaal vijf dialoogtafels: §

Tafel 2: Meer en betaalbare woningen: bestaande voorraad

Ouderen/OSO

§

Tafel 3: Toekomstbestendige en vitale wijken

§

Tafel 4: Aandacht voor doelgroepen

§

Tafel 5: Betere positie op de woningmarkt

geresulteerd in de volgende uitnodigingslijst per tafel:

Tafel 5 Betere positie op de woningmarkt

Studenten/ STUUR Jongeren/Roffa Takkies

De groepen met het zwaarwegendst belang bij het thema zijn uitgenodigd. Dit heeft

Tafel 4 Aandacht voor doelgroepen

BoKS (SSH)

Tafel 1: Meer en betaalbare woningen: nieuwbouw

Elke dialoogtafel bestond uit maximaal tien deelnemers exclusief de gespreksleider.

Tafel 3 Toekomstbestendige en vitale stad

Houdt Zicht (WHvH)

§

Het aantal deelnemers

Tafel 2 Meer en betaalbaar: bestaande voorraad

Recht op de stad

gezamenlijk in verschillende rondes oplossingen te bedenken.

geïntegreerd in de Woonvisie, zijn de tafels gebaseerd op de belangrijkste thema’s

Tafel 1 Meer en betaalbaar: nieuwbouw

Tante Sjaar Federatie huurders commerciële sector VVE netwerk Rotterdam Bond particuliere verhuurders Corporaties grote vier Corporaties kleine kernen Corporaties ouderen Corporaties studenten POR NPRZ (intern en extern)

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

4

Gemeente aan tafel

Procesontwerp

Aan ieder tafel heeft het team Wonen van afdeling Stadsontwikkeling – Ruimte, Wonen

Het procesontwerp bestond uit vier rondes van elk 2,5 uur per tafel. De laatste

& Milieu van de gemeente Rotterdam als belanghebbende én als penvoerder van de

bijeenkomst was een integratiesessie waarbij de deelnemers de opbrengsten van alle

Woonvisie deelgenomen. Aan sommige tafels hebben ook de afdeling Maatschappelijke

tafels konden beoordelen.

ontwikkeling, Stadsontwikkeling – Gebiedsontwikkeling en Gebiedsexploitatie en/of Stadsontwikkeling – Bouw- en woningtoezicht hun belangen vertegenwoordigd.

Elke volgende bijeenkomst bouwde voort op de resultaten van de voorgaande tafel. Er zat een periode van 1 tot 2 weken tussen de bijeenkomsten.

Belangenvertegenwoordiger

Stadsontwikkeling Ruimte, Wonen & Milieu

Tafel 1 Meer en betaalbaar: nieuwbouw

Tafel 2 Meer en betaalbaar: bestaande voorraad

Tafel 3 Toekomstbestendige en vitale stad

Tafel 4 Aandacht voor doelgroepen

Tafel 5 Betere positie op de woningmarkt

Hoewel het merendeel van de genodigden ook daadwerkelijk kon aanschuiven bij de dialoogtafels, is dit niet iedereen gelukt. In totaal ging het om 4 belangengroepen: de belangengroep Stad in de Maak, het GOH, de huurdersvereniging van de kleine kernen en de jongeren/ Roffa Takkies.

Signalen van deelnemers De positieve signalen hadden voornamelijk betrekking op het niveau van betrokkenheid.

Maatschappelijke ontwikkeling

Het werd zeer gewaardeerd dat de gemeente op gelijke voet met de deelnemers in een gezamenlijke dialoog trad, zonder bijvoorbeeld de rol van voorzitter aan te nemen. Dit leidde tot een groter gevoel van transparantie.

Stadsontwikkeling - Gebiedsontwikkeling en Gebiedsexploitatie Stadsontwikkeling Bouw- en woningtoezicht

De kritische signalen die we hebben ontvangen, hadden voornamelijk betrekking op de krappe planning. De sessies vonden kort na elkaar plaats en hierdoor was het een intensief traject. Dit heeft veel van de deelnemers gevraagd en hier hebben we enorm veel waardering voor.

Overbelasting door parallelle trajecten Een ander signaal betrof overbelasting, omdat er vanuit de gemeente nog andere trajecten met betrekking tot wonen liepen waar participatie en inspraak een grote rol speelden. Aangezien sommige genodigden belangrijke spelers zijn in het woningvraagstuk in Rotterdam (zoals de grote woningcorporaties of huurdersorganisaties), werden ze uitgenodigd voor deze meerdere parallel lopende trajecten wat zorgde voor een extra belasting.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

5

Timing De dialoogtafels waren gepland voor de maanden september en oktober, waarvoor de uitnodigingen in juli zijn verstuurd. Hierdoor hebben sommige partijen de uitnodigingen gemist. Ondanks bovenstaande belemmeringen zijn partijen erin geslaagd om toch nog deelnemers te regelen, met uitzondering van één partij: het GOH. Er hebben met deze partij gesprekken plaatsgevonden om alsnog hun bijdrage aan de woonvisie op te nemen.

Dialoogtafels: opbrengst Gedurende de dialoogtafels is veel waardevolle informatie gedeeld tussen

Vervolgens is toegewerkt naar een set unanieme adviezen per tafel aan de gemeente

belangenvertegenwoordigers onderling en tussen belangenvertegenwoordigers en de

om te verwerken in de woonvisie. Dit zijn adviezen waarin de oplossingen verwerkt zijn

gemeente. Deze verschillende perspectieven op wonen in Rotterdam hebben de visie

die het niveau van een visie hebben en die recht doen aan de belangen van alle partij

verrijkt. Wat in algemeenheid opgevallen is, is de betrokkenheid van de deelnemers bij

aan tafel. De adviezen kunnen rekenen op instemming van de deelnemers doordat de

het onderwerp en de bereidheid die er was zich te verplaatsen in het belang van

formulering hun belangen niet schaadt. Afgevallen zijn oplossingen die niet voldoende

de ander.

concreet zijn, niet realistisch zijn of het belang van een van de partijen schaden. De adviezen zijn in onderstaande paragraaf integraal opgenomen, waarbij per advies

Aan de tafels is veel herkenning geweest in de koers/visie voor 2040 en de daaruit

aangegeven is of het advies geheel, gedeeltelijk of niet overgenomen is in de tekst van

afgeleide pijlers/thema’s. Er ontstond (logischerwijs) discussie bij de uitwerking van

de Woonvisie.

de visie in concrete maatregelen. De tijd ontbrak om hierover met elkaar de diepte en scherpte van het gesprek op te zoeken. Ook is geconstateerd dat voor de uitwerking van

Een aantal thema’s is op meerdere tafels besproken. Op onderdelen plaatsen deze

de visie naar maatregelen op onderdelen meer onderzoek nodig is.

adviezen de gemeente voor een dilemma omdat ze niet eenduidig geformuleerd zijn, danwel tegenstrijdigheden bevatten. Er zijn ook een aantal adviezen geformuleerd die

Aan iedere tafel is de complexiteit en veelheid van het hoofdonderwerp teruggebracht

mogelijk om politieke keuzes vragen.

tot 4 à 6 thema’s waarvoor oplossingen/maatregelen bedacht zijn. Het bedenken van oplossingen is een creatief proces waarbij geldt dat alle ideeën welkom zijn (niets is te gek; “nee/kan niet” bestaat even niet) en het gaat om de kwantiteit van oplossingen.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

6

Thema: Flexibiliteit in uitvoering

Adviezen dialoogtafels Hieronder staan de adviezen per dialoogtafel met een uitleg waarom bepaalde adviezen niet - of gedeeltelijk niet - zijn overgenomen. De adviezen achter die achter

gedeeltelijk en de achter

zijn overgenomen,

niet.

 Bij langjarig uitvoerbaar en consistent beleid op het gebied van “Wonen” hoort ook flexibiliteit in ontwikkeling. Gemeente én partijen die bouwen dienen hier beiden aan bij te dragen in tijden dat het goed gaat, maar ook als het tegenzit.

 Het langjarige karakter van de woonvisie vraagt van alle betrokken partijen het lef om

Tafel 1: Meer en betaalbare woningen: nieuwbouw Thema: Sturing op voldoende betaalbaar  Een ambitie vermeld in percentages en aantallen geeft richting en een duidelijke koers, de woningbehoefte moet hierbij het uitgangspunt zijn. Bouw met prioriteit voor de doelgroepen waar de nood voor een betaalbare woning het hoogst is. Hierbij is een balans tussen duidelijkheid en flexibiliteit belangrijk. Hanteer bijv. bandbreedten en werk in tijdsvakken (cohorten).

het gesprek aan te gaan waarbij altijd gehandeld wordt in de geest van beleidskaders en keuzes uitlegbaar en verklaarbaar zijn. Stapeling van eisen is dan iets waarvoor aandacht moet zijn en als niet alles kan moeten er prioriteiten gesteld kunnen worden met oog voor de verschillende noden in doelgroepen.

Reactie van de gemeente Met het Doorbouwakkoord en bv verkennen van de Rotterdamse Bouwwet, hebben we een mate van flexibiliteit ingebouwd m.b.t. betaalbare woningen. Echter ook een koers en kader, dus niet alles is flexibel.

Reactie van de gemeente Het advies om de ambities in aantallen en percentages weer te geven, gebaseerd op woningbehoefte, is verwerkt in pijler 1. Daar moet wel bij worden gezegd, dat naast woningbehoefte ook haalbaarheid heeft meegewogen in de uiteindelijke koers. Het werken met bandbreedtes en tijdsvakken is bij een aantal maatregelen toegepast, zoals bij het percentage betaalbaar.

Thema: Woningdifferentiatie naar prijssegmenten  We accepteren op hoofdlijnen dat elke wijk een eigen woningdifferentiatie heeft en een daarbij behorende woningvoorraad. Uitgangspunt is niet het sturen op de afname van categorie maar juist om voor het betaalbare segment ondergrenzen te hanteren en van daaruit te sturen.

Thema: Afwegingen bij vervangende nieuwbouw  Sloop-nieuwbouw is altijd een precaire afweging. Vaak geeft de technische staat aanleiding, maar er zijn ook andere situaties. Sloop-/nieuwbouw biedt een goede gelegenheid om te verdichten en te differentiëren waarbij de initiatiefnemer bij het te creëren aanbod programma altijd in overleg* moet met bestaande bewoners en met oog voor het belang van nieuwe bewoners. Er wordt aandacht gevraagd voor situaties waarin de gemeente weinig tot geen sturingsmogelijkheden heeft. Hier is nader onderzoek voor nodig. Ook de koppeling met het te verschijnen sociaal statuut vraagt aandacht. *Daar waar ‘overleg’ staat kan ook betrokken of andere term van dezelfde strekking worden gelezen.

Reactie van de gemeente Reactie van de gemeente Het eerste deel van het advies is verwerkt; We gaan uit van de kracht van de wijk (zie pijler 2), en hanteren daarbij het principe ‘wijken voor iedereen’ als basis. Vandaar dat de tweede zin niet volledig is overgenomen. In wijken met een omvangrijk aandeel sociale woningen geven we meer ruimte aan het middensegment en duurdere woningen. Dat kan door middel van verdichting, stedelijke vernieuwing, maar ook door liberalisaties en verkoop van bestaande

Het advies om sloop als een precaire afweging te beschouwen is verwerkt in pijler 2 over toekomstbestendige vitale wijken. Ook verschillende mogelijke aanleidingen voor sloop zijn benoemd. Zie ook de link met de leidraad stedelijke vernieuwing m.b.t. zorgvuldigheid. Ook het overleg met bestaande en nieuwe bewoners is verwerkt (koppeling sociaal statuut).

woningen. Daarmee kan het aandeel van een categorie in sommige gevallen dus wel afnemen.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

7

Tafel 2: Meer en betaalbare woningen: bestaande bouw Thema Sloop Bij bestaande voorraad is het uitgangspunt behoud, tenzij met vervangende nieuwbouw voldaan wordt aan (een of meerdere) volgende doelen:

Kwaliteitsverbetering (bestaande voorraad heeft bouwkundig een niet op te lossen slechte staat)

 Voorkomen van onverantwoord hoge kosten (voor instandhouding, verduurzaming of renovatie van de woningen in vergelijking met nieuwbouw)

 Mogelijkheid tot verdichting (om zo woningen toe te voegen zonder dat dit ten koste gaat van het oorspronkelijke aantal (sociale) woningen)

Differentiatie  Verder dienen partijen (zoals gemeente en/of corporaties) transparant te zijn over welk doel of welke doelen er worden nagestreefd als er gesloopt wordt. Ten slotte moet er vooraf voorzien zijn in een terugkeerregeling en tijdelijke huisvesting. Deze tijdelijke huisvesting mag ook in middenhuur woningen.

Reactie van de gemeente Het advies om zorgvuldig en transparant met sloop om te gaan is verwerkt in pijler 2 over toekomstbestendige vitale wijken. Daar is een link met leidraad stedelijke vernieuwing gelegd. Daarbij herkennen we het genoemde uitgangspunt ‘behoud, tenzij’; De in het advies genoemde doelen waarbij sloop overwogen kan worden zijn ook in de woonvisie nadrukkelijk genoemd. Het voorzien in een terugkeergarantie is met een verwijzing naar het sociaal statuut ook verwerkt.

Thema Sloop  Er is een groep huurders die tussen wal en schap valt. Dit zijn huurders die enerzijds te veel verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Anderzijds verdienen ze te weinig om een huurwoning in de particuliere sector te kunnen krijgen. Deze zijn simpelweg te duur en de inkomenseisen vaak te hoog. Vanuit die constatering worden een tweetal adviezen voorgesteld:

 Zorg ervoor dat ook de sociale voorraad van particuliere verhuurders bij de bewoners terecht komt die hierop zijn aangewezen door deze voorraad toe te wijzen op basis van inkomen.

 Bestendig de regelingen tussen corporaties waarbij het aanbieden van middenhuur woningen gekoppeld is aan het inkomen (zodat de passende woning bij de passende doelgroep komt) en breidt deze uit naar particuliere eigenaren.

 De huidige voorraad sociale woningen past in de toekomst waarschijnlijk niet meer bij de toekomstige doelgroep. Er wordt verwacht dat er steeds meer vraag zal komen naar woningen voor alleenstaanden en senioren. Tegelijkertijd is er mogelijke sociale woningvoorraad die kwalitatief ook als middenhuur woningen gebruikt zouden kunnen worden. Advies is om te verkennen of het in die situatie verstandiger is om nieuw te bouwen voor sociaal, om vervolgens de huidige kwalitatief hoogwaardige sociale voorraad te gebruiken als middenhuur.

Reactie van de gemeente Het advies is verwerkt. Ten aanzien van de definitie sociale huur is deze insteek bijvoorbeeld ook in het Woonakkoord en toekomstige landelijke regelgeving gekozen. In de uitwerking van het principe ‘wijken voor iedereen’ zal per wijk moeten worden bekeken wat oplossingen zijn. Daarbij is de benoemde oplossing een mogelijkheid, maar in wijken met weinig sociaal kan ook (tijdelijk) een stop op liberalisatie of verkoop verstandig zijn.  

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

8

Thema: Kwaliteit particuliere voorraad  Voor het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad zijn zowel de wortel als de stok nodig. Creëer een programma met een balans tussen ondersteunen en handhaven. Zorg in het programma voor zowel de mogelijkheid om eigenaren te stimuleren hun woningen kwalitatief op orde te houden, als handhavingsmogelijkheden wanneer eigenaren structureel weigeren dit te doen. De stichting VVE-010 en de VVE’s spelen hierin een belangrijke rol:

Stimuleringsmaatregelen kunnen subsidies zijn maar ook het creëren van een gereedschapskist (denk hierbij aan het helpen activeren van een bestuur, het maken van een meerjarenonderhoudsbegroting (MJOP) en een meerjarige financiële vooruitblik. Adviseren en ondersteunen van verbeterprojecten, het overnemen van de projectleiding en het houden van toezicht op het uit te voeren werk). Verder kunnen ondersteunende organisaties als VvE010 worden uitgebreid.

 Soms is het echter nodig om strenger op te treden. De wet verbetering functioneren VvE’s geeft de gemeente hierin een taak. Zo kan de gemeente toezicht houden op de bouwkundige kwaliteit van de voorraad, ze kan een meerjarenonderhoudsplan van elke VvE eisen, en ze kan een ALV bij elkaar roepen.

Het programma heeft oog voor het verschil tussen eigenaar-bewoners en particuliere verhuurders.

Thema: Beter benutten  Optoppen is een belangrijke maatregel om meer woningen toe te voegen, maar het gebeurt nog te weinig. Ga daarom de samenwerking aan tussen partijen (bijv. een taskforce met gemeente, corporaties, huurdersvereniging, verhuurdersvereniging) om optoppen verder te helpen. Zorg hierbij dat de randvoorwaarden (over parkeernormen, kwaliteitseisen, etc.) bekend zijn. Daarbij is in het geval van optoppen het volgende van belang: Heldere kaders over parkeernormen, verdichting en andere afwegingen waarbinnen initiatieven in principe goedgekeurd worden. Zo hoeft niet ieder initiatief apart beoordeeld te worden.

 De oproep hierbij is om soepeler om te gaan met bepaalde beleidsregels, zoals parkeernormen. Uitbreiding van woningvoorraad heeft een zwaarder wegend belang, dan voldoende parkeerplaatsen (liever een dak boven het hoofd, dan een auto onder je kont). Er is bepaald of optoppen in de hele stad mogelijk moet zijn of slechts in bepaalde wijken;

 Indien er sprake is van een taskforce:  Moet deze bestaan uit vertegenwoordigers van betrokkenen en belanghebbenden;

Reactie van de gemeente Het advies om zowel de wortel en de stok te hanteren is niet in letterlijke bewoordingen benoemd in de Woonvisie, maar wel terug te vinden in de voorgestelde maatregelen. Zoals de wortel: Intensiveren VVE010 en subsidies voor verduurzaming en het funderingsloket. En de stok: huidige inzet op toezicht en handhaving en intensiveren, goed huren en verhuren.  

Moet deze makkelijk toegang hebben tot het bestuur;  Neemt deze ontwikkelde aannemers mee;  Kan een gesloten huishoudboekje gehanteerd worden waarbij opbrengsten van optoppen terug worden geïnvesteerd in de wijk of het pand dat opgetopt is voor verduurzaming, vergroening van daken etc.. Dit punt dient nog uitgewerkt en geconcretiseerd te worden. De gemeente moet zich gericht inzetten richting de landelijke politiek voor het versoepelen van de kostendelersnorm om in bredere zin mee te kunnen werken aan vormen van woningdelen. Het volledig afschaffen van de kostendelersnorm is voor nu onhaalbaar. Wel kan er gekeken waar het aanmoedigen van samenwonen een gewenste ontwikkeling is. Denk hierbij aan senioren, wanneer ze zelf aangeven graag samen te wonen. De gemeente kan zich specifiek richten op versoepeling van de kostendelersnorm voor deze doelgroep(en) om zowel kansen te kunnen benutten als risico’s (door bv. (onverwachte) inkomensachteruitgang) te vermijden.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

9

Verder zorgt het ontbreken van huursubsidie voor bewoners van onzelfstandige woningen ervoor dat het minder aantrekkelijk is voor bijvoorbeeld studenten om samen te wonen in onzelfstandige woningen (zoals kamers). De gemeente moet zich daarom uitspreken voor huursubsidie voor bewoners van onzelfstandige woningen om zo deze vorm van samenwonen aantrekkelijker te maken.

Reactie van de gemeente Optoppen is één van de maatregelen die worden verkend voor het beter benutten van de bestaande voorraad. Het streven is om samen met partijen in de stad (ontwikkelaars, VvE’s, eigenaren, corporaties etc.) te kijken hoe optoppen makkelijker gemaakt kan worden. Eén manier is door het stellen van heldere kaders, zodat aan de voorkant duidelijk is wat wel en niet kan. Het soepeler omgaan met andere beleidsdoelen wordt ook onderzocht. Daarbij wordt met het zwaarwegend belang van genoeg woningen rekening gehouden. Wat betreft de kostendelersnorm wordt gekeken naar het zo optimaal benutten van de huidige mogelijkheden. Ook willen we daarover met alle partijen duidelijk communiceren. Het beschikbaar maken van huursubsidie voor bewoners van onzelfstandige woningen maakt onderdeel uit van de lobbyagenda van de gemeente Rotterdam richting het rijk.  

Thema: Informatievoorziening  De woningmarkt met alle betrokkenen, rollen, verantwoordelijkheden en regels is erg complex. Dit maakt het soms moeilijk te begrijpen welke mogelijkheden en verantwoordelijkheden huurders, verhuurders en woningeigenaren hebben. Het advies is daarom om één balie, loket of iets dergelijks te organiseren (fysiek, niet enkel digitaal) waar bewoners, eigenaren, huurders, verhuurders en iedereen met een vraag over wonen (het volledige aspect van wonen) terecht kan voor advies. Deze balie kan onder andere helpen zicht te krijgen op de volledige vraag naar woningen in de stad. Maar ook kopers kunnen hier geholpen worden met informatie over wat ze van plan zijn te kopen. Zo kunnen kopers informatie vinden over de kwaliteit van een beoogde woning, de kwaliteit van het complex (de VVE) waar de woning zich in bevindt, het bestaan van een meerjarenonderhoudsbegroting, eventuele maandelijkse bijdragen en de (financiële) planning voor het complex.

Tafel 3: Toekomstbestendige en vitale wijken Thema: Definities In de woonvisie moeten duidelijke en goede definities voor toekomstbestendige woningen en vitale wijken opgenomen worden. Belangrijke componenten en kenmerken daarvoor zijn: Toekomstbestendige woningen: zijn bouwtechnisch op orde (bv funderingen, kwaliteit) en duurzaam. Wanneer dat bouwkundig en financieel verantwoord is wordt rekening gehouden met mogelijke veranderende woonbehoefte in de toekomst (bijvoorbeeld mogelijkheden tot levensloopbestendig bouwen, samenvoegen of splitsen). Vitale wijk: in een vitale wijk kunnen bewoners veranderingen opvangen (zelfredzaam en weerbaar) en gaan gemeenschappen/netwerken lang mee. In vitale wijken zijn doorstroming (ander type woning) en wooncarrière (ander prijssegment) in de wijk. Daarvoor zijn een divers aanbod voor verschillende doelgroepen, verschillende type woningen/woonvormen en woningen in diverse prijssegmenten nodig. Het gaat ook om sociale netwerken (collectieve zelfredzaamheid), vitale wijk zijn wijken die uitnodigen tot ontmoeten en eenzaamheid tegengaan (bv door goed maatschappelijke voorzieningen en voldoende openbare ruimte/groen in de wijk). Een vitale wijk is een wijk waarbij (oudere) bewoners zich prettig en veilig voelen en zijn op straat en in hun woning.

Nuancering van deze definitie is dat het geen uitputtende definitie is, het kenmerken van vitale wijken betreft en het geen normen/eisen bevat. Ofwel, niet iedere wijk hoeft al deze kenmerken te bevatten om toch vitaal te zijn.

Reactie van de gemeente Het advies om duidelijke definities op te nemen is overgenomen. Bij ambities van de pijler 2, Toekomstbestendige woningen en vitale wijken, is benoemd wat we daaronder verstaan. In de doelen en maatregelen komen deze aspecten ook weer terug. De in het advies genoemde verschillende aspecten van de definities, zoals bouwtechnisch op orde, duurzaam, belang van sociale netwerken, etc. zijn verwerkt in de Woonvisie.  

Reactie van de gemeente De Wijkhub is het centrale gemeentelijke loket in de wijk waar Rotterdammers voor vragen terecht kunnen. Rotterdam heeft ervoor gekozen om niet op gespecialiseerde loketten in te zetten, maar te kiezen voor één centraal punt in de wijk. Loketten als VvE010 zetten we wel door, die intensieveren wij zelfs.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

10

Thema: Particuliere voorraad Alle partijen aan tafel onderkennen de noodzaak om de verloedering van de particuliere voorraad tegen te gaan, stappen te zetten in het toekomstbestendig maken van woningen en het vitaal houden van wijken. Dit betekent dat: De gemeente Rotterdam, het Rijk, corporaties en grote particuliere verhuurders een brede aanpak maken voor en bijdragen aan (expertise delen, geld, capaciteit) de maatschappelijke opgave in de particuliere voorraad. De aanpak omvat algemene maatregelen (durf als gemeente strengere handhaving in te zetten, zoals zelfbewoningsplicht voor alle nieuwbouwwoningen) en maatregelen die per situatie ingezet kunnen worden (opkopen, opknappen, onteigenen, belonen van goed gedrag etc.). In de aanpak wordt op korte termijn een beperkt aantal wijken aangepakt, daar waar de opgaven op fysiek en sociaal vlak het grootst zijn. De aanpak wordt voor de lange termijn ingezet om de particuliere voorraad structureel en in alle wijken te verbeteren; De gemeente een minimale bouwkundige kwaliteit (ondergrens) bepaalt en daarop handhaaft; De gemeente met relevante partijen een vangnet ontwikkelt voor individuen die zelf de woning niet kunnen aanpakken; bijvoorbeeld door ondersteuning met financieringsconstructies, achtervang door corporaties en financiële middelen; De gemeente onderzoekt een aanvalsplan voor verplichte activering VVE’s.

Het aanvalsplan heeft oog voor het verschil in positie van eigenaar-beleggers en eigenaar-bewoners binnen VVE’s. Het aanvalsplan bevat ook handvatten voor controle en bewaking van VVE’s;

Thema: Diversiteit wijken Alle partijen aan tafel onderkennen de noodzaak in de woonvisie recht te doen aan de diversiteit en veelkleurigheid van wijken in Rotterdam. Dit betekent dat: De gemeente, corporaties en andere stakeholders moeten investeren in doorleefde kennis van deze wijken: Door met bewoners in gesprek te gaan over de geleefde werkelijkheid van de wijk. Door data te verrijken met ervaring. O.a. door in gesprek te gaan met wijkbeheerders, huismeesters etc. met specifieke kennis van buurt/wijk voordat beleid gemaakt wordt en door te zorgen voor een goede representatie van gesprekspartners in wijken (niet alleen de “usual suspects”). Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om huidige bewoners, maar ook om potentiële bewoners en bewoners van de toekomst; Door met bewoners in gesprek te gaan over data en die gezamenlijk te interpreteren; Door op een bij de wijk passend manier periodiek overleg te organiseren tussen verschillende partijen op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Stadsbreed beleid wordt door vertaald naar een praktische aanpak per wijk/gebied (maatwerk) en vice versa in samenspraak met alle relevante partijen.

Reactie van de gemeente Het brede advies is herkenbaar en verwerkt in de pijler. Het gaat voor nu te ver om de specifieke invulling die wordt voorgesteld (met bewoners in gesprek over de geleefde werkelijkheid van de wijk, data verrijken met ervaring, periodiek overleg met de wijk, etc) in detail in de Woonvisie op te nemen. Dit advies is verwerkt in een apart hoofdstuk over gebiedsgerichte uitwerking.

De gemeente met relevante partijen onderzoekt of op kritische plekken een beheersstructuur per bouwblok gemaakt kan worden om zo particuliere collectieven te versterken.

Reactie van de gemeente Het advies voor een brede aanpak is herkenbaar en een groot deel van de benoemde voorstellen is verwerkt, zoals het versterken van de Vve beheerstructuur en het verkennen van een vangnet voor niet- kunners. Ook goed om dat in gezamenlijkheid te doen, dus met corporaties, financiële instellingen, etc. Het advies over de mate waarin we gaan handhaven is niet zo strikt overgenomen; Daarvoor is een een financiële en politieke afwegin nodig.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

11

Thema: Bestaande netwerken Alle partijen aan tafel onderkennen dat het voor toekomstbestendige, vitale wijk van belang is dat sociale structuren, bestaande netwerken en gemeenschappen ingezet en daar waar nodig versterkt worden ten behoeve van zelfredzaamheid, veerkracht en duurzaamheid. Dit betekent dat: de kracht van de wijk benut wordt door bestaande netwerken in beeld te brengen en die blijvend te betrekken (niet één participatiesessie, maar blijvend samen creëren); per wijk onderzocht moet worden hoe netwerken bereikt kunnen worden en hoe netwerken een bijdrage kunnen leveren aan voor hen relevante thema’s.

Reactie van de gemeente Het advies is op hoofdlijnen herkenbaar, namelijk het belang van sociale netwerken en versterken daarvan. Dit hebben we ook in teksten verwerkt. Echter de concrete voorgestelde oplossingsrichtingen zijn zeer gedetailleerd voor de Woonvisie zelf (bijvoorbeeld per wijk bestaande netwerken onderzoeken).

Thema: Voorzieningen Alle partijen aan tafel onderkennen dat voorzieningen zoals OV, groen en maatschappelijke voorzieningen randvoorwaarden zijn voor vitale wijken. Dit betekent dat: De gemeente in samenspraak met huidige bewoners, per wijk of gebied moet bepalen welke maatschappelijke voorzieningen (basis, 1e en 2e lijns voorzieningen) noodzakelijk zijn nu en in de toekomst. Niet ieder gebied heeft dezelfde voorzieningen nodig, bv. de kleine kernen vragen andere voorzieningen dan de Binnenstad. De politiek keuzes moet maken ten faveure van voorzieningen in wijken;

Tafel 4: Aandacht voor doelgroepen Thema: Concurrentie tussen doelgroepen Gezien de schaarste op de woningmarkt en het feit dat we niet willen dat doelgroepen hierdoor onderling tegenover elkaar komen te staan in het vinden van een woning, willen we dat de gemeente hier meer regie op neemt, zodat woningen transparant worden verdeeld. Dat betekent dat: Goede, integrale analyse nodig is over welke doelgroepen er zijn, de omvang van de doelgroepen en de woonbehoeften (via een onafhankelijke partij). Deze analyse moet als gedeelde waarheid dienen waar langer mee gewerkt wordt dan de duur van de collegeperiode. Jongeren en studenten dienen ook meegenomen te worden in de woonzorganalyse om een zo volledig mogelijke analyse te maken. Onderdeel van deze analyse is een maatschappelijke kosten/baten analyse van het wel/niet huisvesten van de verschillende doelgroepen. Daarbij wordt een humanitaire ondergrens meegenomen bij de bespreking van de conclusies van de MKBA. Een onafhankelijke partij biedt dan advies over de afweging tussen doelgroepen. Wie de onafhankelijke partij is dient verder uitgewerkt en onderzocht te worden (adviesbureau en/of burgerberaad).

Reactie van de gemeente In de woonzorganalyse wordt de woonopgave voor aandachtsgroepen conform de definitie ‘Een Thuis voor iedereen inzichtelijk gemaakt. Als gemeente willen we hierin ook de huisvestingsvraag van jongeren meenemen. Daarbij is de keuze nog niet definitief gemaakt of we daarbij ook een MKBA toepassen en of we de afweging door een onafhankelijke partij laten doen. Wel neemt de gemeente regie door het zo eerlijk en transparant mogelijk verdelen van beschikbare woningen via de verdeelsleutel.  

De gemeente met andere vastgoedbezitters onderzoekt of de systematiek van sociale huur gehanteerd kan worden voor commerciële ruimtes voor bv huisartsen, fysiotherapeuten, ambulante zorgaanbieders, tweedelijns zorginstellingen.

Reactie van de gemeente Het algemene advies is verwerkt in de Woonvisie (voorzieningen zijn randvoorwaardelijk voor fijne en vitale wijken), waarbij opgaven per wijk verschillende zijn. Alleen het punt over ‘de gemeente gaat in samenspraak met huidige bewoners, per wijk bepalen welke maatschappelijke voorzieningen noodzakelijk zijn nu en in de toekomst’ gaat vooralsnog te ver om als concrete actie op te nemen. Het proces met wijkakkoorden is daarvoor net doorlopen en dat zien we als een belangrijke invulling hiervan.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

12

Thema: Beschermen van de meest kwetsbaren Omdat de meest kwetsbaren het grootste risico lopen om in de krappe woningmarkt te worden benadeeld, streven we ernaar om hen te beschermen. Dat betekent dat er vooraf in wijken waar we aan de slag gaan kansen onderzocht worden voor het huisvesten van doelgroepen. Daarbij specifiek aandacht voor het plaatsen van de meest kwetsbaren (zie mkba en uitwerking onder kopje concurrentie tussen doelgroepen).

Reactie van de gemeente Dit advies is deels overgenomen. In het hoofdstuk aandachtsgroepen zijn wel maatregelen opgenomen om doelgroepen aan huisvesting te helpen, maar er is geen wijkgerichte werkwijze benoemd. We werken uit hoe bij gebiedsadvisering ook de meest kwetsbare doelgroepen meegenomen kunnen worden en hoe we een eventueel besluit om dit niet te doen kunnen beargumenteren.

Thema: Succesvol huisvesten van/samen leven met doelgroepen Omdat het huisvesten van specifieke doelgroepen zowel positieve als nadelige gevolgen kan hebben voor omwonenden als voor de doelgroep zelf, streven we naar goede integratie in een wijk. Dat betekent dat: Er community manager-achtige taken worden uitgevoerd gericht op het integreren van doelgroepen in gemeenschappen. Er dient onderzocht te worden in hoeverre deze functie overlapt met al bestaande functies op dit vlak.

Er in de woonvisie ook voldoende aandacht wordt besteed aan de woon-zorgvisie, want ‘zorg en welzijn’ is onlosmakelijk verbonden met kwesties rondom het samenleven met doelgroepen. Juist toevoegen van sociale voorraad in gebieden waar dit nog nauwelijks is.

Reactie van de gemeente We nemen het advies in hoofdlijnen over. Voor de invulling is meer onderzoek nodig naar de voor- en nadelen van o.a. community-achtige taken. Het integreren van doelgroepen en betrekken en ondersteunen van bewoners in tijden van wrijving is een belangrijk aandachtspunt, vooral om vitale wijken te creëren. Daarbij is het voor de gemeente wel noodzakelijk met alle partijen in de stad op te trekken. Het advies over concentraties, woonzorgvisie en toevoegen van sociaal komt in het hoofdstuk van pijler 3 wel terug. De sociale infrastructuur in wijken en het aanbieden van gevarieerd woningaanbod wordt besproken bij pijlers 1 en 2.  

Thema: Buurtnetwerken Omdat doelgroepen profiteren van de ondersteuning die voortkomt uit deelname aan buurtgemeenschappen, streven we ernaar hun integratie in deze gemeenschappen te bevorderen. Dit betekent dat: Rotterdamse wijken zijn wijken waar de woonomgeving gezond, veilig en toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeting. Dit is nodig om wijken veerkrachtig te hebben en houden zodat Rotterdammers kunnen blijven wonen in bestaande netwerken.

Bewoners worden betrokken bij deze opgave en er ondersteuning beschikbaar komt op momenten van wrijving (bemiddeling).

De gemeente en andere partijen dit stimuleren, ook door specifieke ingrepen in de woonomgeving. En daarbij ontmoeting en vitale buurt- woongemeenschappen stimuleren om een buurt te creëren waar iedereen zich thuis voelt.

Er gewerkt moet worden aan het vergroten van draagvlak voor het plaatsen van doelgroepen in wijken door:

De buurt wordt betrokken bij toekomstige fysieke ontwikkelingen in een buurt.

 Goed te af te stemmen en te communiceren over de plaatsing van doelgroepen in een wijk (zie community manager).

 Doelgroepen meer positief zichtbaar te maken. Immers: “onbekend maakt onbemind”.

Reactie van de gemeente Dit advies sluit volledig aan bij de maatregelen die beschreven staan in pijler 2. Hierbij gaat het om het stimuleren van ontmoeting en het betrekken van bewoners bij stedelijke vernieuwing met aandacht voor bestaande netwerken.

Er in de analyse van de woonbehoefte van doelgroepen (thema ‘concurrentie doelgroepen’) specifiek wordt gekeken naar de vraag: wanneer is concentratie gewenst en wanneer juist niet?

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

13

Thema: Passende woning We willen ervoor zorgen dat doelgroepen kunnen wonen in woningen die aansluiten bij hun specifieke woonbehoeften. Dit betekent dat: Er naast aandacht voor de meest kwetsbare doelgroepen ook aandacht moet zijn voor de vraag en toekomstige huisvestingsbehoefte van groepen met specifieke woonwensen waardoor zij moeilijker slagen op de woningmarkt zoals jongeren, ouderen en studenten. De kwaliteitskaders spelen in op de specifieke woonwensen van alle doelgroepen, in plaats van het tegenwerken van doelgroepen. Deze doelgroepen hebben een duurzame woonoplossing nodig, maar in verband met de huidige krapte kan er ook gekeken worden naar tijdelijke woningen en innovatieve oplossingen buiten de geijkte kaders.

Reactie van de gemeente Dit advies sluit volledig aan bij de maatregelen voor de bouw van studentenwoningen en de afspraken voor beschikbare en betaalbare woningen voor jongeren in het hoofdstuk aandachtsgroepen, pijler 3. Ook zijn woonzorgconcepten voor ouderen daarin benoemd. Ook het advies over de kwaliteitskaders wordt overgenomen: er kan onderbouwd afgeweken worden van de kwaliteitskaders.  

Tafel 5: Betere positie op de woningmarkt Thema: Kopen Er is vanuit de gemeente meer aandacht nodig voor de positie en problematiek van kopers. Dit betekent dat: De gemeente voorziet in een goede informatievoorziening voor kopers en ook verkopers over het gehele (ver)koopproces en de financiële gevolgen van kopen (bijdrage vve, verduurzamingskosten etc.), dit kan bijv. in de vorm van een loket. De gemeente meer toezicht houdt op het functioneren van vve’s. De manier waarop vergt nader onderzoek maar in ieder geval dient de introductie van een verplicht keurmerk voor vve’s verkend te worden. De gemeente dient in sommige gevallen financiële ondersteuning te bieden voor funderingsherstel en/of verduurzaming van woningen, onder welke voorwaarden is ter nadere uitwerking. Ook de mogelijkheden van een starterslening zijn de moeite waard te onderzoeken.

Reactie van de gemeente Het advies om meer toezicht te houden op het functioneren van vve’s is gedeeltelijk opgenomen in de Woonvisie. We hebben wijkhubs en zetten door op VvE 010. We houden geen toezicht, we nemen niet alle VvE’s onder de loep. Ten aanzien van financiële ondersteuning bieden we subsidies, leningen en ondersteuning aan VvE’s voor verduurzaming vanuit het Klimaat Actieplan Rotterdam en het Weerwoord. Er is onlangs besproken dat er geen mogelijkheden zijn om startersleningen te onderzoeken.

Thema: Representatie De gemeente dient financiële dan wel procesondersteuning te bieden aan belangenorganisaties van huurders zodat zij als goede gesprekspartner kunnen optreden tegenover verhuurder en gemeente; De gemeente dient regelmatig te overleggen met zowel een afvaardiging van particuliere verhuurders als een vertegenwoordiging van de vve’s.

Reactie van de gemeente Het advies om financiële dan wel procesondersteuning te bieden is herkenbaar. Professionele huurdersondersteuning is via de woningcorporaties geregeld. Vanuit de gemeente ondersteunen we huurders met een wijkhub informatiepunt, participatie-aanpak bij projecten, etc. Voor missstanden is er een meldpunt. We hebben op maandelijkse basis overleg met het PPVR, maar (nog) niet met de vertegenwoordiging van vve’s. Die zijn wel betrokken geweest in het participatieproces van de woonvisie.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

14

Thema: Huurproces Voor een gebalanceerde woningmarkt zijn zowel huurwoningen in de corporatiesector als de particuliere sector waardevol. De toewijzing van alle huurwoningen dient te gebeuren op basis van objectieve en heldere regels, waarbij onderscheid is tussen criteria die gelden voor toewijzing van corporatiewoningen en particuliere huurwoningen. De volgende 2 zaken verdienen nadere uitwerking: Onderzoek de mogelijkheden van een betere gegevensuitwisseling over het woonverleden van de huurder tussen verhuurders en de gemeente; Onderzoek of ook leegstandsbeheerders gehouden kunnen worden aan bepaalde plichten op het gebied van huurprijzen en toewijzing.

Reactie van de gemeente Het advies om huurwoningen toe te wijzen op basis van uniforme en heldere regels is opgenomen in de Woonvisie en wordt onderzocht, evenalas de mogelijkheden van een betere gegevensuitwisseling. Wat betreft leegstand, het gaat hier om een te klein percentage. Daarbij bedienen leegstandsbeheerders ook een bepaald marktsegment.

Thema: (Ontbrekende) informatie Breng de woonvraag goed in beeld en betrek belangenorganisaties bij de opzet van het onderzoek.

Thema: Voorkomen van misstanden Richt een meldpunt misstanden in waar zowel huurders als verhuurders zaken kunnen melden. Intensiveer toezicht en handhaving op goed verhuurderschap en onderzoek of het zinvol en haalbaar is om een keurmerk voor goede verhuurders te introduceren.

Reactie van de gemeente Het advies om een meldpunt in te richten voor (ver)huurders over misstanden is deels opgenomen in de Woonvisie. Dit meldpunt bestaat voor de huurders. Voor de verhuurders is er nog geen meldpunt om meldingen te doen over huurders. Dit wordt wel verkend. Het advies om de mogelijkheid tot een keurmerk te verkennen, is opgenomen in de Woonvisie.

Thema: Toegankelijkheid Stimuleer de bouw van levensloopbestendige woningen voor ouderen en mensen met een beperking. Biedt maatwerk aan mensen die vanwege gebrek aan digitale vaardigheden, handicap of ongeletterdheid niet in staat zijn om een huurwoning te zoeken/ vinden.

Reactie van de gemeente Het advies om levensloopbestendige woningen te bouwen is opgenomen in de Woonvisie. Het advies om de mogelijkheid tot maatwerk op te nemen in de Woonvisie is gedeeltelijk gedekt in pijler 3: Aandachtsgroepen.

Zorg voor één Rotterdams huurdersplatform waar huurders met al hun vragen terecht kunnen.

Reactie van de gemeente Het advies om de woonvraag goed in beeld te brengen is opgenomen in de Woonvisie. Voor het advies om een huurdersplatform in te richten is de Wijkhub het centrale gemeentelijke loket in de wijk waar Rotterdammers voor vragen terecht kunnen. Rotterdam heeft ervoor gekozen om niet op gespecialiseerde loketten in te zetten, maar op één centraal punt in de wijk.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

15

Overlappende, vaak terugkerende thema’s §

Huisvesting kwetsbare doelgroepen (tafel 1 en 4) Een belangrijk thema wat op twee tafels nadrukkelijk speelt was de de prioriteringsvraag tussen doelgroepen. Richt je je als gemeente en corporaties op het huisvesten van één specifieke doelgroep (kwetsbaren) of op alle doelgroepen (kwetsbaren, ouderen, jongeren, studenten, gezinnen). Het vraagstuk is aan tafel 1 nog breder aangevlogen met de vraag of de woonvisie over volkshuisvesting (sociale huur) gaat of over ook over de gewenste huisvesting voor alle doelgroepen, dus ook middeninkomens en hoge(re) inkomens. Eenduidig in het advies was in ieder geval: Er is in Rotterdam aandacht nodig

Bij de discussie over sloopt speelt de bovenliggende discussie over de

voor het huisvesten van kwetsbaren. Dit vraagt om randvoorwaarden, een

kwantitatieve voorraad aan sociale huurwoningen. Bij het uitgangspunt

afwegingskader en om inzicht in de kosten wanneer kwetsbaren niet gehuisvest

dat de voorraad op stedelijk niveau niet mag afnemen, speelt per

(kunnen) worden. De keuzes die gemaakt worden zouden meer integrale benaderd

project de vraag of het terugbouwen van sociale huurwoningen een

moeten worden en uitlegbaar moeten zijn.

uitgangspunt moet zijn voor ieder project, of dat de oplossing gevonden kan worden in de bredere omgeving van de wijk/het gebied.

§

Sloop (tafel 1, 2 en 3) bezighoudt. De maatschappelijke belangen botsen hier met persoonlijke belangen.

Differentiatie (segmenten en type woningen) en diversiteit (tafel 1, 3 en 4)

Uit alle drie de tafels waar dit thema besproken is kwam als nadrukkelijk advies

Dit thema differentiatie is aan diverse tafels aan de orde geweest,

naar voren dat; Het inzetten van het instrument sloop vraagt om een zorgvuldige

maar op zeer verschillende wijzen uitgewerkt. Enkele in het oog

afweging, transparantie bij de afweging en het betrekken van de mensen die

springende adviezen:

het aangaat. Ook het advies dat sloop aan meerdere doelen kan bijdragen (zoals

§

Het slopen van woningen/complexen is een onderwerp dat de gemoederen

§

We accepteren op hoofdlijnen dat elke wijk een eigen

kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad, differentiatie, en verdichting) kwam

woningdifferentiatie heeft en een daarbij behorende

bij meerdere tafels naar vormen.

woningvoorraad. Uitgangspunt is niet het sturen op de afname van categorie maar juist om voor het betaalbare segment ondergrenzen te hanteren en van daaruit te sturen. §

Alle partijen aan tafel onderkennen de noodzaak in de woonvisie recht te doen aan de diversiteit en veelkleurigheid van wijken in Rotterdam. Door bv met bewoners in gesprek te gaan en data te verrijken met ervaringen.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

16

Dilemma’s In de adviezen zijn ook voorstellen gedaan die dilemma’s met zich meebrengen en mogelijk aanleiding zijn voor (politieke) keuzes. Het gaat dan bijvoorbeeld om: §

De mate van inzet op handhaving; Bij enkele tafels kwam het verzoek tot strengere handhaving op kwaliteit en duurzaamheid van de particuliere voorraad en stevige sturing op VvE’s.

§

Gevraagd rol gemeente versus mogelijkheden; financiën, capaciteit en verantwoordelijkheid bij burgers zelf…

§

Flexibiliteit ten aanzien van beleidsregels. Bijvoorbeeld over het aandeel betaalbaar bij nieuwbouw en de mogelijkheden tot afwijken van parkeernormen. Hoe kunnen we hierover in goede en slechte tijden afspraken maken tussen gemeente en markt

§

§

Differentiatie van prijssegmenten; daarover verschillen de meningen bij

Toekomstbestendige particuliere voorraad (tafel 2, 3 en 5)

belanghebbende ten aanzien van de mate van inzet op onderdeel betaalbaarheid,

Aan alle drie de tafels werd geconstateerd dat de opgaven in de particuliere

variërend van 65% of zelfs 80% betaalbaar in nieuwbouw.

woningvoorraad groot zijn. Het behelst niet alleen de fysieke staat van de

§

Doelgroepen; vraag vanuit partijen om vanuit de gemeente specifiekere

woningen/complexen, maar ook de (misstanden bij de) verhuur van de

keuzes in toewijzing en voorrangsregels te maken. Ook is er een sterke

woningen en het functioneren van de VVE’s. Dit vergt stevige ambities

behoefte aan meer duidelijkheid over voor welke doelgroepen je inzet; de

en maatregelen in de Woonvisie. De vraag die hierbij speelt is hoe de

meest kwetsbare of voor iedereen?

diverse groep aan eigenaren aan zet te krijgen is en wat de rol van de overheid daarin is. Er kwamen qua maatregelen diverse adviezen voorbij over inzet van zowel de wortel als de stok, waarbij instrumenten als stevige handhaving en ondersteuning VvE’s op meerdere tafels naar voren kwamen.

§

Informatievoorziening (tafel 2, 3 en 5) Over veel onderwerpen weten burgers niet meer waar en bij wie ze voor antwoorden terecht kunnen. De verwachting dat de overheid hier een rol in speelt, wordt breed gedeeld, maar is een ingewikkelde opgave. De overheid is niet altijd ‘eigenaar’ van de informatie en er zit veel waarde en informatie in de verschillende (sociale) netwerken. De inzet die door verschillende partijen gepleegd moet worden om informatie te bundelen en te ontsluiten vraagt om prioritering, keuzes en capaciteit

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

17

3. Bewonersvragenlijst Peiling onder Rotterdammers

Overall conclusies

Naast alle belangenvertegenwoordigers (o.a. corporaties, huurdersorganisaties,

Alhoewel de meerderheid van de Rotterdamse respondenten positief oordeelt over hun

belangengroepen, ontwikkelaars, stadmakers) die de gemeente sprak om te komen tot

woning zijn er wel grote verschillen in de beoordeling tussen woonwijken, bewoners

een gedragen Woonprogramma, is input gevraagd aan de inwoners van Rotterdam Deze

van koop of huurhuizen en bewoners van grotere of kleinere woningen. Over de hele

input is verkregen door Rotterdammers te vragen online en op straat een enquête in te

linie scoren bewoners van koophuizen en bewoners van grotere woningen op de diverse

vullen. Het gaat onder meer over de beleving en waardering van hun woonsituatie, de

aspecten positiever dan bewoners van kleinere woningen en huurders van woningen.

woonwensen en de woonbehoeften, zowel nu als in de toekomst.

Bewoners van de wijken Charlois, Feyenoord, Delfshaven en IJsselmonde scoren over de gehele linie minder positief over hun woning, de betaalbaarheid en de woonbeleving

Opzet onderzoek

dan andere wijken.

Om uitspraken over de beleving van de huidige en gewenste woonsituatie te doen, is het essentieel om een brede groep Rotterdammer te bereiken. Hierdoor zijn zowel (online)

Beoordeling woning

campagnes en social media initiatieven opgezet om mensen uit te nodigen om hun

Mensen vinden prijs en kwaliteit overwegend even belangrijk (71%) bij de beoordeling

feed back te geven. Er zijn daarnaast straatinterviews gehouden op diverse plekken in

van een woning. De meerderheid van de respondenten (71%) is tevreden over de eigen

Rotterdam, waaronder Hofplein, Beurs, CS, Blaak, Zuidplein en bij de Alexanderpolder.

woning, vooral mensen met een koophuis zijn tevreden (83%). Huurders scoren lager op

Aan het onderzoek hebben in totaal 1.486 Rotterdammers deelgenomen.

de tevredenheid (woningbouwcorporatie 65% en particuliere verhuurders 54%).

Profiel onderzoekspopulatie De respondenten van de enquête geven het volgende aan: 47% woont in koopwoning en 51% in een huurwoning (waarvan 33% woningbouwcorporatie en 18% particuliere verhuurder). De samenstelling van de bewoning is evenredig verspreid over alleen wonenden (29%), samenwonenden zonder kinderen (31%) en wonen in een gezin met kinderen (31%). 59% van de respondenten woont in een woning tussen de 50-100m2, 28% in woning < 50m2 en 28% in een woning > 100m2. 24% Tevreden Ontevreden 5%

Geen mening

71%

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

18

Qua beoordeling van de diverse aspecten van hun woning zijn bewoners in Rotterdam

Betaalbaarheid woning

relatief vaak tevreden over (> 60% positief): de woning in het algemeen, de prijs-

69% vindt de eigen woning betaalbaar en 31% vindt hun woning juist niet betaalbaar.

kwaliteitverhouding, de woninggrootte, het woningtype en de indeling van de woning.

Bewoners van koopwoningen en woningen> 100m2 vinden de woning vaker betaalbaar dan huurders en degenen die in een kleinere woning wonen.

Maar deze overwegend positieve beoordeling wordt niet door iedereen onderschreven;

Beoordeling woonomgeving

tussen de 16% en 23% beoordeelt de woning negatief op deze aspecten.

Van de bevraagde aspecten zijn de bewoners relatief vaak tevreden (> 60% positief) Bewoners zijn relatief vaak niet tevreden over (> 30% negatief): de geluidisolatie van

over de bereikbaarheid van de buurt met auto of met het OV en over de aanwezige

de woning (van buiten, buren), de warmteisolatie, de grootte van de bergruimte en

faciliteiten zoals onderwijs of winkels. Op deze aspecten scoort echter ook 15%-20% van

de aantrekkelijkheid van de bebouwing in de buurt. Op deze aspecten scoort echter

de bewoners negatief.

anderzijds 40% van de bewoners wel positief. Wat betreft de diverse aspecten van hun woonomgeving zijn bewoners relatief vaak kritisch (> 39% negatief) op de hoeveelheid groen in de buurt, aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen en de toekomstbestendigheid van de wijk in verband met klimaatverandering. Qua parkeerplaatsen en voldoende groen in de buurt scoort echter 70

65

ook 40% positief. 50% is tevreden over de sociale contacten in de buurt.

60 50 40

39

verhuurder dit dient te doen. 4

Tevreden over warmte isolatie

(volledig) oneens

bij 11% is de woning al duurzaam en 37% geeft aan dat ze de woning huren dus dat de

23

21

19

10 0

31% van de bewoners heeft al verduurzamende maatregelen aan de woning genomen,

30

30 20

Verduurzaming van de woning

43

18

neutraal

4

3 Tevreden over prijskwaliteitsverhouding (volledig) eens

Ik vind de bebouwing in de buurt aantrekkelijk n.v.t./geen antwoord

Prioriteit in woningtoewijzing 58% vindt dat elke woningzoekende dezelfde kans op een woning moet hebben, 16% geeft lagere inkomens voorrang en weer 15% geeft voorrang aan dak- en thuislozen.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

19

Vervelende ervaringen bij het huren van een woning Een-derde van de respondenten geeft aan wel eens slechte ervaringen te hebben gehad bij het huren van een woning. Dit percentage ligt bij de mensen die op dit moment een woning huren zelfs op 44%. Het gaat met name over achterstallig onderhoud, te hoge huurprijs en soms over zaken als tijdelijke huurcontracten, intimidatie, geweld of discriminatie.

Opmerkingen respondenten Aan het einde van de enquête is gevraagd of ze nog iets kwijt wilden over het wonen in Rotterdam. De opmerkingen zijn zeer divers en gaan onder meer over het woningaanbod, betaalbaarheid van (huur/koop)-woningen en groenvoorziening. Maar ook over de beleving van het wonen in Rotterdam, hun wijk en de perceptie van het schoon zijn, de veiligheid of de bereikbaarheid. Hieronder volgen nog enkele quotes, waarin trots op de stad blijkt en daarnaast nog aandachtspunten die het belang van onze nieuwe Woonvisie onderstrepen:

“Ik hoop dat de gemeente de resultaten hiervan ter harte neemt en kijkt hoe je een divers woningaanbod kan realiseren” “Huren is een drama, aanbod is een drama en de prijzen gaan door het plafond” “Ik ben blij dat ik na 6 jaar weer terug ben in Rotterdam” “Ik ben trots op mijn stad” Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

20

4. Kinderraad Wat hebben we gedaan? Op 9 mei 2023 spraken we op het Stadhuis met de Rotterdamse Kinderraad over het thema wonen. Met een groep van circa 20 basisschoolleerlingen uit groep 8, wonend in verschillende wijken in Rotterdam gingen we in gesprek over onderwerpen als betaalbaarheid, duurzaamheid en kwaliteit. Afsluitend maakten we een wandeling langs projecten in de binnenstad van Rotterdam om erachter te komen wat de kinderen van wonen in de stad vinden. In een eerste inleiding namen we de leerlingen mee in het woonbeleid van Rotterdam en welke opgaven we in ons nieuwe woonbeleid benoemen. De vraag naar nieuwe woningen, verbeteren van bestaande woningen en het huisvesten van meerdere doelgroepen kwamen hier onder andere naar voren. Vervolgens namen we de leerlingen mee om de opgaven en inzet van beleid van dichtbij te zien in een wandeling door de binnenstad. Daarbij stonden we stil bij sloop- en nieuwbouwprojecten, nieuwe studentenwoningen, de combinatie van rust en reuring en de kindvriendelijkheid van de binnenstad. Terug op het stadhuis zochten we de interactie op met stellingen over het belang van kwantiteit of woonkwaliteit en voor welke doelgroep er vooral gebouwd moet worden.

Wat heeft het opgeleverd?

De leerlingen hebben vervolgens hun huis van de toekomst getekend.

Uit de verschillende onderdelen van de themasessie zijn drie opvallende adviezen naar voren gekomen: 1.

Aandacht voor duurzaamheid en groen in de stad. Het belang van meer groen en bomen in de buurt zorgt niet alleen voor een fijnere leefomgeving, maar aandacht voor groen en duurzaamheid bevorderend werkt voor de gezondheid van bewoners (meer fietsgebruik, schonere lucht door elektrische auto’s, wateropvang).

2.

In de bespreking van het dilemma van woonkwaliteit en de kwantitatieve opgave van meer woningen kiezen de kinderen overwegend voor het belang van woonkwaliteit. De leerlingen kwamen met concrete adviezen om bijvoorbeeld compacter en gestapeld te bouwen om ook aan de vraag voor meer woningen te voldoen.

3.

Voor wie er vooral gebouwd moet worden noemden leerlingen ‘de mensen die het nodig hebben’ (mensen met een lager inkomen), studenten, jongeren en minder voor ouderen. Voor kinderen moet er vooral ingezet worden om meer speelruimte in de stad.

Rotterdamse Woonvisie Participatieverslag

21

5. Jongeren Wat hebben we gedaan? Op 5 juni 2023 zijn we met jongeren van Roffa Takkies in gesprek gegaan over wonen in Rotterdam. Roffa Takkies is een communicatieplatform voor en door jongeren. In samenwerking met AIR is het onderdeel ‘de Middenweg’ georganiseerd in navolging en als verdieping van de stellingen die tijdens het Stadsmakerscongres besproken zijn. Jongeren en professionals komen in talkshow vorm samen om in gesprek te gaan over wonen gerelateerde kwesties waar jongeren mee te maken hebben. Het doel van de sessie was om op te halen hoe jongeren wonen in Rotterdam ervaren, inzichten en ideeën van jongeren op te halen over wonen in Rotterdam en meer begrip tussen jongeren en professionals te creëren.

Wat heeft het opgeleverd? Wat viel op? 1.

Het programma is ingedeeld in twee delen. Het ‘over de streep’ concept is toegepast bij de volgende stellingen:

Tijdens het bespreken van de stellingen zijn de volgende aanbevelingen opgevallen:

2.

Ik woon op de leukste plek in Rotterdam.

1.

3.

Ik voel me thuis in Rotterdam.

de afweging van het huisvesten van doelgroepen. Daarbij de kanttekening

4.

Ik heb zekerheid op de plek waar ik woon.

dat andere groepen die afhankelijk zijn van betaalbare huisvesting niet

Aandacht voor Rotterdamse bewoners en voorrang voor Rotterdamse jongeren in

vergeten worden. Jongeren geven aan zich allen thuis te voelen aan Rotterdam. Ze zijn hier ofwel geboren

2.

Mogelijke denkrichtingen om het tekort aan woningen op te lossen zijn het bouwen

of voelen zich verbonden met de identiteit van de stad. Een deel van de jongeren voelt

van extra woningen en daarmee verdichten. Het samenbrengen van mensen in een

zich toch onzeker over de mogelijkheid om langer te kunnen wonen in Rotterdam.

wijk kan zorgen voor levendigheid. Wel is hierbij genuanceerd dat gevolgen zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d128b373-57c1-4d36-a647-3a8dd1376b47